Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:7918

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
24-08-2016
Datum publicatie
04-11-2016
Zaaknummer
C/03/204244 / HA ZA 15-179
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

---

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/204244 / HA ZA 15-179

Vonnis van 24 augustus 2016

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. A. Ҫinar,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE VALKENBURG AAN DE GEUL,

zetelend te Valkenburg, Valkenburg aan de Geul,

gedaagde,

advocaat mr. G.M.W. Scaf.

Partijen zullen hierna [eiseres] en de Gemeente worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het proces-verbaal van descente en van comparitie gehouden op 19 oktober 2015, en het deskundigenrapport van de Landmeter Speciale Grensconstructie van het Kadaster van
    19 oktober 2015, ontvangen ter griffie op 10 november 2015,

  • -

    de akte van [eiseres] ,

  • -

    de akte van de Gemeente,

  • -

    de rolbeslissing van 13 januari 2016,

  • -

    de akte uitlating op het proces-verbaal van descente en van comparitie gehouden op
    19 oktober 2015 tevens akte uitlating deskundigenrapport Kadaster opgemaakt op
    19 oktober 2015 tevens akte overlegging productie(s), van [eiseres] ,

  • -

    de conclusie wijziging en vermeerdering van eis tevens overlegging producties,

  • -

    de antwoordconclusie van de Gemeente,

  • -

    de akte uitlating en overleggen producties van [eiseres] ,

  • -

    de akte uitlating en overleggen productie van de Gemeente.

1.2.

De rechtbank heeft de zaak aangehouden, opdat de rechter zich kan beraden over de wijze van voortprocederen. Vonnis terzake is bepaald op heden.

2 De verdere beoordeling

Standpunten van partijen

2.1.

[eiseres] heeft bij conclusie haar eis gewijzigd, zij vordert thans:

“1. te verklaren voor recht, dat gedaagde aansprakelijk is voor de door eiseres geleden schade ten gevolge van het vellen en/of beschadigen en/of vernielen en/of verwijderen van de bomen op of omstreeks januari 2014;

2. te verklaren voor recht, dat gedaagde aansprakelijk is voor de door eiseres geleden schade ten gevolge van het beschadigen en/of vernielen en/of verwijderen van de gehele dan wel gedeeltelijke omheining op of omstreeks medio 2013 en januari 2014;

3. te verklaren voor recht, dat gedaagde aansprakelijk is voor de door eiseres geleden schade ten gevolge van het ophogen van een gedeelte van haar perceel met kadastraal nummer [kadastraal nummer 1] ;

4. te verklaren voor recht, dat de grens tussen het perceel van gedaagde en het perceel van eiseres bepaald wordt op de plaats waar de omheining tussen beide erven staat;

5. gedaagde aansprakelijk is voor de door eiseres geleden schade ten gevolge van het ophogen van een gedeelte van haar perceel met kadastraal nummer [kadastraal nummer 1] ;

6. gedaagde te veroordelen tot vergoeding van de door eisers deswege geleden schade aan de bomen, € 1.364.246,29, met bijrekening van de wettelijke rente vanaf schade datum en te berekenen tot de dag der voldoening, althans te berekenen vanaf heden tot de dag der algehele voldoening;

7. gedaagde te veroordelen tot vergoeding van de door eiseres deswege geleden schade aan de omheining, € 7441,50, met bijrekening van de wettelijke rente vanaf schade datum en te berekenen tot de dag der voldoening, althans te berekenen vanaf heden tot de dag der algehele voldoening;

8. gedaagde te veroordelen tot vergoeding van de door eiseres deswege geleden schade aan haar perceel ten gevolge van de ophoging, € 2.178,-, met bijrekening van de wettelijke rente vanaf schade datum en te berekenen tot de dag der voldoening, althans te berekenen vanaf heden tot de dag der algehele voldoening;

9. gedaagde te veroordelen tot betaling aan eiseres de gemaakte deskundigenkosten ter hoogte van € 18.313,35 inclusief BTW;

10. vergoeding van de buitengerechtelijke kosten, die eiseres heeft moeten maken tot een bedrag van € 6.775,00 met bijrekening van de wettelijke rente vanaf heden tot de dag der algehele voldoening;

11. gedaagde te veroordelen in de kosten van deze procedure, alsook de eventuele afwikkelingskosten welke door de deurwaarder aan eiseres worden berekend, indien deze met de executie van het vonnis wordt belast.”

2.2.

[eiseres] is van mening dat de Gemeente onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door zonder haar toestemming en medeweten

  • -

    haar perceel te betreden,

  • -

    de omheining van haar perceel onherstelbaar te beschadigen,

  • -

    de aan haar in eigendom behorende bomen zodanig te beschadigen dat deze onherstelbaar beschadigd zijn,

  • -

    een gedeelte van haar terrein gelegen bij de parkeerplaats op te hogen.

2.3.

[eiseres] stelt dat de Gemeente, waar deze stelt dat onderhoud van het pad en van de bomen noodzakelijk was, omdat ter plaatse van het voet- en fietspad een gevaarlijke situatie optrad door dood hout, daartoe onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd. [eiseres] betwist bovendien dat er een gevaarlijke situatie bestond en dat de bomen onderhouden moesten worden. Haar zijn immers geen meldingen ter kennis gebracht inzake gevaar. Daarnaast is volgens [eiseres] door de Gemeente niet aangetoond dat (alle) 87 bomen gekapt dienden te worden. [eiseres] betwist dat de bomen zijn verjongd, zoals de Gemeente beweert, omdat de kroon daarbij wordt uitgesnoeid en dood hout wordt verwijderd.
87 bomen zijn volgens [eiseres] zonder meer gekapt c.q. geveld. [eiseres] stelt onder verwijzing naar het rapport van haar deskundige Groenvisie Mette dat de vitaliteit en stabiliteit van de bomen goed was. [eiseres] betwist dat de bomen geen (economische) waarde hadden en verwijst daartoe naar het rapport van haar deskundige.

2.4.

Voorts stelt [eiseres] dat de Gemeente ten onrechte heeft nagelaten zorgvuldig onderzoek te doen naar de perceelsgrenzen en er niet van uit mocht gaan dat zij de eigenaar was van de strook grond waarop de bomen zich bevonden. De gehanteerde kaart waarschuwt immers dat daaraan geen betrouwbare maten kunnen worden ontleend. De Gemeente had, wetende dat [eiseres] eigenaar is van het naastgelegen perceel [kadastraal nummer 1] , haar moeten informeren over de voorgenomen werkzaamheden. Het (gedeeltelijk) ontbreken van een omheining mag volgens [eiseres] evenmin een reden zijn om te veronderstellen dat het om Gemeentelijk eigendom ging.

[eiseres] stelt overigens dat het Kadaster de grensreconstructie niet juist en/of volledig heeft uitgevoerd, en in het verlengde van die stelling dat zij door verjaring eigenaar is geworden.

2.5.

[eiseres] stelt een drietal schadeposten te hebben en kosten te hebben moeten maken voor het inschakelen van een deskundige:

1) de omheining is onherstelbaar beschadigd: € 7.441,50

2) 87 bomen zijn onherstelbaar beschadigd: € 1.364.246,29

3) een gedeelte van het perceel is opgehoogd: € 2.178,00

4) expertiserapport deskundige: € 18.313,35

totaal: € 1.392.179,14.

2.6.

De Gemeente stelt dat de feitelijke situatie ter plaatse ten tijde van de werkzaamheden geen aanleiding gaf om te twijfelen aan de gegevens en maten, zoals die uit de kadastrale kaart (productie 13 van [eiseres] ) zijn af te leiden, te weten 8 meter perceelbreedte en 2 meter padbreedte: er stond geen omheining en de bomen stonden direct langs c.q. deels in het voet- c.q. fietspad. Opzet om het eigendom van een ander te beschadigen is dus niet aan de orde volgens de Gemeente.

Ten aanzien van de bomen stelt de Gemeente dat er sprake was van een gevaarlijke situatie en dat gaandeweg de verjongingswerkzaamheden is geconcludeerd dat het noodzakelijk was alle bomen te verjongen, in verband met instabiliteit door vergroeiing en de aanwezigheid van dood hout. Omdat de Gemeente veronderstelde eigenaar te zijn, ontbreekt een rapport over de (gevaar)toestand van de bomen. Van onrechtmatig handelen is geen sprake gelet op de publieke taak van de Gemeente terzake onderhoud van de openbare weg en het vrijhouden daarvan van gevaar. Als wegbeheerder valt onderhoud aan het voet- c.q. fietspad ter plaatse onder haar verantwoordelijkheid, zo stelt zij.

De Gemeente persisteert in haar betwisting dat zij de omheining heeft vernield en stelt zich op het standpunt dat [eiseres] geen enkel bewijs heeft voor haar stellingen inzake het vernielen van een omheining en het ophogen van het perceel.

De Gemeente betwist de hoogte van de door [eiseres] begrootte schades.

De Gemeente is van mening dat er geen aanleiding is om aan de vaststellingen in het rapport van het Kadaster inzake de grensreconstructie van 19 oktober 2015 te twijfelen, hoewel dat niet per se in haar voordeel is.

2.7.

De Gemeente voert verweer tegen de kosten die beweerdelijk gemaakt zijn in het kader van de procedure, waaronder begrepen de buitengerechtelijke incassokosten en de kosten van de deskundige.

2.8.

De Gemeente betwist dat zij 87 bomen onherstelbaar heeft beschadigd. Dit aantal is tijdens de descente niet vastgesteld door de rechtbank, die spreekt van 80 bomen, waarvan er verschillende dood en anderen weer uitgelopen zijn. Volgens de Gemeente is [eiseres] thans te laat met het stellen van deze feiten. De Gemeente verweert zich voorts tegen het feit dat thans de vervangingswaarde wordt gevorderd per boomsoort, terwijl eerder sprake was van een (gedurende de procedure oplopende) eenheidsprijs per boom, met een totaalbedrag van € 25.000,00. De situatie van de bomen voor de werkzaamheden door de Gemeente is bovendien niet gedocumenteerd, zodat die waardes en ook de overige constateringen giswerk van Groenvisie Mette zijn. De gevelde bomen hadden volgens de Gemeente niet de gestelde waarde, sterker nog, de bomen hadden volgens de Gemeente geen economische waarde. [eiseres] houdt volgens haar ten onrechte geen rekening met de kosten van noodzakelijke werkzaamheden. De Gemeente is van mening dat vergoeding in natura voorts passender is dan de gevorderde geldsom aan schadevergoeding. De Gemeente vindt bevestiging van haar stellingen in de expertise van de door haar ingeschakelde deskundige Terra Nostra.

Beoordeling

2.9.

De rechtbank is van oordeel dat de Gemeente niet gevolgd kan worden in haar bezwaren tegen de wijziging van de eis door [eiseres] . De vordering is weliswaar opnieuw ingericht, maar het onderliggende feitencomplex is niet veranderd en de kern van [eiseres] stellingen, namelijk dat de Gemeente onrechtmatig heeft gehandeld en schade heeft veroorzaakt, is ook niet gewijzigd. De Gemeente is voorts in de gelegenheid gesteld om te reageren op de eiswijziging en heeft daar ook gebruik van gemaakt, zodat niet kan worden volgehouden, voor zover haar betoog zo begrepen moet worden, dat zij in haar verdediging aanmerkelijk wordt geschaad.

Ten aanzien van het petitum onder 4

2.10.

De grensreconstructie door het Kadaster, vastgelegd in het rapport van 10 november 2015, wordt door de rechtbank gevolgd. De Gemeente heeft zich aan de bevindingen van de landmeter gerefereerd evenals [eiseres] tijdens de descente en comparitie ter plaatse heeft gedaan. [eiseres] heeft eerst na de descente, comparitie ter plaatse en grensreconstructie gesteld, maar niet aannemelijk gemaakt en niet te bewijzen aangeboden, dat deze grensreconstructie onjuist of onvolledig zou zijn. In dit geschil is echter enkel aan de orde de grens tussen perceel [kadastraal nummer 2] en perceel [kadastraal nummer 1] , zo begrijpt de rechtbank dit deel van het petitum. De beweerdelijke omvang van perceel [kadastraal nummer 2] (de door de Gemeente gestelde breedte van 8 meter) is immers niet leidend geweest voor de grensreconstructie door de landmeter van het kadaster en een vaststelling van de grens tussen [kadastraal nummer 3] en [kadastraal nummer 2] is dan ook niet aan de orde. Dit deel van de vordering van [eiseres] zal worden afgewezen.

2.11.

Voorzover [eiseres] heeft bedoeld thans ook de grens van haar perceel met [kadastraal nummer 4] (de [adres 1] ) ter discussie te willen stellen (in het petitum is dit niet expliciet verwoord en de rechtbank heeft dit tot op heden ook niet zo begrepen), in weerwil van hetgeen zij tijdens de descente heeft verklaard, wordt de Gemeente gevolgd in haar verweer dat deze wijziging van eis in strijd is met de goede procesorde en wordt dit deel van de wijziging van eis (alsnog) buiten beschouwing worden gelaten.

[eiseres] heeft immers bij de descente en comparitie ter plaatse aangegeven het hek op de parkeerplaats te zullen verplaatsen tot op de door de landmeter bij gelegenheid van de reconstructie aangegeven plaats van de erfgrens. Dit is niet in het proces-verbaal verwoord omdat het op dat moment geen discussiepunt tussen partijen was.

Ten aanzien van de gekapte bomen

2.12.

Op grond van de constateringen van de rechtbank tijdens de descente van 19 oktober 2015 staat vast dat de ongeveer 80 bomen die door de Gemeente betrokken zijn in de onderhoudswerkzaamheden niet op haar perceel stonden, maar op dat van [eiseres] .

Het terugsnoeien c.q. kappen van die bomen is dan ook in beginsel onrechtmatig jegens de rechtmatige eigenaar, tenzij de bomen een gevaar vormden, waarbij een onmiddellijke voorziening was vereist en niet gewacht kon worden op handelen van [eiseres] . Dat laatste is door de Gemeente niet gesteld, ook niet in de hoedanigheid van wegbeheerder, zodat de rechtbank uitgaat van het volgende.

2.13.

[eiseres] noemt in de dagvaarding een aantal van 80 bomen van omstreeks 28 jaar oud die zouden zijn gerooid of omgezaagd aan de rand van het perceel [kadastraal nummer 1] dat grenst aan dat van de Gemeente waar zich het voetpad c.q. fietspad bevindt. [eiseres] heeft desgevraagd ter comparitie verklaard dat destijds beuken, eiken en esdoorns zijn neergezet. Tijdens de descente is geconstateerd dat zo’n 80 bomen zijn gekapt en dat er in ieder geval veldesdoorns en esdoorns zijn gekapt. Het rapport van Groenvisie Mette onderschrijft dat er veldesdoorns (33), esdoorns (18), een beuk (1) en zomereiken (7) op het perceel stonden (totaal: 59), naast zwarte elzen (11), een berk (1), essen (5) en een aantal (11) niet te duiden bomen (totaal: 28). De constatering van Groenvisie Mette dat er ook zwarte elzen, een berk, essen en een aantal niet te identificeren bomen stonden op het perceel van [eiseres] , ondersteunt de – overigens niet concreet door [eiseres] weersproken – stelling van de Gemeente dat een deel van de bomen uit zichzelf is opgekomen, als gevolg van uitzaaiing vanuit het nabijgelegen bos. De rechtbank zal er dan ook bij haar beslissing van uitgaan dat 26 bomen zijn aangeplant, wat ook in overeenstemming is met de inhoud van de brief van [eiseres] aan de Gemeente van 27 februari 2014 (productie 6 bij dagvaarding).

2.14.

[eiseres] stelt dat bij de werkzaamheden de bomen niet zijn verjongd – hetgeen volgens haar inhoudt het verwijderen van een deel van de oudste takken en dood hout uit de kroon van de boom – maar dat de bomen zijn geveld. Groenvisie Mette heeft geconstateerd dat de bomen op maaiveldhoogte dan wel ter hoogte van maximaal 95 cm zijn omgezaagd en dat ze zo zijn beschadigd dat herstel is uitgesloten. Groenvisie Mette heeft vastgesteld dat enkele stobben en stompen scheuten hebben, maar dat deze niet levensvatbaar zijn. Ook is geconstateerd dat de stammen zijn aangetast door houtverterende schimmels. Er zijn zwammen aangetroffen die op dood hout leven en pissebedden, die van verrot hout leven.

De Gemeente stelt dat de bomen niet onherstelbaar zijn beschadigd. De bomen zijn volgens de Gemeente wel verjongd. De Gemeente stelt dat de constateringen van Groenvisie Mette deels gebaseerd zijn op foto’s die op enige afstand zijn genomen en dat derhalve niet met zekerheid is te zeggen dat de bomen wel stevigheid en stabiliteit bezaten.

2.15.

De rechtbank stelt vast dat de Gemeente heeft niet weersproken dat de bomen op maaiveldhoogte dan wel op maximaal 95 cm zijn gekapt / afgezaagd. Tijdens de descente is ook waargenomen dat de bomen aldus zijn gekapt / afgezaagd. De door de Gemeente ingeschakelde deskundige Terra Nostra geeft in zijn toelichting aan dat verjongen ook zou kunnen geschieden door afkap van bomen (en heesters) op maaiveldniveau. Daarbij wordt opgemerkt dat voorwaarde is dat deze beheervorm na aanplant ook is toegepast. De rechtbank is van oordeel dat niet is gesteld dat de bomen door [eiseres] vanaf aanplant zijn beheerd door afkap op maaiveldniveau. De werkzaamheden van de Gemeente kunnen, gelet op de gemotiveerde betwisting door [eiseres] terzake, dan ook niet als verjonging worden gekarakteriseerd. Dat een aantal stammen opnieuw is uitgelopen en scheuten heeft, doet daar niet aan af.

2.16.

[eiseres] stelt onder verwijzing naar de bevindingen van Groenvisie Mette dat het merendeel van de bomen na de werkzaamheden inmiddels is aangetast door schimmels, zwammen en beestjes die op en van dood c.q. rot hout leven en dat de scheuten – die ook bij de descente door de rechtbank bij verschillende boomstompen zijn geconstateerd – zullen afsterven. Door de Gemeente is dit niet, althans niet onderbouwd, weersproken. De rechtbank merkt op dat de Gemeente heeft gesteld dat de werkzaamheden noodzakelijk waren vanwege dood hout en instabiliteit door meerstammigheid en dat zij niet heeft gesteld dat de werkzaamheden noodzakelijk waren vanwege aantasting door schimmels, zwammen en beestjes. De rechtbank stelt aldus vast dat de bomen, na de werkzaamheden onherstelbaar zijn beschadigd (niet langer levensvatbaar).

2.17.

Gevorderd is een verklaring voor recht (petitum sub 1). De rechtbank zal, gelet op het hiervoor overwogene, deze vordering toewijzen.

2.18.

Voorts is een schadevergoeding gevorderd (petitum sub 6) ad € 1.364,246,29. Een en ander wordt onderbouwd in het rapport van Groenvisie Mette. Deze taxateur heeft de schade becijferd op basis van de vervangingswaarde, omdat de bomen niet primair een economische gebruiksfunctie hadden en herstel is uitgesloten. Voor de bepaling van de vervangingswaarde is uitgegaan van de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB) 2013.

2.19.

De Gemeente stelt dat [eiseres] , die aanvankelijk slechts herstel in natura vorderde, tegen de achtergrond van immateriële schade en een geschatte waarde van € 25.000,00, na eiswijziging het onderste uit de kan wil. De Gemeente stelt dat [eiseres] in wezen zo veel mogelijk in een toestand moet worden gebracht waarin zij zou hebben verkeerd indien de schadeveroorzakende werkzaamheden achterwege waren gebleven. De Gemeente merkt in dat verband op dat dan onderhoudskosten in de berekening van de schade moeten worden verdisconteerd. De Gemeente stelt dat een schadevergoeding in natura dan ook veel meer in overeenstemming is met de aard van de schade dan een geldelijke vergoeding. De Gemeente merkt in dat verband op dat ter plaatste een verantwoord aantal nieuwe jonge bomen van gelijke soort zal moeten worden aangeplant ter vervanging van de bomen die niet opnieuw zijn uitgelopen. De Gemeente stelt in dit verband ook dat er [eiseres] geen inzicht heeft gegeven in de oorspronkelijke situatie.

2.20.

Artikel 6:97 BW bepaalt dat de rechter de schade begroot op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. Kan de omvang van de schade niet nauwkeurig worden vastgesteld, dan wordt zij geschat.

2.21.

De rechtbank is van oordeel dat een schadevergoeding in natura het meest passend is in dit geval, mede gelet op de wijze waarop [eiseres] de zaak aanvankelijk heeft aangebracht en de omstandigheid dat de gekapte bomen voor haar geen economische gebruiksfunctie hadden.

Omdat tussen partijen niet in geding is dat de gekapte bomen langs de perceelsgrens groeiden, zal dat de toestand moeten zijn die zo veel mogelijk moet worden gereconstrueerd, met in achtneming van de in het kader van beheer en veiligheid van het (fiets)pad noodzakelijke maatregelen om een gezonde en toekomstbestendige bomenrij te realiseren, waaronder begrepen een minimale onderlinge afstand die in overeenstemming is met de aard en groeiwijze van de nieuw aan te planten bomen. De rechtbank is van oordeel dat een exacte reconstructie bestaande uit 28 jaar oude bomen niet noodzakelijk is, nu immers niet gemotiveerd is gesteld dat meer dan 26 bomen al 28 jaar oud waren toen zij werden gekapt en [eiseres] ook niet heeft gesteld of aannemelijk gemaakt dat zij belang heeft bij herplant van bomen van dergelijke ouderdom. Het perceel van [eiseres] heeft als kadastrale bestemming “woest terrein” (de rechtbank heeft dit ook kunnen constateren bij de descente en comparitie) en wordt slechts gebruikt als speelterrein voor de kinderen. Voldoende is dat de nieuw te planten bomen in de toekomst een vergelijkbaar landschappelijk beeld scheppen als in 2013 het geval was en dat deze bomen bij de herplant een lengte hebben van minimaal 5 meter. De gemeente zal aldus een bomenrij van minimaal 26 bomen moeten aanplanten, bestaande uit tenminste 1 beuk (fagus sylvatica), 18 gewone esdoorns (acer pseudoplatanus) en 7 zomereiken (quercus robur), eventueel (rekening houdend met de minimale onderlinge plantafstand) nog aangevuld met veldesdoorn (acer campestre), zwarte els (alnus glutinosa), zachte berk (betula pubescens) en es (fraxinus excelsior). Een en ander in een getalsverhouding, zoals die door Groenvisie Mette is geconstateerd.

2.22.

De rechtbank acht het aangewezen dat zowel [eiseres] als de Gemeente zich uitlaten over de wijze van reconstructie van de bomenrij en bij voorkeur in onderling overleg tot een gezamenlijk voorstel komen. De rechtbank zal in geval partijen daarin niet slagen, op basis van het voorliggende dossier een beslissing nemen.

Ten aanzien van de omheining

2.23.

De Gemeente betwist dat zij bij de werkzaamheden de omheiningen gelegen aan de [adres 2] en de [adres 1] heeft weggenomen, vernield en/of anderszins beschadigd. Omdat [eiseres] zich beroept op de rechtsgevolgen van haar stellingen hieromtrent, dient zij volgens de hoofdregel van artikel 150 Rv te bewijzen dat er ten tijde van de werkzaamheden op het perceel [kadastraal nummer 1] langs de [adres 2] en de [adres 1] een omheining stond, wat de aard en omvang van deze erfafscheiding was én dat deze omheining door de Gemeente is beschadigd.

2.24.

De rechtbank zal de beslissing omtrent het leveren van bewijs aanhouden, tot nadat partijen zich hebben uitgelaten over de reconstructie van de bomenrij.

Ten aanzien van de ophoging

2.25.

[eiseres] stelt dat de Gemeente een gedeelte van het haar in eigendom toebehorende perceel zonder haar toestemming heeft opgehoogd. De Gemeente heeft dit betwist. Omdat [eiseres] deze stelling niet nader heeft geconcretiseerd (er is niets gesteld over de plaats en omvang van het gedeelte dat is opgehoogd – dit blijkt ook niet uit het rapport van Groenvisie Mette – noch wanneer dit zou zijn geschied) en niet gemotiveerd heeft gesteld dat zij door de beweerde ophoging schade heeft geleden (wat [eiseres] belang is bij verwijdering van de beweerde ophoging), zal dit deel van de vordering (onderdelen 3, 5 en 8 van het petitum) worden afgewezen.

2.26.

De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

bepaalt dat [eiseres] en de Gemeente zich bij – zo mogelijk gezamenlijke – akte ter rolle van 5 oktober 2016 uitlaten over de wijze van recontructie van de bomenrij langs de perceelsgrens [kadastraal nummer 1] - [kadastraal nummer 2] , met in achtneming van de uitgangspunten die de rechtbank heeft geschetst,

3.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.E. Elzinga en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: EvB coll: