Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:932

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
04-02-2016
Datum publicatie
04-02-2016
Zaaknummer
03/866232-15
Formele relaties
Veroordeling feit: ECLI:NL:RBLIM:2016:934, Gedeeltelijke toewijzing vordering
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen hennepteelt en diefstal stroom. Veroordeling tot een taakstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden

Ontneming wederrechtelijke verkregen voordeel: 45.000 euro

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/866232-15

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 4 februari 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. M.R.H. Meijer, advocaat, kantoorhoudende te Sint Odiliënberg.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 21 januari 2016. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: samen met een ander/anderen opzettelijk hennep heeft geteeld;

feit 2: samen met een ander/anderen elektriciteit heeft gestolen.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft gevorderd dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde wordt bewezenverklaard.

De verdediging heeft geen bewijsverweer gevoerd.

3.2

Het oordeel van de rechtbank 1

Evenals de officier van justitie acht de rechtbank de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Omdat verdachte bij de politie en ter terechtzitting van

21 januari 2016 de feiten heeft bekend en zijn raadsman geen bewijsverweer heeft gevoerd, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 januari 2015;2

- een geschrift betreffende de aangifte van Enexis d.d. 8 december 2014;3

- de bekennende verklaring van verdachte bij de politie4 en ter terechtzitting van 21 januari 2016.

Gelet op de bovenstaande bewijsmiddelen in onderling verband bezien acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in de periode van 1 januari 2014 tot en met 19 november 2014 medeplegen van – kort gezegd – opzettelijk kweken van hennepstekken in een pand aan de [adres] te Koningsbosch , alsmede aan de diefstal van elektriciteit door middel van verbreking in diezelfde periode.

3.3

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

1.

in de periode van 1 januari 2014 tot en met 19 november 2014 te Koningsbosch , gemeente Echt-Susteren, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld en bereid en bewerkt en verwerkt (in een pand aan de [adres] ) 245 (moeder) hennepplanten en 10291 hennepstekken, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

In de periode van 1 januari 2014 tot en met 19 november 2014 te Koningsbosch , gemeente Echt-Susteren tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektrische energie, toebehorende aan Enexis B.V., waarbij verdachte en/of zijn mededader het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel verbreking.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

feit 1: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van

de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 2: medeplegen van diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

5 De straf en/of de maatregel

5.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van

3 jaar. Daarbij heeft de officier van justitie rekening gehouden met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, de ernst van het feit, de omvang van de stekkerij en het feit dat verdachte niet eerder is veroordeeld wegens overtreding van de Opiumwet. Nu verdachte de hennepstekkerij kennelijk heeft gedreven om inkomsten te genereren en verdachte ook op dit moment niet over een toetsbaar inkomen beschikt, acht de officier van justitie een voorwaardelijk strafdeel noodzakelijk om zo verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft in het kader van de strafoplegging aangevoerd dat verdachte met zijn faciliterende rol niet de grote crimineel is waar de officier van justitie hem voor aanziet. De officier heeft in de ogen van de raadsman bovendien te weinig rekening gehouden met het feit dat verdachte ook nog een fikse vordering van Enexis B.V. heeft gekregen en dat hem een hele forse ontnemingsvordering boven het hoofd hangt. Het is voor verdachte onmogelijk deze bedragen op korte termijn te betalen. Mede gelet op de overige persoonlijke omstandigheden en de gevorderde leeftijd van verdachte, heeft de raadsman verzocht te volstaan met een geheel voorwaardelijke (gevangenis)straf, dan wel een voorwaardelijke gevangenisstraf gecombineerd van een onvoorwaardelijke taakstraf.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft in de kelder van zijn woning (samen met anderen) een hennepstekkerij ingericht en gedurende een periode van bijna één jaar in werking gehad, waarbij het op den duur ging om grote hoeveelheden stekken. Daarnaast werd op illegale wijze elektriciteit afgenomen.

Het kweken van softdrugs als hennep is een strafbaar feit dat overlast veroorzaakt en schade voor de maatschappij oplevert. Softdrugs zijn immers stoffen die bij langdurig gebruik kunnen leiden tot schade voor de gezondheid. Voorts levert het (illegaal) onttrekken van elektriciteit aan het net brandgevaar op voor de omgeving. Door het kweken van stekken, die later hennep opleveren, heeft verdachte de illegale verkoop van hennep gefaciliteerd.

Verdachte heeft verklaard dat hij met de plantage begon omdat hij geen inkomen meer had en geen uitkering wilde aanvragen. De rechtbank gelooft echter niet dat verdachte enkel en alleen om die reden met de plantage is begonnen. Volgens de rechtbank heeft hier ook een grote rol bij gespeeld dat de handel in stekken heel wat meer inkomsten oplevert dan een legale bijstandsuitkering. Bovendien maakt de door verdachte opgegeven reden de door hem gepleegde feiten niet minder strafbaar en heeft verdachte zich nog steeds willens en wetens schuldig gemaakt aan het overschrijden van de grenzen van de wet.

Bij de strafmaat heeft de rechtbank in het voordeel van verdachte wel rekening gehouden met het gegeven dat blijkens zijn strafblad verdachte niet eerder voor overtreding van de Opiumwet is veroordeeld.

Gelet op de zeer grote omvang van de hennepstekkerij zal de rechtbank geen aansluiting zoeken bij de oriëntatiepunten van het LOVS ter zake van hennepkwekerijen.

Anders dan de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat een grotendeels onvoorwaardelijke gevangenisstraf, gelet op de aard van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, hier niet passend is. De rechtbank zal dan ook afwijken van hetgeen de officier van justitie heeft gevorderd en een maximale werkstraf opleggen. Daarnaast zal de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden opleggen om herhaling te voorkomen.

6 Het beslag

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een geldbedrag van 890 euro, dient te worden verbeurdverklaard.

Genoemd geld is vatbaar voor verbeurdverklaring aangezien dat geld aan verdachte toebehoort en het geheel of grotendeels door middel van het strafbare feit is verkregen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 47, 57, 63, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3, 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 uren;

  • -

    beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze taakstraf in mindering zal worden gebracht, naar rato van twee uren per dag;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;

  • -

    bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;

Beslag

- verklaart verbeurd het in beslag genomen geldbedrag van 890 euro (goednummer 511049).

Dit vonnis is gewezen door mr. A.K. Kleine, voorzitter, mr. J.M.E. Kessels en mr. S.V. Pelsser, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.M.E. de Beukelaer, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 4 februari 2016.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 19 november 2014 te Koningsbosch , gemeente Echt-Susteren, in elk geval binnen het arrondissement Limburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 245 (moeder)hennepplanten en/of ongeveer 10291 hennepstekken, althans een groot aantal (moeder)hennepplanten en/of hennepstekken en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 19 november 2014 te Koningsbosch , gemeente Echt-Susteren, in elk geval binnen het arrondissement Limburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektrische energie, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Limburg, Regionale Recherche, Team Ondermijning Kerkrade, proces-verbaalnummer 2014119610, gesloten d.d. 6 mei 2015, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 403.

2 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 januari 2015, pagina 271-272.

3 Geschrift met als opschrift ‘Aangifte’ d.d. 8 december 2014, pagina 273-275.

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d.19 november 2014, pagina 367-274.