Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:10215

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
25-10-2017
Datum publicatie
25-10-2017
Zaaknummer
C/03/230928 / HA ZA 17-51
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beroepsaansprakelijkheid notaris.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/5526
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/230928 / HA ZA 17-51

Vonnis van 25 oktober 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] ,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats 1] ,

eiseres,

advocaat mr. J.H.M. Daniëls te Sittard,

tegen

1 [gedaagde sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde sub 2], in haar hoedanigheid van voormalig lid van de inmiddels ontbonden maatschap [naam ontbonden maatschap] ,

gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats 2] ,

3. de per 28 november 2016 ontbonden besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde sub 3], in haar hoedanigheid van voormalig lid van de inmiddels ontbonden maatschap [naam ontbonden maatschap] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 3] ,

gedaagden,

advocaat mr. P.J. de Jong Schouwenburg te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres] , de notaris, [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] (dan wel gedaagden tezamen: “ [gedaagden] c.s.”) worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de exploten van dagvaarding van 11 en 16 januari 2017

- de conclusie van antwoord van 29 maart 2017

  • -

    de dagbepaling van comparitie van 12 april 2017

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 13 juni 2017.

1.2.

Deze zaak is ter afdoening verwezen naar de meervoudige kamer van deze rechtbank, zittingsplaats Maastricht.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De heer [naam bestuurder eiseres] is de bestuurder van [eiseres] heeft op

5 januari 2010, 31 maart 2010, 22 november 2010 en 16 juni 2011 - telkens door het recht van hypotheek gedekte - geldleningen van in totaal € 1.030.000,00 (paragraaf 8, dagvaar-ding) aan de heer [naam hypotheeknemer] in privé, dan wel - kort gezegd - aan één van zijn bedrijven (hierna tezamen in enkelvoud te noemen: “ [bedrijf hypotheeknemer] ”) verstrekt. De aktes van hypothecaire geldleningen zijn verleden door notaris mr. [naam notaris ] , dan wel door de notaris (producties 6 t/m 10 bij dagvaarding).

2.2.

De notaris maakt deel uit van de praktijkvennootschap [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] hebben tot 31 december 2015 deel uitgemaakt van de Maatschap [naam ontbonden maatschap] Brunssum (hierna te noemen: “de maatschap”). De maatschap is op 31 december 2015 ontbonden.

2.3.

Op 22 januari 2014 heeft [eiseres] de voormelde hypothecaire geldleningen verkocht aan [bedrijf hypotheeknemer] Holding B.V. voor € 1.030.000,00. De koopprijs is voldaan door [bedrijf hypotheeknemer] Holding B.V. middels schuldomzetting. [eiseres] verkreeg hierdoor in plaats van vijf, door het recht van eerste hypotheek gedekte vorderingen, één niet meer door het recht van hypotheek gedekte vordering van geldlening op [bedrijf hypotheeknemer] Holding B.V.

2.4.

De betreffende notariële akte van 22 januari 2014 met dossiernummer 44724/HZ/cs (productie 15 bij dagvaarding), opgemaakt door de notaris, vermeldt dienaangaande:

7. Koopprijs

De comparanten, handelend als gemeld, verklaren dat deze verkoop en koop geschiedt voor de koopprijs van eenmiljoen dertigduizend euro (€ 1.030.000,00), zijnde het totaal van de nominale vorderingen.

Deze koopprijs is betaald middels omzetting.

SCHULDOMZETTING

Voormelde vordering is door de koper voldaan door middel van schuldomzetting. Deze schuldomzetting bestaat hierin dat de verkoper afstand heeft gedaan van zijn vordering wegens koop op de koper, hetgeen door de koper is aanvaard, waartegenover de koper aan de verkoper schuldig erkent uit hoofde van een geldlening een bedrag van eenmiljoen dertigduizend euro (€ 1.030.000,00), gelijk aan voormelde koopsom. De verkoper verklaart de schulderkenning aan te nemen.

De koper, hierna ook te noemen: schuldenaar, is daarom wegens geleend geld verschuldigd aan de verkoper, hierna ook te noemen: de schuldeiser, een bedrag van eenmiljoen dertigduizend euro (€ 1.030.000,00), hierna ook genoemd de hoofdsom.

Voor deze geldleningschuld gelden de volgende bepalingen:

1. Looptijd

De geldlening is ingegaan op heden en aangegaan voor een looptijd van tien (10) jaar tot eenendertig januari tweeduizendvierentwintig, tenzij de geldlening eerder wordt beëindigd als in deze akte voorzien.

3. Annuïteit

De lening moet worden afgelost op basis van annuïteiten. Dit houdt in dat gedurende de overeengekomen looptijd van de lening, *op de laatste werkdag, een vast bedrag moet worden betaald voor rente en aflossing (annuïteit), zodanig dat aan het einde van de looptijd met de betaling van de laatste annuïteit alle rente is voldaan en de lening geheel is afgelost. De eerste annuïteit wordt voldaan op achtentwintig februari tweeduizend veertien.

Op basis van het nu geldende rentepercentage en de looptijd bedraagt de annuïteit tienduizend negenhonderdvierentwintig euro en vijfendertig eurocent (€ 10.924,35) per maand.…

7. Vervroegde opeising door de schuldeiser

De schuldeiser kan de lening in haar geheel zonder opzegtermijn of ingebrekestelling, opeisen:

- als de schuldenaar de verplichtingen op grond van deze akte niet stipt nakomt of uit zijn gedragingen valt af te leiden dat hij in de nakoming van zijn verplichtingen zal tekortschieten;

- …

De inhoud van de akte is aan hen opgegeven en toegelicht. De verschenen personen hebben verklaard op volledige voorlezing van de akte geen prijs te stellen, tijdig voor het verlijden van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen en met de inhoud in te stemmen. Onmiddellijk daarna is de akte beperkt voorgelezen en door de verschenen personen en mij, notaris, ondertekend.

2.5.

De maatschap heeft naar aanleiding van het bovenstaande op 24 januari 2014 onder nummer 2013Z44724HZ een nota en urenspecificatie aan [bedrijf hypotheeknemer] gezonden (productie 17 bij dagvaarding). In die specificatie is onder andere vermeld dat de notaris op 20 januari 2014 een “Bespreking cliënt(en)” heeft gehad en dat de betreffende “Gewerkte tijd 01:35” bedraagt. De notaris heeft inzake het passeren van de (bovenstaande) akte op 22 januari 2014 “01:10” aan gewerkte tijd geregistreerd.

2.6.

Op 31 juli 2014 hebben [bedrijf hypotheeknemer] en [eiseres] , handelend als enige directeuren van [bedrijf hypotheeknemer] Holding B.V., tot zekerheid van de bovenstaande geldlening, ten behoeve van [eiseres] het recht van hypotheek gevestigd op het registergoed: de loods met kantoren, werkplaats en buitenterrein aan de [adres] te [vestigingsplaats 4] (productie 19 bij dagvaarding). Dit registergoed was oorspronkelijk bezwaard met een recht van eerste tot en met derde hypotheek (voor € 490.000,00 in totaal) ten behoeve van [eiseres] en een recht van vierde hypotheek (voor € 200.000,00) ten behoeve van de ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam. De eerste drie hypotheekrechten die op 22 januari 2014 overgedragen waren aan [bedrijf hypotheeknemer] Holding B.V. zijn bij de onderhavige hypotheekakte van 31 juli 2014 (terug) overgedragen en gevestigd ten behoeve van [eiseres] Het dan eerste recht van hypotheek van de ABN AMRO Bank N.V. is blijven gelden.

2.7.

Op 20 oktober 2015 heeft [eiseres] de notaris aansprakelijk gesteld en gesom-meerd die aansprakelijkstelling te melden bij de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar (productie 24 bij dagvaarding). De notaris heeft op 22 oktober 2015 op die brief gereageerd (e-mail, productie 26 bij dagvaarding) en op 7 november 2015 de gestelde aansprakelijkheid verworpen (productie 27 bij dagvaarding).

2.8.

Op 15 december 2015 is [bedrijf hypotheeknemer] Holding B.V. failliet verklaard.

2.9.

[eiseres] heeft de notaris op 21 januari 2016 wederom gesommeerd aansprakelijkheid te erkennen en € 916.134,75, vermeerderd met rente, te voldoen (productie 25 bij dagvaarding).

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] stelt - kort gezegd - dat haar rechtspositie als schuldeiser van [bedrijf hypotheeknemer] Holding B.V., als gevolg van de akte van 22 januari 2014, is verslechterd en dat de notaris [eiseres] bij de totstandkoming en het passeren van die akte onvoldoende op de inhoud en strekking van die akte heeft gewezen. [eiseres] heeft ten gevolge van haar verslechterde rechtspositie als schuldeiser, nadat [bedrijf hypotheeknemer] Holding B.V. failliet was gegaan, een groot deel van de geldlening niet op (de failliete boedel van) [bedrijf hypotheeknemer] Holding B.V. kunnen verhalen en stelt dat zij hierdoor schade lijdt ad € 1.147.056,75 in totaal. De notaris had haar hiervoor moeten waarschuwen en heeft, nu hij dit niet heeft gedaan, niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van hem als een redelijk bekwaam en redelijk handelend notaris mag worden verwacht. Op grond hiervan is hij aansprakelijk voor de ontstane schade van [eiseres] ad € 1.147.056,75.

De maatschap, respectievelijk de leden van de ontbonden maatschap, zijn op grond van artikel 7A:1680 BW ieder afzonderlijk voor gelijke delen aansprakelijk voor die schade, aldus [eiseres]

3.2.

Voor het geval dat er sprake zou zijn van een overeenkomst van opdracht tussen partijen is [eiseres] - kort gezegd - van mening dat [gedaagden] c.s. tekort is geschoten in de nakoming van die overeenkomst, met als gevolg de bovenstaande door [eiseres] gestelde schade.

3.3.

[eiseres] vordert gelet op het bovenstaande (samengevat):

- primair een verklaring van recht dat [gedaagden] c.s., althans de notaris en [gedaagde sub 2] , althans de notaris, onrechtmatig jegens [eiseres] heeft, dan wel hebben gehandeld door niet de zorgvuldigheid te hebben betracht die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsoefenaar mocht worden verwacht,

- subsidiair een verklaring van recht dat [gedaagden] c.s., althans [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] , toerekenbaar te kort zijn geschoten jegens [eiseres] doordat zij bij de uitvoering van de opdracht niet de zorgvuldigheid hebben betracht die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsoefenaar mocht worden verwacht,

- primair en subsidiair de hoofdelijke veroordeling van [gedaagden] c.s., althans de notaris en [gedaagde sub 2] , tot betaling van € 1.147.056,75, vermeerderd met rente en kosten.

3.4.

[gedaagden] c.s. voert verweer.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Betreffende de primaire vordering

4.1.

Een notaris dient bij de uitoefening van zijn ambt te handelen als een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot. Hij dient op grond van artikel 17 lid 1 van de Wet op het notarisambt (Wna) zijn ambt in onafhankelijkheid uit te oefenen en de belangen van alle bij de rechtshandeling betrokken partijen op onpartijdige wijze en met de grootst mogelijke zorgvuldigheid te behartigen.

Artikel 4 lid 1 van de Verordening Beroeps- en gedragsregels verplicht de notaris bovendien, voor zover de wet of de gewoonte dit van hem verlangt, alle partijen bij de rechtshandeling waarvoor zijn tussenkomst is ingeroepen, ook als die niet in een akte is neergelegd, voor te lichten over de gevolgen van die handeling.

4.2.

[eiseres] heeft - kort gezegd - gesteld dat de notaris in strijd met de bovenstaande maatstaf heeft gehandeld. [eiseres] heeft in de dagvaarding, ter onderbouwing van het gestelde onrechtmatig handelen van de notaris, echter feiten gesteld die niet overeenkomen met de op de comparitie door [eiseres] gestelde feiten en omstandigheden.

4.2.1.

[eiseres] heeft in de dagvaarding onder randnummer 28 vermeld dat [eiseres] niet had begrepen dat zij met het passeren van de akte van 22 januari 2014 en de in die akte neerlegde schuldomzetting haar hypothecaire zekerheden prijsgaf en dat zij hierdoor het risico liep dat zij, indien [bedrijf hypotheeknemer] Holding B.V. failliet zou gaan, haar investering van € 1.030.000,00 (grotendeels) kwijt zou raken. [eiseres] heeft gesteld dat indien zij de strekking van die wijziging had begrepen, zij niet met het passeren van de onderhavige akte had ingestemd.

4.2.2.

[eiseres] heeft in de dagvaarding onder randnummer 29 - kort gezegd - gesteld dat een overleg tussen de notaris en [eiseres] , waarbij de notaris zich zou hebben vergewist dat de in de akte van 22 januari 2014 opgenomen rechtsgevolgen in overeen-stemming waren met de wil van partijen, niet heeft plaatsgevonden. Volgens [eiseres] blijkt uit de urenspecificatie van de notaris (productie 17 bij dagvaarding) niet dat er voorafgaande aan het passeren van de akte besprekingen met [eiseres] hebben plaatsgevonden.

4.2.3.

[eiseres] heeft in randnummer 34 van de dagvaarding vermeld dat zij voorafgaand aan het passeren van de aktes, over de inhoud, strekking en de rechtsgevolgen niet is geïnformeerd en dat er geen overleg - zoals hiervoor is genoemd - is geweest tussen de notaris en [eiseres] heeft gesteld dat een dergelijk overleg noodzakelijk was, nu zij niet zelf uit de betreffende aktes kon afleiden dat [eiseres] haar hypothecaire zekerheden ad in totaal € 1.030.000,00 definitief prijsgaf. Volgens [eiseres] zijn de bewuste aktes voor een niet-jurist moeilijk leesbaar en qua inhoud, strekking en rechtsgevolgen en zonder duidelijke toelichting (van de notaris) niet te doorgronden.

4.2.4.

[eiseres] heeft onder randnummer 37 van de dagvaarding tevens aangevoerd dat zij de conceptakte niet voor het passeren van de akte op 22 januari 2014 van de notaris heeft ontvangen.

4.2.5.

Op de comparitie van partijen van 13 juni 2017 heeft de bestuurder van [eiseres] - voor zover relevant - verklaard:

Voorafgaand aan het passeren van de akte van 22 januari 2014 heb ik twee ontmoetingen van telkens een uurtje gehad met de notaris. De eerste ontmoeting had plaats enkele weken voor 22 januari 2014. Behalve ikzelf en de notaris was toen ook aanwezig dhr. [naam hypotheeknemer] . Toen is besproken dat er de noodzaak was om kapitaal aan te trekken voor de vennootschap van dhr. [naam hypotheeknemer] . De notaris zei toen dat de bank een verschuiving eiste van het aandelenpakket. Enkele dagen daarna heeft een vervolgbijeenkomst plaatsgehad tussen dezelfde personen. Toen is de definitieve vorm van de akte door de notaris besproken, toegespitst en uitgewerkt. Met name is toen toegelicht welk bedrag ik maandelijks op grond van de geldlening ging krijgen. Dat was een bedrag van een kleine € 11.000 per maand als terugbetaling vanwege de geldlening. Tijdens de bijeenkomsten met de notaris heeft deze genoemd dat de hypothecaire zekerheden eraf gingen. Daar is toen niet diepgaand over gesproken en de notaris heeft er niet voor gewaarschuwd dat de hypothecaire zekerheden eraf gingen. Ik heb heel wat akten bij notaris [gedaagde sub 1] laten passeren en mijn vertrouwen in hem was groot. Ik had langjarige contacten met notaris [gedaagde sub 1] . De consequenties van het passeren van de akte van 22 januari 2014 waren voor mij niet te overzien. Het ging mij boven de pet. Na beide voornoemde bijeenkomsten bij de notaris zou de concept-akte worden doorgemaild. Wat mij betreft is het concept gemaild naar een e-mailadres waar ik niet bij kon. Ik heb de concept-akte voorafgaand aan het passeren van de akte om die reden niet gelezen. Vervolgens is de akte gepasseerd. Ik ben daarbij aanwezig geweest. Bij die gelegenheid heeft de notaris mij geen uitleg gegeven over de inhoud van de akte.

4.2.6.

De rechtbank stelt op grond van het bovenstaande vast dat er, anders dan in de dagvaarding wordt gesteld, over de inhoud van de akte overleg is geweest tussen [eiseres] en de notaris en dat de notaris er op heeft gewezen dat de “hypothecaire zekerheden eraf gingen”. Dat er over de inhoud van de akte overleg is geweest volgt ook uit de onder 2.5. genoemde urenspecificatie van de notaris en de akte zelf. Het tijdsbestek van deze overleggen maakt dat er substantieel overleg moet hebben plaatsgevonden. De notaris heeft bovendien onweersproken op de comparitie van partijen aangevoerd:

Het kan niet anders dan dat dhr. [naam bestuurder eiseres] van de inhoud van de akte kennis heeft genomen. Op zijn verzoek is een speciale regeling in de akte opgenomen in geval van wanbetaling door de schuldenaar. Op 22 januari 2014, voor het passeren van de akte, heb ik met dhr. [naam bestuurder eiseres] de inhoud van de akte uitvoerig mondeling besproken. Ik heb hem ook op de risico’s gewezen. Dat laatste is waarschijnlijk gebeurd bij de tweede bijeenkomst waarover ik hiervoor sprak. In beide bijeenkomsten voordat de akte werd gepasseerd, heb ik met dhr. [naam bestuurder eiseres] besproken dat de hypothecaire zekerheid eraf zou gaan.” Dat [eiseres] niet van de conceptakte voor het passeren van de akte op 22 januari 2014 kennis zou hebben genomen is derhalve evenmin gebleken. Het in de dagvaarding gestelde verwijtbaar handelen van de notaris en de daaraan ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden zijn reeds daardoor onvoldoende onderbouwd.

4.2.7.

Op grond van al het vorenoverwogene komt de rechtbank tot de slotsom dat onvoldoende is gebleken dat de notaris [eiseres] niet zou hebben voorgelicht over de inhoud en strekking van de akte van 22 januari 2014 en dat evenmin is gebleken dat [eiseres] van de (concept)akte voor het passeren ervan, geen kennis heeft kunnen nemen. [eiseres] heeft op de comparitie van partijen gesteld dat het overleg met de notaris er niet toe heeft geleid dat er - kort gezegd - bij [eiseres] een voldoende bewustwording van de voornoemde consequenties en risico heeft plaatsgevonden en dat de notaris dit wist, dan wel moet hebben geweten. De notaris heeft die stelling gemotiveerd weersproken en [eiseres] heeft ook dat verwijtbaar handelen onvoldoende onderbouwd. De rechtbank overweegt hiertoe mede dat [eiseres] - in ieder geval - op 5 januari 2010, 31 maart 2010, 22 november 2010 en 16 juni 2011 hypothecaire geldleningen aan [bedrijf hypotheeknemer] Holding B.V. heeft verstrekt, waarbij telkens hypothecaire zekerheden zijn gevestigd. [eiseres] moet derhalve hebben geweten wat die zekerheden inhielden. Door die zekerheden niet te handhaven, waarover de notaris [eiseres] had geïnformeerd, wist, dan wel had [eiseres] moeten weten dat haar rechtspositie als schuldeiser ten opzicht van [bedrijf hypotheeknemer] Holding B.V. niet meer (mede) werd gewaarborgd door het (eerste) recht van hypotheek op registergoederen van [bedrijf hypotheeknemer] Holding B.V. Eerst op 20 oktober 2015, kort voor het faillissement van [bedrijf hypotheeknemer] Holding B.V., heeft [eiseres] hierover geklaagd bij de notaris, hoewel [eiseres] reeds op 31 juli 2014 heeft getracht haar rechtspositie als schuldeiser van [bedrijf hypotheeknemer] Holding B.V. te versterken door het opnieuw vestigen van hypothecaire zekerheden op registergoederen van [bedrijf hypotheeknemer] Holding B.V. Ook die omstandigheid, in samenhang met de overige omstandigheden, maakt dat het gestelde verwijtbaar handelen van de notaris de rechtbank onvoldoende aannemelijk voorkomt.

4.3.

Nu van het verwijtbaar handelen van de notaris niet is gebleken, ontbeert de dagvaarding ook wat betreft het beroep op artikel 7A:1680 BW een voldoende onderbouwde grondslag.

4.4.

Al het vorenoverwogene maakt dat [eiseres] de primaire grondslag van de dagvaarding onvoldoende heeft onderbouwd en dat [eiseres] niet wordt toegelaten tot het bewijs van die grondslag. De primaire vordering van [eiseres] zal derhalve worden afgewezen.

Betreffende de subsidiaire vordering

4.5.

Het meest verstrekkende verweer van [gedaagde sub 3] is dat [gedaagde sub 3] per 28 november 2016 is opgehouden te bestaan bij gebrek aan baten en dat [eiseres] daardoor onvoldoende belang (ex artikel 3:303 BW) heeft bij de door haar jegens [gedaagde sub 3] ingestelde vorderingen.

4.6.

Dit verweer van [gedaagde sub 3] wordt verworpen. Uit artikel 2:23c lid 1 BW volgt immers dat indien na het tijdstip waarop de vennootschap is opgehouden te bestaan, nog een schuldeiser of gerechtigde tot het saldo opkomt of van het bestaan van een bate blijkt, de rechtbank op verzoek van een belanghebbende de vereffening kan heropenen. In dat geval herleeft de vennootschap ter afwikkeling van de heropende vereffening. Dat een vennootschap is opgehouden te bestaan, betekent derhalve niet dat de betreffende vennootschap daarna niet meer in rechte zou kunnen worden betrokken. [eiseres] is derhalve ontvankelijk in haar subsidiaire vordering jegens [gedaagde sub 3]

4.7.

De subsidiaire vordering jegens [gedaagden] c.s. op grond van wanprestatie dient te worden afgewezen, reeds omdat de door [eiseres] gestelde tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst van opdracht in essentie is gegrond op de gestelde tekortkomingen van de notaris bij de uitvoering van die opdracht. Daarvan is echter - zoals hiervoor reeds is overwogen - niet gebleken.

4.8.

Met inachtneming van al het vorenoverwogene dient de op grond van onrechtmatige daad respectievelijk wanprestatie gevorderde schadevergoeding als ongegrond te worden afgewezen. Gelet hierop behoeven de overige, nog niet besproken weren van [gedaagden] c.s., geen bespreking meer.

4.9.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagden] c.s. worden begroot op:

- griffierecht € 3.894,00

- salaris advocaat € 6.422,00 (2,0 punten × tarief € 3.211,00)

totaal € 10.316,00.

4.10.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden] c.s. tot op heden begroot op € 10.316,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt [eiseres] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiseres] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.H.A. Venner-Lijten, mr. I.M. Etman en mr. S.V. Pelsser en in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2017.1

1 type: CM