Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:10120

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
19-10-2017
Datum publicatie
19-10-2017
Zaaknummer
03/659299-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

eroordeling voor een groot aantal oplichtingen en (winkel)diefstallen tot een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummers: 03/659299-16 (waaronder ook de eerder ter terechtzitting gevoegde nummers 03/227971-15, 03/020144-16, 03/659107-16, 03/659155-16, 03/661113-16) en 03/661166-17 (ttzgev)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 19 oktober 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] ,

wonende te Venlo,

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Zuid Oost - Huis van Bewaring Ter Peel Evertsoord te Evertsoord.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. A.C.J. Lina, advocaat, kantoorhoudende te Venlo.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 5 oktober 2017. De verdachte en haar raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

In de zaak met parketnummer 03/659299-16:

Feit 1 : een bedrijf ( [slachtoffer 1] ) heeft opgelicht op 27 mei 2016 te Reuver.

Feit 2 : een bedrijf ( [slachtoffer 2] ) heeft opgelicht op 27 mei 2016 te Reuver.

Feit 3 : geld heeft gestolen uit een kinderdagverblijf op 8 maart 2016 te Venlo.

Feit 4 : een auto heeft gestolen door gebruik te maken van een valse sleutel in de periode van 31 mei 2016 tot en met 1 juni 2016 te Steyl en/of in diezelfde periode te Steyl een auto en goederen heeft gestolen.

Feit 5 : heeft geprobeerd een bedrijf ( [slachtoffer 3] ) op te lichten op 7 juli 2016 te Horst.

Feit 6 : heeft geprobeerd een bedrijf ( [slachtoffer 4] ) op te lichten op 8 juni 2016 te Venlo.

Feit 7 : een bedrijf ( [slachtoffer 5] ) heeft opgelicht op 2 augustus 2016 te Panningen en/of diezelfde dag (bij [slachtoffer 5] ) te Panningen een winkeldiefstal heeft gepleegd.

In de zaak met parketnummer 03/227971-15:

winkeldiefstallen (bij [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] ) heeft gepleegd op 12 november 2015 te Maastricht.

In de zaak met parketnummer 03/020144-16:

Feit 1 : een bedrijf ( [slachtoffer 8] ) twee maal heeft opgelicht in de periode van 18 december 2015 tot en met 3 januari 2016 te Venlo.

Feit 2 : heeft geprobeerd meerdere bedrijven ( [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] ) op te lichten in de periode 31 december 2015 tot en met 28 januari 2016 te Venlo en Venray.

In de zaak met parketnummer 03/659107-16:

Feit 1 : geld en goederen heeft gestolen uit [slachtoffer 10] op 24 maart 2016 te Venlo.

Feit 2 : twee personen heeft mishandeld op 24 maart te Venlo.

Feit 3 : al dan niet samen met een ander of anderen een winkeldiefstal heeft gepleegd (bij [slachtoffer 11] ) op 12 april 2016 te Belfeld.

In de zaak met parketnummer 03/659155-16:

Feit 1 : een winkeldiefstal heeft gepleegd (bij [slachtoffer 7] ) op 5 december 2015 te Reuver.

Feit 2 : een winkeldiefstal heeft gepleegd (bij [slachtoffer 7] ) op 29 september 2015 te Reuver.

Feit 3 : een winkeldiefstal heeft gepleegd (bij [slachtoffer 12] ) op 14 maart 2016 te Venlo.

Feit 4 : een winkeldiefstal heeft gepleegd (bij [slachtoffer 13] ) op 15 maart 2016 te Venlo.

Feit 5 : een winkeldiefstal heeft gepleegd (bij [slachtoffer 14] ) op 16 maart 2016 te Venlo.

Feit 6 : een bedrijf ( [slachtoffer 15] ) heeft opgelicht op 3 februari 2016 te Venlo.

Feit 7 : een bedrijf (Drogisterij [slachtoffer 16] ) heeft opgelicht op 12 maart 2016 te Venlo en/of op diezelfde dag te Venlo een winkeldiefstal heeft gepleegd (bij Drogisterij [slachtoffer 16] ).

Feit 8 : een portemonnee met inhoud heeft gestolen op 20 maart 2016 te Tegelen.

Feit 9 : heeft geprobeerd een geldbedrag te stelen uit [slachtoffer 17] op 8 april 2016 te Venlo.

Feit 10 : een portemonnee met inhoud en geld heeft gestolen op 25 april 2016 te Venlo.

Feit 11: een winkeldiefstal heeft gepleegd (bij [slachtoffer 18] ) op 12 maart 2016 te Tegelen.

In de zaak met parketnummer 03/661113-16:

Feit 1 : een winkeldiefstal heeft gepleegd (bij [slachtoffer 19] ) op 22 februari 2016 te Reuver.

Feit 2 : een bedrijf ( [slachtoffer 19] ) heeft opgelicht op 24 februari 2016 te Roermond.

Feit 3 : heeft geprobeerd een bedrijf ( [slachtoffer 19] ) op te lichten op 24 februari 2016 te Roermond.

In de zaak met parketnummer 03/661166-17:

Feit 1 : een politieagent heeft bedreigd op 23 mei 2017 te Venlo.

Feit 2 : twee politieagenten heeft beledigd op 23 mei 2017 te Venlo.

Daarnaast zijn in totaal 17 door verdachte bekende strafbare ad info feiten (vermeld op de dagvaardingen met parketnummers 03/659299-16 en 03/659255-16) ter kennis van de rechtbank gebracht, zodat de rechtbank - in het geval van strafoplegging - ook met deze feiten rekening kan houden. Namens verdachte heeft de raadsman hiermee ingestemd.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

In de zaak met parketnummer 03/659155-16 heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd van feiten 8 en 11. Verdachte heeft ontkend deze feiten te hebben gepleegd. Er is volgens de officier van justitie onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om tot een bewezenverklaring van beide feiten te kunnen komen.

De officier van justitie acht alle overige ten laste gelegde feiten wel wettig en overtuigend bewezen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van feiten 8 en 11 in de zaak met parketnummer 03/659155-16. Ten aanzien van feit 4 in de zaak met parketnummer 03/659299-16 heeft de raadsman naar voren gebracht dat enkel de diefstal van de autosleutel wettig en overtuigend bewezen kan worden. Verdachte dient volgens hem vrijgesproken te worden van de diefstal van de auto en de daarin gelegen goederen. Verdachte heeft de auto immers teruggebracht, waardoor er hoogstens sprake kan zijn van joyriding. Het oogmerk ontbreekt. Ten aanzien van alle andere ten laste gelegde feiten heeft de raadsman naar voren gebracht dat deze wettig en overtuigend bewezen kunnen worden, met dien verstande dat verdachte in de zaak met parketnummer 03/659107 onder feit 1 niet meer dan 3 portemonnees heeft meegenomen en onder feit 3 één 1 sixpack bier (en niet de ten laste gelegde drie sixpacks) heeft gestolen.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

In de zaak met parketnummer 03/659299-16 1

Evenals de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank de onder 1, 2, 3, 5, 6 en 7 tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Feit 1

De rechtbank acht de tenlastegelegde oplichting van het [slachtoffer 1] wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd bij de politie 2;

- het proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 1] namens [slachtoffer 1] d.d. 16 juni 20163.

Feit 2

De rechtbank acht de tenlastegelegde oplichting van [slachtoffer 2] wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd bij de politie 4;

- het proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 2] namens [slachtoffer 2] d.d. 1 juni 20165.

Feit 3

De rechtbank acht de tenlastegelegde diefstal van geld uit het kinderdagverblijf wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd bij de politie6;

- het proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 3] namens [slachtoffer 20] d.d. 30 maart 20167.

Feit 5

De rechtbank acht de tenlastegelegde poging tot oplichting van [slachtoffer 3] wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 20178;

- het proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 4] namens [slachtoffer 3] d.d. 6 augustus 20169.

Feit 6

De rechtbank acht de tenlastegelegde poging tot oplichting van [slachtoffer 4] wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 201710;

- het proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 5] namens [slachtoffer 4] d.d. 8 juni 201611.

Feit 7

De rechtbank acht de tenlastegelegde oplichting en diefstal (van/bij [slachtoffer 5] ) wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 201712;

- het proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 6] namens [slachtoffer 5] d.d. 3 augustus 201613.

Partiële vrijspraak feit 4

Anders dan de officier, is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de personenauto van de heer [slachtoffer 21] heeft gestolen. De rechtbank acht wel de eveneens tenlastegelegde diefstal van de autosleutels wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2017;14

- het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 21] d.d. 1 juni 2016.15

De rechtbank overweegt daartoe, dat verdachte ter terechtzitting van 5 oktober 2017 heeft verklaard dat zij de autosleutels (behorende bij de personenauto met kenteken [nummer] ) van [slachtoffer 21] heeft gestolen, waarna zij in de auto van [slachtoffer 21] is gestapt en is weggereden, om vervolgens korte tijd later terug te keren en de auto aan de overkant van de straat te parkeren met de autosleutels in het contactslot. Gelet op deze verklaring en het feit dat uit ook de aangifte volgt dat de auto de volgende dag was teruggebracht, is de rechtbank met de verdediging van oordeel dat niet is bewezen dat verdachte het oogmerk heeft gehad op de wederrechtelijke toe-eigening van de auto. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van de diefstal van de auto. Het handelen van verdachte dient eerder te worden aangemerkt als joyriding, maar dat is niet ten laste gelegd.

