Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:4980

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
13-06-2016
Datum publicatie
13-06-2016
Zaaknummer
03/720652-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf. Ook moet verdachte schadevergoeding aan de slachtoffers betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/720652-15

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 13 juni 2016,

in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum verdachte] ,

thans verblijvende bij Forensisch Psychiatrisch Centrum De Kijvelanden te 3172 AB Poortugaal, Kijvelandsekade 1.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.T. Willemsen, advocaat te Haarlem.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 30 mei 2016. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1 : (primair) seksueel is binnengedrongen bij [slachtoffer 1] , een meisje jonger dan 16

jaar dan wel (subsidiair) ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 1] .

Feit 2 : aan [slachtoffer 1] heeft voorgesteld om elkaar te ontmoeten met als doel ontuchtige

handelingen met haar te plegen (“grooming”).

Feit 3 : ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 2] , een meisje jonger dan 16 jaar.

Feit 4 : aan [slachtoffer 2] heeft voorgesteld om elkaar te ontmoeten met als doel ontuchtige

handelingen met haar te plegen (“grooming”).

Feit 5 : (primair) seksueel is binnengedrongen bij [slachtoffer 3] , een meisje jonger dan 16 jaar

dan wel (subsidiair) ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 3] .

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van feit 1 primair. Hiertoe heeft zij aangevoerd dat de verklaring van [slachtoffer 1] dat verdachte haar lichaam seksueel is binnengedrongen, niet wordt ondersteund door een ander bewijsmiddel. Wel acht de officier van justitie feit 1 subsidiair wettig en overtuigend bewezen, omdat verdachte heeft bekend dat hij [slachtoffer 1] heeft gezoend en de hand van [slachtoffer 1] naar zijn penis heeft gebracht.

Ook feit 2 acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen. Hiertoe heeft zij verwezen naar de verklaringen van [slachtoffer 1] en verdachte en de uitdraai van de WhatsApp-gesprekken die zich in het dossier bevinden.

Daarnaast kan bewezen worden dat verdachte, zoals onder feit 3 ten laste is gelegd, [slachtoffer 2] een tongzoen heeft gegeven en dat hij dus een ontuchtige handeling met haar heeft gepleegd.

De onder feit 4 ten laste gelegde “grooming” van [slachtoffer 2] kan volgens de officier van justitie ook worden bewezen. Hiertoe heeft zij verwezen naar de verklaring van [slachtoffer 2] .

Tot slot heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd van het onder feit 5 primair ten laste gelegde. Niet kan worden bewezen dat verdachte seksueel is binnengedrongen bij [slachtoffer 3] . Wel acht zij bewezen dat verdachte ontuchtige handelingen met [slachtoffer 3] heeft gepleegd door haar te tongzoenen en met zijn onderlichaam rijdende en schurende bewegingen tegen haar onderlichaam te maken.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1 ten laste gelegde. Hiertoe heeft hij aangevoerd dat de verklaring van [slachtoffer 1] dat verdachte seksueel bij haar is binnengedrongen, niet wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. Verdachte ontkent dat hij dit heeft gedaan. Er is dus onvoldoende wettig bewijs.

Wat betreft de bewezenverklaring van het onder feit 2 ten laste gelegde heeft de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.

Volgens de raadsman kan niet worden bewezen dat verdachte, zoals onder feit 3 ten laste is gelegd, ontuchtige handelingen met [slachtoffer 2] heeft gepleegd. [slachtoffer 2] heeft namelijk verklaard dat geen sprake was van seksueel contact tussen haar en verdachte, ook geen tongzoen. In het verlengde daarvan kan ook niet worden bewezen dat, voor zover al concrete afspraken zijn gemaakt voor een ontmoeting, deze gericht was op het plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer 2] . Verdachte moet dan ook worden vrijgesproken van het onder

feit 3 en feit 4 ten laste gelegde.

Tot slot moet verdachte integraal worden vrijgesproken van het onder feit 5 ten laste gelegde. De verklaring van [slachtoffer 3] dat verdachte seksueel bij haar is binnengedrongen, wordt niet ondersteund door andere bewijsmiddelen. Verdachte ontkent dat hij dit heeft gedaan. Er is dus onvoldoende wettig bewijs.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Met betrekking tot de feiten 1 en 2:

[slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 1] , heeft aangifte gedaan. Zij verklaarde dat zij begin 2015 via het chatprogramma Skype in contact is gekomen met verdachte. Verdachte wilde verkering met [slachtoffer 1] . Hij zei tegen haar dat ze de relatie met haar toenmalige vriendje moest verbreken omdat deze niet zoveel tijd voor haar had en vreemd zou gaan. 2

In het dossier bevinden zich uitdraaien van Skypeberichten die [slachtoffer 1] met verdachte heeft gevoerd.

  • -

    Op 27 januari 2015 heeft [slachtoffer 1] voor het eerst een chatgesprek met verdachte gevoerd. Verdachte vroeg toen onder meer “groot? Mijn lul?”, “ik ben een beetje geil, erg?”, “kijk je even naar me dan als ik geil”, “laat me nog iets van je zien dan?” en “vind je mijn lul geil?” Verdachte beloofde [slachtoffer 1] in dit gesprek ook een Iphone 5 te geven. Later in het gesprek zei hij tegen [slachtoffer 1] “schat kom geil dan. Ik bedoel, als ik jou zou likken dan zou je nat zijn” en verdachte vroeg aan [slachtoffer 1] “maar eerlijk schat heb je nou zin”, “laat iets zien dan”, “schat laat zien hoe je vingert. Je bent toch al nat. Please. Vinger voor me.”

  • -

    Op 28 januari 2015 zei verdachte tegen [slachtoffer 1] “schatje, ik doe shirt uit, alles. Doe ook iets voor mij dan. Please” en “jij durft niet geil te doen” en “heb zin in jouw kutje.”

  • -

    Op 30 januari 2015 zei verdachte tegen [slachtoffer 1] “wil je nog wat zeggen. Laat het dan merken. Je wou het uitmaken”. Hij verweet [slachtoffer 1] dat ze eerst heeft gezegd dat ze het wilde uitmaken met haar vriendje en vervolgens terug krabbelt en zei tegen haar “ik ga zelfmoord doen.”

  • -

    Op 1 februari 2015 zei [slachtoffer 1] tegen verdachte “ik hou van je schat, waarom geloof je mij nooit?” Verdachte antwoordde “verwijder je wel nu van skype […] waarom negeer je mij nu je iemand anders hebt gevonden. Dan ga je maar lekker daarmee verder” en “Skype me maar je kan het goed maken”.3

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij een telefoon van verdachte cadeau kreeg.4 Verdachte heeft dit bevestigd.5

Verdachte is na deze chatgesprekken drie keer bij [slachtoffer 1] , die in Horst woont, op bezoek gekomen.6 De moeder van [slachtoffer 1] zei tegen hem dat hij daar niet kon blijven slapen en heeft tegen verdachte gezegd dat hij in een hotel of Bed & Breakfast moest overnachten. Dat heeft verdachte ook gedaan: hij heeft van 11 februari 2015 tot en met 13 februari 2015 in een Bed & Breakfast [naam bed & breakfast] aan de [adres] in Lottum overnacht.7

Toen verdachte de tweede keer bij [slachtoffer 1] thuis op bezoek kwam, heeft hij haar gevingerd; hij is met zijn vinger in de vagina van [slachtoffer 1] gegaan.

Op 13 februari 2015 had [slachtoffer 1] met verdachte afgesproken in een hotel, omdat haar ouders niet meer wilden dat verdachte op bezoek kwam. Verdachte is haar, samen met de hoteleigenaar komen ophalen en ze gingen naar een hotel aan de [adres] in Lottum.

