Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:5240

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
15-06-2016
Datum publicatie
20-06-2016
Zaaknummer
03/995001-12
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2017:5150, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor medeplegen van belastingfraude en medeplegen van witwassen. De rechtbank ontleent het bewijs voor het medeplegen van belastingfraude aan een samenstel van omstandigheden.

Straf: gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/995001-12

Tegenspraak (gemachtigd raadsman)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 15 juni 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. L.E.M. Hendriks, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 1 juni 2016. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn raadsman, die laat weten door zijn cliënt gemachtigd te zijn. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: samen met een ander of anderen belastingfraude heeft gepleegd door op naam van anderen onjuiste aangiften voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen te doen, dan wel samen met een ander of anderen opzettelijk gebruik heeft gemaakt van deze valse of vervalste aangiften, dan wel samen met een ander aan een van deze feiten medeplichtig is geweest;

Feit 2: samen met een ander of anderen geld heeft witgewassen.

3 De voorvragen

3.1

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren ten aanzien van een gedeelte van feit 2. Hiertoe heeft de raadsman het volgende aangevoerd.

Onder feit 2 is tenlastegelegd het witwassen van een bedrag van 68.823 euro. Uit het dossier blijkt dat dit bedrag is opgebouwd uit drie bedragen, te weten:

  • -

    een bedrag van 21.101 euro voor ten onrechte ontvangen belastingteruggaven op eigen naam,

  • -

    een bedrag van 19.012 euro voor ten onrechte ontvangen belastingteruggaven op naam van derden, en

  • -

    een bedrag van 28.710 euro voor onbekende kasstortingen.

Nu de Belastingdienst aan de verdachte bestuurlijke boetes heeft opgelegd voor het doen van valse aangiften op zijn eigen naam, mag de verdachte niet strafrechtelijk worden vervolgd voor het witwassen van het bedrag van 21.101 euro dat hij naar aanleiding van die aangiften zou hebben ontvangen.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie niet in het geding is, omdat het doen van een valse belastingaangifte een ander feit is dan het witwassen van het geld dat door middel van die valse aangifte is verkregen.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank volgt de verdediging niet in haar standpunt. Hiertoe overweegt zij het volgende.

In artikel 243, lid 2, van het Wetboek van Strafvordering is bepaald dat indien ter zake van het feit waarvoor verdachte wordt vervolgd, aan deze een bestuurlijke boete is opgelegd, dit dezelfde rechtsgevolgen heeft als een kennisgeving van niet verdere vervolging. Het rechtsgevolg hiervan is, op grond van artikel 246, lid 1, van het Wetboek van Strafvordering, dat de strafzaak eindigt.

De vraag die de rechtbank in dit kader dient te beantwoorden is of het feit waarvoor aan de verdachte een bestuurlijke boete is opgelegd - de belastingfraude ten aanzien van de eigen aangiften - hetzelfde feit is als het witwassen van de opbrengst van deze fraude. Voor de beantwoording van deze vraag dient te worden onderzocht of de verwantschap tussen beide feiten van zodanige aard is, en tevens of deze feiten zijn begaan onder omstandigheden waaruit blijkt van een zodanig verband met betrekking tot de gelijktijdigheid van die gedragingen en de wezenlijke samenhang in het handelen en de schuld van de verdachte, dat artikel 243, lid 2, van het Wetboek van Strafvordering aan een vervolging voor het witwassen in de weg staat.

Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er een verschil tussen de aard van enerzijds belastingfraude en het witwassen van de opbrengsten van die fraude anderzijds. Het witwassen van de opbrengst vergt daarnaast (een) afzonderlijke handeling(en), volgend op de fraude. De rechtbank is dan ook van oordeel dat zowel het verschil in de juridische aard van de feiten als het verschil tussen de strafbare gedragingen dermate groot is dat geen sprake kan zijn van hetzelfde feit. Dit brengt mee dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn strafvervolging ten aanzien van het witwassen van het bedrag van 21.101 euro.

4 De beoordeling van het bewijs1

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de feiten 1 primair en 2 bewezen.

Ten aanzien van feit 1 primair

De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte dit feit heeft gepleegd tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte 1] . Zij heeft onder meer gewezen op de ingediende valse belastingaangiften, de verklaringen van diverse getuigen over deze valse aangiften en het aantreffen in de woning van de verdachten van een trolleytas met daarin documenten op naam van onder meer de personen op naam van wie valse aangifte is gedaan met daarop aantekeningen die terug te vinden zijn in die aangiften.

De officier van justitie heeft voorts naar voren gebracht dat het door de verdachten aangedragen alternatieve scenario dat ene [medeverdachte 2] de onjuiste aangiften heeft ingevuld, niet [verdachte] onderbouwd is.

Ten aanzien van feit 2

De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte dit feit heeft gepleegd tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte 1] . Het witgewassen bedrag bestaat volgens de officier van justitie uit stortingen van de Belastingdienst naar aanleiding van de onjuiste eigen belastingaangiften, stortingen van de Belastingdienst naar aanleiding van de onjuiste belastingaangiften op naam van derden en onbekende kasstortingen. Deze onbekende kasstortingen kunnen volgens de officier van justitie niet worden verklaard uit de inkomsten van de verdachten. Het op de rekening van de verdachte gestorte geld is overgeboekt naar personen in Syrië.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging acht de feiten 1 en 2 niet bewezen en heeft verzocht de verdachte hiervan vrij te spreken. Hiertoe heeft de raadsman onder meer het volgende aangevoerd.

Ten aanzien van feit 1 primair

De verdachte weet niets van het invullen van de belastingaangiften van derden. Hij heeft ze ingevuld noch ondertekend. Behalve uit de verklaring van de verdachte zelf, blijkt dit uit het vergelijkend handschriftonderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut. Een persoon genaamd [medeverdachte 2] zou de aangiften hebben ingevuld. Deze persoon heeft de verdachte gevraagd of hij zijn bankrekeningnummer mocht gebruiken voor het ontvangen van gelden uit het buitenland. De verdachte heeft dan ook geld dat op zijn bankrekening is gestort doorbetaald aan deze [medeverdachte 2] . Eerst later kwam hij erachter dat dit geld afkomstig was van de Belastingdienst. Toen heeft verdachte ruzie gemaakt met [medeverdachte 2] en heeft verdachte gezegd dat [medeverdachte 2] zijn rekeningnummer niet meer mocht gebruiken.

Uit het dossier wordt niet duidelijk wat de rol van de verdachte is geweest. Bij hem is geen sprake geweest van opzet op de belastingfraude.

Ten aanzien van feit 2

- Met betrekking tot de belastingteruggave naar aanleiding van eigen aangiften:

Er is geen bewijs dat de verdachte wist dat de eigen belastingaangiften niet in orde waren. Hij heeft deze aangiften immers laten invullen door [medeverdachte 2] en was zelf onbekend met het Nederlandse belastingstelsel. Voorts is het maar zeer de vraag of de verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat een en ander niet in orde was.

- Met betrekking tot de belastingteruggave naar aanleiding van aangiften van derden:

Op de momenten dat de verdachte deze gelden heeft opgenomen en doorbetaald aan [medeverdachte 2] wist hij niet en hoefde hij niet redelijkerwijs te vermoeden dat het geld niet aan [medeverdachte 2] toebehoorde.

- Met betrekking tot de onbekende kasstortingen:

Nergens wordt duidelijk dat sprake is van betalingen die door de verdachte niet gedaan mochten worden. Bovendien is er geen bewijs dat het geld van misdrijf afkomstig is. Er zijn in dit verband geen redenen om de verdachte niet te geloven.

4.3

Het oordeel van de rechtbank ten aanzien van feit 1 primair

4.3.1

Inleiding

Onder feit 1 primair is tenlastegelegd dat de verdachte, al dan niet samen met een ander of anderen, belastingfraude heeft gepleegd met betrekking tot een aantal aangiften voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. Het zou onder meer gaan om aangiften op naam van [naam belastingaangifte 1] , [naam belastingaangifte 2] , [naam belastingaangifte 3] , [naam belastingaangifte 4] , [naam belastingaangifte 5] , [naam belastingaangifte 6] , [naam belastingaangifte 7] , althans [naam belastingaangifte 8] , en [naam belastingaangifte 9] .

Voordat de vraag aan de orde komt of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deze belastingfraude, dient te worden vastgesteld of er voldoende bewijs is dat de in de tenlastelegging genoemde aangifteformulieren onjuist en/of onvolledig zijn ingevuld door, zoals is tenlastegelegd, hierop fictieve dienstbetrekkingen en/of fictieve, althans te hoge bedragen aan loon en/of te hoge bedragen aan loonheffing te vermelden. Nu het openbaar ministerie in de tenlastelegging een niet-limitatieve opsomming van de aangiften heeft opgenomen, zal de rechtbank tevens de aangiften op naam van [naam belastingaangifte 10] en [naam belastingaangifte 11] bespreken.

Indien blijkt dat de belastingaangiften onjuist of onvolledig zijn gedaan, zal de rechtbank op grond van de aanwezige bewijsmiddelen nagaan of de verdachte op enigerlei wijze betrokken is geweest bij deze fraude, en zo ja, waaruit zijn betrokkenheid heeft bestaan.

4.3.2

De bewijsmiddelen (deel 1 – de onjuiste aangiften)

Door de Belastingdienst zijn de hierna te noemen ondertekende aangiften voor de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen ontvangen ten name van de na te noemen personen met hierin de na te noemen gegevens.

Op naam van [naam belastingaangifte 1] , [adres 1] te Maastricht, burgerservicenummer [BSN-nummer 1] :

Aangiftetijdvak

2008

Datum van ondertekening

17 augustus 2009

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 1]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

[naam 2] BV

6640 euro

7984 euro

Naam van uitkeringsinstantie

Ingehouden loonheffing

Pensioen of uitkering

Gemeente Kampen

3325 euro

4994 euro2

Aangiftetijdvak

2008

Datum van ondertekening

5 oktober 2009

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 1]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

TNT BV Zwolle

4987 euro

6943 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Webasto Hollandia

5877 euro

7042 euro3

Aangiftetijdvak

2007

Datum van ondertekening

11 oktober 2009

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 1]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Start BV Kampen

5613 euro

7259 euro

Naam van uitkeringsinstantie

Ingehouden loonheffing

Pensioen of uitkering

Gemeente Kampen

4430 euro

5189 euro4

Aangiftetijdvak

2009

Datum van ondertekening

26 februari 2010

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 2]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

[naam 2] Kampen

7650 euro

9230 euro

Naam van uitkeringsinstantie

Ingehouden loonheffing

Pensioen of uitkering

Gemeente Kampen

3080 euro

4170 euro5

Op naam van [naam belastingaangifte 1] , [adres 2] te Kampen, burgerservicenummer [BSN-nummer 1] :

Aangiftetijdvak

2010

Datum van ondertekening

27 mei 2011

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 2]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

[naam 2] BV

5500 euro

7100 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Randstad BV

7700 euro

9255 euro6

Op naam van [naam belastingaangifte 2] , [adres 3] te Maastricht, burgerservicenummer [BSN-nummer 2] :

Aangiftetijdvak

2009

Datum van ondertekening

26 april 2010

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 1]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

IB Groep

8782 euro

10040 euro

Naam van uitkeringsinstantie

Ingehouden loonheffing

Pensioen of uitkering

GAK Maastricht

3100 euro

4810 euro7

Aangiftetijdvak

2009

Datum van ondertekening

15 juli 2010

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 2]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Sappi BV

7950 euro

9200 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Mora BV

8100 euro

8750 euro8

Aangiftetijdvak

2010

Datum van ondertekening

10 april 2011

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 2]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

CapitalP BV

7700 euro

9250 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Start BV

6800 euro

7900 euro9

Aangiftetijdvak

2008

Datum van ondertekening

26 april 2010

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 1]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

IB Groep

7620 euro

9260 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Start

4480 euro

6110 euro10

Aangiftetijdvak

2008

Datum van ondertekening

26 juli 2010

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 1]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Sappi BV

7900 euro

9650 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Yonder

6850 euro

7980 euro11

Op naam van [naam belastingaangifte 3] , [adres 3] te Maastricht, burgerservicenummer [BSN-nummer 3] , telefoonnummer [telefoonnummer 1] :

Aangiftetijdvak

2009

Datum van ondertekening

10 augustus 2010

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 2]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Sappi BV

7700 euro

9250 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Start BV

6800 euro

7900 euro12

Aangiftetijdvak

2009

Datum van ondertekening

16 september 2010

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 2]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Sappi BV

11650 euro

12150 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Start BV

10300 euro

11050 euro13

Aangiftetijdvak

2010

Datum van ondertekening

20 april 2011

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 2]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Sphinx BV

6850 euro

7900 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Mosa BV

7800 euro

9150 euro14

Aangiftetijdvak

2008

Datum van ondertekening

29 augustus 2010

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 2]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Sappi BV

6700 euro

7800 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Start BV

7750 euro

9300 euro15

Op naam van [naam belastingaangifte 4] , [adres 1] te Maastricht, burgerservicenummer [BSN-nummer 4] :

Aangiftetijdvak

2008

Datum van ondertekening

9 april 2010

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 3]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Sappi BV

6230 euro

9376 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Yonder BV

3790 euro

5170 euro16

Aangiftetijdvak

2009

Datum van ondertekening

3 april 2010

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 3]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Sappi BV Maastricht

4650 euro

5550 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Flexpoint Maastricht

5830 euro

7630 euro17

Op naam van [naam belastingaangifte 5] , [adres 4] te Maastricht, burgerservicenummer [BSN-nummer 5] :

Aangiftetijdvak

2010

Datum van ondertekening

9 juli 2011

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 2]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

ABP Heerlen

5310 euro

7640 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

DHL Beek

4920 euro

6205 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

[naam 2] BV

3425 euro

5220 euro18

Op naam van [naam belastingaangifte 6] , [adres 5] te Maastricht, burgerservicenummer [BSN-nummer 6] :

Aangiftetijdvak

2009

Datum van ondertekening

14 oktober 2010

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 2]

Telefoonnummer

[telefoonnummer 2]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Sphinx BV

10750 euro

12300 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Sappi BV

9220 euro

10600 euro19

Aangiftetijdvak

2010

Datum van ondertekening

26 juli 2011

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 2]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Randstad

6520 euro

8900 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

TNT Heerlen

7800 euro

9850 euro20

Op naam van [naam belastingaangifte 8] , [adres 3] te Maastricht, burgerservicenummer [BSN-nummer 7] :

Aangiftetijdvak

2010

Datum van ondertekening

24 juli 2011

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 2]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

ABP Heerlen

6210 euro

8213 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Start BV

7935 euro

9920 euro21

Op naam van [naam belastingaangifte 9] , [adres 1] te Maastricht, sofi-, dan wel burgerservicenummer [BSN-nummer 8] :

Aangiftetijdvak

2005

Datum van ondertekening

29 maart 2010

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 2]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

[naam 2] Kampen

6698 euro

8890 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Randstad Maastricht

2900 euro

3400 euro22

Aangiftetijdvak

2006

Datum van ondertekening

26 maart 2010

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 2]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Randstad Maastricht

4670 euro

6260 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Start Maastricht

5980 euro

7195 euro23

Aangiftetijdvak

2007

Datum van ondertekening

21 maart 2010

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 2]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Randstad Maastricht

4900 euro

6955 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Start Maastricht

5876 euro

7176 euro24

Aangiftetijdvak

2008

Datum van ondertekening

16 maart 2010

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 2]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Start Maastricht

5169 euro

7230 euro

Naam van uitkeringsinstantie

Ingehouden loonheffing

Uitkering

Gemeente Maastricht

4670 euro

6100 euro25

Aangiftetijdvak

2009

Datum van ondertekening

9 maart 2010

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 2]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Start Maastricht

7950 euro

9900 euro

Naam van uitkeringsinstantie

Ingehouden loonheffing

Pensioen of uitkering

Gemeente Maastricht

2650 euro

3300 euro26

Aangiftetijdvak

2009

Datum van ondertekening

30 maart 2010

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 2]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Informatie Beheer Groep

9600 euro

13500 euro27

Aangiftetijdvak

2009

Datum van ondertekening

10 oktober 2010

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 2]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Mosae BV

10800 euro

12350 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Start BV

9120 euro

10500 euro28

Op naam van [naam belastingaangifte 10] , [adres 6] te Maastricht, burgerservicenummer [BSN-nummer 9] :

Aangiftetijdvak

2009

Datum van ondertekening

4 augustus 2010

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 2]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

St. Sphinx Maastricht

6500 euro

8600 euro

Naam van uitkeringsinstantie

Ingehouden loonheffing

Pensioen of uitkering

Gemeente Maastricht

5900 euro

7100 euro29

Aangiftetijdvak

2008

Datum van ondertekening

23 augustus 2010

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 2]

Telefoon

[telefoonnummer 1]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

St Sphinx BV

7600 euro

9150 euro

Naam van uitkeringsinstantie

Ingehouden loonheffing

Uitkering

Gemeente Maastricht

6800 euro

7900 euro30

Aangiftetijdvak

2009

Datum van ondertekening

21 september 2010

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 2]

Telefoonnummer

[telefoonnummer 1]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Sphinx BV

22950 euro

24200 euro31

Aangiftetijdvak

2010

Datum van ondertekening

26 mei 2011

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 2]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Mora BV

5670 euro

7100 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Handel BV

7800 euro

9210 euro32

Op naam van [naam belastingaangifte 11] , [adres 3] te Maastricht, burgerservicenummer [BSN-nummer 10] :

Aangiftetijdvak

2008

Datum van ondertekening

26 april 2010

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 2]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Start Maastricht

3670 euro

5320 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

IB Groep

4890 euro

6460 euro

Naam van uitkeringsinstantie

Ingehouden loonheffing

Pensioen of uitkering

GAK Maastricht

2680 euro

3210 euro33

Aangiftetijdvak

2008

Datum van ondertekening

28 juli 2010

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 1]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Start BV

6500 euro

8600 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Randstad BV

7650 euro

9100 euro34

Aangiftetijdvak

2009

Datum van ondertekening

3 april 2010

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 2]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Informatie Beheer Groep

5456 euro

8522 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Start Maastricht

2600 euro

3260 euro35

Aangiftetijdvak

2009

Datum van ondertekening

18 juli 2010

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 2]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Start BV

7630 euro

8750 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Randstad BV

6350 euro

7488 euro36

Deze aangifteformulieren zijn in de periode van 19 augustus 2009 tot en met 2 augustus 2011 binnengekomen bij de Belastingdienst/FIOD kantoor Roermond.37

De meeste personen ten name van wie bovenvermelde aangifteformulieren zijn ingediend, te weten [naam belastingaangifte 1] , [naam belastingaangifte 2] , [naam belastingaangifte 3] , [naam belastingaangifte 4] , [naam belastingaangifte 5] , [naam belastingaangifte 6] en [naam belastingaangifte 9] , zijn gehoord door ambtenaren van de Belastingdienst/FIOD. Ieder van hen heeft verklaard dat:

  • -

    hij/zij de betreffende aangifte(n) niet heeft ingevuld;

  • -

    het niet zijn/haar handtekening en handschrift zijn op de betreffende aangifte(n);

  • -

    de in de betreffende aangifte(n) vermelde gegevens met betrekking tot de dienstbetrekkingen, het loon en de loonheffing niet juist zijn;

  • -

    het in de aangifte(n) vermelde bankrekeningnummer niet zijn/haar bankrekeningnummer is.38

Daarnaast is [naam belastingaangifte 7] als getuige gehoord. Hij heeft met betrekking tot voornoemde aangifte op naam van [naam belastingaangifte 8] verklaard dat:

  • -

    het ingevulde sofi-nummer en de ingevulde geboortedatum van hem zijn;

  • -

    [naam belastingaangifte 8] een oud-werkgever van hem is;

  • -

    het ingevulde bankrekeningnummer hem onbekend is;

  • -

    hij niet weet van wie het handschrift en de handtekening zijn;

  • -

    de gegevens met betrekking tot de werkgevers, het loon en de loonheffing niet juist zijn.39

De door werkgevers verstrekte gegevens worden bij de Belastingdienst ingevoerd in het zogenoemde FIBASE-bestand. De gegevens van voornoemde aangiften zijn door een verbalisant van de Belastingdienst/FIOD vergeleken met de FIBASE-gegevens die afkomstig zijn van de Belastingdienst. De verbalisant heeft geconstateerd dat de in de aangiften vermelde gegevens met betrekking tot werkgever, loon en loonheffing in geen enkel geval overeenstemden met de FIBASE-gegevens van de Belastingdienst.40

Met uitzondering van de aangiften op naam van [naam belastingaangifte 5] , [naam belastingaangifte 10] en [naam belastingaangifte 11] zijn de hierboven genoemde aangiften betrokken bij een vergelijkend handschriftonderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Uit dit onderzoek is gebleken dat bij onderlinge vergelijking van de invullingen op deze aangiften een sterke samenhang is geconstateerd.41 Aangenomen is dat het handschrift van een derde persoon (NN) afkomstig is. De resultaten van het vergelijkend onderzoek van de betwiste invullingen op deze aangiften met het handschrift van NN - op een brief aan de Belastingdienst op naam van [verdachte] en de invullingen op aangiftebiljetten op naam van [medeverdachte 1] - zijn veel waarschijnlijker wanneer de invullingen op de aangiften door NN zijn geschreven, dan wanneer deze zijn geproduceerd door een willekeurig andere persoon dan NN.42

De invullingen op de aangifte van 2010 van [naam belastingaangifte 5] passen bij de invullingen van de in het onderzoek betrokken aangiften van [naam belastingaangifte 1] , [naam belastingaangifte 2] , [naam belastingaangifte 3] , [naam belastingaangifte 4] , [naam belastingaangifte 6] , [naam belastingaangifte 8] en [naam belastingaangifte 9] .43

4.3.3

Vaststelling op grond van de bewijsmiddelen (deel 1 – de onjuiste aangiften)

Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat in de periode van de maand augustus 2009 tot en met de maand augustus 2011 bij de Belastingdienst te Roermond de aangiften voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen ten name van

  • -

    [naam belastingaangifte 1] (D-020, D-021, D-065, D-066 en D-067),

  • -

    [naam belastingaangifte 2] (D-018, D-019, D-093, D-100 en D-101),

  • -

    [naam belastingaangifte 3] (D-016, D-017, D-094, D-156),

  • -

    [naam belastingaangifte 4] (D-046 en D-047),

  • -

    [naam belastingaangifte 5] (D-063),

  • -

    [naam belastingaangifte 6] (D-096 en D-097),

  • -

    [naam belastingaangifte 8] (D-098),

  • -

    [naam belastingaangifte 9] (D-103, D-104, D-105, D-106, D-107, D-108 en D-109),

  • -

    [naam belastingaangifte 10] (D-014, D-015, D-198 en D-199) en

  • -

    [naam belastingaangifte 11] (D-112, D-113, D-114 en D-115)

zijn ingediend.

Daarnaast stelt de rechtbank op grond van de voor het bewijs gebruikte getuigenverklaringen en/of de bevindingen omtrent de FIBASE-gegevens vast dat deze aangiften onjuist zijn gedaan, nu op de aangiften fictieve dienstbetrekkingen, fictieve bedragen aan loon en te hoge bedragen aan loonheffing zijn vermeld.

Ten slotte stelt de rechtbank op grond van de resultaten van het handschriftvergelijkend onderzoek door het NFI vast dat alle in de tenlastegelegde genoemde aangiften door dezelfde persoon zijn ingevuld.

4.3.4

De bewijsmiddelen (deel 2 – de bescheiden uit de trolleytas, de blanco aangifteformulieren en de bankrekeningnummers)

Verdachte [verdachte] heeft tegenover de Belastingdienst/FIOD verklaard dat hij woont op het adres [adresgegevens verdachte] .44

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij ingeschreven heeft gestaan op het adres [adresgegevens verdachte] , maar dat hij zich heeft laten uitschrijven. Hij heeft vervolgens op dit adres verbleven totdat hij in oktober 2011 naar Syrië is vertrokken.45

Op 6 maart 2012 vond een doorzoeking plaats in het woonhuis gelegen aan de [adresgegevens verdachte] . In de woning, waar verdachte [verdachte] werd aangetroffen, zijn diverse goederen inbeslaggenomen,46 waaronder een trolleytas met diverse enveloppen. In deze enveloppen zaten poststukken die niet gericht waren aan verdachte [verdachte] of medeverdachte [medeverdachte 1] .47

Over deze trolleytas heeft verdachte [verdachte] verklaard dat deze van medeverdachte [medeverdachte 1] is en dat deze de tas heeft gekregen van [medeverdachte 2] .48 Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de trolleytas heeft gebruikt en bij [verdachte] heeft achtergelaten.49 In deze trolleytas bevonden zich diverse bescheiden op naam van [medeverdachte 1] .

In de trolleytas waren daarnaast onder meer aanwezig:

- een blad met daarop een fotokopie-afdruk van de identiteitskaart van [naam belastingaangifte 1] met op de achterkant handgeschreven aantekeningen die overeenkomen met de gegevens over werkgevers en uitkeringsinstantie en het loon respectievelijk de uitkering, inclusief de loonheffing, op bovenstaande aangiften D-020, D-021 en D-065 ten name van [naam belastingaangifte 1]50;

- een brief van CapitalP BV aan [naam belastingaangifte 2] met daarop handgeschreven aantekeningen die overeenkomen met de gegevens over werkgevers en loon, inclusief loonheffing, op bovenstaande aangifte D-093 ten name van [naam belastingaangifte 2]51;

- een brief van de Belastingdienst/Toeslagen ‘Definitieve berekening Zorgtoeslag 2009’ gericht aan [naam belastingaangifte 3] met daarop handgeschreven aantekeningen die overeenkomen met de gegevens over werkgevers en loon, inclusief loonheffing, op bovenstaande aangiften D-016 en D-017 ten name van [naam belastingaangifte 3]52;

- een polis 2011 van Ohra met betrekking tot [naam belastingaangifte 5] met daarop handgeschreven aantekeningen die overeenkomen met de gegevens over werkgevers en loon, inclusief loonheffing, op bovenstaande aangifte D-063 ten name van [naam belastingaangifte 5]53;

- een brief van CAK aan [naam belastingaangifte 6] d.d. 16 september 2010 met daarop handgeschreven aantekeningen die overeenkomen met de gegevens over werkgevers en loon, inclusief loonheffing, op bovenstaande aangifte D-097 ten name van [naam belastingaangifte 6]54;

- een loonafrekening afkomstig van [naam belastingaangifte 8] en gericht aan [naam belastingaangifte 7] met betrekking tot de periode oktober 2010 met daarop handgeschreven aantekeningen die overeenkomen met de gegevens over werkgevers en loon, inclusief loonheffing, op bovenstaande aangifte D-098 ten name van [naam belastingaangifte 8]55;

- een brief van de Dienst Uitvoering Onderwijs d.d. 26 februari 2010 gericht aan [naam belastingaangifte 9] met daarop handgeschreven aantekeningen die overeenkomen met de gegevens over werkgever en uitkeringsinstantie en loon respectievelijk uitkering, inclusief loonheffing, op bovenstaande aangifte D-107 ten name van [naam belastingaangifte 9]56.

Op sommige documenten zijn aantekeningen in het Arabisch geschreven. Voorts zijn in de woning blanco aangifteformulieren inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen aangetroffen.57 Deze lagen in het bureau van de woonkamer. Het gaat om zeven formulieren voor het belastingjaar 2010 en zestien formulieren voor het belastingjaar 2011. Verder zijn er zeventien blauwe retourenveloppen van de Belastingdienst aangetroffen.58

Er is onderzoek gedaan naar de bankrekeningnummers die op voornoemde aangiften zijn ingevuld als rekeningnummers voor teruggave. Hieruit is gebleken dat:

- de bankrekening met nummer [rekeningnummer 3] een SNS-bankrekening is die op naam staat van verdachte [verdachte] ;59

- de bankrekening met nummer [rekeningnummer 2] een Rabobankrekening is die op naam staat van [medeverdachte 1] en dat verdachte [verdachte] tot deze rekening gevolmachtigd is;60

- de bankrekening met nummer [rekeningnummer 1] een ABNAMRO-bankrekening is die op naam staat van verdachte [verdachte] .61

Op 23 september 2009 heeft de Belastingdienst naar aanleiding van de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2008 van ‘ [naam belastingaangifte 1] ’ een bedrag van 8.240 euro gestort op de ABN AMRO-rekening van [verdachte] met rekeningnummer [rekeningnummer 1] . Vervolgens is via een kasopname op 7 oktober 2009 en via twee pintransacties op 8 oktober 2009 een bedrag van 8.200 euro opgenomen.62

Op 16 november 2009 heeft de Belastingdienst naar aanleiding van de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2008 van ‘ [naam belastingaangifte 1] ’ een bedrag van 1.313 euro gestort op de ABN AMRO-rekening van [verdachte] met rekeningnummer [rekeningnummer 1] .63 Vervolgens is op 18 januari 2010 via een pintransactie een bedrag van 1.300 euro opgenomen.64

Op 8 juli 2010 heeft de Belastingdienst naar aanleiding van de aangifte inkomstenbelasting/ premie volksverzekeringen 2009 van ‘ [naam belastingaangifte 2] ’ een bedrag van 9.459 euro gestort op de ABN AMRO-rekening van [verdachte] met rekeningnummer [rekeningnummer 1] .65 Op 16 juli 2010 is via pintransacties een bedrag van in totaal 9.460 euro van deze rekening opgenomen.66

Op 14 september 2010 heeft de Belastingdienst naar aanleiding van de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekering 2009 van ‘ [naam belastingaangifte 3] ’ een bedrag van 11.894 euro gestort op de Rabobankrekening van [medeverdachte 1] met rekeningnummer [rekeningnummer 2] . Op dezelfde datum heeft de Belastingdienst naar aanleiding van de aangifte inkomstenbelasting/ premie volksverzekeringen 2009 van ‘ [naam belastingaangifte 10] ’ ook een bedrag van 12.076 euro gestort op deze rekening. Een dag later is van deze rekening een bedrag van 22.900 euro overgeboekt op de rekening van [naam 1] .67

4.3.5

Vaststelling op grond van de bewijsmiddelen (deel 2 – de bescheiden uit de trolleytas, de blanco aangifteformulieren en de bankrekeningnummers)

Op grond van de verklaringen van verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 1] stelt de rechtbank vast dat verdachte [verdachte] ten tijde van de doorzoeking woonde op het adres [adresgegevens verdachte] en dat medeverdachte [medeverdachte 1] op dit adres verbleef als hij in Nederland was. Daarnaast blijkt uit [verdachte] onderzoek naar aanleiding van de doorzoeking op dit adres dat in de trolleytas die in de woning van de verdachten stond, documenten van verdachten zelf zijn aangetroffen alsook documenten die betrekking hadden op en/of waren geadresseerd aan [naam belastingaangifte 1] , [naam belastingaangifte 2] , [naam belastingaangifte 3] , [naam belastingaangifte 5] , [naam belastingaangifte 6] , [naam belastingaangifte 7] en [naam belastingaangifte 9] en dat deze documenten waren voorzien van handgeschreven aantekeningen die overeenstemmen met de onjuiste gegevens die op de diverse aangifteformulieren zijn ingevuld.

Voorts stelt de rechtbank vast dat twee van de op de aangiften vermelde bankrekeningnummers voor teruggave op naam stonden van [verdachte] , en een op naam van [medeverdachte 1] .

Op twee van deze bankrekeningen heeft de Belastingdienst belastingteruggaven gestort. Korte tijd na deze storting is het geld van de rekening gehaald of overgeboekt naar de rekening van een derde.

Ten slotte is de rechtbank gebleken dat in een bureau in de woning van de verdachten in totaal 23 blanco aangifteformulieren en 17 retourenveloppen van de Belastingdienst zijn aangetroffen. Verdachte en medeverdachte [verdachte] hebben voor de aanwezigheid van deze formulieren en enveloppen geen aannemelijke verklaring kunnen geven.

4.3.6

De bewijsmiddelen (deel 3 – de adressen en de post)

Verdachte [verdachte] heeft ingeschreven gestaan op de volgende adressen:

  • -

    [adres 1] te Maastricht, van 27 oktober 2005 tot en met 10 augustus 2009;

  • -

    [adres 6] te Maastricht, van 10 augustus 2009 tot en met 1 juli 2010;

  • -

    [adresgegevens verdachte] , van 1 juli 2010 tot en met heden.68

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft ingeschreven gestaan op de volgende adressen:

  • -

    [adres 1] te Maastricht, van 11 mei 2009 tot en met 26 maart 2010;

  • -

    [adresgegevens verdachte] , van 26 maart 2010 tot en met 1 juli 2010;

  • -

    [adres 6] te Maastricht, van 1 juli 2010 tot en met 5 oktober 2010;

  • -

    [adresgegevens verdachte] , van 26 april 2011 tot en met 7 juni 2011.69

Getuigen [naam belastingaangifte 2] en [naam belastingaangifte 3] hebben ingeschreven gestaan op het adres [adres 3] te Maastricht. 70 Op 25 januari 2012 is dit adres bezocht door een verbalisant van de Belastingdienst/FIOD. Op dat adres woonden veel studenten. Er waren geen brievenbussen. De post die in het trappenhuis lag, was vrijelijk mee te nemen.71

Getuigen [naam belastingaangifte 4] en [naam belastingaangifte 9] hebben gewoond op het adres [adres 1] te Maastricht. 72

Getuige [naam belastingaangifte 5] heeft gewoond op het adres [adres 4] te Maastricht.73

Getuige [naam belastingaangifte 6] heeft gewoond op de adressen [adres 5] te Maastricht.74

De [adres 5] is in de directe nabijheid - binnen 500 meter - van het woonadres van verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 1] . De adressen [adres 5] zijn zogenoemde studentenflats. Deze straat is bezocht door een verbalisant van de Belastingdienst/FIOD. Hij constateerde dat er post boven op de brievenbussen lag. Deze was vrijelijk mee te nemen.75

Getuige [naam belastingaangifte 7] heeft verklaard dat hij heeft gewerkt in café [naam café] , gevestigd aan de Markt te Maastricht. [naam belastingaangifte 8] was toen zijn baas.76

Getuige [naam belastingaangifte 1] heeft verklaard dat hij de broers [verdachte] en [medeverdachte 1] kent uit de periode dat zij verbleven in het Asielzoekerscentrum in Dronten. Hij heeft nooit in Maastricht gewoond.77

4.3.7

Vaststelling op grond van de bewijsmiddelen (deel 3 – de adressen en de post)

Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen met betrekking tot de adressen van enerzijds verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 1] en anderzijds de adressen van de personen op wiens/wier naam aangiftebiljetten zijn ingediend, stelt de rechtbank vast dat:

  • -

    [naam belastingaangifte 2] , [naam belastingaangifte 3] , [naam belastingaangifte 5] en [naam belastingaangifte 6] in de nabijheid van de verdachten hebben gewoond en dat (een gedeelte van) de post op deze adressen voor het grijpen lag;

  • -

    [naam belastingaangifte 4] en [naam belastingaangifte 9] op hetzelfde adres hebben gewoond als de verdachten;

  • -

    [naam belastingaangifte 4] en [naam belastingaangifte 1] de verdachten kennen.

Voorts is de rechtbank gebleken dat:

  • -

    op de aangifteformulieren van [naam belastingaangifte 10] het adres [adres 6] te Maastricht is vermeld, terwijl beide verdachten op het adres [adres 6] hebben gewoond;

  • -

    op de aangifteformulieren van [naam belastingaangifte 11] het adres [adres 3] is vermeld, een adres dat eveneens is vermeld op de aangiften van [naam belastingaangifte 2] en [naam belastingaangifte 3] .

4.3.8

De bewijsmiddelen (deel 4 – [medeverdachte 2] )

Een van de personen op wiens naam onjuiste aangiften zijn gedaan is [naam belastingaangifte 1] . In 2004 ontmoette [naam belastingaangifte 1] een persoon genaamd [medeverdachte 2] . Met hem kreeg hij een intensief contact. Via [medeverdachte 2] heeft hij de verdachten [verdachte] en [medeverdachte 1] leren kennen. Hij herkent het handschrift op de aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen van 2007 (D‑065), 2008 (D-020 en D-021), 2009 (D-066) en 2010 (D-067) als het handschrift van [medeverdachte 2] . Hij heeft [medeverdachte 2] vaker in het Nederlands zien schrijven.78

Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat [medeverdachte 2] zijn aangiften inkomstenbelasting/ premie volksverzekeringen 2006 (D-001 en D-002) en 2007 (D-004) heeft ingevuld.79

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat [medeverdachte 2] zijn aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen heeft ingevuld.80

De invullingen op twee aangiften van [medeverdachte 1] zijn betrokken bij het eerder genoemd handschriftvergelijkend onderzoek van 12 februari 2015. Het NFI stelt onder meer dat de geconstateerde overeenkomsten tussen de betwiste invullingen in groep 1 enerzijds - dit zijn de invullingen op de eerder genoemde aangiftebiljetten op naam van [naam belastingaangifte 1] , [naam belastingaangifte 2] , [naam belastingaangifte 3] , [naam belastingaangifte 4] , [naam belastingaangifte 8] , [naam belastingaangifte 6] en [naam belastingaangifte 9] - en de invullingen op de in kopie overgelegde aangiftebiljetten op naam van [medeverdachte 1] anderzijds in de lijn der verwachting liggen wanneer de betwiste invullingen in groep 1 door dezelfde persoon zijn geschreven als de invullingen op de aangiftebiljetten op naam van [medeverdachte 1] . De kans om dezelfde overeenkomsten te vinden bij vergelijking van de betwiste invullingen in groep 1 met het handschrift van een willekeurige andere schrijver wordt zeer klein geacht.81

De invullingen op de aangiften van [verdachte] (D-001, D-002 en D-004) zijn betrokken bij een aanvullend vergelijkend handschriftonderzoek van het NFI. Deze invullingen zijn schriftkundig consistent met de invullingen op bij het eerdere onderzoek als referentiemateriaal aangeleverde twee aangiftebiljetten van [medeverdachte 1] . Gezien de geconstateerde overeenkomst tussen het handschrift in deze groep en de invullingen op de bij het vervolgonderzoek als nieuw referentiemateriaal overgelegde documenten D-001, D-002 en D-004, kunnen de invullingen op laatgenoemde documenten tot dezelfde groep referentiehandschrift worden gerekend (van NN).82

4.3.9

Vaststelling op grond van de bewijsmiddelen (deel 4 – [medeverdachte 2] )

Op grond van bovengenoemde verklaringen van [naam belastingaangifte 1] , verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 1] , alsmede op grond van het vergelijkend handschriftonderzoek, stelt de rechtbank vast dat de aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen van beide verdachten en van [naam belastingaangifte 1] zijn ingevuld door een persoon genaamd [medeverdachte 2] . In het verlengde hiervan stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 2] alle in de tenlastelegging genoemde aangiften heeft ingevuld.

4.3.10

De bewijsmiddelen (deel 5 – telefoonnummers en werkgevers)

Op de aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2008 en 2009 van [medeverdachte 1] is als telefoonnummer vermeld: [telefoonnummer 1] .83

Op de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2010 van [medeverdachte 1] is als telefoonnummer vermeld: [telefoonnummer 2] .84

Verdachte [verdachte] heeft in Kampen gewerkt bij een magazijn van [naam 2] . Later, in 2011, heeft hij gewerkt bij Mora.85

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft in 2008 gewerkt bij [naam 2] boekenhuis in Kampen. In 2009 en 2010 heeft hij een uitkering gehad van de gemeente Maastricht. In 2011 heeft hij gewerkt bij Mora.86

4.3.11

Vaststelling op grond van de bewijsmiddelen (deel 5 – telefoonnummers en werkgevers)

Uit de vergelijking van de aangiften van [medeverdachte 1] (D-008 en D-009) met de aangiften van [naam belastingaangifte 3] (D-016, D-017, D-094 en D-156) en [naam belastingaangifte 10] (D-015 en D-198) blijkt dat op al deze aangiften hetzelfde telefoonnummer, te weten [telefoonnummer 1] is ingevuld. Voorts blijkt uit de vergelijking van de aangifte van [medeverdachte 1] (D-010) met de aangifte van [naam belastingaangifte 6] (D-096) dat op beide aangiften hetzelfde telefoonnummer, te weten [telefoonnummer 2] is ingevuld.

Daarnaast stelt de rechtbank vast dat op de aangiften van [naam belastingaangifte 1] (D-020, D-066 en D-067), [naam belastingaangifte 2] (D-019), [naam belastingaangifte 5] (D-063), [naam belastingaangifte 9] (D-103, D-106 en D-107) en [naam belastingaangifte 10] (D-014, D-198 en D-199) werkgevers en/of een uitkeringsinstantie worden genoemd waar de verdachten gewerkt hebben, dan wel waarvan een van de verdachten een uitkering heeft genoten.

4.3.12

De bewijsmiddelen (deel 6 – de verklaring van [naam belastingaangifte 4] )

Eén van de personen op wiens naam onjuiste aangiften zijn gedaan is [naam belastingaangifte 4] . Deze persoon kent de verdachten [verdachte] en [medeverdachte 1] . [naam belastingaangifte 4] woonde in een studio in een huis op de [adres 1] te Maastricht. Ook verdachte [verdachte] had daar een studio. [naam belastingaangifte 4] woonde met [verdachte] op één verdieping. Zij hadden veel contact. Medeverdachte [medeverdachte 1] kwam aanvankelijk vaak bij [verdachte] op bezoek. Op enig moment is hij bij [verdachte] komen wonen. Het viel [naam belastingaangifte 4] op dat vooral [medeverdachte 1] hem tijdens hun gesprekken vroeg naar zijn loon, zijn bruto loon en de ingehouden belasting. Hij heeft zeker tien tot vijftien keer gevraagd of [naam belastingaangifte 4] aangifte had gedaan bij de Belastingdienst. [medeverdachte 1] en [verdachte] bleven hem vragen naar zijn inkomen. Verder heeft [medeverdachte 1] hem verteld over een trucje om geld te verdienen door het doen van belastingaangifte.

[medeverdachte 1] kende het sofi-nummer van [naam belastingaangifte 4] . Hij had namelijk eens [naam belastingaangifte 4] rijbewijs bestudeerd.87

4.3.13

Conclusie

De rechtbank heeft hiervoor vastgesteld dat de in de tenlastelegging genoemde aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen onjuist zijn gedaan door de vermelding van fictieve werkgevers, fictieve loonbedragen en te hoge bedragen aan loonheffing. Hoewel de rechtbank op grond van de bewijsmiddelen heeft aangenomen dat ene [medeverdachte 2] deze aangiften feitelijk heeft ingevuld, is er veel bewijs dat wijst op de betrokkenheid van verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 1] :

  1. In de woning van de verdachten is post aangetroffen van onder meer de personen op naam van wie de onjuiste aangiften zijn gedaan, terwijl op deze post handgeschreven aantekeningen zijn vermeld die overeenkomen met de valse gegevens op die aangiften.

  2. De verdachten kennen twee van de personen ( [naam belastingaangifte 4] en [naam belastingaangifte 1] ) op naam van wie onjuiste aangiften zijn gedaan.

  3. De verdachten hebben in dezelfde woning gewoond als enkele van de personen ( [naam belastingaangifte 4] en [naam belastingaangifte 9] ) op naam van wie onjuiste aangiften zijn gedaan.

  4. De verdachten hebben gewoond in de nabije omgeving van andere personen op naam van wie onjuiste aangiften zijn gedaan en van wie klaarblijkelijk post is gestolen.

  5. Op alle aangifteformulieren staat een bankrekeningnummer dat hetzij van verdachte [verdachte] is, dan wel van medeverdachte [medeverdachte 1] .

  6. Op de aangiften van enkele personen op naam van wie valse aangiften zijn gedaan, is een telefoonnummer ingevuld dat overeenkomt met het ingevulde telefoonnummer op een aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen van medeverdachte [medeverdachte 1] .

  7. Door de Belastingdienst is naar aanleiding van enkele van de valse aangiften geld overgemaakt naar bankrekeningnummers van de verdachten, terwijl dat geld korte tijd na de storting door verdachten van de rekening is gehaald.

  8. In enkele van de valse aangiften zijn werkgevers vermeld waar ook de verdachten hebben gewerkt en in enkele valse aangiften is een uitkeringsinstantie vermeld van welke instantie ook medeverdachte [medeverdachte 1] een uitkering heeft genoten.

  9. In de woning van de verdachten zijn 23 blanco aangifteformulieren en 17 retourenveloppen van de Belastingdienst aangetroffen. Voor de aanwezigheid hiervan hebben de verdachten geen aannemelijke verklaring gegeven.

Gelet op deze omstandigheden kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat verdachte [verdachte] deze feiten tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft gepleegd. Weliswaar kan niet exact worden vastgesteld wie van de daders welke handelingen heeft verricht, maar de nauwe en bewuste samenwerking tussen dit drietal staat naar het oordeel van de rechtbank vast. Er zijn vele feiten die naar verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 1] wijzen. Deze kunnen niet als toevalligheden worden afgedaan. Het bewijs voor de nauwe en bewuste samenwerking wordt bovendien ondersteund door de verklaring van getuige [naam belastingaangifte 4] . Hij heeft immers verklaard dat beide verdachten hem bleven vragen naar zijn inkomen en de ingehouden belasting, dat medeverdachte [medeverdachte 1] hem zeker tien tot vijftien keer heeft gevraagd of [naam belastingaangifte 4] aangifte had gedaan bij de Belastingdienst en dat [medeverdachte 1] hem heeft verteld over een trucje om geld te verdienen door het doen van belastingaangifte.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank feit 1 primair bewezen zoals weergegeven onder het kopje ´De bewezenverklaring´.

4.4

Het oordeel van de rechtbank ten aanzien van feit 2

4.4.1

Inleiding

Onder feit 2 is tenlastegelegd dat de verdachte, eventueel samen met een ander of anderen, een bedrag van 68.823 euro heeft witgewassen. Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat dit bedrag is opgebouwd uit de volgende deelbedragen:

  • -

    21.101 euro aan ten onrechte ontvangen belastingteruggaven op eigen naam;

  • -

    19.012 euro aan ten onrechte ontvangen belastingteruggaven op naam van derden;

  • -

    28.710 euro aan onbekende kasstortingen.

Hieronder zullen deze bedragen afzonderlijk worden besproken.

4.4.2

Het bedrag van 21.101 euro – belastingteruggaven op eigen naam

4.4.2.1 De bewijsmiddelen

Door verdachte [verdachte] zijn de volgende aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen gedaan:

Aangiftetijdvak

2007

Datum van ondertekening

3 augustus 2008

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 4]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Neocycle Rijwielen BV

8976 euro

11023 euro

Naam van uitkeringsinstantie

Ingehouden loonheffing

Pensioen of uitkering

Gemeente Maastricht

3145 euro

5050 euro88

Aangiftetijdvak

2008

Datum van ondertekening

14 februari 2009

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 4]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Phoenix BV

3987 euro

4223 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Mora Productie BV

5966 euro

6812 euro89

Aangiftetijdvak

2008

Datum van ondertekening

24 mei 2009

Rekeningnummer voor teruggave

[rekeningnummer 4]

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Loon

Yonder BV

3995 euro

4736 euro

Naam van werkgever

Ingehouden loonheffing

Pensioen of uitkering

Werknet BV

6648 euro

8392 euro

Naam van uitkeringsinstantie

Ingehouden loonheffing

Pensioen of uitkering

Gemeente Maastricht

235 euro

610 euro90

De ingehouden loonheffing in deze aangiften is ten opzichte van het loon veel te hoog.91

Naar aanleiding van de aangiften inkomstenbelasting 2007 en 2008 zijn door de Belastingdienst diverse bedragen overgeboekt naar de bankrekening van verdachte [verdachte] , te weten:

- op 3 oktober 2008 een bedrag van 1.549 euro op rekeningnummer [rekeningnummer 4] van de ING Bank naar aanleiding van een aangifte van 2007;92

- op 8 december 2008 een bedrag van 9.764 euro op rekeningnummer [rekeningnummer 4] van de ING Bank naar aanleiding van een aangifte van 2007;93

- op 15 mei 2009 een bedrag van 9.152 euro op rekeningnummer [rekeningnummer 4] van de ING Bank naar aanleiding van een aangifte van 2008;94

  • -

    op 17 november 2009 een bedrag van 293 euro op rekeningnummer [rekeningnummer 4] van de ING Bank naar aanleiding van een aangifte van 2008;

  • -

    op 23 november 2009 een bedrag van 343 euro op rekeningnummer [rekeningnummer 4] van de ING Bank naar aanleiding van een aangifte van 2008.95

Een groot gedeelte van dit geld is vervolgens weer van deze rekening opgenomen:

Op 7 en 8 oktober 2008 is via pintransacties een bedrag van in totaal 1.550 euro opgenomen van de rekening van verdachte [verdachte] .96

Op 10, 11 en 12 februari 2009 is via pintransacties en een kasopname een bedrag van in totaal 9.750 euro opgenomen van de rekening van verdachte [verdachte] .97

Op 25 en 26 mei 2009 is via geldopnames een bedrag van in totaal 9.160 euro opgenomen van de rekening van verdachte [verdachte] .98

Op 18 januari 2010 is via een geldopname een bedrag van 600 euro opgenomen van de rekening van verdachte [verdachte] .99

Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat hij het geld van deze belastingteruggaven heeft opgenomen en uitgegeven. Hij heeft het besteed aan kleding, uitgaan, eten en drinken.100

4.4.2.2 Conclusie

Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte [verdachte] valse aangiften inkomstenbelasting heeft gedaan en naar aanleiding hiervan een bedrag van 21.101 euro van de Belastingdienst heeft ontvangen. Een groot gedeelte van dit geld, te weten een bedrag van 21.060 euro, heeft hij van zijn bankrekening gehaald en gespendeerd.

Gelet hierop acht de rechtbank bewezen dat de verdachte het bedrag van in totaal 21.060 euro heeft verworven, voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij wist dat dit bedrag afkomstig was uit enig misdrijf, te weten belastingfraude.

4.4.3

Het bedrag van 19.012 euro – belastingteruggaven op naam van derden

4.4.3.1 De bewijsmiddelen

Zoals hierboven is overwogen, acht de rechtbank feit 1 primair bewezen: verdachte [verdachte] heeft tezamen en in vereniging met anderen, te weten met medeverdachte [medeverdachte 1] en met [medeverdachte 2] , belastingfraude gepleegd. Uit de voor dat feit gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat de fraude onder meer betrekking had op de aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen ten name van [naam belastingaangifte 1] (D-028 en D-029) en [naam belastingaangifte 2] (D-031). Voorts blijkt uit de gebezigde bewijsmiddelen dat de Belastingdienst naar aanleiding van deze valse aangiften

  • -

    op 23 september 2009 een bedrag van 8.240 euro,

  • -

    op 16 november 2009 een bedrag van 1.313 euro en

  • -

    op 8 juli 2010 een bedrag van 9.459 euro

heeft gestort op de ABN AMRO-rekening van verdachte [verdachte] met rekeningnummer [rekeningnummer 1] .

Deze bedragen zijn korte tijd na de storting ervan opgenomen:

  • -

    op 7 en 8 oktober 2009 een bedrag van 8.200 euro;

  • -

    op 18 januari 2010 een bedrag van 1.300 euro;

  • -

    op 16 juli 2010 een bedrag van 9.460 euro.

In totaal heeft de verdachte een bedrag van 18.960 euro opgenomen.

De ten aanzien van feit 1 primair gebezigde bewijsmiddelen op grond waarvan de rechtbank dit heeft vastgesteld, worden ook gebruikt voor de bewezenverklaring van het witwassen van het opgenomen bedrag.

Verder heeft de verdachte verklaard dat hij het bedrag van 8.200 euro samen met medeverdachte [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft opgenomen en het geld vervolgens aan [medeverdachte 2] heeft gegeven. Ook het bedrag van 1.300 euro heeft hij opgenomen en aan [medeverdachte 2] gegeven.101 In totaal heeft hij drie keer een bedrag op zijn rekening gekregen dat hij aan [medeverdachte 2] heeft gegeven.102

4.4.3.2 De conclusie

Op grond van deze bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat de verdachte tezamen en in vereniging met anderen het bedrag van 18.960 euro heeft verworven, voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij wist dat het bedrag onmiddellijk afkomstig was uit enig misdrijf, te weten belastingfraude.

4.4.4

Het bedrag van 28.710 euro – onbekende kasstortingen

Op grond van het dossier kan er geen rechtstreeks verband worden gelegd tussen de onbekende kasstortingen en een bepaald misdrijf. Dat deze kasstortingen afkomstig zijn uit enig misdrijf zou niettemin bewezen kunnen worden, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat zij uit enig misdrijf afkomstig zijn. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de door de officier van justitie aangedragen feiten en omstandigheden niet van dien aard dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Bovendien heeft de verdachte een verklaring gegeven voor de herkomst van het geld. Deze verklaring wordt door de rechtbank niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk geacht. Het is immers niet hoogst onwaarschijnlijk dat de verdachte als vriendendienst geld van anderen heeft overgemaakt naar bekenden in Syrië.

Gelet hierop zal de rechtbank de verdachte (partieel) vrijspreken van het witwassen van het bedrag van 28.710 euro.

4.4.5

Conclusie

Gelet op hetgeen onder 4.4.2 en 4.4.3 is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat kan worden bewezenverklaard dat de verdachte tezamen en in vereniging met anderen een bedrag van in totaal 40.020 euro heeft witgewassen.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

Feit 1 primair

op tijdstippen in de periode van de maand augustus 2009 tot en met de maand september 2011 in de gemeente Maastricht, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk bij de Belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een aantal aangiften voor de inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen ten name van een aantal personen (bijlage D-026), waaronder

- [naam belastingaangifte 1] (nummer 68 van bijlage D-026) over de aangiftetijdvakken 2007 en 2008 en 2009 en 2010 (D-020, D-021, D-065, D-066 en D-067) en

- [naam belastingaangifte 2] (nummer 38 van D-026) over de aangiftetijdvakken 2008 en 2009 en 2010 (D‑018, D-019, D-093, D-100 en D-101) en

- [naam belastingaangifte 3] (nummer 10 van D-026) over de aangiftetijdvakken 2008 en 2009 en 2010 (D‑016, D-017, D-094 en D-156) en

- [naam belastingaangifte 4] (nummer 2 van D-026) over de aangiftetijdvakken 2008 en 2009 (D-046 en D‑047) en

- [naam belastingaangifte 5] (nummer 1 van D-026) over het aangiftetijdvak 2010 (D-063) en

- [naam belastingaangifte 6] (nummer 23 van D-026) over de aangiftetijdvakken 2009 en 2010 (D-096 en D-097) en

- [naam belastingaangifte 8] (nummer 26 van D-026) over het aangiftetijdvak 2010 (D-098) en

- [naam belastingaangifte 9] (nummer 51 van D-026) over de aangiftetijdvakken 2005 en 2006 en 2007 en 2008 en 2009 en 2010 (D-103 tot en met D-109),

onjuist heeft gedaan, immers hebben verdachte en zijn medeverdachten telkens opzettelijk op de bij de Belastingdienst ingeleverde aangiftebiljetten inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voornoemd - zakelijk weergegeven - telkens (een) fictieve dienstbetrekking(en) en (een) fictieve/fictief bedrag(en) aan loon en (een) te hoge/hoog bedrag(en) aan loonheffing vermeld, terwijl die feiten telkens ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven;

Feit 2

op tijdstippen in de periode van de maand mei 2008 tot en met de maand december 2011 in de gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met anderen telkens een voorwerp heeft verworven en voorhanden heeft gehad en overgedragen, immers hebben hij, verdachte, en zijn medeverdachten bedragen aan geld tot een totaalbedrag groot 40.020 euro telkens op een ten name van hem, verdachte, staande bankrekening ontvangen en telkens vanaf die bankrekening opgenomen, terwijl hij, verdachte, en zijn medeverdachten telkens wisten dat bovenomschreven voorwerpen onmiddellijk afkomstig waren uit enig misdrijf.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is tenlastegelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 1 primair

medeplegen van opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;

Feit 2

medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Met betrekking tot de kwalificatie van feit 2 overweegt de rechtbank nog het volgende. Door de raadsman is aangevoerd dat het enkel op een bankrekening laten storten van geld dat uit misdrijf afkomstig is, niet zonder meer een kwalificatie van witwassen kan opleveren. De rechtbank verwerpt dit verweer, nu de tenlastegelegde en bewezenverklaarde term overdragen volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad wel de kwalificatie van witwassen rechtvaardigt.

6 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7 De straf

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat het gaat om ernstige feiten, waarbij de verdachte samen met een ander op een slinkse wijze heeft gefraudeerd door valse aangifteformulieren op naam van een groot aantal derden in te dienen. Het door verdachte vergaarde geld is vervolgens direct overgeboekt naar personen in Syrië. Dit neemt de officier van justitie de verdachte kwalijk.

In het voordeel van de verdachte heeft de officier van justitie bij haar strafeis rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn en met het feit dat het met de verdachte niet zo goed gaat.

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van vier maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft zij gevorderd de bijzondere voorwaarden op te leggen, zoals door de reclassering geadviseerd.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om bij een eventuele strafoplegging rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn, alsmede met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. In dit verband heeft de raadsman gewezen op de zwakke positie van de verdachte als vluchteling, op zijn kwetsbare positie op de arbeidsmarkt en op zijn lichamelijke en psychische klachten. Momenteel zou de verdachte twee soorten antidepressiva slikken.

Voorts heeft de raadsman erop gewezen dat de rol van de verdachte, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, heel anders is dan de rol van [medeverdachte 2] . De verdediging heeft aangevoerd dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet past bij de rol die de verdachte heeft gespeeld.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft samen met anderen gedurende een periode van ongeveer twee jaar vele aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen onjuist opgemaakt en ingediend bij de Belastingdienst. Hiertoe hebben zij op onrechtmatige wijze poststukken van derden bemachtigd en de gegevens van deze poststukken, zoals naam, adres en burgerservicenummer gebruikt. Deze gegevens hebben zij op de belastingaangiften ingevuld. Verder hebben zij fictieve werkgevers, fictieve loonbedragen en valse bedragen aan loonheffing ingevuld. Dit alles hebben zij gedaan, opdat de Belastingdienst geld zou overmaken op een van hun, op de aangiften ingevulde, bankrekeningen. Naar aanleiding van enkele valse aangiften heeft de Belastingdienst geld overgemaakt. Gelet op de enorme omvang van de fraude zijn niet alle valse aangiften in de tenlastelegging opgenomen. Uit het dossier blijkt echter dat de Belastingdienst een bedrag van ruim 1,4 miljoen euro aan de verdachten zou hebben uitgekeerd, indien op alle valse aangiften een belastingteruggave was gevolgd.

De rechtbank acht deze fraude zeer ernstig. Niet alleen vanwege het feit dat de verdachten hebben gefraudeerd met gemeenschapsgeld maar ook omdat zij hiermee veel overlast en narigheid hebben veroorzaakt voor de personen op wiens/wier naam zij valse aangiften hebben gedaan. In de eerste plaats is van hen post gestolen, in de tweede plaats hebben zij te maken gekregen met de reacties van de Belastingdienst op de valse aangiften en in de derde plaats zijn zij geconfronteerd met het strafrechtelijk onderzoek.

Daarnaast heeft de verdachte samen met anderen geld witgewassen. Het gaat om het geld dat door de Belastingdienst op verdachtes bankrekening is gestort naar aanleiding van het doen van valse aangiften op zijn eigen naam en op naam van derden. Ook dit is een ernstig strafbaar feit waarbij de integriteit van het financiële en economische verkeer in het geding is.

Bij het bepalen van de strafmaat zoekt de rechtbank aansluiting bij de oriëntatiepunten van het LOVS. Het oriëntatiepunt voor fraude is in geval van een benadelingsbedrag van één miljoen euro en hoger een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden. Ook witwassen ‘in een frauduleuze context’ wordt in de oriëntatiepunten geschaard onder fraude. Gelet op het witgewassen bedrag zou hiervoor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee tot vijf maanden passend zijn.

Hoewel de fraude een omvang had kunnen hebben van 1,4 miljoen euro, is het nadeel in feite relatief beperkt gebleven. Om die reden zal de rechtbank niet een gevangenisstraf van twee jaar of meer opleggen. De rechtbank acht, ondanks de penibele persoonlijke omstandigheden van de verdachte, een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden passend. Hierbij betrekt de rechtbank het feit dat de verdachte op geen enkele wijze de verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn daden. Deze gevangenisstraf is hoger dan de straf die door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank is echter van oordeel dat de straf die de officier van justitie heeft gevorderd, geen recht doet aan de ernst van de strafbare feiten.

De officier van justitie en de raadsman hebben betoogd dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is overschreden en dat deze overschrijding moet worden verdisconteerd in de strafoplegging. De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld.

Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdediging op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake.

Overschrijding van de redelijke termijn wordt in beginsel gecompenseerd door vermindering van de straf die zou zijn opgelegd indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden.

De rechtbank overweegt dat de redelijke termijn is aangevangen op 6 maart 2012, de dag van de doorzoeking van de woning van de verdachte en van diens aanhouding. Gelet hierop is de redelijke termijn met ruim twee jaar overschreden. Deze overschrijding zal tot matiging van de op te leggen straf leiden.

Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank aan de verdachte niet een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van achttien maanden opleggen, maar een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

8 Het beslag

De volgende voorwerpen staan op de beslaglijst:

  1. een Duits Aufenthalts-bewijs op naam van [naam 3] (47703-B-021);

  2. bankpasje 2 en 3 van de Duitse Postbank (47703-B-021);

  3. een trolleyrugzak met diverse bescheiden (47703-B-033);

  4. diverse bescheiden van Startpeople (47703-B-033-1);

  5. een pasje van de Sparkasse Aachen op naam van [naam 4] (47703-B-038-01);

  6. zeventien blauwe retourenveloppen van de Belastingdienst (47703-B-038-01);

  7. zeven blanco aangifteformulieren IB/PVV 2011 (47703-B-038-02);

  8. zeven blanco aangifteformulieren IB/PVV 2010 (47703-B-038-03);

  9. negen blanco aangifteformulieren IB/PVV 2011 (47703-B-038-04);

  10. een enveloppe van de Belastingdienst met betrekking tot Kempenhaege (47703-B-033-2);

  11. rekeningafschriften van de Rabobank met betrekking tot rekeningnummer [rekeningnummer 2] (47703-B-033-3);

  12. een enveloppe van de Belastingdienst met betrekking tot [naam 5] (47703-B-033-4);

  13. een enveloppe van de Belastingdienst met tekst “namen het gebouw” (47703-B-033-5);

  14. een enveloppe van de Belastingdienst met tekst “namen het gebouw” - niet opgestuurd (47703-B-033-6);

  15. een enveloppe van de Belastingdienst met tekst “namen zonder sofi” (47703-B-033-7).

De rechtbank zal het voorwerp onder 3, de trolleyrugzak (maar dan zonder inhoud), verbeurdverklaren, nu deze aan een van de verdachten toebehoort en de belastingfraude met behulp van deze trolleytas is begaan. Deze tas is immers gebruikt als opslagruimte voor de documenten die nodig zijn geweest om de fraude te plegen.

Ten aanzien van de inhoud van de trolleyrugzak zal de rechtbank bepalen dat deze documenten deel blijven uitmaken van het dossier.

Ten aanzien van de voorwerpen onder 1, 2, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 11 zal de rechtbank de teruggave gelasten aan de rechthebbende persoon of instantie, zoals is vermeld in het dictum.

Ten aanzien van de overige voorwerpen, te weten 10, 12, 13, 14 en 15 zal de rechtbank gelasten dat deze deel blijven uitmaken van het dossier.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 57, 63 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en op artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.5 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is tenlastegelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;

Beslag

- verklaart verbeurd het volgende inbeslaggenomen voorwerp:

- een trolleyrugzak zonder bescheiden (47703-B-033);

- gelast de teruggave van de volgende inbeslaggenomen voorwerpen aan de hierna te noemen personen/instanties:

  • -

    een Duits Aufenthalts-bewijs op naam van [naam 3] (47703-B-021) aan de bevoegde Duitse autoriteiten;

  • -

    bankpasje 2 en 3 van de Duitse Postbank (47703-B-021) aan de Duitse Postbank;

  • -

    diverse bescheiden van Startpeople (47703-B-033-1) aan Startpeople;

  • -

    een pasje van de Sparkasse Aachen op naam van [naam 4] (47703-B-038-01) aan de Sparkasse te Aken;

  • -

    zeventien blauwe retourenveloppen van de Belastingdienst (47703-B-038-01) aan de Belastingdienst;

  • -

    zeven blanco aangifteformulieren IB/PVV 2011 (47703-B-038-02) aan de Belastingdienst;

  • -

    zeven blanco aangifteformulieren IB/PVV 2010 (47703-B-038-03) aan de Belastingdienst;

  • -

    negen blanco aangifteformulieren IB/PVV 2011 (47703-B-038-04) aan de Belastingdienst;

  • -

    rekeningafschriften van de Rabobank met betrekking tot rekeningnummer [rekeningnummer 2] (47703-B-033-3) aan [medeverdachte 1] ;

- bepaalt dat de volgende inbeslaggenomen voorwerpen deel blijven uitmaken van het strafdossier:

  • -

    de diverse bescheiden uit de trolleyrugzak (47703-B-033);

  • -

    een enveloppe van de Belastingdienst met betrekking tot Kempenhaege (47703-B-033-2);

  • -

    een enveloppe van de Belastingdienst met betrekking tot [naam 5] (47703-B-033-4);

  • -

    een enveloppe van de Belastingdienst met tekst “namen het gebouw” (47703-B-033-5);

  • -

    een enveloppe van de Belastingdienst met tekst “namen het gebouw” - niet opgestuurd (47703-B-033-6);

  • -

    een enveloppe van de Belastingdienst met tekst “namen zonder sofi” (47703-B-033-7).

Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster, voorzitter, mr. P. van Blaricum en mr. G. Demmink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Goevaerts, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 juni 2016.

Buiten staat

Mr. G. Demmink is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

Feit 1 primair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van de maand

augustus 2009 tot en met de maand september 2011 in de gemeente(n) Maastricht

en/of Heerlen, in ieder geval in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

(telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als

bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een (groot)

aantal aangifte(en) voor de inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen ten

name van een (groot) aantal perso(o)n(en) (bijlage D-026), waaronder

- [naam belastingaangifte 1] (nummer 68 van bijlage D-026) over de/het aangiftetijdvak(ken)

2007 en/of 2008 en/of 2009 en/of 2010 (D-020, D-021, D-065, D-066 en D-067)

en/of

- [naam belastingaangifte 2] (nummer 38 van D-026) over de/het aangiftetijdvak(ken) 2008

en/of 2009 en/of 2010 (D-018, D-019, D-093, D-100 en D-101) en/of

- [naam belastingaangifte 3] (nummer 10 van D-026) over de/het aangiftetijdvak(ken) 2008 en/of

2009 en/of 2010 (D-016, D-017, D-094 en D-156) en/of

- [naam belastingaangifte 4] (nummer 2 van D-026) over de/het aangiftetijdvak(ken) 2008 en/of

2009 (D-046 en D-047) en/of

- [naam belastingaangifte 5] (nummer 1 van D-026) over het aangiftetijdvak 2010

(D-063) en/of

- [naam belastingaangifte 6] (nummer 23 van D-026) over de/het aangiftetijdvak(ken) 2009

en/of 2010 (D-096 en D-097) en/of

- [naam belastingaangifte 7] , althans [naam belastingaangifte 8] (nummer 26 van D-026) over het

aangiftetijdvak 2010 (D-098) en/of

- [naam belastingaangifte 9] (nummer 51 van D-026) over de/het aangiftetijdvak(ken) 2005

en/of 2006 en/of 2007 en/of 2008 en/of 2009 en/of 2010 (D-103 tot en met

D-109),

(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers hebben/heeft verdachte

en/of (een of meer van) zijn medeverdachte(n) (telkens) opzettelijk op de/het

bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst ingeleverde

aangiftebiljet(ten) inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen voornoemd

-zakelijk weergegeven- (telkens) (een) fictieve dienstbetrekking(en) en/of

(een) fictieve/fictief, althans (een) te hoge/hoog bedrag(en) aan loon en/of

(een) te hoge/hoog bedrag(en) aan loonheffing vermeld, terwijl die/dat

feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven;

Feit 1 subsidiair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van de maand

augustus 2009 tot en met de maand september 2011 in de gemeente(n) Maastricht

en/of Heerlen, in ieder geval in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

(telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) (groot) aantal vals(e)

of vervalst(e) aangifte(en) voor de inkomstenbelasting/premies

volksverzekeringen ten name van een (groot) aantal perso(o)n(en) (bijlage

D-026), waaronder

- [naam belastingaangifte 1] (nummer 68 van bijlage D-026) over de/het aangiftetijdvak(ken)

2007 en/of 2008 en/of 2009 en/of 2010 (D-020, D-021, D-065, D-066 en D-067)

en/of

- [naam belastingaangifte 2] (nummer 38 van D-026) over de/het aangiftetijdvak(ken) 2008

en/of 2009 en/of 2010 (D-018, D-019, D-093, D-100 en D-101) en/of

- [naam belastingaangifte 3] (nummer 10 van D-026) over de/het aangiftetijdvak(ken) 2008 en/of

2009 en/of 2010 (D-016, D-017, D-094 en D-156) en/of

- [naam belastingaangifte 4] (nummer 2 van D-026) over de/het aangiftetijdvak(ken) 2008 en/of

2009 (D-046 en D-047) en/of

- [naam belastingaangifte 5] (nummer 1 van D-026) over het aangiftetijdvak 2010

(D-063) en/of

- [naam belastingaangifte 6] (nummer 23 van D-026) over de/het aangiftetijdvak(ken) 2009

en/of 2010 (D-096 en D-097) en/of

- [naam belastingaangifte 7] , althans [naam belastingaangifte 8] (nummer 26 van D-026) over het

aangiftetijdvak 2010 (D-098) en/of

- [naam belastingaangifte 9] (nummer 51 van D-026) over de/het aangiftetijdvak(ken) 2005

en/of 2006 en/of 2007 en/of 2008 en/of 2009 en/of 2010 (D-103 tot en met

D-109),

(elk) zijnde (een) geschrift(en) die/dat bestemd waren/was om tot bewijs van

enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en

onvervalst, bestaande dat gebruikmaken (telkens) hierin dat hij, verdachte

en/of (een of meer van) zijn medeverdachte(n) die aangifte(n)

inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen voornoemd (telkens) opzettelijk

hebben/heeft ingediend, althans hebben/heeft ingeleverd bij de/een Inspecteur

der belastingen of de Belastingdienst en bestaande die valsheid of vervalsing

(telkens) hierin dat op die aangifte(n) inkomstenbelasting/premies

volksverzekeringen voornoemd -zakelijk weergegeven- (telkens) (een) fictieve

dienstbetrekking(en) en/of (een) fictieve/fictief, althans(een) te hoge/hoog

bedrag(en) aan loon en/of (een) te hoge/hoog bedrag(en) aan loonheffing

waren/was vermeld en/of (telkens) (een) handtekening(en) waren/was vermeld die

niet afkomstig waren/was van de tenaamgestelde(n) van die aangifte(n)

inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen voornoemd, maar wel (telkens)

voor zodanige handtekening(en) moest(en) doorgaan;

Feit 1 meer subsidiair

[medeverdachte 2] en/of een of meer andere(n) dan hij, verdachte op een of meer

tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van de maand augustus 2009 tot en met

de maand september 2011 in de gemeente(n) Maastricht en/of Heerlen, in ieder

geval in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, (telkens)

opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de

Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een (groot) aantal aangifte(en)

voor de inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen ten name van een (groot)

aantal perso(o)n(en) (bijlage D-026), waaronder

- [naam belastingaangifte 1] (nummer 68 van bijlage D-026) over de/het aangiftetijdvak(ken)

2007 en/of 2008 en/of 2009 en/of 2010 (D-020, D-021, D-065, D-066 en D-067)

en/of

- [naam belastingaangifte 2] (nummer 38 van D-026) over de/het aangiftetijdvak(ken) 2008

en/of 2009 en/of 2010 (D-018, D-019, D-093, D-100 en D-101) en/of

- [naam belastingaangifte 3] (nummer 10 van D-026) over de/het aangiftetijdvak(ken) 2008 en/of

2009 en/of 2010 (D-016, D-017, D-094 en D-156) en/of

- [naam belastingaangifte 4] (nummer 2 van D-026) over de/het aangiftetijdvak(ken) 2008 en/of

2009 (D-046 en D-047) en/of

- [naam belastingaangifte 5] (nummer 1 van D-026) over het aangiftetijdvak 2010

(D-063) en/of

- [naam belastingaangifte 6] (nummer 23 van D-026) over de/het aangiftetijdvak(ken) 2009

en/of 2010 (D-096 en D-097) en/of

- [naam belastingaangifte 7] , althans [naam belastingaangifte 8] (nummer 26 van D-026) over het

aangiftetijdvak 2010 (D-098) en/of

- [naam belastingaangifte 9] (nummer 51 van D-026) over de/het aangiftetijdvak(ken) 2005

en/of 2006 en/of 2007 en/of 2008 en/of 2009 en/of 2010 (D-103 tot en met

D-109),

(telkens) onjuist en/of onvolledig hebben/heeft gedaan, immers hebben/heeft

die [medeverdachte 2] en/of die (een of meer) andere(n) dan hij, verdachte

(telkens) opzettelijk op de/het bij de Inspecteur der belastingen of de

Belastingdienst ingeleverde aangiftebiljet(ten) inkomstenbelasting/premies

volksverzekeringen voornoemd -zakelijk weergegeven- (telkens) (een) fictieve

dienstbetrekking(en) en/of (een) fictieve/fictief, althans (een) te hoge/hoog

bedrag(en) aan loon en/of (een) te hoge/hoog bedrag(en) aan loonheffing

vermeld, terwijl die/dat feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig

belasting werd geheven,

zijnde hij, verdachte, (telkens) tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] ,

althans alleen, toen en daar (telkens) opzettelijk behulpzaam geweest bij het

plegen van die/dat misdrijven/misdrijf en/of hebbende hij, verdachte,

(telkens) tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] , althans alleen, toen en daar

(telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen verschaft

tot het plegen van die/dat misdrijven/misdrijf, door (telkens) opzettelijk de

persoonsgegevens van de tenaamgestelde(n) op die aangifte(n)

inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen voornoemd en/of een of meer

bankrekening(en) ter vermelding op die aangifte(n) voor de

inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen voornoemd en/of ter inning van

belastingteruggave(n) (telkens) aan die [medeverdachte 2] en/of die ander(en) te

verstrekken;

Feit 1 meest subsidiair

[medeverdachte 2] en/of een of meer andere(n) dan hij, verdachte op een of meer

tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van de maand augustus 2009 tot en met

de maand september 2011 in de gemeente(n) Maastricht en/of Heerlen, in ieder

geval in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, (telkens)

opzettelijk gebruik hebben/heeft gemaakt van (een) (groot) aantal vals(e) of

vervalst(e) aangifte(en) voor de inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen

ten name van een (groot) aantal perso(o)n(en) (bijlage D-026), waaronder

- [naam belastingaangifte 1] (nummer 68 van bijlage D-026) over de/het aangiftetijdvak(ken)

2007 en/of 2008 en/of 2009 en/of 2010 (D-020, D-021, D-065, D-066 en D-067)

en/of

- [naam belastingaangifte 2] (nummer 38 van D-026) over de/het aangiftetijdvak(ken) 2008

en/of 2009 en/of 2010 (D-018, D-019, D-093, D-100 en D-101) en/of

- [naam belastingaangifte 3] (nummer 10 van D-026) over de/het aangiftetijdvak(ken) 2008 en/of

2009 en/of 2010 (D-016, D-017, D-094 en D-156) en/of

- [naam belastingaangifte 4] (nummer 2 van D-026) over de/het aangiftetijdvak(ken) 2008 en/of

2009 (D-046 en D-047) en/of

- [naam belastingaangifte 5] (nummer 1 van D-026) over het aangiftetijdvak 2010

(D-063) en/of

- [naam belastingaangifte 6] (nummer 23 van D-026) over de/het aangiftetijdvak(ken) 2009

en/of 2010 (D-096 en D-097) en/of

- [naam belastingaangifte 7] , althans [naam belastingaangifte 8] (nummer 26 van D-026) over het

aangiftetijdvak 2010 (D-098) en/of

- [naam belastingaangifte 9] (nummer 51 van D-026) over de/het aangiftetijdvak(ken) 2005

en/of 2006 en/of 2007 en/of 2008 en/of 2009 en/of 2010 (D-103 tot en met

D-109),

(elk) zijnde (een) geschrift(en) die/dat bestemd waren/was om tot bewijs van

enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en

onvervalst, bestaande dat gebruikmaken (telkens) hierin dat [medeverdachte 2]

en/of die (een of meer) andere(n) dan hij, verdachte, voornoemd die

aangifte(n) inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen voornoemd (telkens)

opzettelijk hebben/heeft ingediend, althans hebben/heeft ingeleverd bij de/een

Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst en bestaande die valsheid of

vervalsing (telkens) hierin dat op die aangifte(n) inkomstenbelasting/premies

volksverzekeringen voornoemd -zakelijk weergegeven- (telkens) (een) fictieve

dienstbetrekking(en) en/of (een) fictieve/fictief, althans(een) te hoge/hoog

bedrag(en) aan loon en/of (een) te hoge/hoog bedrag(en) aan loonheffing

waren/was vermeld en/of (telkens) (een) handtekening(en) waren/was vermeld die

niet afkomstig waren/was van de tenaamgestelde(n) van die aangifte(n)

inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen voornoemd, maar wel (telkens)

voor zodanige handtekening(en) moest(en) doorgaan,

zijnde hij, verdachte, (telkens) tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] ,

althans alleen, toen en daar (telkens) opzettelijk behulpzaam geweest bij het

plegen van die/dat misdrijven/misdrijf en/of hebbende hij, verdachte,

(telkens) tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] , althans alleen, toen en daar

(telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen verschaft

tot het plegen van die/dat misdrijven/misdrijf, door (telkens) opzettelijk de

persoonsgegevens van de tenaamgestelde(n) op die aangifte(n)

inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen voornoemd en/of een of meer

bankrekening(en) ter vermelding op die aangifte(n) voor de

inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen voornoemd en/of ter inning van

belastingteruggave(n) (telkens) aan die [medeverdachte 2] en/of die ander(en) te

verstrekken;

Feit 2

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van de maand mei

2008 tot en met de maand december 2011 in de gemeente Maastricht, althans in

Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen, (telkens) (een) voorwerp(en) heeft verworven en/of voorhanden heeft

gehad en/of overgedragen en/of omgezet, althans van dat voorwerp gebruik heeft

gemaakt, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of een of meer van zijn

medeverdachte(n) een of meer bedrag(en) aan geld tot een totaalbedrag groot

68.823,- euro of daaromtrent (D-028, D-029, D-031, D-036, D-079, D-080, D-082,

D-138, D-139, D-140 en D-170), in elk geval een of meer geldbedrag(en),

(telkens) op (een) ten name van hem, verdachte, staande bankrekening(en)

gestort en/of ontvangen en/of (telkens) vanaf die bankrekening(en) opgenomen

en/of overgeboekt naar (een) in Syrie gehouden bankrekening(en) ten name van

(een) derde(n),

terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) (telkens) wist(en),

althans (telkens) redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat bovenomschreven

voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren/ was uit enig

misdrijf.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van de FIOD, dossiernummer 47703, gesloten d.d. 15 oktober 2012, inclusief het aanvullend proces-verbaal van de FIOD d.d. 3 december 2012, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 1137.

2 Aangifte Belastingdienst (D-020) op de pagina’s 655, 656 en 658.

3 Aangifte Belastingdienst (D-021) op de pagina’s 659, 660 en 662.

4 Aangifte Belastingdienst (D-065) op de pagina’s 765, 766 en 768.

5 Aangifte Belastingdienst (D-066) op de pagina’s 769, 770 en 772.

6 Aangifte Belastingdienst (D-067) op de pagina’s 773 en 775.

7 Aangifte Belastingdienst (D-018) op de pagina’s 647, 648 en 650.

8 Aangifte Belastingdienst (D-019) op de pagina’s 651, 652 en 654.

9 Aangifte Belastingdienst (D-093) op de pagina’s 810 en 812.

10 Aangifte Belastingdienst (D-100) op de pagina’s 832, 833 en 835.

11 Aangifte Belastingdienst (D-101) op de pagina’s 836, 837 en 839.

12 Aangifte Belastingdienst (D-016) op de pagina’s 639, 640 en 642.

13 Aangifte Belastingdienst (D-017) op de pagina’s 643, 644 en 646.

14 Aangifte Belastingdienst (D-094) op de pagina’s 814 en 816.

15 Aangifte Belastingdienst (D-156) op de pagina’s 947 en 948.

16 Aangifte Belastingdienst (D-046) op de pagina’s 702, 703 en 705.

17 Aangifte Belastingdienst (D-047) op de pagina’s 706 en 707.

18 Aangifte Belastingdienst (D-063) op de pagina’s 760 en 762.

19 Aangifte Belastingdienst (D-096) op de pagina’s 819, 820 en 822.

20 Aangifte Belastingdienst (D-097) op de pagina’s 823 en 825.

21 Aangifte Belastingdienst (D-098) op de pagina’s 827 en 829.

22 Aangifte Belastingdienst (D-103) op de pagina’s 851 en 852.

23 Aangifte Belastingdienst (D-104) op de pagina’s 853 en 854.

24 Aangifte Belastingdienst (D-105) op de pagina’s 855 en 856.

25 Aangifte Belastingdienst (D-106) op de pagina’s 857 en 858.

26 Aangifte Belastingdienst (D-107) op de pagina’s 859, 860 en 862.

27 Aangifte Belastingdienst (D-108) op de pagina’s 863 en 864.

28 Aangifte Belastingdienst (D-109) op de pagina’s 865, 866 en 868.

29 Aangifte Belastingdienst (D-014) op de pagina’s 631, 632 en 634.

30 Aangifte Belastingdienst (D-198) op de pagina’s 1009 en 1010.

31 Aangifte Belastingdienst (D-015) op de pagina’s 635, 636 en 638.

32 Aangifte Belastingdienst (D-199) op de pagina’s 1011 en 1013.

33 Aangifte Belastingdienst (D-112) op de pagina’s 872, 873 en 875.

34 Aangifte Belastingdienst (D-113) op de pagina’s 876, 877en 879.

35 Aangifte Belastingdienst (D-114) op de pagina’s 880 en 881.

36 Aangifte Belastingdienst (D-115) op de pagina’s 882, 883 en 885.

37 Proces-verbaal ontvangst ambtsedige verklaringen inzake aangiften inkomstenbelasting d.d. 28 augustus 2012 (AH-021) op de pagina’s 322 en 323 in combinatie met de lijst ambtsedige verklaringen (D-194) op de pagina’s 1002-1005.

38 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam belastingaangifte 1] d.d. 16 maart 2012 op de pagina’s 526 en 527 (met betrekking tot de aangiften op naam van [naam belastingaangifte 1] ); proces-verbaal van verhoor van getuige [naam belastingaangifte 2] d.d. 14 mei 2012 op de pagina’s 535-538 (met betrekking tot de aangiften op naam van [naam belastingaangifte 2] ); proces-verbaal van verhoor van getuige [naam belastingaangifte 3] d.d. 3 mei 2012 op de pagina’s 544-548 (met betrekking tot de aangiften op naam van [naam belastingaangifte 3] ); proces-verbaal van verhoor van getuige [naam belastingaangifte 4] d.d. 7 maart 2012 op de pagina’s 517 en 518 (met betrekking tot de aangiften op naam van [naam belastingaangifte 4] ); proces-verbaal van verhoor van getuige [naam belastingaangifte 5] d.d. 24 mei 2012 op pagina 556 (met betrekking tot de aangifte op naam van [naam belastingaangifte 5] ); proces-verbaal van verhoor van getuige [naam belastingaangifte 6] d.d. 15 mei 2012 op de pagina’s 562 en 563 (met betrekking tot de aangiften op naam van [naam belastingaangifte 6] ); proces-verbaal van verhoor van getuige [naam belastingaangifte 9] d.d. 26 juni 2012 op de pagina’s 575-577 (met betrekking tot de aangiften op naam van [naam belastingaangifte 9] ).

39 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam belastingaangifte 7] d.d. 15 mei 2012 op de pagina’s 568 en 569.

40 Het overzichtsproces-verbaal (1-OPV) d.d. 10 oktober 2012 op pagina 38.

41 Het deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut ‘Vergelijkend handschriftonderzoek aangiftebiljetten Belastingdienst’ d.d. 12 februari 2015 met zaaknummer 2014.04.08.010, pagina 7 van 14. Dit rapport maakt geen deel uit van het proces-verbaal genoemd in voetnoot 1.

42 Het deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut ‘Vergelijkend handschriftonderzoek aangiftebiljetten Belastingdienst’ d.d. 12 februari 2015 met zaaknummer 2014.04.08.010, pagina 13 van 14. Dit rapport maakt geen deel uit van het proces-verbaal genoemd in voetnoot 1.

43 Het deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut ‘Vergelijkend handschriftonderzoek aangiftebiljetten Belastingdienst’ d.d. 12 februari 2015 met zaaknummer 2014.04.08.010, pagina 14 van 14. Dit rapport maakt geen deel uit van het proces-verbaal genoemd in voetnoot 1.

44 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 6 maart 2012 op pagina 365.

45 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 1 juni 2012 op de pagina´s 453 en 454.

46 Proces-verbaal inzake doorzoeking d.d. 8 maart 2012 (AH-006) op de pagina’s 125 en 126.

47 Proces-verbaal onderzoek in beslag genomen administratie d.d. 9 maart 2012 (AH-008) op de pagina’s 130 en 131.

48 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 15 maart 2012 op de pagina´s 420 en 421.

49 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 1 juni 2012 op pagina 460.

50 Proces-verbaal aangifte IB/PVV en uitbetalingen belastinggelden op naam van [naam belastingaangifte 1] d.d. 29 augustus 2012 (AH-009) op pagina 140 in combinatie met het blad met handgeschreven aantekeningen (D-049) op de pagina’s 710 en 711.

51 Proces-verbaal aangifte IB/PVV en uitbetalingen belastinggeld op naam van [naam belastingaangifte 2] d.d. 29 augustus 2012 (AH-013) op pagina 184 in combinatie met de brief van CapitalP BV d.d. 24 augustus 2010 (D-051) op pagina 713.

52 Proces-verbaal IB/PVV en betaling belastinggeld op naam van [naam belastingaangifte 3] d.d. 29 augustus 2012 (AH-014) op de pagina’s 215 en 216 in combinatie met de brief van de Belastingdienst/Toeslagen d.d. 16 augustus 2010 (D-043) op de pagina’s 695 en 696.

53 Proces-verbaal overige getuigen/slachtoffers d.d. 26 september 2012 (AH-015) op de pagina’s 241 en 242 in combinatie met de polis 2011 van Ohra met betrekking tot [naam belastingaangifte 5] d.d. 30 oktober 2010 (D-062) op pagina 753.

54 Proces-verbaal overige getuigen/slachtoffers d.d. 26 september 2012 (AH-015) op de pagina’s 241 en 242 in combinatie met de brief van CAK d.d. 16 september 2010 gericht aan [naam belastingaangifte 6] (D-095) op pagina 818.

55 Proces-verbaal overige getuigen/slachtoffers d.d. 26 september 2012 (AH-015) op de pagina’s 241 en 242 in combinatie met de loonafrekening afkomstig van [naam belastingaangifte 8] en gericht aan [naam belastingaangifte 7] (D-099) op pagina 831.

56 Proces-verbaal overige getuigen/slachtoffers d.d. 26 september 2012 (AH-015) op de pagina’s 241 en 242 in combinatie met de brief van de Dienst Uitvoering Onderwijs d.d. 26 februari 2010 gericht aan [naam belastingaangifte 9] (D-110) op pagina 869.

57 Overzichtsproces-verbaal d.d. 10 oktober 2012 (1-OPV) op pagina 22.

58 Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 4 oktober 2012 (KVI) met betrekking tot inbeslagnamecode B-038, pagina 1 en 2 in combinatie met de lijst van inbeslaggenomen goederen als bijlage bij het proces-verbaal doorzoeking d.d. 8 maart 2012 (AH-006) op pagina 128. De kennisgeving van inbeslagneming maakt geen deel uit van het proces-verbaal genoemd in voetnoot 1.

59 Document met opschrift ‘opvragen algemene rekeninggegevens’ (D-035) op pagina 685.

60 Volmacht formulier van de Rabobank (D-027) op de pagina’s 676 en 677.

61 Rekeningafschrift van de ABN AMRO Bank te Kampen op naam van [verdachte] (D-028) op pagina 678.

62 Rekeningafschrift ABN AMRO ten name van [verdachte] (D-028) op pagina 678.

63 Rekeningafschrift ABN AMRO ten name van [verdachte] (D-029) op pagina 679.

64 Rekeningafschrift ABN AMRO ten name van [verdachte] (D-030) op pagina 680.

65 Rekeningafschrift ABN AMRO ten name van [verdachte] (D-031) op pagina 681.

66 Rekeningafschrift ABN AMRO ten name van [verdachte] (D-032) op pagina 682.

67 Rekeningafschrift Rabobank Maastricht ten name van [medeverdachte 1] (D-033) op pagina 683.

68 Document met het opschrift ‘raadplegen adressen’ (D-086) op pagina 802.

69 Document met het opschrift ‘raadplegen adressen’ (D-087) op pagina 803.

70 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam belastingaangifte 2] d.d. 14 mei 2012 op pagina 533 respectievelijk proces-verbaal van verhoor getuige [naam belastingaangifte 3] d.d. 3 mei 2012 op pagina 545.

71 Overzichtsproces-verbaal d.d. 10 oktober 2012 (1-OPV) op pagina 30.

72 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam belastingaangifte 4] d.d. 7 maart 2012 op pagina 519 respectievelijk proces-verbaal van verhoor getuige [naam belastingaangifte 9] d.d. 26 juni 2012 op pagina 573.

73 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam belastingaangifte 5] d.d. 24 mei 2012 op pagina 555.

74 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam belastingaangifte 6] d.d. 15 mei 2012 op pagina 561.

75 Overzichtsproces-verbaal d.d. 10 oktober 2012 (1-OPV) op pagina 30.

76 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam belastingaangifte 7] d.d. 15 mei 2012 op de pagina´s 567 en 568.

77 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam belastingaangifte 1] d.d. 16 maart 2012 op pagina 525.

78 Proces-verbaal van verhoor [naam belastingaangifte 1] d.d. 16 maart 2012 op de pagina’s 525-527.

79 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 27 november 2015, pagina’s 2 en 3. Dit proces-verbaal maakt geen deel uit van het proces-verbaal genoemd in voetnoot 1.

80 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 2 juni 2012 op de pagina’s 467, 469 en 470.

81 Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut ´Vergelijkend handschriftonderzoek aangiftebiljetten Belastingdienst´ d.d. 12 februari 2015 met zaaknummer 2014.04.08.010, pagina 12 van 14. Dit rapport maakt geen deel uit van het proces-verbaal genoemd in voetnoot 1.

82 Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut ´Aanvullend vergelijkend handschriftonderzoek aangiften Belastingdienst´ d.d. 22 december 2015 met zaaknummer 2014.04.08.010, pagina 6 van 6. Dit rapport maakt geen deel uit van het proces-verbaal genoemd in voetnoot 1.

83 Belastingaangiften (D-008 en D-009) op de pagina’s 613 en 614 respectievelijk 617 en 618.

84 Belastingaangifte (D-010) op de pagina’s 621 en 622.

85 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 6 maart 2012 op pagina 367.

86 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 1 juni 2012 op pagina 455.

87 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam belastingaangifte 4] d.d. 7 maart 2012 op pagina 519.

88 Aangifte Belastingdienst (D-004) op de pagina’s 597, 598 en 600.

89 Aangifte Belastingdienst (D-005) op de pagina’s 601, 602 en 604.

90 Aangifte Belastingdienst (D-006) op de pagina’s 605, 606 en 608.

91 Overzichtsproces-verbaal (1-OPV) d.d. 10 oktober 2012 op pagina 20.

92 Rekeningafschrift van de ING Bank (D-079) op pagina 795.

93 Rekeningafschrift van de ING Bank (D-080) op pagina 796.

94 Rekeningafschrift van de ING Bank (D-082) op pagina 798.

95 Rekeningafschrift van de ING Bank (D-140) op pagina 926.

96 Rekeningafschrift van de ING Bank (D-079) op pagina 795.

97 Rekeningafschrift van de ING Bank (D-081) op pagina 797.

98 Rekeningafschrift van de ING Bank (D-083) op pagina 799.

99 Rekeningafschrift van de ING Bank (D-141) op pagina 927.

100 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 15 maart 2012 op pagina 417.

101 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 7 maart 2012 op de pagina’s 385 en 386.

102 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 21 maart 2012 op pagina 433.