Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:9799

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
26-10-2016
Datum publicatie
16-11-2016
Zaaknummer
5266372 AZ VERZ 16-158
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbindingsverzoek werkgever. Arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op grond van het bepaalde in art. 7:671b lid 1, onderdeel a, in verbinding met art. 7:669 lid 1 en 3, onderdeel d, BW. Transitievergoeding wordt toegekend, geen grondslag voor billijke vergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2016-1299
AR 2016/3332

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 5266372 AZ VERZ 16-158

Beschikking van de kantonrechter van 26 oktober 2016

MD

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

jumbo supermarkten b.V. ,

gevestigd te Veghel,

verzoekende partij,

gemachtigde mr. W. van der Boon,

tegen:

[verweerster] ,

wonend aan de [adres] ,

[woonplaats] ,

verwerende partij,

gemachtigde mr. L.M.S.W. Kissels.

Partijen zullen hierna Jumbo en [verweerster] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- een verzoekschrift met producties;

- een verweerschrift met producties;

- de ter zitting door de gemachtigde van Jumbo overgelegde pleitnota;

- de mondelinge behandeling d.d. 18 oktober 2016.

1.2.

Ten slotte is beschikking bepaald.

2 De feiten

2.1.

Tussen partijen staat, als enerzijds gesteld en anderzijds niet (gemotiveerd) weersproken, en voor zover relevant, het navolgende vast.

2.2.

[verweerster] , geboren op [geboortedatum] , is op 12 februari 2007 krachtens arbeidsovereenkomst bij Jumbo in dienst getreden als kassamedewerkster, tegen een loon van laatstelijk € 1.687,58 bruto per maand, exclusief vakantiebijslag. Op de arbeidsovereenkomst is de cao voor personeel van grootwinkelbedrijven in levensmiddelen (vgl-cao) toepasselijk. [verweerster] verrichtte haar werkzaamheden in het Jumbo-filiaal aan de Franciscus Romanusweg 2 te Maastricht.

2.3.

Vanaf haar indiensttreding op 12 februari 2007 tot en met 2012 heeft [verweerster] voldoende gefunctioneerd.

2.4.

Na 2012 is binnen Jumbo een nieuwe beoordelingssystematiek ingevoerd, waarbij de volgende schalen worden gehanteerd:

A. Excellent, presteert ver boven de functie eisen;

B. Zeer goed, presteert boven de functie eisen;

C. Goed, presteert volgens de functie eisen;

D. Matig, presteert onder de functie eisen;

E. Slecht, presteert ver onder de functie eisen.

2.5.

Het functioneren van werknemers bij Jumbo wordt op twee momenten in een jaar getoetst: (i) functioneringsgesprek en (ii) een beoordelingsgesprek, waarbij het functioneringsgesprek doorgaans halverwege het jaar plaatsvindt en het beoordelingsgesprek doorgaans na afloop van het jaar.

2.6.

Kassamedewerkers worden beoordeeld op basis van de competenties prestatiemotivatie, samenwerken, klantgericht en initiatief.

2.7.

Op 4 april 2014 heeft het beoordelingsgesprek met [verweerster] over 2013 plaatsgevonden. Daarbij is algehele functioneren van [verweerster] met een D. beoordeeld.

Het gespreksverslag is door [verweerster] voor akkoord ondertekend. In de toelichting op die beoordeling schrijft de leidinggevende van [verweerster] :

“Je bent klantvriendelijk, rustig en betrouwbaar. Je neemt de tijd voor je klanten en zij voelen zich gewaardeerd door jou. Je zult meer zelfstandig moeten werken, je bent erg onzeker en afhankelijk. Je werkt hier al een lange tijd waardoor ik meer initiatief van je verwacht. Je gaat conflictsituaties uit de weg en hebt moeite met kritiek. Je zult zelf meer verantwoording moeten nemen, en minder snel terugvallen op je collega’s. Probeer zelf eerst tot een conclusie of oplossing te komen. Laat je meer zien, uit je frustraties/problemen waar je tegenaan loopt en geef aan waarin ik je kan ondersteunen. Je blijft oppervlakkig en neutraal, waardoor het moeilijk te peilen is of je alles wel begrepen hebt. Achteraf blijkt namelijk vaker dat je het niet begrijpt of ontevreden bent. Naar aanleiding van dit beoordelingsgesprek is een plan van aanpak opgesteld om het functioneren te verbeteren”.

2.8.

Op 13 augustus 2014 heeft er een vervolggesprek over het functioneren van [verweerster] plaatsgevonden. Daarvan is een gespreksverslag overgelegd dat voor gezien (en niet voor akkoord) door [verweerster] is ondertekend. Op 29 augustus 2014 heeft een vervolggesprek plaatsgevonden waarbij [verweerster] is bijgestaan door haar gemachtigde.

2.9.

Op 26 oktober 2014 heeft een functioneringsgesprek met [verweerster] over 2014 plaatsgevonden, dat schriftelijk is vastgelegd. Het algehele eindoordeel is: D. De leidinggevende van [verweerster] schrijft daarover:

“Je hebt op enkele punten vooruitgang geboekt tov je vorige beoordeling, zoals het zelfstandiger werken, het verbeteren van je prioriteitenstelling en een juiste balans vinden in het klantencontact. Er zijn nog wel zaken die de aandacht verdienen, we zitten namelijk niet op het gewenste niveau (competenties functie caissière). Probeer bijvoorbeeld niet in de verdediging te schieten als er kritiek is op je functioneren. Je gebruikt vaak het “ja maar”. Probeer de kritiek eerst te accepteren en denk hierover na, je mag het uiteraard bespreekbaar maken als je het er niet mee eens bent maar neem wel je eigen aandeel in verhaal (erkennen). Ook het initiatief nemen is nog van laag niveau en probeer dit ook meer uit te breiden naar de totale afdeling en niet alleen voor je eigen werkzaamheden. Ik mis je ideeën en suggesties terwijl ik weet dat je beaamt dat het momenteel op de kassagroep stroef verloopt.

Er zijn nog steeds geen concretere afspraken gemaakt m.b.t. je vorige beoordeling, misschien had ik je kunnen ondersteunen in bepaalde competenties. Jammer dat hier je initiatief ook te terughoudend in is. Indien je deze functie binnen Jumbo wilt blijven vervullen, zul je in beweging moeten komen anders zijn we genoodzaakt om de samenwerking te stoppen”.

Als bijlage is een reactie van [verweerster] aan het gespreksverslag gevoegd.

2.10.

Vervolgens heeft [verweerster] in november 2014 een plan van aanpak opgesteld. In gesprekken met [verweerster] op 7 november 2014 en 15 december 2014, waarvan gespreksverslagen zijn overgelegd, is dit plan van aanpak verder besproken.

2.11.

Op 30 december 2014 heeft er een beoordelingsgesprek met [verweerster] plaatsgevonden over 2014 (in het verslag van dit gesprek staat abusievelijk 2015 genoemd als het jaar waarop de beoordeling betrekking heeft). Overall is zij met een D beoordeeld. Bij de afzonderlijke competenties staan per competentie voorbeelden vermeld waarbij het optreden van [verweerster] volgens Jumbo ondermaats is geweest. De leidinggevende van [verweerster] licht dit als volgt toe:

“Je hebt op enkele punten vooruitgang geboekt tov je vorige beoordeling, zoals het zelfstandiger werken, het verbeteren van je prioriteitenstelling en een betere balans vinden in het klantencontact. Dit heb je ook zo volgehouden na je laatste functioneringsgesprek.

Je bent nog niet op het niveau waar je zou moeten zijn. Je zorgt voor veel verspillingen tijdens je werk, je bent niet concreet in je communicatie maar ook doordat je op verschillende plekken bevestiging zoekt verlies je teveel tijd en mis ik alsnog het initiatief van je.

Je houdt je bezig met roddelen en deelt alle frustraties met diverse collega’s in het filiaal. Hierdoor ontstaat er een verkeerde sfeer in het team.

Probeer kritiek te accepteren en laat je hierdoor niet van de wijs brengen. Accepteer het, denk erover na en geef dan reactie. Je durft nu vaak de confrontatie niet aan te gaan, of je verschuilt je achter een “ja maar”, je zult je eigen aandeel moeten erkennen. Ik heb jou namelijk nog nooit horen zeggen “ja inderdaad, klopt, dat heb ik verkeerd aangepakt, hier ga ik eens over nadenken hoe ik dit in de toekomst anders kan doen”.

(…)

Ik twijfel absoluut niet aan je inzet, je wilt het ontzettend graag, maar mijn inziens beschik je niet over de juiste kwaliteiten om het gewenste niveau te halen”.

2.12.

Op 17 februari 2015 heeft een vervolggesprek met [verweerster] plaatsgevonden, dat ook schriftelijk is vastgelegd. Afgesproken werd dat [verweerster] een nieuw plan van aanpak zou maken, een product- en klanttraining zou volgen en dat bij haar een assessment zou worden afgenomen. De gemachtigde van [verweerster] heeft hierop bij brief van 6 maart 2015 gereageerd. Daarop heeft Jumbo zelf een plan van aanpak opgesteld. De product- en klanttraining en het assessment zij op enig niet nader geduid moment afgenomen.

2.13.

Jumbo heeft een interne bezwaar- en beroepsprocedure indien een medewerker het niet eens is met zijn of haar beoordeling. Deze procedure is vastgelegd in het handboek arbeidsvoorwaarden Jumbo supermarkten. Daarin is omschreven op welke wijze het bezwaar door de leidinggevende (“de beoordelaar”) wordt afgewikkeld. Na bezwaar staat de mogelijkheid van beroep open. Een commissie, bestaande uit de voorzitter van de OR en de manager HR, beslist op dat beroep.

2.14.

Op 6 april 2015 heeft (de gemachtigde van) [verweerster] een bezwaarschrift ingediend over de beoordeling 2014. [verweerster] is op 21 mei 2015 gehoord. Het bezwaar is afgewezen, hetgeen in een gesprek op 2 mei 2015 aan [verweerster] is toegelicht (bij brief van 27 mei 2015 is de inhoud van dit gesprek bevestigd).

2.15.

De gemachtigde van [verweerster] heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar (bij brief van 18 juni 2015 en in aanvulling daarop bij brief van 8 juli 2015). De beroepscommissie heeft op 18 augustus 2015 het (schriftelijk vastgelegde) besluit op beroep genomen dat de beoordeling van [verweerster] over 2014 met score D wordt gehandhaafd.

2.16.

Vervolgens hebben de gemachtigden van partijen met elkaar gecorrespondeerd.

2.17.

Op 1 juli 2015 zijn de resultaten van het bij [verweerster] afgenomen assessment (“connect to ability”) met haar besproken. Tevens heeft Jumbo aan [verweerster] en MBO2- opleiding aangeboden, die in september 2015 zal starten. [verweerster] is op dit aanbod ingegaan. De kosten van de opleiding (€ 1.150,00) komen voor rekening van Jumbo. Ook de tijd die [verweerster] op school was, is door Jumbo als werktijd vergoed. De afspraken zijn vastgelegd in een door Jumbo en [verweerster] ondertekend document. Tevens is het bijgestelde plan van aanpak met [verweerster] besproken. Het gesprek van 1 juli 2015 is neergelegd in een gespreksverslag, dat voor gezien en akkoord door [verweerster] is ondertekend.

2.18.

Op 5 december 2015 heeft er een functioneringsgesprek met [verweerster] plaatsgevonden, waarbij haar algehele functioneren over 2015 met een D is beoordeeld. Dat gesprek is schriftelijk vastgelegd. [verweerster] heeft het verslag voor gezien getekend, maar niet voor akkoord. Als bijlage, dat bij het verslag is gevoegd, heeft [verweerster] gereageerd op het verslag. In de toelichting op het eindoordeel D staat vermeld:

“We merken dat [verweerster] steeds onzekerder wordt, we vragen of dit komt door de jurist op de achtergrond? Haar onzekerheid kan moeilijk weggenomen worden doordat ze bang blijft fouten te maken waarbij de jurist haar moet aangeven wat ze wel en niet mag doen/zeggen. De situatie wordt er niet beter op en we vragen ons af hoe ze zelf hier tegenaan kijkt. Op deze manier gaan we niet verder komen als we continu gewezen worden op pietluttigheden die niet ter zake doen betreffende haar voortgang. We proberen met het hele team [verweerster] te ondersteunen in haar ontwikkeling, echter lopen we vaak tegen dezelfde problemen aan. Daarnaast investeren we in een MBO2-opleiding waarbij de start erg moeizaam is geweest. Het niveau ligt voor haar erg hoog en ze heeft veel moeite om goed bij te blijven. Al met al zien we weinig verbetering na alle extra inspanningen die we verrichten met elkaar, het gaat eerder achteruit dan vooruit. Desondanks spreken we af dat we blijven investeren in haar ontwikkeling, echter als we in het eerste kwartaal van 2016 moeten concluderen dat er geen vooruitgang is geboekt gaan we samen op zoek naar een passende oplossing”.

2.19.

[verweerster] heeft de MBO2-opleiding met succes afgerond.

2.20.

Op 16 april 2016 heeft Jumbo bij [verweerster] een DNA-Scan (eindscore: E, 2,06) afgenomen en een definitieve beoordeling over 2015 (E) gegeven.

2.21.

Vervolgens hebben de gemachtigden van partijen met elkaar gecorrespondeerd. Met ingang van 28 juni 2016 is [verweerster] met behoud van loon vrijgesteld van haar werkzaamheden. Op 30 juni 2016 heeft [verweerster] zich ziek gemeld.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

Jumbo verzoekt om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, de arbeidsovereenkomst met [verweerster] zo spoedig mogelijk te ontbinden, met inachtneming van het bepaalde in art. 7:671b lid 8 sub a BW, kosten rechtens.. Indien de arbeidsovereenkomst met [verweerster] wordt ontbonden, zal Jumbo de transitievergoeding (die door haar is becijferd op € 5.711,52 bruto) aan [verweerster] uitbetalen.

3.1.1.

Jumbo verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van het bepaalde in art. 7:671b lid 1, onderdeel a, in verbinding met art. 7:669 lid 1 en 3, onderdeel d, BW. Voor een verdere uitwerking wordt verwezen naar het verzoekschrift met producties, de pleitnota en de ter zitting gegeven toelichting.

3.2.

[verweerster] voert verweer en vraagt de kantonrechter om:

a. a) primair het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst af te wijzen;

b) subsidiair, indien het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt toegewezen, Jumbo te veroordelen:

- tot betaling aan [verweerster] van een “billijk bedrag”;

- in de kosten van dit geding, aan zijde van [verweerster] geraamd op € 100,00 voor printwerk en verzendkosten en € 100,00 als vergoeding voor een door [verweerster] geleende laptop ten behoeve van haar MBO2-opleiding (deze laptop zou volgens [verweerster] namelijk door Jumbo aan haar ter beschikking worden gesteld, maar dat is niet gebeurd).

Voor de verdere uitwerking van het verweer van [verweerster] wordt verwezen naar het verweerschrift met producties en de ter zitting gegeven toelichting.

4 De beoordeling

Opzegverbod

4.1.

Alhoewel [verweerster] zich na haar vrijstelling van arbeid ziek heeft gemeld, is niet gebleken dat het verzoek van Jumbo met die ziekmelding verband houdt. Het verzoek is immers gebaseerd op de d-grond, en dat staat los van de ongeschiktheid wegens ziekte (indien al moet worden aangenomen dat [verweerster] niet in staat zou zijn om de bedongen arbeid te verrichten). Evenmin gelden er andere bijzondere opzegverboden als bedoeld in art. 7:670 BW of met deze opzegverboden naar aard en strekking vergelijkbare opzegverboden in een ander wettelijk voorschrift.

4.2.

Hierna zal de kantonrechter beoordelen of de door werkgever aan het verzoek tot ontbinding ten grondslag gelegde reden toewijzing van dat verzoek rechtvaardigt.

D-grond?

4.3.

De d-grond als bedoeld in art. 7:669 lid 3 BW luidt: “de ongeschiktheid van de werknemer tot het verrichten van de bedongen arbeid, anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken van de werknemer, mits de werkgever de werknemer hiervan tijdig in kennis heeft gesteld en hem in voldoende mate in de gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren te verbeteren en de ongeschiktheid niet het gevolg is van onvoldoende zorg van de werkgever voor scholing van de werknemer of voor de arbeidsomstandigheden van de werknemer”.

- Ongeschiktheid van de werknemer tot het verrichten van de bedongen arbeid, anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken

4.3.1.

Uit de hiervoor onder feiten aangehaalde functionerings- en beoordelingsgesprekken met [verweerster] blijkt genoegzaam dat de vier competenties (prestatiemotivatie, samenwerken, klantgericht en initiatief) die nodig zijn om de functie van kassamedewerkster succesvol te kunnen vervullen, onvoldoende bij [verweerster] aanwezig zijn. De uitvoerige reactie van [verweerster] in haar verweerschrift laat zien dat zij (behoudens één enkel met een afbeelding kracht bijgezet “sorry” voor een te late ziekmelding), geen enkele mate van zelfreflectie toont. Het niet tonen van zelfinzicht en het niet nemen van initiatief lopen als een rode draad door alle schriftelijk vastgelegde gesprekken. De in de functionerings- en beoordelingsgesprekken genoemde voorbeelden worden door [verweerster] allemaal buiten zichzelf gelegd, terwijl zij daar toch echt zelf voor verantwoordelijk is. Als bijlages bij die gesprekken zijn de reacties van [verweerster] opgenomen. Die bijlages laten zien dat [verweerster] zich bij de weerlegging van de aan haar adres gemaakte opmerkingen over haar functioneren, toespitst op niet relevante details. Zo blijkt zij bij herhaling niet te (kunnen?) inzien wat daadwerkelijk de onderliggende pijnpunten (en competenties!) zijn. [verweerster] kan, gelet op de inhoud van alle functionerings- en beoordelingsgesprekken, de plannen van aanpak, de tussentijdse en schriftelijk vastgelegde gesprekken en de DNA-scan, bezwaarlijk volhouden dat zij wél over de vereiste competenties bezit om de functie van kassamedewerkster succesvol te kunnen uitoefenen. Dat dit nu eenmaal lastig voor [verweerster] te accepteren is, maakt dat niet anders. Ook – en dat is eveneens door Jumbo benoemd – is dat niet aan haar inzet en motivatie te wijten: die is immers goed! Ofschoon [verweerster] tot 2013 voldoende heeft gefunctioneerd, laat dat onverlet dat dit vanaf 2013 niet meer het geval was. De reden waarom er vanaf 2013 aanmerkingen op het functioneren zijn gekomen (het feit dat Jumbo vanaf 2013 op frequentere basis dan voorheen functionerings- en beoordelingsgesprekken is gaan houden of dat Jumbo vanaf dat moment hogere eisen aan haar werknemers is gaan stellen) is verder voor de vraag of er sprake is van disfunctioneren niet van belang. Art. 7:669 lid 3, onderdeel d, BW vereist namelijk dat de werknemer die disfunctioneert voldoende gelegenheid moet krijgen om het functioneren te verbeteren. Daarop zal hierna worden ingegaan.

De conclusie is dat [verweerster] ongeschikt is tot het verrichten van de bedongen arbeid, anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken.

- Tijdig in kennis gesteld en voldoende mate in gelegenheid om functioneren te verbeteren?

4.3.2.

[verweerster] is in april 2014, toen haar functioneren over 2013 werd beoordeeld, voor het eerst in kennis gesteld van haar disfunctioneren. Aldus is zij daarvan tijdig in kennis gesteld, aangezien vanaf april 2014 tot het wijzen van deze beschikking tweeëneenhalf jaar is verstreken. In die periode is zij door Jumbo ruimschoots in de gelegenheid gesteld om haar functioneren te verbeteren. Kortheidshalve wordt verwezen naar de feiten, waaruit blijkt dat [verweerster] gedurende die tweeëneenhalf jaar een product- en klanttraining, een assessment en een MBO2-opleiding (dit alles op kosten van Jumbo) heeft gevolgd. Daarnaast is tot tweemaal toe een plan van aanpak opgesteld, welke plannen zijn bijgesteld en tussentijds zijn geëvalueerd in gesprekken (die schriftelijk zijn vastgelegd). Helaas heeft dit niet tot de gewenste verbetering geleid.

De conclusie is dat [verweerster] door Jumbo tijdig van haar disfunctioneren in kennis is gesteld en meer dan voldoende gelegenheid heeft gehad om haar functioneren te verbeteren, maar dat zij daarin desalniettemin niet in is geslaagd.

4.3.3.

Uit hetgeen hiervoor is overwogen vloeit ook voort dat de ongeschiktheid niet het gevolg is van onvoldoende zorg van de werkgever voor scholing van de werknemer of van de arbeidsomstandigheden van de werknemer.

Slotsom

4.4.

De conclusie uit het vorenstaande is dat de d-grond, zoals die in art. 7:669 lid 3 BW is neergelegd, volledig is vervuld. Dit rechtvaardigt in verbinding met het bepaalde in art. 7:671b lid 1 BW een ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen, nu herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of in de rede ligt. In dat verband staat vast dat Jumbo (onder meer bij brief van 30 juni 2016) aan [verweerster] andere functies binnen haar concern heeft aangeboden. Ofschoon deze andere functies lager worden beloond, heeft Jumbo aangeven dat een overgangsgreling tot de mogelijkheden behoort. [verweerster] heeft echter aangegeven dat zij in het geheel niet geïnteresseerd is in enige andere functie dan kassamedewerkster. Aldus is het niet kunnen herplaatsen van [verweerster] volledig aan haar eigen weigerachtige opstelling te wijten.

Ontbindingsdatum

4.5.

Ingevolge art. 7:671b lid 8, onderdeel a, BW bepaalt de kantonrechter het einde van de arbeidsovereenkomst op het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, met dien verstande dat de looptijd van de procedure in mindering wordt gebracht op de geldende opzegtermijn. De door de werkgever in acht te nemen opzegtermijn bedraagt in dit geval twee maanden. Deze procedure is aangevangen op
26 juli 2016 (datum ontvangst ontbindingsverzoek) en is geëindigd op 26 oktober 2016 (datum van dagtekening van deze ontbindingsbeslissing). Met inachtneming van het vorenstaande zal de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 december 2016 worden ontbonden.

Vergoeding

4.6.

Voor zover [verweerster] met haar verzoek om aan haar een “billijke vergoeding” toe te kennen heeft gedoeld op de billijke vergoeding als bedoeld in art. 7:671b lid 8, onderdeel c, BW geldt het volgende. Voor toekenning van die billijke vergoeding is vereist dat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Daarvan is in dit geval geen sprake, zodat dit verzoek van [verweerster] een grondslag mist.

4.7.

Niet in geschil is dat [verweerster] recht heeft op een transitievergoeding als bedoeld in art. 7:673 BW. De omvang van die vergoeding is door Jumbo, onder overlegging van een berekening, becijferd op € 5.771,52 bruto. [verweerster] heeft die berekening niet gemotiveerd betwist. Alhoewel Jumbo heeft aangegeven deze vergoeding bij de eindafrekening uit te keren, zal zij desalniettemin worden veroordeeld tot betaling daarvan aan [verweerster] . Doordat Jumbo zich bereid heeft verklaard deze transitievergoeding aan [verweerster] te voldoen, kan reeds aanstonds eindbeslissing worden gegeven en behoeft Jumbo niet in de gelegenheid te worden gesteld om haar verzoek in te trekken.

Proceskosten

4.8.

In de aard en uitkomst van dit geschil wordt aanleiding gezien om de proceskosten op hierna te bepalen wijze te compenseren. Dit betekent dat ook de door [verweerster] verzochte kosten voor printwerk/verzending en voor het lenen van een laptop ten behoeve van haar studie voor haar eigen rekening komen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van
1 december 2016;

5.2.

veroordeelt Jumbo om aan [verweerster] een transitievergoeding te betalen van € 5.771,52 bruto;

5.3.

compenseert de proceskosten in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J. Groen en is in het openbaar uitgesproken.