Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:10434

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
25-10-2017
Datum publicatie
01-11-2017
Zaaknummer
6319565 CV EXPL 17-7051
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2018:2736
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Loonvordering in kort geding jegens werkgever en vermeende opvolger door overgang van onderneming. In kg is onvoldoende zekerheid om er op te kunnen vooruitlopen dat in bodem geoordeeld zal worden dat inderdaad sprake is geweest van overgang van onderneming. Loonvordering allen jegens oorspronkelijke wg toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-1317
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Burgerlijk recht

Zaaknummer 6319565 CV EXPL 17-7051

Vonnis van 25 oktober 2017

in het kort geding van

[eiser] ,

wonend te [woonplaats] ,

eisende partij,

gemachtigde mrs. M.W. Franssen en K. van den Mosselaar

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MATCH INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Maastricht,

gemachtigden mrs. H. Willems en A.J. Exterkate

en

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LABOURFLEX B.V.,

gevestigd te Dordrecht,

gemachtigde mrs. I.M. ten Oever en J.D.M. Oude Grote Bevelsborg.

Partijen zullen hierna [eiser] , Match en Labourflex genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de exploten van dagvaarding d.d. 20 september 2017 en 22 september 2017

  • -

    de op 12 oktober 2017 van de zijde van Labourflex ter griffie ontvangen producties

  • -

    de conclusie van antwoord van de zijde van Match, ontvangen ter griffie op 13 oktober 2017

  • -

    de mondelinge behandeling ter zitting van 16 oktober 2017, waar partijen hun standpunten nader hebben toegelicht, de gemachtigden van Match en Labourflex aan de hand van een pleitnota.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Match exploiteert een uitzend- en detacheringsbureau en houdt zich tevens bezig met aanneming van werk in de ruimste zin van het woord.

2.2.

Vanaf 30 december 2010 vormen de heer [naam bestuurder] (verder te noemen: [naam bestuurder] ) en Bella Participaties B.V. (verder te noemen: Bella) feitelijk het bestuur van Match. Daaraan voorafgaand was alléén [naam bestuurder] de feitelijke bestuurder van Match.

2.3.

[eiser] is vanaf 16 september 2016 krachtens arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar fulltime in dienst getreden van Match in de functie van projectleider/accountmanager tegen een loon van € 3.672,00 bruto per vier weken exclusief vakantiebijslag en overige emolumenten.

2.4.

[eiser] heeft vanaf 17 juli 2017 geen loon meer ontvangen. Sinds 29 juli 2017 heeft hij de bedongen arbeid niet meer verricht maar heeft hij zich wel steeds bereid en beschikbaar gehouden om de bedongen werkzaamheden uit te voeren. Met ingang van

1 september 2017 heeft [eiser] een andere baan gevonden.

2.5.

Op 20 juli 2017 heeft Match bij brief aan [eiser] (productie 13 bij exploot) zich - kort samengevat - op het standpunt gesteld dat Match per 1 april 2017 is overgenomen door Labourflex dan wel Grupacon en dat alle werknemers van Match daarom per die datum van rechtswege in dienst zijn getreden van Labourflex dan wel Grupacon.

2.6.

In de daarop volgende periode heeft [eiser] Labourflex en Match schriftelijk aangesproken op doorbetaling van haar loon, evenwel zonder resultaat.

3 De vordering en het geschil

3.1.

[eiser] vordert de hoofdelijke veroordeling van Match en Labourflex om:

  • -

    binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis het achterstallige loon over de periode 17 juli 2017 tot 1 september 2017 ad € 3.672,00 bruto per vier weken met emolumenten te betalen, inclusief de wettelijke rente;

  • -

    de vakantiebijslag en eindejaarsuitkering tot 1 september 2017 te betalen, inclusief de wettelijke rente;

  • -

    binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis aan [eiser] de loonspecificaties te verstrekken over de periode 17 juli 2017 tot 1 september 2017, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 per dag voor elke dag na de betekening dat zij daar niet aan voldoen, met een maximum van € 10.000,00;

  • -

    de wettelijke verhoging te betalen over het achterstallige loon inclusief vakantietoeslag, eindejaarsuitkering en overige emolumenten, inclusief de wettelijke rente;

  • -

    een vergoeding te betalen voor de buitengerechtelijke kosten ad € 625,00 inclusief btw,

een en ander onder verwijzing van Match en Labourflex in de proceskosten en de nakosten met rente.

