Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:11548

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
29-11-2017
Datum publicatie
30-11-2017
Zaaknummer
4704 5046106 cv expl 16-4896
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gedaagde partij beroept zich op afspraken met Scania op grond waarvan hij de uitgevoerde reparaties niet zou hoeven te betalen. De kantonrechter laat gedaagde partij toe zijn stellingen te bewijzen. Gedaagde partij slaagt niet in de bewijslevering. Het verweer wordt verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/6318
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5046106 \ CV EXPL 16-4896

Vonnis van de kantonrechter van 29 november 2017

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SCANIA NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Breda,

eisende partij in conventie, verweerder in reconventie,

gemachtigde BvCM,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] TRANSPORT EN LOGISTIEK B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] ,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

gemachtigde mr. A.J.T.J. Meuwissen.

Partijen zullen hierna Scania en [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 12 april 2017

  • -

    het proces-verbaal van getuigenverhoor gehouden op 19 juli 2017

  • -

    het proces-verbaal van getuigenverhoor gehouden op 30 oktober 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling in conventie en in reconventie

2.1.

De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis van 12 april 2017.

in conventie

2.2.

Scania vordert betaling van de facturen die betrekking hebben op de reparatie te Amsterdam en het onderzoek dat door Scania Koblenz is uitgevoerd.

De kantonrechter heeft Scania toegelaten bewijs te leveren van feiten en omstandigheden waaruit valt af te leiden dat Scania voor het uitvoeren van de reparatie in Amsterdam, het vervangen van de brandstofpomp, met [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] uitdrukkelijk heeft gecommuniceerd dat in het geval van een defecte brandstofpomp er keramiek en metaaldelen in het motorsysteem komen en in dat geval het gehele motorsysteem grondig dient te worden gereinigd en ontdaan van het losgeraakte gruis dat zich in het gehele motorsysteem zal hebben verspreid en dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] hierop opdracht heeft gegeven slechts een summiere spoeling door te voeren daarbij de risico’s voor zijn rekening nemende. Scania na het uitvallen van de vrachtwagen in Koblenz aan [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] het voorstel heeft gedaan om kosteloos de vrachtwagen te onderzoeken om de diagnose van het uitvallen in Koblenz vast te stellen en indien het uitvallen betrekking had op de eerdere reparatie in Amsterdam, de vrachtwagen onder volledige garantie te herstellen en dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] geweigerd zou hebben hier aan mee te werken.

2.3.

Scania heeft ter voldoening aan de haar opgedragen bewijslast de heren [bedrijfsleider] , bedrijfsleider bij Scania Nuth en de heer [custom advisor] , customer advisor bij Scania Nuth als getuigen doen horen. De heer [bedrijfsleider] verklaart omtrent het gebeuren in Amsterdam dat hij uit eigen waarneming hierover niets kan verklaren omdat niet hij maar de heer [custom advisor] het contact met de vestiging Amsterdam heeft onderhouden. De heer [custom advisor] verklaart dat hij van Amsterdam het advies had gekregen dat er keramiek en ijzerslijpsel deeltjes in de oliekanalen zaten en de oliekanalen daarom gereinigd moesten worden. [custom advisor] verklaart dit advies met [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] te hebben besproken waarop [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] gezegd heeft dat de brandstofpomp gewisseld moest worden en er verder niet gespoeld moest worden. Wat betreft het onderzoek om de diagnose van het uitvallen van de auto in Koblenz vast te stellen verklaart [bedrijfsleider] dat hij heeft aangeboden om kosteloos de motor uit elkaar te halen om de diagnose te kunnen stellen. Als uit de diagnose zou blijken dat het nieuwe defect waardoor de auto in Koblenz stil is komen staan te linken valt aan de reparatie in Amsterdam dan zou de reparatie kosteloos zijn. De heer [custom advisor] verklaart dat als uit de diagnose zou blijken dat het stilvallen van de auto in Koblenz een gevolg is van de reparatie in Amsterdam, dan zou de reparatie onder de garantie worden opgelost. Als daarentegen zou blijken dat de oorzaak ergens anders ligt, dan zou [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] de reparatie moeten betalen. [custom advisor] verklaart dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] dan voor het in elkaar zetten van de motor zou hebben moeten betalen nog los van de verdere reparatie. In contra-enquête verklaart [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] dat er toen de auto bij de vestiging Amsterdam is binnengebracht door [custom advisor] is verteld dat de brandstofpomp defect is en hij toestemming heeft gegeven om die te vervangen. Er is toen niet over spoelen van de motor gesproken. Dit kwam pas ter sprake toen [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] ging informeren waarom de reparatie zo lang duurde. [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] verklaart dat toen door [custom advisor] werd gezegd dat de motor gespoeld moest worden, hij heeft gezegd dat dat moest gebeuren. [exhtgenote gedaagde partij] heeft, gehoord als getuige, verklaard dat zij zelf geen persoonlijk contact heeft gehad met Scania en slechts bij telefoongesprekken aanwezig is geweest die haar man voerde met medewerkers van Scania en heeft gehoord wat haar man daar later over vertelde.

2.4.

