Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:6788

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
02-08-2016
Datum publicatie
05-09-2016
Zaaknummer
5214351 CV EXPL 16-6443
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Huurder veroorzaakt overlast. Vordering tot ontruiming huurwoning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 5214351 CV EXPL 16-6443

Vonnis van de kantonrechter in kort geding van 2 augustus 2016

in de zaak van:

de stichting

STICHTING WELLER WONEN ,

gevestigd te [woonplaats] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. R.W. Janssen

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GGN BEWINDVOERING B.V.,

gevestigd te Heerlen,

in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die toebehoren en zullen toebehoren aan [naam onderbewindgestelde] ,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. R. Jacobs.

Partijen zullen hierna Weller en GGN genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de door partijen ingediende producties

  • -

    de mondelinge behandeling op 29 juli 2016 waarbij beide partijen een pleitnota hebben overgelegd.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

Weller vordert bij wijze van onmiddellijke voorziening bij voorraad GGN (samengevat) te veroordelen:

  1. om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis de woning aan het adres [adres] te [woonplaats] te ontruimen, met machtiging aan Weller om dit zelf op kosten van GGN te bewerkstelligen,

  2. tot betaling van de kosten van dit geding.

2.2.

Ter onderbouwing van haar vordering voert Weller (samengevat) het volgende aan. De goederen van [naam onderbewindgestelde] staan onder bewind. GGN is bewindvoerder van deze goederen. Daarnaast is GGN mentor van [naam onderbewindgestelde] . [naam onderbewindgestelde] huurt sedert 1984 van Weller de woning aan het adres [adres] te [woonplaats] . Sedert (ongeveer) 2013 veroorzaakt hij overlast aan omwonenden. De overlast is in de loop ter tijd in ernst en frequentie toegenomen. Sinds april 2016 is de overlast zodanig dat er sprake is van een onhoudbare situatie waarbij buurtbewoners dreigen het heft in eigen hand te nemen. De situatie in de buurt is door toedoen van [naam onderbewindgestelde] derhalve niet alleen onveilig voor de omwonenden, maar ook voor hemzelf. De door hem veroorzaakte overlast bestaat uit (onder meer) het dagelijks uitschelden van omwonenden, schreeuwen (ook ’s nachts), bedelen, voor iedereen zichtbaar in de (eigen) tuin plassen, ongevraagd bij omwonenden de tuin / schuurtjes inlopen om te bezien of iets van waarde meegenomen kan worden, voor auto’s springen, het bekrassen van auto’s, gluren naar omwonenden, met de broek op de knieën rondlopen, kinderen snoepjes aanbieden, gebroken glas in de tuinen gooien. Weller heeft in de loop der jaren tevergeefs talloze pogingen ondernomen om het gedrag van [naam onderbewindgestelde] te veranderen. Bij brief van 2 mei 2016 heeft zij [naam onderbewindgestelde] (via de bewindvoerder) gesommeerd om binnen zeven dagen te bevestigen dat hij de woning uiterlijk op 1 juni 2016 ontruimd zal hebben. De gemachtigden van Weller en GGN hebben vervolgens (per e-mail) gecorrespondeerd. Laatstgenoemde heeft, zo stelt Weller, in een e-mailbericht van 19 mei 2016 toegezegd dat uiterlijk 1 augustus 2016 de woning zal zijn ontruimd. Weller grondt de gevorderde ontruiming per 1 augustus 2015 primair op deze toezegging en subsidiair op de ernstige tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst door [naam onderbewindgestelde] .

2.3.

Het verweer van GGN strekt tot afwijzing van de vordering van Weller. In geval van toewijzing van de vordering onder 1. bepleit GGN op grond van de geestelijke aandoening van [naam onderbewindgestelde] een ontruimingstermijn van minimaal vier maanden.

3 De beoordeling

3.1.

Op grond van de door Weller geschetste sinds april 2016 toegenomen overlast met de daarmee gepaard gaande dreigende situatie in de buurt is voldoende aannemelijk geworden dat Weller spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening.

3.2.

GGN heeft op onderdelen de door Weller gestelde overlast betwist, althans genuanceerd. Onbestreden is evenwel dat [naam onderbewindgestelde] dagelijks de omwonenden in zeer grove bewoordingen uitscheldt, bedelt, voor iedereen zichtbaar in de (eigen) tuin plast, ongevraagd bij omwonenden de tuin / schuurtjes inloopt, voor auto’s springt, gluurt naar omwonenden (een enkele keer “met de lange broek omlaag”), met de broek op de knieën rondloopt, kinderen snoepjes aanbiedt, gebroken glas in de tuinen gooit. Dat door deze gedragingen in de buurt een onhoudbare situatie is ontstaan, wordt door GGN evenmin betwist. Weller heeft in het verleden diverse pogingen ondernomen om het gedrag van [naam onderbewindgestelde] ten goede te laten keren. Dit is evenwel door omstandigheden die buiten haar macht liggen niet gelukt. [naam onderbewindgestelde] is door de door hem veroorzaakte overlast tekortgeschoten in de nakoming van de uit de huurovereenkomst voortvloeiende verplichting zich als goed huurder te gedragen. Naar alle waarschijnlijkheid zal in een (eventuele) bodemprocedure de huurovereenkomst op die grond worden ontbonden. Dat het overlast gevende gedrag van [naam onderbewindgestelde] (mede/grotendeels) wordt veroorzaakt door een dementiesyndroom in combinatie met alcoholmisbruik/-verslaving zal de uitkomst van die bodemprocedure niet anders doen zijn. Thans kan derhalve op die uitkomst vooruitgelopen worden door toewijzing van de gevorderde ontruiming van de woning van [naam onderbewindgestelde] . Het verweer van GGN strekt ertoe te betogen dat de woning eerst ontruimd mag worden op het moment dat [naam onderbewindgestelde] een andere woonruimte heeft. Dit verweer moet worden verworpen aangezien genoegzaam vaststaat dat in geval van ontruiming van de woning [naam onderbewindgestelde] een beroep kan doen op crisisopvang en het Leger des Heils. De jurisprudentie waar GGN naar verwijst leidt niet tot een ander oordeel aangezien Weller reeds vanaf begin mei 2016 GGN de gelegenheid heeft geboden voor [naam onderbewindgestelde] om te zien naar een andere woonruimte. Dat is GGN tot op heden weliswaar niet gelukt, maar wellicht dat dit vonnis tot ontruiming van de woning een oplossing voor dit probleem van [naam onderbewindgestelde] forceert. Van Weller kan gelet op de ernst van de overlast niet verlangd worden dat zij nog verder afwacht totdat vervangende woonruimte voor [naam onderbewindgestelde] gevonden is. Alles overziend is de kantonrechter van oordeel dat de woning [naam onderbewindgestelde] uiterlijk op 15 augustus 2016 ontruimd dient te zijn.

3.3.

De gevorderde machtiging zal worden afgewezen. De in de wet aan de deurwaarder verleende bevoegdheden tot reële executie (art. 555 e.v. Rv in verbinding met art. 444 Rv) worden namelijk toereikend geacht, zodat Weller bij een afzonderlijke machtiging geen belang heeft.

3.4.

GGN zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding, aan de zijde van Weller tot op heden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 94,08

  • -

    griffierecht € 117,00

  • -

    salaris gemachtigde € 600,00

Totaal: € 811,08

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1.

veroordeelt GGN om uiterlijk op 15 augustus 2016 de woning aan het adres [adres] te [woonplaats] geheel ontruimd, vrij van gebruik en gebruiksrechten en behoorlijk schoongemaakt aan Weller op te leveren,

4.2.

veroordeelt GGN tot betaling van de kosten van dit geding, aan de zijde van Weller tot op heden begroot op € 811,08,

4.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Groen en is in het openbaar uitgesproken.

Type: RW