[slachtoffer 1] en verdachte hebben een film gekeken op het bed in de hotelkamer. Nadat de film was afgelopen, moest [slachtoffer 1] porno kijken van verdachte, omdat ze moest leren om hem te pijpen. Zij heeft het filmpje gekeken en kreeg tips van verdachte, waarna ze verdachte moest pijpen. Verdachte trok zijn broek en onderbroek uit, pakte [slachtoffer 1] bij haar achterhoofd vast en duwde haar naar zijn penis. [slachtoffer 1] heeft verdachte toen gepijpt. [slachtoffer 1] is in het hotel blijven slapen. Verdachte zei op enig moment dat hij zin had in seks; hij heeft de kleding van [slachtoffer 1] uitgetrokken en haar gevingerd om haar “nat te krijgen”. Daarna kwam verdachte op zijn knieën tussen haar benen zitten, deed haar benen uit elkaar en stopte zijn penis in haar vagina en bewoog op en neer.8

Verdachte, die op het moment van het ten laste gelegde 23 jaar was, heeft verklaard dat hij samen met de eigenaar van de Bed & Breakfast [slachtoffer 1] is gaan ophalen. [slachtoffer 1] is op de kamer van verdachte in de Bed & Breakfast geweest. Hij wist dat [slachtoffer 1] 13 jaar was. [slachtoffer 1] heeft bij verdachte op schoot gezeten. Hij heeft toen met haar gezoend en [slachtoffer 1] “reed” (de rechtbank begrijpt: maakte schurende bewegingen met haar onderlichaam) op de benen van verdachte.9

De eigenaar van de Bed & Breakfast heeft bevestigd dat hij - op verzoek van verdachte - een meisje ophaalde. Verdachte vertelde hem dat het om zijn nichtje ging.10

Uit de verklaringen van [slachtoffer 1] blijkt dat verdachte en [slachtoffer 1] - die niet met elkaar waren getrouwd - meerdere seksuele handelingen hebben verricht. Zo heeft verdachte [slachtoffer 1] gevingerd en vaginaal gepenetreerd. [slachtoffer 1] heeft verdachte gepijpt. De verklaring van [slachtoffer 1] staat niet op zichzelf en wordt naar het oordeel van de rechtbank voldoende ondersteund. Verdachte heeft namelijk verklaard dat [slachtoffer 1] bij hem op de hotelkamer in de Bed & Breakfast is geweest, dat hij toen met haar heeft gezoend en dat zij schurende bewegingen met haar onderlichaam over de benen van verdachte maakte. Ook de Skype-berichten tussen verdachte en [slachtoffer 1] ondersteunen de verklaring van [slachtoffer 1] . Op basis van deze berichten stelt de rechtbank vast dat verdachte, de eerste keer dat hij contact had met [slachtoffer 1] , al seksuele toespelingen maakte. Zo vroeg hij of [slachtoffer 1] geil was, gaf hij zelf aan geil te zijn en vroeg aan [slachtoffer 1] of zij zijn penis geil vond. De rechtbank is van oordeel dat verdachte naar de nacht in de Bed & Breakfast heeft toegewerkt. Verdacht dringt in zijn berichten met een dwingende toon aan op seks. Verdachte dreigt daarbij met het plegen van zelfmoord als de “relatie” beëindigd zou worden. Hij heeft [slachtoffer 1] bovendien, nog voordat de eerste ontmoeting heeft plaatsgevonden, een Iphone in het vooruitzicht gesteld. Die heeft ze ook gekregen, Ook heeft hij er voor gezorgd dat [slachtoffer 1] werd opgehaald.

Nu de verklaring van [slachtoffer 1] in voldoende mate ondersteuning vindt in ander bewijsmateriaal, kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte in de periode van 11 februari 2015 tot en met 14 februari 2015 meermalen ontuchtige handelingen heeft verricht met [slachtoffer 1] , die bestonden of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 1] . Zij was ten tijde van het plegen van deze handelingen 13 jaar, terwijl verdachte op dat moment 23 jaar was. Dit leeftijdsverschil van 10 jaren is zo groot, dat de seksuele handelingen die verdachte met [slachtoffer 1] heeft verricht in het algemeen niet als sociaal-ethisch worden aanvaard. Hiermee staat vast dat de seksuele handelingen die door verdachte zijn gepleegd, ook ontuchtig waren.

Ook acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van

1 januari 2015 tot en met 14 februari 2015 berichten via Skype heeft verstuurd naar [slachtoffer 1] . In die berichten heeft verdachte voorgesteld om [slachtoffer 1] te ontmoeten. Verdachte wilde, gelet op de Skype-berichten ontuchtige handelingen met [slachtoffer 1] plegen. Verdachte heeft met die reden met [slachtoffer 1] afgesproken om hem te ontmoeten in een Bed & Breakfast en heeft haar samen met de eigenaar van deze Bed & Breakfast opgehaald. In een kamer in deze bed & breakfast hebben vervolgens de ontuchtige handelingen plaatsgevonden. De rechtbank acht de onder feit 2 ten laste gelegde ‘grooming’ van [slachtoffer 1] dan ook bewezen.

Met betrekking tot de feiten 3 en 4:

[naam moeder slachtoffer 2] , heeft namens haar dochter [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] , aangifte gedaan.11 [slachtoffer 2] , een vriendin van [slachtoffer 1] , heeft verklaard dat ze op 15 februari 2015 naar [slachtoffer 1] is gegaan en dat [verdachte] , verdachte, daar toen ook was. Verdachte vroeg haar of zij de dag daarna wat te doen had. De dag erna hebben ze afgesproken in Lottum. Verdachte verbleef daar in een Bed & Breakfast aan de [adres] . [slachtoffer 2] heeft tegen haar moeder gelogen en gezegd dat ze twee nachten bij een vriendin zou blijven slapen. [slachtoffer 2] heeft van 16 tot en met 18 februari 2015 in Lottum verbleven.12

De telefoon van [slachtoffer 2] werd in beslag genomen13 en uitgelezen.

  • -

    Op 20 februari 2015 werd aan [slachtoffer 2] via WhatsApp gevraagd “zoent hij lekker?” Zij antwoordde “dat wel en hij begon”.

  • -

    Op 22 februari 2015 verstuurde [slachtoffer 2] het WhatsApp-bericht “ik heb getongd met de vriend van mijn vriendin en daar heb ik 3 nachten geslapen”.

  • -

    Op 1 maart 2015 stuurde [slachtoffer 2] het WhatsApp-bericht “ik wil me nergens mee bemoeien. Ik heb tegen [verdachte] gezegd dat hij [slachtoffer 1] beter kan laten gaan, omdat jullie geen vertrouwen in hem hebben gaat het denk ik sowieso niet werken dus is het beter ook en er is anders alleen maar ruzie tussen u en [slachtoffer 1] en dat is voor jullie alle twee niet leuk en ik heb [verdachte] al vaker gezien en die vader en ik vertrouw hem wel en hij heeft aan mij ook zijn id laten zien toen we aan het afspreken waren en hij gaat hem ook wel aan jullie laten zien maar zo gaat het denk ik niet werken en [verdachte] is een lieve jongen en ik weet dat dus”.14

Verdachte is van 16 tot en met 18 februari 2015 in de Bed & Breakfast in Lottum verbleven. Hij heeft daar met [slachtoffer 2] , die volgens verdachte 14 of 15 jaar was, afgesproken. [slachtoffer 2] is daar meerdere nachten blijven slapen. Verdachte heeft zelf verklaard [slachtoffer 2] een kus op de mond gegeven.15

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat verdachte op 15 februari 2015 aan [slachtoffer 2] heeft voorgesteld om hem de dag erna in de Bed & Breakfast in Lottum te ontmoeten. [slachtoffer 2] is op die uitnodiging ingegaan en heeft samen met verdachte in de periode van 16 tot en met 18 februari 2015 in die Bed & Breakfast verbleven. Uit de bewijsmiddelen kan echter niet worden afgeleid dat verdachte deze ontmoeting heeft voorgesteld om ontuchtige handelingen met [slachtoffer 2] te plegen. De rechtbank acht dan ook niet bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 4 ten laste gelegde “grooming”.Uit de WhatsApp-berichten die in de telefoon van [slachtoffer 2] werden aangetroffen en de aangifte namens [slachtoffer 2] , leidt de rechtbank af dat verdachte in die periode met [slachtoffer 2] heeft getongzoend en niet alleen een kus op de mond heeft gegeven, zoals verdachte heeft verklaard.

Naar het oordeel van de rechtbank kan dan ook wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte in de periode van 16 tot en met 18 februari 2015 ontuchtige handelingen met [slachtoffer 2] heeft verricht. Zij was ten tijde van het plegen van dat feit 13 jaar, terwijl verdachte op dat moment 23 jaar was. Dit leeftijdsverschil van 10 jaar is zo groot, dat de handeling van verdachte - het tongzoenen van [slachtoffer 2] - in het algemeen niet als sociaal-ethisch worden aanvaard. Hiermee staat vast dat verdachte ontuchtige handelingen met [slachtoffer 2] heeft gepleegd.

Met betrekking tot feit 5:

[slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 3] , heeft aangifte gedaan. Zij heeft verklaard dat zij in januari of februari 2015 verdachte via [slachtoffer 1] heeft leren kennen. [slachtoffer 3] heeft via WhatsApp met verdachte contact gehad. Zij heeft tegen verdachte gezegd dat zij 15 jaar was, verdachte schreef dat hij 18 jaar was. [slachtoffer 3] heeft vervolgens met verdachte afgesproken; ze wilde misschien een relatie met hem. Ook via Skype heeft [slachtoffer 3] contact gehad met verdachte. Verdachte vroeg dan aan [slachtoffer 3] haar borsten en vagina te laten zien, dat heeft ze gedaan.

Op 17 februari 2015 stuurde verdachte een WhatsApp-bericht naar [slachtoffer 3] en zei dat hij naar Venlo kwam. [slachtoffer 3] heeft op het station in Venlo met verdachte afgesproken. Ze zijn naar de Mediamarkt gegaan. In een hokje in de parkeergarage van de Mediamarkt, trok verdachte de broek en onderbroek van [slachtoffer 3] omlaag. Verdachte stak vervolgens zijn penis in de anus van [slachtoffer 3] . Verdachte ging op en neer met zijn penis in de anus van [slachtoffer 3] . [slachtoffer 3] durfde niets te zeggen, omdat ze in shock was. Verdachte haalde zijn penis uit de anus van [slachtoffer 3] toen er mensen hun auto parkeerden in de parkeergarage.16

Verdachte heeft verklaard dat hij via WhatsApp met [slachtoffer 3] in contact is gekomen. Later heeft hij ook via Skype contact met haar gehad. Hij wist dat [slachtoffer 3] 14 of 15 jaar was. Verdachte heeft via WhatsApp dingen tegen [slachtoffer 3] gezegd die niet door de beugel kunnen; seksuele dingen. Verdachte heeft [slachtoffer 3] één keer op het station in Venlo gezien, ze zijn toen naar de stad gegaan en in de parkeergarage van de Mediamarkt geweest. Verdachte heeft daar met [slachtoffer 3] gezoend en tegen haar “aangereden”; hij hield [slachtoffer 3] aan haar heupen vast en [slachtoffer 3] drukte vervolgens met haar lichaam tegen dat van verdachte aan.17

De verklaring van [slachtoffer 3] , dat verdachte haar anaal heeft gepenetreerd, staat niet op zichzelf en wordt naar het oordeel van de rechtbank voldoende ondersteund. Verdachte heeft namelijk verklaard dat hij naar Venlo is gegaan en met haar naar de parkeergarage van de Mediamarkt is geweest, de plek waarvan [slachtoffer 3] heeft verklaard dat verdachte haar daar anaal heeft gepenetreerd. Ook heeft verdachte verklaard dat hij [slachtoffer 3] daar heeft gezoend en tegen haar heeft aangereden.

Naar het oordeel van de rechtbank kan dan ook wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte op 17 februari 2015 ontuchtige handelingen heeft verricht met [slachtoffer 3] , die bestonden of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 3] . Zij was ten tijde van het plegen van deze handelingen 15 jaar, terwijl verdachte op dat moment 23 jaar was. Dit leeftijdsverschil van 8 jaren is zo groot, dat de seksuele handelingen die verdachte met [slachtoffer 3] heeft verricht in het algemeen niet als sociaal-ethisch worden aanvaard. Hiermee staat vast dat de seksuele handelingen die door verdachte zijn gepleegd, ook ontuchtig waren.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte:

Met betrekking tot feit 1 primair:

in de periode van 11 februari 2014 tot en met 14 februari 2015 te Lottum, in de gemeente Horst aan de Maas, meermalen met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 1] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] .

Met betrekking tot feit 2:

in de periode van 1 januari 2015 tot en met 14 februari 2015 in de gemeente Horst aan de Maas, meermalen door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst met een persoon van wie hij, verdachte, wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, te

weten [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 1] , een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen (o.a. gemeenschap) met die [slachtoffer 1] te plegen, terwijl hij, verdachte, enige handeling heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer 1] concrete voorstellen gedaan wat betreft tijd en plaats, B & B [naam bed & breakfast] , gelegen aan de [adres] te Lottum, van die ontmoeting en die [slachtoffer 1] op laten halen door de eigenaar van voornoemde B & B en samen met die [slachtoffer 1] in een kamer van voornoemde B & B verbleven.

Met betrekking tot feit 3:

in de periode van 16 februari 2015 tot en met 19 februari 2015 te Lottum, in de gemeente Horst aan de Maas, met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd te weten het tongzoenen van die [slachtoffer 2] .

Met betrekking tot feit 5 primair:

op 17 februari 2015 in de gemeente Venlo, met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 3] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] .

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Met betrekking tot feit 1 primair:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Met betrekking tot feit 2:

door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst een ontmoeting voorstellen aan iemand van wie hij weet, dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt met het oogmerk ontuchtige handelingen te plegen met die persoon, welk voorstel tot ontmoeting is gevolgd door enige handeling gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting.

Met betrekking tot feit 3:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

Met betrekking tot feit 5 primair:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

Door de psycholoog, drs. J. Nys, is op 24 september 2015 een rapportage uitgebracht over de geestvermogens van verdachte. De gedragsdeskundige heeft geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Verdachte is namelijk licht zwakzinnig en hij lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven. Volgens de psycholoog is verdachte, omdat hij licht zwakzinnig is, minder dan een leeftijdsgenoot in staat is zijn gedrag te bepalen. Daarnaast is verdachte emotioneel onvolwassen en zoekt hij naar prikkels, waardoor hij - sneller dan iemand van zijn eigen leeftijd - geneigd is om meisjes die jonger zijn dan hem op te zoeken. Het gedrag van verdachte werd volgens de psycholoog niet helemaal beïnvloed door de gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Omdat verdachte het feit ontkent, kan de psycholoog geen advies geven over de vraag of en, zo ja, in welke mate verdachte toerekeningsvatbaar is voor het bewezenverklaarde.

De rechtbank kan daarom niet anders concluderen dan dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar is voor het bewezenverklaarde.