3.2.

[eiser] stelt zich op het standpunt dat hij niet de dupe mag worden van de onduidelijkheid over de vraag of er nu wel of niet een overgang van onderneming ex art. 7:662 B.W. e.v. heeft plaatsgevonden op 1 april 2017. Genoemde wettelijke bepalingen strekken immers ter bescherming van de werknemer bij een dergelijke overgang. Wel is hij van mening dat van een overgang van onderneming inderdaad sprake is.

3.3.

Match stelt zich op het standpunt dat sprake is van overgang van onderneming door Labourflex en dat derhalve vanaf 1 april 2017 alle werkgeversverplichtingen jegens [eiser] niet op haar maar op Labourflex rusten. Match is (was) een economische eenheid in de zin van art. 7:662 lid 2 sub b BW en kan (kon) als arbeidsintensieve onderneming gekwalificeerd worden nu werknemers haar enige productiefactoren zijn, zodat de vraag of er sprake is geweest van een overgang van onderneming beantwoord dient te worden aan de hand van de vraag of Labourflex een qua aantal en deskundigheid wezenlijk deel van het personeel heeft overgenomen. Het antwoord op die vraag is ja, aldus Match. Volgens Match zijn op

1 april 2017 immers alle (volgens Match: 490, waarvan 472 uitzendkrachten en 28 backofficemedewerkers) medewerkers overgegaan naar Labourflex. Daarnaast is het belangrijkste deel van het klantenbestand overgegaan naar Labourflex.

3.4.

Volgens Labourflex is van een overname van Match geen sprake. Weliswaar hebben er onderhandelingen plaatsgevonden aangaande een overname, doch na onderzoek was haar gebleken dat Match er financiëel niet goed voor stond en heeft zij zich uit die onderhandelingen terugggetrokken. Wel heeft zij de medewerkers van Match terwille willen zijn en heeft zij hen een contract aangeboden, doch er zijn in totaal slechts 105 ‘flexwerkers’ op dat aanbod ingegaan en van de 19 medewerkers van Match die een vaste baan hadden zijn er slechts 3 bij Labourflex in dienst gegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vordering (loon).

4.2.

Om een voorziening te kunnen treffen zoals gevorderd, dient met redelijke mate van zekerheid aangenomen te kunnen worden dat in een bodemprocedure een met de gevraagde voorziening overeenstemmende vordering zal worden toegewezen. Die beoordeling geschiedt op basis van hetgeen in deze korte procedure naar voren is gebracht en aannemelijk is gemaakt.

4.3.

Vaststaat dat [eiser] in ieder geval voor 1 april 2017 een arbeidsovereenkomst met Match had. Gesteld noch gebleken is dat die overeenkomst is opgezegd of op enige andere manier (anders dan door overgang van onderneming) op rechtsgeldige wijze is beëindigd.

De omvang van de vordering op zichzelf is door gedaagden niet betwist (afgezien van de betwisting van de buitengerechtelijke kosten door Labourflex). Dit betekent dat het onderhavige geschil zich beperkt tot de vraag of het in redelijke mate zeker is dat in een bodemprocedure geoordeeld zal worden dat sprake is geweest van een overgang van onderneming in de zin van art. 7:622 BW. Zo nee, dan dient Match het loon door te betalen, zo ja, dan dient Labourflex het loon door te betalen. Daarbij dient niet uit het oog te worden verloren dat het Match is die zich jegens [eiser] op de door hem gestelde overgang van onderneming beroept en dat de bewijslast daarvan derhalve op Match rust.

4.4.

Naar het oordeel van de kantonrechter is voornoemde mate van zekerheid thans niet aanwezig. De lezingen van Match en Labourflex lopen sterk uiteen en de stellingen, verweren en stukken die ter onderbouwing zijn overgelegd, waaronder in het bijzonder ook de rol van [naam bestuurder] in het gehele gebeuren en diens door Labourflex overgelegde verklaring van 6 september 2017, kunnen in het kader van een kort geding onvoldoende worden onderzocht om met voldoende zekerheid voornoemde rechtsvraag te kunnen beantwoorden. Dat betekent dat de kantonrechter er voorlopig nog vanuit moet gaan dat geen overgang van onderneming heeft plaatsgevonden en dat Match dus nog steeds werkgever is van [eiser] .

4.5.

Het vorenstaande betekent dat de loonvordering inclusief de vordering aangaande de loonspecificaties jegens Labourflex zal worden afgewezen en jegens Match zal worden toegewezen.

4.6.

Gebleken is dat [eiser] genoodzaakt was om kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte te maken en de gestelde daartoe verrichte werkzaamheden zijn op zichzelf niet door Match betwist. Het in dit kader gevorderde bedrag (€ 625,00), dat door Match naar eigen zeggen berekend is volgens ‘de kantonrechterstaffel’ (in plaats van het reeds sinds

1 juli 2012 van kracht zijnde Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten), gaat het in beginsel toewijsbare bedrag volgens genoemd besluit niet te boven en zal daarom worden toegewezen.

4.7.

Match zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [eiser] en tot de datum van dit vonnis begroot op

€ 583,01, bestaande uit € 400,00 aan salaris gemachtigde, € 78,00 aan griffierecht en

€ 105,01 aan explootkosten, inclusief de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag van voldoening.

4.8.

De gevorderde nakosten zullen op de hierna in het dictum weergegeven wijze worden toegewezen.

4.9.

In de voor [eiser] ontstane en voor een deel ook door Labourflex in de hand gewerkte onduidelijkheid over de vraag wie zijn werkgever is, ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten in de relatie tussen [eiser] en Labourflex te compenseren in die zin, dat beide partijen de eigen kosten dragen.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt Match om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis aan [eiser] het achterstallige loon over de periode 17 juli 2017 tot 1 september 2017 ad

€ 3.672,00 bruto per vier weken met emolumenten te betalen, inclusief de wettelijke rente,

5.2.

veroordeelt Match om de vakantiebijslag en eindejaarsuitkering tot 1 september 2017 aan [eiser] te betalen, inclusief de wettelijke rente,

5.3.

veroordeelt Match om aan [eiser] de wettelijke verhoging te betalen over het achterstallige loon inclusief vakantietoeslag, eindejaarsuitkering en overige emolumenten, inclusief de wettelijke rente;

5.4.

veroordeelt Match om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de loonspecificaties over de periode 17 juli 2017 tot 1 september 2017 aan [eiser] te verstrekken, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 per dag voor elke dag na de betekening dat zij daar niet aan voldoet, met een maximum van € 10.000,00,

5.5.

veroordeelt Match tot betaling van € 625,00 aan [eiser] als vergoeding van buitengerechtelijke kosten,

5.6.

veroordeelt Match tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot de datum van dit vonnis begroot op € 583,01, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag van voldoening,

5.7.

veroordeelt Match, onder de voorwaarde dat zij niet binnen twee weken na aanschrijving door [eiser] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 100,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de dag der voldoening, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van die betekening, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de dag der voldoening,

5.8.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.9.

compenseert de proceskosten tussen [eiser] en Labourflex in die zin, dat beide partijen de eigen kosten dragen,

5.10.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Hoekstra en is in het openbaar uitgesproken.

RK