Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:1146

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
15-02-2017
Datum publicatie
16-02-2017
Zaaknummer
5465426 cv 16-10187
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dat het hoge verbruik debet is aan een defecte energiemeter is niet aangetoond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
mr. I. Brinkman, mr. L. Baljon en mr. drs. C. van der Woude annotatie in NTE 2017/23, UDH:NTE/14315

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5465426 \ CV EXPL 16-10187

Vonnis van de kantonrechter van 15 februari 2017

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DIRECT PAY SERVICES B.V.,

gevestigd te Barendrecht,

eisende partij,

gedaagde partij in verzet,

verder te noemen DPS,

gemachtigde Webcasso B.V.

tegen:

[gedaagde] ,

wonend [adres gedaagde] ,

[woonplaats gedaagde] ,

gedaagde partij,

eisende partij in verzet,

verder te noemen [gedaagde] ,

gemachtigde mr. M.M.C.E. Steinschuld (ARAG).

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het navolgende:

  • -

    het door de kantonrechter op 23 september 2015 tussen DPS als eisende partij en [gedaagde] als gedaagde partij bij verstek gewezen vonnis onder zaaknummer [zaaknummer] ;

  • -

    de verzetdagvaarding;

  • -

    de conclusie van antwoord in verzet;

  • -

    de conclusie van repliek in verzet.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] heeft op 9 februari 2012 met Essent een overeenkomst gesloten tot levering van elektriciteit en gas op het adres [adres gedaagde] te [woonplaats gedaagde] .

2.2.

De jaarafrekening d.d. 25 september 2014, als ook de voorschotnota’s over de maanden november en december 2014 en januari, februari en maart 2015 zijn onbetaald gebleven.

3 Het geschil

3.1.

DPS heeft in de verstekprocedure gevorderd dat de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 3.892,52, vermeerderd met de wettelijke rente en de proceskosten.

3.2.

Bij verstekvonnis van 23 september 2015 is de vordering, behoudens de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en gevorderde rente over rente, aan DPS toegewezen, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.3.

[gedaagde] vordert in het verzet dat hij zal worden ontheven van de tegen hem bij het verstekvonnis uitgesproken veroordeling en dat de vordering van DPS alsnog wordt afgewezen.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Uit de overgelegde processtukken blijkt dat het verzet tijdig is ingesteld, zodat [gedaagde] in zoverre in zijn verzet kan worden ontvangen.

Cessie

4.2.

[gedaagde] betwist dat er sprake is van een geldige cessie nu de mededeling van cessie hem niet heeft bereikt. Overwogen wordt dat, wat hier verder ook van zij, er alsnog aan het mededelingsvereiste is voldaan, nu deze mededeling is vervat in de dagvaarding en [gedaagde] heeft bereikt door het verschijnen in deze procedure. Het verweer dienaangaande dient dan ook te worden verworpen. De vordering van Essent is rechtsgeldig overgegaan op DPS overgegaan, waarmee DPS ontvankelijk is in haar vordering.

De vordering

4.3.

Aan haar vordering legt DPS ten grondslag de door [gedaagde] onbetaald gelaten facturen van 25 september 2014, 21 oktober 2014, 21 november 2014, 21 december 2014, 21 januari 2015 en 21 februari 2015. Op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst heeft Essent ten behoeve van het adres [adres gedaagde] te [woonplaats gedaagde] energie (stroom en gas) geleverd. Op grond van diezelfde overeenkomst is [gedaagde] gehouden de geleverde energie te betalen.

4.4.

[gedaagde] stelt zich op het standpunt dat de energiemeter niet goed functioneerde, waardoor middels de jaarafrekening van 25 september 2015, over de periode 18 september 2013 – 17 september 2014, een veel te hoog verbruik bij [gedaagde] in rekening werd gebracht. Ter vergelijking overlegt [gedaagde] een jaarafrekening over 18 september 2012 – 17 september 2013 en over 1 april 2015 – 12 april 2016.

4.5.

De kantonrechter overweegt als volgt.

[gedaagde] betwist met name de jaarafrekening van 25 september 2014. De meter zou niet goed gefunctioneerd hebben, waardoor een te hoog verbruik is geregistreerd.

De stelling van [gedaagde] dat de periodes voor en na het betwiste verbruik wel een normaal verloop zouden laten zien kan geen onderbouwing zijn van zijn stelling dat de meter niet goed gefunctioneerd zou hebben. Integendeel, de meters hebben kennelijk wel goed gefunctioneerd in die periodes en gesteld noch gebleken is dat de meter is veranderd, hersteld of anderszins aan werkzaamheden onderhevig was.

Dat [gedaagde] vanwege financiële problemen geen inspectie van de meter heeft kunnen laten uitvoeren, is een omstandigheid die voor zijn eigen rekening of risico komt. Nu sprake is van levering van én elektriciteit én gas, en voor beide leveringen in de bewuste periode een hoog verbruik is gemeten, acht de kantonrechter het te meer niet aannemelijk dat de meter niet goed functioneerde. Beide meters, zowel de elektriciteits- als de gasmeter, zouden dan immers gelijktijdig stuk moeten zijn.

Overigens acht de kantonrechter het een feit van algemene bekendheid dat een eventueel bij een vorige energieleverancier te weinig betaald verbruik (in vergelijking met het werkelijke verbruik), gecorrigeerd wordt door de opvolgend energieleverancier bij het doorkrijgen van de werkelijke (door de netbeheerder opgenomen) meterstanden. Hetgeen natuurlijk ook andersom werkt, een eventueel teveel betaald verbruik wordt ook gecorrigeerd.

4.6.

Tegen de gevorderde voorschotnota’s betreffende de maanden november en december 2014 en januari, februari en maart 2015 is geen verweer gevoerd, anders dan dat het voorschot te hoog zou zijn. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de in rekening gebrachte voorschotten correct zijn. Voor zover achteraf zou blijken dat de voorschotten toch te hoog zouden zijn geweest, wordt overwogen dat het voorschotten betreft die achteraf worden verrekend met het daadwerkelijke verbruik.

4.8.

De kantonrechter acht geen termen aanwezig [gedaagde] toe te laten tot nadere bewijslevering.

4.9.

Bij verstekvonnis van 23 september 2015 zijn de door DPS gevorderde buitengerechtelijke kosten afgewezen. [gedaagde] heeft derhalve geen belang bij het thans door hem gevoerde verweer ten aanzien van de ontvangsttheorie, zodat dit geen nadere beoordeling behoeft.

4.10.

Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de vordering van DPS toewijsbaar is. Het verstekvonnis zal worden bekrachtigd.

4.11.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het verzet worden veroordeeld. De kosten worden aan de zijde van DPS begroot op € 175,00 aan salaris voor de gemachtigde van DPS.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

bekrachtigt het door de kantonrechter op 23 september 2015 onder zaaknummer [zaaknummer] gewezen verstekvonnis,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van DPS tot op heden begroot op € 175,00,

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

Dit vonnis is gewezen door mr. K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk en in het openbaar uitgesproken.

type: ksf

coll: