Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:10433

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
25-10-2017
Datum publicatie
01-11-2017
Zaaknummer
6319574 CV EXPL 17-7052
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Loonvordering in kort geding jegens werkgever en vermeende opvolger door overgang van onderneming. In kg is onvoldoende zekerheid om er op te kunnen vooruitlopen dat in bodem geoordeeld zal worden dat inderdaad sprake is geweest van overgang van onderneming. Loonvordering allen jegens oorspronkelijke wg toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-1314
AR 2017/5660
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Burgerlijk recht

Zaaknummer 6319574 CV EXPL 17-7052

Vonnis van 25 oktober 2017

in het kort geding van

[eiseres] ,

wonend te [woonplaats] ,

eisende partij,

gemachtigde mrs. M.W. Franssen en K. van den Mosselaar

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MATCH INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Maastricht,

gemachtigden mrs. H. Wilms en A.J. Exterkate

en

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LABOURFLEX B.V.,

gevestigd te Dordrecht,

gemachtigde mrs. I.M. ten Oever en J.D.M. Oude Grote Bevelsborg.

Partijen zullen hierna [eiseres] , Match en Labourflex genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de exploten van dagvaarding d.d. 20 september 2017 en 22 september 2017

  • -

    de op 12 oktober 2017 van de zijde van Labourflex ter griffie ontvangen producties

  • -

    de conclusie van antwoord van de zijde van Match, ontvangen ter griffie op 13 oktober 2017

  • -

    de mondelinge behandeling ter zitting van 16 oktober 2017, waar partijen hun standpunten nader hebben toegelicht, de gemachtigden van Match en Labourflex aan de hand van een pleitnota.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Match exploiteert een uitzend- en detacheringsbureau en houdt zich tevens bezig met aanneming van werk in de ruimste zin van het woord.

2.2.

Vanaf 30 december 2010 vormen de heer [naam bestuurder] (verder te noemen: [naam bestuurder] ) en Bella Participaties B.V. (verder te noemen: Bella) feitelijk het bestuur van Match. Daaraan voorafgaand was alléén [naam bestuurder] de feitelijke bestuurder van Match.

2.3.

[eiseres] is sinds 25 oktober 2010 krachtens arbeidsovereenkomst in dienst van Match voor 38 uur per week in de functie van medewerker Controller Verkoop Binnendienst, tegen een loon van € 3.633,75 bruto per vier weken exclusief vakantiebijslag en overige emolumenten.

2.4.

[eiseres] ontvangt sinds 17 juli 2017 geen loon meer. Zij verricht de bedongen werkzaamheden vanaf 21 juli 2017 niet meer maar heeft zich steeds bereid en beschikbaar gehouden om die werkzaamheden uit te voeren.

2.5.

Op 20 juli 2017 heeft Match bij brief aan [eiseres] (productie 13 bij exploot) zich - kort samengevat - op het standpunt gesteld dat Match per 1 april 2017 is overgenomen door Labourflex dan wel Grupacon en dat alle werknemers van Match daarom per die datum van rechtswege in dienst zijn getreden van Labourflex dan wel Grupacon.

2.6.

In de daarop volgende periode heeft [eiseres] Labourflex en Match schriftelijk aangesproken op doorbetaling van haar loon, evenwel zonder resultaat.

3 De vordering en het geschil

3.1.

[eiseres] vordert de hoofdelijke veroordeling van Match en Labourflex tot wedertewerkstelling binnen 48 uur na betekening van dit vonnis op straffe van verbeurte van een dwangsom. Daarnaast vordert zij - kort gezegd - de hoofdelijke veroordeling van Match en Labourflex:

- tot doorbetaling van het loon vanaf 17 juli 2017 tot het moment dat het dienstverband rechtsgeldig is geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de respectieve verzuimdata tot aan de dag van voldoening alsmede met de wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW, alsmede de wettelijke rente over de wettelijke verhoging over het over de periode van 17 juli 2017 tot 20 september 2017 verschuldigde loon;

- tot het verstrekken van loonspecificaties op straffe van verbeurte van een dwangsom;

- tot betaling van een vergoeding van buitengerechtelijke kosten ad € 625,00 inclusief btw,

een en ander onder verwijzing van gedaagden in de proceskosten en de nakosten met rente.

3.2.

[eiseres] stelt zich op het standpunt dat hij niet de dupe mag worden van de onduidelijkheid over de vraag of er nu wel of niet een overgang van onderneming ex art. 7:622 B.W. e.v. heeft plaatsgevonden op 1 april 2017. Genoemde wettelijke bepalingen strekken immers ter bescherming van de werknemer bij een dergelijke overgang. Wel is zij van mening dat van een overgang van onderneming inderdaad sprake is.

3.3.

Match stelt zich op het standpunt dat sprake is van overgang van onderneming door Labourflex en dat derhalve vanaf 1 april 2017 alle werkgeversverplichtingen jegens [eiseres] niet op haar maar op Labourflex rusten. Match is (was) een economische eenheid in de zin van art. 7:662 lid 2 sub b BW en kan (kon) als arbeidsintensieve onderneming gekwalificeerd worden nu werknemers haar enige productiefactoren zijn, zodat de vraag of er sprake is geweest van een overgang van onderneming beantwoord dient te worden aan de hand van de vraag of Labourflex een qua aantal en deskundigheid wezenlijk deel van het personeel heeft overgenomen. Het antwoord op die vraag is ja, aldus Match. Volgens Match zijn op 1 april 2017 immers alle (volgens Match: 490, waarvan 472 uitzendkrachten en 28 backofficemedewerkers) medewerkers overgegaan naar Labourflex. Daarnaast is het belangrijkste deel van het klantenbestand overgegaan naar Labourflex.

3.4.

Volgens Labourflex is van een overname van Match geen sprake. Weliswaar hebben er onderhandelingen plaatsgevonden aangaande een overname, doch na onderzoek was haar gebleken dat Match er financiëel niet goed voor stond en heeft zij zich uit die onderhandelingen terugggetrokken. Wel heeft zij de medewerkers van Match terwille willen zijn en heeft zij hen een contract aangeboden, doch er zijn in totaal slechts 105 ‘flexwerkers’ op dat aanbod ingegaan en van de 19 medewerkers van Match die een vaste baan hadden zijn er slechts 3 bij Labourflex in dienst gegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vordering (loon).

4.2.

Om een voorziening te kunnen treffen zoals gevorderd, dient met redelijke mate van zekerheid aangenomen te kunnen worden dat in een bodemprocedure een met de gevraagde voorziening overeenstemmende vordering zal worden toegewezen. Die beoordeling geschiedt op basis van hetgeen in deze korte procedure naar voren is gebracht en aannemelijk is gemaakt.

4.3.

Vaststaat dat [eiseres] in ieder geval voor 1 april 2017 een arbeidsovereenkomst met Match had. Gesteld noch gebleken is dat die overeenkomst is opgezegd of op enige andere manier (anders dan door overgang van onderneming) op rechtsgeldige wijze is beëindigd.

De omvang van de vordering op zichzelf is door gedaagden niet betwist (afgezien van de betwisting van de buitengerechtelijke kosten door Labourflex). Dit betekent dat het onderhavige geschil zich beperkt tot de vraag of het in redelijke mate zeker is dat in een bodemprocedure geoordeeld zal worden dat sprake is geweest van een overgang van onderneming in de zin van art. 7:622 BW. Zo nee, dan dient Match het loon door te betalen, zo ja, dan dient Labourflex het loon door te betalen. Daarbij dient niet uit het oog te worden verloren dat het Match is die zich op de door haar gestelde overgang van onderneming beroept en dat de bewijslast daarvan derhalve op Match rust.

4.4.

Naar het oordeel van de kantonrechter is voornoemde mate van zekerheid thans niet aanwezig. De lezingen van Match en Labourflex lopen sterk uiteen en de stellingen, verweren en stukken die ter onderbouwing zijn overgelegd, kunnen in het kader van een kort geding onvoldoende worden onderzocht om met voldoende zekerheid voornoemde rechtsvraag te kunnen beantwoorden. Dat betekent dat de kantonrechter er voorlopig nog vanuit moet gaan dat geen overgang van onderneming heeft plaatsgevonden en dat Match dus nog steeds werkgever is van eiser.

4.5.

Het vorenstaande betekent dat de loonvordering inclusief de vordering aangaande de loonspecificaties jegens Labourflex zal worden afgewezen en jegens Match zal worden toegewezen.

4.6.

Gebleken is dat [eiseres] genoodzaakt was om kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte te maken en de gestelde daartoe verrichte werkzaamheden zijn op zichzelf niet door Match betwist. Het in dit kader gevorderde bedrag (€ 625,00), dat door [eiseres] naar eigen zeggen berekend is volgens de kantonrechterstaffel (in plaats van het reeds sinds 1 juli 2012 van kracht zijnde het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten), gaat het in beginsel toewijsbare bedrag volgens genoemd besluit niet te boven en zal daarom worden toegewezen.

4.7.

De gevorderde wedertewerkstelling is niet toewijsbaar, nu Match heeft gesteld dat werkzaamheden feitelijk niet meer voorhanden zijn, hetgeen door [eiseres] niet althans onvoldoende is betwist.

4.8.

Match zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot de datum van dit vonnis begroot op

€ 583,01, bestaande uit € 400,00 aan salaris gemachtigde, € 78,00 aan griffierecht en

€ 105,01 aan explootkosten, inclusief de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag van voldoening

4.9.

De gevorderde nakosten zullen op de hierna in het dictum weergegeven wijze worden toegewezen.

4.10.

In de voor [eiseres] ontstane en voor een deel ook door Labourflex in de hand gewerkte onduidelijkheid over de vraag wie zijn werkgever is, ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten in de relatie tussen [eiseres] en Labourflex te compenseren in die zin, dat beide partijen de eigen kosten dragen.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt Match om aan [eiseres] € 3.633,75 bruto per vier weken te betalen vanaf 17 juli 2017 tot aan het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de respectieve verzuimdata tot aan de dag van voldoening en met de wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW, alsmede de wettelijke rente over de wettelijke verhoging over het over de periode van 17 juli 2017 tot

20 september 2017 verschuldigde loon,

5.2.

veroordeelt Match om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis aan [eiseres] loonspecificaties te verstrekken ter zake van het loon over de periode van

17 juli 2017 tot 20 september 2017, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van

€ 100,00 per dag voor elke dag dat Match daar niet aan voldoet, met een maximum van

€ 10.000,00,

5.3.

veroordeelt Match tot het verstrekken van loonspecificaties voor het einde van elke maand aan [eiseres] ter zake van het loon vanaf 21 september 2017 totdat de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze zal zijn beëindigd, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 per dag voor elke dag dat Match daar na betekening van dit vonnis niet aan voldoet, met een maximum van € 10.000,00,

5.4.

veroordeelt Match om aan [eiseres] € 625,00 te betalen als vergoeding van buitengerechtelijke kosten,

5.5.

veroordeelt Match tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot de datum van dit vonnis begroot op € 583,01, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag van voldoening,

5.6.

veroordeelt Match, onder de voorwaarde dat zij niet binnen twee weken na aanschrijving door [eiseres] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 100,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de dag der voldoening, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van die betekening, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de dag der voldoening,

5.7.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.8.

compenseert de proceskosten tussen [eiseres] en Labourflex in die zin, dat beide partijen de eigen kosten dragen,

5.9.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Hoekstra en is in het openbaar uitgesproken.

RK