Verdachte heeft voorts ontkend de goederen die in de auto lagen te hebben gestolen. Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte ook hiervan moet worden vrijgesproken. Verdachte heeft namelijk verklaard dat zij helemaal niet gelet heeft op die goederen en dat zij de auto enkel heeft gebruikt om naar een tankstation te rijden. Zoals hiervoor al is beschreven, heeft zij de auto diezelfde nacht teruggebracht en daarbij de sleutels in het contact gelaten. De auto was dus open en het is goed mogelijk dat een ander de goederen vervolgens heeft gestolen. Nu deze verklaring niet wordt weersproken door andere bewijsmiddelen en naar het oordeel van de rechtbank ook niet onaannemelijk is - mede gelet op het feit dat verdachte over vrijwel al haar diefstallen openheid van zaken heeft gegeven - zal de rechtbank verdachte ook van dit deel vrijspreken.

In de zaak met parketnummer 03/227971-15: 16

Evenals de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank de tenlastegelegde diefstallen bij [slachtoffer 6] wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2017;17

- het proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 7] namens [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] d.d. 12 november 2015.18

In de zaak met parketnummer 03/020144-16: 19

Evenals de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Feit 1

De rechtbank acht de tenlastegelegde oplichtingen van [slachtoffer 8] wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd bij de politie; 20

- het proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 8] namens [slachtoffer 8] d.d. 29 januari 2016.21

Feit 2

De rechtbank acht de tenlastegelegde pogingen tot oplichting van [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd bij de politie;22

- het proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 8] namens [slachtoffer 8] d.d. 29 januari 2016;23

- het proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 9] namens [slachtoffer 9] d.d. 28 januari 2016.24

In de zaak met het parketnummer 03/659107: 25

Feit 1

Op donderdag 24 maart 2016 is aangeefster [betrokkene 10] als leerkracht werkzaam op de [slachtoffer 10] te Venlo. Nadat zij om 15.15 uur haar leerlingen naar huis heeft gestuurd, wordt zij door een vrouw aangesproken, die naar de directeur van de school vraagt omdat zij een aanmeldformulier voor de school wil krijgen. [betrokkene 10] brengt de vrouw naar de directeur en loopt vervolgens naar een collega. Die collega legt vervolgens een link tussen het verhaal van de vrouw en een eerdere diefstal op een andere basisschool. Aangeefster rent vervolgens naar haar klaslokaal en ziet dat haar mobiele telefoon, een I-phone 4S, niet meer op haar bureau ligt. Ook in haar tas ligt de mobiele telefoon niet.26

Diezelfde dag is ook aangeefster [betrokkene 11] als docent werkzaam op de school. Collega [betrokkene 10] vertelt haar rond 15.30 uur dat er een vrouw in de school loopt met een vreemd verhaal en dat er onlangs op een andere basisschool in Venlo goederen zijn gestolen. Op verzoek van [betrokkene 10] gaat [betrokkene 11] naar haar klaslokaal op de eerste verdieping van de school en kijkt zij in haar handtas die achter het bureau staat. Zij opent haar handtas en ziet dat haar portemonnee niet meer in de tas zit. Het betreft een portemonnee met daarin 60,00 euro aan contant geld, diverse pasjes, haar identiteitskaart en die van haar kinderen, alsmede haar rijbewijs.27

Aangeefster [betrokkene 12] is die dag eveneens als leerkracht werkzaam op de school. Als zij omstreeks 15.20 uur haar tas pakt die in een kamertje op de eerste etage ligt en vervolgens naar beneden loopt met haar tas in de hand, komt zij een collega tegen. Deze vraagt haar of ze een vrouw door de school heeft zien lopen, die ‘dingen zou hebben meegenomen’. [betrokkene 12] kijkt daarop in haar tas en ziet dat haar beurs met daarin een bedrag van 25,00 euro is weggenomen.28

Die donderdag krijgt aangeefster [betrokkene 13] , die op dat moment als stagiaire werkzaam is op de school, tussen 15.30 en 15.45 uur van haar collega [betrokkene 14] het verzoek haar tas te controleren. Die staat in het klaslokaal, rechts van de hoofdingang gelegen. [betrokkene 13] ziet dat haar portemonnee, 15,00 euro aan contant geld, rijbewijs, schoolpas, zorgpas, diverse pasjes van winkels en een voetbalplaatje zijn gestolen.29

Diezelfde dag krijgt aangeefster Hielckert, die dan eveneens als stagiaire werkzaam is op de school, tussen 16.00 uur en 16.30 uur het verzoek om haar spullen te controleren, omdat iemand ongewenst in het schoolgebouw is geweest. Zij is later haar tas, die in een klaslokaal op de eerste verdieping staat, gaan controleren en ziet dan dat zij haar portemonnee met daarin een bankpas en diverse andere pasjes mist.30

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij op 24 maart 2016 in de [slachtoffer 10]

is geweest, zowel op de begane grond als op de eerste verdieping, en dat zij daar heeft rondgezocht en twee portemonnees heeft gestolen. Eén portemonnee heeft zij direct aan de vrouw die haar later achtervolgde (de rechtbank begrijpt aangeefster [betrokkene 11] ) teruggegeven en een andere portemonnee heeft zij in de prullenbak gestopt. 31

De politie heeft de mobiele telefoon van aangeefster [betrokkene 10] op 24 maart 2016 in de dakgoot van een pand waar verdachte is aangehouden, aangetroffen.32

Tijdens de insluitingsfouillering van de verdachte heeft de politie nog een drietal pasjes, waaronder een bankpas, van aangeefster [betrokkene 10] aangetroffen.33

Op 25 maart 2016 heeft de politie een bruine portemonnee gevonden in de prullenbak die zich recht tegenover de basisschool bevindt.34

Overwegingen rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 24 maart 2016 in de

[slachtoffer 10] te Venlo is geweest en daar vier portemonnees met inhoud heeft gestolen. Verdachte is zowel op de beneden- als bovenverdieping van de school geweest.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat zij die dag behalve de mobiele telefoon maar twee portemonnees heeft gestolen. Welke dat waren, weet zij niet meer. Een dag eerder is zij ook in de school geweest en toen heeft zij ook een portemonnee gestolen. Het zijn er volgens haar in totaal dus drie en geen vier geweest. De rechtbank acht deze verklaring van verdachte niet aannemelijk. Uit de aangiftes blijkt dat de diefstal plaatsvond op 24 maart 2016 nadat de verdachte in het schoolgebouw had rondgelopen. Dat verdachte één van de portemonnees een dag eerder zou hebben gestolen, doet voor de bewezenverklaring van de diefstal niet ter zake, maar is bovendien onwaarschijnlijk. Aangenomen mag worden dat de eigenaar van de portemonnee die dezelfde dag nog zou hebben gemist, hetgeen op 23 maart 2016 kennelijk niet het geval was. De rechtbank volgt verdachte verder niet in haar verklaring dat zij slechts drie in plaats van vier portemonnees zou hebben gestolen. Vast staat dat verdachte zowel op de eerste als op de tweede verdieping van de school heeft rondgelopen en daar spullen heeft gestolen. Uit de aangiftes blijkt dat uit vier tassen een portemonnee is meegenomen en de rechtbank ziet geen reden om op dat punt aan de aangiftes te twijfelen. Dat bij verdachte geen vierde portemonnee is aangetroffen, ondersteunt haar verklaring niet, omdat goed mogelijk is dat zij die tijdens haar vlucht heeft weggegooid, zoals zij kennelijk met één van de telefoons en een bruine portemonnee heeft gedaan. Tot slot laat de rechtbank meewegen dat verdachte heeft toegegeven dat zij op die bewuste dag onder invloed van drugs was. Het is dus voorstelbaar dat zij over de vierde portemonnee geen (duidelijke) herinnering meer heeft. Ook dit is voor de rechtbank een reden de verklaringen van de aangeefsters te volgen.

Tot slot merkt de rechtbank op dat het vaste jurisprudentie is van de Hoge Raad dat de rechtsregel dat de bewezenverklaring niet slechts op de verklaring van één getuige (in dit geval een aangever) mag berusten, niet geldt voor álle losse bestanddelen van de gehele bewezenverklaring. Op grond van de bewijsmiddelen is de rechtbank dan ook van oordeel dat er voldoende bewijs is voor een bewezenverklaring van dit feit, zoals hierna weergegeven onder het kopje ‘De bewezenverklaring’.

Feit 2

Aangeefster [betrokkene 11] verklaart dat zij na de ontdekking van de diefstal van haar portemonnee op 24 maart 2016 te Venlo naar buiten is gerend en samen met de directeur van de school, [betrokkene 15] , achter de vrouw die zojuist de school was binnen geweest (de rechtbank: verdachte dus), is aangelopen en aangerend. Op een gegeven moment, na een achtervolging te voet en per fiets, hebben zij verdachte klem gezet. Verdachte probeert los te komen en slaat om zich heen. Zij raakt daarbij aangeefster op haar rechterhand.35

Aangever [betrokkene 15] is die dag als directeur aan het werk op de school. Hij verklaart dat hij aan verdachte informatie en een inschrijfformulier heeft gegeven over de school, waarna verdachte naar buiten loopt. Collega [betrokkene 11] roept vervolgens dat verdachte moet worden tegengehouden en dat haar portemonnee is gestolen. Aangever loopt met zijn collega achter verdachte aan en als het aangever uiteindelijk lukt om verdachte bij haar armen vast te pakken, merkt hij dat verdachte zich verzet en dat zij slaande bewegingen maakt. Hij ziet dat verdachte op enig moment haar rechterhand tot een vuist balt en met deze hand richting zijn hoofd slaat. Hij voelt dat verdachte hem raakt met een harde slag op zijn neus.36

Verdachte verklaart ter zitting dat zij wilde voorkomen dat zij werd aangehouden en dat zij zich daarom heeft losgerukt toen zij werd vastgehouden. Het kan zijn dat zij daarbij iemand heeft geraakt.37

Overwegingen rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de aangevers [betrokkene 11] en [betrokkene 15] heeft mishandeld. Verdachte heeft verklaard dat zij zich slechts heeft losgerukt toen zij door de slachtoffers werd vastgegrepen en dat zij dus geen opzet had om hen pijn te doen. De rechtbank acht deze verklaring aannemelijk, hetgeen betekent dat verdachte geen bloot, doelbewust opzet had. Echter, door zich met kracht los te rukken, heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank wel willens en wetens de aanmerkelijk kans aanvaard dat zij de slachtoffers zou raken en daarmee pijn of lichamelijk letsel zou toebrengen. Dit betekent dat er wel sprake is van voorwaardelijk opzet aan de zijde van verdachte, waardoor de tenlastegelegde mishandeling wettig en overtuigend bewezen is.

Feit 3

De rechtbank acht de tenlastegelegde diefstal bij [slachtoffer 11] wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte (ten aanzien van de door haar gepleegde diefstal van twee pakken luiers en één six-pack bier), afgelegd ter terechtzitting van

5 oktober 2017;38

- het proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 16] namens [slachtoffer 11] d.d. 12 april 2016.39

Partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte deze diefstal tezamen en in vereniging met een ander heeft gepleegd, nu uit het dossier onvoldoende naar voren komt dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met de mannelijke medeverdachte, [naam 1] De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van het bestanddeel medeplegen.

Nu verdachte bovendien, zowel bij de politie als ter zitting, heeft verklaard dat zij maar één (en niet drie) six-pack bier heeft gestolen, hetgeen de rechtbank niet onaannemelijk acht omdat drie six-packs niet in haar handtas zullen hebben gepast, zal de rechtbank haar volgen in die verklaring en enkel de diefstal van bier in zijn algemeenheid bewezen achten.

In de zaak met parketnummer 03/659155-16 40

Evenals de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank de onder 1 tot en met 7, 9 en 10 tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Feit 1

De rechtbank acht de tenlastegelegde diefstal bij [slachtoffer 7] wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd bij de politie 41;

- het proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 17] namens [slachtoffer 7] d.d. 8 december 201542.

Feit 2

De rechtbank acht de tenlastegelegde diefstal bij [slachtoffer 7] wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 201743;

- het proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 17] namens [slachtoffer 7] d.d. 30 september 201544.

Feit 3

De rechtbank acht de tenlastegelegde diefstal bij [slachtoffer 12] wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd bij de politie 45;

- het proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 18] namens [slachtoffer 12] d.d. 19 maart 201646.

Feit 4

De rechtbank acht de tenlastegelegde diefstal bij [slachtoffer 13] wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd bij de politie 47;

- het proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 19] d.d. 19 maart 201648.

Feit 5

De rechtbank acht de tenlastegelegde diefstal bij [slachtoffer 14] wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd bij de politie 49;

- het proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 20] namens [slachtoffer 14] d.d. 18 maart 201650.

Feit 6

De rechtbank acht de tenlastegelegde oplichting van [slachtoffer 15] wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd bij de politie 51;

- het proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 34] namens [slachtoffer 15] d.d. 28 maart 201652.

Feit 7

De rechtbank acht de tenlastegelegde oplichting en diefstal bij Drogisterij [slachtoffer 16] wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 201753;

- het proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 22] namens Drogisterij [slachtoffer 16] d.d. 17 maart 201654.

Feit 9

De rechtbank acht de tenlastegelegde poging tot diefstal bij [slachtoffer 17] wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 201755;

- het proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 23] namens [slachtoffer 17] d.d. 14 april 201656.

Feit 10

De rechtbank acht de tenlastegelegde diefstal bij [betrokkene 24] wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 201757;

- het proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 24] d.d. 27 april 201658.

Vrijspraak feiten 8 en 11

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte van de feiten 8 en 11 moet worden vrijgesproken. Verdachte ontkent beide feiten, zowel bij de politie als ter terechtzitting, en er bevinden zich in het dossier geen verklaringen of foto’s op grond waarvan wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de beide diefstallen heeft gepleegd.

Ten aanzien van feit 8 heeft in dat verband te gelden dat zich meerdere personen in het café bevonden. Het is denkbaar dat een ander de diefstal heeft gepleegd; niemand heeft de diefstal waargenomen en ook anderszins is in het dossier geen bewijs aanwezig dat verdachte als ‘de dief’ aanwijst.

Met betrekking tot feit 11 acht de rechtbank van belang dat de modus operandi bij dit feit anders is dan bij de andere aan verdachte ten laste gelegde feiten. Verdachte pleegt de strafbare feiten altijd alleen, terwijl bij dit feit volgens de aangifte sprake is van meerdere vrouwen die betrokken zijn bij de winkeldiefstal. Bovendien gaat het hier om diefstal van 3 broeken van ongeveer € 130,- per stuk, terwijl verdachte normaliter goederen van een veel beperktere waarde steelt.

In de zaak met parketnummer 03/661113-16 59

Evenals de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank de onder 1 tot en met 3 tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Feit 1

De rechtbank acht de tenlastegelegde diefstal bij [slachtoffer 19] wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd bij de politie 60;

- het proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 25] namens [slachtoffer 19] d.d. 29 februari 201661.

Feit 2

De rechtbank acht de tenlastegelegde oplichting bij [slachtoffer 19] wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd bij de politie 62;

- het proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 26] namens [slachtoffer 19] d.d. 24 februari 201663.

Feit 3

De rechtbank acht de tenlastegelegde poging tot oplichting bij [slachtoffer 19] wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd bij de politie 64;

- het proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 27] namens [slachtoffer 19] d.d. 24 februari 201665.

In de zaak met parketnummer 03/661166-17 66

Feit 1

Verdachte verbleef op 23 mei 2017 in de woning aan de [adres 1] te Venlo. Wijkagent [naam 2] is die dag met collega’s naar die woning gegaan om verdachte (buiten heterdaad) aan te houden in verband met het zich niet houden aan de voorwaarden, die verbonden waren aan haar schorsing uit de voorlopige hechtenis. Verdachte maakte een boze en agressieve indruk op [naam 2] . Verdachte riep dat zij niet mee wilde werken en dat zij niet mee wilde gaan. Op het moment dat zij meerdere malen riep dat zij niet mee zou gaan, stond verdachte met haar twee handen rustend op een in de woning staande tafel. [naam 2] stond op dat moment nog geen meter van haar vandaan. Verdachte griste een mes van zo’n 15 centimeter lang met een geel gekleurd handvat van tafel. [naam 2] wilde dat mes wegpakken, maar was net te laat. Verdachte pakte het mes met haar rechterhand bij het lemmet vast en gaf het vervolgens over in haar linker hand. Ze richtte het mes in de richting van [naam 2] en zei dat zij niet met hem mee zou gaan. [naam 2] schrok dat verdachte het mes in haar handen nam en dreigend met het mes in zijn richting wees.67

Politieagent [naam 3] , die ook in de woning aanwezig was om verdachte aan te houden, zag dat verdachte net iets eerder dan zijn collega [naam 2] een geel gekleurd voorwerp van tafel pakte en het in haar linker hand vast pakte. Op dat moment zag [naam 3] dat het een mes met een geel gekleurd handvat en een lemmet van ongeveer 10 tot 15 centimeter lang was. Hij zag dat verdachte het mes met gestrekte arm in de richting van collega’s, waaronder [naam 2] , hield. Hij hoorde haar roepen dat zij niet mee zou gaan.68

Verdachte verklaarde dat zij inderdaad een mes in haar handen heeft gehad.69

Overweging

De rechtbank acht op grond van de gebezigde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 ten laste gelegde feit.

De rechtbank betrekt bij haar oordeel dat de aangiftes van de politieagenten in de kern eensluidend zijn en dat zij steun vinden in elkaar. Beiden hebben verklaard dat verdachte met het mes in de richting van politieagent [naam 2] wees.

De rechtbank is van oordeel dat de gedragingen van zodanige aard zijn en onder zodanige omstandigheden zijn geschied dat bij aangever de redelijke vrees kon ontstaan dat verdachte hem (ernstig) wilde verwonden. De verklaring van verdachte, inhoudende dat zij het mes alleen in haar hand vast had en het mes langs haar lichaam hield en dus niet met het mes in de richting van de politieagent wees, wordt door de voor het bewijs gebezigde verklaringen van beide verbalisanten weerlegd.

Feit 2

De rechtbank acht de tenlastegelegde belediging van de twee politieagenten [naam 2] en Van den Ham wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 201770;

- het proces-verbaal van aangifte d.d. 23 mei 2017 door [naam 2] ;71

- het proces-verbaal van aangifte d.d. 23 mei 2017 door [naam 3] .72

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

In de zaak met parketnummer 03/659299-16

1.

zij op 27 mei 2016 te Reuver, gemeente Beesel, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een of meer listige kunstgrepen, [naam 4] - [slachtoffer 1] (vestiging [adres 2] ) heeft bewogen tot de afgifte van 29,95 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - listiglijk

- een fles olie uit de schappen van het [slachtoffer 1] weggenomen en

- vervolgens aan een medewerkster [betrokkene 28] verteld dat zij dit goed eerder in de desbetreffende winkel heeft gekocht en dat zij niet (meer) beschikt over een aankoopbewijs en dat zij voornoemd product wenst te retourneren,

waardoor voornoemde [naam 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

zij op 27 mei 2016 te Reuver, gemeente Beesel, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een of meer listige kunstgrepen [slachtoffer 2] (vestiging [adres 3] ) heeft bewogen tot de afgifte van 20 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - listiglijk

- een SD kaart uit de schappen van de [slachtoffer 2] weggenomen en

- vervolgens aan een medewerker ( [betrokkene 29] ) verteld dat haar zoon dit goed eerder in de desbetreffende winkel heeft gekocht en dat zij niet (meer) beschikt over een aankoopbewijs en dat zij voornoemd product wenst te retourneren,

waardoor [slachtoffer 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

zij op 8 maart 2016 in de gemeente Venlo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 20] ;

4.

zij in de periode 31 mei 2016 tot en met 1 juni 2016 te Steyl, gemeente Venlo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen autosleutels (behorende bij een personenauto met kenteken [nummer] ), toebehorende aan [slachtoffer 21] ;

5.

zij op 07 juli 2016 te Horst, gemeente Horst aan de Maas, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen, [slachtoffer 2] (vestiging [adres 4] ) te bewegen tot de afgifte van 59,95 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - listiglijk :

- een raamwisser uit de schappen van de [slachtoffer 2] (vestiging [adres 4] ) weggenomen en

- vervolgens aan een medewerkster/caissière (mevr. [betrokkene 30] ) verteld dat zij dit goed heeft gekregen en dat zij niet beschikt over een aankoopbewijs en dat zij voornoemd product wenst te retourneren,

waardoor gepoogd werd [slachtoffer 2] tot afgifte van voornoemd geldbedrag te bewegen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

zij op 8 juni 2016 in de gemeente Venlo, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen [slachtoffer 4] te bewegen tot de afgifte van 39,99 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - listiglijk:

- een dvd-box of een boek uit de schappen van [slachtoffer 4] weggenomen en

- vervolgens de prijssticker van voornoemd goed afgehaald en

- aan een medewerker ( [betrokkene 31] ) verteld dat haar zoon voornoemde dvd-box of boek heeft gekregen en dat zij niet beschikt over een aankoopbewijs en/of dat zij voornoemd product wenst te retourneren,

waardoor [slachtoffer 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7.

zij op 2 augustus 2016 te Panningen, gemeente Peel en Maas, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen, [slachtoffer 5] (vestiging [adres 5] ) heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - listiglijk

- een fles olie uit de (schappen van de) [slachtoffer 5] weggenomen en/of

- vervolgens aan een medewerker ( [betrokkene 6] ) verteld dat zij dit goed eerder in de desbetreffende winkel heeft gekocht en

- dat zij voornoemd product wenst te retourneren,

waardoor [slachtoffer 5] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

en

zij op 2 augustus 2016 te Panningen, gemeente Peel en Maas, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer onbekend gebleven goederen, toebehorende aan de [slachtoffer 5] .

In de zaak met parketnummer 03/227971-15:

zij op 12 november 2015 te Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen kledingstukken en een paar schoenen, toebehorende aan [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

In de zaak met parketnummer 03/020144-16

1.

zij in de periode van 18 december 2015 tot en met 3 januari 2016 te Venlo, meermalen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen ,

- op 18 december 2015 een medewerker van [slachtoffer 8] heeft bewogen tot afgifte

van 29,90 euro en

- op 3 januari 2016 een medewerker van [slachtoffer 8] heeft bewogen tot afgifte van

29,90 euro,

hebbende verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - listiglijk, zich tegenover bovengenoemde winkelier voorgedaan als zijnde bonafide klant van gekochte goederen, door een paar schoenen van het merk York uit de doos te halen en deze schoenen te ruilen;

2.

zij in de periode van 31 december 2015 tot en met 28 januari 2016, in de gemeente Venlo en/of de gemeente Venray meermalen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich te bevoordelen door listige kunstgrepen,

- op 31 december 2015 te Venlo een medewerker van [slachtoffer 8] heeft trachten te bewegen

tot afgifte van 29,90 euro;

- op 22 januari 2016 te Venray een medewerker van [slachtoffer 8] heeft trachten te bewegen

tot afgifte van 29,90 euro;

- op 28 januari 2016 te Venlo een medewerker van [slachtoffer 9] heeft trachten te bewegen tot

afgifte van 25 euro,

hebbende verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - listiglijk zich tegenover bovengenoemde winkeliers voorgedaan als zijnde bonafide klant van gekochte goederen, door een paar schoenen van het merk York uit de doos te halen en deze schoenen te ruilen en door een aantal kledingstukken en kaarsen uit de winkel te nemen en van prijskaartjes te ontdoen en zich als bonafide koper voor te doen door deze goederen te ruilen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

In de zaak met parketnummer 03/659107-16

1.

zij op 24 maart 2016 in de gemeente Venlo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit [slachtoffer 10] , [adres 6] , heeft weggenomen de hierna te noemen goederen en/of geld, toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbenden:

- een portemonnee met inhoud, toebehorende aan K.J.M.E. [betrokkene 11] en

- een portemonnee met inhoud, toebehorende aan [betrokkene 21] en

- een portemonnee met inhoud, toebehorende aan J.C.N.M. [betrokkene 13] en

- een portemonnee met inhoud, toebehorende aan M.P. [betrokkene 12] en

- een mobiele telefoon (Iphone 4S) en drie pasjes, toebehorende aan M.W.A. [betrokkene 10] ;

2.

zij op 24 maart 2016 in de gemeente Venlo K.J.M.E. [betrokkene 11] en E.P.A.M. [betrokkene 15] heeft mishandeld door te slaan of stompen tegen een hand of het gelaat van voornoemde [betrokkene 11] of [betrokkene 15] ;

3.

zij op 12 april 2016 te Belfeld, gemeente Venlo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee pakken luiers en bier, toebehorende aan de [slachtoffer 11] (vestiging [adres 7] ).

In de zaak met parketnummer 03/659155-16

1.

zij op 5 december 2015 te Reuver, gemeente Beesel, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een vest, toebehorende aan de [slachtoffer 7] (vestiging [adres 8] );

2.

zij op 29 september 2015 te Reuver, gemeente Beesel, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een jas(je), toebehorende aan de [slachtoffer 7] (vestiging [adres 8] );

3.

zij op 14 maart 2016 in de gemeente Venlo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles parfum, toebehorende aan de [slachtoffer 12] (vestiging [adres 9] );

4.

zij op 15 maart 2016 in de gemeente Venlo met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (veiligheids)lamp(je), toebehorende aan [slachtoffer 13] (vestiging [adres 18] );

5.

zij op 16 maart 2016 in de gemeente Venlo met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een paar schoenen, toebehorende aan [slachtoffer 14] (vestiging [adres 17] );

6.

zij op 3 februari 2016 in de gemeente Venlo met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen, de [slachtoffer 15] (vestiging [adres 12] )

heeft bewogen tot de afgifte van 34,99 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - listiglijk:

- een dekbed uit de schappen van de [slachtoffer 15] weggenomen en

- vervolgens aan een medewerk(st)er/caissière verteld dat zij dit goed eerder in de desbetreffende winkel heeft gekocht en/of heeft gekregen en/of dat zij niet (meer) beschikt over een aankoopbewijs en/of dat zij voornoemd product wenst te retourneren,

waardoor de [slachtoffer 15] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

7.

zij op 12 maart 2016 in de gemeente Venlo met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen, Drogisterij [slachtoffer 16] (vestiging [adres 13] ) heeft bewogen tot de afgifte van make-up, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk

- zakelijk weergegeven - listiglijk:

- een geschenkverpakking uit de schappen van Drogisterij [slachtoffer 16] weggenomen en

- vervolgens aan een medewerkster/caissière verteld dat zij dit goed heeft gekregen en

dat zij niet beschikt over een aankoopbewijs en dat zij voornoemd product wenst te ruilen,

waardoor Drogisterij [slachtoffer 16] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

en

zij op 12 maart 2016 in de gemeente Venlo met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee flessen parfum, toebehorende aan de Drogisterij [slachtoffer 16] (vestiging [adres 13] );

9.

zij op 8 april 2016 in de gemeente Venlo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 17] , meermalen de kassalade van een onbemande kassa heeft geopend en gesloten en zich achter een pilaar in voornoemde bibliotheek heeft verscholen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

10.

zij op 25 april 2016 in de gemeente Venlo met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld en een portemonnee met inhoud, toebehorende aan [betrokkene 24] ;

In de zaak met parketnummer 03/661113-16:

1.

zij op 22 februari 2016 te Reuver, gemeente Beesel, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een stoomstrijkijzer, toebehorende aan [slachtoffer 19] (vestiging [adres 2] te Reuver);

2.

zij op 24 februari 2016 in de gemeente Roermond, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen de [slachtoffer 19] (vestiging [adres 15] te Roermond) heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -listiglijk zich tegenover de medewerker van de [slachtoffer 19] als eigenaar van een betaald product, te weten een stoomstrijkijzer, heeft voorgedaan en voornoemd product ter ruiling heeft aangeboden, waardoor de medewerker van de [slachtoffer 19] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

zij op 24 februari 2016 in de gemeente Roermond, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen, de [slachtoffer 19] (vestiging [adres 16] te Roermond) te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten een geldbedrag, zich heeft voorgedaan als eigenaar van een betaald product, te weten een stoomstrijkijzer, en voornoemd product ter ruiling heeft aangeboden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

In de zaak met parketnummer 03/661166-17

1.

zij op 23 mei 2017 in de gemeente Venlo F.M.P. [naam 2] (brigadier van politie eenheid Limburg) heeft bedreigd met zware mishandeling, door met een mes in de richting van genoemde [naam 2] te wijzen;

2.

zij op 23 mei 2017 in de gemeente Venlo opzettelijk ambtenaren, te weten F.M.P. [naam 2] (brigadier van politie eenheid Limburg) en [naam 3] (medewerker van politie eenheid Limburg), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hun/hem de woorden toe te voegen: "Hoerenzoon, hufter en vieze wijkagent"

en/of "Jij vieze kale flikker"en/of "Hoerenzoon, je moet kanker krijgen, je hebt vroeger veel slaag gehad hè, je bent zeker in de bosjes gemaakt, jij bastaard, je bent een gluiperd een vrouw slaan hè, je moet dadelijk eens zien. Die krijg je dadelijk onverwachts terug, let maar op".

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van parketnummer 03/659299-16:

feit 1:

oplichting

feit 2:

oplichting

feit 3:

diefstal

feit 4:

diefstal

feit 5:

poging tot oplichting

feit 6:

poging tot oplichting

feit 7:

oplichting en diefstal

Ten aanzien van parketnummer 03/227971-15:

diefstal, meermalen gepleegd

Ten aanzien van parketnummer 03/020144-16:

feit 1:

oplichting, meermalen gepleegd

feit 2:

poging tot oplichting, meermalen gepleegd

Ten aanzien van parketnummer 03/659107-16:

feit 1:

diefstal, meermalen gepleegd

feit 2:

mishandeling, meermalen gepleegd

feit 3:

diefstal

Ten aanzien van parketnummer 03/659155-16:

feit 1:

diefstal

feit 2:

diefstal

feit 3:

diefstal

feit 4:

diefstal

feit 5:

diefstal

feit 6:

oplichting

feit 7:

oplichting en diefstal

feit 9:

poging tot diefstal

feit 10:

diefstal

Ten aanzien van parketnummer 03/661113-16:

feit 1:

diefstal

feit 2:

oplichting

feit 3:

poging tot oplichting

Ten aanzien van parketnummer 03/661166-17:

feit 1:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht althans met zware mishandeling

feit 2:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Gedurende de proeftijd dient de verdachte zich, naast de algemeen geldende voorwaarden, te houden aan de bijzondere voorwaarden van meldplicht, opname in een zorginstelling voor klinische behandeling en opname in een instelling voor begeleid wonen, zoals door de reclassering in haar rapport d.d. 24 augustus 2017 wordt geadviseerd.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft erop gewezen dat de verdachte nu open staat voor hulpverlening en bereid is tot naleving van de voorwaarden zoals door de reclassering wordt geadviseerd. Verdachte heeft de feiten gepleegd gedurende een korte periode in 2015 en 2016. Zij was toen verslaafd aan verdovende middelen en had geld nodig om haar verslaving te bekostigen. Zonder klinische behandeling wil verdachte niet in vrijheid worden gesteld, omdat zij bang is terug te vallen in het gebruik van verdovende middelen, terwijl zij juist heel graag haar leven wil beteren.

De raadsman heeft zich met betrekking tot de hoogte van de straf gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Hij verzoekt de officier van justitie om aan de reclassering de datum door te geven, waarop de klinische opname van verdachte gerealiseerd moet zijn, teneinde te voorkomen dat verdachte bij haar invrijheidstelling niet onmiddellijk in de instelling (waar zij behandeld zal gaan worden) terecht kan.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Voorts houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte zich naast hetgeen bewezen is verklaard ook nog schuldig heeft gemaakt aan de 17 feiten die op de dagvaardingen kort zijn omschreven en waarvan is medegedeeld dat de verdachte ze heeft erkend (de zogenoemde ad-info feiten). De officier van justitie heeft te kennen gegeven dat verdachte voor deze feiten niet afzonderlijk zal worden vervolgd. De verdachte heeft deze feiten op de terechtzitting bekend.

De verdachte heeft zich vanaf november 2015 tot en met augustus 2016 schuldig gemaakt aan een hele reeks oplichtingen en diefstallen. Deze reeks van vermogensdelicten schetst het beeld van een vrouw die op strooptocht is gegaan door Venlo, Roermond, Tegelen en andere plaatsen in Noord-Limburg om aan geld te komen om haar verslaving aan verdovende middelen te bekostigen. Maar niet alleen de middenstand had overlast van verdachte:

verdachte schuwde het evenmin om een schoolgebouw en een kinderdagverblijf binnen te dringen om geld te kunnen stelen en om bij nietsvermoedende bejaarden thuis aan te bellen om zo, na eenmaal met een smoes de woning te zijn binnengelaten, geld en goederen te stelen.

Ook heeft zij zich schuldig gemaakt aan mishandeling van twee personen, nadat zij betrapt was op de diefstal in het schoolgebouw, alsmede aan bedreiging en belediging van politieagenten die haar wilden aanhouden.

Diefstal en oplichting zijn ergerlijke feiten die doorgaans overlast en schade veroorzaken voor de betrokkenen. Verdachte heeft zich enkel om haar eigen financiële gewin bekommerd en zich daarbij geen enkele rekenschap gegeven van de impact van haar daden. De rechtbank constateert voorts dat verdachte gaandeweg steeds verder is gegaan in het door haar toegepaste geweld om aanhouding op heterdaad te voorkomen.

Verdachte moet zich goed realiseren dat haar gedrag absoluut niet getolereerd wordt, ongeacht de penibele financiële situatie waarin zij verkeerde en de ernstige verslavingsproblematiek waarmee zij (ook nu nog) kampt. Dit besef lijkt inmiddels ook tot verdachte te zijn doorgedrongen. Ter terechtzitting heeft zij verklaard dat zij vanwege schaamte lange tijd ontkende verslaafd te zijn aan drugs. Vanaf het moment dat zij haar huis is kwijt geraakt, is zij afgegleden.

De afgelopen periode is zij gaan inzien dat nu echt de tijd is gekomen om aan zichzelf te gaan werken en zich aan de criminaliteit te onttrekken. De rechtbank ziet dit als een positieve ontwikkeling.

De rechtbank heeft kennis genomen van de diverse reclasseringsrapporten die over verdachte zijn opgemaakt en het reclasseringsadvies van 24 augustus 2017. Verdachte is reeds door de reclassering aangemeld voor een klinische opname en de reclassering heeft, kort voor de terechtzitting, laten weten dat de klinische opname niet lang meer op zich zal laten wachten, nu verdachte als tweede bovenaan de wachtlijst staat.

Verdachte heeft verklaard geboden hulp met beide handen aan te grijpen en zij is bereid om zich open te stellen voor hulpverleners. Gedurende haar preventieve hechtenis heeft verdachte reeds een begin gemaakt door af te kicken van de harddrugs. Zo heeft zij verklaard al vier maanden geen drugs te hebben gebruikt.

De rechtbank overweegt dat verdachte ter zitting overkwam als een intelligente vrouw die nog iets van haar leven wil maken en die oprecht de intentie heeft geen strafbare feiten meer te plegen.

Uit het strafblad van verdachte d.d. 6 september 2017 volgt dat zij eerder is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten. Zo is zij in 2016 is veroordeeld voor oplichting en zakkenrollerij. Artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht is hierop van toepassing. De rechtbank zal hiermee rekening houden.

De rechtbank is in deze zaak van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met een andere straf dan een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Alles afwegende acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden passend acht.

Gelet op vorenomschreven houding van verdachte, is de rechtbank van oordeel dat er, ondanks de ernst van de feiten, nog perspectief voor verdachte is en dat haar ook perspectief moet worden geboden. De rechtbank zal daarom een gedeelte van de straf, groot 5 maanden, voorwaardelijk opleggen. Een straf dient immers niet alleen ter genoegdoening van de vele slachtoffers die verdachte heeft gemaakt, maar dient ook een preventief doel. De rechtbank beoogt recidive te voorkomen door verdachte te verplichten om zich gedurende een proeftijd van twee jaren – naast de algemene voorwaarden – te houden aan een meldplicht, een klinische behandeling te ondergaan en daarna opgenomen te worden in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang. Het voorwaardelijke deel dient als stok achter de deur, wanneer de verdachte onverhoopt haar intrinsieke motivatie mocht verliezen om het drugsmilieu met de bijbehorende criminaliteit de rug toe te keren.

De rechtbank verstaat dat zo spoedig mogelijk wordt aangevangen met de geïndiceerde klinische behandeling in het kader van artikel 43, derde lid, van de Penitentiaire Beginselenwet.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de benadeelde partij

In de zaak met parketnummer 03/659299-16

De benadeelde partij [slachtoffer 5] vordert een schadevergoeding van € 6,85 aan materiële schade ter zake, vermoedelijk, het op de tenlastelegging vermelde ad-info feit 2.

De benadeelde partij [slachtoffer 30] vordert een schadevergoeding van € 44,95 aan materiële schade ter zake het op de tenlastelegging vermelde ad-info feit 4.

De benadeelde partij [slachtoffer 31] vordert een schadevergoeding van in totaal € 248,94 aan materiële en immateriële schade ter zake het op de tenlastelegging vermelde ad-info feit 8.

In de zaak met parketnummer 03/659107-16

De benadeelde partij [betrokkene 32] / [slachtoffer 11] Belfeld vordert een schadevergoeding van totaal € 222,79 aan materiële en immateriële schade ter zake het op de tenlastelegging vermelde feit 3.

In de zaak met parketnummer 03/659155-16

De benadeelde partij Drogisterij [slachtoffer 16] B.V. vordert een schadevergoeding van in totaal

€ 107,00 aan materiële en immateriële schade ter zake het op de tenlastelegging vermelde feit 3.

De benadeelde partij Drogisterij [slachtoffer 16] B.V. vordert een schadevergoeding van

€ 174,85 aan materiële schade ter zake het op de tenlastelegging vermelde feit 7.

De benadeelde partij [betrokkene 33] vordert een schadevergoeding van € 1.000,00 aan materiële schade ter zake het op de tenlastelegging vermelde feit 8.

In de zaak met parketnummer 03/661166-17

De benadeelde partij F.M.P. [naam 2] vordert een schadevergoeding van

€ 262,00 aan immateriële schade ter zake het op de tenlastelegging vermelde feit 1.

Alle benadeelde partijen vorderen bovendien de wettelijke rente en verzoeken om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

In de zaak met parketnummer 03/659299-16

De officier van justitie acht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 31] van in totaal € 248,94 geheel toewijsbaar (het op de tenlastelegging vermelde ad-info feit 8). Daarnaast dient de maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht te worden opgelegd en met toepassing van de wettelijke rente.

In de zaak met parketnummer 03/661166-17

De officier van justitie acht de vordering van de benadeelde partij F.M.P. [naam 2] van € 262,00 geheel toewijsbaar (het op de tenlastelegging vermelde feit 1), met oplegging van de maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht en met toepassing van de wettelijke rente.

In de zaak met parketnummer 03/659155-16

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [betrokkene 33] (het op de tenlastelegging vermelde feit 8) heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat zij niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De officier van justitie heeft immers vrijspraak gevorderd van het feit waarop de vordering betrekking heeft.

In de zaken met parketnummers 03/659299-16, 03/659107-16 en 03/659155-16

Ten aanzien van de overige vorderingen van de benadeelde partijen:

- [slachtoffer 5] (ad-info feit 2 in de zaak met parketnummer 03/659299-16);

- [slachtoffer 30] (ad-info feit 4 in de zaak met parketnummer 03/659299-16);

- [betrokkene 32] / [slachtoffer 11] Belfeld (feit 3 in de zaak met parketnummer 03/659107-16);

- Drogisterij [slachtoffer 16] B.V. (feit 3 in de zaak met parketnummer 03/659155-16);

- Drogisterij [slachtoffer 16] B.V. (feit 7 in de zaak met parketnummer 03/659155-16),

heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen niet in hun vorderingen kunnen worden ontvangen. Bij de vorderingen bevinden zich geen KvK-uitdraaien, zodat niet kan worden vastgesteld of de personen die als vertegenwoordigers staan vermeld ook wel bevoegd zijn om de benadeelde partijen te vertegenwoordigen in dit geding.

7.3

Het standpunt van de verdediging

In de zaak met parketnummer 03/659299-16

De raadsman heeft ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 31] (het op de tenlastelegging vermelde ad-info feit 8) naar voren gebracht dat enkel de materiële schade voor toewijzing in aanmerking komt. De immateriële schade moet als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.

In de zaak met parketnummer 03/661166-17

De raadsman deelt het standpunt van de officier van justitie dat de vordering van de benadeelde partij F.M.P. [naam 2] geheel toewijsbaar is (het op de tenlastelegging vermelde feit 1).

In de zaak met parketnummer 03/659155-16

De raadsman deelt het standpunt van de officier van justitie dat de vordering van de benadeelde partij [betrokkene 33] (het op de tenlastelegging vermelde feit 8) niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken.

In de zaken met parketnummers 03/659299-16, 03/659107-16 en 03/659155-16

De raadsman deelt het standpunt van de officier van justitie ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 5] , [slachtoffer 30] en Drogisterij [slachtoffer 16] B.V. (beide vorderingen), waarin de KvK-uitdraaien ontbreken. Deze benadeelde partijen kunnen volgens de raadsman niet in hun vorderingen worden ontvangen.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

In de zaak met parketnummer 03/661166-17

Feit 1

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij F.M.P. [naam 2] geheel toewijzen tot een bedrag van € 262,00, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf 23 mei 2017 (de datum waarop het strafbare feit is gepleegd). De opgevoerde schadepost is immers niet betwist en aan de verdachte zal onder andere ter zake van dat feit een straf worden opgelegd.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

In de zaak met parketnummer 03/659299-16

Ad-info feit 8

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 31] toewijzen tot een bedrag van € 73,94 ter zake de post materiele schade, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf 1 augustus 2016 (de datum waarop het strafbare feit is gepleegd). Deze schadepost is immers niet betwist en aan de verdachte zal onder andere ter zake van dat feit een straf worden opgelegd.

De gevorderde immateriële schade van € 175,00 (ter zake ‘aangifte politie 2 uur en afwikkeling personeel etc 2 uur’) is betwist. Nu de benadeelde partij deze schade niet heeft onderbouwd, zal de rechtbank de vordering op dit punt afwijzen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

In de zaak met parketnummer 03/659155-16

Feit 8

De rechtbank zal de benadeelde partij [betrokkene 33] niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit waarop de vordering betrekking heeft, zal worden vrijgesproken

In de zaken met parketnummers 03/659299-16, 03/659107-16 en 03/659155-16

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de benadeelde partijen:

- [slachtoffer 5] (ad-info feit 2 in de zaak met parketnummer 03/659299-16);

- [slachtoffer 30] (ad-info feit 4 in de zaak met parketnummer 03/659299-16);

- [betrokkene 32] / [slachtoffer 11] Belfeld (feit 3 in de zaak met parketnummer 03/659107-16);

- Drogisterij [slachtoffer 16] B.V. (feit 3 in de zaak met parketnummer 03/659155-16);

- Drogisterij [slachtoffer 16] B.V. (feit 7 in de zaak met parketnummer 03/659155-16),

niet in hun vorderingen kunnen worden ontvangen, nu niet kan worden vastgesteld of de personen die als vertegenwoordigers staan vermeld op de voegingsformulieren bevoegd zijn om de benadeelde partijen te vertegenwoordigen in dit geding.

Er is sprake van een onevenredige belasting van het strafgeding, wanneer de behandeling wordt geschorst om de benadeelde partijen alsnog in de gelegenheid te stellen om de KvK-uitdraaien aan de rechtbank over te leggen. De benadeelde partijen kunnen hun vorderingen slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

8 De vernietiging strafbeschikking

De rechtbank zal de in de zaak met parketnummer 03/227971-15 eerder uitgevaardigde strafbeschikking vernietigen. Zij stelt haar vonnis hiervoor in de plaats.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 45, 57, 63, 267, 285, 300, 310 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vernietiging strafbeschikking

- vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking in de zaak met parketnummer 03/227971-15;

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van de in de zaak met parketnummer 03/659155-16 onder 8 en 11 ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten alsmede de ad informandum gevoegde feiten tot een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:

  • -

    zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of

  • -

    geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt voorts de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:

  1. veroordeelde wordt verplicht op basis van de door het NIFP-IFZ afgegeven indicatiestelling zich te laten opnemen in een door het NIFP-IFZ aan te wijzen intramurale instelling, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die haar in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven. De beschikbaarheid van het zorgaanbod wordt nader bepaald door het NIFP-IFZ;

  2. veroordeelde moet zich binnen 48 uur na aanvang van de extramurale fase van haar klinische behandeling melden bij Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering op het adres Putgraaf 3, 6411 GT Heerlen, telefoonnummer 088-0901140. Hierna moet de veroordeelde zich in het kader van nazorg blijven melden zolang de extramurale fase c.q. zijn proeftijd duurt en zo frequent als de reclassering noodzakelijk acht;

  3. veroordeelde wordt verplicht om zich na beëindiging van de opgelegde klinische behandeling te melden bij een door de reclassering nader aan te wijzen instelling voor intramurale woonbegeleiding of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, te verblijven bij deze voorziening en zich te houden aan het (dag)programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  4. veroordeelde wordt verboden drugs te gebruiken, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. De veroordeelde dient haar volledige medewerking te verlenen aan de door de reclassering opgelegde urinecontroles ten behoeve van het vaststellen van eventueel drugsgebruik;

  • -

    geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    verstaat dat zo spoedig mogelijk wordt aangevangen met de hiervoor onder bijzondere voorwaarde a bedoelde klinische behandeling in het kader van artikel 43, derde lid, van de Penitentiaire Beginselenwet.

  • -

    heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraf;

Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij F.M.P. [naam 2] toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij, te betalen € 262,00 te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 23 mei 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [naam 2] , van € 262,00, bij niet betaling en verhaal te vervangen door vijf dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 23 mei 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 31], gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 73,94, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 1 augustus 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 31] , van € 73,94, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 1 dag hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 1 augustus 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [betrokkene 33] niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil.

- verklaart de benadeelde partij R.C.L. [slachtoffer 16] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil.

- verklaart de benadeelde partij R.C.L. [slachtoffer 16] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil.

- verklaart de benadeelde partij [betrokkene 32] ./ [slachtoffer 11] Belfeld niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil.

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 30] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil.

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.C.A. Wilschut, voorzitter, mr. A.K. Kleine en

mr. C.M. Nollen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Schmeets, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 oktober 2017.

Buiten staat

De griffier en mr. C.M. Nollen zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

zij op of omstreeks 27 mei 2016 te Reuver, gemeente Beesel, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam 4] - [slachtoffer 1] (vestiging [adres 2] ), heeft bewogen tot de afgifte van 29,95 euro, in elk geval van enig geldbedrag/goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- een fles olie uit het (schappen van het) [slachtoffer 1] weggenomen en/of

- ( vervolgens) aan een medewerk(st)er/caissière ( [betrokkene 28] ) verteld dat zij dit goed eerder in de desbetreffende winkel heeft gekocht en/of dat zij niet (meer) beschikt over een aankoopbewijs en/of dat zij voornoemd product wenst te retourneren,

waardoor voornoemde [naam 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

zij op of omstreeks 27 mei 2016 te Reuver, gemeente Beesel, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] (vestiging [adres 3] ) heeft bewogen tot de afgifte van 20 euro, in elk geval van enig geldbedrag/goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- een SD kaart uit de (schappen van de) [slachtoffer 2] weggenomen en/of

- ( vervolgens) aan een medewerk(st)er/caissière ( [betrokkene 29] ) verteld dat zij en/of haar zoon dit goed eerder in de desbetreffende winkel heeft gekocht en/of dat zij niet (meer) beschikt over een aankoopbewijs en/of dat zij voornoemd product wenst te retourneren,

waardoor [slachtoffer 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

zij op of omstreeks 8 maart 2016 in de gemeente Venlo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 20] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

4.

zij in of omstreeks de periode 31 mei 2016 tot en met 1 juni 2016 te Steyl, gemeente Venlo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (personen)auto, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan H.J.J. [slachtoffer 21] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen (personen)auto onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, bestaande deze valse sleutel uit een bij deze (personen)auto behorende sleutel, tot welk gebruik zij, verdachte, niet gerechtigd was

en/of

zij in of omstreeks de periode 31 mei 2016 tot en met 1 juni 2016 te Steyl, gemeente Venlo,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen autosleutels (behorende bij een personenauto met kenteken [nummer] ) en/of een personenauto (met kenteken [nummer] ) en/of een zonnebril en/of een overzetbril en/of een rekenmachine en/of twee gevarendriehoeken, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan H.J.J. [slachtoffer 21] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

5.

zij op of omstreeks 07 juli 2016 te Horst, gemeente Horst aan de Maas,, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] (vestiging [adres 4] ) te bewegen tot de afgifte van

van 59,95 euro, in elk geval van enig geldbedrag/goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- een raamwisser uit de (schappen van de) [slachtoffer 2] (vestiging

[adres 4] ) weggenomen en/of

- ( vervolgens) aan een medewerk(st)er/caissière (mevr. [betrokkene 30] ) verteld dat

zij dit goed eerder in de desbetreffende winkel heeft gekocht en/of heeft gekregen en/of dat zij niet (meer) beschikt over een aankoopbewijs en/of dat zij voornoemd product wenst te retourneren,

waardoor gepoogd werd [slachtoffer 2] tot afgifte van voornoemd geldbedrag te bewegen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

zij op of omstreeks 8 juni 2016 in de gemeente Venlo, althans in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf met het oogmerk om zich en/of een ander

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 4] te bewegen tot de afgifte van 39,99 euro, in elk geval van enig geldbedrag/goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met

de waarheid:

- een dvd-box en/of een boek uit de (schappen van) [slachtoffer 4] weggenomen en/of

- ( vervolgens) de prijssticker van voornoemd(e) goed(eren) afgehaald en/of

- aan een medewerk(st)er/caissière ( [betrokkene 31] ) verteld dat zij en/of haar zoon voornoemde dvd-box en/of een boek heeft gekregen en/of dat zij niet (meer) beschikt over een aankoopbewijs en/of dat zij voornoemd product wenst te retourneren,

waardoor [slachtoffer 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7.

zij op of omstreeks 2 augustus 2016 te Panningen, gemeente Peel en Maas, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 5] (vestiging [adres 5] ) heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval van enig geldbedrag/goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- een fles olie uit de (schappen van de) [slachtoffer 5] weggenomen en/of

- ( vervolgens) aan een medewerk(st)er/caissière ( [betrokkene 6] ) verteld dat zij dit goed eerder in de desbetreffende winkel heeft gekocht en/of

- dat zij voornoemd product wenst te retourneren,

waardoor [slachtoffer 5] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

en/of

zij op of omstreeks 2 augustus 2016 te Panningen, gemeente Peel en Maas, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen etenswaren en/of meerdere USB autoladers en/of een powerbank en/of een of meer onbekend gebleven goederen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Tenlastelegging bij gevoegde verdachte met parketnummer: 03/227971-15

zij op of omstreeks 12 november 2015 te Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één of meer kledingstukken en/of een paar schoenen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Tenlastelegging bij gevoegde verdachte met parketnummer: 03/020144-16

1.

zij in of omstreeks de periode van 18 december 2015 tot en met 3 januari 2016, meermalen, te Venlo, althans in Nederland, althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

-op 18 december 2015 een medewerker van [slachtoffer 8] heeft bewogen tot afgifte

van 29,90 euro en/of

-op 3 januari 2016 een medewerker van [slachtoffer 8] heeft bewogen tot afgifte van

29,90 euro,

hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, zich tegenover bovengenoemde winkelier voorgedaan als zijnde bonafide klant van gekochte goederen, door een paar schoenen van het merk York uit de doos te halen en deze schoenen te ruilen, in elk geval enig goed in het vooruitzicht te stellen;

2.

zij in op of omstreeks de periode van 31 december 2015 tot en met 28 januari 2016,

in de gemeente Venlo en/of de gemeente Venray, meermalen, althans eenmaal ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels,

-op 31 december 2015 te Venlo een medewerker van [slachtoffer 8] heeft te bewegen

tot afgifte van 29,90 euro;

- op 22 januari 2016 te Venray een medewerker van [slachtoffer 8] heeft te bewegen

tot afgifte van 29,90 euro;

- op 28 januari 2016 te Venlo een medewerker van [slachtoffer 9] te bewegen tot

afgifte van 25 euro, althans een geldbedrag,

hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, zich tegenover bovengenoemde winkeliers voorgedaan als zijnde bonafide klant van gekochte goederen, door een paar schoenen van het merk York uit de doos te halen en deze schoenen te ruilen, in elk geval enig goed in het vooruitzicht te stellen en/of door een aantal kledingstukken en kaarsen uit de winkel te nemen en van prijskaartjes te ontdoen en zich als bonafide koper voor te doen door deze goederen te ruilen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Tenlastelegging bij gevoegde verdachte met parketnummer: 03/659107-16

1.

zij op of omstreeks 24 maart 2016in de gemeente Venlo, meermalen, in elk geval eenmaal,

telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit [slachtoffer 10] , [adres 6] , heeft weggenomen de hierna te noemen goederen en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbenden, in elk geval aan een ander dan aan verdachte:

- een portemonnee (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan K.J.M.E. [betrokkene 11] en/of

- een portemonnee (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [betrokkene 35] en/of

- een portemonnee (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan J.C.N.M. [betrokkene 13] en/of

- een portemonnee (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan M.P. [betrokkene 12] en/of

- een mobiele telefoon (Iphone 4S) en/of drie, althans een of meer, pasjes,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan M.W.A. [betrokkene 10] ;

2.

zij op of omstreeks 24 maart 2016 in de gemeente Venlo K.J.M.E. [betrokkene 11] en/of E.P.A.M. [betrokkene 15] heeft mishandeld door meermalen, althans eenmaal, te slaan en/of stompen tegen een hand en/of het gelaat, althans tegen het lichaam, van voornoemde [betrokkene 11] en/of [betrokkene 15] ;

3.

zij op of omstreeks 12 april 2016 te Belfeld, gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee pakken luiers en/of drie sixpacks bier, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [slachtoffer 11] (vestiging [adres 7] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededaders.

Tenlastelegging bij gevoegde verdachte met parketnummer: 03/659155-16

1.

zij op of omstreeks 5 december 2015 te Reuver, gemeente Beesel, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een vest, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [slachtoffer 7] (vestiging [adres 8] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

zij op of omstreeks 29 september 2015 te Reuver, gemeente Beesel, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een jas(je), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [slachtoffer 7] (vestiging [adres 8] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3.

zij op of omstreeks 14 maart 2016 in de gemeente Venlo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles parfum, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [slachtoffer 12] (vestiging [adres 9] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

4.

zij op of omstreeks 15 maart 2016 in de gemeente Venlo met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (veiligheids)lamp(je), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 13] (vestiging [adres 18] ) en/of [betrokkene 19] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

5.

zij op of omstreeks 16 maart 2016 in de gemeente Venlo met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een paar schoenen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 14] (vestiging [adres 17] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

6.

zij op of omstreeks 3 februari 2016 in de gemeente Venlo met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de [slachtoffer 15] (vestiging [adres 12] )

heeft bewogen tot de afgifte van 34,99 euro, in elk geval van enig geldbedrag/goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- een dekbed uit de (schappen van de) [slachtoffer 15] weggenomen en/of

- ( vervolgens) aan een medewerk(st)er/caissière verteld dat zij dit goed eerder in de desbetreffende winkel heeft gekocht en/of heeft gekregen en/of dat zij niet (meer) beschikt over een aankoopbewijs en/of dat zij voornoemd product wenst te retourneren,

waardoor de [slachtoffer 15] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

7.

zij op of omstreeks 12 maart 2016 in de gemeente Venlo met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, Drogisterij [slachtoffer 16] (vestiging [adres 14] ) heeft bewogen tot de afgifte van make-up, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- een geschenkverpakking uit de (schappen van) Drogisterij [slachtoffer 16] weggenomen en/of

- ( vervolgens) aan een medewerk(st)er/caissière verteld dat zij dit goed heeft gekregen en/of

dat zij niet (meer) beschikt over een aankoopbewijs en/of dat zij voornoemd product wenst te retourneren/ruilen,

waardoor Drogisterij [slachtoffer 16] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

en/of

zij op of omstreeks 12 maart 2016 in de gemeente Venlo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee flessen parfum, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Drogisterij [slachtoffer 16] (vestiging [adres 14] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

8.

zij op of omstreeks 20 maart 2016 te Tegelen, gemeente Venlo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [betrokkene 33] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

9.

zij op of omstreeks 8 april 2016 in de gemeente Venlo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 17] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, meermalen, althans eenmaal, de kassalade van een onbemande kassa heeft geopend en/of gesloten en/of zich achter een pilaar in voornoemde bibliotheek heeft verscholen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

10.

zij op of omstreeks 25 april 2016 in de gemeente Venlo met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld en/of een portemonnee (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [betrokkene 24] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

11.

zij op of omstreeks 12 maart 2016 te Tegelen, gemeente Venlo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen drie broeken, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 18] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Tenlastelegging bij gevoegde verdachte met parketnummer: 03/661113-16

1.

zij op of omstreeks 22 februari 2016 te Reuver, gemeente Beesel, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een stoomstrijkijzer, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 19] (vestiging Rijksweg te Reuver), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

zij op of omstreeks 24 februari 2016 in de gemeente Roermond, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de [slachtoffer 19] (vestiging [adres 15] te Roermond) heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag en/of een stoomstrijkijzer, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich tegenover de medewerker van de [slachtoffer 19] als eigenaar van een betaald product, te weten een stoomstrijkijzer, heeft voorgedaan en/of voornoemd product ter ruiling heeft aangeboden, waardoor de medewerker van de [slachtoffer 19] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

zij op of omstreeks 24 februari 2016 in de gemeente Roermond, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de [slachtoffer 19] (vestiging [adres 16] te Roermond) te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een geldbedrag en/of een stoomstrijkijzer, heeft voorgedaan als eigenaar van een betaald product, te weten een stoomstrijkijzer, en/of voornoemd product ter ruiling heeft aangeboden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Tenlastelegging bij gevoegde verdachte met parketnummer: 03/661166-17

1.

zij op of omstreeks 23 mei 2017 in de gemeente Venlo F.M.P. [naam 2] (brigadier van politie eenheid Limburg) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door met een mes, in elk geval een scherp voorwerp in de richting van genoemde [naam 2] te wijzen, althans door een mes, in elk geval een scherp voorwerp aan die [naam 2] te tonen;

2.

zij op of omstreeks 23 mei 2017 in de gemeente Venlo opzettelijk (een) ambtena(a)r(en),te weten F.M.P. [naam 2] (brigadier van politie eenheid Limburg) en/of [naam 3] (medewerker van politie eenheid Limburg), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in hun/zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hun/hem de woorden toe te voegen: "Hoerenzoon, hufter en vieze wijkagent"

en/of "Jij vieze kale flikker"en/of "Hoerenzoon, je moet kanker krijgen, je hebt vroeger veel slaag gehad hè, je bent zeker in de bosjes gemaakt, jij bastaard, je bent een gluiperd een vrouw slaan hè, je moet dadelijk eens zien. Die krijg je dadelijk onverwachts terug, let maar op". althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Ad informandum gevoegde strafzaken:

659299-16 30 mei 2016, Venlo,

Gemeente Venlo

Diefstal en poging oplichting, 2016098005

[slachtoffer 39] , aangifte p. 73, verdachte bekent p. 204

659299-16 05 juni 2016, Roermond,

Gemeente Roermond

Oplichting/diefstal 2016106363 meermalen

[slachtoffer 5] , aangifte p. 93, verdachte bekent p. 205

659299-16 08 juni 2016, Venlo,

Gemeente Venlo,

Poging tot oplichting 2016103039

[slachtoffer 42] , aangifte p. 120, verdachte bekent p. 204

659299-16 13 juni 2016, Roermond,

Gemeente Roermond

Oplichting 2016115699

[slachtoffer 30] , aangifte p. 129, verdachte bekent p 205

659299-16 08 juli 2016, Horst,

Gemeente Horst aan de Maas,

Poging tot oplichting 2016124207,

[slachtoffer 19] , aangifte p. 152, verdachte bekent p. 219

659299-16 08 juli 2016, Venray,

Gemeente Venray,

oplichting 2016139261

[slachtoffer 39] , aangifte p. 158, verdachte bekent p. 223

659299-16 25 juli 2016, Venlo,

Gemeente Venlo,

Oplichting 2016137324,

[slachtoffer 11] Supermarkt, aangifte p. 167, verdachte bekent p. 206,

659299-16 01 augustus 2016, Maasbree,

Gemeente Peel en Maas,

Diefstal 2016141801,

[slachtoffer 31] , aangifte p. 174, verdachte bekent p. 206

659155-16 3 februari 2016 tot en met 4 februari 2016, Venlo,

gemeente Venlo,

oplichting (meermalen), 2016056650,

[slachtoffer 38] , aangifte p. 72, verdachte bekent p. 342

659155-16 06 februari 2016, Venlo,

gemeente Venlo,

oplichting, 2016052154,

[slachtoffer 37] , aangifte p. 76, verdachte bekent p. 342

659155-16 11 februari 2016, Venlo,

gemeente Venlo,

poging tot oplichting, 2016056628,

[slachtoffer 41] , aangifte p. 82, verdachte bekent p. 343

659155-16 14 maart 2016, Venlo,

gemeente Venlo,

oplichting, 2016050977,

[slachtoffer 36] , aangifte p. 137, verdachte bekent p. 344

659155-16 14 maart 2016, Venlo,

gemeente Venlo,

oplichting, 2016050225,

[slachtoffer 35] , aangifte p. 157, verdachte bekent p. 344

659155-16 18 maart 2016, Venlo,

gemeente Venlo,

oplichting, 2016050191,

[slachtoffer 40] , aangifte p. 207, verdachte bekent p. 345

659155-16 16 maart 2016, Tegelen,

gemeente Venlo,

diefstal, 201605063,

[slachtoffer 34] , aangifte p. 184, verdachte bekent p. 345

659155-16 17 maart 2016, Venlo,

gemeente Venlo,

diefstal laptop [slachtoffer 33] , 2016047958,

[slachtoffer 36] , aangifte p. 203, verdachte bekent p. 345

659155-16 27 februari 2016 tot en met 21 maart 2016, Venlo,

gemeente Venlo,

oplichting (meermalen), 2016052233,

Boekhandel [slachtoffer 32] , aangifte p. 88, verdachte bekent p. 346

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer 2016171037, gesloten d.d. 15 september 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 224.

2 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 augustus 2016, pagina 203.

3 Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 1] d.d. 16 juni 2016, pagina’s 58 en 59.

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 augustus 2016, pagina 203.

5 Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 2] namens [slachtoffer 2] d.d. 1 juni 2016, pagina’s 63 en 64.

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 augustus 2016, pagina 202.

7 Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 3] namens [slachtoffer 20] d.d. 30 maart 2016, pagina’s 34 en 35.

8 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2017.

9 Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 4] namens [slachtoffer 3] d.d. 6 augustus 2016, pagina’s 141 en 142.

10 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2017.

11 Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 5] namens [slachtoffer 4] d.d. 8 juni 2016, pagina’s 123 en 124.

12 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2017.

13 Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 6] namens [slachtoffer 5] d.d. 3 augustus 2016, pagina’s 185 en 186.

14 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2017.

15 Proces-verbaal van aangifte door H.J.J. [slachtoffer 21] d.d. 1 juni 2016, pagina’s 85 en 86.

16 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer 2015210368, gesloten d.d. 13 november 2015, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 18.

17 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2017.

18 Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 7] namens [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] d.d. 12 november 2015, pagina’s 6 tot en met 8.

19 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer 2016019426, gesloten d.d. 2 februari 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 32.

20 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 29 januari 2016, pagina 25.

21 Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 8] namens [slachtoffer 8] d.d. 29 januari 2016, pagina’s 18 en 19.

22 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 29 januari 2016, pagina’s 25 en 26.

23 Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 8] namens [slachtoffer 8] d.d. 29 januari 2016, pagina’s 18 en 19.

24 Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 9] namens [slachtoffer 9] d.d. 28 januari 2016, pagina’s 3 en 4.

25 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer 2016089447, gesloten d.d. 26 mei 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 350.

26 Proces-verbaal van aangifte door M.W.A. [betrokkene 10] d.d. 24 maart 2016, pagina’s 271 en 272.

27 Proces-verbaal van aangifte door K.J.M.E. [betrokkene 11] d.d. 24 maart 2016, pagina’s 253 en 254.

28 Proces-verbaal van aangifte door M.P. [betrokkene 12] d.d. 24 maart 2016, pagina’s 268 en 269.

29 Proces-verbaal van aangifte door J.C.N.M. [betrokkene 13] d.d. 24 maart 2016, pagina’s 262 en 263.

30 Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 35] d.d. 24 maart 2016, pagina’s 259 en 260.

31 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2017.

32 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 maart 2016, pagina 280.

33 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 maart 2016, pagina 279.

34 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 maart 2016, pagina 283.

35 Proces-verbaal van aangifte door K.J.M.E. [betrokkene 11] d.d. 24 maart 2016, pagina’s 253 en 254

36 Proces-verbaal van aangifte door E.P.A.M. [betrokkene 15] d.d. 24 maart 2016, pagina’s 256 en 257

37 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2017

38 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2017

39 Het proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 16] namens [slachtoffer 11] d.d. 12 april 2016, pagina’s 311 en 312.

40 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer 201608447, gesloten d.d. 26 mei 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 350.

41 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 27 april 2016, pagina’s 341 en 342.

42 Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 17] namens [slachtoffer 7] d.d. 8 december 2015, pagina’s 49 en 50.

43 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2017.

44 Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 17] namens [slachtoffer 7] d.d. 30 september 2015, pagina’s 44 en 45.

45 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 27 april 2016, pagina 344.

46 Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 18] namens [slachtoffer 12] d.d. 19 maart 2016, pagina’s 131 en 132.

47 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 27 april 2016, pagina 344.

48 Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 19] d.d. 19 maart 2016, pagina’s 161 en 162.

49 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 27 april 2016, pagina 344 en 345.

50 Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 20] namens [slachtoffer 14] d.d. 18 maart 2016, pagina’s 188 en 189.

51 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 27 april 2016, pagina 342.

52 Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 34] namens [slachtoffer 15] d.d. 28 maart 2016, pagina’s 63 en 64.

53 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2017.

54 Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 22] namens Drogisterij [slachtoffer 16] d.d. 17 maart 2016, pagina’s 100 en 101.

55 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2017.

56 Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 23] namens [slachtoffer 17] d.d. 14 april 2016, pagina’s 299 en 300.

57 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2017.

58 Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 24] d.d. 27 april 2016, pagina’s 330 en 331.

59 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer 2016040415, gesloten d.d. 17 maart 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 35.

60 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 3 maart 2016, pagina’s 30 en 31.

61 Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 25] namens [slachtoffer 19] d.d. 29 februari 2016, pagina’s 6 en 7.

62 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 3 maart 2016, pagina 28.

63 Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 26] namens [slachtoffer 19] d.d. 24 februari 2016, pagina’s 11 en 12.

64 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 3 maart 2016, pagina’s 29 en 30.

65 Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 27] namens [slachtoffer 19] d.d. 24 februari 2016, pagina’s 13 en 14.

66 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer 2017082596, gesloten d.d. 26 mei 2017, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 30.

67 Proces-verbaal van aangifte F.M.P. [naam 2] d.d. 23 mei 2017, pagina’s 4 en 5.

68 Proces-verbaal van aangifte [naam 3] d.d. 23 mei 2017, pagina’s 26 tot en met 28.

69 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2017.

70 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2017.

71 Proces-verbaal van aangifte van F.M.P. [naam 2] d.d. 23 mei 2017, pagina’s 4 en 5.

72 Proces-verbaal van aangifte van [naam 3] d.d. 23 mei 2017, pagina 28.