Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:1060

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
08-02-2017
Datum publicatie
09-02-2017
Zaaknummer
04 5150013 CV 16 6000
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Concurrentie- en relatiebeding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-0155
AR 2017/703

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5150013 \ CV EXPL 16-6000

Vonnis van de kantonrechter van 8 februari 2017

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ELM INDUSTRIËLE AUTOMATISERING B.V.,

gevestigd te Maasbree, gemeente Peel en Maas,

eisende partij in conventie, verweerder in reconventie,

gemachtigde mr. L.B. de Graaf,

tegen:

1 [gedaagde 1] ,
wonend [adres gedaagde 1] ,
[woonplaats gedaagde 1] ,

2. [gedaagde 2],
wonend [adres gedaagde 2] ,
[woonplaats gedaagde 2] ,

3. [gedaagde 3],
wonend [adres gedaagde 3] ,
[woonplaats gedaagde 3] ,

4. [gedaagde 4],
wonend [adres gedaagde 4] ,
[woonplaats gedaagde 4] ,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CONVOI ELECTRICAL & AUTOMATION B.V.,
gevestigd te Maastricht-Airport,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

gemachtigde mr. S.L.G.M. Roebroek.

Partijen zullen hierna ook wel ELM en [gedaagden gezamenlijk] (gedaagden gezamenlijk) genoemd worden. [gedaagde 1] , [gedaagde 2] , [gedaagde 3] en [gedaagde 4] gezamenlijk zullen ook wel worden aangeduid als ‘de werknemers’ en gedaagden afzonderlijk zullen [gedaagde 1] , [gedaagde 2] , [gedaagde 3] , [gedaagde 4] en Convoi genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding tevens houdende een incident tot het treffen van een voorlopige voorziening, met producties

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident en in de hoofdzaak in conventie en van eis in deels voorwaardelijke reconventie, met producties

  • -

    de zijdens ELM nagezonden producties 25 tot en met 35

  • -

    de op 12 juli 2016 gehouden mondelinge behandeling van de door ELM gevraagde voorlopige voorziening

  • -

    de zijdens ELM overgelegde pleitnota

  • -

    het vonnis in het incident tot het treffen van een voorlopige voorziening

  • -

    de conclusie van repliek tevens akte wijziging van eis en tevens antwoord in (deels voorwaardelijke) reconventie

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie tevens repliek in (deels voorwaardelijke) reconventie

  • -

    de conclusie van dupliek in (deels voorwaardelijke) reconventie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

ELM is samen met zustermaatschappij ELM Installatietechniek in oktober 2014 ontstaan uit een doorstart van het in september 2014 gefailleerde Elektro Limburg B.V. ELM houdt zich bezig met het ontwerpen en bouwen van schakelkasten, elektrische verdeelinrichtingen, besturings- en bedieningskasten, gezamenlijk panelen te noemen.

2.2.

Convoi is in september 2015 ontstaan uit een doorstart van een gefailleerd Imtech-onderdeel. Convoi houdt zich bezig met de verhuizing van allerhande productiefaciliteiten, onderdeel van dit werk is ook de panelenbouw.

2.3.

[gedaagde 1] , [gedaagde 4] en [gedaagde 3] waren oorspronkelijk in dienst van het gefailleerde Imtech en zijn daarna in dienst gekomen van het in 2014 gefailleerde Elektro Limburg B.V. Na de doorstart zijn de werknemers in dienst gekomen van ELM.

2.4.

De werknemers hebben per 1 mei 2016 ontslag genomen en zijn per die datum alle vier in dienst getreden bij Convoi.

2.5.

Op de arbeidsovereenkomst tussen ELM en de werknemers was een concurrentie- en relatiebeding van toepassing. Deze voor alle vier de werknemers gelijkluidende bedingen houden in:

Artikel 13

RELATIEBEDING

Gedurende één jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst, ongeacht de wijze waarop en de reden waarom de arbeidsovereenkomst tot een eind is gekomen, zal de werknemer, behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van de werkgever, zich onthouden van het op enigerlei wijze direct of indirect benaderen van relaties van werkgever of aan die relaties gelieerde ondernemingen waarmee (werkgever en/of) werknemer gedurende twee jaar voorafgaande aan het einde van de arbeidsovereenkomst op enigerlei wijze zakelijk contact heeft gehad, dat op verbeurte van een direct opeisbare boete van € 5000,--

per gebeurtenis en tevens € 500,-- voor iedere dag dat hij in overtreding is, te betalen en ten goede komend aan werkgever. Werkgever wijkt daarmee conform het bepaalde in art. 7:650 lid 6 BW af van het bepaalde in art. 7:650 leden 3 en 5 BW. Werkgever heeft het recht om in plaats van de boete volledige schadevergoeding te vorderen van werknemer. De vraag of een onderneming een relatie van werkgever is wordt bepaald aan de hand van de administratie van werkgever.

Artikel 14

CONCURRENTIEBEDING

Werknemer zal zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van werkgever gedurende het bestaan van de dienstbetrekking en na beëindiging van de dienstbetrekking binnen een tijdvak van één jaar en binnen een regio van 60 km van vestigingsplaats werkgever niet in enigerlei vorm een zaak gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan die van werkgever vestigen, drijven, mede drijven of doen drijven hetzij direct, hetzij indirect alsook in of daarvoor op enigerlei werkzaam zijn, al dan niet in dienstbetrekking, hetzij tegen vergoeding, hetzij om niet, of daarin aandeel van welke aard ook te hebben, dat op verbeurte van een direct opeisbare boete van € 5000,-- per gebeurtenis en tevens € 500,-- voor iedere dag dat hij in

overtreding is te betalen en ten goede komend aan werkgever. Werkgever heeft het recht om in plaats van de boete volledige schadevergoeding te vorderen van werknemer. In geval van overtreding of niet-nakoming van één der bovenbedoelde verplichtingen is werknemer uit

kracht van het enkele feit der overtreding in gebreke, zonder dat sommatie of enige andere formaliteit nodig zal zijn en zonder dat schade behoeft te worden aangetoond.”

3 Het geschil in conventie en in reconventie

3.1.

ELM vordert – samengevat na wijziging van eis – :

- de werknemers ieder individueel te veroordelen tot betaling aan ELM van € 20.500,00 per werknemers ter zake van tot 1 juni 2016 verbeurde boetes, vermeerderd met de wettelijke rente;

- de werknemers ieder individueel te veroordelen tot betaling aan ELM van de dagelijkse boete van € 500,00 per dag per werknemer die zijn verbeurd vanaf 1 juni 2016, vermeerderd met de wettelijke rente;

- de werknemers ieder individueel te veroordelen tot nakoming van de concurrentie- en relatiebedingen vanaf de dag van het vonnis tot 1 mei 2017, op verbeurte van een dwangsom bij niet nakoming van € 10.000,00 per overtreding met een maximum van € 100.000,00;

- voor recht te verklaren dat Convoi jegens ELM onrechtmatig heeft gehandeld door misbruik te maken van de wanprestatie van de werknemers en Convoi te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 872.996,00 aan ELM, vermeerderd met de wettelijke rente;

Convoi te verbieden tot 1 mei 2017 gebruik te maken, direct of indirect, van de diensten van de werknemers op straffe van verbeurte van een dwangsom aan ELM van € 100.000,00 per overtreding met een maximum van € 1.000.000,00;

- met hoofdelijke veroordeling van [gedaagden gezamenlijk] in de kosten.

ELM voert verweer tegen de vordering in reconventie van de werknemers.

3.2.

De werknemers vorderen – samengevat – veroordeling van ELM om:

aan [gedaagde 1] te betalen een bedrag van € 2.236,00 netto;

aan [gedaagde 2] te betalen een bedrag van € 2.963,72 netto;

aan [gedaagde 3] te betalen een bedrag van € 2.410,93 netto;

een [gedaagde 4] te betalen een bedrag van € 2.073,93 netto

al deze bedragen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2016 en de wettelijke verhoging wegens te late betaling ad 50%, deze wettelijke verhoging vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2016.

Voor het geval de kantonechter zou oordelen dat het de werknemers niet zou zijn toegestaan per 1 mei 2016 in dienst te treden bij Convoi, het met de werknemers overeengekomen concurrentiebeding te vernietigen en te gebieden dat de concurrentiebedingen zich beperken tot een straal van 30 km gemeten vanaf de vestiging van ELM in Maasbree; de contractuele boetes en de gevorderde dwangsommen in sterke mate te matigen en ELM te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding gelijk aan het laatstgenoten salaris vanaf 1 mei 2016 tot 1 mei 2017 met veroordeling van ELM in de proceskosten.

[gedaagden gezamenlijk] voeren verweer tegen de vordering in conventie.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling in conventie en in reconventie

in conventie

4.1.

ELM grondt haar vordering op overtreding door de werknemers van het tussen de werknemers elk individueel en ELM overeengekomen relatie- en concurrentiebeding. Ten aanzien van het relatiebeding heeft de kantonrechter in haar vonnis van 27 juli 2016, in het incident tot het treffen van een voorlopige voorziening, reeds geoordeeld dat dient te worden vastgesteld of de werknemers vanuit hun huidige werkgever, Convoi, klanten van ELM hebben benaderd. In het kader van de gevraagde voorziening is onvoldoende vast komen te staan dat dat daadwerkelijk het geval is. Er werd immers geen enkel stuk overlegd waaruit zou kunnen volgen dat de (één van de) werknemers ook maar enig contact heeft (gehad) met enige relatie die voorkomt op de door ELM aan de werknemers verstrekte lijst. Ook uit de na het vonnis van 27 juli 2016 geproduceerde stukken kan de kantonrechter dit niet vast stellen. Het voorval Smurfit Kappa Papier Roermond acht de kantonrechter in elk geval onvoldoende overtuigend. Naast dit voorval wordt geen enkel concreet geval overtuigend geduid. De kantonrechter kan niet vaststellen dat de werknemers het relatiebeding hebben overtreden.

4.2.

Ten aanzien van het concurrentiebeding heeft de kantonrechter in haar vonnis van 27 juli 2016 reeds overwogen dat voor haar op dat moment onvoldoende duidelijk is of ELM en Convoi wel daadwerkelijk concurrenten zijn. Het voorlopige oordeel van de kantonrechter dat Convoi zich bezig houdt met het opleveren van complete productiefaciliteiten terwijl ELM in feite een (toe)leverancier is van panelen aan bedrijven zoals Convoi is met de onvoldoende weersproken stellingen van [gedaagden gezamenlijk] bevestigd. ELM heeft daar in elk geval onvoldoende tegenover gesteld zodat de kantonrechter niet kan vaststellen dat ELM en Convoi daadwerkelijk concurrenten van elkaar zijn. Daarmee hoeft het geschil tussen partij omtrent de geografische reikwijdte van het concurrentiebeding geen verdere beoordeling meer. De kantonrechter wil hier echter wel aan toe voegen dat ELM met gebruikmaking van een voor meerdere uitleg vatbare formulering als gebruiker van die voorwaarde het risico loopt dat de uitleg van die formulering in het voordeel van de werknemers zal kunnen uitvallen. Immers indien voor de formulering van regio wordt gekozen zonder daarbij aan te geven van waaruit wordt gerekend is niet ondenkbaar dat dit wordt uitgelegd als een gebied met een doorsnee van 60 km met als centraal punt de plaats van vestiging, terwijl ELM kennelijk een radius van 60 km voor ogen stond. De vorderingen van ELM dienen alle als onvoldoende vaststaand te worden afgewezen.

in reconventie

4.3.

De vordering in reconventie bestaat uit een onvoorwaardelijk en een voorwaardelijk deel. Het onvoorwaardelijke deel wordt niet weerspoken door ELM zodat deze vorderingen voor toewijzing gereed liggen. De aan de voorwaardelijke vorderingen verbonden voorwaarde wordt niet ingelost nu de vordering van ELM in conventie wordt afgewezen zodat deze vorderingen geen verdere bespreking en beoordeling behoeven.

in conventie en in reconventie

4.4.

ELM zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [gedaagden gezamenlijk] worden begroot op € 1.500,00 aan salaris voor de gemachtigde ( 2 x tarief € 600,00 + 2 x 0.5 x tarief € 300,00).

4.5.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing in conventie en in reconventie

De kantonrechter

in conventie

5.1.

wijst de vordering van ELM af,

in reconventie

5.2.

veroordeelt ELM om tegen behoorlijk bewijs van kwijting:

aan [gedaagde 1] te betalen een bedrag van € 2.236,00 netto;

aan [gedaagde 2] te betalen een bedrag van € 2.963,72 netto;

aan [gedaagde 3] te betalen een bedrag van € 2.410,93 netto;

een [gedaagde 4] te betalen een bedrag van € 2.073,93 netto;

al deze bedragen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2016 tot aan de voldoening en de wettelijke verhoging wegens te late betaling ad 50%, deze wettelijke verhoging vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2016 tot aan de voldoening,

in conventie en in reconventie

5.3.

veroordeelt ELM in de proceskosten aan de zijde van [gedaagden gezamenlijk] gevallen en tot op heden begroot op € 1.500,00,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Schreurs-van de Langemheen en in het openbaar uitgesproken.

type: plg

coll: