Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:6714

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
02-08-2016
Datum publicatie
02-08-2016
Zaaknummer
03/700540-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Internationaal publiekrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht bewezen dat verdachte op 18 oktober 2015 in de gemeente Sittard-Geleen, drie personen opzettelijk heeft mishandeld. Uitgaande van de verklaring van verdachte is de rechtbank van oordeel dat er sprake was van een noodweersituatie, omdat verdachte werd geslagen met een honkbalknuppel en vervolgens werd aangevallen door 6 à 7 personen. Onder die omstandigheden is verdachte bij haar handelen gebleven binnen de grenzen van proportionaliteit. De rechtbank acht het bewezen verklaarde daarom niet strafbaar. De verdachte zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/700540-15

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 2 augustus 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. L. Bien, advocaat, kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 juli 2016. De verdachte en haar raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: heeft geprobeerd [slachtoffer 1] (primair) van het leven te beroven dan wel (subsidiair) zwaar te mishandelen door hem met een mes in de buik en/of in de rug en/of in de zij te steken. Meer subsidiair is dit ten laste gelegd als mishandeling.

Feit 2: heeft geprobeerd [slachtoffer 2] (primair) van het leven te beroven dan wel (subsidiair) zwaar te mishandelen door hem met een mes in de buik en/of in de rug en/of in de zij te steken. Meer subsidiair is dit ten laste gelegd als mishandeling.

Feit 3: heeft geprobeerd [slachtoffer 3] (primair) zwaar te mishandelen dan wel (subsidiair) hem heeft mishandeld door hem met een mes in het been te steken.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard. De officier van justitie heeft tevens gevorderd de verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging, nu verdachte heeft gehandeld uit noodweer.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, nu verdachte een beroep op noodweer dan wel noodweerexces toekomt.

3.3

Het oordeel van de rechtbank1

[slachtoffer 1]2 verklaarde op 18 oktober 2015 - zakelijk weergegeven - als volgt:

Op 18 oktober 2015 bevond ik mij op het woonwagenkamp. Op een gegeven moment hoorde ik geschreeuw en gescheld. Ik ben vervolgens gaan kijken wat er aan de hand was. Ik zag dat [verdachte] aan het schreeuwen was en dat ze met haar handen aan het zwaaien was. Mijn broer [slachtoffer 2] kwam ook aan. Ik zag dat [verdachte] het mes linksonder in zijn buik stak. Nadat mijn broer door [verdachte] gestoken was probeerde ik het mes van [verdachte] af te pakken. Ik zag dat [slachtoffer 3] op de grond lag te bloeden. Ik voelde ter hoogte van mijn rug een natte plek ontstaan. Ik zag dat ik bloed aan mijn hand had. Ik ben naar het ziekenhuis gegaan. Daar vertelde de arts me dat ik een steekwond had. Het doet veel pijn.

Bij [slachtoffer 1] werd een oppervlakkige snijwond van 2 centimeter lang op de rug (links) waargenomen.3

[slachtoffer 2]4 verklaarde op 18 oktober 2015 - zakelijk weergegeven - als volgt:

Ik ben woonachtig aan het [adres slachtoffer 2] . Ik hoorde buiten een hoop tumult en ging kijken wat er aan de hand was. Toen ik buiten kwam zag ik dat [verdachte] op het kamp stond. Ik hoorde dat [verdachte] aan het schreeuwen was. Er stonden meerdere mensen buiten op het kamp. Ik liep op [verdachte] af. Ik zag dat [verdachte] een mes in de hand had. Ze stak mij hiermee in mijn buik. Ik voelde hierop pijn. Ik zag dat [verdachte] wild om zich heen aan het steken was en aan het zwaaien was met haar armen. Ik werd nogmaals gestoken, maar dan in mijn rug.

[slachtoffer 2]5 verklaarde voorts op 19 oktober 2015 nog dat de snijwonden aan zijn rug en linkerzijde van zijn buik in het ziekenhuis zijn gehecht.

Bij [slachtoffer 2] werd een abdominale wond van 5 centimeter linker onderquadrant en een abdominale wond van 2 centimeter midden in de onderbuik waargenomen.6

[slachtoffer 3]7 verklaarde op 18 oktober 2015 - zakelijk weergegeven - als volgt:

Ik ben in het ziekenhuis geholpen aan een steekwond in mijn linker bovenbeen. [verdachte] was op het woonwagenkamp waar ik woon. Ik zag dat [verdachte] ruzie zocht met mijn nichtje [betrokkene 1] . Ik kwam tussen de ruzie in en voelde plots een flinke pijn in mijn linker bovenbeen. Ik voelde dat mijn been nat werd en dat er vocht langs mijn been af liep. Ik zag dat er bloed uit mijn bovenbeen spoot.

[slachtoffer 3]8 verklaarde op 21 oktober 2015 - zakelijk weergegeven - als volgt:

Ik hoorde: “ [slachtoffer 2] is gestoken en [slachtoffer 1] is gestoken”. Dat zijn broers en die heten [familienaam slachtoffer 1 en 2] . Ik heb het mes bij [verdachte] in haar hand gezien toen ik achteruitliep nadat ze mij gestoken had met dat mes. Er waren een stuk of 6 à 7 man bij betrokken waaronder [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] en [betrokkene 2] .

Bij [slachtoffer 3] werd een dwarse steekwond van ongeveer 2 centimeter op zijn linker bovenbeen waargenomen.9

[betrokkene 2]10 verklaarde op 19 oktober 2015 - zakelijk weergegeven - als volgt:

Ik was op 18 oktober 2015 in onze woonwagen op het adres [adres betrokkene 2] . Ik ben naar buiten gegaan. Ik zag dat [verdachte] aan de deur van de woonwagen van mijn dochter aan het kloppen was. Ik heb gezien dat [verdachte] met het mes in de lies van [slachtoffer 3] stak. [slachtoffer 3] raakte gewond. Ik heb gezien dat mijn zwager [slachtoffer 1] door [verdachte] in zijn rug werd gestoken. [slachtoffer 1] ging toen voelen aan zijn rug wat er aan de hand was. In die tijd heeft [verdachte] [slachtoffer 2] met het mes gestoken. Ik zag dat [verdachte] [slachtoffer 2] met het mes in zijn rug en in zijn buik stak.

Verdachte verklaarde ter terechtzitting - zakelijk weergegeven - onder meer als volgt:

Ik ben op 18 oktober 2015 naar het [straatnaam] in Geleen gegaan. Ik ben naar de woonwagen van mijn ex gelopen om daar een televisie op te halen, waarvan we hadden afgesproken dat ik die zou krijgen. Toen ik daar aankwam stormde [betrokkene 2] op me af met een honkbalknuppel in zijn handen. Hij sloeg me met die knuppel op mijn hoofd en in mijn gezicht. Het bloed liep over mijn gezicht en ik kon niet goed meer zien. Ik heb geschreeuwd. Toen zag ik een aantal bewoners van het kamp staan. Ik heb de politie gebeld, maar kon niet met ze spreken, omdat ik vervolgens door 6 of 7 man werd aangevallen. Ik ben toen op de grond terechtgekomen. Ik werd flink geslagen en geschopt en heb op de grond gevoeld in de hoop iets te vinden om mij te verdedigen. Ik heb iets van de grond gepakt en heb daar vervolgens mee in het rond gezwaaid. Ik weet niet wat ik van de grond heb gepakt. Uiteindelijk kon ik wegkomen en ben ik naar het ziekenhuis gegaan.

Overwegingen

Betrokkenheid verdachte

Gelet op bovenstaande bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte degene is geweest die de verwondingen bij [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft veroorzaakt en dat dit met een mes is gebeurd. Daartoe overweegt de rechtbank dat uit de bewijsmiddelen volgt dat er op 18 oktober 2015 in de gemeente Sittard-Geleen een ruzie heeft plaatsgevonden waarbij alle drie de slachtoffers gewond zijn geraakt en dat deze verwoningen zijn toegebracht door verdachte, terwijl zij met een mes stond te zwaaien.

Poging tot doodslag, poging tot zware mishandeling of mishandeling?

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft geprobeerd de slachtoffers van het leven te beroven dan wel zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Niet vastgesteld kan worden op welke wijze verdachte het mes heeft gehanteerd. Verdachte heeft met het mes rondgezwaaid, maar van enig doelgericht steken is niet gebleken. Uit deze gedraging kan niet het opzet op de dood of zwaar lichamelijk letsel worden afgeleid. Daarbij komt dat uit het dossier blijkt dat het gehanteerde mes een aardappelschilmesje was, met een lemmet van 8,5 cm. De rechtbank acht de kans dat de slachtoffers door het rondzwaaien met een mes met een lemmet van 8,5 centimeter dodelijk konden worden getroffen of zwaar lichamelijk letsel zouden bekomen weliswaar aanwezig is, maar alleen onder zeer specifieke omstandigheden. Van dergelijke specifieke omstandigheden is in casu echter niet gebleken. Hierdoor is de kans op de dood dan wel op zwaar lichamelijk letsel niet aanmerkelijk geweest. De rechtbank zal verdachte hiervan dan ook vrijspreken.

De rechtbank acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de slachtoffers heeft mishandeld.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

1.

op 18 oktober 2015 in de gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk mishandelend [slachtoffer 1] met een mes in de rug heeft gestoken, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

2.

op 18 oktober 2015 in de gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk mishandelend [slachtoffer 2] met een mes in de buik en in de rug heeft gestoken, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

3.

op 18 oktober 2015 in de gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk mishandelend [slachtoffer 3] met een mes in het been heeft gestoken, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op:

1 meer subsidiair, 2 meer subsidiair en 3 subsidiair: mishandeling, strafbaar gesteld bij artikel 300 Wetboek van Strafrecht.

De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat er sprake is van noodweer.

De rechtbank stelt voorop dat in dit geval voor een geslaagd beroep op noodweer vast moet komen te staan dat er sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van verdachtes lijf, dan wel een onmiddellijke dreiging daartoe, waarbij het noodzakelijk was dat verdachte zich verdedigde en waarbij de manier waarop zij zich verdedigde geboden was.

De rechtbank overweegt dat – zoals reeds gezegd – uit het dossier blijkt dat er op 18 oktober 2015 een ruzie heeft plaatsgevonden waarbij verdachte en de slachtoffers betrokken waren. De verklaringen die door de (familie van de) slachtoffers is afgelegd met betrekking tot het verloop van de ruzie en het aandeel van de verschillende partijen daarin komen op een aantal punten niet met elkaar overeen en zijn ook soms innerlijk tegenstrijdig. Zo verklaart aangever [slachtoffer 3] bijvoorbeeld eerst dat hij door verdachte werd gestoken toen hij tussen [betrokkene 2] en verdachte insprong (om de ruzie tussen beiden te sussen), terwijl hij later verklaart dat hij de wond heeft opgelopen toen hij verdachte bij zijn moeder wegtrok (omdat verdachte op haar toeliep). De rechtbank acht deze verklaringen derhalve inconsistent. Daarom zal zij - met de officier van justitie en de verdediging - bij de beoordeling van wat er nu precies is gebeurd uitgaan van de verklaring van verdachte. Deze verklaring wordt bovendien ondersteund door de verklaringen van de getuigen [getuigen] (vader en zoon) en [getuige] . De rechtbank hecht bovendien veel waarde aan hun verklaringen omdat zij noch tot de groep van de verdachte noch tot de groep van de slachtoffers behoren en aldus aangemerkt kunnen worden als onpartijdige getuigen. Bovendien is bij verdachte zelf ook letsel geconstateerd en dit letsel past bij haar beschrijving van de gebeurtenissen op 18 oktober 2015.

Uitgaande van de verklaring van verdachte zoals hierboven weergegeven is de rechtbank van oordeel dat er sprake was van een noodweersituatie, omdat verdachte werd geslagen met een honkbalknuppel en vervolgens werd aangevallen door 6 à 7 personen. Onder die omstandigheden is verdachte bij haar handelen gebleven binnen de grenzen van proportionaliteit. Dientengevolge acht de rechtbank het bewezen verklaarde niet strafbaar. De verdachte zal ter zake van het onder 1 meer subsidiair, 2 meer subsidiair en 3 subsidiair ten laste gelegde worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

5 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

5.1

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij:

  • -

    [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 3.119,93 ter zake feit 1;

  • -

    [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 3.749,88 ter zake feit 2;

  • -

    [slachtoffer 3] vordert een schadevergoeding van € 989,50 ter zake feit 3.

De rechtbank overweegt dat zij in het kader van een ontslag van alle rechtsvervolging juridisch gezien dient te beoordelen of en in welke mate eigen schuld van de benadeelde partijen aan de orde is. De rechtbank is van oordeel dat deze beoordeling een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De rechtbank verklaart de benadeelde partijen daarom niet-ontvankelijk in hun vorderingen en bepaalt dat zij deze vorderingen bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen.

6 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van de onder 1 primair en subsidiair, 2 primair en subsidiair en 3 primair ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1 meer subsidiair, 2 meer subsidiair en 3 subsidiair bewezenverklaarde niet strafbaar en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging;

Benadeelde partijen

  • -

    bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet ontvankelijk is en dat de benadeelde partij de vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet ontvankelijk is en dat de benadeelde partij de vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet ontvankelijk is en dat de benadeelde partij de vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vorderingen gemaakt, begroot tot heden op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.E. Kessels, voorzitter, mr. C.A.M. Schaap-Meulemeester en mr. K.J.H. Hoofs, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Geene, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 2 augustus 2016.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging - ten laste gelegd dat

1.

zij op of omstreeks 18 oktober 2015 in de gemeente Sittard-Geleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal met een mes in de buik en/of in de rug en/of in de zij heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

zij op of omstreeks 18 oktober 2015 in de gemeente Sittard-Geleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal met een mes in de buik en/of in de rug en/of in de zij heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

zij op of omstreeks 18 oktober 2015 in de gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk mishandelend [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal met een mes in de buik en/of in de rug en/of in de zij heeft gestoken, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

zij op of omstreeks 18 oktober 2015 in de gemeente Sittard-Geleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 2] opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal met een mes in de buik en/of in de rug en/of in de zij heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

zij op of omstreeks 18 oktober 2015 in de gemeente Sittard-Geleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal met een mes in de buik en/of in de rug en/of in de zij heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

zij op of omstreeks 18 oktober 2015 in de gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk mishandelend [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal met een mes in de buik en/of in de rug en/of in de zij heeft gestoken, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3.

zij op of omstreeks 18 oktober 2015 in de gemeente Sittard-Geleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 3] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met dat opzet die [slachtoffer 3] meermalen, althans eenmaal met een mes in het been heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

zij op of omstreeks 18 oktober 2015 in de gemeente Sittard-Geleen opzettelijk mishandelend [slachtoffer 3] meermalen, althans eenmaal met een mes in het been heeft gestoken, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie-eenheid Limburg, proces-verbaalnummer 2015194048, gesloten d.d. 21 november 2015, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 275.

2 Proces-verbaal van aangifte d.d. 18 oktober 2015, pagina 154 en 155.

3 Een schriftelijk bescheid, te weten: een geneeskundige verklaring d.d. 18 december 2015, als bijlage gevoegd bij het onder 1 genoemde proces-verbaal.

4 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 18 oktober 2015, pagina 130.

5 Proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 19 oktober 2015, pagina 151 tot en met 153.

6 Een schriftelijk bescheid, te weten: een geneeskundige verklaring d.d. 29 oktober 2015, pagina 233.

7 Proces-verbaal van aangifte d.d. 18 oktober 2015, pagina 128-129.

8 Proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 21 oktober 2015, pagina 237 tot en met 241.

9 Een schriftelijk bescheid, te weten: een geneeskundige verklaring d.d. 2 november 2015, pagina 230.

10 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 19 oktober 2015, pagina 145 tot en met 147.