Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:8987

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
14-10-2016
Datum publicatie
14-10-2016
Zaaknummer
03-661239-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van medeplegen voorbereidingshandelingen 10a Opiumwet

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/661239-15

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 oktober 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

thans (uit andere hoofde) gedetineerd in P.I. HvB Grave (Unit A + B) te Grave.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. C.W.J. Faber, advocaat kantoorhoudende te Eindhoven.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is behandeld op de zittingen van 29 en 30 september 2016. Op de zitting van 29 september 2016 is de zaak inhoudelijk behandeld en zijn verdachte en zijn raadsman verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Op de zitting van 30 september 2016 is vervolgens het onderzoek ter terechtzitting gesloten, waarbij verdachte en zijn raadsman niet zijn verschenen.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

samen met een ander of anderen voorbereidingshandelingen heeft gepleegd voor de productie van amfetamine/MDMA/tenamfetamine/N-ethyl MDA door de in de tenlastelegging genoemde goederen en/of stoffen in de periode van 5 februari 2015 tot en met 22 februari 2015 voorhanden te hebben in Lomm.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Inleiding

Begin 2015 is naar aanleiding van TCI-informatie onder leiding van de officier van justitie onder de naam Delta een strafrechtelijk onderzoek ingesteld naar veronderstelde criminele activiteiten.

De inzet van BOB-middelen door het onderzoeksteam heeft geleid tot de vondst van drie (opslag)locaties. Op 5 februari 2015 wordt een garagebox gelegen aan de [adres 1] te Eindhoven doorzocht. Op 20 februari 2015 een loods aan [adres 2] te Lomm en op 22 februari 2015 een garage bij de woning aan de [adres 3] te Roermond. Op deze locaties bleken zich verschillende stoffen en goederen te bevinden, welke volgens de interpretatie van de Landelijke Eenheid Ontmantelen (LFO) van de politie zouden zijn gerelateerd aan de productie van synthetische drugs.

De politie heeft meerdere verdachten aangehouden, onder wie verdachte. Verdachte wordt verweten betrokken te zijn bij de locatie in Lomm.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het ten laste gelegde wordt bewezenverklaard. Daartoe heeft zij verwezen naar de observaties en het aantreffen van de stoffen in de loods in Lomm. Daaruit komt met betrekking tot verdachte het volgende beeld naar voren:

Verdachte is op 20 februari 2015 als de bestuurder van de bestelbus met het kenteken [kenteken 4] in beeld gekomen. Verdachte heeft die betreffende Mercedes bus, die eerder die dag vanuit [naam bedrijf] te Luik naar de [adres 9] te Echt is gereden en daar geparkeerd stond, aldaar opgehaald. Verdachte heeft deze bestelbus vervolgens naar Velden gereden en deze overgedragen aan een derde. Deze onbekend gebleven derde heeft de bestelbus vervolgens naar Lomm gereden en in de loods geparkeerd. In deze loods wordt diezelfde dag bij doorzoeking een niet in werking zijnde synthetisch drugslab aangetroffen. Verdachte is derhalve als vervoerder van chemicaliën aan te merken.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor verdachtes betrokkenheid. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat de rol van verdachte, gelet op de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, niet kan worden aangemerkt als medepleger van de ten laste gelegde voorbereidingshandelingen. Verdachte is slechts waargenomen als degene die de Mercedes bestelbus heeft vervoerd van Echt naar Velden en terug. Uit het dossier komt niet naar voren door wie verdachte is aangestuurd, of hij contacten had met de medeverdachte, hoe hij in Echt is gekomen, of hij wist wat hij vervoerde en of hij wist dat de (inhoud van) de bus uiteindelijk in het bedrijfspand in Lomm terecht zouden komen. Voorts zijn deze omstandigheden ook niet van dien aard dat zij een verklaring van verdachte vereisen en zijn zwijgen in zijn nadeel kan worden gebruikt.

3.4

Het oordeel van de rechtbank 1

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Uit het dossier blijkt dat er op 20 februari 2015 bij het bedrijf [naam bedrijf] in Luik (België) een aantal stoffen zijn opgehaald door medeverdachten [medeverdachte 7] en [medeverdachte 2] . Deze goederen zijn middels een door medeverdachte [medeverdachte 2] gehuurde Mercedes bestelbus met het kenteken [kenteken 4] en onder begeleiding van medeverdachte [medeverdachte 7] vervoerd naar de parkeerplaats aan de [adres 9] te Echt. Aldaar wordt de betreffende bestelbus enige tijd later opgehaald door verdachte en naar de [adres 10] te Velden gereden. Vanaf deze plek wordt de betreffende bestelbus door een onbekende man naar de loods, gelegen aan de [adres 2] te Lomm gereden. Nog geen half uur later, omstreeks 12.59 uur wordt de bestelbus uit de loods gereden. Bij de doorzoeking van de loods op 20 februari 2015 omstreeks 13.30 uur worden in de in de loods aanwezige ruimten diverse goederen/stoffen aangetroffen, welke gebruikt kunnen worden voor de vervaardiging c.q. bewerking van synthetische drugs, met name amfetamine.

De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden of verdachte met de aangetroffen goederen en/of stoffen in verband kan worden gebracht. Heeft verdachte deze goederen en/of stoffen voorhanden gehad (al dan niet via medeplegen)?

Voor het voorhanden hebben van bepaalde goederen/stoffen bestemd om een feit bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de Opiumwet voor te bereiden, geldt dat is vereist dat er een bepaalde machtsrelatie dient te bestaan tussen de verdachte en de desbetreffende goederen/stoffen en een meer of mindere mate van bewustheid bij verdachte omtrent de aanwezigheid van de goederen/stoffen.

Hoewel uit vorenstaande kan worden afgeleid dat verdachte als bestuurder van de Mercedes bus, gedurende het vervoer een bepaalde machtsrelatie heeft gehad met betrekking tot het vervoerde, kan niet worden bewezen dat hij op enig moment wetenschap heeft gehad van hetgeen hij vervoerde. Niet duidelijk is op welke manier verdachte betrokken is geraakt bij het vervoer of welke handelingen hij met betrekking tot de inhoud van de Mercedes bestel-bus heeft verricht. Voorts kan verdachte ook niet in verband worden gebracht met het bedrijfspand te Lomm alwaar de inhoud van de bestelbus uiteindelijk terecht is gekomen. Verdachte is immers niet degene geweest die de bestelbus naar het bedrijfspand in Lomm heeft gebracht.

4 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.V. Pelsser, voorzitter, mr. A.K. Kleine en mr. K.J.H. Hoofs, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.M.E. de Beukelaer griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 oktober 2016.

Mr. K.J.H. Hoofs is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij in of omstreeks de periode van 5 februari 2015 tot en met 22 februari 2015 in de gemeente(n) Roermond en/of Eindhoven en/of Lomm, in elk geval binnen de arrondissementen Limburg en/of Brabant, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl MDA, zijnde amfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl MDA (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, (ondermeer) voorhanden heeft gehad:

-101 zakken x 25 kilo inhoud Caustic Soda (totaal: 2525 kilogram Caustic

Soda), en/of

-IBC 6 x 1000 liter, en/of

-een afkortzaag (DeWalt) inclusief geleiderbank, en/of

-een afzuigunit, en/of

-2 rolcarriers, en/of

-een opstelling ten behoeve van omzetting Apaan naar BMK, en/of

-een ventilator, en/of

-een vuilniszak met veiligheidsmiddelen ten behoeve van gelaatsmaskers, en/of

-elektrisch handgereedschap, en/of

-een hoeveelheid scheidtrechters, en/of

-6 gemodificeerde bierfusten, en/of

-3 x reflux in PVC buizen en een kwikthermometer, en/of

-een aangepast bierfust als stoomgenerator, en/of

-7 maatbekers en 4 trechters, en/of

-3 behangafstomers en/of 2 slangen met koperstuk t.b.v. stoomdestillatie, en/of

-5 branders, en/of

-een doos met 4 glazen koelers, en/of

-een doos met koeler en thermometer, en/of

-diverse glaswerken, en/of

-6 emmers, en/of

-een flexibele slang, en/of

-een afzuigunit, en/of

-een opstelling ten behoeve van scheidtrechterplaten en/of

-diverse slangen en koppelstukken, en/of

-een gasmasker, en/of

-2 lekbakken, en/of

-40 x 25 liter jerrycan(s) met opschrift 'M' (totaal: 1000 liter mierenzuur),

en/of

-38 x 25 liter jerrycan(s) opschrift 'Z' (inhoud: zoutzuur), en/of 1 jerrycan

x 25 liter (inhoud: zoutzuur) en/of 1 jerrycan x 30 liter (totaal: 990 liter

zoutzuur), en/of

-een speciekuip met slangen, en/of

-twee trechters, en/of

-diverse koppelstukken en/of vloeistofpompen, en/of

-drie dekselvaten en/of trechters en/of een maatbeker, en/of een magnetron

en/of 12 literflessen bio ethanol, en/of

-19 lege jerrycans (25 en 20 liter, met restanten zure vloeistof en/of BMK

en/of formamyde en/of andere amtefamine-achtige stoffen), en/of

-een kookketel gekoppeld aan een gasbrander (200 liter) en/of een kooktafel

(275 liter) en/of 3 branders, en/of

-een 200 liter vat, en/of

-een compressor, en/of

-een hoeveelheid gereedschap, en/of

-een 120 liter klemdekselvat, en/of

-een scheidtrechtersopstelling (4 x 200 liter, dopvaten en aftapkranen), en/of

-een bouwlamp, en/of

-een waterbak met dompelpomp en slang,

(allen) aangetroffen te Lomm op 20 februari 2015,

waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die goed(eren) bestemd was/waren tot het plegen (artikel 10a Opiumwet jo. artikel 47 Wetboek van Strafrecht) van dat/die feit(en);

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van de Regionale Recherche, afdeling Generiek, team Ondermijning, proces-verbaalnummer 2014 137542, gesloten d.d. 6 december 2015, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 2518.