De kantonrechter is van oordeel dat op grond van hetgeen de heer [custom advisor] verklaart ten aan zien van de communicatie met de heer [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] over de reparatie in Amsterdam en hetgeen [bedrijfsleider] verklaart omtrent de gang van zaken in het algemeen afgezet tegen het feit dat het bedrijf van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] al jarenlang met Scania’s rijdt en [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] zelf heeft verklaard al met vier Scania’s eerder mankementen aan de brandstofpomp te hebben gehad en er van op de hoogte te zijn dat dit aanleiding kan zijn voor keramiekdeeltjes en ijzervijlsel in de motor het ongeloofwaardig is dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] wel uitdrukkelijk opdracht zou hebben gegeven om de brandstofpomp te vervangen en hij er daarbij gemakshalve vanuit is gegaan dat de motor dan wel in Amsterdam gespoeld zou worden. De kantonrechter acht deze verklaring ongeloofwaardig nu [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] immers ook verklaart hij er van op de hoogte is dat het grondig spoelen van de motor een kostbare aangelegenheid is. De kantonrechter acht daarmee de verklaring van [custom advisor] , dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] gezegd zou hebben dat de brandstofpomp gewisseld moest worden en er verder niet gespoeld moest worden aannemelijk. De kantonrechter acht Scania geslaagd in het leveren van bewijs dat Scania voor het uitvoeren van de reparatie in Amsterdam, het vervangen van de brandstofpomp, met [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] uitdrukkelijk heeft gecommuniceerd dat in het geval van een defecte brandstofpomp er keramiek en metaaldelen in het motorsysteem komen en in dat geval het gehele motorsysteem grondig dient te worden gereinigd en ontdaan van het losgeraakte gruis dat zich in het gehele motorsysteem zal hebben verspreid, [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] hierop opdracht heeft gegeven slechts geen spoeling door te voeren daarbij de risico’s voor zijn rekening nemende. Het beroep van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] op opschorting wordt gepasseerd en de vordering ter zake de factuur van 8 mei 2015 ad € 6.671,12 ligt daarmee voor toewijzing gereed.

2.5.

Dat Scania na het uitvallen van de vrachtwagen in Koblenz aan [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] het voorstel heeft gedaan om kosteloos de vrachtwagen te onderzoeken om de diagnose van het uitvallen in Koblenz vast te stellen en indien het uitvallen betrekking had op de eerdere reparatie in Amsterdam, de vrachtwagen onder volledige garantie te herstellen kan de kantonrechter op basis van de getuigenverklaringen niet vaststellen. [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] heeft echter onvoldoende informatie verstrekt die aannemelijk kan maken dat het uitvallen van de auto in Koblenz te wijten is aan de voorafgaande reparatie in Amsterdam, terwijl [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] thans de desbetreffende auto heeft verkocht en geëxporteerd zodat nader onderzoek aan die auto niet meer tot de mogelijkheden behoort. Nu niet kan worden vastgesteld dat het uitvallen van de auto in Koblenz is te wijten aan de eerdere reparatie in Amsterdam zijn de kosten van de in Koblenz uitgevoerde diagnose voor rekening en risico van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] . De vordering ter zake de factuur van 1 juni 2015 ad € 385,57 ligt daarmee ook voor toewijzing gereed.

2.6.

Bij de beoordeling van de vraag of de gevorderde buitengerechtelijke (incasso-) kosten voor vergoeding in aanmerking komen, hanteert de kantonrechter het uitgangspunt, dat verrichtingen voorafgaand aan het geding worden gezien als voorbereiding van de gedingstukken en instructie van de zaak. Bij afzonderlijk voor vergoeding in aanmerking komende kosten moet het gaan om verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Daarvan is in deze zaak niet gebleken. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal daarom worden afgewezen.

in reconventie

2.7.

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] vordert in reconventie te verklaren voor recht dat Scania schadeplichtig is; te bepalen dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] een opschortingsrecht tot betaling toekomt zolang niet door een deskundige is vastgesteld dat de litigieuze motorschade het gevolg is van gebrekkig onderhoud en/of reparatie door Scania en Scania te veroordelen tot betaling aan [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] van een bedrag van € 940,53 alsmede de overige schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

2.8.

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] stelt dat Scania schadeplichtig is jegens [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] en vordert een verklaring voor recht in die zin. Deze vordering wordt afgewezen. Uit hetgeen in conventie is overwogen blijkt onvoldoende dat Scania aansprakelijk kan worden gehouden zoals door [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] wordt gesteld. Vaststellen van de motorschade door een deskundige kan evenmin nog aan de orde komen nu de auto immers is verkocht en geëxporteerd, hetgeen [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] moet worden aangerekend. De vorderingen van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] worden afgewezen.

in conventie en in reconventie

2.9.

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van Scania worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 82,39

  • -

    griffierecht 471,00

  • -

    salaris gemachtigde conventie 1.050,00 ( 3,5 x tarief € 300,00)

  • -

    salaris in reconventie 525,00 ( 3,5 x 0,5 x tarief € 300,00)

totaal € 2.128,39

2.10.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

3 De beslissing in conventie en in reconventie

De kantonrechter

in conventie

3.1.

veroordeelt [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Scania te betalen een bedrag van € 7.056,69, vermeerderd met de contractuele rente vanaf de factuurvervaldatum tot aan de voldoening,

in reconventie

3.2.

wijst de vorderingen van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] alle af,

in conventie en in reconventie

3.3.

veroordeelt [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] in de proceskosten aan de zijde van Scania gevallen en tot op heden begroot op € 2.128,39,

3.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Rijksen en in het openbaar uitgesproken.

type: HM

coll: