Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:5428

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
24-06-2016
Datum publicatie
24-06-2016
Zaaknummer
03/700122-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht bewezen dat verdachte met zijn partner een drugslijn runde, de zogenaamde ‘Zwitsal-drugslijn’, die betrekking had zowel op soft- als op harddrugs gedurende een periode van 6 respectievelijk 3 maanden. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/700122-16

Verstek

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 24 juni 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

zonder bekende woon- of verblijfplaats.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 10 juni 2016. Tegen de verdachte is verstek verleend. De officier van justitie heeft haar standpunt kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

  1. gedurende zes maanden softdrugs (hasjiesj, hennep en psilocybine en/of psilocine) heeft verhandeld;

  2. softdrugs (psilocybine en/of psilocine, hennep en hasjiesj) in bezit heeft gehad;

  3. gedurende drie maanden harddrugs (cocaïne, GHB, MDMA, amfetamine, mefedron, LSD, DMT en 2CB) heeft verhandeld;

  4. harddrugs (cocaïne, GHB, MDMA, amfetamine, mefedron, LSD, DMT, 2CB, MDMA) in bezit heeft gehad.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle feiten, maar daarbij opgemerkt dat de periode van feit 1 verkort dient te worden tot 3 maanden, namelijk vanaf 26 november 2015.

3.2

Het standpunt van de verdachte

Verdachte heeft verklaard samen met medeverdachte [medeverdachte] gedurende twee maanden softdrugs verhandeld te hebben, alsmede incidenteel harddrugs, maar dat de aangetroffen harddrugs vooral voor eigen gebruik was.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Vrijspraak feiten 2 en 4

De rechtbank zal, hoewel verdachte bekend heeft soft- en harddrugs in de woning aanwezig gehad te hebben, verdachte vrijspreken van feiten 2 en 4. De woning aan het [adres] ligt immers in de plaats en gemeente Heerlen, terwijl aan verdachte ten laste is gelegd het aanwezig hebben van die drugs in de gemeente Landgraaf. Nu zulks niet wettig en overtuigend is te bewijzen en dit overigens ook niet als een onmiddellijk kenbare fout of verschrijving is te interpreteren, dient vrijspraak te volgen.

De Zwitsal-drugslijn

Verdachte wordt onder de feiten 1 en 3 verweten samen met medeverdachte [medeverdachte] zowel soft- als harddrugs verhandeld te hebben. Uit het dossier blijkt van de volgende feiten en omstandigheden.

Verdachte verklaarde – zakelijk weergegeven – als volgt:

U vraagt mij naar het verkopen van wiet. Ik doe dat samen met mijn vriend [medeverdachte] . Wij worden gebeld op het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Ik kreeg daarop WhatsApp-berichten zoals: “Kun je effe langskomen op dat en dat adres 20 euro.” Ik weet dan waar wij naartoe moeten en dat die klant voor 20 euro wiet wilt kopen. Wij leveren voor 20 euro 2,7 à 2,8 gram netto wiet. Soms geef ik de wiet af, maar meestal [medeverdachte] . [medeverdachte] rijdt altijd, want ik heb geen rijbewijs. Voordat ik werd aangehouden heb ik op twee of drie adressen wiet verkocht, zakjes van 20 euro. In de woning op het Herculespad (9, te Heerlen) liggen paddo’s, wiet, GHB, XTC-tabletten, cocaïne, speed, hasj, MDMA en 4 LSD-zegels.2

Het is begonnen in mijn vriendenkring, daarna hebben die vrienden onze namen verspreid. Soms hadden we twee of drie klanten per dag en soms zeven of acht. Ik krijg WhatsApp-berichten en daarin staat dan een straat of huisnummer en de hoeveelheid die we moeten brengen. Ik verkoop de drugs bij de mensen binnen, als het niet anders gaat op een openbare plaats en af en toe in de auto. Een voorbeeld is een grote parkeerplaats bij het casino in Landgraaf. De wiet ligt bij mij en [medeverdachte] thuis op het [adres] in Heerlen.3

Ik heb nooit specifiek harddrugs ingekocht voor de verkoop, maar wel wat pilletjes verkocht.4

Medeverdachte [medeverdachte] verklaarde – zakelijk weergegeven – als volgt:

Ik denk dat u in mijn woning ( [adres] te Heerlen) cocaïne, XTC-pillen, wiet, hasj, speed, GHB, MDMA, LSD en paddo’s heeft aangetroffen. In mijn telefoon staan inderdaad deal-berichten waarin gevraagd wordt om harddrugs. Ik verkoop XTC en cocaïne. De verkoop van harddrugs is iets van de laatste twee maanden.5

Ik verkoop naast de hennep voor mijn vader ook hennep voor mijzelf. Ik weet niet hoeveel klanten, een klant of acht per dag? En dan 10 of 20 euro per klant voor 1,3 of 2,8 gram. Ik weet dat ik op 100 gram 40 euro verdien. En dan heb ik het puur en alleen van de verkoop aan mijn klanten. [verdachte] doet met mij de kleine partijen wiet. Wij verkopen eigenlijk geen harddrugs; alleen aan vrienden. Als vrienden iets nodig hebben dan appen ze dat wel, maar daar verdienen we niks op.6

[getuige 1] 7, wonend in Heerlen, verklaarde – zakelijk weergegeven – als volgt: Ik heb de wietlijn Zwitsal met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] ongeveer twee weken geleden via een vriend van mij, [getuige 2] , gekregen. Hij bestelt altijd cocaïne, wiet en ketamine bij deze mensen en ik weet dat [getuige 2] ongeveer een jaar bij hun bestelt. Ik heb zelf twee keer voor 20 euro wiet besteld bij de Zwitsal taxi. In een zakje zit dan 2,8 gram witsoort wiet. Ik heb ze beide keren ge-sms’t op nummer [telefoonnummer 1] . Hierna kreeg ik dan een sms’je terug en kwamen ze meestal binnen 40 minuten de wiet bij mij thuis brengen. De wiet die ik kocht bij Zwitsal taxi is zeer krachtig en werkt goed. Ik merk echt meteen een effect en dit bleef lang werken.

[getuige 2] 8, wonend in Heerlen, verklaarde – zakelijk weergegeven – als volgt: Ik ken [medeverdachte] uit de Splash, al zeker 5 tot 6 jaar. Zijn vriend [verdachte] ken ik al een tijdje langer. Ik weet dat [medeverdachte] al dealde in de tijd dat ik hem nog ken van de Splash, dit is al zeker 5 jaar. Op de site [naam] .nl zag ik op een gegeven moment een reclame van [verdachte] , een dealer die zich Zwitsal noemde. Ze maakten toen onder andere reclame voor wiet, ketamine, speed, cocaïne en andere drugs. Dit is ongeveer twee maanden geleden. Sindsdien koop ik ook de drugs bij drugslijn Zwitsal. [verdachte] en [medeverdachte] hadden ook hun foto bij de reclame van Zwitsal. Zo wist ik dus dat [verdachte] en [medeverdachte] onder de naam Zwitsal dealden. Meestal kwam [medeverdachte] de drugs brengen, soms ook [verdachte] . Ik heb een aantal keren wiet, ketamine en cocaïne gekocht. Ik denk in totaal zeker 25 keer. De drugs waren goed en werkten altijd. Ik appte naar het telefoonnummer [telefoonnummer 2] dat in gebruik was bij [medeverdachte] en [verdachte] .

[getuige 3] 9, wonend in Kerkrade, verklaarde – zakelijk weergegeven – als volgt: Zwitsal is een wiettaxi die ik wel eens gebruikt heb, het nummer is [telefoonnummer 1] . Ik heb het nummer een half jaar geleden gekregen via een visite kaartje. Ik bestelde regelmatig wiet bij Zwitsal en sprak via WhatsApp dan de locatie McDonalds Kerkrade af. Ik heb ongeveer 10 tot 15 keer gekocht bij Zwitsal, telkens voor 20 euro en meestal was het goede kwaliteit en had het een goed effect. Ik kreeg vaker via WhatsApp een overzicht toegestuurd van wat ze allemaal verkochten. Daar stonden dan softdrugs, maar ook harddrugs tussen. Als ik bestelde kwamen altijd dezelfde jongens de wiet brengen. Een van de jongens heet [medeverdachte] .

[getuige 4] 10, wonend in Heerlen, verklaarde – zakelijk weergegeven – als volgt: Ik ken de drugstaxi Zwitsal wel, deze werd gerund door mijn achterneef [medeverdachte] en zijn vriend [verdachte] . Ongeveer twee maanden geleden kreeg ik een WhatsApp-bericht van [verdachte] , de vriend van [medeverdachte] . Ik zag dat de WhatsApp-afbeelding een Zwitsal-logo was. Ik zag dat in dat bericht stond dat ze drugs verkochten en zag een soort menukaart met welke drugs ze verkochten. Ik zag dat hierin stond dat ze amfetamine, cocaïne, wiet en bijna alle andere soorten drugs verkochten. Sommige drugs kende ik zelfs niet eens. Ik heb sinds ongeveer twee maanden een keer of vier cocaïne gekocht bij hun. Ik kocht een halve gram cocaïne per keer.

[getuige 5] 11, wonend in Hoensbroek, verklaarde – zakelijk weergegeven – als volgt: Ik heb het nummer [telefoonnummer 2] in mijn telefoon staan onder de naam ‘pepweed kerkrade.’ Ik weet dat een jongen [medeverdachte] daarvan de dealer was. Ik heb het nummer ongeveer twee á drie maanden geleden gekregen en ik wist dat ze pep en wiet verkochten. Met pep bedoel ik speed. Ik heb in die twee á drie maanden ongeveer vier keer speed besteld bij [medeverdachte] , ik betaalde 20 euro voor drie á vier gram. Ook heb ik één keer wiet besteld bij [medeverdachte] voor 20 euro. De speed was geen goede kwaliteit, maar werkte wel als speed.

[getuige 6] 12, wonend in Heerlen, verklaarde – zakelijk weergegeven – als volgt: Ik heb ongeveer drie maanden geleden een telefoonnummer gekregen van twee jongens genaamd Zwitsal. Ik heb in die drie maanden drie keer vijf pillen gekocht. Hij stuurde eens in de zoveel tijd een bericht met wat hij allemaal te koop had. Ik bestel ook wel eens voor vrienden en dan hoofdzakelijk wiet en cocaïne. Het telefoonnummer van Zwitsal is [telefoonnummer 2] en het nieuwe nummer is [telefoonnummer 1] .

Bij de verklaring van [getuige 6] zijn gevoegd diverse afbeeldingen van zogenaamds WhatsApp-chats. Foto’s 6 en 7 tonen een bericht waarin de naam Zwitsal gelinkt wordt aan het telefoonnummer [telefoonnummer 2] en waarin een menu staat met daarin onder meer wiet, hasj, MDMA, XTC, 2CB, Pep en GHB.13

Overwegingen van de rechtbank

Uit hun eigen verklaringen in combinatie met de verklaringen van diverse getuigen blijkt dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] een zogenaamde drugslijn had, die bekend was onder de naam Zwitsal. Zij verkochten in elk geval hennep. Blijkens de verklaring van getuige [getuige 3] deden zij dit al een half jaar, zoals ook ten laste gelegd. Verder verklaarden verdachten, weliswaar incidenteel, harddrugs te verkopen, namelijk pillen, xtc en cocaïne. Uit de verklaringen van getuigen [getuige 2] , [getuige 4] , [getuige 5] en [getuige 6] blijkt dat verdachten cocaïne, speed (amfetamine), en pillen (de rechtbank begrijpt 2CB of MDMA, welke drugs als pillen bestaan) aanboden en verkochten. Zulks blijkt ter illustratie ook uit de verzonden ‘menukaart’ die bovendien hun drugslijn koppelt aan telefoonnummer [telefoonnummer 2] , die weer door getuige [getuige 6] gekoppeld wordt aan het door verdachte genoemde nummer [telefoonnummer 1] .

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachten [verdachte] en [medeverdachte] gezamenlijk hennep en diverse soorten harddrugs verhandeld hebben gedurende zes respectievelijk drie maanden. Daarmee concludeert zij tot (gedeeltelijke) bewezenverklaring van de feiten 1 en 3.

Wat betreft de overige op feit 1 (hasjiesj) en feit 3 (GHB, mefedron, LSD en DMT) vermelde drugs geldt dat de ‘menukaart’ weliswaar indiceert dat verdachten die ook verkochten, maar nu uit het dossier niet blijkt dat zij die ook daadwerkelijk verkocht hebben, zal verdachte van die onderdelen vrijgesproken worden.

Wat betreft het verwijt dat verdachte eveneens -kort gezegd- paddo’s verkocht, overweegt de rechtbank als volgt. De officier van justitie heeft gevorderd om de tenlastelegging zodanig te wijzigen dat het woord ‘paddo’s’ wordt vervangen door ‘psilocybine en/of psilocine’. Hoewel, mede gelet op de inhoud van het dossier, verondersteld kan worden dat de officier van justitie heeft bedoeld ten laste te leggen ‘paddenstoelen die van nature de stof psilocine en/of psilocybine bevatten’, vat de rechtbank de gewijzigde tenlastelegging niet als zodanig op. Het gaat hier naar het oordeel van de rechtbank niet om een onmiddellijk kenbare fout of verschrijving, te meer daar zowel psilocybine en psilocine afzonderlijk op lijst I van de Opiumwet staan vermeld. Nu er geen bewijs is dat verdachte de stoffen psilocybine en psilocine heeft verhandeld dan wel aanwezig heeft gehad, wordt verdachte van dit onderdeel van feit 1 vrijgesproken.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht ten laste van verdachte bewezen dat:

1.hij (meermalen) in de periode van 26 augustus 2015 tot en met 25 februari 2016, in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, een hoeveelheid hennep, zijnde hennep, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

3.hij (meermalen) in de periode van 26 november 2015 tot en met 25 februari 2016, in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende

 cocaïne en

 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA) of 4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine (2CB) en

 amfetamine

zijnde cocaïne en 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA) en 4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine (2CB) en amfetamine, middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

1. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

3. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 14 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

6.2

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf zal de rechtbank letten op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft samen met zijn vriend zowel hennep als diverse soorten harddrugs verhandeld gedurende zes respectievelijk drie maanden. Deze handel rechtvaardigt een langdurige gevangenisstraf, vooral gelet op de gevaren van de harddrugs. De handel in beide soorten drugs wordt niet voor niets met forse straffen bedreigd, zoals enerzijds blijkt uit de Opiumwet en anderzijds uit de jurisprudentie en de landelijke Oriëntatiepunten straftoemeting. Alleen al softdrugs kunnen immers op lange termijn aanzienlijke negatieve gevolgen hebben voor het functioneren van gebruikers, nog los van het verslavende karakter. Bovendien zijn softdrugs ook regelmatig een opstap gebleken naar het gebruik van harddrugs, dat nog ernstigere gevolgen heeft voor de volksgezondheid. Bovendien gaat het gebruik van diverse soorten drugs, mede mogelijk gemaakt door de handel van verdachte, vaak gepaard met andersoortige criminaliteit. Verdachte heeft aangetoond lak te hebben aan al die schadelijke en negatieve gevolgen en heeft laten zien enkel oog te hebben gehad voor geldelijk gewin. Dit behaalde hij vervolgens door zeer doortastend een klantenkring via WhatsApp op te bouwen, waarbij zelfs een zogenaamde ‘menukaart’ werd verspreid met daarop alle beschikbare soft- en harddrugs.

Mede gelet op de landelijke Oriëntatiepunten straftoemeting is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 10 maanden gerechtvaardigd is, gebaseerd op 6 maanden voor de harddrugshandel en 4 maanden voor de hennephandel.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat ook nog een voorwaardelijke straf opgelegd dient te worden, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte is nog relatief jong en is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten. Bovendien heeft verdachte tot op heden niet getoond verantwoordelijkheid te nemen. Hij heeft weliswaar deels openheid van zaken gegeven, maar is sinds zijn vrijlaten niet meer traceerbaar voor reclassering en anderen. Ter voorkoming van recidive door de algemene voorwaarde geen strafbare feiten te plegen, is de rechtbank van oordeel dat een voorwaardelijk strafdeel van 4 maanden gerechtvaardigd is.

De rechtbank zal verdachte dan ook veroordelen tot een gevangenisstraf van 14 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. De rechtbank realiseert zich dat zij hiermee de eis van de officier van justitie in verhouding te boven gaat, nu de officier van justitie tot 14 maanden bij een uitgebreide bewezenverklaring en een proeftijd van 2 jaren concludeerde. De rechtbank acht echter een veroordeling tot een gevangenisstraf van 14 maanden bij een gedeeltelijke bewezenverklaring van de tenlastelegging evenwel gerechtvaardigd gezien de ernst van de feiten en de persoon van verdachte. .

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van de feiten 2 en 4;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart de feiten 1 en 3 bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor de feiten 1 en 3 tot een gevangenisstraf van 14 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.J.H. Hoofs, voorzitter, mr. Th.A.J.M. Provaas en

mr. P.M.S. Dijks, rechters, in tegenwoordigheid van mr. O.A.G. Corten, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 24 juni 2016.

Buiten staat

mr. K.J.H. Hoofs, mr. Th.A.J.M. Provaas en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging – ten laste gelegd dat:

1.hij (meermalen) in of omstreeks de periode van 26 augustus 2015 tot en met 25 februari 2016, in de gemeente Landgraaf, in elk geval in Nederland,(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (telkens) een hoeveelheid hasjiesj en/of hennep en/of psilocybine en/of psilocine, zijnde hasjiesj en/of hennep en/of psilocybine en/of psilocine, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

art. 3 ahf/ond B Opiumwet

art. 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art. 11 lid 2 Opiumwet

2.hij op of omstreeks 26 februari 2016, in de gemeente Landgraaf, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer

 8,7 8,7 gram psilocybine en/of psilocine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende psilocybine en/of psilocine, en/of

 8,7 87 gram hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram bevattende hennep en/of

 8,7 148 gram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram bevattende hasjiesj,

zijnde psilocybine en/of psilocine en/of hennep en/of hasjiesj een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

art. 3 ahf/ond C Opiumwet

art. 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art. 11 lid 2 Opiumwet

3.hij (meermalen) in of omstreeks de periode van 26 november 2015 tot en met 25 februari 2016, in de gemeente Landgraaf, in elk geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende

 cocaïne en/of

 4-hydroxyboterzuur (GHB) en/of

 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA) en/of

 amfetamine en/of

 4-methylmethcathinon (mefedron) en/of

 lysergide (LSD) en/of

 N,N-dimethyltryptamine (DMT) en/of

 4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine (2CB)

zijnde cocaïne en/of 4-hydroxyboterzuur (GHB) en/of 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA) en/of amfetamine en/of 4-methylmethcathinon (mefedron) en/of lysergide (LSD) en/of N,N-dimethyltryptamine (DMT) en/of 4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine (2CB) (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art. 2 ahf/ond B Opiumwet

art. 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art. 10 lid 4 Opiumwet

4.hij op of omstreeks 26 februari 2016, in de gemeente Landgraaf tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer

 8 8 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of

 8 487 gram 4-hydroxyboterzuur (GHB), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-hydroxyboterzuur en/of

 8 12,9 gram 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 3,4-methyleendioxymethamfetamine en/of

 8 50 gram amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of

 8 3,8 gram 4-methylmethcathinon (mefedron), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-methylmethcathinon en/of

 8 0,10 gram lysergide (LSD), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende lysergide en/of

 8 0,50 gram N,N-dimethyltryptamine (DMT), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende N,N-dimethyltryptamine en/of

 8 31 pillen 4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine (2 CB), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine en/of

 8 38 pillen 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 3,4-methyleendioxymethamfetamine,

zijnde 4-hydroxyboterzuur en/of 3,4-methyleendioxymethamfetamine en/of amfetamine en/of 4-methylmethcathinon en/of lysergide en/of 4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine en/of N,N-dimethyltryptamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art. 2 ahf/ond C Opiumwet

art. 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art. 10 lid 3 Opiumwet

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie, eenheid Limburg, district Parkstad-Limburg, basisteam Heerlen, proces-verbaalnummer PL2300-2016035643, gesloten d.d. 14 april 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 435.

2 Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] d.d. 26 februari 2016, p. 130-132.

3 Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] d.d. 28 februari 2016, p. 133-137.

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] (toetsing inverzekeringstelling en vordering inbewaringstelling) d.d. 29 februari 2016, p. 120-121.

5 Proces-verbaal verhoor [medeverdachte] d.d. 26 februari 2016, p. 42-46.

6 Proces-verbaal verhoor [medeverdachte] d.d. 28 februari 2016, p. 47-50.

7 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] d.d. 2 maart 2016, p. 239-240.

8 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] d.d. 3 maart 2016, p. 241-242.

9 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] d.d. 3 maart 2016, p. 243-244.

10 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] d.d. 8 maart 2016, p. 245-246.

11 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 5] d.d. 9 maart 2016, p. 249-250.

12 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 6] d.d. 2 maart 2016, p. 251-252.

13 Proces-verbaal ‘Fotomap printscreens WhatsApp getuige [getuige 6] ’ d.d. 3 maart 2016, p. 253-262.