Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:8597

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
04-10-2016
Datum publicatie
17-11-2016
Zaaknummer
5289357 AZ VERZ 16-166 en 5395892 AZ VERZ 16-193
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rechtsgeldig gegeven ontslag op staande voet. Vorderingen tot tewerkstelling, betaling van het loon, transitievergoeding afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2016-1316
AR 2016/3398

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummers: 5289357 AZ VERZ 16-166 en 5395892 AZ VERZ 16-193

Beschikking van de kantonrechter van 4 oktober 2016

in de zaak van

[verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] ,

wonend aan de [adres] , [woonplaats] ,

verzoekende partij, tevens verwerende partij in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek,

gemachtigde mr. M. Rahnama’i,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NIMO DOG & EVENT SECURITY B.V.,

gevestigd aan de Grensweg 53A, 6021 JW Budel,

verwerende partij, tevens verzoekende partij in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek,

gemachtigde mr. E.P.B. Moors.

Partijen zullen hierna [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] en Nimo genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift

  • -

    het verweerschrift, tevens (voorwaardelijk) verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst

  • -

    de mondelinge behandeling d.d. 27 september 2016 met de pleitnota’s van de gemachtigden van [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] en van Nimo.

1.2.

Ten slotte is beschikking bepaald.

2 De feiten

2.1.

[verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] , geboren op [geboortedatum] , is sedert 3 oktober 2011 in dienst van Nimo, aanvankelijk op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en thans op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, laatstelijk in de functie van coördinator beveiliging tegen een loon van € 2.104,13 bruto per maand exclusief vakantiebijslag.

2.2.

In de door partijen ondertekende arbeidsovereenkomst is onder meer bepaald:

“Artikel 2: Werkzaamheden

(…) Werknemer is gehouden bij Werkgever opgave te doen van nevenwerkzaamheden die hij verricht of van plan is te gaan verrichten en die de belangen van de Werkgever kunnen raken. Het is de Werknemer verboden zonder schriftelijke voorafgaande toestemming van Werkgever gedurende de loop van de dienstbetrekking nevenwerkzaamheden te verrichten voor een ander die op welke wijze dan ook concurrerend zijn met de activiteiten of belangen van Werkgever en/of een zodanig beslag op Werknemer leggen dat Werknemer zijn werkzaamheden niet meer naar behoren kan uitvoeren en/of schadelijk kunnen zijn voor de goede reputatie van Werkgever. (…)”

2.3.

ENCI is een vaste opdrachtgever van Nimo: een team onder leiding van [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] voert beveiligingswerkzaamheden uit op het ENCI-terrein aan de Sint Pietersberg te Maastricht. In het geval dat derden evenementen organiseren op het terrein van ENCI, neemt deze (doorgaans) contact op met Nimo, (meestal) in de persoon van [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] , waarna (vaak) rechtstreekse afspraken over de beveiliging van dat evenement worden gemaakt tussen de derde en Nimo.

Op zaterdag 11 juni 2016 heeft [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] op de locatie van ENCI te Maastricht werkzaamheden verricht, te weten het bewaken van de parkeerplaats van ENCI ten behoeve van het evenement ‘Nightshift”, in rechtstreekse opdracht van de derde die dit evenement organiseerde, zonder Nimo daarover in te lichten.

2.4.

Op maandag 13 juni 2016 heeft de heer [naam bestuurder] , bestuurder van Nimo, met [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] hierover gesproken. Vervolgens heeft Nimo [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] bij brief van 13 juni 2016 meegedeeld dat hij op non-actief is gesteld wegens het vermoeden van een ernstig vergrijp en het overtreden van de door de werkgever vastgestelde voorschriften in reglementen.

Bij brief van 14 juni 2016 heeft [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] de reden van de op non-actiefstelling betwist en zich bereid en beschikbaar gehouden voor het verrichten van arbeid.

2.5.

Op 15 juni 2016 is [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] op staande voet ontslagen. In de brief staat onder meer:

“(…) Op zaterdag 11 juni 2016 heeft u beveiligingswerkzaamheden uitgevoerd op de locatie van ENCI te Maastricht. Daartoe had u echter geen opdracht gekregen van NIMO. (…)

Inzake eventuele werkzaamheden in het kader van het evenement Nightshift heeft u geen contact opgenomen met uw werkgever. U heeft rechtstreeks contact gehad met de opdrachtgever van het evenement en u voorgedaan als een zelfstandige beveiligingsorganisatie die deze beveiligingswerkzaamheden zou kunnen uitvoeren tegen een concurrerender tarief dan het tarief dat NIMO hanteert. Hiervoor heeft u gegevens en/of kennis en/of informatie gebruikt die u uit hoofde van uw functie als coördinator beveiliging bij NIMO is meegedeeld althans bekend is. De vertrouwelijkheid hiervan dient u gezien uw functie bekend te zijn. Ook bent u krachtens de arbeidsovereenkomst ertoe verplicht dergelijke informatie geheim te houden.

Vervolgens heeft u samengespannen met een andere onderneming om de beveiligingswerkzaamheden uit te voeren buiten uw hoedanigheid van werknemer van NIMO. Voor het verrichten van deze werkzaamheden heeft u tijdens het gesprek op maandag 13 juni 2016 toegegeven een vergoeding ter hoogte van € 100,00 te hebben ontvangen. U heeft deze vergoeding niet ontvangen in hoedanigheid van werknemer van NIMO.

Tijdens het reeds genoemde gesprek op 13 juni 2016 is mij gebleken, dat u als zelfstandige zonder personeel (ZZP’er) diensten aanbiedt aan derden als beveiliger. U voert deze werkzaamheden alsdan niet uit in hoedanigheid van werknemer van NIMO. U heeft NIMO hiervan niet in kennis gesteld, terwijl u hier door het bedrijfsreglement aan gehouden bent. Ook heeft u hiervoor geen toestemming aan NIMO gevraagd. In dit verband is ook nog gebleken dat op de bedrijfscomputer van ENCI bestanden zijn aangetroffen in de vorm van facturen van uw eigen onderneming [naam onderneming] . (…)

Ik kan niet anders dan concluderen dat u diverse richtlijnen en afspraken welke krachtens de arbeidsovereenkomsten gelden tussen u en NIMO met voeten heeft getreden. Hierdoor heeft u NIMO welbewust en opzettelijk benadeeld. (..) heeft u zich niet als goed werknemer gedragen. Daarnaast geldt, gezien de sector waarin NIMO haar diensten aanbiedt en waarin u als werknemer van NIMO werkzaam bent, dat NIMO groot belang hecht aan betrouwbaarheid en integriteit van haar personeel. In dit opzicht heeft u het vertrouwen van NIMO in grove mate geschonden.

Deze omstandigheden leveren, ieder zelfstandig, maar ook in onderlinge samenhang bezien, een dringende reden ex art. 7:677 juncto art. 7:678 BW op. (…)”

2.6.

Bij brieven van 17 en 23 juni 2016 heeft de gemachtigde van [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] meegedeeld dat [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] niet instemt met het ontslag op staande voet, en de nietigheid daarvan ingeroepen.

3 Het geschil

3.1.

[verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] verzoekt

I. primair:

vernietiging van het ontslag op staande voet en toelating tot zijn reguliere werkzaamheden op straffe van een dwangsom, doorbetaling van het loon met nevenvorderingen (wettelijke verhoging, buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente), en het verstrekken van een deugdelijke bruto/netto specificatie van deze betalingen op straffe van een dwangsom,

II. subsidiair:

Nimo te veroordelen tot:

  1. betaling aan [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] van een transitievergoeding ex artikel 7:673 BW ad € 3.409,00 bruto,

  2. het verstrekken van een deugdelijke bruto/netto specificatie van voormeld bedrag, zulks op straffe van een dwangsom,

III. primair en subsidiair:

Nimo te veroordelen tot vergoeding van zijn schade van € 5.000,00 wegens onrechtmatig handelen en tot betaling van de kosten van deze procedure.

3.2.

Nimo heeft verweer gevoerd.

3.3.

Nimo doet, onder de voorwaarde dat het primaire verzoek van [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] wordt toegewezen, het verzoek de arbeidsovereenkomst met [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] te ontbinden en [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] te veroordelen tot betaling van kosten van deze procedure.

3.4.

[verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] heeft verweer gevoerd en verzocht om toekenning van de transitie-vergoeding in geval van toewijzing van het verzoek van Nimo.

4 De beoordeling

het verzoek van [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] : vernietiging van het ontslag op staande voet

4.1.

[verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] heeft het verzoek tijdig ingediend: het is ontvangen binnen twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst door Nimo is beëindigd (artikel 7:686a lid 4, onderdeel a, BW).

4.2.

Het geschil betreft in essentie de vraag of aan het door Nimo aan [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] gegeven ontslag op staande voet een dringende reden ten grondslag lag. Zo ja dan blijft het in stand, zo nee dan moet het worden vernietigd.

4.3.

Op grond van artikel 7:677 lid 1 BW is ieder van partijen bevoegd de arbeids-overeenkomst op grond van een dringende reden op te zeggen, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. Ingevolge artikel 7:678 lid 1 BW worden voor de werkgever als dringende redenen beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij het antwoord op de vraag of er een dringende reden is, moeten de omstandigheden van het geval - waaronder de persoonlijke omstandigheden van de werknemer zoals diens leeftijd, de aard en duur van het dienstverband en de gevolgen van het ontslag op staande voet - in onderling verband en samenhang in aanmerking worden genomen. Ook indien de gevolgen ingrijpend zijn, kan een afweging daarvan tegen de aard en de ernst van de dringende reden tot de slotsom leiden dat onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is.

4.4.

Dat het ontslag op staande voet onverwijld is gegeven, staat niet ter discussie. De dringende reden die in de ontslagbrief is meegedeeld en dus moet worden beoordeeld, is dat [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] op 11 juni 2016 nevenwerkzaamheden als beveiliger heeft verricht waarvoor hij geen toestemming aan Nimo heeft gevraagd en dat gebleken is dat [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] reeds eerder, met gebruikmaking van de bedrijfscomputer van ENCI, zonder Nimo daarover in te lichten nevenwerkzaamheden als beveiliger heeft verricht, en daartoe zelfs een eenmanszaak, [naam onderneming] , exploiteert.

4.5.

[verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] heeft betoogd dat de e-mailberichten waarnaar Nimo ter onderbouwing van deze ontslaggrond heeft verwezen buiten beschouwing dienen te blijven omdat ze door Nimo op onrechtmatige wijze zijn verkregen. Vast staat echter dat Nimo de beschikking over deze berichten heeft gekregen doordat een van haar medewerkers op het beeldscherm van of in de computer bij ENCI keek, die [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] kennelijk ook voor andere zaken dan zijn werk voor Nimo gebruikte. Dat komt de kantonrechter niet onrechtmatig (van Nimo) voor. Maar ook als de wijze van verkrijging gekwalificeerd wordt als onrechtmatig, is de kantonrechter van oordeel dat de e-mailberichten als bewijs kunnen worden toegelaten. Het enkele feit dat bewijs als onrechtmatig verkregen wordt gekwalificeerd leidt immers niet vanzelf tot uitsluiting van dit bewijs. In beginsel wegen het algemene maatschappelijke belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, alsmede het belang dat partijen erbij hebben hun stellingen in rechte aannemelijk te kunnen maken, zwaarder dan het belang van uitsluiting van bewijs. Slechts indien sprake is van bijkomende omstandigheden, is uitsluiting van dat bewijs gerechtvaardigd (HR 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:942). Dergelijke bijkomende omstandigheden heeft [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] niet gesteld en zijn ook anderszins niet gebleken. De kantonrechter zal derhalve acht slaan op hetgeen uit de betrokken e-mails volgt.

4.6.

De kantonrechter ziet geen grond om in dit verband een schadevergoeding aan [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] toe te kennen. Niet is immers gebleken dat Nimo zich onrechtmatig toegang heeft verschaft tot het privé-emailaccount van [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] en zijn e-mails heeft doorzocht. Bovendien heeft [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] niet aannemelijk gemaakt dat hij enige vermogensschade of voor vergoeding in aanmerking komend ander nadeel heeft geleden. De vordering van € 5.000,00 zal dan ook worden afgewezen.

4.7.

Ingevolge artikel 2 van de arbeidsovereenkomst was [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] gehouden om nevenwerkzaamheden te melden bij Nimo. Vast staat dat [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] aan Nimo nooit enige opgave van nevenwerkzaamheden heeft gedaan, terwijl hij die wel heeft verricht, en evenmin toestemming heeft gevraagd en verkregen voor het verrichten van de werkzaamheden op 11 juni 2016. [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] was op de hoogte van de geldende regels met betrekking tot het melden van nevenwerkzaamheden, aangenomen moet dan ook worden dat hij deze willens en wetens heeft overtreden. Het feit dat [naam bestuurder] , toen hij (als deelnemer) [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] aan het werk zag (naar [naam bestuurder] mocht veronderstellen: als vrijwilliger) bij de ENCI-bergloop, [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] niet op deze mogelijke overtreding van de regels heeft gewezen, kon bij [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] niet de gerechtvaardigde verwachting wekken dat hij zijn werkzaamheden voor Nightshift een half jaar later niet behoefde te melden en daarvoor geen toestemming nodig had.

4.8.

Gebleken is dus dat de nevenwerkzaamheden zich niet hebben beperkt tot de genoemde evenementen, ENCI Bergloop en Nightshift. Uit de als bijlage 2 van het verweerschrift overgelegde factuur blijkt van werkzaamheden als beveiliger bij andere gelegenheden. Vast staat dat [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] voor al deze werkzaamheden een vergoeding ontving, althans bedongen had. [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] ’ stelling dat hij geen vergoeding voor zijn werkzaamheden bij Nightshift heeft ontvangen, strookt niet met zijn standpunt in de brief van zijn advocaat van 23 juni 2016: “Indien cliënt had geweten dat het sporadisch verrichten van deze werkzaamheden een ontslag op staande voet tot gevolg kon hebben, had cliënt uiteraard niet voor een luttel bedrag van € 100,00 een contract voor onbepaalde tijd op het spel gezet”. Voor zijn werk bij de ENCI-bergloop heeft [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] - blijkens bijlage 8 van het verzoekschrift - een vergoeding (€ 85,00) ontvangen. Uit de als bijlage 2 van het verweerschrift overgelegde factuur blijkt dat hij voor zijn werk bij de daarin genoemde gelegenheden eveneens een vergoeding heeft ontvangen.

4.9.

In het midden kan blijven of het belang van Nimo in concreto is geraakt, m.a.w. of Nimo omzet heeft gederfd doordat [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] beveiligingswerk heeft verricht dat Nimo anders had kunnen verrichten. [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] had, objectief beschouwd, moeten begrijpen dat beveiligingswerkzaamheden (tegen betaling) het belang van Nimo kunnen raken als bedoeld in artikel 2 van de arbeidsovereenkomst en dus bij Nimo gemeld dienen te worden. Voorts was [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] zich er - in ieder geval ten aanzien van het evenement Nightshift - ook subjectief van bewust dat het verrichten van deze nevenwerkzaamheden niet was toegestaan omdat dit het belang van Nimo raakte. De kantonrechter leidt dit af uit de e-mail van [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] van 2 juni 2016 (bijlage 10 van het verzoekschrift): “(…) Nimo hanteerd € 35 en de klant betaald bij jou € 25 (…) Zouden er vragen van Nimo uit komen zit ik voor een symbolisch bedrag op dienst en voor jouw is dat de klant jouw heeft benaderd (…)”.

4.10.

Bovendien waren de werkzaamheden bij het evenement Nightshift concurrerend met de activiteiten en belangen van Nimo, zodat [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] ze niet alleen had behoren te melden maar er ook toestemming voor had moeten vragen en (schriftelijk) krijgen alvorens ze te verrichten. [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] is aan (contact met de opdrachtgever inzake) dit werk gekomen door zijn functie bij Nimo. Met [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] is immers contact opgenomen over dit evenement in zijn hoedanigheid van werknemer van Nimo. Dat contact vond plaats tijdens werktijd en met gebruikmaking van bedrijfsmiddelen (computer) van Nimo werkzaamheden. [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] heeft vervolgens echter deze werkzaamheden voor eigen rekening (van zijn eenmanszaak [naam onderneming] ) uitgevoerd.

4.11.

Het complex van voornoemde feiten en omstandigheden levert grond op voor een ontslag op staande voet. Nimo kon in redelijkheid beslissen dat van haar niet kon worden gevergd de arbeidsovereenkomst met [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] te laten voortduren. Het ontslag heeft weliswaar ingrijpende en nadelige gevolgen voor [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] , maar daar tegenover staat dat [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] het vertrouwen dat Nimo in hem moet kunnen stellen in ernstige mate heeft geschaad. De norm hiervoor is - zoals Nimo onbetwist heeft gesteld en de kantonrechter juist voorkomt - met name in de beveiligingsbranche hoog, en die norm heeft [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] zonder meer geschonden. De persoonlijke omstandigheden van [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] maken het voorgaande niet anders. Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig en houdt stand.

4.12.

Uit artikel 7:681 lid 1, onderdeel a, BW volgt dat de kantonrechter op verzoek van de werknemer de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever kan vernietigen, indien de werkgever heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Nu hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is en dit aldus heeft geleid tot het einde van de arbeidsovereenkomst, zal het verzoek van [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] om vernietiging van dat ontslag worden afgewezen. Er is immers geen sprake van een opzegging in strijd met artikel 7:671 BW, zodat er ook geen grond is om toepassing te geven aan artikel 7:681 lid 1 BW. De vorderingen tot tewerkstelling, betaling van het loon, de buitengerechtelijke kosten, de wettelijke verhoging en wettelijke rente alsmede het verstrekken van specificaties treft hetzelfde lot, deze zullen eveneens worden afgewezen.

4.13.

[verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] heeft subsidiair verzocht om Nimo te veroordelen een transitievergoeding te betalen van € 3.409,00 bruto. Op grond van artikel 7:673 lid 7, onderdeel c, BW is de transitievergoeding niet verschuldigd, indien het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven, omdat daarvoor een dringende reden aanwezig was. Hoewel een dringende reden niet zonder meer samenvalt met ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, leveren de feiten en omstandigheden die de dringende reden vormen in dit geval ook een dergelijke ernstige verwijtbaarheid op. Immers, die feiten en omstandigheden zijn van dien aard dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van handelen of nalaten van [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] dat als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt. Dat betekent dat de transitievergoeding niet verschuldigd is en het verzoek van [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] zal worden afgewezen.

4.14.

[verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van Nimo worden tot aan deze uitspraak begroot op € 400,00 salaris gemachtigde (2 punten x € 200,00).

het zelfstandig verzoek van Nimo: (voorwaardelijke) ontbinding

4.15.

Nu de voorwaarde waaronder Nimo het zelfstandig tegenverzoek heeft ingediend niet is vervuld, komt kantonrechter niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het zelfstandig verzoek van Nimo.

4.16.

De kantonrechter ziet aanleiding de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

inzake het verzoek van [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] (5289357 AZ VERZ 16-166):

5.1.

wijst het verzoek af,

5.2.

veroordeelt [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek] tot betaling van de proceskosten, die aan de zijde van Nimo worden begroot op € 400,00,

inzake het zelfstandig verzoek van Nimo: (voorwaardelijke) ontbinding (5395892 AZ VERZ 16-193)

5.3.

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.P. van Unen en is in het openbaar uitgesproken.

Type: CJ