Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:7693

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
15-08-2016
Datum publicatie
13-09-2016
Zaaknummer
5305699 CV EXPL 16-7593
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ontruiming bedrijfspand. Executieverbod afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 5305699 CV EXPL 16-7593

Vonnis van de kantonrechter in kort geding van 19 augustus 2016

in de zaak van

[eiseres] h.o.d.n. [handelsnaam]

wonend te [woonplaats 1] , woonplaats kiezend te [woonplaats 2] , [adres 1] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. R.A. Wijnands,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KERP ONROEREND GOED B.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te 6222 NR Maastricht, Kotterweg 21,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. R.C.C.M. Nadaud.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Kerp worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 16 augustus 2016, met producties,

  • -

    de brief van 19 augustus 2016 van Kerp met producties,

  • -

    de mondelinge behandeling van 18 augustus 2016, waarbij is overgelegd de conclusie van antwoord in kort geding.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] en Kerp hebben op 24 november 2014 een huurovereenkomst bedrijfsruimte gesloten inzake het pand [adres 2] te [vestigingsplaats] per 1 december 2014 voor de duur van vijf jaar. [eiseres] heeft aldaar tot medio oktober 2015 een wijnbar gedreven. [eiseres] heeft de onderneming moeten staken omdat door de gemeente Sittard-Geleen de noodzakelijke vergunningen aan haar zijn ontzegd.

2.2.

[eiseres] heeft sinds september 2015 de verschuldigde huur ad € 1.082,95 niet meer voldaan.

2.3.

Bij vonnis van 10 augustus 2016 heeft de kantonrechter in de rechtbank Limburg, locatie Roermond, met kenmerk 4923930 CV EXPL 16-3236, de huurovereenkomst van
24 november 2014 ontbonden en [eiseres] veroordeeld het gehuurde gelegen aan de [adres 2] te [vestigingsplaats] te ontruimen met betaling van de achterstallige huurpenningen en onder veroordeling van [eiseres] tot betaling van de resterende huurtermijnen tot en met november 2019 een en ander met veroordeling van [eiseres] in de kosten van de procedure.

2.4.

Het vonnis van de kantonrechter van 10 augustus 2016 is ten tijde van het kort geding (nog) niet betekend aan [eiseres] .

2.5.

[eiseres] heeft (nog) geen rechtsmiddel ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter van 10 augustus 2016.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert thans dat de kantonrechter in kort geding Kerp verbiedt het vonnis van 10 augustus 2016 te executeren, althans voor zover dat vonnis ziet op de ontruiming totdat in appel is beslist, door de uitgesproken uitvoerbaarheid van dat vonnis buiten werking te stellen dan wel op te schorten, een en ander op straffe van een dwangsom en met veroordeling van Kerp in de kosten van de procedure.

3.2.

[eiseres] legt aan de vordering ten grondslag dat Kerp geen enkel belang heeft bij de uitgesproken ontruiming, omdat zij tot november 2019 geen schade leidt, terwijl het in het belang van [eiseres] is dat zij haar onderneming kan verkopen en dat dit alleen mogelijk is als de koper de inventaris overneemt en huurder van het bedrijfspand wordt.

[eiseres] stelt spoedeisend belang bij en recht op de gevorderde voorziening te hebben.

3.3.

Kerp voert verweer. Op de standpunten van partijen wordt, voor zover relevant, in het hiernavolgende ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Kerp stelt dat de kantonrechter in de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, voor wie gedagvaard is, absoluut en relatief niet bevoegd is kennis te nemen van het geschil.

Volgens artikel 438 lid 1 Rv is immers de (voorzieningenrechter van de) rechtbank absoluut bevoegd en derhalve niet de kantonrechter (in kort geding).

Op grond van artikel 438 lid 1 en lid 2 Rv is de rechter bevoegd in de zittingsplaats die zaken behandelt in de plaats waar de executie zal plaatsvinden. Op grond van het zaakverdelingsreglement van de rechtbank Limburg is dan ook de (kanton)rechter (in kort geding) in de rechtbank Limburg, locatie Roermond, bevoegd.

4.2.

De rechter stelt vast dat de dagvaarding wat betreft de geädieerde rechter slordig is geredigeerd. Verlof is gevraagd en gekregen van de voorzieningenrechter om op verkorte termijn te dagvaarden (blad 1), terwijl verschijning voor de kantonrechter is aangewezen (blad 2). Kerp is ter zitting verschenen en heeft daarmee eventuele gebreken in de dagvaarding terzake de oproeping geheeld. Ter zitting is voorts gebleken uit de gevoerde verweren dat Kerp er ook vanuit gaat dat zij voor de kantonrechter in kort geding is gedaagd.

4.3.

Volgens vast beleid van de rechtbank Limburg omtrent de uitleg van artikel 438 lid 1 en 2 Rv is in geschillen terzake executie absoluut bevoegd de rechter die het te executeren vonnis heeft gewezen (vergelijk ook ECLI:NL:RBMNE:2014:3475). Omdat de zaak ten gronde een geschil betreft inzake huur van bedrijfsruimte, acht de rechter zich als kantonrechter in kort geding dan ook absoluut bevoegd kennis te nemen van het executiegeschil.

4.4.

De rechter is van oordeel dat zij op grond van artikel 438 lid 1 Rv voorts ook relatief bevoegd is kennis te nemen van het geschil, omdat aldaar is bepaald dat naar de gewone regels de rechter van de woonplaats van de gedaagde bevoegd is. Kerp is gevestigd te Maastricht, zodat de kantonrechter in kort geding in de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, bevoegd is kennis te nemen van het geschil.

4.5.

Kerp stelt voorts dat enig spoedeisend belang aan de vordering tot staken van de executie ontbreekt, omdat het vonnis van de kantonrechter van 10 augustus 2016 nog niet is betekend. Er is derhalve nog geen ontruimingsdatum aangezegd.

Kerp stelt de betekening van het vonnis terzake de ontruiming nog in beraad te hebben.

4.6.

[eiseres] stelt ter onderbouwing van de spoedeisendheid enerzijds dat het ontruimen van de bedrijfsruimte meer van veertien dagen in beslag zal nemen en anderzijds dat zij twee serieus geïnteresseerde kopers voor haar onderneming heeft. Verkoop is, zo stelt [eiseres] , onmogelijk als de inventaris van de wijnbar eenmaal uit het pand is gehaald.

4.7.

De rechter is van oordeel dat Kerp gevolgd moet worden. Betekening van het vonnis heeft immers nog niet plaatsgevonden. Bij ontbreken van een definitieve datum voor ontruiming kan geen spoedeisend belang worden vastgesteld. Ook overigens heeft [eiseres] op geen enkele wijze onderbouwd dat de verkoop aanstaande is. Kern heeft ter zitting benadrukt dat zij niets meer heeft vernomen van de potentiële koper/huurder [naam 1] en dat zij weinig vertrouwen heeft in de zaken van potentiële koper/huurder [naam 2] . Op grond van de door Kerp in geding gebrachte stukken is bovendien aannemelijk dat de kijkers geen kopers zijn.

4.8.

De vordering zal worden afgewezen wegens het ontbreken van enig spoedeisend belang aan de zijde van [eiseres] .

4.9.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van Kerp € 600,00, zijnde salaris gemachtigde (gemiddeld gewicht).

4 De beslissing

De kantonrechter in kort geding

4.10.

wijst de vordering af,

4.11.

veroordeelt [eiseres] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van Kerp begroot op € 600,00,

Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken.1

1 EvB