Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:9624

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
08-11-2016
Datum publicatie
08-11-2016
Zaaknummer
03/702660-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak witwassen auto. De rechtbank kan niet vaststellen óf en hoe de aankoop van de Mercedes is gefinancierd en derhalve kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de Mercedes middellijk uit enig misdrijf afkomstig is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/702660-16

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 8 november 2016

in de strafzaak tegen

[naam verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. L.P.H. Hameleers, advocaat kantoorhoudende te Roermond.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 25 oktober 2016. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte, samen met een ander, een Mercedes heeft witgewassen.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het feit wordt bewezenverklaard. Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte, tezamen met zijn broer, heeft verborgen en verhuld wie de rechthebbende van de auto is. Verdachte en zijn broer zijn de feitelijke rechthebbenden van de auto en door de auto op naam van een ander te zetten, hebben zij een mistgordijn opgeworpen. Gezien is immers dat verdachte en zijn broer gebruikmaakten van de auto. Daarbij heeft [A.D.] verklaard dat hij het kenteken van de auto in opdracht van de broers op zijn naam heeft gezet. De latere verklaring van [A.D.] , waarbij hij zijn eerdere verklaring intrekt, acht de officier van justitie volstrekt onaannemelijk, alsmede de verklaring van verdachte dat hij de Mercedes van [A.D.] slechts heeft geleend. Temeer nu de broer van verdachte heeft verklaard dat verdachte de papieren met betrekking tot de auto in zijn huis heeft neergelegd en de broers de autoverzekering hebben afgesloten.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken. Uit het strafdossier blijkt namelijk niet dat de auto uit misdrijf verkregen is. De auto is gekocht door [A.D.] , maar nog niet betaald, en verdachte was bij de koop aanwezig. Dit omdat hij verstand heeft van auto’s en de prijzen daarvan. Hij heeft [A.D.] aldus geholpen. Het strafdossier bevat volstrekt onvoldoende aanwijzingen om aan te nemen dat verdachte andere wetenschap omtrent de auto moet hebben gehad. Doordat de vakantie van [A.D.] niet doorging, mocht verdachte de auto van [A.D.] gebruiken voor vakantie. Hierop is de autoverzekering aangepast, aangezien het hele gezin [familienaam verdachte] mee zou gaan op vakantie. Volgens de raadsman rechtvaardigt niets in het dossier de conclusie dat de auto van de broer van verdachte is. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat witwassen niet bewezen kan worden geacht. Volgens vaste jurisprudentie is daarvoor immers nodig dat de verklaring van verdachte terzijde moet worden geschoven als volledig ongeloofwaardig. Nu niet kan worden uitgesloten dat de auto, die verdachte onder zich had, een legale herkomst heeft, dient verdachte te worden vrijgesproken.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis, eerste lid, onder a Sr opgenomen bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf", niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.

Ten aanzien van de Mercedes heeft de rechtbank geconstateerd dat uit het dossier niet blijkt dat de betreffende Mercedes onmiddellijk uit enig misdrijf afkomstig is. Het strafdossier bevat immers geen aangifte van diefstal of verduistering van de Mercedes dan wel aanwijzingen daartoe.

Rest de vraag of de Mercedes wellicht middellijk uit enig misdrijf afkomstig is; dat wil zeggen dat de Mercedes betaald zou zijn met geld dat (middellijk of onmiddellijk) afkomstig is van een misdrijf. In het onderhavige dossier zijn geen bewijsmiddelen voorhanden waaruit blijkt dat de Mercedes daadwerkelijk is betaald. De Mercedes heeft van 29 april 2015 tot 29 juni 2015 op naam van [R.P.] gestaan. [R.P.] verklaart dat hij de auto heeft verkocht, dat hij de auto en de papieren mee heeft gegeven en dat de auto na de vakantie zou worden betaald. Hoewel deze handelwijze naar het oordeel van de rechtbank erg ongebruikelijk is, zijn er geen bewijsmiddelen voorhanden die het tegendeel bewijzen. Op grond daarvan is niet vast te stellen óf en hoe de aankoop van de Mercedes is gefinancierd en kan derhalve niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de Mercedes middellijk uit enig misdrijf afkomstig is.

De rechtbank acht derhalve niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van een Mercedes. Zij zal hem dan ook vrijspreken.

4 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe, voorzitter, mr. C. Wapenaar en mr. D.C.I. van Delft, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Dijkhoff, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 8 november 2016.

Buiten staat

mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe en mr. D.C.I. van Delft zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1. hij in of omstreeks de periode van 7 juli 2015 tot en met 16 juli 2015, te Blerick in de gemeente Venlo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een voorwerp, te weten een personenauto (Mercedes- Benz, gekentekend [kenteken] ), de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of heeft/hebben verhuld en/of heeft/hebben verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op (een) voorwerp, te weten voornoemde personenauto, was en/of een voorwerp, te weten voornoemde personenauto, voorhanden heeft/hebben gehad, terwijl hij en/of zijn medeverdachte(n) wist dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk onmiddellijk of middellijk (mede) afkomstig was uit enig misdrijf

Artikel 420bis lid 1 Wetboek van Strafrecht