Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:10467

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
01-11-2017
Datum publicatie
14-11-2017
Zaaknummer
04 6087499 CV EXPL 17-5467
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Terugvorderen studiekosten naar maatstaven van redelijkheid onaanvaardbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-1391
AR 2017/6000
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 6087499 \ CV EXPL 17-5467

Vonnis van de kantonrechter van 1 november 2017

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] OUTLET B.V.,

gevestigd te Roermond,

eisende partij in conventie, verweerder in reconventie,

gemachtigde: Collect en Legal Service,

tegen:

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] ,

wonend [adres gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] ,

[woonplaats gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] ,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

gemachtigde mr. C.H.M. van Hout.

Partijen zullen hierna [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie, met producties;

  • -

    de beslissing waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    de comparitie die is gehouden op 3 oktober 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] is tot 1 augustus 2016 bij [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] in dienst geweest, laatstelijk op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

2.2.

Tijdens deze arbeidsovereenkomst hebben partijen op enig moment afspraken gemaakt over de vergoeding door [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] van de kosten van een door [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] te volgen studie HBO Electrotechniek. Deze afspraken zijn neergelegd in een schriftelijke overeenkomst d.d. 20 oktober 2014, waarin, voor zover hier van belang, het volgende is bepaald:

Artikel 1

De werknemer ontvangt een vergoeding van 100% van de studiekosten voor de cursus HBO Electrotechniek NCOI Utrecht.

Het totale bedrag aan studiekosten wordt geraamd op € 5.856,56

(…)

Artikel 2

Examens voor de betreffende cursus moeten met goed gevolg worden afgelegd.

Artikel 3

Indien het dienstverband binnen drie jaar na het einde van de cursus, wat gesteld wordt op 01-04-2016, door de werknemer wordt beëindigd, worden de door de werkgever betaalde studiekosten door de werknemer naar rato terugbetaald, in de verhouding 1/36 deel voor elke maand, waarmee de periode drie jaar niet werd bereikt.

Artikel 4

Indien het dienstverband door de werknemer voor het behalen van de cursus wordt beëindigd, vindt geen vergoeding plaats en is de werknemer derhalve verplicht de volledige studiekosten aan de werkgever terug te betalen, zulks per de datum van het einde van het dienstverband.

Artikel 5

Indien de cursus tussentijds wordt beëindigd, wordt de vergoedingsregeling met terugwerkende kracht ingetrokken. Alle door de werkgever tijdens die cursus reeds gemaakte kosten zijn dan direct en in zijn geheel opeisbaar.

Artikel 6

Als werkgever of zijn rechtsopvolger de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met de werknemer na ommekomst daarvan niet verlengt, blijft terugbetaling als hiervoor bedoeld achterwege. (…)

2.3.

[eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] heeft op 13 mei 2016 vanwege reorganisatie een ontslagvergunning aangevraagd voor haar personeelsleden, onder wie [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] .

2.4.

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] heeft bij brief van 30 juni 2016 de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 augustus 2016. [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] is vervolgens bij zijn huidige werkgever in dienst getreden.

2.5.

Op enig moment nadat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] in dienst is getreden bij zijn nieuwe werkgever zijn de bedrijfsactiviteiten van [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] overgenomen door een derde partij die ook het personeel in dienst heeft genomen.

2.6.

[eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] heeft op de eindafrekening een bedrag van € 899,88 netto ingehouden ter zake verrekening studiekosten.

3 Het geschil in conventie en in reconventie

3.1.

[eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] tot betaling van € 5.639,09, vermeerderd met rente en kosten.

Zij legt daaraan wat betreft de hoofdsom de hierboven weergegeven feiten ten grondslag. Verder vordert [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] een bedrag van € 61,54 aan rente en een bedrag van € 620,87 aan buitengerechtelijke incassokosten.

3.2.

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] stelt zich, kort gezegd, op het standpunt dat het onder de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dan wel in strijd met goed werkgeverschap is dat [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] terugbetaling van de studiekosten vordert. [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] concludeert dan ook tot afwijzing van de vordering in conventie. In reconventie vordert [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] betaling van [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] van het op de eindafrekening ter zake verrekening studiekosten ingehouden bedrag van € 899,88 netto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente.

3.3.

Partijen hebben over en weer verweer gevoerd tegen elkaars vorderingen. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

Gelet op de samenhang van de vorderingen zullen deze gezamenlijk worden besproken.

4 De beoordeling in conventie en in reconventie

4.1.

De kantonrechter stelt om te beginnen vast dat de onderhavige studieovereenkomst voldoet aan de vereisten die de Hoge Raad heeft geformuleerd in zijn arrest van 10 juni 1983, NJ 1983/796, zodat sprake is van een geldige overeenkomst. Partijen zijn het daarover ook eens.

4.2.

In deze studieovereenkomst is in artikel 5 opgenomen dat indien de opleiding voortijdig wordt beëindigd, geen recht op vergoeding door de werkgever bestaat. [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] heeft ter zitting onweersproken gesteld dat hij pas is gestopt met de opleiding nadat hij bij zijn nieuwe werkgever in dienst is getreden. Daarmee is niet komen vast te staan dat de opleiding tijdens de duur van het dienstverband voortijdig is beëindigd, zodat dit artikel geen grond oplevert voor terugbetaling van de door [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] betaalde studiekosten.

4.3.

Verder is in artikel 4 van de studieovereenkomst bepaald dat de werknemer geen recht heeft op vergoeding van studiekosten en dat hij de door de werkgever reeds betaalde kosten moet terugbetalen indien de werknemer de arbeidsovereenkomst beëindigt.

Vast staat dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd, zodat hij in beginsel de door [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] betaalde studiekosten aan [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] dient terug te betalen. [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] erkent dit ook met zoveel woorden, echter hij is van mening dat het in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dan wel in strijd met goed werkgeverschap is dat [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] zich op deze bepaling in de studieovereenkomst beroept.

4.4.

De kantonrechter stelt bij de beoordeling van dit verweer voorop dat de Hoge Raad in het reeds onder punt 4.1 aangehaalde arrest heeft overwogen dat de werkgever onder omstandigheden “in strijd met de goede trouw” handelt als hij de werknemer aan de getroffen regeling houdt en terugbetaling vordert, terwijl de werkgever het initiatief tot het beëindigen van het dienstverband heeft genomen.

4.5.

Hoewel in de onderhavige zaak de arbeidsovereenkomst is opgezegd door de werknemer, moet dit naar het oordeel van de kantonrechter in dit geval gelijk worden gesteld aan de situatie waarin het initiatief is uitgegaan van de werkgever, nu vast staat dat voorafgaand aan de opzegging door [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] door [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] een ontslagvergunning voor hem was aangevraagd. Van een vrijwillige beëindiging van het dienstverband als bedoeld in artikel 4 van de studieovereenkomst is dan ook in feite geen sprake.

4.6.

Daarmee is echter nog niet automatisch komen vast te staan dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] studiekosten terug te vorderen. Daarvoor moet ingevolge voornoemd arrest van de Hoge Raad immers sprake zijn van bijkomende omstandigheden. De vraag is dan ook of er in dit geval van zodanige omstandigheden sprake is dat het terugvorderen van de studiekosten in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.

4.7.

Naar het oordeel van de kantonrechter is er in dit geval inderdaad sprake van dergelijke bijkomende omstandigheden.

Allereerst is van belang dat [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] ter zitting heeft verklaard dat zij [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] graag voor het bedrijf had willen behouden, maar dit niet eerder heeft uitgesproken dan nadat was opgezegd door [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] . Uitgaande van de waarheid van die bewering is het de kantonrechter onduidelijk wat dan de beweegredenen voor [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] zijn geweest om [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] toch in de ontslagprocedure te laten meelopen. Feit is echter dat daardoor voor [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] onnodige onzekerheid is gecreëerd die hem genoodzaakt heeft gezien uit te kijken naar een andere werkgever. Het nodeloos scheppen van die onzekerheid getuigt naar het oordeel van de kantonrechter van slecht werkgeverschap, en daaraan verbindt de kantonrechter consequenties.

Verder is van belang dat [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] ter zitting heeft bevestigd dat als [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] niet zelf ontslag zou hebben genomen en zijn dienstverband uiteindelijk door een derde partij zou zijn overgenomen [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] in dat geval niet gehouden zou zijn geweest tot terugbetaling van de studiekosten. In die situatie zou [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] dus ook niet meer werkzaam zijn geweest voor [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] en zouden de investeringen in de studie evenmin aan [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] ten goede zijn gekomen. Dan ligt het niet voor de hand dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] studiekosten terug zou moeten betalen omdat hij net iets eerder naar een andere werkgever is overgestapt.

Beide omstandigheden maken dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] studiekosten terug te vorderen.

4.8.

Nu in het voorgaande is geoordeeld dat [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen beroep kan doen op de terugbetalingsregeling uit de studieovereenkomst, leidt dit tot afwijzing van de vorderingen in conventie en tot toewijzing van het gevorderde in reconventie.

in conventie en in reconventie

4.9.

[eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] worden begroot op een bedrag van € 750,00 aan gemachtigdensalaris (2 x tarief € 250,00 in conventie + 2 x ½ tarief € 250,00 in reconventie).

De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis.

De kantonrechter vat de vordering tot veroordeling in de kosten van een eventuele executie op als een vordering tot veroordeling in de nakosten. Deze zullen worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK en worden begroot op een half salarispunt conform het liquidatietarief proceskosten met een maximum van € 100,00 aan nakosten salaris.

5 De beslissing in conventie en in reconventie

De kantonrechter

in conventie

5.1.

wijst het gevorderde af,

in reconventie

5.2.

veroordeelt [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] te betalen een bedrag van € 899,88 netto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW van 50%, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 september 2016 tot aan de voldoening,

in conventie en in reconventie

5.3.

veroordeelt [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] gevallen en tot op heden begroot op € 750,00, vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4.

veroordeelt [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] onder de voorwaarde dat zij niet binnen 2 weken na aanschrijving door [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 100,00 aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis,

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken.

type: EB

coll: