Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:9806

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
14-11-2016
Datum publicatie
30-11-2016
Zaaknummer
5297370/AZ/16-310 14112016
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 7:673d en artikel 24 Ontslagregeling Overbruggingsregeling transitievergoeding.

Omdat een jaarrekening ontbrak, kon door het UWV kon geen verklaring worden afgelegd of de Overbruggingsregeling transitievergoeding op werkgever van toepassing is.

Desondanks heeft werkgever de transitievergoeding betaald als ware de Overbruggingsregeling van toepassing. Werknemer is het daar niet mee eens en verzoekt thans een transitievergoeding op grond van artikel 7:673 dan wel 7:673a BW aan hem toe te kennen.

De kantonrechter dient een volle toets aan te leggen bij de beantwoording van de vraag of werkgever, nu alle stukken wel beschikbaar en overgelegd zijn, voldoet aan artikel 24 Ontslagregeling Overbruggingsregeling transitievergoeding. In casu voldoet de werkgever. Ook op andere gronden slaagt het betoog van werknemer niet dat aan hem een transitievergoeding conform artikel 7:673 dan wel 7:673a toe te kennen. Het verzoek van werknemer wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/3585
AR-Updates.nl 2016-1376
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5297370 \ AZ VERZ 16-310

Beschikking van de kantonrechter van 14 november 2016

in de zaak van:

[werknemer] ,

wonend [adres werknemer] ,

[plaats werknemer] ,

verzoekende partij,

gemachtigde mr. P.A. van Enckevort,

tegen:

de stichting
STICHTING OMROEP VENLO,

gevestigd te Venlo,

verwerende partij,

gemachtigde mr. M.M. van Kralingen-Haanstra,

Partijen zullen hierna [werknemer] en Omroep Venlo worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 12 augustus 2016 ter griffie ontvangen verzoekschrift

- het verweerschrift

- de aanvullende productie aan de zijde van Omroep Venlo

- de mondelinge behandeling

- de brieven van partijen waaruit blijkt dat partijen geen regeling hebben getroffen.

1.2.

Ten slotte is beschikking bepaald.

2 De feiten

2.1.

[werknemer] is op 15 september 2003 bij Omroep Venlo in dienst getreden in de functie van acquisiteur. Het laatst verdiende loon bedroeg € 3.152,41 bruto per maand exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten.

2.2.

Omroep Venlo heeft op 26 januari 2016 bij het UWV een ontslagvergunning gevraagd voor [werknemer] . De ontslagaanvraag was gebaseerd op bedrijfseconomische redenen.

2.3.

Op 17 februari 2016 heeft Omroep Venlo het UWV gevraagd om een verklaring dat zij voldoet aan de voorwaarden voor de Overbruggingsregeling transitievergoeding (hierna: de Overbruggingsregeling).

2.4.

Bij beslissing van 1 april 2016 heeft het UWV Omroep Venlo toestemming verleend om de arbeidsovereenkomst met [werknemer] op te zeggen.

2.5.

Bij beslissing van eveneens 1 april 2016 heeft het UWV verklaard dat de verzochte verklaring niet kon worden afgegeven, omdat niet kon worden getoetst of Omroep Venlo aan alle voorwaarden als bedoeld in artikel 7:673d BW en artikel 24 Ontslagregeling voldoet. Het UWV overweegt daartoe:
“ (..)

  • -

    Uw onderneming heeft een negatief eigen vermogen aan het einde van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarin de arbeidsovereenkomst van de werknemer(s) eindigt of niet wordt voortgezet.
    Deze voorwaarde kunnen wij niet toetsen omdat de jaarrekening over 2015 ontbreekt.

  • -

    De waarde van de vlottende activa van uw onderneming is kleiner dan de schulden met een resterende looptijd van hooguit een jaar. Dit is gemeten aan het einde van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarin de arbeidsovereenkomst van werknemer(s) eindigt of niet wordt voortgezet.
    Deze voorwaarde kunnen wij niet toetsen omdat de jaarrekening over 2015 ontbreekt.

(..)”

2.6.

Bij brief van 11 april 2016 heeft Omroep Venlo de arbeidsovereenkomst met [werknemer] met inachtneming van de opzegtermijn opgezegd tegen 1 juni 2016.

2.7.

Omroep Venlo heeft aan [werknemer] een transitievergoeding van € 3.404,60 bruto betaald, berekend volgens de Overbruggingsregeling.

3 Het verzoek

3.1.

[werknemer] heeft verzocht om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, omroep Venlo te veroordelen:

Primair
om aan [werknemer] te betalen een vergoeding ad € 14.448,55 bruto, verminderd met de reeds uitbetaalde vergoeding, doch vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 1 juli 2016 tot de dag van voldoening;

Subsidiair
om aan [werknemer] te betalen een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag aan transitievergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 1 juli 2016 tot de dag van voldoening;

Zowel primair als subsidiair

in de proceskosten.

3.2.

Omroep Venlo heeft verweer gevoerd.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[werknemer] heeft het verzoek tijdig ingediend, omdat het is ontvangen binnen drie maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd.

4.2.

Tussen partijen is in geschil of aan [werknemer] de wettelijke transitievergoeding als bedoeld in artikel 7:673 lid 1 BW in samenhang bezien met artikel 7:673a BW toekomt (ad € 14.448,55 bruto), of, zoals namens Omroep Venlo is bepleit, de reeds door haar betaalde (lagere) transitievergoeding, conform de Overbruggingsregeling voor kleine werkgever (ad € 3.404,60 bruto).

4.3.

[werknemer] heeft bij verzoekschrift primair het standpunt ingenomen dat Omroep Venlo niet voldoet aan de gestelde voorwaarden om onder het toepassingsbereik van de Overbruggingsregeling te vallen. Subsidiair heeft [werknemer] zich op het standpunt gesteld dat Omroep Venlo op grond van de eisen van redelijkheid en billijkheid alsmede op grond van goed werkgeverschap alsnog gehouden is tot het voldoen van de transitievergoeding op grond van artikel 7:673a BW. Eveneens subsidiair stelt [werknemer] dat Omroep Venlo gehouden is om op grond van artikel 7:681 BW € 14.448,55 bruto te betalen. Meer subsidiair heeft [werknemer] betoogd dat de gemeente een subsidie heeft verstrekt ter voldoening van transitievergoeding zodat voornoemd bedrag hem om die reden toekomt.

4.4.

Omroep Venlo betwist op enige grond gehouden te zijn om aan [werknemer] meer te betalen aan transitievergoeding dan reeds is betaald.

4.5.

Bij de beoordeling van de voorliggende vraag is het volgende wettelijk kader van belang.

4.5.1.

Als uitgangspunt heeft te gelden dat een werknemer ingevolge artikel 7:673 lid 2 BW – kort gezegd – aanspraak maakt op een transitievergoeding over de eerste 120 maanden van de arbeidsovereenkomst, gelijk aan een zesde van het loon per maand voor elke periode van zes maanden dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd en gelijk aan een kwart van het loon per maand voor elke daaropvolgende periode van zes maanden. Hierop zijn in de wet diverse uitzonderingen gemaakt.

4.5.2.

Die uitzonderingen zijn onder andere te vinden in artikel 7:673a lid 1 en 2 BW. In het eerste lid is bepaald dat voor werknemers die bij het eindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst 50 jaar of ouder zijn en waarvan de arbeidsovereenkomst ten minste 120 maanden heeft geduurd, tot 1 januari 2020 een hogere berekeningsmaatstaf transitievergoeding geldt. De transitievergoeding bedraagt in zo’n geval een half maandloon per zes maanden van het dienstverband nu hun vijftigste. Dit is – voor zover thans van belang – ingevolge het tweede lid niet van toepassing indien de werkgever minder dan 25 werknemers in dienst had in de tweede helft van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin de werkgever bij het UWV om een ontslagvergunning heeft gevraagd.

4.5.3.

Een andere uitzondering is neergelegd in artikel 7:673d BW. Daarin is bepaald dat indien sprake is van ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden, onder bij regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te bepalen voorwaarden, de maanden die zijn gelegen vóór 1 mei 2013 buiten beschouwing kunnen worden gelaten bij het berekenen van de transitievergoeding (opmerking kantonrechter: de Overbruggingsregeling). Die voorwaarden zijn neergelegd in artikel 24 van de Ontslagregeling.

4.5.4.

De Overbruggingsregeling houdt – samengevat weergegeven – in, dat in geval van beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische omstandigheden, een werkgever met 25 werknemers of minder bij de berekening van de transitievergoeding voor wat betreft de duur van de arbeidsovereenkomst de maanden die gelegen zijn vóór 1 mei 2013 buiten beschouwing kan laten. Daarbij gelden krachtens artikel 24, tweede lid, van de Ontslagregeling de volgende voorwaarden:

  1. het netto resultaat van de onderneming van de werkgever over het boekjaar, bedoeld in het derde lid, en de twee daaraan voorafgaande boekjaren is kleiner geweest dan nul;

  2. de waarde van het eigen vermogen van de onderneming van de werkgever was negatief aan het einde van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarin de arbeidsovereenkomst eindigt, of niet wordt voortgezet; en

  3. binnen de onderneming van de werkgever aan het einde van het boekjaar dat eindigt voorafgaand aan het boekjaar waarin de arbeidsovereenkomst eindigt of niet wordt voortgezet, is de waarde van de vlottende activa kleiner dan de schulden met een resterende looptijd van ten hoogste één jaar.

4.6.

De kantonrechter dient aan dezelfde voorwaarden te toetsen als waaraan het UWV de aanvraag om toepassing van de Overbruggingsregeling heeft getoetst. Daarbij neemt de kantonrechter als uitgangspunt dat deze toets een volle toets dient te zijn.

4.6.1.

Het UWV heeft bij beslissing van 1 april 2016 geoordeeld dat Omroep Venlo voldoet aan de hiervoor onder a omschreven voorwaarde. Dit wordt thans door [werknemer] niet weersproken, zodat de kantonrechter dit als vast staand aanneemt.

4.6.2.

Omroep Venlo heeft bij verweerschrift de jaarrekening over 2015 overgelegd. Uit deze jaarrekening blijkt dat het eigen vermogen van Omroep Venlo met € 205.335,00 negatief was. Dit is namens [werknemer] tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd erkend. Daarmee is aan de hiervoor onder b omschreven voorwaarde, voldaan. Dit geldt eveneens voor de onder c beschreven voorwaarde. Door Omroep Venlo is middels de jaarrekening over 2015 onbetwist gebleven aangetoond dat de vlottende activa kleiner zijn dan de kortlopende schulden.

4.6.3.

Het voorgaande betekent derhalve dat Omroep Venlo onderbouwd heeft dat zij voldoet onder de hiervoor onder rechtsoverweging 4.5.4. weergegeven. Derhalve is de Overbruggingsregeling van toepassing. [werknemer] wordt dan ook niet gevolgd in zijn stellingen op dit punt zodat de primaire grondslag faalt.

4.7.

De kantonrechter komt derhalve toe aan de beoordeling van de subsidiaire grondslag, namelijk dat de transitievergoeding als bedoeld in artikel 7:673 BW in samenhang bezien met artikel 7:673a BW is verschuldigd op grond van de redelijkheid en billijkheid alsmede goed werkgeverschap, dan wel als zijnde in de vorm van een billijke vergoeding.

4.7.1.

De kantonrechter overweegt dat alvorens een verzoek op grond van redelijkheid en billijkheid kan slagen, aannemelijk moet zijn dat het toepassen van de Overbruggingsregeling in het geval van [werknemer] onaanvaardbaar is. Voorop gesteld dient te worden dat door de wetgever uitdrukkelijk is beoogd om kleine werkgevers met slechte bedrijfseconomische omstandigheden tijdelijk tegemoet te komen ten aanzien van de op grond van artikel 7:673 lid 2 BW bedoelde (hogere) transitievergoeding. Deze regeling is blijkens de parlementaire geschiedenis (Kamerstukken I 2013/14, 33818, C, p. 67) in het leven geroepen om te voorkomen dat het verschuldigd zijn van de hogere transitievergoeding voor kleine werkgevers onder omstandigheden ertoe leidt dat zij (verder) in de problemen komen door het ontslag van werknemers. Tegenover dit belang dient het belang van [werknemer] te worden afgezet. Het is dan ook aan [werknemer] om feiten en omstandigheden te stellen die nopen tot het oordeel dat juist in zijn geval toepassing van de Overbruggingsregeling leidt tot een voor hem onaanvaardbare situatie. [werknemer] heeft in zijn verzoekschrift noch tijdens de mondelinge behandeling aannemelijk weten te maken dat zulks het geval is. Niet blijkt in welk opzicht [werknemer] verschilt van andere werknemers die op grond van de Overbruggingsregeling zich geconfronteerd zien met een lagere transitievergoeding.

4.7.2.

Evenmin heeft [werknemer] aannemelijk gemaakt dat Omroep Venlo door gebruik te maken van een aan haar toekomend recht, niet handelt zoals van een goed werkgever mag worden verwacht. Door [werknemer] is naar voren gebracht dat Omroep Venlo de huidige situatie aan zichzelf te wijten heeft en dat er in het verleden slechte financiële keuzes zijn gemaakt. Wat daar ook van moge zijn, niet valt in te zien dat Omroep Venlo thans niet handelt zoals van een goed werkgever mag worden verwacht. Dat met de wetenschap van nu mogelijk andere keuzes zouden zijn gemaakt op financieel gebied, maakt niet dat artikel 7:673d BW tegenover [werknemer] niet mag worden ingeroepen.

4.7.3.

Tot slot overweegt de kantonrechter dat het beroep op een billijke vergoeding als bedoeld in artikel 7:681 lid 1 BW evenmin tot het door [werknemer] beoogde doel kan leiden. Een vergoeding op grond van voornoemd artikel is alleen mogelijk in de bij de wet genoemde gevallen. Nu namens [werknemer] op geen enkele wijze is gesteld dat zich thans een situatie als bedoeld in artikel 7:681 lid 1 BW zich voordoet, behoeft die stelling geen nadere bespreking meer.

4.7.4.

De conclusie van het voorgaande is dat de subsidiaire grondslag eveneens faalt.

4.8.

Tot slot hebben partijen discussie over de vraag waar de door de gemeente Venlo uitgekeerde subsidie voor is bedoeld en hoe dit moet worden besteed. [werknemer] heeft betoogd dat die subsidie is verstrekt zodat Omroep Venlo de wettelijk vastgestelde transitievergoeding kan voldoen, hetgeen door Omroep Venlo is weersproken. Omroep Venlo heeft betoogd dat die subsidie zag op de bekostiging van de overgangsfase die de onderneming thans doormaakt.

4.8.1.

De kantonrechter constateert dat, hoewel Omroep Venlo dit aanvankelijk ontkende, een deel van de door de gemeente Venlo toegekende subsidie is aangewend om transitievergoedingen te betalen voor twee andere werknemers die zijn ontslagen. Dit blijkt immers uit de door Omroep Venlo overgelegde producties. Wat daar echter ook van zij, niet is komen vast te staan dat de gemeente Venlo een geldbedrag ter beschikking heeft gesteld (enkel) ter voldoening van de transitievergoeding als bedoeld in artikel 7:673a BW. Bovendien is de wijze waarop een subsidie mag worden besteed een aangelegenheid die enkel de subsidieverlener en subsidieontvanger aangaat en waaraan derden – in dit geval [werknemer] – geen rechten kunnen ontlenen. Nu [werknemer] desgevraagd tijdens de mondelinge behandeling geen enkele juridische grondslag heeft gesteld op grond waarvan hij wél aanspraak kan maken op een deel van het uitgekeerde subsidiebedrag, kan ook deze grondslag het verzoek niet dragen.

4.9.

Nu vast staat dat de Overbruggingsregeling van toepassing is en Omroep Venlo een transitievergoeding conform die Overbruggingsregeling aan [werknemer] heeft betaald, leidt dat ertoe dat het verzoek van [werknemer] tot toekenning van de (resterende) transitievergoeding ex artikel 7:673 BW in samenhang bezien met artikel 7:673a BW moet worden afgewezen.

4.10.

[werknemer] zal als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten. de kosten aan de zijde van Omroep Venlo worden begroot op € 400,00
(2,0 punt x € 200,00 tarief).

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst het verzoek af,

5.2.

veroordeelt [werknemer] in de proceskosten, aan de zijde van Omroep Venlo tot op heden begroot op € 400,00.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.

type: SM

coll: mjp