Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:6890

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
05-08-2016
Datum publicatie
21-02-2017
Zaaknummer
C/03/221825 / FA RK 16-2040
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2017:638
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gezamenlijk gezag en vervangende toestemming tot het indienen van een aanvraag tot wijziging van de geslachtsnaam. Onderzoek Raad voor de Kinderbescherming naar belang minderjarige, de bestendigheid van de wens en of de minderjarige de consequenties kan overzien.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2017/5038

Uitspraak

Rechtbank Limburg

Familie en jeugd

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: C/03/221825 / FA RK 16-2040

Beschikking van 5 augustus 2016 betreffende ouderlijke verantwoordelijkheden

in de zaak van:

[de moeder] ,

wonende te [woonplaats moeder] , [adres moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

advocaat: mr. J.M.H. Devis;

tegen:

[de vader] ,

wonende te [woonplaats vader] , [adres vader] ,

hierna te noemen de vader,

advocaat: mr. P.J.W.M. Theunissen.

betreffende de minderjarige:

[de minderjarige] , geboren te [geboorteplaats minderjarige] op

[geboortedag minderjarige] 2000.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Dit blijkt uit het volgende:

- het verzoekschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 7 juni 2016;

- het verweerschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 13 juli 2016;

- de mondelinge behandeling, welke heeft plaatsgevonden op 20 juli 2016 en waarbij zijn verschenen:

- de moeder, bijgestaan door N. Ayrir, een kantoorgenoot van haar advocaat;

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

- [de minderjarige] , is voorafgaande aan de mondelinge behandeling apart gehoord. Van dit gesprek heeft de rechter een samenvatting aan partijen voorgehouden.

2 De vaststaande feiten

2.1.

De buitenhuwelijkse relatie van de vader en de moeder is beëindigd. De vader heeft de minderjarige erkend. De ouders hebben sinds 22 september 2000 het gezamenlijk gezag over de minderjarige, zoals blijkt uit de aantekening in het gezagsregister bij de rechtbank.

[de minderjarige] woont bij de moeder.

3 Het verzoek

3.1.

De moeder verzoekt:

- vervangende toestemming te verlenen de achternaam van [de minderjarige] te wijzigen van [achternaam vader] in [achternaam moeder] .

3.2.

Ter zitting is naar voren gebracht dat het de bedoeling is dat vervangende toestemming wordt verleend voor het verzoek tot geslachtsnaamswijziging bij het Ministerie van Justitie. Indien deze toestemming er niet is, is het verzoek bij voorbaat kansloos, omdat het Ministerie de aanvraag dan niet in behandeling neemt.

Van belang is dat deze achternaam formeel wordt gewijzigd. Haar zus [zus minderjarige] , die al meerderjarig is, kan de geslachtsnaamswijziging zelf verzoeken, maar [de minderjarige] heeft vanwege haar minderjarigheid een handtekening van beide ouders nodig. De reden van het verzoek dat gericht zal worden aan het Ministerie is gelegen in het gegeven dat [de minderjarige] en de moeder een heel sterke emotionele band hebben. [de minderjarige] heeft al jaren geen contact meer met de vader. [de minderjarige] wil graag de achternaam van de moeder dragen als teken van affectie jegens haar moeder en om zich persoonlijk en emotioneel aan haar moeder verbonden te tonen. [de minderjarige] wil heel graag verder met de achternaam [achternaam moeder] . Op school laat zij zich al jaren [achternaam moeder] noemen. Voor het Ministerie zal de wilsverklaring van de minderjarige doorslaggevend zijn. Gelet op de mening van [de minderjarige] zal niets aan de geslachtsnaamwijziging in de weg staan.

4 Het verweer

4.1.

De vader heeft verzocht het verzoek af te wijzen. Volgens de vader lijkt de wens van [de minderjarige] te zijn ingegeven door de wens van de moeder. Het dragen van de achternaam van de moeder als teken van affectie, lijkt hem geen gezonde reden te zijn. Volgens de vader is er sprake geweest van een loyaliteitsconflict en inmiddels van ‘ouderafwijzing’.

Volgens de vader is er al jaren geen omgangsregeling meer. Voor wat betreft de vader zijn er nooit contra-indicaties geconstateerd. Na meerdere onderzoeken door de Raad voor de Kinderbescherming en zes zittingen bij de rechtbank, is de conclusie getrokken dat door de opstelling van de moeder, die haar psychische problemen projecteerde op de kinderen, het niet in het belang van de kinderen was om omgang te hebben met de vader. De moeder is haar door de rechtbank opgelegde verplichting om de vader te informeren over de kinderen nooit nagekomen. In het belang van de kinderen heeft de vader zich teruggetrokken uit hun leven. Hoewel er geen fysiek contact meer is, voelt de vader zich nog steeds zeer betrokken bij beide kinderen.

Volgens de vader is van belang dat er een bijzondere curator wordt benoemd, die de belangen van [de minderjarige] zal gaan behartigen in deze procedure.

5 Het oordeel van de rechtbank

5.1.

De rechtbank leest het verzoek van de moeder als een verzoek tot verlening van vervangende toestemming voor het indienen van het verzoek tot geslachtsnaamswijziging bij het Ministerie van Justitie.

5.2.

Blijkens artikel 1:7 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan een geslachtsnaam worden gewijzigd door de Kroon op verzoek van de wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige.

Blijkens artikel 1:253i BW voeren de ouders in geval van gezamenlijk gezag, gezamenlijk het bewind over het vermogen van het kind en vertegenwoordigen zij gezamenlijk het kind in burgerlijke handelingen, met dien verstande dat een ouder alleen, mits niet van bezwaren van de andere ouder is gebleken, hiertoe ook bevoegd is.

5.3.

Vast staat dat er sprake is van gezamenlijk gezag door de ouders over [de minderjarige] .

Vast staat ook dat de vader bezwaren heeft tegen het indienen van een verzoek tot geslachtsnaamwijziging. De moeder is om die reden – naar het oordeel van de rechtbank – niet bevoegd om het verzoek alleen in te dienen.

5.4.

Op grond van artikel 1:253a BW kunnen geschillen omtrent het uitoefenen van het gezamenlijke gezag op verzoek van de ouders of een van hen worden voorgelegd aan de rechtbank. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank een beslissing moeten nemen over de vraag of een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van [de minderjarige] in haar belang wenselijk is.

Ofschoon rechtstreekse toetsing door de burgerlijk rechter aan artikel 3 van voormeld Besluit niet mogelijk is, dient het bepaalde in dat artikel en hetgeen daaromtrent in de nota van toelichting bij het Besluit is vermeld, bij voormelde beoordeling mede in aanmerking te worden genomen. In artikel 3, lid 4, sub c van het Besluit is bepaald dat het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van een minderjarige van 12 jaar of ouder wordt afgewezen, indien een ouder weigert in te stemmen met de verzochte geslachtsnaamwijziging, tenzij de minderjarige bij zijn instemming blijft. Blijkens de nota van toelichting bij dat Besluit wordt het verantwoord geacht om, indien een ouder weigert in te stemmen met de verzochte geslachtsnaamwijziging van kinderen van 12 jaar of ouder, deze met hun instemming wel toe te staan.

5.5.

De rechtbank is van oordeel dat een wijziging van een geslachtsnaam een zwaarwegende beslissing is met een emotionele lading. Zowel de moeder als [de minderjarige] stellen dat [de minderjarige] graag de achternaam van de moeder wil dragen als teken van affectie jegens haar moeder en om zich persoonlijk en emotioneel aan haar moeder verbonden te tonen. Daarnaast heeft [de minderjarige] verteld dat zij vroeger wel eens is aangesproken door andere kinderen op de achternaam ‘ [achternaam vader] ’.

De rechtbank acht de kans echter reëel dat achter de wens van [de minderjarige] om de achternaam van haar moeder te voeren een diepere wens ligt, namelijk de wens om haar vader volledig uit haar leven te bannen. Gelet op de door partijen aangehaalde eerdere rapporten en conclusies van de Raad voor de Kinderbescherming, valt dat naar het oordeel van de rechtbank niet uit te sluiten.

Aangezien de achternaam van een kind een belangrijk onderdeel is van de identiteitsontwikkeling, is de rechtbank van oordeel dat alvorens een beslissing te nemen een onderzoek nodig is over de vraag of de wens van [de minderjarige] bestendig is en of zij, gelet op haar leeftijd en de levensfase waarin zij verkeert, de consequenties van een dergelijk verzoek kan overzien. Daarboven is het de vraag of een geslachtsnaamswijziging – mede gelet op haar identiteitsontwikkeling – in haar belang wenselijk kan worden geacht.

In afwachting van de resultaten van het raadsonderzoek zal de rechtbank de beslissing daarover aanhouden.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

houdt de beslissing aan; [bepaalt dat ]houdt

6.2.

verzoekt de raad voor de kinderbescherming een onderzoek te doen en uiterlijk op 5 november (pro forma) rapport en advies uit te brengen over het verzoek tot verlening van vervangende toestemming tot indiening van een verzoek tot geslachtsnaamwijziging, waarna de rechtbank partijen zal informeren over de verdere voortgang van de procedure.

Deze beschikking is gegeven door mr. F. Oelmeijer, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van D.C. Tanghe, griffier, op 5 augustus 2016.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.