Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:9925

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
17-11-2016
Datum publicatie
17-11-2016
Zaaknummer
03/659498-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor doodslag op ex-partner te Sevenum tot een gevangenisstraf van 9 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/659498-15

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 17 november 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

gedetineerd in PI Zuid Oost - HvB Ter Peel te Evertsoord.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. M.F.M. Geeratz, advocaat kantoorhoudende te Venlo.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3 november 2016. De verdachte en haar raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte [slachtoffer] – al dan niet met voorbedachten rade – heeft gedood.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake de primair ten laste gelegde moord wordt vrijgesproken en dat de subsidiair ten laste gelegde doodslag wordt bewezenverklaard, nu de verklaring van verdachte niet past bij de resultaten van verschillende (forensische) onderzoeken.

De raadsman heeft – zoals vervat in de overgelegde pleitnota – bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor het (voorwaardelijk) opzet van verdachte. Daartoe heeft de raadsman – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat indien en voor zover het letsel dat het overlijden van het slachtoffer heeft veroorzaakt door verdachte is toegebracht, er – gelet op de verklaring van verdachte – sprake is van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Verdachte stelt niet gemerkt te hebben dat het slachtoffer gewond is geraakt door het mes dat zij heeft vast gehouden en deze stelling wordt niet, althans onvoldoende, weersproken door de feiten en omstandigheden in het dossier. De raadsman heeft in dat kader een aantal argumenten aangevoerd om de bewijswaarde van het forensische bewijs te beperken. Voor zover de rechtbank van oordeel is dat verdachte wel degelijk gevoeld moet hebben dat het slachtoffer in het mes gevallen is, kan uit de handelingen van verdachte niet worden afgeleid dat zij daarmee willens en wetens de aanmerkelijk kans op de dood van het slachtoffer heeft aanvaard. Het slachtoffer is door een ongelukkige samenloop van omstandigheden tegen verdachte aangevallen, terwijl zij een mes vast had.

3.2

Het oordeel van de rechtbank 1

4 december 2015:

Op 4 december 2015 wordt er om 19:49:12 uur naar 112 gebeld. De melding houdt in dat op het adres [adres] te Sevenum een man op de bank zou zitten die hevig zou bloeden.2

Op 4 december 2015 omstreeks 20.00 uur komen de verbalisanten ter plaatse. In de stacaravan die zich achter de woning gelegen aan [adres] te Sevenum bevindt, treffen de verbalisanten op de bank een blanke man aan met ontbloot bovenlijf. Aan de linkerzijde van de hals van de man, zit een witte doek geklemd met daarop een rode op bloed gelijkende substantie. Verder heeft de man een hoop schuimend bloed rondom zijn mond. De man draagt een broek die tot halverwege zijn benen zit en zijn geslachtsdeel is geheel ontbloot. De verbalisanten constateren dat de man niet meer beweegt en levenloos op de bank zit. Er wordt geprobeerd hem te reanimeren, maar de ambulanceverpleegkundige constateert dat de man is overleden. Hij heeft een steekwond op de borst. Het betreft een open en diepe wond in de linkerborst van ongeveer drie centimeter.3 Het slachtoffer is [slachtoffer] .4

In de stacaravan is tevens een vrouw aanwezig, genaamd [verdachte] (verdachte). Zij wordt aangehouden.5

Het stoffelijk overschot van [slachtoffer] is op 5 december 2015 inbeslaggenomen.6

Bij sectie op het lichaam van [slachtoffer] is onder meer het volgende gebleken:7

  • -

    aan de borstkas links was scherprandige huidperforatie (letsel A) met een lengte van circa 3,2 centimeter. Het voetwaarts gelegen uiteinde had een puntiger aspect dan het hoofdwaarts gelegen uiteinde. Dit letsel was gelegen op circa 144-146,5 centimeter van de voetzoolrand en circa 4-5 cm links van de middellijn;

  • -

    in relatie met letsel A was er een steekkanaal ter lengte van minimaal 5 centimeter, vrij recht voetwaarts en rugwaarts lopend. Er was een doorsteek tussen de spieren van de ribben aan de borstkas links met beschadiging van het kraakbenig deel van de rib, een doorsteek door de bovenkwab van de linkerlong met schamping van de onderkwab van de linkerlong, perforatie van een tak van de linkerlongslagaders en perforatie van een tak van de linkerhoofdbronchus;

  • -

    letsel A is was bij leven ontstaan door inwerking van uitwendig mechanisch scherprandig perforerend geweld, zoals opgeleverd kan worden door een scherprandig voorwerp. Gezien het aspect van steekverwonding waarbij het ene uiteinde puntiger was dan het andere uiteinde kan het volgende worden aangegeven. Het is waarschijnlijker dat een dergelijk aspect wordt aangetroffen indien dit is opgeleverd met een eenzijdig scherprandig voorwerp dan dat dit is opgeleverd met een tweezijdig scherprandig voorwerp. In relatie met de steekverwoning (letsel A) was de linkerlong geraakt met perforatie van een aftakking van de linkerlongslagader en een aftakking van de linker hoofdbronchus. Hierdoor heeft zich bloed in de linkerborstholte opgehoopt met bloed in de luchtwegen ten teken van bloedinademing en was er bloed in de mond. Dit heeft geleid tot belemmering van de ademhaling en longfunctiestoornissen waarmee het overlijden kan worden verklaard.

De patholoog komt tot de conclusie dat het intreden van de dood van [slachtoffer] wordt verklaard door verwikkelingen ontstaan als gevolg van uitwendig mechanisch scherprandig perforerend geweld (1 steekverwonding aan de borstkas links).

Met betrekking tot het steekkanaal zijn aanvullende vragen gesteld naar aanleiding van het radiologisch onderzoek. Op grond van de radiologische beelden betreft het een totale minimale steekkanaallengte van ongeveer 13,8 cm (steekopening tot en met de ribben +/- 4,4 cm en perforatie van de long +/- 9,4 cm).8

Op basis van de verschillende onderzoeksgegevens heeft de politie een tijdlijn opgesteld met betrekking tot de gebeurtenissen op 4 december 2015. Daaruit komt het volgende naar voren:9

  • -

    uit de camerabeelden, getuigenverklaringen en informatie uit de telefoons volgt dat verdachte en [slachtoffer] rond 17:36:16 uur bij de stacaravan van [slachtoffer] , gelegen aan [adres] te Sevenum, zijn aangekomen;

  • -

    uit de camerabeelden volgt dat ze beiden in de woonwagen zijn (achter het raam zijn schimmen te zien) en dat [slachtoffer] om 17:51:11 uur de woonwagen verlaat en om 17:52:55 uur de Jumbo binnenloopt. Om 17:57:12 uur verlaat hij de Jumbo weer met iets wits in zijn handen en loopt weer terug naar de woonwagen waar hij om 18:01:32 uur aankomt;

  • -

    vanaf 18:01:32 uur tot het ter plaatse komen van de politie, is [slachtoffer] niet meer in beeld gekomen van een van de camera’s;

  • -

    vanaf 17:34:51 uur tot aan het ter plaatse komen van de politie, is verdachte niet meer in beeld gekomen van een van de camera’s;

  • -

    om 18:36:12 uur is er beweging in de woonwagen, een persoon beweegt achter het raam van de woonkamer van rechts naar links;

  • -

    om 18:36:20 uur gaat het licht achter het badkamerraam uit;

  • -

    om 19:44:23 uur beweegt er een persoon achter het raam van de woonkamer van rechts naar links. De persoon bukt zich naar de grond en komt weer overeind;

  • -

    om 19:46:13 uur beweegt er een persoon achter het raam van de woonkamer van links naar rechts;

  • -

    uit de historische printgegevens van de telefoon van verdachte blijkt dat verdachte om 19:47:35 naar 112 belt;

  • -

    om 19:53:54 uur beweegt een persoon achter het woonkamerraam van rechts naar links. Het licht in de badkamer gaat aan;

  • -

    om 20:00:20 uur arriveert de politie;

  • -

    om 20:06 uur constateren de ambulancemedewerkers dat [slachtoffer] is overleden.

Verdachte antwoordt op de vraag van de politie wie er buiten haar en [slachtoffer] op 4 december 2015 nog meer in [slachtoffer] woonwagen zijn geweest: “In de tijd dat ik daar was is er niemand anders geweest.”10

Tussenconclusie 1

Op basis van bovenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat het slachtoffer [slachtoffer] op 4 december 2015 omstreeks 20.06 uur in de stacaravan is overleden als gevolg van een steekwond in zijn linkerborst. In de uren hieraan voorafgaand zijn verdachte en [slachtoffer] de enige personen die aanwezig zijn in de stacaravan.

Het mes

Op 4 december 2015 omstreeks 20:50 uur wordt bij het sporenonderzoek midden op de bank in de woonkamer van de stacaravan naast het lichaam van [slachtoffer] een zwarte trui aangetroffen. Onder deze trui ligt een bebloed mes.11 Het lemmet van het mes heeft een lengte van circa 140 mm.12

Het betreffende mes wordt veiliggesteld (SIN: AAIN0239NL). Op het lemmet en heft zijn vlekken zichtbaar.13

Uit nader onderzoek aan het betreffende mes blijkt dat in de bemonstering van een bloedspoor op de linkerzijde van het lemmet het DNA-profiel van het slachtoffer wordt aangetroffen. De kans dat een DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard. In de bemonstering (met bloed) van het heft van het mes wordt een DNA-profiel van (minimaal) twee personen aangetroffen met een afgeleid DNA-profiel van verdachte. De kans dat een DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.14

In de keuken van de stacaravan zijn alle aangetroffen messen in beslaggenomen voor nader onderzoek.15 Daarbij is op geen enkel mes menselijk bloed aangetroffen.16

Tussenconclusie 2

De rechtbank leidt uit bovenstaande bewijsmiddelen af dat de steekwond bij het slachtoffer is veroorzaakt door het bebloede mes dat is aangetroffen op de bank waar ook het lichaam van [slachtoffer] is aangetroffen. Op het heft van dit mes is DNA-materiaal afkomstig van verdachte aangetroffen. Het mes past bovendien bij de radiologische bevindingen en de bevindingen van de patholoog.

Sporenonderzoek in de stacaravan:

In de stacaravan van het slachtoffer is sporenonderzoek verricht. Daarbij is het volgende vastgesteld:

Gang en badkamer:

In de gang wordt op drie plaatsen bloed aangetroffen (bloedcontactsporen) en in de badkamer wordt bloed aangetroffen op de linker- en rechterzijde van de wasbak.17

Keuken:

In de keuken wordt enkel op de buitenzijde van een keukenlade met daarin de bestekbak bloed aangetroffen.18

Slaapkamer:

In de slaapkamer is bloed aangetroffen op de kasten naast de doorgang naar de kamer, het tapijt in de doorgang naar de woonkamer, aan de onderzijde van de bovenbouw van de ingebouwde slaapplaats, alsmede op 2 kussens op het bed en op het dekbedovertrek, waarbij aan de onderzijde van het dekbedovertrek sprake was van een grotere concentratie bloed.

Met betrekking tot de bloedsporen in de slaapkamer en woonkamer nabij de zitbank heeft een bloedbeeldinterpretatie plaatsgevonden. Daarbij is het volgende vastgesteld.19

In de slaapkamer zijn op de volgende plekken bloedsporen aangetroffen:

  • -

    tegen de zijkant en de voorzijde van de kast aan de rechterzijde van de doorgang (gezien vanuit de woonkamer) was een groot aantal bloeddruppels en – spatten zichtbaar;

  • -

    op de slaapkamervloer voor de kast lagen meerdere voorwerpen waarop bloedsporen zijn aangetroffen;

  • -

    op de vloerbedekking nabij de hoek van de kast aan de rechterzijde zijn meerdere bloedsporen aangetroffen;

  • -

    op de voorzijde en de zijkant van de kast links van de doorgang zijn meerdere bloedvlekken zichtbaar;

  • -

    op de bovenzijde van een poot van de elektrische verwarming welke tussen de kast en het bed in stond, zijn bloedsporen zichtbaar;

  • -

    op de vloerbedekking van de slaapkamer in de doorgang tussen de twee kasten naar de woonkamer zijn een groot aantal bloedvlekken aangetroffen.

In de woonkamer zijn op de volgende plekken bloedsporen aangetroffen:

- op de muur met petjes naast de zitbank zijn op meerdere plaatsen bloeddruppels en

– spatjes zichtbaar;

  • -

    tegen de muur achter de zitbank zijn op enkele plaatsen bloeddruppels en –spatten zichtbaar. Ook op het verkeersbord en in de ruit van deze muur zijn bloeddruppels aanwezig;

  • -

    op de rugleuning en de linkerarmsteun van de zitbank is bloed aanwezig;

  • -

    op de salontafel, welke volgens de indrukken in het tapijt tegenover de zitbank heeft gestaan, zijn op het tafelblad en tegen de zijkant bloeddruppels en – spatten aangetroffen.

De verbalisant die het proces-verbaal heeft opgesteld, relateert dat, gelet op het aangetroffen bloedbeeld, het slachtoffer zich waarschijnlijk bloedend vanuit de slaapkamer ter hoogte van de hoek van de rechter kast in de slaapkamer, via de doorgang naar het linker gedeelte van de zitbank heeft verplaatst.

Tussenconclusie 3

Op basis van bovengenoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat het merendeel van de bloedsporen is aangetroffen in de slaapkamer en in de woonkamer in de nabijheid van de zitbank waarop het slachtoffer is aangetroffen. In de keuken, gang en badkamer zijn nagenoeg geen bloedsporen aangetroffen.

Voor zover de raadsman heeft betoogd dat het bloedbeeldonderzoek onvolledig is geweest, verwerpt de rechtbank dit verweer. Daartoe overweegt de rechtbank dat het sporenonderzoek betrekking heeft gehad op de hele stacaravan. Daarbij is gebleken dat de meeste bloedsporen zich bevonden in de slaapkamer en in de woonkamer nabij de zitbank. De rechtbank acht het derhalve begrijpelijk dat het onderzoek betreffende de bloedbeeldinterpretatie zich vervolgens heeft geconcentreerd op de in de slaapkamer en in de nabijheid van de zitbank aangetroffen bloedsporen. Daarmee kan naar oordeel van de rechtbank niet worden gesteld dat dit onderzoek onvolledig is geweest. Voorts heeft de rechtbank ook geen reden om de twijfelen aan de deskundigheid van de verbalisant die dit onderzoek heeft uitgevoerd.

De verklaringen van verdachte

Verdachte heeft tijdens de gerechtelijke schouw op 17 mei 2016 en de terechtzitting van

3 november 2016 een verklaring afgelegd over de feitelijke toedracht voorafgaand aan het overlijden van het slachtoffer. Deze verklaring houdt in dat zij op 4 december 2016 met [slachtoffer] in zijn stacaravan aanwezig was. Nadat [slachtoffer] was teruggekomen van de Jumbo hebben zij ongeveer 1,5 uur op de bank zitten praten. Vervolgens begon de hond te piepen en is verdachte opgestaan om eten voor de hond te maken. Toen zij in de keuken bij het aanrecht met een mes het vlees voor de hond aan het snijden was, kwam [slachtoffer] van achteren naar haar toe. Hij probeerde haar te knuffelen/in haar nek te kussen, maar verdachte heeft hem met haar linker elleboog weggeduwd. Vervolgens ging zij verder met het snijden van het vlees, maar op een gegeven moment merkte zij dat [slachtoffer] haar broek en onderbroek omlaag trok. Hij kwam met zijn hele lichaam van achteren tegen haar aan staan. Zij voelde dat hij zijn broek ook naar beneden had. Verdachte duwde zich van het aanrecht af, waardoor [slachtoffer] naar achteren viel. Hij zette ongeveer twee stappen naar achteren en wankelde een beetje. Verdachte draaide zich om en had daarbij nog steeds het mes in haar linkerhand. [slachtoffer] kwam weer haar richting uit en zij heeft hem weggeduwd met haar rechterhand tegen zijn rechterschouder. Hij verloor zijn evenwicht en viel wederom in haar richting. Hij viel daarbij voorover op zijn knieën op de grond. Verdachte heeft het mes op het aanrecht dan wel op de tafel in de keuken weggelegd, is over zijn benen gesprongen/gestapt en naar de badkamer gelopen. In de badkamer heeft zij haar tampon gecontroleerd, omdat [slachtoffer] bij haar binnengedrongen was. Toen ze vervolgens haar schoenen aandeed in de gang zag ze dat [slachtoffer] tussen de salontafel en het kastje met daarop de tv stond (met zijn gezicht in richting van de TV). Hij wankelde naar voren en naar achteren. Vervolgens zag verdachte dat hij bloed ophoestte. Zij is naar hem toegegaan en heeft hem op de bank gezet. Vervolgens heeft zij 112 gebeld. Verdachte heeft voorts verklaard dat zij niet heeft gemerkt dat [slachtoffer] in het mes is gevallen. Zij vermoedt dat hij in het mes is blijven haken toen hij in haar richting viel. Daarbij voelde ze dat zijn gewicht tegen haar aan kwam.

Overwegingen

De rechtbank begrijpt de verklaring van verdachte in die zin dat zij zelf niet weet wat er gebeurd is, maar dat het slachtoffer mogelijk in de keuken per ongeluk in het mes is gevallen dat zij op dat moment vast had om het vlees voor de hond te snijden. De rechtbank kan de aannemelijkheid van deze lezing van verdachte, vanwege het feit dat het slachtoffer het incident niet kan navertellen en er geen andere getuigen aanwezig waren in de stacaravan, slechts beoordelen en toetsen aan de hand van de overige inhoud van het dossier. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Het mes

De rechtbank stelt vast dat de verklaring van verdachte met betrekking tot het mes dat zij vast had op het moment dat het slachtoffer tegen haar aan is gevallen, niet strookt met het aantreffen van het bebloede mes op de bank in de woonkamer. Zoals hiervoor in tussenconclusie 2 weergegeven is de rechtbank van oordeel dat het mes dat in de woonkamer naast het slachtoffer is aangetroffen het mes betreft waarmee de steekwond in de borst van het slachtoffer is veroorzaakt. Uit de verklaring van verdachte wordt niet duidelijk hoe dit mes op de bank terecht is gekomen. Voor zover de raadsman heeft willen betogen dat het slachtoffer het mes op de bank mogelijk zelf uit zijn borst heeft getrokken en vervolgens naast zich op de bank heeft gelegd, merkt de rechtbank op dat dit niet strookt met de verklaring van verdachte dat zij het mes nadat het slachtoffer was gevallen, in de keuken heeft neergelegd.

De verklaring van verdachte met betrekking tot het mes strookt evenmin met het aantreffen van een mes met dierlijk bloed en veegsporen in de keuken. Met dit mes lijkt, gelet op de veegsporen die er op zijn aangetroffen, het vlees voor de hond te zijn gesneden. Op dit mes is echter geen menselijk bloed aangetroffen.

Het bloedbeeld

Het scenario van de verdediging waarbij het slachtoffer in de keuken door het mes is geraakt,

brengt gelet op het aangetroffen bloed in de slaapkamer met zich mee dat het slachtoffer in de tijd dat verdachte op het toilet zat vanuit de keuken door de woonkamer naar slaapkamer moet zijn gelopen en vervolgens weer terug naar de woonkamer is gegaan en voor de tv is gaan staan, alwaar het slachtoffer bloed ophoestend door verdachte werd aangetroffen toen ze van het toilet afkwam.

Dit scenario strookt niet met de in de stacaravan aangetroffen bloedsporen. In de keuken zijn immers, met uitzondering van één bloedcontactspoor op een keukenlade, geen bloedsporen aangetroffen. Ook op de route van de keuken door de woonkamer naar de slaapkamer zijn geen bloedsporen aangetroffen die bij dit scenario passen. Ook tussen de salontafel en de kast met de tv waar verdachte, toen zij terug kwam van het toilet en haar schoenen in de gang wilde aandoen, het slachtoffer zag staan en bloed zag ophoesten, zijn geen bloedsporen aangetroffen die hierbij passen.

Zoals hierboven beschreven is er veel bloed aangetroffen op diverse plekken in de slaapkamer, in de doorgang van de slaapkamer naar de woonkamer richting de salontafel en de bank waar het slachtoffer uiteindelijk is aangetroffen. Deze aangetroffen sporen stroken niet met de verklaring van verdachte. De rechtbank acht het namelijk niet aannemelijk dat het slachtoffer in de keuken door het mes is geraakt, vervolgens zonder noemenswaardig bloed te verliezen door de woonkamer naar de slaapkamer is gelopen, in de slaapkamer veel bloed heeft verloren, vervolgens terug naar de woonkamer naar de tv is gelopen en daarbij niet of nauwelijks bloed heeft verloren (ondanks dat verdachte hem daar bloed heeft zien ophoesten) en toen bij het naar de bank lopen weer is gaan bloeden.

Tussenconclusie 4:

Op grond van de hiervoor weergegeven discrepanties tussen de verklaring van verdachte en het forensische bewijs, is de rechtbank van oordeel dat het door verdachte gesuggereerde scenario, niet aannemelijk is.

Nu verdachte en het slachtoffer de enige personen zijn die ten tijde van het ontstaan van de steekverwonding bij het slachtoffer in de stacaravan aanwezig waren, kan het naar oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat verdachte de dodelijke verwonding in de borst heeft veroorzaakt.

Opzet

Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank niet gebleken dat verdachte het slachtoffer willens en wetens heeft gedood. Dit sluit echter niet uit dat het opzet van verdachte in voorwaardelijke zin was gericht op de dood van het slachtoffer. Voor het aannemen van voorwaardelijk opzet is vereist dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijk kans heeft aanvaard dat een bepaald gevolg – zoals hier de dood – zal intreden.

De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Uit het pathologisch onderzoek volgt dat de steekverwonding aan de borst is toegebracht door uitwendig mechanisch perforerend geweld. De aard van het letsel is zeer ernstig; er is sprake van een doorsteek tussen de spieren van de ribben met beschadiging van het kraakbenig deel van de rib, een doorsteek door de bovenkwab door de linkerlong, perforatie van een tak van de linkerlongslagader en perforatie van een tak van de linkerhoofdbronchus. Voorts komt uit radiologisch onderzoek naar voren dat de totale steekkanaallengte ongeveer 13,8 centimeter bedraagt. De rechtbank is van oordeel dat uit de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht – in casu het 13,8 centimeter steken met een mes in een vitaal deel van het lichaam als de borstregio – naar algemene ervaringsregels volgt dat de kans op de dood aanmerkelijk is.

De gedragingen van verdachte (het steken in de borst) kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer te zijn gericht op het in de bewezenverklaring omschreven gevolg, te weten de dood, dat het – behoudens contra-indicaties waarvan in casu niet is gebleken – niet anders kan zijn dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op dit gevolg ook heeft aanvaard.

De rechtbank is van oordeel dat er op zijn minst genomen sprake is van voorwaardelijke opzet op de dood.

De rechtbank verwerpt derhalve het verweer van de raadsman inhoudende dat er sprake was van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de richting van het steekkanaal vrij recht voetwaarts en rugwaarts lopend was, hetgeen niet past bij een val van het slachtoffer op de knieën, waarbij verdachte niet zou hebben gemerkt dat het slachtoffer diep in het mes is gevallen. Verdachte heeft tijdens de schouw laten zien dat het slachtoffer voor haar op zijn handen en knieën terecht is gekomen en zij daarna is weg gestapt en het mes heeft weggelegd. De rechtbank is van oordeel dat wanneer het slachtoffer op deze manier in het mes zou zijn gevallen, naar verwachting de hand waarin verdachte het mes vasthad mee naar beneden zou zijn getrokken. Voorts zou dat ook betekenen dat het mes uit het lichaam van het slachtoffer moet zijn getrokken nadat hij op handen en knieën terecht was gekomen, aangezien verdachte heeft verklaard het mes dat zij vast had weer weg te hebben gelegd. De rechtbank acht een dergelijke gang van zaken zo onwaarschijnlijk dat de mogelijkheid dat het dodelijke letsel bij het slachtoffer is veroorzaakt ten gevolge van een val in het mes dat verdachte vast had, in redelijkheid kan worden uitgesloten.

Voorbedachte raad:

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat geen bewijs voorhanden is dat verdachte met voorbedachten rade heeft gehandeld, zodat verdachte van de haar primair ten laste gelegde moord dient te worden vrijgesproken.

Conclusie:

Gelet op vorenstaande bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 4 december 2015 [slachtoffer] in zijn stacaravan te Sevenum heeft gedood door met een mes in zijn borst te steken.

3.3

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

subsidiair:

op 4 december 2015 te Sevenum [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door met een mes in het lichaam van die [slachtoffer] te steken.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

4.1

De strafbaarheid

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft een beroep gedaan op noodweer(exces) en de rechtbank verzocht verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging. Daartoe heeft de raadsman verwezen naar de verklaring van verdachte waaruit kan worden afgeleid dat bij haar de reële vrees bestond dat verdachte haar iets wilde aandoen. Zij had al de ervaring dat het slachtoffer regelmatig geweld gebruikte. Voorts heeft het slachtoffer die avond geprobeerd om tegen haar wil van achteren bij haar binnen te dringen hetgeen ook is gelukt. Verdachte mocht zich weren tegen deze ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door het slachtoffer. Gezien het fysieke overwicht van het slachtoffer op verdachte, de situatie in de stacaravan en het feit dat het slachtoffer tussen verdachte en de deur naar buiten in stond, heeft verdachte met haar handelen de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit niet overschreven. Geenzins is aannemelijk geworden dat verdachte zich aan de situatie had kunnen onttrekken door te vluchten noch dat zij met een minder ingrijpend verdedigingsmiddel had kunnen volstaan. Voor zover de rechtbank van oordeel is dat deze grenzen wel zijn overschreden, is de verdediging van mening dat door de verkrachting verdachte in een zodanige gemoedsbeweging heeft gehandeld dat haar een beroep op noodweerexces toekomt.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het door verdachte geschetste scenario niet aannemelijk is.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft een verklaring afgelegd over de mogelijke feitelijke toedracht voorafgaand aan het overlijden van het slachtoffer. Deze lezing is in bovenstaande bij de beoordeling van het bewijs reeds weergegeven. Met betrekking tot deze verklaring heeft de rechtbank eveneens in bovenstaande reeds geoordeeld dat het door verdachte gesuggereerde scenario niet aannemelijk is, zodat hieraan voorbij wordt gegaan.

Immers, nu de lezing van verdachte de grondslag vormde van het noodweer(exces)verweer van de verdediging, behoeft dit verweer geen nadere bespreking meer.

Het beroep op noodweer(exces) wordt daarom verworpen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

4.2

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feit op:

subsidiair: doodslag.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5 De strafbaarheid van verdachte

Psycholoog drs. B.Y. van Toorn heeft over de geestvermogens van verdachte op 28 maart 2016 een rapport uitgebracht. De deskundige geeft aan dat er bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van alcoholafhankelijkheid alsmede van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens bestaande uit antisociale persoonlijkheidstrekken. Deze stoornis en gebrekkige ontwikkeling waren ook aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde. Gelet op de ontkennende houding van verdachte heeft de deskundige vragen omtrent doorwerking van de eventueel aanwezige stoornis in het delict, en de mate van toerekening niet kunnen beantwoorden.

De rechtbank komt op grond van bovenstaande rapportage – evenals de deskundige – niet toe aan beoordeling van causaliteit tussen de vastgestelde stoornis en gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens en het plegen van de bewezenverklaarde doodslag. Dit betekent dat de rechtbank uit zal gaan van volledige toerekeningsvatbaarheid van de verdachte nu geen omstandigheid aannemelijk is geworden die verdachtes strafbaarheid opheft, zodat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht, gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van negen jaar met aftrek ex artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, gelet op de bepleite vrijspraak, geen strafmaatverweer gevoerd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte en slachtoffer waren ex-partners. Zij hadden een relatie van enkele jaren achter de rug waarin geweld voorkwam. Al dan niet onder invloed van alcohol. Toch zochten zij elkaars gezelschap weer op, met als tragische afloop dat op 4 december 2015 verdachte met één messteek in de borst een einde maakte aan het leven van de 47-jarige [slachtoffer] . Dat gebeurde in zijn stacaravan, een plek waar hij bij uitstek veilig zou moeten zijn. Verdachte heeft hem door haar handelen het meest waardevolle dat hij had, zijn leven, ontnomen. Het behoeft geen nadere uitleg dat verdachte veel leed heeft toegebracht aan de familie van [slachtoffer] alsmede aan anderen die met hem begaan waren. Uit de schriftelijke slachtofferverklaringen van de moeder en broer van [slachtoffer] blijkt dat bij hen sprake is van groot onbegrip en dat het overlijden van hun zoon en broer een groot gemis voor hen betekent.

Ook in de samenleving blijven daden als deze niet zonder gevolgen. Niet alleen de directe omgeving van het slachtoffer wordt opgeschrikt en geschokt door een dergelijke gebeurtenis, maar dit soort feiten versterken de in de samenleving aanwezige gevoelens van angst en onveiligheid.

Het plegen van een levensdelict als doodslag wordt beschouwd als één van de meest ernstige misdrijven die het Wetboek van Strafrecht kent. Het nemen van het leven van een ander is een zo ernstig strafbaar feit dat daarvoor enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur in aanmerking komt.

De rechtbank zoekt bij de strafoplegging vaak aansluiting bij de oriëntatiepunten van het LOVS, dan wel bij straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd. Nu er geen oriëntatiepunten bestaan voor doodslag, heeft de rechtbank gekeken naar de strafoplegging in Nederland in soortgelijke gevallen. Op basis van het beeld dat daaruit naar voren komt, acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf van negen jaar, gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, passend en geboden.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

[benadeelde] heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van het hiervoor ten laste gelegde feit geleden materiële schade.

