Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:10941

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
13-11-2017
Datum publicatie
13-11-2017
Zaaknummer
C/03/242042 / KG ZA 17-558
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De gemeente Venlo handelt door het afsluiten van het voormalig douaneterrein te Venlo, dat al jaren wordt gebruikt als (truckers)parkeerplaats, onrechtmatig jegens de exploitanten van het naastgelegen restaurant. De gemeente Venlo heeft haar belang bij het volledige afsluiten van het terrein onvoldoende aannemelijk gemaakt. Gedeeltelijke toewijzing van de vordering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

zaaknummer / rolnummer: C/03/242042 / KG ZA 17-558

Vonnis in kort geding van 13 november 2017

in de zaak van

1. vennootschap onder firma

[eiseres sub 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [eiser sub 2],

wonende te [woonplaats 1] ,

3. [eiseres sub 3],

wonende te [woonplaats 1] ,

4. [eiser sub 4],

wonende te [woonplaats 2] ,

5. [eiseres sub 5],

wonende te [woonplaats 2] ,

eisers,

advocaat mr. J.F.G. Godart,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE VENLO,

zetelend te Venlo,

gedaagde,

advocaat mr. R.J.H. Thijssen.

Partijen zullen hierna de [eisers] c.s. en de gemeente Venlo genoemd worden

Eisers sub 1 tot en met 3 zullen gezamenlijk de VOF genoemd worden en eisers sub 4 en 5 zullen gezamenlijk worden aangeduid als [eisers sub 4 en 5] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met de (nagezonden) producties 1 tot en met 28

  • -

    de brief van de gemeente Venlo van 31 oktober 2017, met als bijlagen producties 1 tot en met 5

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van [eisers] c.s.

  • -

    de pleitnota van Gemeente Venlo.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Eisers sub 2 en 3 zijn de eigenaren van het registergoed, staande en gelegen aan de [adres 1] (hierna perceel [adres 1] ), kadastraal bekend gemeente Venlo, sectie F, [kadasternummer 1] en zijn aldaar ook woonachtig.

2.2.

[eisers sub 4 en 5] is eigenaar van het registergoed staande en gelegen aan de [adres 2] (hierna perceel [adres 2] ). Op dit registergoed is een pand gelegen, dat wordt verhuurd aan de VOF.

2.3.

Sinds juni 1971 wordt in dit pand gelegen op perceel [adres 2] een (chauffeurs)café/restaurant (hierna het restaurant) geëxploiteerd. De VOF heeft de exploitatie van haar rechtsvoorganger(s) overgenomen en per 15 juni 2012 voortgezet.

2.4.

De gemeente Venlo is sinds 2006 eigenaar van het voormalig douane emplacement “Keulse Barierre” te Venlo, bestaande uit de percelen, kadastraal bekend gemeente Venlo, sectie F, [kadasternummer 2] (groot 300.398.49 Ha) en [kadasternummer 3] (0.01.52 Ha).

Kaart zoals overgelegd als productie 5 door de [eisers] c.s.

2.5.

Bezoekers van het restaurant parkeren sinds 1971 op het perceel [kadasternummer 2] . Het gaat voornamelijk om het parkeren van vrachtwagens. De [eisers] c.s. maken gebruik van twee opritten gelegen aan de Keulse Barrière en een inrit gelegen aan de Expediteursweg. De [eisers] c.s, hun rechtsvoorgangers en de bezoekers van het restaurant komen en gaan sinds 1971 over het perceel van de gemeente Venlo naar (de achterzijde van) de percelen [adres 2] en [adres 1] .

2.6.

Op 8 juli 2014 heeft de gemeente Venlo een voorovereenkomst gesloten met Beheersmaatschappij Johema B.V., Van Cranenbroek European Logistics Centre B.V., Van Cranenbroek Venlo i.o. ter voorbereiding van de overeenkomst en verkoop van bouwrijpe grond (waaronder de percelen [kadasternummer 3] en [kadasternummer 2] ) die nodig is voor de uitvoering van een bouwplan voor een winkelpand met bijbehorende (parkeer)terrein, te bouwen en exploiteren volgens de “Van Cranenbroek formule” op het voormalige douane terrein.

2.7.

Per 19 oktober 2017 heeft de gemeente Venlo haar percelen [kadasternummer 3] en [kadasternummer 2] grotendeels afgesloten om vrachtverkeer te weren, zoals hieronder weergegeven op onderstaande kaart die door de gemeente is overgelegd ter zitting. Bij brief van 10 oktober 2017 heeft zij [eisers] c.s. hierover schriftelijk geïnformeerd.


plattegrond, zoals door de gemeente overgelegd tijdens de mondelinge behandeling

2.8.

De [eisers] c.s. hebben bezwaar gemaakt tegen de afsluiting. De omzet in het restaurant is door de afsluiting gedaald (daling van 65,8% omzet indien periode 19 oktober 2016 tot en met 25 oktober 2016 wordt vergeleken met de periode 19 oktober 2017 tot en met 25 oktober 2017, zoals blijkt uit de accountantsverklaring van de accountant van de VOF). De VOF heeft haar 6 personeelsleden inmiddels ontslagen en eisers sub 2 en 3 runnen het restaurant nu zelf.

2.9.

De [eisers] c.s. hebben inmiddels een bodemprocedure gestart, waarin zij onder meer een verklaring voor recht hebben gevorderd dat zij een recht van erfdienstbaarheid hebben ten behoeve van hun percelen [kadasternummer 1] en [kadasternummer 4] ten laste van perceel [kadasternummer 2] , danwel dat zij door verjaring het vruchtgebruik hebben verkregen.

3 Het geschil

3.1.

[eisers] c.s. vordert samengevat:

  1. veroordeling van de gemeente Venlo om de afsluiting van het perceel [kadasternummer 2] te Venlo binnen 1 dag ongedaan te maken en ongedaan te houden,
    althans binnen 2 dagen na betekening van dit vonnis het perceel [kadasternummer 2] toegankelijk en geschikt te houden als parkeerterrein,
    althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie nader vast te stellen (in aard, omvang en inhoud) voorziening te treffen op straffe van een dwangsom,

  2. de proceskosten, vermeerderd met rente en de nakosten.

3.2.

De gemeente Venlo voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Gelet op de aard van de vorderingen hebben de [eisers] c.s. een spoedeisend belang. Of een spoedvoorziening ook daadwerkelijk wordt verleend is afhankelijk van de uitkomst van een beoordeling van de voorlopige merites van de zaak en van afweging van de belangen van partijen.

4.2.

De [eisers] c.s. hebben diverse grondslagen aangevoerd voor hun vorderingen. Onder meer is onrechtmatige daad aangevoerd, meer in het bijzonder hebben de [eisers] c.s. gesteld (althans zo heeft de voorzieningenrechter begrepen) dat de gemeente Venlo in strijd heeft gehandeld met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. De voorzieningenrechter overweegt daaromtrent als volgt.

4.3.

Tussen partijen staat als niet weersproken vast dat perceel [kadasternummer 2] , hoewel het niet formeel de status heeft van parkeerplaats, al meer dan 45 jaar wordt gebruikt als parkeerplaats (onder meer). Het restaurant is een zogenaamd “chauffeurs restaurant” en de chauffeurs gebruiken deze parkeerplaats om hun vrachtwagens te parkeren als zij het restaurant willen bezoeken. Buiten het voormalige douane terrein is er in de nabijheid van het restaurant slechts in zeer beperkte mate parkeergelegenheid voor vrachtwagens. Daarbij komt dat de gemeente Venlo, tegelijkertijd met het afsluiten van het voormalige douane terrein, een parkeerverbod heeft ingevoerd in de Expediteursweg. Het restaurant is derhalve in grote mate afhankelijk van deze parkeerfaciliteit op het voormalige douane terrein. De gemeente Venlo heeft onlangs echter besloten het terrein volledig af te sluiten vanwege de overlast die de vrachtwagenchauffeurs op het terrein zouden veroorzaken (de chauffeurs doen hun behoefte in de openbare ruimte, zijnde de aan het parkeerterrein grenzende groenvoorziening en gooien afval weg, zonder de prullenbakken te gebruiken) en vanwege instortingsgevaar van de op het terrein aanwezige rioolputten. Als gevolg van de afsluiting is de omzet van het restaurant drastisch gedaald.

4.4.

Als eigenaar van de grond mag de gemeente Venlo in beginsel in vrijheid zelf bepalen hoe zij het gebied wenst te (laten) gebruiken. Maar onder omstandigheden kan dat anders zijn. In dit geval acht de voorzieningenrechter van belang dat het de gemeente Venlo zelf is geweest die de [eisers] c.s. naar deze locatie heeft “gebracht” toen de vestigingsplek elders in de stad kwam te vervallen. Daarmee stond de gemeente Venlo zelf aan het begin van het gebruik van dit terrein als parkeerplaats voor vrachtwagenchauffeurs die de [eisers] c.s. wilden bezoeken. Inmiddels wordt het terrein al vele tientallen jaren (mede) als parkeerterrein gebruikt. Natuurlijk betekent dit niet dat de gemeente Venlo het terrein altijd ter beschikking moet blijven stellen aan de [eisers] c.s. Zij kan dit terrein een andere bestemming geven, maar zolang daartoe nog geen onherroepelijk bestemmingsplan bestaat en er nog geen concrete uitvoering wordt gegeven aan de invulling van die gewijzigde bestemming, ziet de voorzieningenrechter in beginsel niet in waarom het gebruik ten behoeve van de [eisers] c.s. van de ene op de andere dag zou moeten eindigen.

4.5.

Onder omstandigheden kan het vorenstaande anders komen te liggen. De gemeente Venlo heeft in dat verband twee argumenten aangevoerd ter onderbouwing van haar belang bij onmiddellijke afsluiting van het terrein. In de eerste plaats stelt de gemeente Venlo dat de overlast die de vrachtwagenchauffeurs op het terrein veroorzaken zodanige beheers-, gezondheids- en veiligheidsrisico’s met zich mee brengt dat het maatschappelijk belang vereist dat het terrein nu wordt afgesloten. In de tweede plaats stelt de gemeente Venlo dat er een reëel instortingsgevaar bestaat van de op het terrein aanwezige rioolputten met alle risico’s van dien (door de weg gezakte vrachtwagens). Indien die risico’s zich verwezenlijken zou de schade verhaald kunnen worden op de gemeente Venlo, en dat wil zij voorkomen. Een en ander zou te ondervangen zijn door het plaatsen van extra faciliteiten en het uitvoeren van herstelwerkzaamheden maar de kosten daarvan zullen aanzienlijk zijn, aldus de gemeente Venlo. Gelet op het voornemen het terrein een andere bestemming te geven loont dat niet meer de moeite.

4.6.

Ten aanzien van de gestelde overlast overweegt de voorzieningenrechter het volgende. De [eisers] c.s. bestrijden dat er sprake is van zodanige overlast dat er geen andere optie meer zou zijn dan het sluiten van de volledige parkeerplaats. Om de overlast aan te tonen heeft de gemeente Venlo een aantal foto’s in het geding gebracht waarop is te zien dat afval is achtergelaten in de groenstroken van het terrein en naast de daar geplaatste afvalbakken. Dat ziet er inderdaad niet fraai uit maar naar het oordeel van de voorzieningenrechter is daarmee nog niet aangetoond dat het om een redelijkerwijs onbeheersbaar probleem zou gaan dat grote gevaren voor de volksgezondheid met zich meebrengt. Rapporten of anderszins die dat onderbouwen heeft de gemeente Venlo niet overgelegd.

Van groot belang acht de voorzieningenrechter ook dat de gemeente Venlo heeft gesteld dat deze overlast voornamelijk in het weekend wordt veroorzaakt, als veel chauffeurs met bestemming Oost Europa op het terrein “kamperen” vanwege de diverse rijverboden voor vrachtwagens in de landen ten Oosten van ons. De [eisers] c.s. zijn echter gesloten in het weekend en hebben aangegeven in het geheel geen problemen te hebben met een weekend afsluiting van het parkeerterrein.

Zou het terrein dus in het weekend worden afgesloten – en daarmee de overlast al belangrijk worden teruggedrongen – dan is het zeer wel denkbaar dat de gestelde overlast nog verder kan worden teruggedrongen door bijvoorbeeld mobiele toiletten te plaatsen en grotere afvalbakken. Dat de kosten daarvan onoverkomelijk zijn is door de gemeente Venlo niet gesteld noch onderbouwd. Bovendien heeft de [eisers] c.s. aangeboden om een financiële bijdrage te leveren aan het plaatsen van mobiele toiletten en extra grote afvalbakken en tevens eigenhandig het terrein in de weekenden te willen afsluiten, zodat de extra investering die voor deze maatregelen nodig is niet alleen door de gemeente Venlo behoeft te worden gedragen.

Al met al is de voorzieningenrechter er dan ook niet van overtuigd dat vanuit het oogpunt van gezondheids- en beheersbaarheidsrisico’s er voor de gemeente Venlo geen andere weg bestaat dan volledige en onbeperkte afsluiting van het terrein.

4.7.

Ten aanzien van het aangehaalde veiligheidsrisico in verband met de slechte staat van de bestrating en het instortingsgevaar van de rioolputten overweegt de voorzieningenrechter dat het belang van de gemeente Venlo om het terrein om die reden af te sluiten op zich zwaarwegend genoeg is als een en ander komt vast te staan. De [eisers] c.s hebben ontkend dat de staat van de putten zo slecht zou zijn dat er van instortingsgevaar sprake zou zijn.

Tijdens de mondelinge behandeling is door een medewerker van de gemeente Venlo verklaard dat niet alle rioolputten op het parkeerterrein in slechte staat verkeren. Alleen de rioolputten die zijn gelegen op het zuidoostelijke deel van het terrein verkeren in slechte staat. Volgens die zelfde medewerker zou één put op het noordwestelijke deel wellicht een risico opleveren, maar die uitlating is voor de voorzieningenrechter niet voldoende om aan te nemen dat het noodzakelijk is om daarvoor het gehele terrein af te sluiten.

Wat betreft het deel waarvan de gemeente Venlo stelt dat de putten zeker in slechte staat verkeren kan de vraag opgeworpen worden of daarvoor wel voldoende bewijs is aangedragen. Er zijn immers slechts enkele foto’s overgelegd van één (of meer?) putten maar daaruit valt voor de voorzieningenrechter niet op te maken dat er sprake zou zijn van instortingsgevaar. Nu de [eisers] c.s ter zitting echter kenbaar hebben gemaakt dat zij kunnen leven met een afsluiting indien die zich beperkt tot het zuidoostelijk deel zal de voorzieningenrechter om pragmatische redenen aan die bewijsvraag voorbij gaan.

De noodzaak tot afsluiting van het terrein vanwege veiligheidsrisico’s is daarmee wel komen vast te staan, maar slechts voor een deel van het terrein.

4.8.

Uit het vorenstaande volgt dat de gemeente Venlo naar het oordeel van de voorzieningenrechter door van de een op de andere dag het terrein volledig af te sluiten, zonder daarbij rekening te houden met de belangen en voorgestelde oplossingen van de [eisers] c.s., handelt in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt en dus onrechtmatig jegens de [eisers] c.s.

4.9.

Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat weliswaar een spoedvoorziening is vereist, maar dat deze beperkter dan is gevorderd kan worden toegewezen. De voorzieningenrechter zal de voorziening beperken in oppervlakte en in tijd en de gemeente een redelijke termijn geven om aan de veroordeling te voldoen. De andere door de [eisers] c.s. aangevoerde grondslagen leiden, ook indien die zouden slagen, gelet op bovenstaande belangenafweging niet tot een ander oordeel, zodat die verder onbesproken kunnen blijven.

4.10.

De voorzieningenrechter zal de gemeente veroordelen om de afsluiting van het perceel [kadasternummer 2] te Venlo zoals aangegeven op productie 11 bij dagvaarding, zie ook de tekening onder rechtsoverweging 2.7, binnen één week na betekening van dit vonnis gedeeltelijk ongedaan te maken en ongedaan te houden, in het bijzonder door het perceel [kadasternummer 2] ten noord-westen van de lijn op onderstaande luchtfoto toegankelijk te houden als parkeergelegenheid gedurende de week van maandagochtend 11:00 uur tot vrijdagavond 00:00 uur, zolang het gewijzigde bestemmingsplan ter plaatse nog niet onherroepelijk is.

4.11.

Ter toelichting op de ingetekende lijn overweegt de voorzieningenrechter dat deze ongeveer aangeeft tot waar het terrein toegankelijk moet blijven. De lijn dient niet opgevat te worden als een lijn die door bijvoorbeeld een landmeter of het kadaster moet worden ingemeten. In dat kader overweegt de voorzieningenrechter dat aannemelijk is dat de rioolputten in de drie rijstroken ten zuid-oosten van de lijn in slechte staat verkeren en dat de lijn poogt aan te geven dat die drie rijstroken in ieder geval de hele week afgesloten kunnen blijven.

4.12.

De voorzieningenrechter ziet tot slot geen aanleiding om aan de jegens de gemeente Venlo uit te spreken veroordeling, zoals de [eisers] c.s. hebben gevorderd, dwangsommen te verbinden. Van een overheidsinstantie zoals de gemeente Venlo mag worden verwacht dat zij rechterlijke uitspraken nakomt. De gevorderde dwangsommen worden dus afgewezen

4.13.

De gemeente Venlo zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de [eisers] c.s. worden begroot op:

- dagvaarding € 0,00

- griffierecht 618,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.434,00

4.14.

De voorzieningenrechter overweegt volledigheidshalve dat de gemeente vrijwillig is verschenen en dat derhalve geen kosten voor dagvaarding zijn gemaakt.

4.15.

De vordering tot veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. Nu het zogenaamde liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven voorziet in een forfaitair tarief voor die kosten en de voorzieningenrechter dat tarief pleegt te volgen, zijn die kosten nu al te begroten. De voorzieningenrechter zal de nakosten toewijzen, zoals nader in het dictum wordt bepaald.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt de gemeente Venlo om de afsluiting van het perceel [kadasternummer 2] te Venlo zoals aangegeven op productie 11 bij dagvaarding (zie ook de tekening onder 2.7) binnen één week na betekening van dit vonnis gedeeltelijk ongedaan te maken en ongedaan te houden, in het bijzonder door het perceel [kadasternummer 2] ten noord-westen van de lijn op de luchtfoto zoals weergegeven onder 4.10 toegankelijk te houden als parkeergelegenheid gedurende de week van maandagochtend 11:00 uur tot vrijdagavond 00:00 uur, zolang het gewijzigde bestemmingsplan ter plaatse nog niet onherroepelijk is,

5.2.

veroordeelt de gemeente Venlo in de proceskosten, aan de zijde van de [eisers] c.s. tot op heden begroot op € 1.434,00, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over die kosten ingaande vijftien dagen na betekening van dit vonnis,

5.3.

veroordeelt de gemeente Venlo in de kosten die na dit vonnis ontstaan, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen met € 68,00 indien de gemeente niet binnen één week na aanschrijving aan dit vonnis heeft voldaan én betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op
13 november 2017.1

1 type: SS coll: