Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:8763

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
11-10-2016
Datum publicatie
11-10-2016
Zaaknummer
03/721122-15 en 03/134189-15
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2017:3472
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 35-jarige man uit Heerlen is vandaag veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf. Hij heeft zijn dochter en 2 andere kinderen seksueel misbruikt. Ook is hij veroordeeld voor het bezit van een paar gram harddrugs. Van een vierde ontuchtfeit is de man vrijgesproken, omdat niet bewezen kon worden dat de ontucht plaatsvond in de periode die de officier van justitie ten laste had gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2016-0372

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummers: 03/721122-15 en 03/134189-15 (ttz gev)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 11 oktober 2016

in de strafzaak tegen

[naam verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] ,

gedetineerd in de P.I. H.v.B. Grave (Unit A + B) te Grave.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. A.M.A. Kok-Verheijde, advocaat, kantoorhoudende te Tegelen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 september 2016. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Ook zijn de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] toegelicht.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Zaak met parketnummer 03/721122-15:

Feiten 1 en 4: ontuchtige handelingen heeft gepleegd met meisjes die nog geen 16 jaar waren;

Feit 2: zijn dochter seksueel heeft misbruikt (seksueel binnendringen in het lichaam), toen zij nog geen 12 jaar was en/of ontuchtige handelingen met haar heeft gepleegd, terwijl zij nog geen 16 jaar was;

Feit 3: een ander kind seksueel heeft misbruikt (seksueel binnendringen in het lichaam), toen hij nog geen 12 jaar was en/of seksueel heeft misbruikt en/of ontuchtige handelingen met hem heeft gepleegd, terwijl hij nog geen 16 jaar was.

Zaak met parketnummer 03/134189-15:

8,3 gram MDMA in bezit heeft gehad.

3 De voorvragen

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de dagvaarding nietig moet worden verklaard ten aanzien van de feiten 2 en 3 met parketnummer 03/721122-15, omdat deze onvoldoende specifiek zou zijn. De periode die bij feit 2 (het verwijt van het seksueel misbruik van [slachtoffer 1] ) in de tenlastelegging is opgenomen is zo lang, dat het verwijt niet concreet genoeg is. Verder staan de omstandigheden niet vermeld waaronder het feit zou zijn begaan. Het ten laste gelegde seksueel binnendringen is ook onvoldoende nader beschreven. Daarom voldoet de tenlastelegging niet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering, aldus de raadsvrouw.

De rechtbank verwerpt dit verweer. De rechtbank is van oordeel dat de dagvaarding aan de wettelijke vereisten voldoet. Uitgangspunt voor de beoordeling is of een verdachte uit de tenlastelegging moet kunnen opmaken waar het verwijt betrekking op heeft. Het enkele gegeven dat er een zeer lange periode is opgenomen in de tenlastelegging brengt niet mee dat de verdachte niet zou kunnen weten waar het over gaat en dat dus een verdediging niet mogelijk is. Bij de dagvaarding wordt immers ook een dossier verstrekt aan de hand waarvan de verwijten nader kunnen worden begrepen. Verder is ter terechtzitting niet gebleken dat de verwijten onduidelijk waren, omdat de verdachte en de raadsvrouw uitgebreid zijn ingegaan op die verwijten.

Niet vereist is dus dat altijd alle specifieke omstandigheden in de tenlastelegging worden opgenomen waaronder het feit zou zijn begaan. De tenlastelegging moet voldoende feitelijk zijn en dat is het geval volgens de rechtbank. Ook is niet vereist dat de woorden “seksueel binnendringen” nader worden gespecificeerd: zij zijn voldoende feitelijk volgens de Hoge Raad.

Dezelfde redenering gaat op voor het verweer ten aanzien van feit 3. Ook dat verwerpt de rechtbank op dezelfde gronden.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle feiten bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft volledige vrijspraak bepleit van de feiten met parketnummer 03/721122-15. De verdachte ontkent iedere aantijging van seksueel misbruik of ontucht. Voor de feiten is onvoldoende wettig bewijs voorhanden. De verklaringen van de kinderen zijn onjuist en/of onbetrouwbaar en er is geen aanvullend bewijs, waardoor het bewijsminimum niet wordt gehaald, aldus de raadsvrouw.

Ten aanzien van het feit met parketnummer 03/134189-15 (het drugsfeit) heeft zij geen bewijsstandpunt ingenomen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Inleiding

De rechtbank zal hierna het bewijs beschrijven en motiveren waarom zij tot een bewezenverklaring of tot een vrijspraak komt. Kort samengevat zal de rechtbank de feiten 1 tot en met 3 en het drugsfeit bewezen verklaren, maar feit 4 niet. Bij dat feit zal namelijk blijken dat de tenlastelegging een periode vermeldt waarin de ontuchtige handelingen juist niet hebben plaatsgevonden. De rechtbank komt tot de conclusie dat zij zich eerder moeten hebben afgespeeld en kan de tenlastelegging niet ambtshalve veranderen.

De rechtbank begint met de bespreking van de vrijspraak van feit 4 en zal daarna de feiten 1 tot en met 3 en het drugsfeit aan de orde laten komen. Daarbij zal zij telkens eerst de relevante bewijsmiddelen weergeven en daarna onder het kopje overwegingen conclusies trekken.

De vrijspraak van feit 4 met parketnummer 03/721122-15

Aangeefster [slachtoffer 4] heeft verklaard dat zij meermalen door de verdachte seksueel is benaderd. [slachtoffer 4] heeft een aantal gedragingen van de verdachte beschreven die aan te merken zijn als ontuchtige handelingen. Deze hebben volgens [slachtoffer 4] plaatsgevonden toen zij nog geen 12 jaar was.

De rechtbank is van oordeel dat haar verklaring niet alleen staat, maar dat er steunbewijs voorhanden is in de vorm van een reeks WhatsApp-berichten over en weer van [slachtoffer 4] en de verdachte in 2013. In die appjes wordt duidelijk door de verdachte en [slachtoffer 4] gerefereerd aan het intieme en seksuele karakter van wat er zich in het verleden tussen hen heeft afgespeeld. Toch komt de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van dit feit gelet op het volgende.

Aangeefster [slachtoffer 4] plaatst de ontuchtige handelingen rond haar achtste en negende levensjaar. Zij heeft echter ook verklaard dat de handelingen van de verdachte plaatsvonden vóór haar eerste communie en vóór haar verhuizing van de wijk [W.] in [plaats] naar de wijk [S.] in [plaats] . De verhuizing vond plaats in het midden van het jaar waarin zij in groep 3 van de basisschool zat. Ten tijde van haar eerste communie zat zij in groep 4.

Dat alles betekent dat [slachtoffer 4] , die geboren is op 12 oktober 1990, in 1998 moet zijn verhuisd en in het voorjaar van 1999 communie moet hebben gedaan. Daarmee hebben de ontuchtige handelingen van de verdachte plaatsgevonden vóór de periode die de officier van justitie ten laste heeft gelegd, te weten 4 mei 1999 tot en met 31 december 2000. Omdat de rechtbank gebonden is aan de tenlastelegging en niet ambtshalve de periode mag uitbreiden, moet zij de verdachte vrijspreken van dit feit.

Feit 1 met parketnummer 03/721122-15

De bewijsmiddelen

De moeder van [slachtoffer 2] heeft aangifte gedaan tegen de verdachte van ontucht met [slachtoffer 2] . [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 1] en wonende te [plaats] , was 13 jaar oud ten tijde van de aangifte op 11 november 2014. De moeder beschrijft dat haar dochter met [slachtoffer 1] speelde, nadat het gezin [slachtoffer 2] van vakantie was teruggekomen op 23 augustus 2014. Op zaterdag 13 september 2014 was [slachtoffer 2] meegegaan met [slachtoffer 1] en de verdachte om in Hoensbroek (de rechtbank: gemeente Heerlen) te gaan zwemmen. [slachtoffer 2] speelde elke dag met [slachtoffer 1] tot 23 september 2014. Toen heeft de moeder van [slachtoffer 2] dat verboden. [slachtoffer 2] heeft haar moeder verteld van de ontucht.2

Vervolgens is [slachtoffer 2] door de politie gehoord. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij met [slachtoffer 1] en de verdachte optrok. [slachtoffer 2] is met [slachtoffer 1] en de verdachte gaan zwemmen in Hoensbroek. De verdachte heeft volgens [slachtoffer 2] toen tijdens het spelen in het water haar benen uit elkaar gelaten en met zijn hand ertussen gewreven, bij haar kut. Dat was over haar bikinibroek.3

In de bus op de heenweg van [plaats] naar Hoensbroek heeft de verdachte volgens [slachtoffer 2] met zijn hand over haar been gewreven en over haar kont. Op de terugweg gebeurde hetzelfde.4

Na het zwemmen, bij de douche, heeft de verdachte zich naakt uitgekleed. [slachtoffer 2] zag zijn piemel. De verdachte wilde in de kleedkamer bij [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en bij het omkleden heeft de verdachte haar onderbroek naar onder gedaan.5

[slachtoffer 2] heeft ook verklaard dat zij met [slachtoffer 1] en de verdachte in het speeltuintje aan de [adres 1] in de wijk [W.] in [plaats] is geweest. Daar heeft de verdachte haar op haar wang gekust.6 Ook heeft hij haar rug gemasseerd.7

De dag na het zwemmen vroeg [slachtoffer 1] op een veldje bij de speeltuin aan [slachtoffer 2] of [slachtoffer 2] haar voetbal wilde gaan halen, waarop de verdachte grapjes maakte over de miniballetjes die hij bij zich had. De verdachte heeft vervolgens zijn broek open gemaakt, zijn onderbroek naar beneden gedaan en met zijn geslacht gerammeld, aldus [slachtoffer 2] .8

Het steunbewijs, overwegingen van de rechtbank ten aanzien van het bewijs en de partiële vrijspraak

Op basis van de hiervoor genoemde verklaringen kan nog niet bewezen worden dat de verdachte ontuchtige handelingen heeft gepleegd met de 13-jarige [slachtoffer 2] . Alle hiervoor beschreven belastende informatie komt immers uit één bron: [slachtoffer 2] . De raadsvrouw is van mening dat de verklaring van [slachtoffer 2] op zichzelf staat en dat er geen ander bewijs is dat die verklaring ondersteunt. De rechtbank ziet dat steunbewijs echter wel en komt dus tot een bewezenverklaring. Zij overweegt hiertoe als volgt.

De verdachte heeft niet betwist dat hij met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] optrok.9 Ook de oma van [slachtoffer 1] heeft daarover verklaard op basis van wat zij van [slachtoffer 1] heeft gehoord. [slachtoffer 1] heeft in haar eigen verklaring bij de politie weliswaar niet de naam van [slachtoffer 2] genoemd, maar wel iets relevants gezegd over [slachtoffer 2] ( [slachtoffer 2] ) tegen haar oma, namelijk dat de verdachte met [slachtoffer 2] heeft getongzoend.10 Dat heeft [slachtoffer 2] ook verklaard, zij het dat de rechtbank op dit punt hierna om een andere reden tot een vrijspraak komt.11 In elk geval levert de verklaring van [slachtoffer 1] dus steunbewijs op voor die van [slachtoffer 2] , omdat het bevestigt dat de verdachte ontuchtige handelingen beging met [slachtoffer 2] .

Verder ziet de rechtbank geen opvallende discrepanties in de verklaring van [slachtoffer 2] die de betrouwbaarheid ervan zouden kunnen aantasten en bovendien heeft [slachtoffer 2] het geslacht van de verdachte kunnen beschrijven: de haren van de piemel van de verdachte waren blondig.12 Dit laatste aspect levert, naast de verklaring van [slachtoffer 1] , voor de rechtbank extra steunbewijs op. Van het onderlichaam van de verdachte zijn namelijk foto’s gemaakt waarop te zien is dat zijn schaamhaar inderdaad blond is.13

Tot slot zij nog opgemerkt dat de rechtbank niet onder de indruk is van het verschil in de verklaringen van de ouders van [slachtoffer 2] omtrent de datum waarop [slachtoffer 2] met de verdachte naar het zwembad in Hoensbroek is geweest, waar de raadsvrouw nog op gewezen heeft. Beide ouders plaatsen dit immers in de tenlastegelegde periode, nadat ze van vakantie waren teruggekomen. Ook [slachtoffer 2] heeft verklaard dat het op een zaterdag was. Dat de vader van [slachtoffer 2] een andere dag noemt, zondag 24 augustus 2014, acht de rechtbank niet relevant.

Partiële vrijspraak

Het dossier bevat ook bewijs voor andere ontuchtige handelingen van de verdachte, zoals het tongzoenen en het betasten van de borsten van [slachtoffer 2] . Die handelingen zijn ook ten laste gelegd, maar de rechtbank heeft moeten vaststellen dat deze zich volgens [slachtoffer 2] hebben afgespeeld in een speeltuin in Duitsland. Andere handelingen hebben plaatsgevonden in een bos, dat volgens [slachtoffer 2] deels in Nederland én deels in Duitsland lag. De rechtbank is gebonden aan de tenlastelegging en mag die ambtshalve niet uitbreiden. In de tenlastelegging staat Duitsland niet vermeld als pleegplaats. Dat betekent dat de rechtbank de verdachte zal vrijspreken van handelingen die zich in Duitsland hebben afgespeeld en van handelingen waarvan niet goed duidelijk is geworden of zij zich nu in Nederland of toch in Duitsland hebben voorgedaan.

Feit 2 met parketnummer 03/721122-15

De bewijsmiddelen

De oma van [slachtoffer 1] , mevrouw [naam oma] , heeft aangifte gedaan tegen de verdachte van seksueel misbruik. [slachtoffer 1] is volgens [naam oma] haar hele leven door de verdachte misbruikt.14 [naam oma] heeft verklaard dat zij gezien heeft dat [slachtoffer 1] een pop tussen de benen likte, toen [slachtoffer 1] ongeveer drie jaar oud was. De oma beschrijft dat zij op 25 maart 2015, de dag na de uitspraak van de rechter over de uithuisplaatsing van [slachtoffer 1] , van haar kleinkind tot in detail gehoord heeft wat er zich op seksueel gebied heeft voorgedaan tussen [slachtoffer 1] en haar vader. Enkele dagen voor 24 maart 2015 was [slachtoffer 1] voor het laatst bij haar vader geweest. Het misbruik vond overal plaats waar de verdachte heeft gewoond en ook ergens bij een hutje bij het spoor in de wijk [adres 2] in [K.] .15

Verdachte heeft vanaf 2 februari 2006 tot en met 24 april 2015 gewoond in de gemeenten [K.] , [plaats] en Venlo.16

[naam oma] heeft verklaard dat [slachtoffer 1] haar onder meer verteld heeft dat zij naar voren moest bukken en dat de verdachte dan met zijn geslachtsdeel in haar ging. Dat deed echter pijn en dan bleef de verdachte vooraan. [slachtoffer 1] heeft ook verteld van de betrokkenheid van een minderjarige jongen bij de seks: [slachtoffer 3] . Deze jongen ging wel verder bij [slachtoffer 1] naar binnen dan haar vader. Haar vader sliep altijd naakt. [slachtoffer 1] sliep met kleren aan, maar als zij wakker werd, lag haar vader op haar en was zij helemaal uitgekleed. Dan duwde hij zijn geslachtsdeel in haar, maar dan bleef hij vooraan omdat het haar pijn deed. Ook tongzoende hij haar steeds.1718

[slachtoffer 1] , die geboren is op [geboortedatum 2] , is door de politie gehoord. Zij heeft verklaard dat het misbruik zich heeft voorgedaan vanaf toen zij nog klein was, ongeveer vanaf haar vierde levensjaar.19 Verder heeft zij verklaard dat:

  • -

    haar vader aan haar kwam, tussen de benen en aan haar kont, het hele lichaam;

  • -

    zij wat haar vader tussen de benen heeft, waar hij mee plast, in haar mond moest stoppen;

  • -

    zij bij haar vader tussen de benen moest likken;

  • -

    zij heel vaak met hem moest doen wat man en vrouw doen, seks;20

- hij haar pijn heeft gedaan en bij haar in bed is geweest;21

- zij heel vaak samen gingen douchen;22

- de laatste keer was toen ze negen was en dat het gebeurde thuis in [K.] en ook vaak in de hutjes;23

- haar vader het ding waar hij mee plast te ver in haar mond duwde en haar hoofd daarbij met zijn handen omhoog en omlaag duwde en dat zij daarvan pijn had en bijna moest overgeven;24

- zij daarbij geen stop kon zeggen en dat er uit het ding waarmee haar vader plast opeens glibberig ding kwam dat zuur smaakte;25

- haar vader met de tong tussen de benen likte, aan het ding waar zij mee plast;26

- hij alles deed wat je maar kunt verzinnen, met het hele lichaam, likken tussen de borsten, aan de kont, het hele lichaam;27

  • -

    hij haar kneep bij haar kont met de vingers;

  • -

    het bijna elke dag gebeurde met de mond, de handen en van alles: tussen de benen met zijn mond en handen, kussen en met de vinger tussen haar benen heen en weer duwen en draaien;

  • -

    hij dat deed van voren en van achteren;28

- hij bij het likken met de tong draaide;29

- zij haar vader met de handen en de mond heeft aangeraakt door met de handen heen en weer te bewegen.30

In een garagebox die de verdachte huurde is een mobiele telefoon van het merk Samsung, type Galaxy S2 aangetroffen.31 Bij zijn verhoor bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij een Samsung Galaxy S2 had gehad en dat deze nog ergens in de garagebox moest liggen.32 De aangetroffen telefoon is uitgelezen en er zijn filmpjes op aangetroffen, gemaakt met het toestel op 10 en op 11 november 2012. Ook zijn er losse afbeeldingen op het toestel gevonden.33

In het dossier worden de beelden van 10 november 2012 als volgt omschreven:

“Op dit filmpje zijn een minderjarige jongen, het onderlichaam van een volwassen man en een minderjarig meisje te zien. Verder is te zien dat het meisje met iedere hand een erecte penis vasthoudt, de twee penissen in haar mond neemt en met haar hoofd op en neer gaande bewegingen maakt. Vervolgens houdt het meisje met een hand de penis van de volwassen man vast, neemt de penis in haar mond en maakt op en neer gaande bewegingen met haar hoofd.

Het meisje wisselt een aantal keren van de penis van de volwassen man naar de penis van de minderjarige jongen.

Het meisje is op een gegeven moment even uit beeld. Het meisje zegt vervolgens: “Pappa, daaronder stinkt het”.”

In het dossier wordt op de beelden van 11 november 2012 onder meer omschreven dat een minderjarige jongen de penis van een volwassen man vast heeft met zijn hand, gelijktijdig de penis in de mond heeft en met zijn hand op en neer gaande bewegingen maakt. Ook likt de jongen met zijn tong aan de penis van de volwassen man. De jongen zegt op een gegeven moment: “Hé, [naam verdachte] ”.34

Op drie afbeeldingen op de telefoon is verder te zien:

  • -

    foto 1: het onderlichaam, met de nadruk op de onderbuik en de vagina, van een minderjarig meisje en een deel van de penis van een volwassen man. Het meisje ligt op haar rug. De benen van het meisje zijn gespreid. De penis van de man is tegen de vagina, tussen de schaamlippen, van het meisje;

  • -

    foto 4: het lichaam van een minderjarig meisje en een deel van de penis van een volwassen man. Het meisje ligt op haar rug. De benen van het meisje zijn gespreid. De penis van de man is tegen de vagina, tussen de schaamlippen van het meisje;

  • -

    foto 5: het lichaam van een minderjarig meisje en de buik en een deel van de penis van een volwassen man. Het meisje ligt op haar rug. De benen van het meisje zijn gespreid. De penis van de man is in de vagina van het meisje gepenetreerd.35

Aan de hand van foto’s van [slachtoffer 1] en van de minderjarige jongen [slachtoffer 3] en gelet op wat de kinderen in de filmpjes zeggen, herkennen de verbalisanten de kinderen en de verdachte op de filmpjes.36 De oma van [slachtoffer 1] herkende op foto 1 het lichaam van haar kleindochter en bij de beschrijving van de foto’s wordt gerelateerd dat het op alle foto’s om hetzelfde meisje gaat.37

Overwegingen van de rechtbank ten aanzien van het bewijs

Uit het hiervoor beschreven bewijs volgt dat de verdachte meermalen seksueel is binnengedrongen bij zijn kind, [slachtoffer 1] , die op die momenten nog geen 12 jaar oud was. De start van het misbruik kan bepaald worden vanaf het derde levensjaar van [slachtoffer 1] , gelegen binnen de tenlastegelegde periode, en het misbruik eindigde enkele dagen voordat de uithuisplaatsing door de rechter werd uitgesproken. Toen was [slachtoffer 1] 10 jaar. Als pleegplaatsen gelden in elk geval de gemeenten [K.] en [plaats] , waar de verdachte ook met zijn dochter heeft gewoond. Voorzover niet duidelijk is waar het misbruik plaatsvond, kan gezegd worden dat het in Nederland is geweest.

Het binnendringen bestond uit het zich laten pijpen door [slachtoffer 1] en uit het penetreren van de vagina van [slachtoffer 1] met de penis. Verder is er een reeks andere seksuele handelingen geweest die aangemerkt worden als ontuchtig handelen.

[slachtoffer 1] heeft bij haar verhoor weliswaar niet expliciet verklaard over het vaginaal penetreren en tongzoenen, maar daarover heeft zij zich wel tegenover haar oma uitgelaten. Het sluitstuk van het bewijs voor het vaginaal penetreren is er in de vorm van de foto op de telefoon van de verdachte en de herkenning van de oma van het lichaam van [slachtoffer 1] . De rechtbank twijfelt niet aan de bevindingen van de verbalisanten ten aanzien van de beelden (foto’s én filmpjes) en de herkenningen die zijn gedaan door de verbalisanten en de oma van [slachtoffer 1] .

Extra gewicht komt toe aan het feit dat het meisje in het filmpje de volwassen man pappa noemt en de jongen [naam verdachte] tegen hem zegt. Desgevraagd heeft de verdachte ter terechtzitting verklaard dat [slachtoffer 1] de enige is die hem zo noemt.38 De rechtbank heeft ook zelf het beeldmateriaal bekeken en vergeleken en heeft daarin hetzelfde gezien wat in het dossier wordt vermeld. De twijfels die de raadsvrouw en de verdachte ter terechtzitting hebben geuit bij het bekijken van het beeldmateriaal in het besloten gedeelte van de terechtzitting en bij pleidooi, heeft de rechtbank totaal niet.

Dat alles betekent dat er niet alleen bewijs voorhanden is in de vorm van de verklaringen van [slachtoffer 1] , maar ook genoeg aanvullend bewijs en dat dit bewijs overtuigend is. De rechtbank zal feit 2 dan ook bewezen verklaren.

Feit 3 met parketnummer 03/721122-15

De bewijsmiddelen

De moeder van [slachtoffer 3] heeft aangifte gedaan van seksueel misbruik van haar zoon, geboren op [geboortedatum 3] . Aangeefster heeft verklaard dat haar zoon de verdachte heeft gepijpt en getrokken en dat er filmpjes van zijn gemaakt.39

[slachtoffer 3] heeft bij de politie op 21 juli 2015 verklaard dat hij de verdachte al vier of vijf jaar kent. [slachtoffer 3] kwam al van kinds af aan bij de verdachte. Aanvankelijk vanwege zijn omgang met [slachtoffer 1] , maar, toen hij 9 à 10 jaar was begon hij ook met [naam verdachte] om te gaan. De eerste twee jaar was het leuk, maar daarna kwamen de negatieve dingen: seksuele dingen.40

De verdachte raakte [slachtoffer 3] aan zijn piemel met de handen. De verdachte hield zijn penis vast en ging op en neer met zijn hand. Dat vond plaats op het adres [adres 4] in [K.] . [slachtoffer 3] moest de verdachte ook aan de piemel trekken.41

In het eerste verhoor is [slachtoffer 3] terughoudend met het verklaren over wat er is gebeurd. Bij het tweede verhoor, wanneer er filmpjes zijn aangetroffen, verklaarde [slachtoffer 3] dat:

  • -

    er veel meer gebeurd was;

  • -

    er video’s stonden op een zwarte telefoon, een Samsung;

  • -

    het in het begin leuk was en hij mocht roken;

  • -

    hij op een gegeven moment een biertje kreeg en dat de verdachte toen een paar video’s heeft gemaakt, de eerste keer op de [adres 4] in [K.] ;

  • -

    het daarna vaker is gebeurd;42

  • -

    hij acht of negen jaar oud was toen de eerste keer iets gebeurde, dat de verdachte aan hem begon te zitten en dat hij aan de verdachte moest zitten, aan zijn pielie;

  • -

    de verdachte op en neer ging met zijn handen over zijn pielie en dat ze dat trekken noemen en dat hij dat bij de verdachte moest doen;

  • -

    hij de verdachte moest pijpen, met zijn mond heen en weer gaan over zijn pielie en dat de verdachte dat had opgenomen met zijn telefoon;

  • -

    de laatste keer opnemen ook op de [adres 4] was;

  • -

    dat een vies momentje was voor hem en voor [slachtoffer 1] en dat zij hier ook bij gebruikt werd;

  • -

    hij op de [adres 4] wat moest doen en [slachtoffer 1] en [naam verdachte] wat moesten doen;

  • -

    [slachtoffer 1] haar vader moest pijpen en hij iets bij [slachtoffer 1] moest doen van de verdachte;

  • -

    [slachtoffer 1] hem moest pijpen en dat de verdachte hem heeft gepijpt en dat de verdachte daar ook een video van heeft gemaakt;

  • -

    de laatste keer dat hij de verdachte heeft moeten pijpen 2 februari 2015 is geweest in een woning op het adres [adres 5] in [K.] ;

  • -

    hij de verdachte heel vaak heeft moeten pijpen.43

In een garagebox die de verdachte huurde is een Samsung-telefoon aangetroffen.44 Bij zijn verhoor bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij een Samsung Galaxy S2 had gehad en dat deze nog ergens in de garagebox moest liggen.45 Deze telefoon is uitgelezen en er zijn filmpjes op aangetroffen, gemaakt met het toestel op 10 en 11 november 2012.46

In het dossier worden de beelden van 10 november 2012 als volgt omschreven:

“Op dit filmpje zijn een minderjarige jongen, het onderlichaam van een volwassen man en een minderjarig meisje te zien. Verder is te zien dat het meisje met iedere hand een erecte penis vasthoudt, de twee penissen in haar mond neemt en met haar hoofd op en neer gaande bewegingen maakt. Vervolgens houdt het meisje met een hand de penis van de volwassen man vast, neemt de penis in haar mond en maakt op en neer gaande bewegingen met haar hoofd.

Het meisje wisselt een aantal keren van de penis van de volwassen man naar de penis van de minderjarige jongen.

Het meisje is op een gegeven moment even uit beeld. Het meisje zegt vervolgens: “Pappa, daaronder stinkt het”.”

In het dossier wordt op de beelden van 11 november 2012 onder meer beschreven dat een minderjarige jongen de penis van een volwassen man vast heeft met zijn hand, gelijktijdig de penis in de mond heeft en met zijn hand op en neer gaande bewegingen maakt. Ook likt de jongen met zijn tong aan de penis van de volwassen man. De jongen zegt op een gegeven moment: “Hé, [naam verdachte] ”.47

Aan de hand van foto’s van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] en gelet op wat de kinderen in de filmpjes zeggen, herkennen de verbalisanten de kinderen en de verdachte op de filmpjes.48 [slachtoffer 3] heeft bovendien zichzelf herkend op de filmbeelden.49

Overwegingen van de rechtbank ten aanzien van het bewijs

Uit het hiervoor beschreven bewijs volgt dat de verdachte meermalen seksueel is binnengedrongen bij [slachtoffer 3] , die bij de start van het misbruik nog geen 12 jaar oud was. De start van het misbruik kan bepaald worden vanaf augustus 2008, toen [slachtoffer 3] 8 jaar was en het misbruik eindigde op 2 februari 2015. Toen was [slachtoffer 3] 14 jaar. Als pleegplaats geldt de gemeente [K.] .

Het binnendringen bestond uit het zich laten pijpen door [slachtoffer 3] . Dat heeft plaatsgevonden vóór en na het twaalfde levensjaar van [slachtoffer 3] . Verder zijn er andere seksuele handelingen geweest die aangemerkt worden als ontuchtig handelen in de vorm van aftrekken, betasten en likken van elkaars penis.

Naast de verklaring van [slachtoffer 3] is er aanvullend bewijs in de vorm van de filmpjes op de telefoon van de verdachte en de herkenning van betrokkenen door de verbalisanten en [slachtoffer 3] zelf. De rechtbank twijfelt niet aan de bevindingen van de verbalisanten ten aanzien van de beelden en de herkenningen die zijn gedaan.

Extra gewicht komt toe aan het feit dat het meisje in het filmpje de volwassen man pappa noemt en [slachtoffer 3] [naam verdachte] tegen hem zegt. Desgevraagd heeft de verdachte ter terechtzitting verklaard dat [slachtoffer 1] de enige is die hem zo noemt.50 De rechtbank heeft ook zelf het beeldmateriaal bekeken en vergeleken en heeft daarin hetzelfde gezien wat in het dossier wordt vermeld. De twijfels die de raadsvrouw en de verdachte ter terechtzitting hebben geuit bij het bekijken van het beeldmateriaal in het besloten gedeelte van de terechtzitting en bij pleidooi, heeft de rechtbank totaal niet. De rechtbank stelt vast dat er niet alleen voldoende wettig bewijs is. Zij is door dit bewijs ook overtuigd dat de verdachte feit 3 heeft begaan en zal dit feit bewezen verklaren.

Het feit met parketnummer 03/134189-15 51

De bewijsmiddelen

De verdachte is op 7 juli 2015 aangehouden door de politie, na een melding van een getuige dat er op de parkeerplaats van de Albert Heijn aan de [adres 6] te Heerlen gedeald zou worden vanuit een auto. De verdachte werd aangetroffen als bijrijder van de auto die de getuige had beschreven en hij heeft op vordering van de politie zijn zakken leeggemaakt. De verdachte haalde uit zijn rechterbroekzak drie pakjes shag van het merk Pall Mall. In één van de pakjes trof de verbalisant een grote gripzak aan met daarin twaalf kleine gripzakjes met wit/grijze brokjes erin.52 Deze brokjes werden in beslaggenomen, gewogen (8,31 gram netto) en een monster ervan werd onderzocht door het NFI: het bevatte MDMA.53

De verdachte heeft bij het verhoor door de politie verklaard dat “het er uit zag als brokjes”.54

Overwegingen van de rechtbank ten aanzien van het bewijs

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij niet wist dat hij MDMA bij zich had op 7 juli 2015. De verdachte zegt dat hij samen met twee pakjes Pall Mall die van hem waren per abuis het derde pakje shag met de gripzak heeft meegenomen van de tafel in de verblijfsruimte van de dag- en nachtopvang De Klomp van het Leger des Heils, waar hij op dat moment verbleef. De verdachte is zich, zo maakt de rechtbank op uit zijn verhoor bij de politie, in elk geval bewust geweest van de inhoud van het derde pakje shag. De verdachte zegt immers: “Het zag uit als brokjes.” Hij had het op 7 juli 2015 bij zich en de rechtbank vindt het ongeloofwaardig dat hij zomaar iets van de tafel heeft gepakt en dat daar opeens harddrugs in zaten. Zij acht dan ook bewezen dat de verdachte de drugs opzettelijk in bezit heeft gehad.

4.4.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

Feit 1 met parketnummer 03/721122-15

in de periode van 23 augustus 2014 tot 23 september 2014 in de gemeente [plaats] en in de gemeente Heerlen, meermalen, telkens met [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 1] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het meermalen, althans eenmaal, telkens

- wrijven over de vagina van die [slachtoffer 2] en

- betasten van en wrijven over de benen en de billen en de rug van die [slachtoffer 2] en

- naar beneden trekken van de onderkleding van die [slachtoffer 2] en

- tonen van zijn, verdachtes, ontblote penis aan die [slachtoffer 2] en

- zoenen van die [slachtoffer 2] ;

Feit 2 met parketnummer 03/721122-15

in de periode van 26 november 2007 tot 24 maart 2015 in Nederland, meermalen, telkens met zijn, verdachtes, kind, genaamd [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] ), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1]

en

in de periode van 26 november 2007 tot 24 maart 2015 in Nederland, meermalen, telkens met zijn, verdachtes, kind, genaamd [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het meermalen, althans eenmaal, telkens

- laten likken van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 1] en

- zich door die [slachtoffer 1] laten aftrekken en

- likken van de vagina en/of de schaamlippen van die [slachtoffer 1] en

- duwen van zijn, verdachtes, penis op/tegen de billen en de vagina en tussen de benen van die [slachtoffer 1] en

- betasten van en knijpen in de vagina en de borsten en de billen van die [slachtoffer 1] en

- uittrekken van de kleding en onderkleding van die [slachtoffer 1] en

- ( - tong)zoenen van die [slachtoffer 1] .

Feit 3 met parketnummer 03/721122-15

in de periode van 19 augustus 2008 tot en met 18 augustus 2012 in de gemeente [K.] , meermalen, telkens met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 3] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3]

en

in de periode van 19 augustus 2012 tot en met 2 februari 2015 in de gemeente [K.] , meermalen, telkens met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 3] , die toen de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3]

en

in de periode van 19 augustus 2008 tot en met 2 februari 2015 in de gemeente [K.] , meermalen, telkens met [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 3] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het meermalen, althans eenmaal, telkens

- zich door die [slachtoffer 3] laten aftrekken en

- laten betasten en likken van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 3] en

- aftrekken en pijpen van die [slachtoffer 3] en

- betasten van de penis van die [slachtoffer 3] .

Feit met parketnummer 03/134189-15

op 7 juli 2015, in de gemeente Heerlen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 8,3 gram van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

De rechtbank acht niet bewezen wat meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 1 met parketnummer 03/721122-15

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Feit 2 met parketnummer 03/721122-15

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd

en

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd.

Feit 3 met parketnummer 03/721122-15

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd

en

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd

en

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Feit met parketnummer 03/134189-15

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

6 De strafbaarheid van de verdachte

De geestvermogens en de persoonlijkheid van de verdachte zijn door gedragsdeskundigen onderzocht. Er is een rapport opgemaakt door psycholoog [naam psycholoog] en de verdachte is in het Pieter Baan Centrum (hierna: het PBC) geobserveerd en onderzocht.

Psycholoog [naam psycholoog] komt in haar rapport van 29 november 2015 tot de conclusie dat de verdachte lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in die zin dat hij functioneert op een laag zwakbegaafd niveau. Ook heeft hij volgens de psycholoog een ziekelijke stoornis in de vorm van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Dat was ook zo ten tijde van het tenlastegelegde, maar omdat de verdachte ontkent dat hij zich aan het ten laste gelegde schuldig heeft gemaakt, kan er geen conclusie worden gegeven omtrent de toerekeningsvatbaarheid.

In het rapport van het PBC van 6 juli 2016 wordt -kort samengevat- beschreven dat men geen harde uitspraken kan doen over de aanwezigheid van een gebrekkige ontwikkeling of van stoornissen. Dit wordt veroorzaakt door de ontkennende houding van de verdachte en een gebrek aan medewerking aan de onderdelen van het onderzoek die juist een licht op de feiten, indien bewezen verklaard, zouden kunnen werpen. De verdachte komt uit het

PBC-onderzoek niet naar voren als zwakbegaafd, maar als beneden gemiddeld intelligent. Voor het overige heeft men weinig zicht kunnen krijgen op zijn innerlijke gedachten- en belevingswereld. Het PBC kan ook geen conclusie geven omtrent de toerekeningsvatbaarheid.

De rechtbank neemt de conclusies en bevindingen van de gedragsdeskundigen over. De rechtbank is, gelet op deze conclusies en op de inhoud van de rapporten, van oordeel dat er in elk geval geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden zijn die de strafbaarheid van de verdachte voor de feiten geheel uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar.

7 De straf en/of de maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen van twaalf jaren. De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat de op te leggen straf het wettelijke maximum voor zedendelicten moet benaderen. Dat is noodzakelijk omdat de verdachte maar beperkt heeft meegewerkt aan onderzoeken naar zijn persoon, waardoor er geen mogelijkheid is hem te behandelen, terwijl hij volgens de officier van justitie wel psychische stoornissen heeft. Gelet op het gevaar voor herhaling en ter bescherming van zijn slachtoffers en andere kinderen moet de verdachte langdurig worden verwijderd uit de maatschappij, aldus de officier.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit. Wanneer de rechtbank toch tot een bewezenverklaring komt, dan is zij van mening dat aan de verdachte niet de maatregel van terbeschikkingstelling kan worden opgelegd en dat de gevorderde straf te hoog is.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich vanaf 2007 tot aan maart 2015 aan meerdere kinderen vergrepen. De aard van de handelingen varieert van handtastelijkheden bij het meisje [slachtoffer 2] tot seksueel binnendringen bij [slachtoffer 3] en bij zijn eigen dochter [slachtoffer 1] . De feiten zijn ronduit schokkend. De handelingen die de verdachte pleegde met [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] en die hij door de kinderen bij zichzelf liet uitvoeren, wil de rechtbank hier niet nog eens beschrijven: ze zijn afschuwelijk.

De verdachte heeft [slachtoffer 1] al vanaf zeer jonge leeftijd misbruikt en [slachtoffer 3] heeft hij in de fuik gelokt. [slachtoffer 3] mocht van de verdachte roken en de verdachte voerde de jongen bier om zo seks met hem te kunnen hebben. Vervolgens voelde de jongen zich gedwongen het misbruik langdurig te ondergaan, omdat de verdachte opnamen van de seks had gemaakt en dreigde die openbaar te maken. De verdachte, die kennelijk alleen aan zichzelf denkt en totaal geen last van zijn geweten lijkt te hebben, heeft zijn handelen dus vastgelegd met zijn telefoon. Dat maakt de feiten extra weerzinwekkend, omdat de psychische schade die de verdachte heeft aangericht bij zijn slachtoffers er alleen maar groter door wordt.

De slachtoffers dragen namelijk de ernstige geestelijke gevolgen van het misbruik. Uit de slachtofferverklaringen en stukken die in het kader van de schadeclaims zijn besproken op de zitting, blijkt van een ingrijpend leed, waarvan we niet weten of het ooit voldoende zal helen. Over [slachtoffer 3] weet de rechtbank niet zoveel, maar de rechtbank gaat ervan uit dat ook hij beschadigd is door toedoen van de verdachte.

Dat alles maakt dat niet volstaan kan worden met een andere of lichtere sanctie dan het afnemen van de vrijheid van de verdachte. Het drugsfeit valt bij de andere feiten in het niet. Daarvoor zal de rechtbank geen extra straf bepalen.

De wet kent voor het misbruik van zijn eigen dochter [slachtoffer 1] een maximum van 16 jaar gevangenisstraf. Dit maximum kan met een derde worden verhoogd gelet op de samenloop met de andere feiten. De rechtbank deelt het standpunt van de officier van justitie dat er in deze zaak geen andere optie is dan de verdachte een gevangenisstraf te geven die vergaand in de richting van dit maximum gaat. Het jarenlange misbruik van zijn eigen kind en andere kinderen, de aard van het seksuele misbruik en het strafmaximum vormen de basis voor het toekennen van de gevangenisstraf. De rechtbank komt tot de oplegging van de gevorderde straf van twaalf jaren met aftrek van het voorarrest. Omdat zij de verdachte van één feit vrijspreekt en bij een ander feit minder bewezen heeft verklaard dan de officier van justitie voor ogen heeft gestaan, valt de straf dus eigenlijk zwaarder uit.

De verdachte moet wat de rechtbank betreft echter niet alleen fors gestraft worden voor de feiten. Hij moet óók langdurig uit de samenleving worden verwijderd vanwege het recidivegevaar. Dat recidivegevaar kon door de gedragsdeskundigen en de reclassering niet specifiek worden ingeschat. Daarvoor heeft de verdachte onvoldoende meegewerkt. Opvallend is dat hij vooral geweigerd heeft mee te werken aan de deelonderzoeken die een licht zouden kunnen werpen op het hoe en waarom van het plegen van de feiten, bijvoorbeeld als het gaat om zijn seksualiteitsbeleving. De inschatting is in de rapporten gebaseerd op meer algemene indicatoren, zoals een veroordeling voor eerder niet-seksueel geweld, delictgedrag vanaf jonge leeftijd en het gegeven dat de verdachte alleenstaand is. Statistisch gezien levert dat een hoog recidiverisico op. De rechtbank baseert het recidivegevaar daarnaast ook op de ernst van de feiten zelf, het aantal slachtoffers, de zeer lange periode waarin het misbruik zich heeft afgespeeld en op het gegeven dat de verdachte tegen al het bewijs in maar blijft ontkennen. Dat is ook ter terechtzitting gebleken. De verdachte wijt alles aan leugens die zijn moeder over hem heeft verspreid. Zij heeft volgens de verdachte de anderen zo ver gekregen deze leugens over te nemen. De filmpjes van het misbruik die met zijn telefoon zijn gemaakt, bewijzen echter het tegendeel. De rechtbank is dus van mening dat het de verdachte is die liegt en hij toont daarmee een verontrustend groot gebrek aan normbesef. Kinderen zijn niet veilig voor de verdachte en te meer niet omdat in het dossier aanwijzingen te vinden zijn dat er nog andere slachtoffers zijn dan de slachtoffers die in dit vonnis worden genoemd.

Door gebrek aan medewerking is zoals gezegd niet duidelijk geworden of er een behandeling van de verdachte mogelijk is die het recidivegevaar tot een aanvaardbaar niveau kan terugdringen. Psycholoog [naam psycholoog] heeft een stoornis bij de verdachte gediagnosticeerd en de deskundigen van het PBC sluiten stoornissen niet uit, maar geen van de deskundigen kan een behandeladvies geven. Voor de rechtbank ligt het voor de hand dat er naast een antisociale persoonlijkheidsstoornis op zijn minst ook iets zeer ernstig mis is met de seksualiteitsbeleving van de verdachte. Gelet op de feiten, zou het een logische conclusie zijn dat de verdachte een hardnekkige pedofiel is en dat hij daarvoor behandeld moet worden, ook als hij dat niet wil of er niet aan meewerkt, met als vervolgconclusie dat hem de maatregel van terbeschikkingstelling moet worden opgelegd. Hiervoor ziet de rechtbank met de officier van justitie echter onvoldoende basis. Andere behandelopties, in het kader van een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf, kunnen gelet op het voorgaande ook niet benoemd worden. Dat is te wijten aan de berekenende houding van de verdachte. Langdurige opsluiting en het stellen van strenge voorwaarden in het kader van de voorwaardelijke invrijheidsstelling zijn dan het enige wat overblijft om aan risicomanagement te kunnen doen. Daarmee kan tevens aan de slachtoffers optimale veiligheid worden geboden. Die acht de rechtbank nodig voor een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de kinderen en voor de verwerking van hun leed.

8 De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen

8.1

De vorderingen van de benadeelde partijen

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 1.453,27 terzake van feit 1 met parketnummer 03/721122-15, waarvan € 1.200,- voor geleden immateriële schade (smartengeld).

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 20.000,- voor geleden immateriële schade terzake van feit 2 met parketnummer 03/721122-15.

De benadeelde partij [slachtoffer 4] vordert een schadevergoeding van € 1.650,50 terzake van feit 4 met parketnummer 03/721122-15, waarvan € 1.200,- voor geleden immateriële schade.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat de vorderingen van de benadeelde partijen volledig moeten worden toegewezen. Zij heeft gevorderd dat aan de verdachte daarbij de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd, zodat de staat zorg kan dragen voor het incasseren van het geld ten behoeve van de slachtoffers.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verweer gevoerd ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] . Ten aanzien van de overige vorderingen heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, wanneer de rechtbank tot een bewezenverklaring komt.

De raadsvrouw is van menig dat de vordering van [slachtoffer 1] niet kan worden toegewezen, gelet op de verweren die zij heeft gevoerd. Wanneer de rechtbank toch tot een bewezenverklaring komt, dan moet het toe te wijzen bedrag in elk geval fors gematigd worden. Bovendien moet er rekening worden gehouden met de draagkracht van de verdachte: hij heeft geen inkomen op dit moment en heeft schulden van ongeveer

€ 100.000,-.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] volledig toewijzen. De schade die de benadeelde partij vordert, acht de rechtbank het rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte. De verdachte is hiervoor aansprakelijk.

Zoals gevorderd, zal de rechtbank het toe te wijzen bedrag vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van bekend worden van de schade, te bepalen op 23 september 2014.

Daarnaast zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen, opdat de staat de vergoeding van de schade aan het slachtoffer bevordert, dan wel het schadebedrag bij wijze van voorschot aan haar uitkeert.

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ook volledig toewijzen. De schadepost is goed onderbouwd en het bedrag dat de benadeelde partij vordert, acht de rechtbank het rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte. De verdachte is hiervoor aansprakelijk en het enkele gegeven dat de financiële situatie van de verdachte op dit moment niet toelaat dat hij het bedrag (ineens) betaalt, is geen reden om het bedrag te matigen. Het bedrag van € 20.000,- is gebaseerd op letselcategorie 5 van de letsellijst van het Schadefonds Geweldsmisdrijven: een zedenmisdrijf met seksueel binnendringen onder verzwarende omstandigheden. Als voorbeeld staat daarbij vermeld dat het misdrijf gedurende een zeer lange periode stelselmatig heeft plaatsgevonden, wat bij [slachtoffer 1] het geval is geweest. Daarbij geldt dat het Schadefonds Geweldsmisdrijven de gehanteerde bedragen als een tegemoetkoming aanmerkt en niet beoogt de volledige schade precies vast te stellen. Er kan dus reden zijn voor de benadeelde partij bij de civiele rechter een aanvullende schadevergoeding te vorderen en de rechtbank beschouwt het gevorderde bedrag van € 20.000,- als een ondergrens voor de vast te stellen schade. Ook daarom zal zij het bedrag niet matigen.

Zoals gevorderd, zal de rechtbank het toe te wijzen bedrag vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het bekend worden van de schade, te bepalen op 24 maart 2015.

Daarnaast zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen, opdat de staat de vergoeding van de schade aan het slachtoffer bevordert, dan wel het schadebedrag bij wijze van voorschot aan haar uitkeert.

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet ontvankelijk verklaren, omdat zij de verdachte van feit 4 met parketnummer 03/721122-15 zal vrijspreken.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 57, 244, 245, 247 en 248 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde onder feit 4 in de zaak met parketnummer 03/721122-15;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten tot een gevangenisstraf van twaalf jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ten aanzien van feit 1 met parketnummer 03/721122-15 toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] te betalen € 1.453,27, waarvan € 1.200,- ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 23 september 2014 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] van € 1.453,27, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 24 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 23 september 2014 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ten aanzien van feit 2 met parketnummer 03/721122-15 toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] te betalen € 20.000,-, ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 24 maart 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van € 20.000,-, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 135 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 24 maart 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet ontvankelijk in de vordering;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging gemaakt, tot heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.F.J. Aalderink, voorzitter,

dr. mr. M.C.A.E. van Binnebeke en mr. M.B. Bax, rechters, in tegenwoordigheid van

mr. A.P. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 11 oktober 2016.

Mr. M.B. Bax is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is -na wijziging- ten laste gelegd dat

Zaak met parketnummer 03/721122-15

Feit 1

hij in of omstreeks de periode van 23 augustus 2014 tot en met 24 september 2014 in de gemeente [plaats] en/of in de gemeente [K.] en/of in de gemeente Heerlen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 1] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- betasten en/of likken van en/of wrijven over en/of knijpen in de vagina van die [slachtoffer 2] en/of

- betasten van en/of wrijven over de benen en/of de billen en/of de rug van die [slachtoffer 2] en/of

- betasten en/of likken van en/of zuigen aan en/of knijpen in de borsten van die [slachtoffer 2] en/of

- uittrekken en/of naar beneden trekken van de kleding en/of de onderkleding van die [slachtoffer 2] en/of

- tonen van zijn, verdachtes, ontblote penis aan die [slachtoffer 2] en/of

- ( tong)zoenen van die [slachtoffer 2] en/of

- op zijn, verdachtes, schoot trekken en/of zetten en/of nemen van die [slachtoffer 2] en/of (vervolgens) met zijn, verdachtes, onderlichaam maken van op en neer gaande bewegingen;

Feit 2

hij in of omstreeks de periode van 26 november 2006 tot en met 31 maart 2015 in de gemeente [K.] en/of in de gemeente [plaats] en/of in de gemeente Heerlen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met zijn, verdachtes, kind, genaamd [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] ), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] ;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 26 november 2006 tot en met 31 maart 2015 in de gemeente [K.] en/of in de gemeente [plaats] en/of in de gemeente Heerlen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met zijn, verdachtes, kind, genaamd [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- laten likken van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 1] en/of

- zich door die [slachtoffer 1] laten aftrekken en/of

- likken van de vagina en/of de schaamlippen van die [slachtoffer 1] en/of

- duwen van zijn, verdachtes, penis op/tegen de billen en/of de vagina en/of tussen de benen van die [slachtoffer 1] en/of

- betasten van en/of knijpen in de vagina en/of de borsten en/of de billen van die [slachtoffer 1] en/of

- uittrekken van de kleding en/of onderkleding van die [slachtoffer 1] en/of

- ( tong)zoenen van die [slachtoffer 1] ;

Feit 3

hij in of omstreeks de periode van 19 augustus 2008 tot en met 18 augustus 2012 in de gemeente [K.] en/of in de gemeente [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 3] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] ;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 19 augustus 2012 tot en met 31 maart 2015 in de gemeente [K.] en/of in de gemeente [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 3] , die toen de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] ;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 19 augustus 2008 tot en met 31 maart 2015 in de gemeente [K.] en/of in de gemeente [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 3] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- zich door die [slachtoffer 3] laten aftrekken en/of

- laten betasten en/of likken van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 3] en/of

- aftrekken en/of pijpen van die [slachtoffer 3] en/of

- betasten van de penis van die [slachtoffer 3] ;

Feit 4

hij in of omstreeks de periode van 4 mei 1999 tot en met 31 december 2000 in de gemeente [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer 4] (geboren op 12 oktober 1990), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- met zijn, verdachtes, hand(en) (van bovenaf) in de kleding van die [slachtoffer 4] gaan en/of

- betasten en/of likken van en/of wrijven over de vagina van die [slachtoffer 4] en/of

- uittrekken, althans naar beneden trekken, van de broek en/of de maillot van die [slachtoffer 4] .

Zaak met parketnummer 03/134189-15

hij op of omstreeks 7 juli 2015, in de gemeente Heerlen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 8,3 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst |I, dan wel krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van Politie divisie regionale recherche afdeling expertise centrum zeden, proces-verbaalnummer 2012110113/2015058936/2015146145/2015147869, gesloten d.d. 11 december 2015, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 702.

2 Het proces-verbaal aangifte, p. 57 tweede helft van de pagina en p. 59 eerste helft.

3 Het verslag verbatim studioverhoor, p. 162, tweede helft.

4 Het verslag verbatim studioverhoor, p. 164, tweede helft en p. 165.

5 Het verslag verbatim studioverhoor, p. 123, het verslag verbatim studioverhoor, p. 160 bovenaan en p. 161 bovenaan.

6 Het verslag verbatim studioverhoor, p. 167, tweede helft.

7 Het verslag verbatim studioverhoor, p. 120, eerste helft.

8 Het verslag verbatim studioverhoor, p. 126.

9 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting op 27 september 2016.

10 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster, p. 260, midden.

11 Het verslag verbatim studioverhoor, p. 157 eerste helft.

12 Het verslag verbatim studioverhoor, p. 154, onderaan.

13 Het proces-verbaal naar aanleiding van het maken van foto’s inzake een zedenzaak, p. 427, bijlage foto’s 1 t/m 4.

14 Het proces-verbaal aangifte, p. 205.

15 Het proces-verbaal aangifte, p. 206, tweede helft, p. 207, tweede helft.

16 Het proces-verbaal data aanvang adreshouding, p. 413, met bijlage overzicht adressen en datum aanvang adreshouding, p. 414.

17 Het proces-verbaal verhoor aangeefster, p. 259.

18 Het proces-verbaal verhoor aangeefster, p. 258, tweede helft.

19 Het proces-verbaal van studioverhoor, p. 227, midden.

20 Het proces-verbaal van studioverhoor, p. 227, tweede helft, p. 228 eerste helft.

21 Het proces-verbaal van studioverhoor, p. 229, onderaan.

22 Het proces-verbaal van studioverhoor, p. 230.

23 Het proces-verbaal van studioverhoor, p. 234.

24 Het proces-verbaal van studioverhoor, p. 238.

25 Het proces-verbaal van studioverhoor, p. 239.

26 Het proces-verbaal van studioverhoor, p. 242.

27 Het proces-verbaal van studioverhoor, p. 244 en p. 245 bovenaan.

28 Het proces-verbaal van studioverhoor, p. 245.

29 Het proces-verbaal van studioverhoor, p. 246.

30 Het proces-verbaal van studioverhoor, p. 248.

31 De kennisgeving van inbeslagneming, p. 352.

32 Het verbatim verslag van het verhoor van de verdachte, p. 616.

33 Het proces-verbaal nr.: 2015058936, onder vermelding van zaaknummer 15-1157-003, p. 374. Het proces-verbaal quickscan mobiele telefoons, p. 379 onderaan en 380. Het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, p. 387 onderaan, 388 en 389 bovenaan.

34 Het proces-verbaal quickscan mobiele telefoons, p. 379 onderaan en 380.

35 Het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, p. 387, 388 en 389 bovenaan.

36 Het proces-verbaal quickscan mobiele telefoons, p. 379 en 380.

37 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster, p. 260 midden van de pagina en het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, p. 388.

38 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting op 27 september 2016.

39 Het proces-verbaal aangifte, p. 287, midden en p. 288, eerste helft.

40 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 269, tweede helft en p. 270, eerste helft.

41 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 273 en p. 274, eerste helft.

42 Het proces-verbaal 2e verhoor getuige, p. 280.

43 Het proces-verbaal 2e verhoor getuige, p. 281 en p. 282.

44 De kennisgeving van inbeslagneming, p. 352.

45 Het verbatim verslag van het verhoor van de verdachte, p. 616.

46 Het proces-verbaal quickscan mobiele telefoons, p. 379 onderaan en 380.

47 Het proces-verbaal quickscan mobiele telefoons, p. 379 onderaan en 380.

48 Het proces-verbaal quickscan mobiele telefoons, p. 379 en 380.

49 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 297.

50 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting op 27 september 2016.

51 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van Politie Eenheid Limburg met proces-verbaalnummer PL2300-2015126957, gesloten d.d. 27 juli 2015, doorgenummerd van pagina 1 t/m 19.

52 Het proces-verbaal bevindingen, p. 8.

53 De kennisgevingen van inbeslagneming, p. 17 en p. 19 en het deskundigenrapport van het NFI d.d. 21 augustus 2015, niet opgenomen in de doornummering.

54 Het proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte, p. 10, tweede helft.