Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:8440

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
29-09-2016
Datum publicatie
30-09-2016
Zaaknummer
C/03/224626 / KG ZA 16-418
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eigendomsrecht. Afsluiten perceel met paaltje geen misbruik van recht, geen erfdienstbaarheid ontstaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/224626 / KG ZA 16-418

Vonnis in kort geding van 29 september 2016

in de zaak van

1 [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. V.E.J. Noelmans,

tegen

1 [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. S.J.H.G.M. Schils.

Partijen zullen hierna (in mannelijk enkelvoud) [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 17 augustus 2016, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord in kort geding, tevens conclusie van eis in reconventie, tevens houdende akte overlegging producties,

  • -

    de mondelinge behandeling van 15 september 2016, met de conclusie van antwoord in reconventie tevens pleitnota, met producties.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft aan partijen meegedeeld dat hij voorafgaand aan de mondelinge behandeling de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aangereikte videobeelden heeft bekeken. Partijen hebben verklaard geen behoefte te hebben aan het bekijken van die beelden tijdens de mondelinge behandeling.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn overburen van elkaar. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] is sinds 2001 eigenaar van het pand [adres] en woont er sinds 2002. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] drijft een wijnhandel en heeft ten behoeve van dit bedrijf een tweetal bestelbussen. Een van het merk Volkswagen en een van het merk Hyundai. De garagepoort van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] bevindt zich tegenover de oprit van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .

2.2.

Tot 2012 was er tussen de oprit van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en de openbare weg een zogenoemde rabatstrook. In 2012 is de straat door de gemeente Voerendaal heringericht en is de oprit van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot aan de feitelijke kadastrale perceelsgrens tussen het perceel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en de openbare weg doorgezet, waardoor de oprit nu direct grenst aan de straat. Er is niet langer een rabatstrook.

2.3.

In augustus 2015 heeft gedaagde sub 2 aangifte gedaan van poging tot zware mishandeling tegen eiser sub 2. Volgens gedaagde sub 2 heeft eiser sub 2 geprobeerd haar aan te rijden door met zijn bus achteruit de oprit van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op te rijden. Eiser sub 2 heeft deze aantijging betwist, stellende dat hij maar een klein stukje de oprit is opgereden en dat gedaagde sub 2 op dat moment zelf tegen de bus is gelopen. De Officier van Justitie is niet tot vervolging van eiser sub 2 overgegaan.

2.4.

Eind mei 2016 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] een paaltje geplaatst op zijn oprit, direct aan de straat. Door het paaltje is het voor [eiser in conventie, verweerder in reconventie] lastig(er), maar niet onmogelijk, om met de Volkswagenbus zijn garage in te draaien.

3 Het geschil in conventie

3.1.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] vordert [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van het vonnis de in de rabatstrook geplaatste paal, inclusief houder, te verwijderen en verwijderd te houden, alsmede [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te verbieden enig ander obstakel en/of voorwerp in de rabatstrook te plaatsen, waardoor de toegang tot de inpandige garage van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] wordt verhinderd en/of bemoeilijkt, een en ander op straffe van een dwangsom en met veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de kosten van het geding.

3.2.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] legt aan de vordering ten grondslag dat er een erfdienstbaarheid is ontstaan, omdat de rabatstrook altijd is gebruikt door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en de vorige eigenaar van [adres] . Voorts stelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie] dat door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] misbruik wordt gemaakt van het eigendomsrecht. De paal dient geen enkel redelijk doel. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] stelt dat het onmogelijk is geworden met de Hyundai de garage in te rijden.

3.3.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voert verweer. Hij stelt dat er geen sprake kan zijn van het ontstaan van een erfdienstbaarheid. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] woont immers pas 14 jaar op [adres] en de vorige eigenaar van het pand gebruikte de rabatstrook niet om voertuigen in de garage te draaien. Hij stelt verder dat zowel met de Volkswagenbus als de Hyundai bus, die een kleinere draaicirkel heeft dan de Volkswagen, de draai gemaakt moet kunnen worden zonder gebruik te maken van zijn oprit.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vordert [eiser in conventie, verweerder in reconventie] te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van het vonnis het gebruik met al diens voertuigen van de inrit c.q. de gronden van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te staken en gestaakt te houden, een en ander op straffe van een dwangsom en met veroordeling van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in de kosten.

4.2.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling

In conventie

5.1.

De voorzieningenrechter acht voldoende spoedeisend belang aanwezig, aangezien [eiser in conventie, verweerder in reconventie] een wijnhandel drijft op [adres] en beweerdelijk met een van zijn bestelbussen de inpandige garage niet meer kan inrijden.

5.2.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft tijdens de mondelinge behandeling de loop van de grens van het perceel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aangehaald, in die zin dat hij stelt niet te erkennen dat de rabatstrook behoort tot het perceel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] . Omdat aan de door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ingestelde vorderingen echter de aanname ten grondslag ligt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de eigenaar is van de volledige oprit bij zijn huis, wordt daar in het kader van dit kort geding vanuit gegaan.

Erfdienstbaarheid

5.3.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] stelt dat hij sinds 2002 gebruik heeft gemaakt van de rabatstrook en dat de vorige eigenaar van [adres] dat voor hem ook jarenlang deed, zodat door verjaring een erfdienstbaarheid is ontstaan.

5.4.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] er kennelijk - en terecht - vanuit gaat dat slechts door bevrijdende verjaring een erfdienstbaarheid verkregen kan zijn, wat betekent dat het onafgebroken bezit van een erfdienstbaarheid gedurende twintig jaar is vereist.

5.5.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft een verklaring in geding gebracht van [naam vorige eigenaar] , de vorige eigenaar van [adres] . In deze verklaring staat dat [naam vorige eigenaar] nooit gebruik heeft gemaakt van de stoep en oprit van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] . Ter kort gedingzitting is door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] naar voren gebracht dat ook de dochter van [naam vorige eigenaar] , die op het adres heeft gewoond, overeenkomstig kan verklaren. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft derhalve gemotiveerd betwist dat er langer dan veertien jaar gebruik is gemaakt van de rabatstrook, zodat dit niet vast staat. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft de verklaring van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] weliswaar weersproken, stellende dat:

- [naam vorige eigenaar] een grote auto had en dus wel van de rabatstrook gebruik moest maken,

- [naam vorige eigenaar] verklaart over de periode van voor de reconstructie van de straat en het gebruik van de rabatstrook wellicht niet heeft beschouwd als het gebruik van het perceel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,

maar dat maakt dit niet anders. Onder andere uit de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ter beschikking gestelde videobeelden blijkt immers dat de inrit van (nu) [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ook kan worden gebruikt met een bestelbus zonder gebruik te maken van het perceel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , zodat niet kan worden aangenomen dat dit met een grote personenauto niet kan. Verder geldt dat de verklaring van [naam vorige eigenaar] gaat over de oprit én de stoep, zodat aannemelijk is dat daarmee wordt verklaard over zowel de oude oprit als de rabatstrook.

De aard van de kort gedingprocedure laat bewijslevering op dit punt niet toe. Derhalve dient er in dit kader vanuit te worden gegaan dat er niet langer dan veertien jaren gebruik is gemaakt van de rabatstrook. Alleen al om die reden kan het ontstaan van een erfdienstbaarheid door verjaring niet worden aangenomen, nog afgezien van de vraag of het (gestelde) gebruik kan worden beschouwd als het bezit van een erfdienstbaarheid.

5.6.

In kort geding staat derhalve niet vast dat een erfdienstbaarheid is ontstaan.

Misbruik van recht

5.7.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] stelt dat hij door de paal op de oprit van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wordt belemmerd met de Hyundai zijn garage in te rijden. De Hyundai is volgens [eiser in conventie, verweerder in reconventie] te breed om in te draaien als de paal er staat. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] stelt dat door de paal het met de Volkswagen lastiger is geworden in- en uit te rijden. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] stelt dat de paal geen enkel redelijk doel dient en dat de paal enkel is geplaatst om [eiser in conventie, verweerder in reconventie] er van te weerhouden het perceel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te gebruiken om in te draaien. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] stelt dat de paal niet als afsluiting van het eigen perceel dient.

5.8.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voert aan dat uit video-opnames blijkt dat de Volkswagenbus zonder gebruik te maken van de oprit in de garage van [adres] kan worden gereden. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt dat op basis van de draaicirkel van de Hyundai, die kleiner is dan die van de Volkswagen, het indraaien ook mogelijk moet zijn zonder zijn oprit te gebruiken. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft de paal geplaatst, zo stelt hij, om de veiligheid (van zijn kinderen) op het perceel te garanderen, daarbij mede refererend aan het incident in augustus 2015.

5.9.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat het plaatsen van een paaltje, dan wel het plaatsen van een erfscheiding van welke vorm dan ook, in beginsel in overeenstemming is met de uitoefening van het eigendomsrecht. Het eigendomsrecht verschaft immers de eigenaar het recht om zijn grond met uitsluiting van anderen te gebruiken en de eigenaar is bevoegd zijn perceel geheel of gedeeltelijk af te sluiten (vgl. artikel 5:48 BW). De eigenaar hoeft kortom niet te dulden dat anderen van zijn eigendom gebruik maken. Vanwege de voor het recht van eigendom van een erf essentiële element van het kunnen afsluiten daarvan, kan slechts in uitzonderlijke gevallen worden aangenomen dat van het recht daartoe misbruik wordt gemaakt.

5.10.

Vast staat dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zonder recht en zonder toestemming gebruik maakt(e) van de oprit om de draai te maken. De paal op de oprit draagt er aan bij dat dit gebruik niet wordt voortgezet. De voorzieningenrechter is van oordeel dat niet is gebleken dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] daardoor misbruik maakt van zijn eigendomsrecht. Dat het incident in augustus 2015 (mogelijk) de of een aanleiding is geweest voor het plaatsen van de paal, terwijl de Officier van Justitie de door eisers sub 2 betwiste beschuldigingen aan diens adres niet bewezen acht, maakt dat niet anders. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] hoeft de beschuldiging van poging tot zware mishandeling niet te bewijzen om gebruik te mogen maken van de aan zijn eigendomsrecht inherente bevoegdheid tot (gedeeltelijke) afsluiting van zijn perceel. Bovendien is op de videobeelden te zien dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in ieder geval met de Volkswagenbus zijn garage kan inrijden zonder gebruik te maken van het perceel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] . Als dat met de Hyundaibus niet kan - hetgeen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gemotiveerd heeft betwist en dus niet vast staat - betekent dat niet dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] misbruik maakt van zijn eigendomsrecht. Zoals hiervoor al gemeld is de drempel om dat te kunnen aannemen hoog. Die drempel wordt niet gehaald in het geval het voor [eiser in conventie, verweerder in reconventie] mogelijk is om met ten minste één van zijn bestelbussen zijn garage in te rijden.

5.11.

In kort geding staat misbruik van recht door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dus niet vast.

Slot

5.12.

De vordering zal worden afgewezen. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zal worden veroordeeld in de proceskosten die [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft moeten maken, te weten € 1.104,00 (griffierecht ad € 288,00 en salarisadvocaat ad € 816,00), vermeerderd met de nakosten.

In reconventie

5.13.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft een spoedeisend belang bij zijn vordering omdat hij ernaar streeft een halt toe te roepen aan de door hem gestelde inbreuken op zijn eigendomsrecht.

5.14.

Onder verwijzing naar het in conventie overwogene oordeelt de voorzieningenrechter dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] er recht op heeft om het gebruik van zijn perceel door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] te weigeren. Uit de in de procedure in conventie gevoerde discussie volgt dat dit wat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] betreft niet vanzelf spreekt. Daarom kan de vordering worden toegewezen. De gevorderde dwangsom komt de voorzieningenrechter niet onredelijk of onbillijk voor.

5.15.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] zal worden veroordeeld in de proceskosten die [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft moeten maken, te weten € 408,00 (0.5 x € 816,00 salaris advocaat), vermeerderd met de nakosten.

6 De beslissing

De voorzieningenrechter

In conventie

6.1.

wijst de vordering af,

6.2.

veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in de kosten van het geding aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] begroot op € 1.104,00, vermeerderd met de nakosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] niet binnen twee weken na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

6.3.

verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

In reconventie

6.4.

veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie] om binnen twee dagen na betekening van het vonnis het gebruik met al diens voertuigen van de inrit c.q. de gronden van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te staken en gestaakt te houden, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van
€ 250,00 per overtreding, met een maximum van € 25.000,00,

6.5.

veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in de kosten van het geding aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] begroot op € 408,00, vermeerderd met de nakosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] niet binnen twee weken na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

6.6.

verklaart dit vonnis in reconventie uitvoerbaar bij voorraad,

Dit vonnis is gewezen door mr. B.R.M. de Bruijn en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: EvB coll: