Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:11271

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
22-11-2017
Datum publicatie
06-12-2017
Zaaknummer
04 5362566/CV 16-8872
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzekerde verstrekt onjuiste informatie over toedracht aanrijding. Beroep van verzekeraar op art. 7:941 lid 5 BW en uitsluitingsbepalingen in de polisvoorwaarden slaagt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/6417
VR 2018/111
JA 2018/51
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5362566 \ CV EXPL 16-8872

Vonnis van de kantonrechter van 22 november 2017

in de zaak van:

[eisende partij] ,

wonend [adres eisende partij] ,

[woonplaats eisende partij] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. E.P.B. Moors,

tegen:

de naamloze vennootschap N.V. SCHADEVERZEKERING-MAATSCHAPPIJ BOVEMIJ,

gevestigd te Nijmegen,

gedaagde partij,

gemachtigde E.J.G. Grootaarts.

Partijen worden hierna [eisende partij] en Bovemij genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 22 februari 2017

  • -

    het deskundigenrapport

  • -

    de conclusie na deskundigenrapport van [eisende partij]

  • -

    de conclusie na deskundigenrapport van Bovemij.

1.2.

Ten slotte is opnieuw vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

[eisende partij] is met ingang van 8 november 2012 een verzekeringsovereenkomst aangegaan met Bovemij, onder polisnummer 5051-321156785. Het verzekerde object is een Mercedes-Benz S-klasse 500 SE met kenteken [kenteken auto eisende partij] , bouwjaar 1983.

Het betreft een zogenaamde oldtimerverzekering.

2.2.

Op 1 september 2013 heeft er een aanrijding plaatsgevonden tussen [eisende partij] als bestuurder van voornoemde Mercedes Benz 500 SE, en de heer [X] , bestuurder van een vrachtwagen van het type Mercedes Benz 410D, voorzien van kenteken [kenteken 2] .

De aanrijding vond plaats op de kruising van de Dr. Philipslaan met de Minister Bongaertsstraat en de Spoorlaan Noord te Roermond. De auto van [eisende partij] werd aangereden door de auto van [X] . Als gevolg van deze aanrijding heeft [eisende partij] schade geleden. [eisende partij] heeft van deze schade melding gemaakt bij Bovemij. Bovemij heeft de schadeclaim van [eisende partij] afgewezen, kort gezegd met een beroep op fraude door [eisende partij] . In deze zaak dient te worden beoordeeld of Bovemij gehouden is om op grond van de met [eisende partij] gesloten verzekeringsovereenkomst tot uitkering van de door [eisende partij] geclaimde schade over te gaan.

2.3.

De stelplicht en bewijslast van het beroep van Bovemij op het vervalbeding van artikel 7:941 lid 5 BW c.q. op artikel 4 sub 5 en artikel 5 sub 7 lid b van de polisvoorwaarden, rust op Bovemij. Bovemij onderbouwt haar stelling met een onderzoeksrapport van de door haar ingeschakelde deskundige DEKRA Automotive BV. Dit rapport stelt gemotiveerd dat er sprake is van een zogenaamde opzetaanrijding. Geconcludeerd wordt dat de door [eisende partij] opgegeven toedracht - hij reed met naar schatting 50 km/u over de doorgaande weg toen vanuit een zijstraat links de tegenpartij achteruit tegen hem aanreed - niet passend is bij de geclaimde schade.

2.4.

Tegenover voornoemd rapport stelt [eisende partij] het deskundigenrapport dat hij heeft laten opstellen door EMN Expertise. Deze deskundige komt tot de conclusie dat de schade aan het voertuig van [eisende partij] juist wel volledig kan worden verklaard uit de door [eisende partij] gemelde toedracht op het schadeformulier.

2.5.

Gelet op de tegenstrijdige conclusies van de partijdeskundigen heeft de kantonrechter bij tussenvonnis van 22 februari 2017 tot deskundige benoemd de heer

ing. N.L. Bosscha. De deskundige is bevolen een onderzoek te verrichten ter beantwoording van de volgende vragen:

  1. Kunt u uitsluiten dat de door [eisende partij] en de heer [X] opgegeven toedracht van het ongeval op 1 september 2013 past bij de schade aan de Mercedes-Benz 500 SE met kenteken [kenteken auto eisende partij] ?

  2. Kan onafhankelijk onderzoek bevestigen dat de Mercedes-Benz 500 SE met kenteken [kenteken auto eisende partij] eenmaal in stilstand aangereden zal zijn door de achteruitrijdende vrachtwagen?

  3. Kan onafhankelijk onderzoek bevestigen dat de Mercedes-Benz 500 SE met kenteken [kenteken auto eisende partij] eenmaal al rijdend botscontact had met de vrachtauto, waarbij de Mercedes-Benz achteruit reed?

  4. Is het naar uw oordeel juist dat in het rapport van EMN wordt uitgegaan van een aantal aannames, te weten:

  • -

    Dat de autoambulance achteruit naar rechts is gereden;

  • -

    De bestuurder van de vrachtwagen pas in een later stadium zijn rem bediend heeft;

  • -

    De Mercedes-Benz 500 SE tijdens het tweede contact een voor- of achterwaartse beweging kan hebben gehad.

5. Indien het hier inderdaad om één of meer aannames gaat, zijn deze dan te concretiseren of blijven het aannames?

2.6.

De deskundige heeft bovenstaande vragen als volgt beantwoord:

  1. De opgegeven toedracht past niet binnen het geconstateerde schadebeeld op de linkerflank van de Mercede 500 SE. Daarop waargenomen beschadigingen (dan wel niet aangetroffen beschadigingen) laten namelijk stellen dat de Mercedes 500 SE (nagenoeg) stil heeft gestaan tijdens het (eerste) botscontact.

  2. Het schadebeeld dat wordt gemarkeerd met het gele kader vertoont eigenschappen van een “stempelschade” hetwelk aan de orde is als het aangereden voertuig (nagenoeg) stil heeft gestaan.

  3. De schade op de linker voorflank van de Mercedes (zie de rode ovaal op de foto van pagina 8) is gezet in de richting van achteren naar voren toe. Dit kan duiden op een achterwaarts gerichte roterende manoeuvre van de Mercedes 500 SE (zie figuur 2) die het gevolg kan zijn geweest van het eerste botscontact (zie figuur 1).

  4. De genoemde aannames zijn qua invloed en omvang niet geheel duidelijk/helder, maar hebben kennelijk plaatsgevonden binnen de opgezette PC Crash simulatie. Een dergelijke simulatie kan een beeld geven vanuit een vastgestelde botspositie met welke snelheden de eindposities bereikt kunnen worden. De eindposities van beide voertuigen zijn niet vastgesteld/bekend in deze kwestie. Bovendien kan vanuit de schade zelf reeds worden vastgesteld dat de opgegeven snelheid van de Mercedes 500 SE daarmee niet kan stroken.

Een PC Crash simulatie zou dan misschien nog een verklarende rol kunnen spelen met betrekking tot het ontstaan van de “extra” schade (vooraan op de linkerflank van de Mercedes 500 SE), maar zal vragen blijven oproepen nu reeds vanuit de “hoofdschade” (gele kader) te bepalen is dat de Mercedes 500 SE (nagenoeg) stil stond.

5. Het zijn naar mijn overtuiging aannames die niet gebaseerd zijn op feitenmateriaal.

2.7.

Bovemij geeft in haar conclusie na deskundigenrapport aan dat zij kennis heeft genomen van de inhoud van het deskundigenrapport en dat zij hierover geen vragen of opmerkingen heeft. [eisende partij] heeft in zijn conclusie na deskundigenrapport ten aanzien van de verschillende vragen/antwoorden diverse opmerkingen gemaakt.

[eisende partij] is onder andere van mening dat de deskundige vraag 1 niet heeft beantwoord. Het betreft een gesloten vraag, waarop het antwoord ‘ja’ respectievelijk ‘nee’ dient te luiden, aldus [eisende partij] . Volgens [eisende partij] kan de deskundige dus niet uitsluiten dat de opgegeven toedracht wél past binnen het geconstateerde schadebeeld.

2.8.

Wat opvalt aan het schadebeeld bij de Mercedes 500 SE is het volgende. De auto is aan de zijkant geraakt door de Mercedes 410D. Het oppervlak van de Mercedes 500 SE dat als gevolg van die aanrijding is beschadigd is aanmerkelijk breder dat de breedte van de achterkant van de Mercedes 410D en deze “extra” schade aan de Mercedes 500 SE bevindt zich volledig aan de voorkant van deze auto. Bij een voorwaarts rijdende auto – zoals deze Mercedes 500 SE gedaan zou hebben ten tijde van de aanrijding – zou men verwachten dat de uitbreiding van de schade zich achter de plaats bevindt waar de auto de eerste keer is geraakt. De Mercedes 500 SE staat immers niet direct stil en schraapt – vooruit rijdend - als het ware langs de Mercedes 410D. Daarbij ontstaat dan schade buiten de plaats van de initiële aanrijding maar die ligt als gevolg van het vooruit rijden van de Mercedes 500 SE achter de plek waar deze in eerste instantie is geraakt. Alle drie de deskundigen geven een min of meer verschillende verklaring voor het afwijkende schadebeeld.

2.9.

DEKRA Automotive BV stelt vast dat de Mercedes 500 SE in stilstand is aangereden door de Mercedes 410 waarna de Mercedes 500 SE achteruit is gereden. De auto is daarbij langs de Mercedes 410D geschraapt wat de schade aan de voorkant van de auto verklaart.

EMN Expertise heeft, uitgaande van de toedracht zoals weergegeven door [eisende partij] , een aantal botssimulaties uitgevoerd in het programma PCCrash. Zijn conclusie is dat de Mercedes 500SE en de Mercedes 410D een tweede contact hebben gehad tijdens de uitloop van beide voertuigen dat zich, zo begrijpt de kantonrechter, laat verklaren uit “verdraaiing” van de Mercedes 500 SE als gevolg van de eerste aanrijding. De schade buiten de plaats van de eerste aanrijding wordt daardoor verklaard.

Deskundige Bosscha is van mening dat het schadebeeld zich alleen laat verklaren als de Mercedes 500 SE in stilstand is aangereden. De schade buiten de plaats van de eerste aanrijding laat zich wellicht verklaren vanuit een roterende beweging van de Mercedes 500 SE – met een tweede botsing als gevolg – maar, zo begrijpt de kantonrechter, dat is alleen mogelijk als de Mercedes 500 SE ten tijde van de eerste aanrijding stilstond.

2.10.

De kantonrechter ziet geen aanleiding te twijfelen aan het oordeel van de deskundige Bosscha. Doorslaggevend is de conclusie van deze deskundige dat het schadebeeld van de eerste botsing enkel past bij een (nagenoeg) stilstaande Mercedes 500 SE. Die conclusie wordt overigens gedeeld door DEKRA Automotive BV. In de ogen van de kantonrechter mag het dan zo zijn dat de tweede aanrijding – en de daaruit voortvloeiende schade - volgens de computersimulatie van EMN Expertise wellicht kon ontstaan als de Mercedes 500 SE vooruit had gereden maar daarmee is niet verklaard dat het beeld van de eerste aanrijding niet spoort met een vooruit rijdende auto. EMN Expertise weerlegt ook niet dat het schadebeeld van de eerste aanrijding enkel past bij een (nagenoeg) stilstaande auto. Daarmee is de computersimulatie gebaseerd op een omstandigheid die niet aannemelijk is (een met behoorlijke snelheid vooruit rijdende auto) en daarmee van geen waarde.

2.11.

De opmerking van [eisende partij] dat de deskundige niet expliciet ‘ja’ of ‘nee’ heeft geantwoord op vraag 1, zodat niet kan worden uitgesloten dat de door [eisende partij] opgegeven toedracht wél past binnen het geconstateerde schadebeeld, leidt niet tot een ander oordeel.

De kantonrechter stelt voorop dat [eisende partij] deze opmerking niet heeft gemaakt naar aanleiding van het conceptrapport dat hij op 12 augustus 2017 van de deskundige heeft ontvangen. [eisende partij] heeft überhaupt geen opmerkingen gemaakt naar aanleiding van het conceptrapport. Voor zover het rapport voor [eisende partij] niet duidelijk genoeg is geweest had hij dus verduidelijking kunnen vragen, wat hij niet heeft gedaan. Bovendien acht de kantonrechter de antwoorden van de deskundige op de hem voorgelegde vragen - ook al zijn die niet alle concreet met ‘ja’ of ‘nee’ beantwoord - voldoende duidelijk en inzichtelijk.

2.12.

De kantonrechter komt al met al tot de slotsom dat [eisende partij] onjuiste informatie heeft verstrekt over de toedracht van de aanrijding. De wijze waarop [eisende partij] de vermeende gang van zaken heeft gepresenteerd, en daarbij is blijven volharden, laat geen andere conclusie toe dan dat hij de opzet had om Bovemij te misleiden. Dit houdt in dat het beroep van Bovemij op het vervalbeding van artikel 7:941 lid 5 BW c.q. op artikel 4 sub 5 en artikel 5 sub 7 lid b van de polisvoorwaarden slaagt. De vordering van [eisende partij] zal dan ook worden afgewezen.

2.13.

[eisende partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van Bovemij worden begroot op:

  • -

    salaris gemachtigde € 400,00 (2 x tarief € 200,00)

  • -

    kosten deskundigenrapport € 2.686,20

totaal € 3.086,20

2.14.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

wijst de vordering af,

3.2.

veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten aan de zijde van Bovemij gevallen en tot op heden begroot op € 3.086,20,

3.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken.

type: em/rvl

coll: