Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:5110

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
16-06-2016
Datum publicatie
16-06-2016
Zaaknummer
AWB-16_1426uvv
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De Vereniging Stop AWACS heeft de voorzieningenrechter verzocht tot het opleggen van een onmiddellijk verbod van toegang tot het Nederlands luchtruim van alle AWACS-vliegtuigen met een geluidsbelasting van meer dan 88 dB(A), op straffe van een dwangsom van

€ 100.000 per overtreding met ingang van één week na de uitspraak van de voorzieningenrechter. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter bestaat thans onvoldoende aanleiding om in de gevraagde voorlopige voorziening te treffen. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat enerzijds weliswaar sprake is van door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State reeds eerder als zeer ernstig gekwalificeerde geluidsoverlast, anderzijds zou toewijzing van het verzoek feitelijk het op zeer korte termijn en geheel stilleggen van vluchten met AWACS-vliegtuigen betekenen. Dit terwijl, verweerder ter zitting heeft aangegeven uiterlijk eind juli opnieuw op dit bezwaar te zullen beslissen. . Bovendien bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening in dit stadium (tijdens de bezwaarfase) in beginsel alleen dan aanleiding indien de heroverweging van het primaire besluit naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen andere resultaat zou kunnen hebben dan dat verweerder maatregelen dient te nemen die tot de door de Vereniging gewenste reductie van piekgeluiden leiden. Gelet op de uitspraak van de Afdeling van 23 maart 2016, waarbij enkel de beslissing op bezwaar is vernietigd wegens een motiveringsgebrek en aanwijzingen zijn gegeven over de belangen waarop nader moet worden ingegaan, bestaat er geen grond voor dit oordeel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK limburg

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 16 / 1426

uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 juni 2016 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

Vereniging Stop Awacs , te [plaats 1] , verzoekster

(gemachtigde: J. Fijnaut),

en

de Minister van Defensie, verweerder

(gemachtigde: mr. H.J.M. Besselink).

Procesverloop

Bij besluit van 14 augustus 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van verzoekster om maatregelen te treffen die leiden tot beëindiging van de geluidsoverlast door AWACS-vliegtuigen in [plaats 2] (gemeente Onderbanken) en [plaats 1], althans het geluid te reduceren tot maximaal 88 dB(A) LAmax, afgewezen.

Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 22 maart 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Bij uitspraak van 20 januari 2015 (AWB 13/729), voor zover hier van belang, heeft de rechtbank Limburg het door verzoekster daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Verzoekster heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld.

Bij uitspraak van 23 maart 2016 (201500881/1/A4), voor zover hier van belang, heeft de

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) het hoger beroep gegrond

verklaard, de uitspraak van de rechtbank Limburg van 20 januari 2015, voor zover daarbij

het beroep tegen het besluit van de verweerder van 22 maart 2013, ongegrond is verklaard,

vernietigd, het bij de rechtbank ingestelde beroep tegen het besluit van verweerder van

22 maart 2013, gegrond verklaard en het besluit van verweerder van 22 maart 2013

vernietigd.

Verzoekster heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg verzocht een

voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 juni 2016. Verzoekster is vertegenwoordigd door haar gemachtigde en [naam] verschenen. Verweerder heeft zich eveneens laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en mr. A.J. van Heusden.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) – voor zover hier van belang – kan, indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. De voorzieningenrechter stelt vast dat aan de eerste twee in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb geformuleerde formele vereisten is voldaan. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen verweerders besluit van 14 augustus 2012 ter zake waarvan een voorlopige voorziening is gevraagd en deze rechtbank is bevoegd om van de (eventuele) hoofdzaak kennis te nemen.

3. Ten aanzien van het spoedeisend belang bij de gevraagde voorlopige voorziening overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

4. Blijkens de door verzoekster ter zitting gegeven toelichting strekt het verzoek tot een onmiddellijk verbod van toegang tot het Nederlands luchtruim van alle AWACS-vliegtuigen met een geluidsbelasting van meer dan 88 dB(A), op straffe van een dwangsom van

€ 100.000 per overtreding met ingang van één week na de uitspraak van de voorzieningenrechter. Reden voor dit verzoek is dat reeds tientallen jaren door ernstige geluidhinder het welzijn van omwonenden van de AWACS-vliegbasis wordt aangetast. Dit wordt volgens verzoekster bevestigd door de hiervoor genoemde uitspraak van de Afdeling van 23 maart 2016 waarbij de eerdere beslissing op verzoeksters bezwaar is vernietigd. Gelet hierop bestaat volgens verzoekster aanleiding de gevraagde voorziening te treffen totdat opnieuw beslist is op het bezwaar.

5. Verweerder daarentegen heeft zich op het standpunt gesteld dat de AWACS-vliegtuigen al sinds 1982 over de regio vliegen, en dat geenszins aannemelijk is gemaakt dat er thans opeens dermate onevenredig nadeel zou worden geleden dat juist op dit moment, in de aanloop naar een nieuwe beslissing op bezwaar, ingrijpen bij wijze van voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Bovendien heeft de Afdeling weliswaar in de uitspraak van 23 maart 2016 de door de minister genomen beslissing op bezwaar van 22 maart 2013 wegens een motiveringsgebrek vernietigd, maar de Afdeling heeft daarbij het primaire besluit van 14 augustus 2012 in stand gelaten. Uit de uitspraak kan volgens verweerder niet worden afgeleid dat dat besluit onrechtmatig is. Ook anderszins volgt uit de uitspraak van de Afdeling niet dat zij onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk acht.

6. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het enkele feit dat de AWACS-vliegtuigen reeds sinds 1982 over de regio vliegen, onvoldoende is voor het oordeel dat thans geen spoedeisend belang zou kunnen bestaan bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat verweerder ter zitting niet heeft betwist dat regelmatig sprake is van een aanzienlijke overschrijding van

88 dB(A), waarbij piekbelastingen van meer dan 100 dB(A) zijn gemeten. Reeds bij uitspraak van de Afdeling van 18 juli 2007 (ECLI:NL:RVS:2007:BA9833), waarbij niet in geschil was dat piekbelastingen van ten minste 99,9 dB(A) waren gemeten, heeft de Afdeling met betrekking tot de ernst van de geluidsoverlast overwogen dat deze als zeer ernstig moet worden aangemerkt. Dat in de afgelopen jaren volgens verweerder een vermindering van de geluidsbelasting is bereikt, is van de zijde van verweerder ook reeds betoogd in de procedure die heeft geleid tot de uitspraak van de Afdeling van 23 maart 2016. Desalniettemin heeft de Afdeling overwogen dat verweerder bij de afwijzing van het verzoek tot het treffen van maatregelen onvoldoende is ingegaan op de mate van ondervonden overlast. Reeds hierom kan niet gezegd worden dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de overlast de afgelopen jaren aanzienlijk is afgenomen zodat juist het enkele tijdsverloop op den duur zou kunnen leiden tot de conclusie dat met het treffen van maatregelen ter voorkoming van geluidsoverlast niet langer kan worden gewacht.

7. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter bestaat thans niettemin onvoldoende aanleiding om in afwachting van het nieuw te nemen besluit door verweerder, een voorlopige voorziening te treffen. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat toewijzing van het verzoek feitelijk het op zeer korte termijn en geheel stilleggen van vluchten met AWACS-vliegtuigen zou betekenen. Dit terwijl, hoewel tussen partijen verschil van mening bestaat over de termijn waarbinnen opnieuw door verweerder op het bezwaar moet worden beslist, verweerder ter zitting heeft aangegeven uiterlijk eind juli opnieuw op dit bezwaar te zullen beslissen. Indien verzoekster van mening is dat eerder op het bezwaar dient te worden beslist, is het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit hiertoe het geëigende rechtsmiddel. Bovendien bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening in dit stadium (tijdens de bezwaarfase) in beginsel alleen dan aanleiding indien de heroverweging van het primaire besluit naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen andere resultaat zou kunnen hebben dan dat verweerder maatregelen dient te nemen die tot de door verzoekster gewenste reductie van piekgeluiden leiden. Gelet op de uitspraak van de Afdeling van 23 maart 2016, waarbij enkel de beslissing op bezwaar is vernietigd wegens een motiveringsgebrek en aanwijzingen zijn gegeven over de belangen waarop nader moet worden ingegaan, bestaat er geen grond voor dit oordeel.

8. Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen ontbreekt een spoedeisend belang dat rechtvaardigt dat in afwachting van de beslissing op het bezwaarschrift een voorziening wordt getroffen als verzocht.

9. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M. Schelfhout, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.A. Debets, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2016.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op: 16 juni 2016

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.