Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:10272

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
24-10-2017
Datum publicatie
24-10-2017
Zaaknummer
03/866188-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Oplichting via Markplaats.nl bewezen. Meermalen gepleegd. Voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden. Proeftijd 3 jaar. Ook bijzondere voorwaarden. Tevens terugbetaling aan slachtoffers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/866188-16

Tegenspraak (gemachtigde raadsman)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 24 oktober 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. P.W. Szymkowiak, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 10 oktober 2017. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte zes personen heeft opgelicht via Marktplaats, al dan niet samen met een ander of anderen.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte zes personen heeft opgelicht door onder valse naam goederen op Marktplaats.nl aan te bieden en te verkopen, zonder deze ook te leveren. Dat was de verdachte ook helemaal niet van plan: hij gebruikte niet alleen valse namen en adressen, maar bewoog de kopers ook met smoesjes en valse geruststellingen ertoe geld naar een rekening over te maken, om vervolgens niets meer van zich te laten horen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit. De verdachte heeft bij de politie een bekennende verklaring afgelegd, maar die is ongeloofwaardig en uitsluitend ingegeven door het streven van de verdachte zijn vriendin uit de wind te houden. Zij is namelijk degene geweest die de slachtoffers heeft opgelicht. De bankrekening stond op haar naam en haar verklaring dat zij die rekening niet gebruikte, is ongeloofwaardig. Ook de manier van communiceren met de slachtoffers past eerder bij haar karakter, dan bij dat van de verdachte. De verdachte kwam bij het verhoor amper zelf met informatie en liet zich het meeste in de mond leggen door de verhoorder, aldus de raadsman. De raadsman heeft subsidiair aangevoerd dat vrijspraak moet volgen in de zaken van aangevers [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] , omdat niet uit het dossier blijkt hoe de communicatie is verlopen. Daardoor ontbreekt het bewijs voor het causale verband tussen de ‘valsheid’ en het ‘bewegen tot de afgifte van geld’. Hij verwijst ter onderbouwing van zijn standpunt naar een conclusie van advocaat generaal Bleichroth, gepubliceerd onder ECLI:NL:PHR:2016:208.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Zes personen hebben aangifte gedaan van oplichting. Zij hebben geld overgemaakt naar een rekeningnummer op naam van [naam vriendin] , rekeningnummer [rekeningnummer] .2 Kort samengevat dienden de overboekingen als betaling voor te leveren spullen, die vervolgens niet geleverd werden.

Het betreft de volgende personen:

- [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] heeft op 28 juni 2015 € 330,- laten bijschrijven op voornoemd rekeningnummer;3

- [slachtoffer 2] . [slachtoffer 2] heeft op 24 juni 2015 € 306,95 overgemaakt naar voornoemd rekeningnummer;4

- [slachtoffer 3] . [slachtoffer 3] heeft op 8 juli 2015 € 130,- overgemaakt naar voornoemd rekeningnummer;5

- [slachtoffer 4] . [slachtoffer 4] heeft op 9 juli 2015 € 207,- overgemaakt naar voornoemd rekeningnummer;6

- [slachtoffer 5] . [slachtoffer 5] heeft op 6 juli 2015 € 60,- overgemaakt naar voornoemd rekeningnummer;7

- [slachtoffer 6] . [slachtoffer 6] heeft op 28 juni 2015 € 300,- laten bijschrijven op voornoemd rekeningnummer.8

De aangevers hebben verklaard dat zij via Marktplaats gereageerd hebben op het aanbod van goederen: drones (Phantom 2 Vision, DJI Phantom 2, DJI Phantom 2 vision), een trompet en iPhones. De aanbieder noemde zich [achternaam] , maar telkens met een andere voornaam: [alias 1] , [alias 2] , [alias 3] , [alias 4] , [alias 5] en [alias 6] en telkens met een andere woonplaats (Vlissingen, Kerkrade, Apeldoorn/Stiens, Groningen, Heerlen).

Aangevers mailden met de aanbieder over de aan te kopen spullen en de manier van betalen en leveren. De goederen werden echter nooit geleverd: nadat het geld was overgemaakt, stopte de aanbieder met reageren. Aangevers constateerden achteraf ook dat de aanbieder vaker via Marktplaats (dezelfde) goederen aanbood, onder verschillende namen en plaatsen.9

De aanbieder creëerde (tijds)druk om geld over te maken voordat hij het goed zou opsturen en probeerde vertrouwen te wekken en de kopers gerust te stellen. Zo mailt aanbieder [alias 1] naar [slachtoffer 1] , die gevraagd heeft de drone op te sturen:

20:43 uur: U kunt vannacht komen of ik zal deze (de rechtbank: d.w.z. de Phantom 2 Vision) kunnen verzenden morgenvroeg voordat we vertrekken? We gaan morgen naar Centerparcs, dan moet het morgenochtend erop staan. Dan zal ik deze morgenochtend kunnen verzenden.

[slachtoffer 1] mailt dat hij een beetje huiverig is en zeker wil weten of [alias 1] de drone op zal sturen en stelt een verzending onder rembours voor. [alias 1] stelt [slachtoffer 1] gerust maar voert tegelijkertijd de druk verder op:

22:07 uur: Ik kan het begrijpen. Ik kan u vertellen dat ik al ruim 3 jaar via marktplaats verstuur en heb nooit problemen gehad met een verzending. Onder rembours is een optie, maar ik heb hier vaker 1 week op mijn geld moeten wachten van postnl en dit duurt mij eerlijk gezegd iets te lang.

Daarop zwicht [slachtoffer 1] , waarna [alias 1] hem nog eens gerust stelt:

22:28 uur: Oké, ik weet zeker dat u tevreden zal zijn over de levering en de drone. Ik laat u direct weten als ik deze verzonden heb en dan krijgt u van mij het track and trace nummer.

Nadat [slachtoffer 1] een screenshot van de betaling heeft gestuurd:

23:14 uur: Ik ga deze direct morgen voordat ik vertrek verzenden en dan hoort u van mij. 10

[slachtoffer 1] kreeg echter daarna geen contact meer met [alias 1] .

Ook met aangever [slachtoffer 2] communiceerde aanbieder [alias 2] op een soortgelijke manier. [slachtoffer 2] stelt voor langs te komen. [alias 2] mailt dan:

14:09 uur: Kunt u vanavond 11.00 uur na mijn late dienst?

14:57 uur: Ik heb net eve contact gehad met mijn ouders, maar hun vinden 11 uur te laat, omdat ze op tijd naar bed gaan, aangezien we morgen op vakantie gaan.

15:15 uur: Als u mij een screenshot stuurt, stuur ik hem morgenochtend direct op voordat we vertrekken. Dan stuur ik u nog effe het track and trace nummer, als ik het verzonden heb.

Vervolgens als aangever [slachtoffer 2] om 15:29 uur een screenshot stuurt van de overboeking en voorstelt de drone alsnog af te komen halen:

17:50 uur: Mijn ouders zeiden dat ik het beter nog niet kon afgeven als de betaling niet binnen is.

Vervolgens als [slachtoffer 2] voorstelt om de volgende ochtend vroeg te komen:

19:33 uur: ik doe hem morgen 100% op de post in de ochtend, voordat we vertrekken. 11

Wederom reageerde [alias 2] nergens meer op.

Ook bij [slachtoffer 4] vroeg aanbieder [alias 4] om snelle betaling, zodat de iPhone 100% voor [slachtoffer 4] zou zijn met de belofte van het sturen van de iPhone de ochtend erop en van het sturen van een track and trace nummer. 12 Ook aangevers van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5] kregen de toezegging van het sturen van een track and trace nummer.13

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte degene is geweest die zich, telkens met een andere naam en adres heeft voorgedaan als betrouwbare verkoper van spullen, maar deze niet heeft opgestuurd naar de kopers, nadat zij betaald hadden. De verdachte heeft bij de politie namelijk erkend dat hij telkens onder een andere naam goederen verkocht via Marktplaats en altijd het rekeningnummer gebruikte van zijn vriendin, [naam vriendin] , met wie hij samenwoonde. De verdachte woonde in [K.] en dus niet in de hiervoor genoemde andere steden.14

De verdachte is dan ook degene geweest die met de aangevers communiceerde, zoals hiervoor weergegeven.

Dat alles levert oplichting op. De verdachte nam niet alleen een valse naam aan, maar frustreerde ook zijn traceerbaarheid door valse woonplaatsen en adressen te geven, vermeed ontmoetingen en drong telkens aan op het overschrijven van het geld in combinatie met geruststellende beloften. Dat laatste geldt ook ten aanzien van aangevers [slachtoffer 6] en [slachtoffer 5] . Ten aanzien van deze aangevers heeft de raadsman, bij wijze van subsidiair verweer, ook vrijspraak bepleit. Het dossier bevat weliswaar geen afdrukken van de communicatie per e-mail tussen hen en aanbieders [alias 6] en [alias 5] , maar in samenhang bezien met het bewijs in de andere vier zaken en het gegeven dat een en ander zich in dezelfde periode heeft voorgedaan, vindt de rechtbank dat er voldoende bewijs is dat de verdachte ook deze personen heeft opgelicht. Van een medepleger is niet gebleken. Van dat onderdeel van de tenlastelegging moet de verdachte worden vrijgesproken.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman dat de verdachte zijn verklaring heeft afgelegd om te voorkomen dat [naam vriendin] als verdachte zou worden aangemerkt. De verdachte is zelf niet ter terechtzitting gekomen om hier iets over te zeggen, terwijl dat voor de hand zou hebben gelegen. Feitelijk is hij dus niet op zijn verklaring teruggekomen en de rechtbank ziet geen reden hem niet aan die bekennende verklaring te houden.

De rechtbank kan op geen enkele manier uit de e-mails afleiden wat het karakter van de oplichter moet zijn geweest, laat staan dat zij beoordelen kan of die berichten beter zouden passen bij [naam vriendin] dan bij de verdachte. De onderbouwing daarvan van de raadsman acht de rechtbank te mager. In twee gevallen wendt de aanbieder voor dat hij een dag later op vakantie gaat en laat hij de mogelijkheid van het persoonlijk afhalen op diezelfde avond nog afketsen. De rechtbank ziet -in tegenstelling tot de raadsman- niet in waarom deze smoes eerder wijst op een vrouwelijke dader, dan een mannelijke.

Verder geeft de verdachte in zijn verhoor wel degelijk uit zichzelf daderinformatie. De verdachte begint aanvankelijk zelf over een drone, als hem gevraagd wordt welke verkoopzaken hij allemaal had lopen. Op de vraag onder welke naam hij die drone verkocht, antwoordt de verdachte dat hij dat niet meer weet, omdat hij bij elke verkoop een andere naam en ander adres gebruikt, wat nauw aansluit op het beeld dat oprijst uit de aangiften. Op de vraag over een Yamaha blaasinstrument verklaart de verdachte dat dit een trompet is geweest, wat overeenkomt met de zaak van aangever [slachtoffer 3] . Er is dus geen sprake geweest van het louter bevestigen van wat de verhoorder hem voorhield.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

in de periode van 24 juni 2015 tot en met 9 juli 2015 in Nederland (telkens) met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, hierin bestaande dat verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid zich op de internetsite Marktplaats.nl heeft voorgedaan als bonafide verkoper van mobiele telefoons, drones en een trompet, waarbij hij, verdachte, zich heeft voorgedaan als [alias 1] en [alias 2] en [alias 3] en [alias 4] en [alias 5] en [alias 6] , waarbij hij, verdachte met die kopers heeft afgesproken dat ze de koopsom moesten overmaken naar een door hem, verdachte, opgegeven rekeningnummer, waarna hij, verdachte, de goederen naar de kopers zou verzenden, waardoor voornoemde [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] (telkens) werden bewogen tot bovenomschreven afgifte.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

oplichting, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf van 3 maanden op te leggen.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht te volstaan met hooguit een voorwaardelijke straf, wanneer zij het feit bewezen acht. De oplegging van een onvoorwaardelijke straf vindt de raadsman onwenselijk gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

De rechtbank dient rekening te houden met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. Omdat de verdachte in januari 2017 is veroordeeld door de rechtbank voor andere feiten, had het onderhavige feit ook eerder beoordeeld kunnen worden en zou de straf niet hoger of anders geworden zijn. Het opleggen van een voorwaardelijke straf heeft overigens geen meerwaarde, omdat de verdachte nog in een proeftijd loopt op basis van het vonnis in die zaak en aan hem bijzondere voorwaarden zijn opgelegd waaraan hij zich houdt, aldus de raadsman.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft mensen opgelicht door op Marktplaats.nl goederen aan te bieden die na ontvangst van de betaling van de kopers niet werden opgestuurd. De verdachte heeft zich in de advertenties en het e-mailverkeer met de kopers voorgedaan als een betrouwbare verkoper en met een mix van toezeggingen en druk de kopers ertoe bewogen geld naar de rekening van zijn vriendin over te maken. Verdachte heeft misbruik gemaakt van het vertrouwen van de kopers met als kennelijk doel zijn eigen financieel gewin. De slachtoffers zijn door de verdachte gedupeerd en hebben tot op de dag van vandaag niets van hun geld teruggekregen. Het kopen en verkopen via internet is voor velen een prettige manier van handelen, maar door toedoen van mensen zoals de verdachte loopt het vertrouwen erin opnieuw een deuk op.

De strafrechtspraak hanteert bij het bepalen van de strafmaat bij fraude oriëntatiepunten voor de straftoemeting. De hoogte van de straf is daarin afhankelijk van de hoogte van het fraudebedrag. Bij een fraudebedrag tot € 10.000,- past een gevangenisstraf van 1 week tot 2 maanden en een taakstraf als vertrekpunt van denken. In de onderhavige zaak is het bedrag dat de verdachte van de slachtoffers heeft afgetroggeld in totaal ruim € 1.300,-. Dat is op zich niet zo hoog, zij het dat het voor betrokkenen toch veel geld is geweest en het van belang is niet alleen de verdachte te straffen, maar ook een algemeen signaal te geven om internetfraude tegen te gaan. De rechtbank vindt dan ook het opleggen van gevangenisstraf in beginsel gepast.

De rechtbank verwerpt ook het verweer van de raadsman dat de rechtbank voor het onderhavige feit geen extra straf zou hebben gegeven, als zij dit had kunnen meewegen bij haar vonnis van 24 januari 2017, toen de verdachte ook voor vermogensdelicten is veroordeeld. De rechtbank houdt rekening met het bepaalde van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, maar het strafmaximum dat daardoor geldt, wordt bij lange na niet gehaald als de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou opleggen overeenkomstig het oriëntatiepunt.

De rechtbank ziet daar desalniettemin vanaf. Dat baseert de rechtbank op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het gegeven dat tot nu toe gebleken is dat hij zich niet onttrekt aan de bijzondere voorwaarden en het reclasseringstoezicht, die door de rechtbank zijn opgelegd bij voornoemd vonnis. De rechtbank is daarom van oordeel dat het beter is de verdachte aan te moedigen door te gaan met het huidige resocialisatietraject en de komende jaren onder leiding van de reclassering te werken aan een delictvrij bestaan.

Hij hoeft dus wat de rechtbank betreft niet terug naar de gevangenis. De rechtbank zal hem een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Daartegenover staat dan wel dat deze straf forser moet zijn dan enkele maanden, omdat er anders mogelijk te weinig druk uitgaat van de straf die hem boven het hoofd hangt, als hij weer de fout ingaat. De rechtbank kiest voor de duur van 6 maanden. Aan deze voorwaardelijke straf zal zij, wederom, bijzondere voorwaarden verbinden en een proeftijd van 3 jaren.

7 De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de benadeelde partijen

De benadeelde partijen [slachtoffer 6] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] vorderen ieder een schadevergoeding. Zij vorderen het bedrag terug van de verdachte dat zij ten onrechte naar hem hebben overgemaakt.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de vorderingen toewijsbaar en heeft de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht gevorderd.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. In zijn visie kunnen de vorderingen dan ook niet worden toegewezen.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de vorderingen toewijzen. De gevorderde schade acht zij het rechtstreeks gevolg van de bewezenverklaarde oplichting en de verdachte is voor deze schade aansprakelijk. De toe te wijzen bedragen moeten worden vermeerderd met de wettelijke rente.

De rechtbank zal ook de schadevergoedingsmaatregel opleggen aan de verdachte, opdat de staat het geld bij de verdachte kan innen, in het geval hij de schade niet uit eigen beweging zal betalen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 57, 63 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf van 6 maanden;

  • -

    bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd van 3 jaren:

  • -

    zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of

  • -

    geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen,

dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd:

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich binnen 1 week na onherroepelijk worden van dit vonnis meldt bij Leger des Heils Limburg, Jeugdbescherming en Reclassering, Putgraaf 3 te 6411 GT Heerlen en zich gedurende de proeftijd op door de reclassering te bepalen tijdstippen blijft melden, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- gedurende de proeftijd een ambulante behandeling zal volgen van Mondriaan Zorggroep te Heerlen (Radix), of - dit ter beoordeling van de reclassering - een soortgelijke instelling voor ambulante zorg en zich zal houden aan de aanwijzingen die hem door de behandelaars zullen worden gegeven;

- geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

  • -

    veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 6] , wonende te [woonplaats] , te betalen € 300,- te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 28 juni 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 6] van € 300,-, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 6 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 28 juni 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij J.Th. [slachtoffer 3], wonende te [woonplaats] , te betalen € 130,-, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 8 juli 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer J.Th. [slachtoffer 3] van € 130,-, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 2 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 8 juli 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] , wonende te [woonplaats] , te betalen € 330,-, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 28 juni 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van € 330,-, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 6 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 28 juni 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] , wonende te [woonplaats] , te betalen € 306,95, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 24 juni 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] van € 306,95, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 6 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 24 juni 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;

- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Schutte, voorzitter, mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe en mr. J.A.A.C. Claessen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.P. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 24 oktober 2017.

Buiten staat

Mr. J.A.A.C. Claessen is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging- ten laste gelegd dat

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2015 tot en met 23 juli 2015 te Heerlen en/of Roggel en/of Ridderkerk en/of Gendt en/of Medemblik en/of Koudum en/of Putten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander (en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, hierin bestaande dat verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich op de internetsite Marktplaats.nl heeft voorgedaan als bonafide verkoper van een of meer mobiele telefoon(s) en/of drone(s) en/of een trompet, in elk geval van een of meer goed(eren) en/of waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(s), zich heeft/hebben voorgedaan als [alias 1] en/of [alias 2] en/of [alias 3] en/of [alias 4] en/of [alias 5] en/of [alias 6] , in elk geval als een ander dan zichzelf en/of waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met die kopers heeft/hebben afgesproken dat ze de koopsom moesten overmaken naar een door hem, verdachte en/of zijn mededader(s), opgegeven rekeningnummer, waarna hij, verdachte en/of zijn mededader(s), de goederen naar de kopers zou(den) verzenden, waardoor voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2015126035, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 94.

2 Het proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 21.

3 Het geschrift, dossierpagina 9.

4 Het geschrift Af & Bij: [alias 2] , dossierpagina 24.

5 Het geschrift Betalen & Sparen-Rabobank, dossierpagina 40.

6 Het geschrift Transactiedetails, dossierpagina 46;

7 Het geschrift Document 2: PV van Aangifte (Algem.), dossierpagina 66.

8 Het geschrift Bij- en Afschrijvingen Resultaat, dossierpagina 23.

9 De processen-verbaal van aangifte, dossierpagina 6, 24, 37, 44, het geschrift Document 2: PV van Aangifte (Algem.), dossierpagina 66 en het geschrift Document 1: PV van aangifte (Algem.), dossierpagina 73.

10 Het geschrift, bestaande uit de afdrukken van e-mails, dossierpagina 10a t/m 13.

11 Het geschrift, bestaande uit de afdrukken van e-mails, niet opgenomen in de doornummering, maar bijgevoegd bij de stukken van de benadeelde partij [slachtoffer 2] , een deel van deze e-mails is ook te vinden op dossierpagina 29 t/m 33.

12 Het geschrift, bestaande uit de afdrukken van e-mails, dossierpagina 52 en 55

13 Het geschrift, bestaande uit de afdrukken van e-mails, dossierpagina 41 en het geschrift Document 2: PV van Aangifte (Algem.), dossierpagina 66.

14 Het proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 86 t/m 88.