Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:8980

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
14-10-2016
Datum publicatie
14-10-2016
Zaaknummer
03/659172-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen voorbereidingshandelingen 10a Opiumwet

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/659172-15

Tegenspraak (gemachtigde raadsman)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 oktober 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. M.P.J.C. Heuvelmans, advocaat kantoorhoudende te Venlo.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 29 en 30 september 2016. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

samen met een ander of anderen voorbereidingshandelingen heeft gepleegd voor de productie van amfetamine/MDMA/tenamfetamine/N-ethyl MDA door op drie verschillende tijdstippen op drie verschillende locaties de in de tenlastelegging genoemde goederen en/of stoffen voorhanden te hebben.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Inleiding

Begin 2015 is naar aanleiding van TCI-informatie onder leiding van de officier van justitie onder de naam Delta een strafrechtelijk onderzoek ingesteld naar veronderstelde criminele activiteiten.

De inzet van BOB-middelen door het onderzoeksteam heeft geleid tot de vondst van drie (opslag)locaties. Op 5 februari 2015 wordt een garagebox gelegen aan de [adres 1] te Eindhoven doorzocht. Op 20 februari 2015 een loods aan [adres 2] te Lomm en op 22 februari 2015 een garage bij de woning aan de [adres 3] te Roermond. Op deze locaties bleken zich verschillende chemicaliën en goederen te bevinden, welke volgens de interpretatie van de Landelijke Eenheid Ontmantelen (LFO) van de politie zouden zijn gerelateerd aan de productie van synthetische drugs.

De politie heeft meerdere verdachten aangehouden, onder wie verdachte. Verdachte wordt verweten betrokken te zijn bij de locaties in Eindhoven, Lomm en Roermond.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het ten laste gelegde wordt bewezenverklaard. Daartoe heeft zij verwezen naar de telecomgegevens in combinatie met de verschillende observaties en het aantreffen van de stoffen en goederen op de betreffende locaties. Daaruit komt met betrekking tot verdachte het volgende naar voren:

Eindhoven

Verdachte heeft in de periode vóór 5 februari 2015 contact met onder andere medeverdachte [medeverdachte 1] over het halen/leveren van chemische producten die passen binnen een synthetisch drugsproces. Verdachte rijdt op 5 februari 2015 in een Hyundai Lantra ( [kenteken 1] ) van Roermond naar Maastricht. Vanaf de Belgische grens escorteert verdachte de Iveco bus ( [kenteken 2] ), bestuurd door medeverdachte [medeverdachte 2] naar Eindhoven. In Eindhoven heeft verdachte een ontmoeting met de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] , terwijl in hun nabijheid de chemicaliën vanuit de Iveco bus in de garagebox aan de [adres 1] worden uitgeladen. Verdachte rijdt daarna met de Iveco-bus weer terug richting het zuiden onder escorte van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] .

Lomm

Verdachte voert op 19 februari 2015 enkele gesprekken die betrekking hebben op de (ver)koop/transport van chemicaliën. Op 20 februari 2015 rijdt verdachte in een Renault ( [kenteken 3] ) van Roermond naar Luik en heeft aldaar bij het bedrijf [naam bedrijf] chemicaliën opgehaald. Deze worden vervoerd in een vrachtauto met het kenteken [kenteken 4] , bestuurd door medeverdachte [medeverdachte 2] en geëscorteerd door verdachte vanuit Luik. De vracht-wagen wordt geparkeerd in Echt en de bestuurder van de vrachtauto stapt over in de Renault en de Renault rijdt weg. De vrachtauto wordt vervolgens door een ander opgehaald en naar een loods in Lomm gereden om aldaar de chemicaliën uit te laten. Later wordt de vrachtauto door verdachte weer opgehaald in Echt. Verder heeft verdachte die dag nog een ontmoeting met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] , welke ontmoeting direct gerelateerd kan worden aan de aangetroffen chemicaliën. Ook belt verdachte aan het einde van de dag met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] over het aantal gereden kilometers die dag. Verdachte is degene die de zaken samen met medeverdachte [medeverdachte 4] aanstuurt en is zelf direct betrokken bij de begeleiding van het vervoer van de aangetroffen chemicaliën.

Roermond

Gelet op de inhoud van het tapgesprek op 22 februari 2015 tussen verdachte en mede-verdachte [medeverdachte 2] kan worden vastgesteld dat verdachte ook betrokken is bij de in de garage van medeverdachte [medeverdachte 2] aangetroffen chemicaliën. Medeverdachte [medeverdachte 2] belt immers meteen na zijn invrijheidstelling met verdachte dat hij ermee wil stoppen. Het feit dat [medeverdachte 2] verdachte meteen belt, betekent in de visie van de officier van justitie dat verdachte op de hoogte moet zijn geweest van hetgeen in de garage van medeverdachte [medeverdachte 2] is aangetroffen. Bovendien geeft verdachte er in het gesprek ook geen blijk van niet te weten wat gaande is.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat, gelet op de wijze waarop de ten-lastelegging is opgesteld, aan verdachte wordt verweten het medeplegen van het voorhanden hebben van de stoffen en goederen aangetroffen op de verschillende locaties. Dat impliceert dat verdachte moet hebben geweten of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die spullen op de betreffende locaties aanwezig waren. Bewijs voor deze wetenschap ontbreekt echter voor alle drie de locaties. De enkele telecomgegevens in combinatie met de observaties zijn daartoe onvoldoende. Evenmin kan de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachten uit het dossier worden afgeleid.

3.4

Het oordeel van de rechtbank 1

De rechtbank leest de tenlastelegging aldus dat aan verdachte wordt verweten dat hij in de periode van 5 februari 2015 tot en met 22 februari 2015 met een ander of anderen voorbereidingshandelingen heeft verricht voor de productie van amfetamine/MDMA/tenamfetamine/N-ethyl MDA door het in die periode op enig moment voorhanden hebben van de chemicaliën en goederen welke uiteindelijk op de locaties in Eindhoven, Lomm en Roermond zijn aangetroffen.

3.4.1

Garagebox [adres 1] te Eindhoven 5 februari 2015

Bewijsmiddelen

Op 4 februari 2015 vindt sms-verkeer plaats tussen de nummers [telefoonnummer 1] , waarvan verdachte [verdachte] gebruiker is2, en [telefoonnummer 2] , waarvan medeverdachte [medeverdachte 1] gebruiker is3. De sms-berichten hebben de volgende inhoud:

  • -

    van [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ) naar [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ): Maat dat monster moet je wel aan mij geven. Is voor iemand anders;

  • -

    van [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) naar [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ): Ok;

  • -

    van [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ) naar [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ): Maat sorry maar kan je zorgen dat etiketten eraf zijn morgen;

  • -

    van [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) naar [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ): Hier ook sorry, ma was 1000 en 500 toch?;

  • -

    van [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ) naar [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ): 20 stuks en 1000. En 10;

  • -

    van [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) naar [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ): Ok.4

Op 5 februari 2015 vindt wederom sms-verkeer plaats tussen de nummers [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) en [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ). De sms-berichten hebben de volgende inhoud:

  • -

    06.10 uur van [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ) naar [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ): Maat kan je straks [adres 4] Eindhoven komen i.p.v. dat ander adres;

  • -

    06.11 uur van [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) naar [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ): Ok, doen we!

  • -

    07.07 uur van [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) naar [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ): Maat wordt iets later, andere maat van me moet ook daar zijn;

  • -

    07.07 uur van [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ) naar [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ): Hoe laat denk je;

  • -

    07.09 uur van [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) naar [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ): Half uurtje ongeveer;

Het nummer [telefoonnummer 1] in gebruik bij [verdachte] verplaatst zich in de richting van Maastricht.5

Op 5 februari 2015 vindt ook een observatie plaats, daarbij wordt omstreeks 08.45 uur waargenomen dat verdachte [verdachte] , als bestuurder van een personenauto van het merk Hyundai, type Lantra, voorzien van het kenteken [kenteken 1] op de Tongerseweg te Maastricht rijdt.6

Op 5 februari 2015 worden tussen 08:59 uur en 09:06 uur weer sms-berichten gestuurd tussen de nummers [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) en [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ). De sms-berichten hebben de volgende inhoud:

  • -

    van [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) naar [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ):Vertrekken nu daar;

  • -

    van [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ) naar [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ): Oh ok ik heb om 11 uur afgesproken daar maat;

  • -

    van [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) naar [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ): Ok daar afzetten dan, en dat jij dat ding terug brengt? Of hoe had je het graag?;

  • -

    van [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ) naar [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ): Hoe laat zijn jullie daar maat. Ongeveer. Als je daar bent geef me even seintje. Ben ik in de buurt;

  • -

    van [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) naar [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ): Ok uurtje ong.7

Op 5 februari 2015 worden om 09.17 uur en 9.18 uur weer sms-berichten gestuurd tussen de nummers [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) en [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ). De sms-berichten hebben de volgende inhoud:

- van [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ) naar [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ): Kan je bus daar neerzetten en daarna naar [adres 5] komen aub. Pak ik daar sleutel aan;

- van [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) naar [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ): Ok.8

Op 5 februari 2015 omstreeks 09.25 uur neemt het observatieteam waar dat een witte bus, merk Iveco, voorzien van het kenteken [kenteken 2] en de opdruk Autoverhuur Limburg, op de Tongerseweg te Maastricht rijdt, komende uit de richting België. Tevens wordt gezien dat enkele auto’s achter de betreffende Iveco de Hyundai Lantra, kenteken [kenteken 1] met [verdachte] als bestuurder rijdt en dat men zich verplaatst in de richting van Eindhoven.9

De Iveco met het kenteken [kenteken 2] is op 5 februari 2015 gehuurd door medeverdachte [medeverdachte 2] .10

Vervolgens vindt, eveneens op 5 februari 2015, het volgende sms-verkeer plaats tussen de nummers [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) en [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ):

  • -

    09.30 uur van [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ) naar [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ): Maat Niks te zien onderweg;

  • -

    09.30 uur van [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) naar [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ): Ok hier ook niet;

  • -

    09.39 uur van [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ) naar [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ): Maat was dat andere ook gelukt?;

  • -

    09.40 uur van [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) naar [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ): Ja;

  • -

    09.52 uur van [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ) naar [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ): Ik zit bij broodjeszaak op dat plein dadelijk;

  • -

    09.58 uur van [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ) naar [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ):Weet jou maat dat het voor ons is anders beter dat hij ons niet ziet;

  • -

    10.00 uur van [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) naar [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ):Wat niet weet wat niet deert;

  • -

    10.01 uur van [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ) naar [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ): Ok dan beter dat je even buiten wacht en mijn maat sleutel aanpakt;

  • -

    10.02 uur van [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) naar [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ): Ok;

  • -

    10.13 uur van [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) naar [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ): Hij kan ook even wachten buiten, hoeft hij niemand te zien;

  • -

    10.15 uur van [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ) naar [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ): Ook goed maat Kom je naar binnen dan;

  • -

    10.15 uur van [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) naar [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ): Ok;

  • -

    10.17 uur van [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ) naar [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ): Anders laat die andere al terug rijden. Dan kan jij misschien wachten en bus terug meenemen;

  • -

    10.18 uur van [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) naar [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ): Ok.11

Tijdens de observatie wordt omstreeks 10.30 uur gezien dat de Iveco met het kenteken [kenteken 2] en Hyundai Lantra met het kenteken [kenteken 1] in Eindhoven aankomen en de betreffende Iveco geparkeerd wordt op het [adres 4] te Eindhoven. De bestuurder van de Iveco, herkend als medeverdachte [medeverdachte 2] , stapt uit en stapt in de Hyundai Lantra met als bestuurder verdachte [verdachte] . Omstreeks 10.40 uur parkeert de betreffende Hyundai Lantra op het [adres 5] te Eindhoven.12

Er vindt wederom sms-verkeer plaats tussen de nummers [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) en [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ) met de volgende inhoud:

  • -

    10.40 uur van [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ) naar [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ): Ben je in de buurt maat;

  • -

    10.40 uur van [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) naar [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ): Ben er;

  • -

    10.42 uur van [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ) naar [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ): Zit in broodjes zaak met bruine.13

Het observatieteam neemt omstreeks 10.41 uur waar dat verdachte [verdachte] uit de Hyundai Lantra met het kenteken [kenteken 1] stapt en de [naam horecazaak] , gelegen op de [adres 6] te Eindhoven, binnenloopt. De betreffende Hyundai Lantra rijdt vervolgens met medeverdachte [medeverdachte 2] weg. Omstreeks 10.59 uur stopt een witte Mercedes Sprinter met het kenteken [kenteken 5] op de [adres 7] te Eindhoven. Een man (later herkend als medeverdachte [medeverdachte 5]14) stapt als bijrijder uit de betreffende Mercedes Sprinter en loopt richting het [adres 4] te Eindhoven, alwaar hij als bestuurder in de Iveco bus met het kenteken [kenteken 2] stapt en hiermee wegrijdt. Omstreeks 11.05 uur wordt gezien dat de betreffende Iveco bus staat geparkeerd bij een garagebox, welke gelegen is aan de achterzijde van de [adres 1] te Eindhoven. Dit is ter hoogte van de eerste garagebox aan de linkerkant, gezien vanaf de [adres 1] . De motor draait en het bestuurdersportier staat open. Ook wordt waargenomen dat de Mercedes Sprinter met het kenteken [kenteken 5] geparkeerd staat op de [adres 1] . Omstreeks 11.15 uur rijdt de lveco bus met het kenteken [kenteken 2] weg en stopt vervolgens omstreeks 11.17 uur op het [adres 4] te Eindhoven, alwaar medeverdachte [medeverdachte 5] uitstapt, de achterdeuren afsluit en vervolgens weer als bijrijder in de Mercedes Sprinter met het kenteken [kenteken 5] stapt. Omstreeks 11.49 uur komt verdachte [verdachte] samen met de medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] uit de [naam horecazaak] . Medeverdachte [medeverdachte 1] stapt in een grijze Audi Q7 met het Belgisch kenteken [kenteken 6] en rijdt weg. De genoemde Audi Q7 en een Volvo V70, met het kenteken [kenteken 7] , stoppen omstreeks 12.28 uur op het [adres 4] te Eindhoven. Verdachte [verdachte] stapt als bijrijder uit de genoemde Volvo, stapt in de Iveco bus met het kenteken [kenteken 2] en rijdt weg. Ook de genoemde Audi en Volvo rijden weg, waarbij de bestuurder van de Volvo wordt herkend als zijnde medeverdachte [medeverdachte 3] .15

Op 5 februari 2015, omstreeks 13.55 uur, wordt de garagebox gelegen aan de [adres 1] te Eindhoven geopend en betreden. Dit betreft, gezien vanuit de toegangspoort aan de openbare weg, de eerste garagebox aan de linkerkant met het nummer [nummer garagebox] . In de garagebox worden onder andere de navolgende goederen aangetroffen:

  • -

    4 kunststof kruiken/kannen van 5 liter met vermoedelijk methanol;

  • -

    19 blauwe vaatjes van 25 liter met vermoedelijk aceton;

  • -

    20 zakken van 25 kilogram inhoudende caustic soda;

  • -

    40 zwarte vaatjes van 25 liter, volgens de brandweer inhoudende een zuur mogelijk zoutzuur.16

Op de zwarte vaten en de plastic zakken zitten nog resten van ijsvorming; de vaten en de zakken zijn nog nat. Ook de warmtemeting door de brandweer geeft bij de zwarte vaten een lagere temperatuur.17

De aangetroffen goederen zijn in beslag genomen18 en de vloeistof is nader onderzocht19. Het Nederlands Forensisch Instituut rapporteert dat het zoutzuur, methanol en aceton betreft. Zoutzuur en aceton staan vermeld op bijlage I van de Verordening van de EG inzake drugsprecursoren.20

Met betrekking tot de aangetroffen goederen kan nog worden vermeld dat de vaatjes niet waren voorzien van etikettering en de gevarenclassificaties waren verwijderd.21 Bij sommige vaatjes waren de lijmresten nog te zien.22

Overwegingen

De rechtbank stelt op basis van bovengenoemde bewijsmiddelen vast dat op 5 februari 2015 medeverdachte [medeverdachte 2] met een Iveco bus met het kenteken [kenteken 2] vanaf de Belgische grens te Maastricht naar het [adres 4] te Eindhoven is gereden. Verdachte [verdachte] heeft dit hele traject in de Hyundai Lantra met kenteken [kenteken 1] achter de betreffende Iveco bus gereden en neemt medeverdachte [medeverdachte 2] als bijrijder mee in de Huyndai Lantra, wanneer de Iveco bus op het [adres 4] in Eindhoven is geparkeerd. De Huyndai Lantra wordt vervolgens geparkeerd op het [adres 5] te Eindhoven, waarna [verdachte] uit de Huyndai Lantra stapt en [medeverdachte 2] alleen in de auto wegrijdt. Omstreeks 10.59 uur rijdt medeverdachte [medeverdachte 5] met de betreffende Iveco bus naar de [adres 8] en vervolgens naar de garagebox gelegen aan de [adres 1] . De Iveco bus blijft tien minuten met draaiende motor en een open bestuurdersportier bij de garagebox staan, waarna medeverdachte [medeverdachte 5] de bestelbus terugrijdt naar het [adres 4] te Eindhoven. Bij de doorzoeking van de betreffende garagebox op 5 februari 2015 omstreeks 13.55 uur worden 19 vaatjes aceton, 40 vaatjes zoutzuur, 20 zakken caustic soda en 4 flessen methanol aangetroffen.

Wat is er uitgeladen in de garagebox

De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld welke goederen op 5 februari 2015 in de garagebox aan de [adres 1] zijn terecht gekomen. Daartoe stelt de rechtbank het volgende vast.

Uit de bevindingen van het LFO blijkt dat bij het aantreffen van de stoffen in de betreffende garagebox is geconstateerd dat er op de 25 zakken caustic soda en de 40 zwarte vaatjes zoutzuur sprake was van ijsafzetting en van een lagere temperatuur dan de overige goederen in de garagebox. De rechtbank leidt hieruit af dat de zakken caustic soda en de vaatjes zoutzuur recent in de garagebox waren geplaatst. Bovendien betreft het een totale hoeveelheid van 500 kilogram caustic soda en 1000 liter zoutzuur. Deze aantallen komen overeen met de aantallen die in het sms-verkeer op 4 februari 2015 tussen verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 1] zijn genoemd. Daarin wordt eveneens gevraagd om ‘te zorgen dat de etiketten er morgen af zijn’. Er is geconstateerd dat van de aangetroffen zwarte vaatjes de etiketten waren verwijderd en dat op sommige vaten nog lijmresten aanwezig waren.

De rechtbank gaat er gelet op bovenstaande omstandigheden vanuit dat op 5 februari 2015 in ieder geval de caustic soda en het zoutzuur naar Eindhoven zijn vervoerd in de Iveco met het kenteken [kenteken 2] en zijn uitgeladen op het moment dat deze gedurende tien minuten met draaiende motor voor de garagebox aan de [adres 1] heeft gestaan.

De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van de overige ten laste gelegde stoffen en goederen.

Betrokkenheid van verdachte

De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden of verdachte met de aangetroffen caustic soda en zoutzuur in verband gebracht kan worden. Heeft verdachte deze stoffen voorhanden gehad (al dan niet via medeplegen)?

Voor het voorhanden hebben van bepaalde goederen/stoffen bestemd om een feit bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de Opiumwet voor te bereiden geldt dat is vereist dat er een bepaalde machtsrelatie dient te bestaan tussen de verdachte en de desbetreffende goederen/stoffen en een meer of mindere mate van bewustheid bij verdachte omtrent de aanwezigheid van de goederen/stoffen.

Voorhanden hebben

Op basis van de bewijsmiddelen kan verdachte weliswaar niet in verband worden gebracht met de garagebox aan de [adres 1] , maar op basis van de observatie kan wel worden vastgesteld dat hij op 5 februari 2015 medeverdachte [medeverdachte 2] heeft begeleid tijdens de rit met de bestelbus met het kenteken [kenteken 2] vanaf de Belgische grens naar Eindhoven. Verdachte begeleidde de bestelbus en zorgde er mede voor dat deze op de plaats van bestemming werd achtergelaten. Er bestond met andere woorden gedurende de rit een bepaalde machtsrelatie tussen verdachte en de zich in de bestelbus bevindende stoffen.

Uit de inhoud van het weergegeven sms-verkeer tussen verdachte en de medeverdachten, in combinatie met het aantreffen van de stoffen, leidt de rechtbank af dat verdachte zich ervan bewust was wat er in de bestelbus werd vervoerd.

De rechtbank is onder deze omstandigheden van oordeel dat verdachte daarmee een voldoende substantiële bijdrage heeft geleverd aan de gezamenlijke uitvoering van het voorhanden hebben van de aangetroffen stoffen gedurende de rit naar Eindhoven en derhalve dat sprake is van medeplegen van voorhanden hebben.

Wetenschap van de bestemming van de aangetroffen stoffen

De rechtbank stelt vast dat het aangetroffen zoutzuur en aceton staan vermeld op bijlage I van de Verordening van de EG inzake drugsprecursoren. Voorts betreffen de in de garagebox aangetroffen stoffen naar hun gezamenlijkheid beschouwd, bekende grondstoffen, welke worden gebruikt worden voor de productie van amfetamine.

De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is de vraag of de verdachte wist of redelijkerwijs diende te vermoeden dat de caustic soda en het zoutzuur voor het bereiden, verwerken of bewerken van amfetamine bedoeld waren.

De rechtbank leidt uit de verhullende handelswijze waarop de stoffen naar de garagebox zijn vervoerd in combinatie met de grote hoeveelheden van de stoffen en het verwijderen van de etiketten af dat verdachte op zijn minst de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de in de garagebox aangetroffen stoffen bestemd waren tot het plegen van een feit als bedoeld in artikel 10 lid 4 Opiumwet.

Conclusie

De rechtbank acht gelet op voornoemde bewijsmiddelen en overwegingen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 5 februari 2015 samen met een ander 40 vaten zoutzuur en 20 zakken caustic soda, welke op 5 februari 2015 zijn aangetroffen in de garagebox aan de [adres 1] te Eindhoven, voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat deze stoffen bestemd waren voor de productie van amfetamine.

3.4.2

Loods [adres 2] te Lomm 20 februari 2015

Bewijsmiddelen:

Op 19 februari 2015 vinden er enkele gesprekken plaats tussen de nummers [telefoonnummer 3] , waarvan verdachte [verdachte] gebruiker is23 en [telefoonnummer 4] , waarvan medeverdachte [medeverdachte 2] gebruiker24 is. De gesprekken hebben de volgende inhoud:25

19 februari 2015 12.18 uur [telefoonnummer 3] ( [verdachte] ) belt naar [telefoonnummer 4] ( [medeverdachte 2] ):

  • -

    [verdachte] vraagt of hij aan het werk is;

  • -

    [medeverdachte 2] : ja ja;

  • -

    [verdachte] : morgen maar vrij pakken he;

  • -

    [medeverdachte 2] : ja?;

  • -

    [verdachte] : wacht even (en dan tegen iemand anders in zijn omgeving: wel dat ding laten reserveren?) dan weer tegen [medeverdachte 2] : doe wel maar dat ding, die grote reserveren;

  • -

    [medeverdachte 2] : ja?;

  • -

    [verdachte] : kan zijn dat ik die ene nog af moet bellen;

  • -

    [medeverdachte 2] : wat moeten we bestellen?

  • -

    [verdachte] : nee nog niks, nog niks, effe wachten, alleen effe die bus klaar zetten.

19 februari 2015 12.43 uur [telefoonnummer 4] ( [medeverdachte 2] ) belt naar [telefoonnummer 3] ( [verdachte] ):

  • -

    [medeverdachte 2] vraagt of hij morgen de hele dag vrij moet hebben.

  • -

    [verdachte] : dat hoor ik eigenlijk straks pas, eerst staan die met twee man bij mij aan de deur, samen met die van Echt, weet je wel. en dan heeft die gebeld daar naar toe, dus heeft ie dat klaar laten zetten en net ja, dan wist ie het niet, daar meldde zich niemand. Ik zeg en nou dan? ja, straks weet ik meer. dus. Om half acht. en net heb ik dan ook weer iemand gezien. die moest vandaag eigenlijk 2 of 300 van die zwarte kannen hebben, weet je wel;

  • -

    [medeverdachte 2] : ja

  • -

    [verdachte] : ik zeg dat kan ik wel regelen, hij zegt en dan maandag tweeduizend. Ik zeg maar daar bel ik pas voor als ik het geld heb. Ik ga dat niet klaar laten zetten en dan euhh.. Dus. Ik weet ook effe niet hoe we dat allemaal euhh. Effe... ik weet niet, half acht dan zie ik die in Echt;

  • -

    [medeverdachte 2] : maar wat daarvoor nodig is dat staat klaar?

  • -

    [verdachte] : dat staat klaar;

  • -

    [medeverdachte 2] : en wie heeft daar voor gebeld dan?

  • -

    [verdachte] : [medeverdachte 4] .

  • -

    [medeverdachte 2] : [medeverdachte 4] zelf?

  • -

    [verdachte] : ja;

  • -

    [medeverdachte 2] : en dat is dan voor morgenochtend als het doorgaat?

  • -

    [verdachte] : ja ja. dus ja, straks weet ik meer jong.26

Op 20 februari 2015 huurt medeverdachte [medeverdachte 2] een bestelbus Mercedes met het kenteken [kenteken 4] .27

Op 20 februari 2015 vindt er een observatie plaats waarbij door de Belgische politie wordt waargenomen dat omstreeks 08.25 uur op het terrein van het bedrijf [naam bedrijf] , gelegen aan de [adres bedrijf] te Luik, België, een vrachtwagen met kenteken [kenteken 4] , wordt geladen. Tevens staat er een Renault Espace, voorzien van het kenteken [kenteken 3] op het terrein. Omstreeks 08.30 uur verlaten de vrachtauto en de Renault Espace het terrein van [naam bedrijf] en rijden richting Maastricht.28

De nummers [telefoonnummer 5]29, in gebruik bij verdachte [verdachte]30 en [telefoonnummer 4]31, in gebruik bij medeverdachte [medeverdachte 2]32, bewegen zich, blijkens de mastgegevens, op 20 februari 2015 tussen 06.47 uur en 10.08 uur eerst in de richting van België en later weer terug richting Roermond.

Op 20 februari 2015 omstreeks 09.10 uur wordt gezien dat de vrachtauto met het kenteken [kenteken 4] en de Renault Espace met het kenteken [kenteken 3] vlak achter elkaar over de A2 ter hoogte van hectometerpaal 230 rijden. Omstreeks 09.20 uur wordt de betreffende vrachtauto geparkeerd aan de [adres 9] te Echt. De Renault Espace wordt in de onmiddellijke omgeving van de vrachtauto geparkeerd. De bestuurder van de vrachtwagen stapt uit en stapt in de Renault Espace, waarop deze wegrijdt. Vervolgens wordt omstreeks 11.10 uur waargenomen dat de vrachtwagen met het kenteken [kenteken 4] wordt opgehaald door een man (welke later wordt herkend als medeverdachte [medeverdachte 6]33) en omstreeks 12.25 uur wordt geparkeerd op de [adres 10] te Velden. De man treft aldaar een andere man (NN4) en samen gaan ze een snackbar binnen. NN4 rijdt omstreeks 12.31 uur met de betreffende vrachtauto een loods binnen, gelegen aan de [adres 2] te Lomm. Omstreeks 12.59 uur wordt de vrachtwagen uit de loods gereden en geparkeerd aan de [adres 11] te Velden. Aldaar treffen medeverdachte [medeverdachte 6] en de onbekende man (NN4) elkaar weer en rijdt medeverdachte [medeverdachte 6] met de vrachtauto naar de [adres 9] te Echt, waar hij deze parkeert.34

Op 20 februari 2015, omstreeks 13.30 uur, wordt het bedrijfspand gelegen aan de [adres 2] te Lomm doorzocht. Het bedrijf bestaat uit een kantoorgedeelte en een andere deel dat vanuit het kantoorgedeelte niet bereikbaar is. Dat gedeelte is verdeeld in diverse compartimenten, waarvan vijf, ruimte A tot en met D, ingericht met goederen en stoffen welke gebruikt worden voor de vervaardiging c.q. bewerking van synthetische drugs, met name de vervaardiging van amfetamine volgens de Leuckartmethode met behulp van BMK. In de verschillende ruimten worden onder andere de volgende stoffen aangetroffen:

  • -

    19 jerrycans van 25 liter gevuld met resten van een zure vloeistof met een amfetamine geur;

  • -

    40 jerrycans van 25 liter met het opschrift M, allen geheel gevuld met in totaal 1000 liter een heldere zure vloeistof geur mierenzuur;

  • -

    40 jerrycans van 25 en 30 liter met het opschrift ZZ, allen geheel gevuld een rokende zure vloeistof-zoutzuur met in totaal 990 liter zoutzuur;

  • -

    101 zakken van 25 kilogram met in totaal 2525 kilogram Caustic Soda.35

Het Nederlands Forensisch Instituut rapporteert dat de aangetroffen vloeistoffen in de jerrycans mierenzuur, zoutzuur en restanten met BMK en formamide betreft. De combinatie van BMK, formamide, mierenzuur en zoutzuur is in relatie tot synthetische drugs kenmerkend voor de vervaardiging van amfetamine uit BMK volgens de Leuckartmethode. De samenstelling van een deel van het ontvangen onderzoeksmateriaal betrof restanten kenmerkend voor de vervaardiging van amfetamine uit BMK met de Leuckartmethode.36

Overwegingen

De rechtbank stelt op basis van bovengenoemde bewijsmiddelen vast dat er op 20 februari 2015 bij het bedrijf [naam bedrijf] in Luik (België) een aantal stoffen zijn opgehaald door verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 2] . Deze stoffen zijn middels een door medeverdachte [medeverdachte 2] gehuurde bestelbus met het kenteken [kenteken 4] en onder begeleiding van verdachte [verdachte] vervoerd naar de parkeerplaats aan de [adres 9] te Echt. Aldaar wordt de betreffende bestelbus enige tijd later opgehaald door medeverdachte [medeverdachte 6] en naar de [adres 10] te Velden gereden. Vanaf deze plek wordt de betreffende bestelbus door een onbekende man naar de loods, gelegen aan de [adres 2] te Lomm gereden. Nog geen half uur later, omstreeks 12.59 uur wordt de vrachtwagen uit de loods gereden. Bij de doorzoeking van het bedrijfspand op 20 februari 2015 worden omstreeks 13.30 uur in de verschillende in het bedrijfspand aanwezige ruimten diverse goederen en stoffen aangetroffen, welke gebruikt kunnen worden voor de vervaardiging c.q. bewerking van synthetische drugs, met name amfetamine.

Wat is er uitgeladen in de geladen in het bedrijfspand

De rechtbank ziet zich wederom allereerst voor de vraag gesteld welke goederen/stoffen op 20 februari 2015 in het bedrijfspand aan de [adres 2] te Lomm zijn uitgeladen. Daartoe stelt de rechtbank het volgende vast.

De rechtbank acht het, gelet op de aard en omvang van de in het bedrijfspand aangetroffen goederen en stoffen niet waarschijnlijk dat deze allemaal op 20 februari 2015 in de betreffende bestelbus zijn vervoerd, daar dit gezien de vrachtcapaciteit van de bestelbus simpelweg niet mogelijk is. Bovendien handelt het bedrijf [naam bedrijf] enkel in chemische stoffen. De rechtbank acht het dan ook aannemelijk dat slechts de aangetroffen chemische stoffen, te weten het mierenzuur, zoutzuur en de caustic soda, in de vrachtwagen aanwezig zijn geweest en uiteindelijk in het bedrijfspand zijn uitgeladen.

De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van de overige ten laste gelegde goederen.

Betrokkenheid van verdachte bij de voorbereidingshandelingen

De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden of verdachte met de betreffende stoffen, zoals aangetroffen op aan de [adres 2] te Lomm, in verband gebracht kan worden. Heeft verdachte de in de vrachtwagen vervoerde chemische stoffen voorhanden gehad (al dan niet via medeplegen)?

Voor het voorhanden hebben van bepaalde goederen/stoffen bestemd om een feit bedoeld in art. 10, vierde lid, van de Opiumwet voor te bereiden geldt dat is vereist dat er een bepaalde machtsrelatie dient te bestaan tussen de verdachte en de desbetreffende goederen/stoffen en een meer of mindere mate van bewustheid bij verdachte omtrent de aanwezigheid van de goederen/stoffen.

Voorhanden hebben

Op basis van de bewijsmiddelen kan verdachte weliswaar niet in verband worden gebracht met het bedrijfspand in Lomm, alwaar de stoffen zijn aangetroffen, maar op basis van de observatie kan wel worden vastgesteld dat hij op 20 februari 2015 samen met medeverdachte [medeverdachte 2] bij het bedrijf [naam bedrijf] met de vrachtwagen met het kenteken [kenteken 4] de chemische stoffen heeft opgehaald, welke vrachtwagen later die dag enige tijd in het betreffende bedrijfspand heeft gestaan.

Uit verdachtes aanwezigheid bij het ophalen van de stoffen in combinatie met de inhoud van het weergegeven sms-verkeer tussen verdachte en de medeverdachten, leidt de rechtbank af dat verdachte zich er van bewust was wat zich in de door [medeverdachte 2] bestuurde bestelbus bevond. Verdachte heeft [medeverdachte 2] begeleid tijdens de rit van Luik naar Echt en zorgde er mede voor dat de bestelbus op de plaats van bestemming werd achtergelaten. Er bestond met andere woorden gedurende de rit een bepaalde machtsrelatie tussen verdachte en de zich in de bus bevindende stoffen.

De rechtbank is onder deze omstandigheden van oordeel dat verdachte daarmee een voldoende substantiële bijdrage heeft geleverd aan de gezamenlijke uitvoering van het voorhanden hebben van de aangetroffen stoffen en derhalve sprake is van medeplegen.

Wetenschap van de bestemming van de aangetroffen stoffen

De in het bedrijfspand te Lomm aangetroffen goederen en stoffen zijn naar hun gezamen-lijkheid beschouwd bestemd voor de productie van amfetamine. Dit blijkt ook uit de rapportage van het NFI, waarin wordt gerapporteerd dat de combinatie van de aangetroffen stoffen en restanten kenmerkend is voor de vervaardiging van amfetamine.

Voorts dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of de verdachte wist of redelijkerwijs diende te vermoeden dat de chemische stoffen voor het verwerken of bewerken van amfetamine bedoeld waren.

De rechtbank leidt uit de verhullende handelswijze waarop de stoffen naar het bedrijfspand zijn vervoerd in combinatie met de grote hoeveelheden van de stoffen, alsmede gelet op het feit dat verdachte op 5 februari 2015 vergelijkbare handelingen heeft verricht, af dat verdachte op zijn minst de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de in het bedrijfspand aangetroffen stoffen bestemd waren tot het plegen van een feit als bedoeld in artikel 10 lid 4 Opiumwet.

Conclusie

De rechtbank acht gelet op voornoemde bewijsmiddelen en overwegingen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen 101 zakken caustic soda, 40 jerrycans mierenzuur en 40 jerrycans zoutzuur, welke op 20 februari 2015 zijn aangetroffen in het bedrijfspand aan de [adres 2] te Lomm, voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat deze stoffen bestemd waren voor de productie van amfetamine.

3.4.3

Garage [adres 3] te Roermond 22 februari 2015

Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het medeplegen van het voorhanden hebben van de stoffen aangetroffen op 22 april 2015 te Roermond, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor betrokkenheid van verdachte. De betreffende stoffen zijn aangetroffen in de garage van medeverdachte [medeverdachte 2] . Uit het dossier kan niet worden afgeleid dat er een bepaalde machtsrelatie heeft bestaan tussen verdachte en de aangetroffen stoffen en evenmin iets waaruit kan volgen dat er bij verdachte een meer of mindere mate van bewustheid omtrent de aanwezigheid van die stoffen was. Het door de officier van justitie aangehaalde telefoongesprek tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] op 22 februari 2015 is daartoe naar oordeel van de rechtbank onvoldoende.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

in de periode van 5 februari 2015 tot en met 20 februari 2015 binnen de

arrondissementen Limburg en Brabant, tezamen en in vereniging met een ander, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken van een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden, voorhanden heeft gehad

-40 vaten x 25 liter (vermoedelijke) inhoud zoutzuur, en

-20 zakken x 25 kilogram caustic soda,

aangetroffen te Eindhoven op 5 februari 2015,

en,

-101 zakken x 25 kilo inhoud Caustic Soda (totaal: 2525 kilogram Caustic Soda), en

-40 x 25 liter jerrycan(s) met opschrift 'M' (totaal: 1000 liter mierenzuur), en

-38 x 25 liter jerrycan(s) opschrift 'Z' (inhoud: zoutzuur), en

-1 jerrycan x 25liter (inhoud: zoutzuur) en

-1 jerrycan x 30 liter (totaal: 990 liter zoutzuur), en

aangetroffen te Lomm op 20 februari 2015,

waarvan verdachte en zijn mededader wisten dat die goederen bestemd waren tot het plegen van die feiten.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden door stoffen voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

5 De straf en/of de maatregel

5.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht, gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 5 jaar. Deze eis is gebaseerd op de betrokkenheid bij het voorhanden hebben van de goederen en stoffen aangetroffen op de locaties Eindhoven, Lomm en Roermond. In de visie van de officier van justitie was verdachte betrokken bij de aankoop en de begeleiding van het transport van de betreffende stoffen, onderhield hij contact met de meeste andere verdachten en is hij degene die medeverdachte [medeverdachte 2] aanstuurde.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft in het kader van de strafoplegging naar voren gebracht dat verdachte een kleinere rol heeft gespeeld dan de officier van justitie hem toebedeelt. Verdachte heeft enkel begeleidingsactiviteiten bij het transport verricht en contacten onderhouden. Hij kan gezien worden als de loopjongen hiërarchisch boven medeverdachte [medeverdachte 2] staand. De raadsman heeft dan ook verzocht de gevorderde straf te matigen en zich wat betreft de hoogte daarvan gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders meermalen schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen met betrekking tot de productie van amfetamine door het voorhanden hebben van de daartoe benodigde stoffen. Op grond van de hoeveelheid aangetroffen stoffen, moet worden aangenomen dat daarmee een aanzienlijke hoeveelheid amfetamine geproduceerd kon worden. Amfetamine is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. Door de verspreiding van amfetamine en het gebruik ervan wordt niet alleen de volksgezondheid ernstig bedreigd, maar de ervaring leert ook dat dit dikwijls gepaard gaat met andere vormen van criminaliteit. Dit varieert van lichte verwervingscriminaliteit tot zware criminaliteit zoals geweldsmisdrijven.

Gelet op de ernst van het feit en in het bijzonder gelet op het grote belang van de bescherming van de volksgezondheid, is de rechtbank van oordeel dat slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een juiste bestraffing vormt.

Uit het dossier blijkt dat verdachte betrokken is geweest bij het ophalen en transporteren van de stoffen. Verdachte was degene die de contacten met de medeverdachten onderhield en medeverdachte [medeverdachte 2] aanstuurde. Voorts escorteerde hij [medeverdachte 2] tijdens de transporten.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging tevens rekening met de omstandigheid dat verdachte blijkens zijn strafblad eerder ter zake van overtreding van de Opiumwet is veroordeeld.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar passend en geboden. De strafoplegging wordt daarmee tevens dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe feiten. De rechtbank komt tot een aanzienlijk lagere straf dan door de officier van justitie is gevorderd, omdat de rechtbank verdachtes betrokkenheid bij slechts twee opslaglocaties heeft bewezenverklaard en zij verdachtes rol beperkter acht dan de officier van justitie aan de door haar gevorderde straf ter grondslag heeft gelegd.

6 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 47, 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 10, 10a van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

7 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.5 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 2 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.V. Pelsser, voorzitter, mr. A.K. Kleine en mr. K.J.H. Hoofs, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.M.E. de Beukelaer griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 oktober 2016.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is – na vordering nadere omschrijving tenlastelegging – ten laste gelegd dat

hij in of omstreeks de periode van 5 februari 2015 tot en met 22 februari 2015 in de gemeente(n) Roermond en/of Eindhoven en/of Lomm, in elk geval binnen de

arrondissementen Limburg en Brabant, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van deOpiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl MDA, zijnde amfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl MDA (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, (ondermeer) voorhanden heeft gehad

-40 vaten x 25 liter (vermoedelijke) inhoud zoutzuur, en/of

-19 vaten x 25 liter (vermoedelijke) inhoud aceton, en/of

-4 kruiken x 1,5 liter methanol, en/of

-20 zakken x 25 kilogram caustic soda, en/of

-diverse handschoenen,

(allen) aangetroffen te Eindhoven op 5 februari 2015,

en/of,

-101 zakken x 25 kilo inhoud Caustic Soda (totaal: 2525 kilogram Caustic Soda), en/of

-IBC 6 x 1000 liter, en/of

-een afkortzaag (DeWalt) inclusief geleiderbank, en/of

-een afzuigunit, en/of

-2 rolcarriers, en/of

-een opstelling ten behoeve van omzetting Apaan naar BMK, en/of

-een ventilator, en/of

-een vuilniszak met veiligheidsmiddelen ten behoeve van gelaatsmaskers, en/of

-elektrisch handgereedschap, en/of

-een hoeveelheid scheidtrechters, en/of

-6 gemodificeerde bierfusten, en/of

-3 x reflux in PVC buizen en een kwikthermometer, en/of

-een aangepast bierfust als stoomgenerator, en/of

-7 maatbekers en 4 trechters, en/of

-3 behangafstomers en/of 2 slangen met koperstuk ten behoeve van stoomdestillatie, en/of

-5 branders, en/of

-een doos met 4 glazen koelers, en/of

-een doos met koeler en thermometer, en/of

-diverse glaswerken, en/of

-6 emmers, en/of

-een flexibele slang, en/of

-een afzuigunit, en/of

-een opstelling ten behoeve van scheidtrechterplaten en/of

-diverse slangen en koppelstukken, en/of

-een gasmasker, en/of

-2 lekbakken, en/of

-40 x 25 liter jerrycan(s) met opschrift 'M' (totaal: 1000 liter mierenzuur), en/of

-38 x 25 liter jerrycan(s) opschrift 'Z' (inhoud: zoutzuur), en/of 1 jerrycan x 25liter (inhoud: zoutzuur) en/of

-1 jerrycan x 30 liter (totaal: 990 liter zoutzuur), en/of

-een speciekuip met slangen, en/of

-twee trechters, en/of

-diverse koppelstukken en/of vloeistofpompen, en/of

-drie dekselvaten en/of trechters en/of een maatbeker, en/of een magnetron en/of 12 literflessen bio ethanol, en/of

-19 lege jerrycans (25 en 20 liter, met restanten zure vloeistof en/of BMK en/of formamyde en/of andere amfetamine-achtige stoffen), en/of

-een kookketel gekoppeld aan een gasbrander (200 liter) en/of een kooktafel

(275 liter) en/of 3 branders, en/of

-een 200 liter vat, en/of

-een compressor, en/of

-een hoeveelheid gereedschap, en/of

-een 120 liter klemdekselvat, en/of

-een scheidtrechtersopstelling (4 x 200 liter, dopvaten en aftapkranen), en/of

-een bouwlamp, en/of

-een waterbak met dompelpomp en slang,

(allen) aangetroffen te Lomm op 20 februari 2015,

en/of,

-22 jerrycans met totaal inhoud 520 liter ethanol, en/of

-3 metalen vaten met totaal inhoud 600 liter propanol en/of ispropylalcohol, en/of

-2 jerrycans met totaal inhoud 7 liter formamide,

(allen) aangetroffen te Roermond op 22 februari 2015,

waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die goed(eren) bestemd was/waren tot het plegen (artikel 10a Opiumwet jo. artikel 47 Wetboek van Strafrecht) van dat/die feit(en);

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van de Regionale Recherche, afdeling Generiek, team Ondermijning, proces-verbaalnummer 2014 137542, gesloten d.d. 6 december 2015, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 2518.

2 Geschrift zijnde een proces-verbaal van de Federale Gerechtelijke Politie te Hasselt d.d. 11 februari 2015pagina 678.

3 Geschrift zijnde een proces-verbaal van de Federale Gerechtelijke Politie te Hasselt d.d. 23 januari 2015, pagina 676.

4 Proces-verbaal van bevindingen telecom d.d. 26 maart 2015, pagina 428.

5 Proces-verbaal van bevindingen telecom d.d. 26 maart 2015, pagina 428.

6 Proces-verbaal van observatie d.d. 9 februari 2015, pagina 415.

7 Geschrift zijnde een proces-verbaal van de Federale Gerechtelijke Politie te Hasselt d.d. 11 februari 2015, pagina 742.

8 Geschrift zijnde een proces-verbaal van de Federale Gerechtelijke Politie te Hasselt d.d. 11 februari 2015, pagina 742.

9 Proces-verbaal van observatie d.d. 9 februari 2015, pagina 415.

10 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 november 2015, pagina 1802-1803.

11 Proces-verbaal van bevindingen telecom d.d. 26 maart 2015, pagina 429-432.

12 Proces-verbaal van observatie d.d. 9 februari 2015, pagina 415.

13 Proces-verbaal van bevindingen telecom d.d. 26 maart 2015, pagina 432.

14 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 maart 2015, pagina 241.

15 Proces-verbaal van observatie d.d. 9 februari 2015, pagina 416.

16 Proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 13 februari 2015, pagina 202.

17 Proces-verbaal bevindingen d.d. 8 april 2015, pagina 586-587.

18 Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 5 februari 2015, pagina 237-239.

19 Proces-verbaal d.d. 10 juli 2015, pagina 434-436.

20 Deskundigenrapportage van het Nederlands Forensisch Instituut nummer 2015.02.19.073 d.d. 18 februari 2015 opgemaakt door ing. A.G.A. Sprong, die verklaart dit rapport naar waarheid, volledig en naar beste inzicht te hebben opgesteld als deskundige Forensische Drugsanalyse, pagina 441-442.

21 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 juli 2015, pagina 435-436.

22 Proces-verbaal bevindingen d.d. 8 april 2015, pagina 586-587.

23 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 maart 2015, pagina 408-410.

24 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 februari 2015, pagina 327-328.

25 Proces-verbaal van bevindingen d.d.15 april 2015, pagina 817-818 in combinatie met pagina 825-827.

26 Proces-verbaal van bevindingen d.d.15 april 2015, pagina 817 in combinatie met pagina 825.

27 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 maart 2015, pagina 425-426.

28 Geschrift zijnde een proces-verbaal van de Federale Gerechtelijke Politie Limburg d.d. 24 februari 2015, pagina 689.

29 Proces-verbaal van bevindingen d.d.15 april 2015, pagina 819-821.

30 Geschrift zijnde een proces-verbaal van de Federale Gerechtelijke Politie te Hasselt d.d. 11 februari 2015pagina 679.

31 Proces-verbaal van bevindingen d.d.16 april 2015, pagina 863-865.

32 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 februari 2015, pagina 327-328.

33 Proces-verbaal van herkenning persoon d.d. 19 maart 2015, pagina 398-400.

34 Proces-verbaal van observatie d.d. 5 februari 2015, pagina 346-348.

35 Proces-verbaal d.d. 22 juli 2015, pagina 246-256.

36 Deskundigenrapportage van het Nederlands Forensisch Instituut nummer 2015.02.19.073 d.d. 3 april 2015 opgemaakt door dr. J.D.J. van den Berg, die verklaart dit rapport naar waarheid, volledig en naar beste inzicht te hebben opgesteld als deskundige Verdovende Middelen – analyse en interpretatie, pagina 274-278.