Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:7608

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
31-08-2016
Datum publicatie
02-09-2016
Zaaknummer
5184359 AZ VERZ 16-136
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek ontbinding van de arbeidsovereenkomst door werknemer na twee jaar arbeidsongeschiktheid. Het niet beëindigen van de arbeidsovereenkomst door werkgever is niet als ernstig verwijtbaar handelen te kwalificeren. IVA-uitkering en aanvulling daarop niet aan te merken als vast jaarinkomen in de zin van de cao. Geen recht op jubileumuitkering 40-jarig dienstverband.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2016-0975
TvPP 2016, afl. 5, p. 138
AR 2016/2558

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 5184359 AZ VERZ 16-136

Beschikking van de kantonrechter van 31 augustus 2016

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonend aan de [adres] , [woonplaats] ,

verzoekende partij,

gemachtigde H. Wolfs,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid AKZO NOBEL NEDERLAND B.V., mede handelend namens SIKKENS VERKOOP NEDERLAND B.V.,

gevestigd aan de Velperweg 76, 6824 BM Arnhem,

verwerende partij,

gemachtigde mr. C. Jacobs.

Partijen zullen hierna [verzoeker] en Akzo genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift

  • -

    het verweerschrift

  • -

    de pleitnota van de zijde van [verzoeker]

  • -

    de mondelinge behandeling d.d. 30 augustus 2016.

1.2.

Ten slotte is beschikking bepaald.

2 De feiten

2.1.

[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] , is op 1 januari 1976 bij (de rechtsvoorganger van) Akzo in dienst getreden, aanvankelijk werkzaam als verfbereider en laatstelijk als logistiek medewerker. Op de arbeidsovereenkomst is de cao Akzo Nobel Nederland (hierna: cao) van toepassing. In de cao staat voor zover relevant (bijlage 12 van het verweerschrift):

Artikel 1 Definities

(…)

n. Jaarsalaris : Het salaris zoals vastgesteld overeenkomstig artikel 8.

o. Jaarinkomen : Het jaarsalaris inclusief eventuele persoonlijke toeslagen ingevolge de toepasselijke CAO en de verlofcompensatietoeslag ingevolge artikel 14.1.4., vermeerderd met eventuele bijzondere beloningen zoals bedoeld in artikel 8.1.4., voor zover deze een vast karakter dragen.”

Artikel 8 Vaststelling jaarsalaris

8.1.

Jaarsalaris

8.1.1.

Iedere werknemer heeft recht op een jaarsalaris, er van uitgaande dat de werknemer het gehele jaar in dienst van de werkgever werkzaam is voor het gemiddeld aantal uren per week zoals vastgesteld ex artikel 6. De jaarsalarissen zijn opgenomen in Deel B.

(…)

8.1.4.

Het jaarsalaris wordt geacht een beloning te zijn voor functievervulling in dagdienst. Extra gewerkte uren en inconveniëntie worden beloond volgens de in Deel B onder “Bijzondere Beloningen” opgenomen bepalingen. (…)”

2.2.

[verzoeker] is sinds 25 september 2013 arbeidsongeschikt.

2.3.

Vanaf 25 september 2015 ontvangt [verzoeker] een IVA-uitkering van het UWV. In haar beslissing van 24 augustus 2015 vermeldt het UWV voor zover relevant (bijlage 3 van het verweerschrift):

“ (…) Volgens ons heeft uw werkgever voldoende gedaan aan uw re-integratie. Daarom stopt na de wachttijd van 104 weken zijn verplichting om bij ziekte uw loon door te betalen. (…)”

2.4.

Op 1 januari 2016 was [verzoeker] 40 jaar in dienst bij Akzo.

2.5.

De dienstjubileum regeling van Akzo luidt voor zover relevant (bijlage 11 van het verweerschrift):

“(…) Als je 25 of 40 jaar in dienst bent, ontvang je een bruto jubileumuitkering. De uitkering bedraagt een twaalfde van het vaste jaarinkomen bij een 25-jarig jubileum en tweemaal een twaalfde bij een 40-jarig jubileum. De hoogte van het jaarinkomen op de jubileumdatum is daarvoor bepalend. (…)”

3 Het geschil

3.1.

[verzoeker] verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden op de voet van artikel 7:671c lid 1 BW onder toekenning van een transitievergoeding en een billijke vergoeding, alsmede Akzo te veroordelen tot betaling van de jubileumuitkering.

3.2.

Akzo heeft verweer gevoerd.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal hierna - voor zover relevant - nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Artikel 7:671c lid 1 BW bepaalt dat de kantonrechter op verzoek van de werknemer de arbeidsovereenkomst kan ontbinden op grond van omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen.

4.2.

De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst dient te worden toegewezen. Bij dat oordeel heeft meegewogen het feit dat het hier om een werknemersverzoek gaat waarbij bijzondere opzegverboden niet aan de orde zijn. Verder is van belang dat gelet op het (grond)recht van arbeidskeuze een verzoek door de werknemer in beginsel gehonoreerd dient te worden. De kantonrechter is voornemens de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden per 1 oktober 2016.

4.3.

Vervolgens dient te worden beoordeeld of in deze zaak aanleiding is voor toekenning van de transitievergoeding als bedoeld in artikel 7:673 lid 1 onder b en een billijke vergoeding als bedoeld in artikel 7:671c lid 2 onder b BW. Voor toekenning van deze vergoedingen bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werknemer dient sprake te zijn van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.

4.4.

Uit de wetsgeschiedenis volgt dat ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een werkgever zich slechts zal voordoen in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als de werkgever grovelijk de verplichtingen niet nakomt die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst en er als gevolg daarvan een verstoorde arbeidsverhouding ontstaat, waarbij te denken valt aan een situatie waarin de werkgever zijn re-integratieverplichtingen bij ziekte ernstig heeft veronachtzaamd en de situatie waarin een werknemer arbeidsongeschikt is geworden als gevolg van verwijtbaar onvoldoende zorg van de werkgever voor de arbeidsomstandigheden (Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 34). Een dergelijke situatie doet zich hier naar het oordeel van de kantonrechter niet voor.

Daartoe wordt het volgende overwogen.

4.5.

Volgens [verzoeker] is sprake van ernstig verwijtbaar handelen van Akzo, bestaande uit het weigeren de arbeidsovereenkomst te beëindigen en daarbij de transitievergoeding te betalen.

4.6.

Uit de pleitnota leidt de kantonrechter af dat [verzoeker] teleurgesteld is in Akzo als werkgeefster, omdat Akzo niet wil meewerken aan een goede afsluiting van zijn werkbare leven. Dit terwijl hij prostaatkanker heeft, altijd goed heeft gefunctioneerd en thans 40 jaar in dienst is. Hoewel de kantonrechter begrip heeft voor de persoonlijke situatie van [verzoeker] , dient hij aan de hand van objectieve feiten te beoordelen of de door [verzoeker] gestelde verwijten zodanig zijn dat daaraan de conclusie verbonden dient te worden dat er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Akzo.

4.7.

Of de reden voor Akzo om niet tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst over te gaan uitsluitend was gelegen in het niet willen betalen van de transitievergoeding kan in het midden blijven, nu de kantonrechter van oordeel is dat ook in dat geval niet kan worden gezegd dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de kant van Akzo. Het feit dat Akzo de arbeidsovereenkomst slapend houdt maakt niet dat er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Akzo. Een verplichting voor Akzo om na ommekomst van twee jaar ziekte c.q. na ommekomst van de loondoorbetalingstermijn een einde te maken aan het dienstverband bestaat immers niet.

4.8.

Het vorenstaande brengt met zich dat de gevorderde transitievergoeding en de gevorderde billijke vergoeding afgewezen dienen te worden.

4.9.

Nu de verzochte billijke vergoeding niet zal worden toegewezen zal [verzoeker] ingevolge het bepaalde in artikel 7:686a lid 7 BW in de gelegenheid worden gesteld om het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in te trekken binnen de hierna te noemen termijn.

4.10.

Ten slotte stelt [verzoeker] dat hij op grond van zijn 40-jarig dienstverband recht heeft op een jubileumuitkering. Akzo betwist dat [verzoeker] ondanks zijn 40-jarig dienstverband recht heeft op een jubileumuitkering. Daartoe voert zij aan dat de door [verzoeker] genoten IVA-uitkering niet onder het begrip jaarinkomen in de zin van artikel 1 sub o juncto artikel 8 van de cao valt.

4.11.

De kantonrechter stelt voorop dat krachtens vaste rechtspraak van de Hoge Raad bij de uitleg van een bepaling van een cao de bewoordingen waarin deze is gesteld, gelezen in het licht van de gehele tekst van die overeenkomst en een eventuele, voor derden kenbare toelichting daarop, in beginsel van doorslaggevende betekenis is. Daarbij komt het niet aan op een strikt grammaticale uitleg maar op het vaststellen van de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de bepaling is gesteld. Bij deze uitleg kunnen als - objectief kenbare - gezichtspunten onder meer betrokken worden de elders in de cao gebruikte formuleringen en de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden. Ook kan bij deze uitleg rekening worden gehouden met de kennelijke ratio en strekking van de regeling waartoe de bepaling behoort en de bedoeling van de opstellers, voor zover deze objectief, uit de tekst van de cao en de eventuele toelichting daarop voor derden kenbaar is. (o.a. HR 17 september 1993, NJ 1994, 173, HR 31 mei 2002, NJ 2003, 110, HR 20 februari 2004, NJ 2005, 493 en HR 11 november 2005, JAR 2005, 286).

4.12.

Met inachtneming van dit uitgangspunt oordeelt de kantonrechter als volgt. Partijen hebben de kantonrechter niet nader geïnformeerd over de wijze waarop volgens de opstellers van de cao de betreffende artikelen moeten worden uitgelegd. Van een voor derden kenbare toelichting op de inhoud en strekking van de in deze zaak relevante artikelen is niet gebleken, zodat het bij de uitleg aankomt op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen van de gehele cao.

4.13.

De kantonrechter acht de uitleg die [verzoeker] aan de artikelen geeft minder aannemelijk dan de uitleg die Akzo daaraan geeft. De uitleg van [verzoeker] is gelet op de bewoordingen van de cao niet logisch. Uit het als bijlage 2 bij verweerschrift in het geding gebrachte afschrift van de door de bedrijfsarts opgestelde actuele oordeel d.d. 6 juli 2015 volgt dat [verzoeker] met ingang van 5 november 2014 100% arbeidsongeschikt is verklaard en hij sindsdien geen werkzaamheden (meer) voor Akzo heeft verricht. Vaststaat dat onder het begrip ‘jaarinkomen’ in de jubileumregeling van Akzo wordt verstaan het jaarinkomen in de zin van artikel 1 onder o van de cao. In artikel 8 van de cao is bepaald dat het jaarsalaris een onderdeel vormt van het jaarinkomen en dat dit salaris de beloning betreft voor in dagdienst gewerkte uren. De kantonrechter is met Akzo van oordeel dat de door [verzoeker] genoten IVA-uitkering noch de door Akzo verstrekte aanvulling daarop behoren tot het jaarsalaris in de zin van de cao. Bovendien is niet gesteld of gebleken dat de IVA-uitkering of de aanvulling van Akzo zijn aan te merken als een persoonlijke toeslag of verlofcompensatietoeslag in de zin van artikel 14.1.4. cao of een bijzondere beloning als bedoeld in artikel 8.1.4. van de cao. Daarom is niet komen vast te staan dat de IVA-uitkering of de aanvulling van Akzo kunnen worden aangemerkt als jaarinkomen in de zin van de cao. Het vorenstaande brengt met zich dat [verzoeker] geen aanspraak heeft op de gevorderde jubileumuitkering. De vordering zal dan ook worden afgewezen.

4.14.

Gelet op de uitkomst van de zaak is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder hun eigen kosten dragen. Indien [verzoeker] het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst intrekt, zal hij in de proceskosten van Akzo worden veroordeeld. Deze kosten zullen in dat geval worden vastgesteld op € 400,00 salaris gemachtigde.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

Voor het geval [verzoeker] zijn verzoek uiterlijk 7 september 2016 niet intrekt:

5.1.1.

ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van

1 oktober 2016,

5.1.2.

compenseert de proceskosten in die zin, dat iedere partij haar eigen kosten draagt,

5.2.

Voor het geval [verzoeker] zijn verzoek uiterlijk 7 september 2016 intrekt:

5.2.1.

veroordeelt [verzoeker] tot betaling van de kosten van deze procedure, aan de zijde van Akzo tot op heden bepaald op € 400,00 aan salaris gemachtigde,

5.3.

wijst in beide gevallen al het overige door [verzoeker] gevorderde af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J. Groen en is in het openbaar uitgesproken.

Type: CJ