Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:973

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
04-02-2016
Datum publicatie
05-02-2016
Zaaknummer
C/03/214999 / KG ZA 15-665
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Aanbesteding. De beoordelingscommissie is niet buiten de haar toekomende beoordelingsvrijheid is getreden.

Wetsverwijzingen
Aanbestedingswet 2012
Aanbestedingswet 2012 2.130
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2016/61
Module Aanbesteding 2016/355
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/214999 / KG ZA 15-665

Vonnis in kort geding van 4 februari 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[naam bedrijf] BV,

gevestigd te Roermond,

eiseres,

advocaat mr. H.A.A. Berendsen,

tegen

1. commanditaire vennootschap

CHEMELOT CAMPUS VASTGOED C.V.,

gevestigd te Geleen, gemeente Sittard-Geleen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CHEMELOT CAMPUS B.V.,

gevestigd te Geleen, gemeente Sittard-Geleen,

gedaagden,

advocaat mr. G. 't Hart en mr. E. Toorn,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[bedrijfsnaam] B.V.,

gevestigd te Roermond,

tussenkomende partij

advocaat mr. J.B.Th. van ’t Grunewold.

Partijen zullen hierna [eiseres] , Chemelot en [tussenkomende partij] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 21 december 2015, met producties,

  • -

    de incidentele conclusie tot tussenkomst subsidiair voeging van [tussenkomende partij] ,

  • -

    de aanvullende productie van [eiseres] ,

  • -

    de mondelinge behandeling op 21 januari 2016, al waar de tussenkomst van [tussenkomende partij] door de voorzieningenrechter is toegestaan, omdat daartegen geen bezwaar van [eiseres] en Chemelot was en ook overigens wordt voldaan aan de voorwaarde van artikel 217 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering,

  • -

    de pleitnota van [eiseres] ,

  • -

    de pleitnota van Chemelot,

  • -

    de pleitnota van [tussenkomende partij] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil in de hoofdzaak en in de tussenkomst

2.1.

[eiseres] vordert primair Chemelot te gebieden de gunningsbrief van 2 december 2015 in het kader van een niet-openbare Europese aanbesteding waarbij de opdracht betreffende het leveren, installeren, monteren, aansluiten en plaatsen en service/onderhoud van AV-middelen in het centrale faciliteitengebouw Center Court op de Brightlands Chemelot Campus alsmede het leveren van een pilot aan [tussenkomende partij] is gegund, in te trekken en te gebieden de offerte van [eiseres] opnieuw te beoordelen en overeenkomstig deze beoordeling opnieuw te gunnen, en subsidiair Chemelot te gebieden de gunning in te trekken, althans die maatregelen te treffen die in goede justitie gerade worden geacht, met veroordeling van Chemelot in de kosten van de procedure, waaronder begrepen de nakosten.

2.2.

[eiseres] stelt dat zij recht heeft op de gevraagde maatregel, omdat haar offerte op de subgunningscriteria “Visie op audiovisuele middelen auditorium”, “User interface meeting rooms”, “Flexibiliteit na gunning”, “Beheer en onderhoud”, en “Soft service” door de beoordelingscommissie niet juist, althans te laag, zijn gewaardeerd, althans dat de motivering van die waardering niet draagkrachtig is.

2.3.

Chemelot en [tussenkomende partij] concluderen tot niet-ontvankelijkheid, althans afwijzing van de vordering van [eiseres] met veroordeling van [eiseres] in de kosten van het geding.

2.4.

[tussenkomende partij] vordert voorts dat voor zover Chemelot de opdracht definitief wenst te gunnen, deze aan geen ander dan aan [tussenkomende partij] te gunnen.

2.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

in de hoofdzaak en de tussenkomst

3.1.

De spoedeisendheid vloeit voort uit de aard van de zaak.

3.2.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vordering van [eiseres] niet kan worden toegewezen. Hij overweegt daartoe het volgende.

3.3.

De voorzieningenrechter constateert dat [eiseres] enkel de beoordeling van haar inschrijving door de beoordelingscommissie aanvecht. [eiseres] voert niet aan dat de beoordelingssystematiek niet deugt, noch stelt [eiseres] de (begrijpelijkheid van de) subgunningscriteria ter discussie. Voor zover [eiseres] dat wel doet, is zij daarmee te laat. Dergelijke bezwaren dienen immers in de fase voorafgaand aan de inschrijving door de potentiële inschrijver op pro-actieve wijze bij de aanbestedende dienst te worden neergelegd door het stellen van vragen en het maken van opmerkingen.

De voorzieningenrechter gaat er dan ook vanuit dat (1) [eiseres] een normaal oplettende en geïnformeerde inschrijver is, en dat (2) eventuele fouten of onduidelijkheden in de gunningsleidraad Chemelot niet met een beroep op het gelijkheidsbeginsel of het transparantiebeginsel kunnen worden tegengeworpen (zie ook pagina 4 van de Gunningsleidraad Audiovisuele middelen van 30 september 2015).

3.4.

Het bovenstaande brengt met zich dat het toetsingskader van de voorzieningenrechter zich beperkt tot het toetsen van de vraag of procedure- en motiveringsregels in acht zijn genomen door Chemelot, of de feiten juist zijn vastgesteld en of er geen kennelijke beoordelingsfout is gemaakt of misbruik van bevoegdheid is gemaakt. De stellingen van [eiseres] concentreren zich op vermeende beoordelingsfouten en motiveringsgebreken.

3.5.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat voor zover [eiseres] betoogt dat de gunningsbeslissing van 2 december 2015 onvoldoende inzicht geeft in de redenen waarom [eiseres] minder scoort dan [tussenkomende partij] , hij [eiseres] daarin niet kan volgen. Ingevolge artikel 2:130 van de Aanbestedingswet 2012 (hierna: AW2012) moet de beslissing de relevante redenen bevatten (lid 1), waaronder worden begrepen in ieder geval de kenmerken en voordelen van de uitgekozen inschrijving (lid 2). De gunningsbeslissing bevat naast de scores van de winnende inschrijver [tussenkomende partij] tevens de scores van [eiseres] (en van de derde inschrijver) en een toelichting waarom de inschrijving van [eiseres] ten opzichte van die van winnaar [tussenkomende partij] minder hoog wordt gewaardeerd en voldoet daarmee aan het wettelijk motiveringsvereiste.

3.6.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat, anders dan [eiseres] lijkt te suggereren, de beoordelingscommissie niet mechanisch een bepaalde (maximale) score moet geven als aan al de in het subcriterium opgesomde vereisten is voldaan bij de inschrijving. Naast de vereisten is immers ook de toelichting per subonderdeel en de presentatie van de inschrijving integraal onderdeel van de waardering met de punten 1 tot en met 10. Uitdrukkelijk staat in de gunningleidraad bovendien steeds vermeld dat de beoordelingscommissie overtuigd moet worden van de kwaliteit van de aangeboden oplossing. Een en ander betekent dat naast het voldoende scoren op de genoemde vereisten ook de gebruikte argumenten zullen worden gewogen door de beoordelingscommissie.

3.7.

Ten aanzien van het subgunningscriterium “Visie op audiovisuele middelen auditorium” heeft Chemelot ter zitting toegelicht dat de brede benadering vanuit de techniek én de (toekomstige) gebruiker van [tussenkomende partij] beter heeft gescoord dan de beperktere technische insteek op gebruiksmogelijkheden van [eiseres] . Zo blijkt uit de inschrijving van [eiseres] niet aan welke andere functionaliteiten naast hoorcolleges wordt gedacht, waar [tussenkomende partij] dat wel heeft geëxpliciteerd.

Niet kan worden volgehouden dat de beoordelingscommissie daarmee buiten de haar toekomende beoordelingsvrijheid is getreden. De gunningsleidraad verwacht immers naast basisvoorzieningen ook een visie op alternatieve functionaliteiten en op de toekomst.

3.8.

Ten aanzien van het subgunningscriterium “User interface meeting rooms” heeft Chemelot de (uitvoering van de) presentatie mee laten wegen in de beoordeling. Geconstateerd is door de beoordelingscommissie dat kennelijk het wireless aansturen van de conform gunningsleidraad bedraad aangeboden user interface, die volgens de beoordelingscommissie voldoet aan verschillende vereisten, niet optimaal functioneerde. De tijdens de presentatie getoonde (alternatieve) bedieningsmogelijkheid overtuigde met andere woorden niet. Niet kan worden volgehouden dat de beoordelingscommissie daarmee haar beoordelingsvrijheid te buiten is gegaan. De omstandigheid dat een “gadget” niet werkt op een presentatie doet af aan de overtuigingskracht inzake de kwaliteit van het aangebodene en/of de aanbieder en dat is een risico dat de inschrijver bewust neemt.

3.9.

Ten aanzien van het subgunningscriterium “Flexibiliteit na gunning” heeft Chemelot de concrete benadering van [tussenkomende partij] flexibele planning binnen de (lever)termijnen met bufferzones en last-minute planning hoger gewaardeerd dan de benadering van [eiseres] waarbij de planning is zijn geheel opschuift onder gelijkblijvende (lever)termijnen als de planning van de opdrachtgever opschuift. Niet kan worden volgehouden dat de beoordelingscommissie daarmee haar beoordelingsvrijheid te buiten is gegaan. De gunningsleidraad vraagt immers om flexibiliteit van de planning, waaronder onder meer “binnenplanse” veerkracht (flexibiliteit door buffers en last-minute planning). Dit als positiever waarderen, kan worden begrepen ten opzichte van “buitenplanse” veerkracht (evaluatiemomenten, verbeter- en innovatietrajecten).

3.10.

Ten aanzien van het subgunningscriterium “Beheer en onderhoud” heeft Chemelot de aanbieding van [tussenkomende partij] om naast een systeem op afstand ook een medewerker ter plaatste hoger gewaardeerd dan enkel een systeem op afstand, zoals [eiseres] dat aanbiedt, en dat overigens voldoet aan de eisen. Het door [eiseres] aangehaalde citaat over efficiëntie en kostenbesparing is geen onderdeel van de gunningsleidraad van 30 september 2015, zodat daaraan niet het gewicht kan worden toegekend dat [eiseres] daaraan wenst te geven. Maar wat er overigens ook van de juistheid van dit “uitgangspunt” zij, de gunningsleidraad sluit geenszins uit dat een “in house” probleemoplosser wordt aangeboden. Gebruikersvriendelijkheid is immers wat dit criterium ademt. Aldus kan niet worden volgehouden dat de beoordelingscommissie buiten de grenzen van haar beoordelingsvrijheid is gegaan.

3.11.

Ten aanzien van het subgunningscriterium “Soft service” merkt de voorzieningenrechter op dat op straffe van niet verder beoordelen van de inschrijving in ieder geval een score 6 moet worden gehaald op dit aspect. Hierdoor moet het voor elke potentiële normaal oplettende en geïnformeerde inschrijver duidelijk zijn dat deze kwaliteit voor Chemelot als belangrijk wordt gezien. Chemelot geeft aan dat zij een partner zoekt die ontzorgt en dat de aanbieding van [tussenkomende partij] op dit punt concreter en minder procesmatig is ingericht dan die van [eiseres] . Ook hier is gebruikersvriendelijkheid door de beoordelingscommissie hoger gewaardeerd en andermaal kan niet worden volgehouden dat de gunningsleidraad daarmee met voeten is getreden. Voor zover [eiseres] meent dat de aangeboden medewerker-in-huis tweemaal is gewaardeerd, is dit voldoende weerlegd door Chemelot met de stelling dat de medewerker verschillende taken vervult die vallen binnen verschillende gunningscriteria en dat die taken los van elkaar zijn gewaardeerd.

3.12.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eiseres] er niet in slaagt om de beweerdelijke kennelijke misslagen van de beoordelingscommissie met dragende argumentatie te onderbouwen en evenmin de door Chemelot gegeven toelichting te weerleggen. De vordering zal worden afgewezen en [eiseres] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van het geding in de hoofdzaak. De kosten aan de zijde van Chemelot worden begroot op € 1.429,00 (€ 816,00 salaris advocaat en € 613,00 griffierecht), vermeerderd met nakosten en rente.

In de tussenkomst

3.13.

De vordering van [tussenkomende partij] in de tussenkomst terzake de gunning wordt door de voorzieningenrechter zo begrepen dat zij Chemelot beveelt de opdracht aan [tussenkomende partij] te gunnen voor zover Chemelot de gunning nog wenst voor te zetten.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat voor toewijzing van deze vordering geen plaats is, omdat de gunningsbeslissing van 2 december 2015 niet is aangetast en er dus geen belang is aan de zijde van [tussenkomende partij] dit gebod te vorderen.

3.14.

[eiseres] zal, als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in de tussenkomst. De kosten worden aan de zijde van [tussenkomende partij] begroot op
€ 816,00 (salaris advocaat) vermeerderd met nakosten en rente.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter

In de hoofdzaak

4.1.

wijst de vordering af;

4.2.

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding, aan de zijde van Chemelot begroot op € 1.429,00, alsmede in de nakosten van € 131,00 zonder betekening en
€ 199,00 met betekening, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente, als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek, vanaf de vijftiende dag na dagtekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

In de tussenkomst

4.3.

wijst de vordering tot afwijzing van de vordering van [eiseres] toe;

4.4.

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding, aan de zijde van [tussenkomende partij] begroot op € 816,00, alsmede in de nakosten van € 131,00 zonder betekening en
€ 199,00 met betekening, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente, als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek, vanaf vijftien dagen na dagtekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening

4.5.

wijst het meer of anders gevorderde af,

In de hoofdzaak en de tussenkomst

4.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor wat betreft de proceskostenveroordelingen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F.W. Huinen en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: EvB coll: