Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:5346

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
23-03-2016
Datum publicatie
23-06-2016
Zaaknummer
C/03/209967 / HA ZA 15-472
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vonnis over de persoonlijke aansprakelijkheid van een faillissementscurator.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/1798
NJ 2016/391
INS-Updates.nl 2016-0241
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/209967 / HA ZA 15-472

Vonnis van 23 maart 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap

PEARSON BENELUX B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer,

tegen

[gedaagde] ,

wonend te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. D. Knottenbelt.

Partijen zullen hierna Pearson en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de rolbeschikking waarbij een comparitie van partijen is bepaald

  • -

    de akte van Pearson met aanvullende producties

  • -

    het bezwaar van [gedaagde] tegen de indiening van de aanvullende producties

  • -

    de reactie van Pearson op het bezwaar van [gedaagde]

  • -

    de brieven van de griffier van de rechtbank aan partijen

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 18 januari 2016

  • -

    de brief van 29 januari 2016 van Pearson

  • -

    de brief van 8 februari 2016 van de griffier van de rechtbank.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Pearson, tevens handelend onder de naam Pearson Education Benelux, heeft als uitgeverij diverse boeken geleverd aan Libridis Nederland B.V. (nader te noemen: Libridis), die op 23 mei 2012 is gefailleerd. [gedaagde] is benoemd tot curator in het faillissement van Libridis.

2.2.

In de voorraad van Libridis zaten ten tijde van het faillissement meer dan één miljoen boeken:

  • -

    ongeveer 730.000 boeken afkomstig van het Centraal Boekenhuis (nader te noemen: CB)

  • -

    ongeveer 130.000 boeken die door 190 uitgevers bij het CB in consignatie waren gegeven (een van de consignatiegevers was Pearson Assessment B.V. (nader te noemen: Pearson Assessment), het zusterbedrijf van Pearson),

  • -

    ongeveer 325.000 boeken afkomstig uit de eigen voorraad van ongeveer 150 leveranciers, waaronder Pearson.

2.3.

[gedaagde] heeft in zijn hoedanigheid van curator een regeling getroffen met het CB ten aanzien van de boeken die van haar afkomstig waren en die bij haar in consignatie waren gegeven. De uitgevers waarvan boeken uit eigen voorraad bij Libridis stonden, hebben van [gedaagde] een brief gekregen waarbij aan hen drie keuzes werden gelaten (productie 3 bij dagvaarding), waarbij voor de eerste twee keuzes € 0,25 handlingskosten per boek in rekening zouden worden gebracht:

  1. de boeken ophalen,

  2. de boeken laten vernietigen,

  3. afstand doen van de boeken.

2.4.

Pearson heeft op het antwoordformulier van 22 januari 2014 keuze 1 (kort gezegd: teruggave) ingevuld (productie 4 bij dagvaarding).

2.5.

Pearson Assessment heeft op 28 januari 2014 een e-mail aan [gedaagde] gestuurd en daarin geschreven dat, aangezien ophalen en vernietigen beide € 0,25 per boek kost, ze de boeken liever ophalen (productie 6 bij dagvaarding). [gedaagde] heeft vervolgens geantwoord dat hij hun keus zal veranderen van 1 naar 2 (productie 7 bij dagvaarding). Hierop heeft Pearson Assessment niet meer gereageerd.

2.6.

Naar aanleiding van de e-mail van Pearson Assessment van 28 januari 2014 heeft [gedaagde] de keus van Pearson in de administratie door een faillissementsmedewerker laten veranderen van 1 naar 2, dus van teruggeven naar vernietigen.

2.7.

Op 11 april 2014 heeft Pearson Assessment een e-mail gestuurd aan de faillissementsmedewerker waarin staat dat aan haar een factuur is gestuurd gericht aan Pearson Education (de handelsnaam van Pearson, zie 2.1.) met de vraag voor wie de factuur bedoeld is. Op 25 april 2014 heeft Pearson Assessment per e-mail geschreven dat zij nog geen reactie heeft ontvangen. Op 23 april en 13 mei 2014 heeft de faillissementsmedewerker Pearson Assessment per e-mail aangemaand te betalen waarop Pearson Assessment bij e‑mail van 13 mei 2014 heeft geantwoord dat zij nog niet heeft betaald omdat nog geen reactie is gegeven op haar eerdere e-mails (productie 14 bij dagvaarding).

2.8.

Naar aanleiding van deze laatste e-mail heeft de faillissementsmedewerker ontdekt dat er een vergissing was gemaakt met betrekking tot de boeken van Pearson. Toen de faillissementsmedewerker vervolgens naar Libridis is gegaan bleken de boeken van Pearson, op ongeveer 340 stuks na, reeds te zijn vernietigd (productie 5 bij dagvaarding).

2.9.

Pearson heeft de failliete boedel en [gedaagde] in de hoedanigheid van curator aansprakelijk gesteld (productie 10 bij dagvaarding). [gedaagde] heeft als curator de aansprakelijkheid van de boedel erkend maar heeft tevens meegedeeld dat niet te verwachten is dat de boedel over voldoende activa beschikt.

3 Het geschil

3.1.

Pearson vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht zal verklaren dat [gedaagde] niet alleen in zijn hoedanigheid van curator maar ook pro se tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen en/of onrechtmatig heeft gehandeld jegens Pearson, voor recht zal verklaren dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door Pearson hierdoor geleden schade en Pearson zal veroordelen tot betaling van deze schade, nader op te maken bij staat, de buitengerechtelijke incassokosten, de proceskosten en de nakosten.

3.2.

Pearson legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. [gedaagde] is niet alleen als curator maar ook persoonlijk aansprakelijk omdat hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Hij heeft namelijk de instructie van Pearson niet opgevolgd, de doorgegeven wijziging van Pearson Assessment niet opgevolgd en de foutief gewijzigde instructie van Pearson Assessment toegepast op de boeken van Pearson. Bovendien heeft zijn faillissementsmedewerker de door [gedaagde] fout doorgegeven keuze van Pearson Assessment ingevoerd bij Pearson en niet voortvarend genoeg gereageerd op de e-mails van Pearson Assessment van 11 en 25 april (zie 2.7.) waardoor de fout niet op tijd is ontdekt. De interne organisatie had, gelet op de grote belangen van de uitgevers en de complexiteit van de afwikkeling van het faillissement, beter vormgegeven moeten worden.

3.3.

[gedaagde] voert het volgende verweer. Er is een misverstand ontstaan omdat Pearson Assessment liet weten haar keuze te willen veranderen, terwijl Pearson Assessment nooit was gevraagd om een keuze te maken aangezien met betrekking tot haar boeken al een regeling was getroffen (zie 2.3). Vandaar dat de failissementsmedewerker de keuze, die weliswaar door [gedaagde] fout was doorgegeven, in haar master-bestand, waarin Pearson Assessment niet stond opgenomen, bij Pearson heeft ingevoerd. Toen zij erachter kwam, is zij naar het magazijn gegaan, maar toen was het al te laat. Zij heeft dus wel voortvarend genoeg gehandeld, waarbij overigens geldt dat een curator alleen persoonlijk aansprakelijk kan zijn voor zijn eigen handelen, niet voor dat van hulppersonen. De fout van [gedaagde] beperkt zich tot het verkeerd doorgeven van de keus van Pearson Assessment aan de faillissementsmedewerker. Een ongelukkige vergissing. Geen fout waarvan hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Voor het aannemen van persoonlijke aansprakelijkheid van een curator geldt een bijzondere norm die meebrengt dat hij minder snel persoonlijk aansprakelijk zal zijn dan in hoedanigheid. Hij moet handelen zoals in redelijkheid mag worden verlangd van een over voldoende inzicht en ervaring beschikkende curator die zijn taak met nauwgezetheid en inzet verricht (de Maclou-norm). Wil hij persoonlijk aansprakelijk zijn dan zal hem een voldoende ernstig persoonlijk verwijt gemaakt moeten kunnen worden wat inhoudt dat hij gehandeld heeft terwijl hij het onjuiste van zijn handelen inzag dan wel redelijkerwijze behoorde in te zien (HR 16 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BU4204).

4.2.

De rechtbank oordeelt dat hiervan in deze zaak geen sprake is. [gedaagde] behoefde niet te voorzien dat een uitgever, die niet door hem was aangeschreven, toch een keus zou doorgeven/veranderen, laat staan dat die uitgever een naam had die makkelijk verward zou kunnen worden met een van de uitgevers die wel was aangeschreven. Weliswaar heeft hij de opdracht van Pearson Assessment verkeerd opgenomen, maar in principe heeft hij het risico voor een zodanig fout afgedekt door de te verrichten handeling (namelijk keus 1 veranderen naar 2) aan de aanvrager, in dit geval Pearson Assessment, te bevestigen. Hierop heeft hij echter ongelukkigerwijs geen reactie meer ontvangen. Eveneens ongelukkig is dat de faillissementsmedewerker niet eerder is toegekomen aan de behandeling van de e-mails van Pearson Assessment van 11 en 25 april (zie 2.7. en 2.8.), waarbij de rechtbank overigens in het midden laat of [gedaagde] persoonlijk aansprakelijk kan zijn voor het handelen en nalaten van zijn hulppersonen. Toen deze medewerker op 13 mei 2014 weer een e-mail van Pearson Assessment kreeg, heeft zij de fout bemerkt en is zij de volgende dag naar het magazijn van Libridis gegaan, maar toen was het kwaad al geschied (zie 2.9.). Hoe wrang het ook is dat Pearson, die met dit alles niets te maken had en hieraan niet debet was, hier de dupe van is geworden, dit houdt niet in dat [gedaagde] hiervan een voldoende ernstig persoonlijk verwijt gemaakt kan worden. Had de boedel over voldoende activa beschikt, dan had Pearson haar schade uit de boedel vergoed kunnen krijgen. Dat is helaas niet het geval. Dit brengt echter niet mee dat [gedaagde] Pearson dan uit eigen zak zou moeten betalen. De vordering zal worden afgewezen.

4.3.

Pearson zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure aan de zijde van [gedaagde] . Deze worden begroot op:

griffierecht: € 876,-

salaris advocaat: € 768,- (2 x tarief € 384,-)

totaal € 1.644,-

4.4.

De nakosten zullen worden toegewezen op de hierna te vermelden wijze.

5 De beslissing

De rechtbank,

5.1.

wijst het gevorderde af,

5.2.

veroordeelt Pearson in de proceskosten van [gedaagde] , begroot op € 1.644,-,

5.3.

veroordeelt Pearson, onder de voorwaarde dat zij niet binnen twee weken na aanschrijving door [gedaagde] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,- indien er geen betekening van de uitspraak plaatsvindt of € 199,- indien er wel betekening van de uitspraak plaatsvindt,

5.4.

verklaart de kostenveroordelingen onder 5.2. en 5.3. uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. Drenth en in het openbaar uitgesproken.

type: GD