Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:8939

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
12-10-2016
Datum publicatie
16-11-2016
Zaaknummer
4372052 CV EXPL 15-7783
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot betaling VvE bijdrage. Dat de begroting en de financiële administratie volgens gedaagde niet deugt is niet vast komen te staan. Gedaagde heeft tweemaal de gelegenheid gehad om de financiële administratie te controleren en zijn (eventuele) bevindingen in het geding te brengen, hetgeen hij heeft nagelaten. Dat, zoals gedaagde stelt, getwijfeld kan worden aan de betrouwbaarheid van de in het geding gebrachte bankafschriften of dat sprake is van manipulatie van die bankafschriften, heeft hij feitelijk niet onderbouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 4372052 \ CV EXPL 15-7783

Vonnis van de kantonrechter van 12 oktober 2016

in de zaak

VERENIGING VAN EIGENAARS FLAT VIA REGIA 120 A T/M 142

gevestigd te Maastricht

eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie

gemachtigden M.M.J. Haenen en J.M.H.C. Haenen, deurwaarders te Maastricht

tegen

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie]

wonend aan de [adres]

[woonplaats]

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie

procederend in persoon.

Partijen zullen hierna de VvE en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt - na een tussenvonnis van de kantonrechter van 23 maart 2016 - uit:

  • -

    de akte en de aanvullende akte van de VvE met producties en het schrijven van de VvE met producties;

  • -

    de antwoordakte met producties van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ;

  • -

    het schrijven van de griffier van 19 juli 2016 met bijlage waarin deze aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] laat weten dat de kantonrechter geen kennis mag nemen van stukken die zijn ingediend na het bepalen van een datum voor vonnis.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald, waarvan de datum nader op vandaag is gesteld.

1.3.

Dit vonnis zal op basis van de voorhanden stukken door een andere kantonrechter gewezen worden.

2 De beoordeling

2.1.

De VvE heeft gesteld en met bescheiden gestaafd dat zij de betaling door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van € 827,51 op 24 juni 2014 heeft ontvangen en op 4 juli 2014 heeft doorgestort aan haar incassogemachtigde. Laatstgenoemde heeft voormeld bedrag in mindering doen strekken op de som die [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ingevolge de vonnissen van de kantonrechter van 18 en 21 juni 2014 aan de VvE diende te betalen overeenkomstig het exploot van betekening en bevel van 24 juni 2014. De VvE heeft nog gesteld dat de betaling van voormeld bedrag niets met de vordering in de onderhavige procedure heeft uit te staan.

2.1.1.

De stellingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat hij de VvE heeft bericht dat hij het niet eens was met de buitengerechtelijke incassokosten tot vergoeding waarvan hij bij de vonnissen van 18 en 21 juni 2014 is veroordeeld, dat de VvE niet meer van zich heeft laten horen en dat hij bestrijdt dat de VvE € 827,51 aan haar incassogemachtigde diende te betalen, treffen geen doel. Enerzijds omdat de wet aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de mogelijkheid heeft geboden om hoger beroep tegen deze vonnissen in te stellen, hetgeen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft nagelaten en waardoor deze vonnissen in kracht van gewijsde zijn gegaan. Anderzijds omdat de deurwaarder, een gerechtelijk ambtenaar, via zijn exploot van betekening en bevel voor en namens de VvE uitvoering aan de executie van voormelde vonnissen heeft gegeven. Het bedrag kwam de VvE rechtstreeks of via haar incassogemachtigde, toe.

2.2.

Wat de veroordeling van de VvE bij vonnis van 23 maart 2016 betreft, oordeelt de kantonrechter dat uit de producties van beide partijen is gebleken dat zij afspraken hebben gemaakt die tweemaal door de VvE zijn nagekomen.

2.2.1.

Zoals door VvE gesteld en door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet, althans onvoldoende, weersproken staat vast dat VvE bij aangetekend schrijven van 31 maart 2016 en bij e-mailbericht van 18 april 2016 [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft uitgenodigd om de gehele financiële administratie, inclusief de originelen van de bankafschriften van alle rekeningen van de VVE over de jaren 2009/2014 in te zien.

2.2.2.

Voorts staat vast dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bij e-mailbericht van 4 april 2016 met de VvE heeft afgesproken dat de door hem gewenste inzage op 7 april 2016 zou plaatsvinden en dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] rond 09:00 uur zich daartoe ten kantore van de VvE zou melden. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is op voormelde datum en tijdstip niet verschenen. Ook van een tweede door VvE geboden mogelijkheid om de stukken in te zien op 20 april 2016 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] geen gebruik gemaakt. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is weliswaar op laatstvermelde datum ten kantore van de VvE verschenen, maar hij heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de aangeboden en voor hem relevante financiële administratie in te zien, hetgeen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] erkent. De herhaalde stellingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] - voor het eerst bij bericht van 4 april 2016 - dat hij alleen inzage zou willen in de bankjournaals van alle bankrekeningen die betrekking hebben (gehad) op de administratie van de VvE, dat hij daartoe ingelogd diende te zijn via het webportaal van de betreffende banken en dat de VvE, indien zij hem die mogelijkheid niet zou bieden, in zijn aanwezigheid de bankjournaals diende uit te printen en aan hem diende te verstrekken, blijken volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] weinig waard. Gelet op hetgeen in het bijzonder onder 2.3.1. overwogen is, moet echter geconcludeerd worden dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet vol kan houden dat de VvE niet aan haar veroordeling heeft voldaan. Niet valt in te zien dat, zoals [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt, de VvE hem restrictie(s) heeft opgelegd door hem niet toe te staan om in te loggen via het webportaal van de diverse banken waarbij de VvE rekeningen heeft. De VvE heeft immers aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de originele bankafschriften van al die rekeningen ter inzage aangeboden en dus overeenkomstig de veroordeling bij vonnis van 23 maart 2016 gehandeld.

2.2.3.

De verdere stellingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op dit punt in zijn akte d.d. 7 juni 2016 behoeven gelet op het vorenstaande geen verdere beoordeling. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft immers tweemaal de gelegenheid gehad om de financiële administratie te controleren en zijn (eventuele) bevindingen in het geding te brengen, hetgeen hij heeft nagelaten. Dat, zoals [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt, getwijfeld kan worden aan de betrouwbaarheid van de in het geding gebrachte bankafschriften of dat sprake is van manipulatie van die bankafschriften, heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] feitelijk niet onderbouwd.

2.2.4.

Met inachtneming van het voorgaande en de eerder bij tussenvonnis genomen beslissing (die de kantonrechter tot de zijne maakt) zal de reconventionele vordering worden afgewezen.

2.3.

Wat de vordering in conventie betreft, stelt de VvE bij akte onder overlegging van bescheiden dat deze, inclusief de niet betaalde VvE-bijdrage van april 2016, € 4.499,42 bedraagt. Nu [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] deze stelling niet heeft weersproken en vaststaat dat hij in verzuim is (r.o. 4.4.2. van het vonnis van 23 maart 2016), ligt dit (onvoldoende naar aard en omvang bestreden) bedrag voor toewijzing gereed. De gevorderde en ingevolge de wet verschuldigde rente zal worden toegewezen als nader in het dictum is bepaald.

2.4.

De VvE maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden en dat de VvE aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] een aanmaning heeft gestuurd die voldoet aan de eisen van art. 6:96 lid 6 BW.

2.5.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in conventie en in reconventie met dien verstande dat de bij de explootkosten vermelde kosten KvK niet voor vergoeding in aanmerking komen. De kosten aan de zijde van de VvE worden aldus begroot op:

  • -

    dagvaardingsexploot € 95,82

  • -

    griffierecht 466,00

  • -

    salaris gemachtigde 700,00 ( 4 x tarief € 175,00 waaronder één akte)

totaal € 1.261,82.

3 De beslissing in conventie en in reconventie

De kantonrechter

in conventie

3.1.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de VvE in totaal € 4.499,42 te betalen, nog te vermeerderen met de wettelijke rente

  • -

    over € 1.508,80 aan achterstallige termijnen van 2014: vanaf 11 augustus 2015 tot aan de dag van volledige betaling;

  • -

    over € 1.065,29 aan achterstallige termijnen van januari 2015 t/m augustus 2015: vanaf 11 augustus 2015 tot aan de dag van volledige betaling;

  • -

    over € 607,12 aan achterstallige termijnen van september t/m december 2015: vanaf de dag van verzuim in het betalen van de respectieve termijnen tot aan de dag van volledige betaling;

  • -

    over € 712,65 aan vergoeding van stookkosten 2014/2015: vanaf 15 oktober 2015 tot aan de dag van volledige betaling;

  • -

    over € 244,00 aan buitengerechtelijke incassokosten: vanaf 11 augustus 2015 tot aan de dag van volledige betaling;

3.2.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verder om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de VvE de gangbare voorschotbijdrage van (thans) € 151,39 te betalen voor iedere maand met ingang van mei 2016;

3.3.

wijst het meer of anders gevorderde af.

in reconventie

3.4.

wijst de vordering af.

in conventie en in reconventie

3.5.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot betaling van de kosten van deze procedure, tot op heden bepaald op € 1.261,82;

3.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.W.A. Staal en is in het openbaar uitgesproken.

type: TY