Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:9050

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
14-10-2016
Datum publicatie
02-11-2016
Zaaknummer
C/03/222534 / KG ZA 16-310
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Medisch specialist vordert van ziekenhuis en coöperatie van medisch specialisten toewijzing van een bepaald aantal patiënten ter behandeling, corresponderend met een “opdracht” ter grootte van 0,6 fte. Hij stelt dat hij wegens de omvang zijn werkzaamheden als maat in een inmiddels verkochte maatschap recht heeft op een opdracht van die omvang.

Vordering wordt afgewezen, omdat niet duidelijk is of de eisend specialist maat is geweest van de maatschap, die waarschijnlijk ook het beweerde aandeel (de opdracht waarop de eisend specialist aanspraak maakt) van de eisend specialist heeft verkocht aan een andere maatschap.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2016-0415
AR 2016/3178

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer: C/03/222534 / KG ZA 16-310

Vonnis in kort geding van 14 oktober 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LUMOVENIS B.V.,

gevestigd te Herten, gemeente Roermond,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

advocaat mr. R.J.G.J. van Warmerdam;

tegen:

1. de coöperatie

COÖPERATIEF MSB ATRIUM-ORBIS U.A.,

gevestigd te Heerlen,

2. de stichting

STICHTING ZUYDERLAND MEDISCH CENTRUM,

gevestigd te Heerlen,

gedaagden in conventie, eiseressen in reconventie,

advocaat mr. H.A.J. Stollenwerck.

Eiseres zal hierna Lumovenis worden genoemd en gedaagden zullen respectievelijk MSB Atrium-Orbis en Zuyderland worden genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;

  • -

    de op 7 juli 2016 door MSB Atrium-Orbis en Zuyderland overgelegde producties;

  • -

    de op 8 juli 2016 door MSB Atrium-Orbis en Zuyderland overgelegde producties;

  • -

    de op 8 juli 2016 door genomen wijziging van eis van Lumovenis;

  • -

    de mondelinge behandeling;

  • -

    de pleitnota van Lumovenis;

  • -

    de pleitnota van MSB Atrium-Orbis, houdende een conclusie van eis in reconventie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Feiten

2.1.

Per 1 januari 2015 is Zuyderland, in verband met de wijziging in het zorgverzekeringsstelsel, overgegaan van het stelsel van toelatingsovereenkomsten, waarbij specialisten aan of via het ziekenhuis factureerden, naar een stelsel van integrale tarieven, waarbij verzekeraars één bedrag voor zorg en kosten betalen en ziekenhuis en zorgverlener onderling de verdeling van dat bedrag dienen te bepalen. Als gevolg daarvan moesten de medisch specialisten zich anders gaan organiseren.

2.2.

De medische specialisten hebben zich georganiseerd in een coöperatie, te weten MSB Atrium-Orbis. Blijkens de akte van oprichting is het doel van MSB Atrium-Orbis onder andere het behartigen van de (financiële) belangen van haar leden, te weten het aangaan van afspraken met Zuyderland met betrekking tot het maken van productie-, kwaliteits-, prijs- en verdeelafspraken.

2.3.

Tussen MSB Atrium-Orbis en Zuyderland geldt per 1 januari 2015 een Samenwerkingsovereenkomst. In artikel 1.1. van deze samenwerkingsovereenkomst geeft Zuyderland aan MSB Atrium-Orbis de opdracht om patiënten van Zuyderland medisch-specialistisch te behandelen.

2.4.

Zuyderland stelt naar beste vermogen en met inachtneming van het businessplan en de investeringsplannen van Zuyderland naar de stand van de wetenschap de voor het leveren van de medisch specialistische zorg redelijkerwijs benodigde apparatuur, ruimte, materialen, ondersteunend personeel en andere benodigdheden conform gangbare standaarden aan MSB Atrium-Orbis beschikbaar.

2.5.

De vrijgevestigde medisch specialisten zijn via hun praktijkvennootschap lid van MSB Atrium-Orbis. MSB Atrium-Orbis sluit zowel met de praktijkvennootschap als met de medisch specialist een ledenovereenkomst. Daarvoor is een model ledenovereenkomst ontwikkeld.

2.6.

Blijkens de ledenovereenkomst krijgen leden een Opdracht. Deze opdracht houdt (onder andere) in het verlenen van medisch specialistische zorg op het gebied van het specialisme van de medisch specialist ten hoeve van MSB Atrium-Orbis, ter uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst en alle activiteiten en werkzaamheden die daarmee verband houden, voor zover zij deel uitmaken van de samenwerkingsovereenkomst. Het lid (de praktijkvennootschap) heeft voor de inzet van de medisch specialist ter uitvoering van de opdracht jegens MSB Atrium-Orbis aanspraak op een vergoeding. Het lid houdt de medisch specialist beschikbaar voor de uitvoering van de opdracht voor het aantal fte, als vastgelegd in het ledenregister en zoveel als voortvloeit uit de goede samenwerking met zijn collega medisch specialisten afgestemde diensten.

2.7.

De medische specialisten organiseren zich in vakgroepen. Iedere specialisme heeft een eigen vakgroep. MSB Atrium-Orbis stelt opdrachten vast voor de vakgroepen. MSB Atrium-Orbis keert een vergoeding uit aan de vakgroep. De leden van MSB Atrium-Orbis die deel uitmaken van een vakgroep (praktijkvennootschappen van de medisch specialisten) verdelen onderling de verdiensten. Momenteel zijn er twee vakgroepen oogheelkunde, te weten Regiopraktijk en Lumovenis. MSB Atrium-Orbis heeft een opdracht vastgesteld voor Regiopraktijk en een opdracht voor Lumovenis. De leden

2.8.

Lumovenis is de op 31 december 2014 opgerichte praktijkvennootschap van [naam oogarts] , een vrijgevestigd oogarts, aan wie deze in 2015 zijn praktijk heeft overgedragen.

2.9.

Lumovenis krijgt een vergoeding van MSB Atrium-Orbis voor de verrichtingen van de medisch specialist, [naam oogarts] . MSB Atrium-Orbis heeft de omvang van de opdracht aan Lumovenis vastgesteld op 0,3 fte.

3 Geschil

In conventie

3.1.

Lumovenis stelt dat MSB Atrium-Orbis de omvang van de opdracht te laag heeft vastgesteld. De omvang moet 0,6 fte zijn in plaats van 0,3 fte, aldus Lumovenis. [naam oogarts] zou dan ook voor 0,6 fte daadwerkelijk ingezet moeten worden. Lumovenis stelt tevens dat Regiopraktijk, waar alle andere oogartsen werkzaam binnen het ziekenhuis zich in verenigd hebben, te bepalend is voor de inroostering en te veel invloed heeft op de toewijzing van patiënten aan Lumovenis. Lumovenis stelt verder dat gedaagden in conventie ten behoeve van de vakgroep Lumovenis een optometrist/nurse practioner moet inzetten. Lumovenis stelt tevens dat Zuyderland onrechtmatig handelt door onjuiste informatie te verstrekken aan een partij (Eyescan) waarmee Lumovenis in gesprek was over een samenwerking met en/of verkoop van haar praktijk/opdracht. Daarmee frustreert Zuyderland dit proces, aldus Lumovenis. Gedaagden in conventie betwisten hetgeen Lumovenis stelt. De voorzieningenrechter zal voor zover noodzakelijk bij de beoordeling van de eisen ingaan op de stellingen van partijen.

3.2.

Op grond van het vorenstaande vordert Lumovenis, na wijziging van haar eis, dat de voorzieningenrechter bij vonnis, bij uitvoerbaarverklaring bij voorraad:

A. MSB Atrium-Orbis en Zuyderland gezamenlijk dan wel een van beide veroordeelt om:

i. op straffe van een dwangsom van € 5.000,-- per dag of gedeelte daarvan met een maximum van € 75.000,-- aan Lumovenis voor behandeling (spreekuur en operatie) toe te wijzen, ten minste 0,6/7,8 van het totaal aantal patiënten dat zich in het Zuyderland voor onderzoek en/of behandeling bij de vakgroep oogheelkunde meldt en in te plannen op de dagdelen waarop [naam oogarts] in het Zuyderland werkzaam is, waarbij bepaald wordt dat MSB en/of het Zuyderland van deze verplichting in enige maand ontheven zal zijn wanneer toewijzing van het aantal patiënten in die betreffende maand volgens deze breuk ertoe leidt dat in enig spreekuur meer dan 45 patiënten per dag gezien worden of wanneer dat in enig ok-dagdeel leidt tot planning van meer dan 10 cataracten, of meer dan 4 cataracten en 20 intravitreale injecties;

op straffe van een dwangsom van € 5.000,-- per dag of gedeelte daarvan met een maximum van € 75.000,-- bij het opstellen van de roosters aan Lumovenis evenveel zeggenschap geeft als ieder ander lid van de vakgroep oogheelkunde, door de planningen ten minste drie maanden tevoren en in overleg met Lumovenis vast te stellen;

om ten behoeve van de vakgroep per 1 augustus 2016 of een door de voorzieningenrechter een optometrist/nurse practitioner in te zetten op dezelfde voorwaarden als het geval was toen [naam maat 1] en [naam maat 2] nog aan het ziekenhuis waren verbonden, onder bepaling dat als MSB en/of het Zuyderland in gebreke blijft, bij wijze van voorschot op de aan Lumovenis te vergoeden schade, maandelijks € 2.000,-- althans een de voorzieningenrechter te bepalen bedrag, aan Lumovenis dient te betalen;

op straffe van een dwangsom van € 5.000,-- per dag of gedeelte daarvan met een maximum van € 75.000,-- medewerking te verlenen aan een eventuele overdracht van de opdracht van Lumovenis aan een derde, al dan niet zijnde Regiopraktijk, door duidelijkheid te verschaffen over waarop haar standpunt is gebaseerd dat de opdracht van Lumovenis niet 0,6 fte maar slechts 0,3 fte groot is en een Ledenovereenkomst te sluiten met een eventuele koper van de opdracht van Lumovenis die voldoet aan de in de Samenwerkingsovereenkomst en de Ledenovereenkomst gestelde eisen;

volledige medewerking te verlenen aan een eventuele overdracht van de opdracht van Lumovenis aan een derde, althans een dergelijke overdracht te faciliteren voor zover dat in het kader van de overdracht geboden is;

B) Zuyderland veroordeelt om zich op straffe van een dwangsom van € 5.000,-- per keer, met een maximum van € 100.000,--, zich te onthouden van inmenging in gesprekken, en het frustreren van onderhandelingen die Lumovenis met andere partijen dan Regiopraktijk voert over samenwerking, ongeacht of daarbij tevens sprake is van een overdracht van de opdracht indien en voor zover die inmenging niet gebaseerd is op objectief bepaalbare kwalificaties als bedoeld in artikel 1 van de Samenwerkingsovereenkomst en die het bestuur van MSB en de Raad van Bestuur van het Zuyderland samen hebben vastgesteld;

C) MSB Atrium-Orbis en Zuyderland veroordeelt in de kosten van dit geding, waaronder begrepen het salaris en verschotten van de advocaat van eiser, alsmede in de wettelijke rente over deze kosten vanaf twee dagen na het te dezen te wijzen vonnis.

3.3.

MSB Atrium-Orbis en Zuyderland voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

MSB Atrium-Orbis en Zuyderland stellen dat zij een groot en spoedeisend belang hebben dat [naam oogarts] op zijn eigen initiatief onmiddellijk met de Regiopraktijk in gesprek gaat teneinde afspraken te maken over de continuïteit van de werkzaamheden in samenhang met de afspraken die MSB Atrium-Orbis met Zuyderland heeft gemaakt over productie, kwaliteit en doelmatigheid en voor waarneming in geval van afwezigheid, resulterend in een vakgroepreglement waarnaar alle oogartsen zich gedragen.

3.5.

Hiertoe is [naam oogarts] volgens artikel 7 lid 1 van de Ledenovereenkomst verplicht.

3.6.

Verder stellen MSB Atrium-Orbis en Zuyderland er spoedeisend belang bij te hebben dat Lumovenis in de overnamegesprekken aan geïnteresseerden duidelijk aangeeft dat [naam oogarts] bij overdracht zijn Ledenovereenkomst met een termijn van zes maanden opzegt.

3.7.

Op grond van het vorenstaande vorderen MSB Atrium-Orbis en Zuyderland dat de voorzieningenrechter bij een uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

  1. Lumovenis veroordeelt om binnen vijf dagen na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis op zijn initiatief gesprekken aan te gaan met de gemandateerde van de Regiopraktijk teneinde afspraken te maken over de continuïteit van werkzaamheden in samenhang met de afspraken die MSB Atrium-Orbis met Zuyderland heeft gemaakt over productie, kwaliteit en doelmatigheid en over waarneming in geval van afwezigheid, welke gesprekken moeten resulteren in een Vakgroepreglement, dat voor alle oogartsen bindend zal zijn en wel op verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-- per dag die Lumovenis in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;

  2. Lumovenis beveelt om in zijn gesprekken met derden over de overdracht van zijn opdracht aan die derden mee te delen, dat Lumovenis bij overdracht aan die derde zijn lidmaatschap van MSB Atrium-Orbis met een opzegtermijn van zes maanden beëindigt en wel op verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-- per dag die Lumovenis na betekening van dit vonnis dit bevel niet naleeft;

  3. Lumovenis veroordeelt in de kosten van het geding in reconventie onder bepaling dat Lumovenis de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd worden indien deze niet binnen veertien dagen na dagtekening van het in deze zaak te wijzen vonnis, althans na de dag van betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis zijn betaald.

3.8.

Lumovenis voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

Voordat de voorzieningenrechter overgaat tot beoordeling van het geschil overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Lumovenis heeft als producties 20 en 24 (MSB Atrium-Orbis en Zuyderland stellen abusievelijk 20 en 23) producties in het geding gebracht die volgens MSB Atrium-Orbis en Zuyderland moeten worden beschouwd als vertrouwelijke patiëntgegevens waarop een geheimhoudingsverplichting van toepassing is. Deze producties hadden volgens hen niet in het geding mogen worden gebracht en dienen derhalve alsnog te worden vernietigd.

4.2.

Lumovenis heeft de juistheid van die stelling van MSB Atrium-Orbis en Zuyderland erkend. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de producties als niet in het geding gebracht moeten worden beschouwd en zal derhalve opdracht geven de bedoelde producties te vernietigen voor zover deze zich in het procesdossier bevinden. Partijen dragen ieder een eigen verantwoordelijkheid voor vernietiging van producties in hun procesdossier.

4.3.

Het meest verstrekkende verweer van MSB Atrium-Orbis houdt in, dat Lumovenis geen spoedeisend belang heeft bij haar vordering, omdat geen sprake is van een (dreiging van) daling van het aantal ambulante verrichtingen door Lumovenis/ [naam oogarts] in 2016 in vergelijking met 2015. Het aantal ambulante verrichtingen in 2015 van Lumovenis/ [naam oogarts] in 2015 bedroeg volgens MSB Atrium-Orbis in 1348, terwijl het aantal in 2016 geëxtrapoleerd (op basis van de verrichtingen in de periode tot 1 juli van dit jaar, te weten 678) uitkomt op een aantal van 1.356.

4.4.

De voorzieningenrechter overweegt daaromtrent het volgende. Lumovenis heeft ter zitting aangevoerd dat sinds het vertrek van [naam maat 1] en [naam maat 2] uit de maatschap de inkomsten aanzienlijk zijn gedaald. Daarnaast ondervindt Lumovenis problemen bij de verkoop van zijn opdracht. Het is voor Lumovenis van groot belang dat op korte termijn de omvang van de opdracht wordt vastgesteld en Lumovenis in staat wordt gesteld de opdracht te verkopen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat hieruit volgt dat er sprake is van spoedeisend belang bij Lumovenis.

4.5.

De voorzieningenrechter zal hieronder de diverse vorderingen van Lumovenis beoordelen.

De vordering A sub i

4.6.

Ter zitting is gebleken dat de essentie van de discussie tussen partijen is, dat

Lumovenis stelt dat het deel uitmaakte van een maatschap samen met [naam maat 1] en [naam maat 2] , dat een opdracht had ter grootte van tenminste 1,8 fte. De twee andere maten in deze maatschap hebben hun praktijk/opdracht verkocht aan Regiopraktijk op 25 februari 2016. Omdat iedere maat een gelijk aandeel had in de maatschap blijft er een opdracht van 0,6 fte over voor Lumovenis, aldus Lumovenis. Lumovenis stelt dat gedaagden daar ook van op de hoogte waren en verwijst daarvoor naar e-mailberichten en administratieve stukken.

4.7.

Gedaagden stellen dat het niet duidelijk is of Lumovenis deel uitmaakte van de maatschap. Volgens gedaagden betwisten [naam maat 1] en [naam maat 2] dat, hetgeen zou betekenen dat de hele praktijk/opdracht zou zijn overgedragen aan Regiopraktijk. Er zijn geen overeenkomsten waaruit blijkt dat Lumovenis deel uitmaakte van de maatschap. Lumovenis heeft geen financiële stukken overgelegd waaruit bijvoorbeeld de betaling van goodwill voor een deel van de opdracht die de maatschap [naam maat 1] / [naam maat 2] bezat zou blijken.

4.8.

MSB Atrium-Orbis heeft gesteld dat zij nooit de opdrachten vaststelt voor de individuele leden, maar voor de vakgroepen. In casu voor de vakgroep Regiopraktijk en de vakgroep waartoe de maatschap [naam maat 1] / [naam maat 2] behoorde. Hoe binnen de vakgroep de opdracht verdeeld wordt over de medische specialisten is niet voor MSB Atrium-Orbis. De voorzieningenrechter constateert dat dit overeenkomt met hetgeen Lumovenis stelt, namelijk dat MSB Atrium-Orbis aan de maatschap uitkeerde en dat onderling een verdeling van deze gelden plaatsvond.

4.9.

MSB Atrium-Orbis en Zuyderland hebben gesteld dat het voor hen onmogelijk is te bepalen wat rechtens juist is. Als Lumovenis nooit deel heeft uitgemaakt van de maatschap heeft Lumovenis geen recht op een opdracht. Omdat Lumovenis, middels [naam oogarts] , ook na de overdracht/verkoop van (een deel van) de opdracht door de maatschap [naam maat 1] / [naam maat 2] aan Regiopraktijk feitelijk wel medische verrichtingen is blijven uitvoeren, heeft MSB Atrium-Orbis de omvang van de opdracht aan Lumovenis op 0,3 fte gesteld. Dit is vastgesteld op basis van de gerealiseerde verrichtingen die blijkt uit door MSB Atrium-Orbis overgelegde tabellen.

4.10.

De voorzieningenrechter constateert weliswaar met Lumovenis dat [naam maat 2] in een e-mail van 14 december 2014 aan de raad van bestuur van Zuyderland verklaart dat [naam oogarts] zou toetreden tot de maatschap van [naam maat 1] / [naam maat 2] en dat [naam oogarts] ’ aandeel in die maatschap vervolgens 1/3 zal zijn, en dat blijkens een overzicht dat Zuyderland op 18 maart 2016 aan [naam oogarts] heeft gemaild in de administratie van Zuyderland kennelijk een maatschap onder de naam [naam maat 1] / [naam maat 2] / [naam oogarts] is opgenomen en dat deze een opdracht had van 1,8 fte, maar in het licht van de stellingen van MSB Atrium-Orbis en Zuyderland kan desondanks thans niet met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat [naam oogarts] inderdaad een opdracht heeft van 0,6 fte. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

4.11.

Bij gebreke van een voldoende betwisting kan als vast staande worden aangenomen dat [naam oogarts] slechts drie dagdelen in dit ziekenhuis werkt. Verder staat vast dat [naam oogarts] in een drietal andere klinieken werkzaam is en dat voor een totaal van tien dagdelen. Indien zou worden vastgesteld dat de opdracht van Lumovenis 0,6 fte bedraagt, dan zou dat betekenen dat [naam oogarts] ruim meer dan 1 fte per week werkzaam is, hetgeen de voorzieningenrechter voorshands niet waarschijnlijk voorkomt. Lumovenis heeft ook niet met stukken aannemelijk gemaakt dat het aandeel van [naam oogarts] in de maatschap van [naam maat 1] / [naam maat 2] 1/3 bedroeg. [naam oogarts] heeft bijvoorbeeld niet aangetoond dat hij goodwill heeft betaald bij toetreding tot die maatschap en te minder hoeveel die som bedroeg, zodat aan de hand daarvan niet kan worden vastgesteld wat [naam oogarts] ’ aandeel in die maatschap zou worden.

4.12.

Voorshands is tevens voldoende aannemelijk geworden dat de omvang van de opdracht die [naam maat 1] en [naam maat 2] hebben verkocht aan Regiopraktijk 1,75 fte heeft bedragen. Dat zou er op kunnen duiden dat [naam oogarts] geen opdracht had die hij zou hebben kunnen overdragen, omdat deze geheel aan [naam maat 1] en [naam maat 2] toekomt, ofwel dat zij ook het aan [naam oogarts] toekomende aandeel in die maatschap hebben verkocht aan Regiopraktijk. Bij gebreke van een stelling dienaangaande kan niet worden vastgesteld dat MSB Atrium-Orbis moet controleren of de omvang van de opdracht die door een van haar leden aan een ander lid wordt overgedragen wel correct is. Of [naam maat 1] en [naam maat 2] ten onrechte ook het aandeel van [naam oogarts] in de maatschap hebben verkocht aan Regiopraktijk, is een geschil dat slechts [naam maat 1] , [naam maat 2] en [naam oogarts] aangaat.

4.13.

Bij deze stand van zaken is thans onvoldoende aannemelijk dat de opdracht van [naam oogarts] 0,6 fte bedraagt. Diens vordering om – zakelijk weergegeven – aan hem patiënten toe te wijzen op basis van het uitgangspunt dat zijn opdracht 0,6 fte bedraagt, moet derhalve worden afgewezen.

De vordering A sub ii

4.14.

MSB Atrium-Orbis heeft ten verwere aangevoerd dat ieder lid evenveel inbreng heeft bij het opstellen van de roosters, maar dat zij daarmee geen bemoeienis heeft. Volgens haar heeft Regiopraktijk [naam oogarts] ook steeds gevraagd naar zijn wensen met betrekking tot de inroostering, maar heeft [naam oogarts] daar nooit op gereageerd. MSB Atrium-Orbis stelt niet in dit geschil te kunnen worden betrokken, omdat niet vaststaat dat de andere leden van de vakgroep [naam oogarts] niet in de gelegenheid hebben gesteld om zijn ok-mogelijkheden op te geven. Volgens MSB Atrium-Orbis stelt [naam oogarts] ten onrechte dat Regiopraktijk hierin sturend optreedt. Regiopraktijk verzorgt immers volgens MSB Atrium-Orbis niet de administratie en toewijzing van patiënten; dat doen medewerkers van Zuyderland. MSB Atrium-Orbis stelt ten slotte dat de vordering tegen de verkeerde partij is gericht.

4.15.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze vordering moet worden afgewezen. In het licht van de gemotiveerde betwisting heeft Lumovenis niet onderbouwd dat Regiopraktijk in feite de inroostering van specialisten, de administratie en de toewijzing van patiënten verzorgt en dat [naam oogarts] niet in de gelegenheid is gesteld zijn wensen op te geven in het kader van de inroostering. Derhalve is ook niet komen vast te staan dat er voor MSB Atrium-Orbis een noodzaak bestond om gebruik te maken van haar bevoegdheid om coördinerend op te treden teneinde de goede samenwerking tussen haar leden te bevorderen.

De vordering A sub iii

4.16.

MSB Atrium-Orbis heeft ten verwere aangevoerd dat de optometrist die door de voormalige maatschap [naam maat 1] / [naam maat 2] werd ingeschakeld ook door deze maatschap werd betaald, terwijl Zuyderland de kosten van de opleiding van de optometrist tot physician practitioner voor haar rekening nam. Volgens MSB Atrium-Orbis wil Lumovenis met de vordering kennelijk bewerkstelligen dat MSB Atrium-Orbis de loonkosten van de optometrist voor haar rekening neemt.

4.17.

Verder kan volgens MSB Atrium-Orbis alleen de vakgroep van oogartsen om uitbreiding van het aantal optometristen verzoeken. Voortzetting van de situatie zoals deze was ten tijde van het bestaan van de maatschap [naam maat 1] / [naam maat 2] is volgens MSB Atrium-Orbis ook niet toegestaan. De optometrist, niet zijnde physician assistent, die voor die maatschap werkte, stond onder de vereiste dagelijkse rechtstreekse supervisie van [naam maat 1] en/of [naam maat 2] . [naam oogarts] kan de vereiste supervisie van de optometrist, niet zijnde physician practitioner, echter volgens MSB Atrium-Orbis niet uitoefenen, omdat [naam oogarts] slechts drie dagdelen werkzaam is in het ziekenhuis van Zuyderland. [naam oogarts] moet volgens MSB Atrium-Orbis voortdurend supervisie houden op de optometrist en moet dat voorts op eigen kosten doen.

4.18.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Lumovenis deze verweren van MSB Atrium-Orbis niet, dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist. Derhalve moet er thans van worden uitgegaan dat het verzoek om aanstelling van een optometrist door Lumovenis en Regioprakijk gezamenlijk moet worden gedaan, welk verzoek kennelijk niet is ingediend. Daarnaast kan de vordering niet kan worden toegewezen, omdat Lumovenis niet, dan wel onvoldoende heeft weersproken dat [naam oogarts] de daarvoor noodzakelijke supervisie over te aan te stellen optometrist niet kan uitoefenen. Omdat derhalve onvoldoende duidelijk is dat de vordering van Lumovenis tot de aanstelling van een optometrist voldoet aan de daaraan te stellen eisen, moet deze vordering worden afgewezen.

De vorderingen A sub iv en v en B

4.19.

De voorzieningenrechter zal deze vorderingen gezamenlijk beoordelen, omdat deze alle zien op de door MSB Atrium-Orbis en Zuyderland gevorderde te verlenen medewerking bij een eventuele overdracht van de opdracht van Lumovenis aan Regiopraktijk of een andere derde.

4.20.

Zuyderland heeft ten verwere aangevoerd dat zij een voorgenomen overdracht niet frustreert of heeft gefrustreerd. Volgens haar zal een van haar bestuurders hoogstens kenbaar hebben gemaakt dat naar diens mening de omvang van de opdracht aan Lumovenis 0,3 fte is en niet 0,6 fte zoals Lumovenis in de overnamegesprekken verklaart. Zuyderland voert verder aan dat een overdracht aan Eyescan echter niet mogelijk is, omdat daarmee de eis dat één vakgroep tot stand komt niet kan worden gerealiseerd.

4.21.

De voorzieningenrechter overweegt daaromtrent het volgende. Kennelijk verwijt Lumovenis Zuyderland dat deze aan derden, waaronder Regiopraktijk, mededeelt dat de hele praktijk van [naam maat 1] / [naam maat 2] is overgedragen aan Regiopraktijk, zodat [naam oogarts] zijn beweerdelijke aandeel in die maatschap niet kan overdragen (aan Eyescan). De voorzieningenrechter is van oordeel dat de inhoud van de bedoelde e-mail niet de conclusie rechtvaardigt dat Zuyderland de onderhandelingen tussen Lumovenis en Eyecare heeft willen frustreren. Bij gebreke aan een nadere onderbouwing kan uit de inhoud van de e-mail hoogstens worden afgeleid dat (de bestuurder van) Zuyderland zich op het standpunt stelde dat Lumovenis geen opdracht zou kunnen overdragen, dan wel zich afvroeg of Lumovenis dat zou kunnen, omdat die opdracht als onderdeel van de maatschap [naam maat 1] / [naam maat 2] door [naam maat 1] en [naam maat 2] al was overgedragen aan Regiopraktijk. Zonder verdere onderbouwing kan niet worden geoordeeld dat Zuyderland met het innemen van dat standpunt Lumovenis heeft willen frustreren. Ook deze vorderingen dienen te worden afgewezen.

4.22.

Uit het vorenstaande volgt dat de vorderingen van Lumovenis moeten worden afgewezen. Lumovenis zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van MSB Atrium-Orbis en Zuyderland worden begroot op:

- griffierecht € 619,00;

- salaris advocaat € 816,00;

Totaal € 1.435,00.

in reconventie

4.23.

Ten aanzien van het sub 1 gevorderde heeft Lumovenis aangevoerd dat zij in beginsel bereid is om met Regiopraktijk het bedoelde overleg te voeren, zodat de vordering in zoverre wat haar betreft overbodig is, maar dat zij toch bezwaren heeft tegen toewijzing, nu zij problemen voorziet in de omstandigheden waaronder dat overleg zou moeten plaatsvinden. Lumovenis vreest dat er geen sprake zal zijn van een overleg, maar van een dictaat door Regiopraktijk. [naam oogarts] zal dan niet langer vrij zijn om zijn werkzaamheden in te richten en uit te voeren op de wijze die hij in het belang van de patiënt acht. Dat zou volgens Lumovenis in strijd zijn met artikel 7 lid 3 van de Ledenovereenkomst, dat bepaalt dat het lid van MSB Atrium-Orbis (Lumovenis/ [naam oogarts] ) geheel vrij is in de wijze waarop hij de opdracht uitvoert. Lumovenis stelt dat, indien de vordering wordt toegewezen, maar het overleg desondanks niet resulteert in een vakgroepreglement dat alle oogartsen bindt, er niet aan het vonnis wordt voldaan en Lumovenis op grond daarvan dwangsommen verbeurt, ongeacht of het niet tot stand komen van een dergelijk reglement aan Lumovenis is te wijten. De omstreden vordering komt er volgens Lumovenis op neer dat zij feitelijk verplicht is om, op straffe van een dwangsom, een door Regiopraktijk eenzijdig opgesteld en door haar goedgekeurd vakgroepreglement te ondertekenen en na te leven.

4.24.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze vordering, wegens de onvoldoende gevorderde geclausuleerde veroordeling moet worden afgewezen. Lumovenis stelt immers terecht dat de gevorderde dwangsommen volgens het gevorderde door Lumovenis ook zijn verbeurd enkel vanwege het feit dat tussen partijen geen overeenstemming tot stand komt, ongeacht aan wie van partijen of waaraan dat te wijten is. Waaraan het eventueel niet tot stand komen van een overeenkomst is te wijten, wordt in de gevorderde veroordeling echter ten onrechte niet als voorwaarde voor verbeuring van dwangsommen opgenomen.

4.25.

Ten aanzien van de vordering sub 2 overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Deze vordering ziet kennelijk op de verplichting van artikel 5.4 van de Ledenovereenkomst. Kennelijk willen MSB Atrium-Orbis en Zuyderland voorkomen dat gedurende de opzegtermijn van zes maanden de partij die de opdracht van Lumovenis overneemt al actief wordt. Deze vordering moet worden afgewezen, omdat niet is gesteld dat Lumovenis in strijd met deze verplichting handelt of dreigt te handelen.

4.26.

Uit het vorenstaande volgt dat de vorderingen van MSB Atrium-Orbis en Zuyderland moeten worden afgewezen. MSB Atrium-Orbis en Zuyderland zullen als de in het ongelijk gestelde partijen in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van MSB Atrium-Orbis worden begroot op:

- salaris advocaat € 408,00;

Totaal € 408,00.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie:

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt Lumovenis in de proceskosten, aan de zijde van MSB Atrium-Orbis en Zuyderland tot op heden begroot op € 1.435,00;

in reconventie:

5.3.

wijst de vorderingen af;

5.4.

veroordeelt MSB Atrium-Orbis en Zuyderland in de proceskosten, aan de zijde van Lumovenis begroot op € 408,--.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Bijker-Veen, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: MT