[benadeelde] voornoemd heeft de materiële schade op een bedrag van € 2.917,68 gesteld en wil die schade vergoed krijgen.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen met oplegging van de schademaatregel.

De raadsman heeft zich, gelet op de bepleite vrijspraak, op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Ten laste van verdachte is het hiervoor onder subsidiair ten laste gelegde feit (artikel 287 van het Wetboek van Strafrecht) bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering, die door de verdediging niet is weersproken, geheel voor toewijzing vatbaar, zodat de rechtbank het schadebedrag zal vaststellen op een totaalbedrag van € 2.917,68, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 4 december 2015 tot de dag der algehele voldoening.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, thans begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van € 2.917,68, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf

4 december 2015 tot de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 39 dagen, te betalen ten behoeve van [benadeelde] voornoemd, zoals hierna in het dictum genoemd.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 24c, 36f, 287 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het primair tenlastegelegde;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.3 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4.1 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor het subsidiaire feit tot een gevangenisstraf van 9 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 2.917,68, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 4 december 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;

- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde] van € 2.917,68, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 39 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 4 december 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.V. Pelsser, voorzitter, mr. A.K. Kleine en mr. L. Feuth, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.M.E. de Beukelaer, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 november 2016.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

zij op of omstreeks 4 december 2015 te Sevenum, gemeente Horst aan de Maas,

[slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door met een mes, althans een puntig en/of scherp voorwerp in het lichaam van die [slachtoffer] te steken en/of te duwen;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

zij op of omstreeks 4 december 2015 te Sevenum, gemeente Horst aan de Maas, [slachtoffer]

opzettelijk van het leven heeft beroofd, door met een mes, althans een puntig en/of scherp voorwerp in het lichaam van die [slachtoffer] te steken en/of te duwen;

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van de Districtsrecherche Noord- en Midden-Limburg, proces-verbaalnummer LB1R015108, gesloten d.d. 24 juni 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 1649.

2 Proces-verbaal bevindingen mbt het uitluisteren van de 112 melding d.d. 10 december 2015, pagina 910-911.

3 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 december 2015, pagina 924-926,

4 Proces-verbaal bevindingen d.d.

5 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 december 2015, pagina 918-920

6 Het proces-verbaal berging en bemonstering van het slachtoffer d.d. 7 januari 2016, pagina 151.

7 Het deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag met zaaknummer 2015.12.04.009 d.d. 11 maart 2016, opgesteld door van M. Buiskool, die verklaart dit rapport naar waarheid, volledig en naar beste inzicht te hebben opgesteld als NFI-deskundige forensische pathologie, op pagina 614-621.

8 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 februari 2016, pagina 691-692.

9 Proces-verbaal tijdlijn d.d. 11 januari 2016, pagina 1120-1127.

10 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 6 januari 2016, pagina 819.

11 Proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 10 december 2015, pagina 115.

12 Het deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 15 maart 2016 met zaaknummer 2015.12.04.009 opgemaakt door ing. I. Keereweer, die verklaart dit rapport naar waarheid, volledig en naar beste inzicht te hebben opgesteld als NFI-deskundige kras-, indruk- en vormsporenonderzoek, pagina 688.

13 Proces-verbaal van sporenonderzoek enge plaats delict d.d. 12 januari 2016, pagina 219

14 Het deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 5 februari 2016 met zaaknummer 2015.12.04.009 opgemaakt door ing. J.L.W. Dieltjes, die verklaart dit rapport naar waarheid, volledig en naar beste inzicht te hebben opgesteld als NFI-deskundige DNA analyse en interpretatie, pagina 655.

15 Proces-verbaal van sporenonderzoek, d.d. 11 april 2016, pagina 481.

16 Proces-verbaal van vervolgonderzoek messen uit woning d.d. 13 februari 2016, pagina 485-491.

17 Proces-verbaal van sporenonderzoek gang en badkamer d.d. 18 december 2015, pagina 392-396.

18 Proces-verbaal van sporenonderzoek keuken d.d.6 januari 2016, pagina 377-379.

19 Proces-verbaal bloedbeeldinterpretatie slaapkamer en woonkamer nabij zitbank d.d. 31 januari 2016, pagina 295-305.