Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:10043

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
18-10-2017
Datum publicatie
18-10-2017
Zaaknummer
AWB - 16 _ 1541u + AWB - 16 _ 1543u
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Betreft het verlenen van een wijzigingsvergunning op grond van de Waterwet voor het lozen van pyrazoolhoudend afvalwater. De wijziging moet leiden tot een vergunde situatie voor pyrazool en houdt onder meer in dat het gehalte aan pyrazool in het afvalwater ter plaatse van het lozingspunt niet meer mag bedragen dan 50 µg/l in een volumeproportioneel etmaalmonster en 30 µg/l als voortschrijdend gemiddelde van 10 achtereenvolgende etmaalmonsters. Door het lozend bedrijf en de fabriek waar pyrazool als onderdeel van het productieproces vrijkomt, is beroep ingesteld. De rechtbank is van oordeel dat lozing van pyrazool niet is vergund bij de geldende vergunning die is verleend op grond van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren nu het lozen van pyrazool destijds niet is aangevraagd en die stof ook niet is genormeerd in de vergunning. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder toereikend heeft gemotiveerd hoe de tijdelijk geldende lozingsnormen zijn vastgesteld en dat die normen, gelet op de zorgplicht op grond van de Drinkwaterwet en de Waterwet, redelijk en, gezien de empirisch vastgestelde gehaltes aan pyrazool, ook haalbaar zijn. Volgt ongegrondverklaring van de beroepen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
M en R 2018/9 met annotatie van J.H.H. van Kempen
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK limburg

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummers: AWB/ROE 16/1541 en 16/1543

uitspraak van de meervoudige kamer van 18 oktober 2017 in de zaken tussen

AWB 16/1541: Sitech Services B.V. te Geleen, eiseres (hierna: Sitech),

(gemachtigde: mr. N.H. van den Biggelaar),

AWB 16/1543: AnQore B.V. te Sittard, eiseres (hierna: AnQore),

(gemachtigde: mr. J.H.W. Koster)

en

het dagelijks bestuur van het waterschap Limburg, verweerder,

(gemachtigde: mr. H.J.M. Besselink)

Als derde-partij hebben aan het geding deelgenomen: Dunea N.V. te Zoetermeer (gemachtigde: mr. H.J. Breeman), Evides N.V. te Rotterdam (gemachtigde:

mr. M.G.J. Maas-Cooymans), N.V. Waterleidingmaatschappij te Maastricht, (gemachtigde: mr. J. Stoop).

Procesverloop

Bij besluit van 25 maart 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan Sitech een wijzigingsvergunning op grond van de Waterwet verleend voor het lozen van pyrazoolhoudend afvalwater.

Sitech en Anqore hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Evides N.V. heeft verwezen naar het beroepschrift dat de drinkwaterbedrijven hebben ingediend in de procedure met zaaknummer AWB 16/2041.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juli 2017.

Sitech is verschenen, vertegenwoordigd door haar gemachtigde en door [naam 1] .

Anqore is verschenen, vertegenwoordigd door haar gemachtigde en door [naam 2] .

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en door [naam 3] en ir. M.E.A. Gerits.

Van de derde-partijen heeft Dunea N.V. zich laten vertegenwoordigen door mr. M.G.J. Maas-Cooymans en door [naam 4] en [naam 5] . Evides N.V. heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.G.J. Maas-Cooymans en N.V. Waterleidingmaatschappij Limburg door mr. J. Stoop.

Overwegingen

1. Aan DSM Manufacturing Center B.V. (rechtsvoorganger van Sitech) is op

20 februari 2006 onder nummer V2005-124 een vergunning ingevolge de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo) verleend voor het lozen van effluent, afkomstig van de Integrale Afvalwater Zuiverings Installatie (IAZI), in het oppervlaktewater genaamd de Zijtak Ur te Stein. Deze vergunning is daarna diverse malen gewijzigd en heeft een geldigheidstermijn tot 16 april 2016.

2. Op 22 december 2009 zijn de Waterwet en de Invoeringswet Waterwet in werking getreden en is de Wvo ingetrokken. Ingevolge artikel 2.25, eerste lid, van de Invoeringswet Waterwet wordt de vergunning van 20 februari 2006 gelijkgesteld met een vergunning op grond van de Waterwet.

3. Verweerder heeft op 4 september 2015 een aanvraag van Sitech ontvangen voor een wijzigingsvergunning op grond van de Waterwet voor het verrichten van handelingen in een watersysteem. De wijzigingsaanvraag betreft het verzoek om pyrazoolhoudend water te mogen lozen. De aanvraag is daarna diverse malen aangevuld. In de aanvraag is verzocht om een tijdelijke normering voor pyrazool in het effluent van maximaal 70 µg/l als daggemiddelde waarde (24 uurs volumeproportioneel opbouwmonster) en 45 µg/l als voortschrijdend rekenkundig gemiddelde van 10 achtereenvolgende etmaalmonsters voor de periode tot en met september 2016. Tevens is verzocht om een definitieve normering voor pyrazool in het effluent van maximaal 70 µg/l als daggemiddelde waarde (24 uurs volumeproportioneel opbouwmonster) en 30 µg/l als voortschrijdend rekenkundig gemiddelde van 10 achtereenvolgende etmaalmonsters. Ten slotte is nog een tijdelijke situatie aangevraagd waarin 1 maal per maand een piekwaarde van 70 < X < 400 µg/l aan pyrazool in het effluent wordt toegestaan waarbij een doelgerichte meldingswijze wordt gehanteerd.

4. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de aangevraagde vergunning voor het wijzigen van de op 20 februari 2006 tot 16 april 2016 verleende vergunning voor het lozen van afvalwater, afkomstig van de IAZI, in het oppervlaktewater genaamd de Zijtak Ur te Stein, verleend onder de in het besluit gestelde voorschriften en de aangevraagde vergunning voor het meerdere geweigerd. Daarbij heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat in de vigerende vergunning en de daarop volgende wijzigingen niet wordt voorzien in de lozing van pyrazool. De wijziging moet leiden tot een vergunde situatie voor pyrazool en houdt onder meer in dat het gehalte aan pyrazool in het afvalwater ter plaatse van het “lozingspunt effluent IAZI” niet meer mag bedragen dan 50 µg/l in een volumeproportioneel etmaalmonster en 30 µg/l als voortschrijdend gemiddelde van 10 achtereenvolgende etmaalmonsters. De vergunninghouder is verplicht dagelijks volumeproportionele etmaalmonsters te nemen van zowel het effluent als van het influent van de IAZI en deze te laten analyseren op de stof pyrazool.

5. Sitech en AnQore voeren in de eerste plaats aan dat de lozing van pyrazool reeds werd gedekt door de watervergunning uit 2006 en subsidiair dat voor de gehanteerde normering onvoldoende aanleiding bestond. Zij verwijzen daartoe naar hun beroepschriften in de zaken met de procedurenummers AWB 16/885 AWB 16/886 en AWB 16/2061 en AWB 16/2063.

6. Verweerder heeft verwezen naar het verweer dat in die zaken is gevoerd.

7. De rechtbank overweegt als volgt.

8. De rechtbank stelt allereerst ambtshalve vast dat (ook) AnQore als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij het bestreden besluit dient te worden aangemerkt. AnQore produceert acrylonitrile en daarbij komt pyrazool in het afvalwater vrij dat aan de IAZI wordt aangeboden. De opgelegde normering raakt AnQore rechtstreeks in haar bedrijfsvoering omdat zij diverse flankerende maatregelen heeft moeten nemen om normoverschrijdingen te voorkomen. Haar (bedrijfs)belang is daardoor rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken.

9. Zowel Sitech als AnQore hebben zich primair op het standpunt gesteld dat de lozing van pyrazool was vergund in de lozingsvergunning uit 2006, namelijk in de somparameters voor Tot-N en CZV die in artikel 6 van genoemde vergunning zijn vastgesteld. Daarnaast gold voor de lozing van pyrazool artikel 24 van die vergunning, waarin was bepaald dat andere dan de in de artikelen 4 tot en met 14 van deze vergunning genoemde stoffen (de genormeerde afvalstoffen) die zijn vermeld in de vergunningaanvraag in het afvalwater ter plaatse van het ‘lozingspunt effluent IAZI’ uitsluitend mogen voorkomen in concentraties die onschadelijk zijn voor de biologische zelfreiniging van oppervlaktewateren, dan wel geen nadelige gevolgen mogen hebben voor de gezondheid van mens, flora en fauna.

10. Met betrekking tot deze beroepsgrond overweegt de rechtbank - evenals in de uitspraak van heden met de procedurenummers AWB/ROE 16/885 en 16/886 is gedaan - dat door partijen niet wordt betwist dat in de op grond van de Wvo op 20 februari 2006 afgegeven vergunning, noch in de wijzigingen van deze vergunning van 17 februari 2007,
21 augustus 2008, 16 december 2009, 1 februari 2011, 20 juni 2011 en 25 juli 2011 en noch in de aanvragen voor de betreffende (wijzigingen) van die vergunning, expliciet van pyrazool melding is gemaakt. Evenmin is een specifieke normering voor de lozing van pyrazool opgenomen in de vergunning. Ook is pyrazool daarin niet genoemd als polaire stof. De rechtbank volgt eiseressen ook niet in de stelling dat pyrazool is vergund via de parameters CVZ en Tot-N. De rechtbank volgt eiseressen ook niet in de stelling dat pyrazool is vergund via de parameters CVZ en Tot-N. Uit het enkele feit dat pyrazool oxideerbaar is en stikstofatomen bevat kan niet worden afgeleid dat ook de lozing van pyrazool zou zijn vergund middels de parameters CVZ en Tot-N. Indien dit het geval zou zijn zouden alle stoffen die oxideerbaar zijn of stikstofatomen bevatten zijn vergund via genoemde parameters, hetgeen niet het geval is. Tevens gaan de normen voor CZV en Tot-N uit van mg/l, terwijl het bij de aanvaardbaarheid van pyrazool gaat om veel lagere gehalten, uitgedrukt in µg/l. Gelet hierop is de lozing van pyrazool niet vergund. Daaraan doet niet af dat pyrazool wel genoemd is in register 2, welke onderdeel uitmaakt van de bij brief van 23 december 2008 opgenomen ABM-toets. Dat maakt immers nog niet dat pyrazool onderdeel uitmaakt van de aanvraag voor de latere wijzigingsvergunningen. Deze beroepsgronden slagen daarom niet.

11. Subsidiair hebben Sitech en AnQore zich op het standpunt gesteld dat de bij het bestreden besluit gestelde normen onaanvaardbaar en disproportioneel zijn, hetgeen leidt tot een kostbare wijze van bedrijfsvoering, terwijl ook bij een minder strenge normering geen sprake is van relevante effecten voor het milieu en de volksgezondheid. Zij betogen dat alle installaties op de Chemelot Site voldoen aan BBT en dat ook de IAZI voldoet aan de BREF CWW (Common Waste en Waste Gas). Uit de final draft BREF toets blijkt dat de IAZI met betrekking tot verwijdering van pyrazool een rendement kan halen van > 99,9%. Inherent aan de bedrijfsvoering en onvermijdelijk is echter dat variaties in de afvalwatersamenstelling optreden die kunnen worden veroorzaakt door allerlei geplande en ongeplande oorzaken. Door een geringe variatie in aanbod of samenstelling in de totale afvalwaterstroom naar de IAZI kan het biologisch systeem en daarmee het rendement van de afbraak worden beïnvloed, waardoor dit tijdelijk met enkele procenten kan dalen. De door Sitech aangevraagde normering van 70 µg/l per etmaalmonster en 30 µg/l per voortschrijdend gemiddelde van etmaalmonsters houdt een verwijderingsrendement in van respectievelijk 99% en 99,6%. Gezien de gevoeligheid van de biologische zuivering en de factoren die de werking kunnen beïnvloeden, zoals de periodieke grote onderhoudstops van de verschillende fabrieken, stelt Sitech meer tijd nodig te hebben om het proces verder te optimaliseren. Sitech heeft er daarbij op gewezen dat zij altijd een integrale afweging moet maken voor de afbraak van de diverse afvalstoffen in het afvalwater. Maximale afbraak van de ene stof mag daarbij niet resulteren in een onaanvaardbaar lagere afbraak van een andere stof. De thans opgelegde normering is volgens Sitech afgeleid uit een niet representatieve bedrijfssituatie en dwingt tot onverantwoorde maatregelen. Sitech betoogt dat de strikte normering leidt tot aanzienlijke en kostbare beperkingen in de reguliere bedrijfsvoering. Zo worden bijvoorbeeld twee van de drie beschikbare bergingen als buffer gebruikt. Dit terwijl er geen definitieve normstelling voor pyrazool in het kader van de oppervlaktewaterkwaliteit of de drinkwaterkwaliteit voorhanden is en er geen officiële gezondheidskundige grenswaarde voor pyrazool is vastgesteld. Uit de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu van
27 augustus 2015 blijkt dat tot 27 augustus 2017 Maaswater met een concentratie tot maximaal 15 µg/l kan worden ingenomen ten behoeve van de drinkwatervoorziening en dat dit geen gevaar voor de volksgezondheid oplevert. Deze conservatieve norm levert rekenkundig een maximale waarde op van 150 µg/l bij het lozingspunt uitgaande van een minimaal Maasdebiet van 10 m³/s. Verder is uit onderzoek gebleken dat pyrazool met 98% zekerheid niet genotoxisch is. Sitech wijst erop dat uit artikel 2.1, eerste lid, van de Waterwet geen primaat kent van de vervulling van maatschappelijke functies (het drinkwaterbelang) door watersystemen.

12. Verweerder heeft de tijdelijke norm vastgesteld na een afweging van het belang van Sitech (en AnQore) enerzijds en de belangen van de Waterwet, waaronder met name het belang van de drinkwatervoorziening. Ter bepaling van de (tijdelijke) norm voor pyrazool is belang gehecht aan de brief van de Minister van 27 augustus 2015, de Duitse GOW-oriëntatiewaarde en de door de voorzieningenrechter van deze rechtbank in de uitspraak van 18 november 2015 bepaalde norm. Verweerder wijst erop dat de IAZI naar huidige inzichten als BBT wordt beschouwd en dat het verwijderingsrendement van pyrazool in een stabiele bedrijfssituatie meer dan 99% bedraagt. Gebleken is dat het proces gevoelig is voor verstoringen. Om die reden heeft verweerder tevens een voorschrift (artikel 34) opgenomen dat pyrazoolhoudend afvalwater te allen tijde via een buffer aan de IAZI dient te worden aangeboden. Hierdoor kunnen pieken in het influent worden afgezwakt. Verder is een voorschrift (artikel 32) opgenomen dat de in het plan van aanpak van 11 januari 2016 met kenmerk WTW-2016-022JL beschreven werkwijze dient te worden gevolgd teneinde een stabiele bedrijfssituatie te bereiken. Daarnaast dient voor de langere termijn onderzocht te worden of verdere reductie mogelijk is en daarover te worden gerapporteerd aan verweerder (artikel 33). Bij de vaststelling van de tijdelijke normering heeft verweerder onder meer de bestaande overgangssituatie, zoals geschetst in de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu van 27 augustus 2015 in combinatie met de geldende zorgplicht op grond van de Drinkwaterwet en de adviezen van Rijkswaterstaat, alsmede de meetgegevens van Sitech betrokken. De gestelde normen zijn afgeleid van analyseresultaten uit de periode van
12 september 2015 tot en met 8 december 2015, waarbij tijdelijk verhoogde analyseresultaten niet zijn meegenomen.

13. De rechtbank overweegt naar aanleiding van de beroepsgronden allereerst dat ten tijde van het bestreden besluit geen definitieve norm voor pyrazoollozingen beschikbaar was en vooralsnog onvoldoende zeker was wat de gevolgen van die lozingen op het milieu en de drinkwater waren. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank daarom terecht erop gewezen dat uit de zorgplicht van de Drinkwaterwet en de Waterwet voortvloeit dat ernaar gestreefd moet worden om de concentraties van pyrazool in oppervlaktewater zo laag mogelijk te houden. Gelet op de hiervoor samengevat weergegeven overwegingen op grond waarvan verweerder tot de in het bestreden besluit neergelegde normstelling is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat niet gezegd kan worden dat verweerder niet alle relevante belangen heeft gewogen of dat het resultaat daarvan onredelijk is. Ook heeft verweerder toereikend gemotiveerd hoe de gestelde norm is vastgesteld. Uit hetgeen Sitech heeft aangevoerd heeft de rechtbank niet afgeleid dat de gestelde normering niet haalbaar is of onredelijk bezwarend is, zij het dat dit zeer zorgvuldig werken vereist. Uit de analyseresultaten, waarbij pieken die na een brand en een verstoring als gevolg van een verhoogd aanbod van methanol aan de IAZI zijn ontstaan, op goede gronden buiten beschouwing zijn gelaten, blijkt afdoende dat de gestelde normen kunnen worden gehaald. Daarbij zal de bestaande buffercapaciteit moeten worden ingezet. Verder heeft verweerder bij de normstelling het leerproces, waarin Sitech zich ten aanzien van het terugdringen van de concentraties pyrazool bevindt, niet uit het oog verloren. Met de gestelde norm van 30 µg/l voor een voortschrijdend gemiddelde van 10 etmaalmonsters wordt geborgd dat de lozing van pyrazool structureel onder die grens blijft en met de norm van 50 µg/l voor een volumeproportioneel etmaalmonster wordt voldoende rekening gehouden met het leerproces en de variaties en schommelingen die in het verwijderingsproces kunnen optreden. Gelet op de daarvoor gegeven motivering heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank de normen voor de lozing pyrazool uit een oogpunt van bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en ter vervulling van de maatschappelijke functies van watersystemen, waaronder de drinkwatervoorziening, in redelijkheid kunnen vaststellen zoals in het bestreden besluit is gedaan. Voor een ruimere norm, zoals Sitech voorstaat, heeft verweerder op goede gronden geen aanleiding gezien. De beroepsgronden van Sitech en AnQore slagen daarom niet.

14. De beroepen zijn ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Th.M. Schelfhout, voorzitter, en mr. drs. E.J. Govaers en mr. D.J.E. Hamers-Aerts, leden, in aanwezigheid van mr. F.A. Timmers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2017.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op: 18 oktober 2017

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.