De verdachte is dus strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht, gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 540 dagen waarvan 374 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Aan het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf moeten volgens de officier van justitie bijzondere voorwaarden worden verbonden. Verdachte moet worden behandeld en gaan wonen bij een instelling voor begeleid wonen. Ook mag verdachte geen contact meer hebben of opnemen met de slachtoffers in deze zaak en of in de gemeentes komen waar de slachtoffers wonen.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf bepleit, waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Aan het voorwaardelijke deel van de straf kan reclasseringstoezicht worden verbonden, ook indien dat inhoudt een ambulante behandeling en dat verdachte begeleid gaat wonen. De door de officier van justitie gevorderde straf vindt de raadsman te hoog. Bij de strafoplegging moet rekening worden gehouden met de jonge leeftijd van verdachte; hij valt net niet onder het adolescentenstrafrecht.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte, een jongen van 23 jaar, is in de periode van 1 januari 2015 tot en met 14 februari 2015 via internet in contact gekomen de toen 13-jarige [slachtoffer 1] . Op 27 januari 2015 heeft verdachte voor het eerst via Skype een gesprek gevoerd met [slachtoffer 1] . Dit eerste gesprek had direct een seksuele lading. Verdachte vroeg of [slachtoffer 1] zijn penis groot vond, zei dat hij erg geil was en vroeg aan [slachtoffer 1] of zij zijn penis geil vond. Ook beloofde hij een Iphone aan [slachtoffer 1] te geven als ze elkaar zouden ontmoeten. Later heeft verdachte nog meerdere Skypegesprekken met een seksuele lading met [slachtoffer 1] gevoerd en heeft met haar afgesproken om elkaar te ontmoeten. Die ontmoeting heeft ook plaatsgevonden. Verdachte heeft in die gesprekken gelogen over zijn leeftijd; hij zei 17 jaar te zijn, terwijl hij 23 jaar was. Vervolgens is verdachte drie keer bij [slachtoffer 1] op bezoek gegaan. De tweede keer dat hij bij haar op bezoek was, heeft verdachte [slachtoffer 1] gevingerd. Toen duidelijk werd dat de ouders van [slachtoffer 1] niet wilden dat verdachte daar op bezoek kwam, heeft verdachte aan [slachtoffer 1] voorgesteld om af te spreken in een bed & breakfast in Lottum. Verdachte heeft [slachtoffer 1] , nadat zij had ingestemd met zijn verzoek, samen met de eigenaar van de bed & breakfast opgehaald en heeft daar samen met [slachtoffer 1] verbleven. Gedurende dat verblijf heeft [slachtoffer 1] verdachte gepijpt en heeft verdachte haar gevingerd en vaginaal gepenetreerd.

In diezelfde periode kwam verdachte, nota bene via [slachtoffer 1] , in contact met een vriendin van haar, [slachtoffer 2] . [slachtoffer 2] was op dat moment ook 13 jaar. Ook met [slachtoffer 2] heeft verdachte kennelijk afgesproken in de bed & breakfast in Lottum. [slachtoffer 2] is daar twee nachten geweest. Verdachte heeft tijdens dat verblijf getongzoend met de bijna 10 jaar jongere [slachtoffer 2] .

Daarnaast heeft verdachte op het moment dat [slachtoffer 2] nog in de bed & breakfast verbleef, namelijk op 17 februari 2015, in Venlo afgesproken met een derde meisje, [slachtoffer 3] , een meisje van 15 jaar. [slachtoffer 3] is verdachte op gaan halen op het station in Venlo en samen zijn ze de stad ingegaan. In de parkeergarage van de Mediamarkt heeft verdachte de broek van [slachtoffer 3] , die op dat moment niets vermoedde, omlaag getrokken en heeft hij haar anaal gepenetreerd.

Door te handelen zoals verdachte heeft gedaan, heeft hij de lichamelijke en seksuele integriteit van drie jonge meisjes geschonden. Het is algemeen bekend dat seksueel misbruik een grote invloed heeft op de slachtoffers daarvan en, zeker bij jongeren in de puberteit, tot psychische en relationele problemen kan leiden op latere leeftijd. De wetgever heeft ervoor gekozen dit soort feiten strafbaar te stellen, omdat jeugdigen de gevolgen van het handelen nog niet kunnen overzien. Het was verdachte die zich als volwassene had moeten realiseren dat hij niet zo had mogen handelen. Verdachte is echter voorbijgegaan aan de belangen van de slachtoffers in deze zaak.

Het handelen van verdachte heeft zeer verstrekkende gevolgen gehad voor de jonge meisjes met wie verdachte ontuchtige handelingen heeft verricht. [slachtoffer 1] heeft in haar schriftelijke slachtofferverklaring aangegeven dat zij zich, vies en angstig voelt als zij wakker wordt, nadat zij over verdachte heeft gedroomd. Zij wil dan meteen onder de douche en wil zich dan, soms meerdere keren achter elkaar, van top tot teen wassen. Verdachte gaf [slachtoffer 1] het idee dat wat er is gebeurd, haar schuld is. [slachtoffer 1] voelt zich onveilig als zij alleen is en is bang om alleen naar buiten te gaan. Ook is ze bang om verdachte weer tegen te komen. Op school wordt er over [slachtoffer 1] geroddeld en wordt er geroepen dat zij een hoertje is. Zij kan zich daardoor slecht concentreren en haalt dan ook lage cijfers voor haar toetsten. [slachtoffer 1] staat op dit moment zelfs onder behandeling van een psycholoog die haar helpt om dit alles een plek te geven in haar leven.

De moeder van [slachtoffer 2] heeft aangegeven dat [slachtoffer 2] ontzettend is veranderd; zij is angstiger, opstandiger en is veel sneller in zichzelf gekeerd dan eerst. Verdachte heeft door zijn handelen niet alleen het leven van [slachtoffer 2] , maar ook dat van haar ouders en broer en zusje op zijn kop gezet. Zij vinden het moeilijk om te zien dat [slachtoffer 2] verdrietig is, terwijl zij haar niet kunnen helpen.

[slachtoffer 3] heeft, net als [slachtoffer 1] , aangegeven dat zij nog steeds last heeft van slapeloze nachten. Zij denkt nog steeds terug aan wat er op 17 februari 2015 is gebeurd, maar vindt het moeilijk om dat tegen anderen, zelfs tegen haar moeder te vertellen. Ook [slachtoffer 3] is onzekerder geworden, haar gevoel van eigenwaarde is weg en zij heeft veel moeite om andere mensen te vertrouwen. Dat vindt [slachtoffer 3] zelf ook moeilijk. Zij is bang dat andere jongens haar ook zullen verkrachten.

Het baart de rechtbank zorgen dat verdachte de ernst van de strafbare feiten die hij heeft gepleegd niet in lijkt te zien. Verdachte wekt door zijn proceshouding niet de indruk dat hij begrijpt dat hij verkeerd heeft gehandeld. Illustratief in dit verband is dat verdachte bij de politie heeft verklaard dat hij uit liefdadigheid tegen [slachtoffer 2] heeft gezegd dat zij nog een nachtje bij hem mocht blijven slapen. Ook lijkt verdachte geen verantwoordelijkheid te nemen voor zijn handelen. Aanvankelijk heeft verdachte, bij de politie, verklaard dat hij wist dat [slachtoffer 1] 13 jaar was en [slachtoffer 2] 14 of 15. Ter terechtzitting komt verdachte op deze verklaringen terug en lijkt hij de verklaring in zijn voordeel te willen uitleggen; [slachtoffer 1] had hem later pas verteld dat zij 13 jaar was en hij kwam er later pas - naar eigen zeggen via social media - achter dat [slachtoffer 2] 14 jaar was. Ook stelt de verdachte dat hij van meet af aan open is geweest over zijn eigen leeftijd en tegen de slachtoffers heeft gezegd dat hij 23 jaar was, terwijl meerdere slachtoffers hebben verklaard dat verdachte tegen hen heeft gezegd dat hij 17 of 18 jaar was en dit ook uit meerdere gesprekken op social media uit het dossier blijkt. Kortom: verdachte wilde in zijn seksuele behoeften worden voorzien en heeft daarbij geen rekening gehouden met de leeftijd en de gevoelens van de slachtoffers. Sterker nog: verdachte heeft slinks gehandeld om zijn zin te krijgen en ontuchtige handelingen met de slachtoffers te verrichten. Hij heeft [slachtoffer 1] een IPhone in het vooruitzicht gesteld als zij met hem wilde afspreken en heeft - nadat hij met haar in de bed & breakfast heeft verbleven - gedreigd zelfmoord te plegen als zij hem niet meer wilde zien. Hij heeft haar dus gemanipuleerd. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Naar het oordeel van de rechtbank is de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de angst en de onrust die hierdoor bij de slachtoffers is veroorzaakt, zo groot, dat zonder meer een onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd. Hoewel de rechtbank, anders dan de officier van justitie, bewezen acht dat verdachte het lichaam van [slachtoffer 1] (feit 1 primair) en dat van [slachtoffer 3] (feit 3 primair) seksueel is binnengedrongen en die feiten dus anders kwalificeert zal de rechtbank deze feiten niet zwaarder bestraffen. Daarnaast acht de rechtbank, anders dan de officier van justitie, het onder feit 4 ten laste gelegde niet bewezen. De rechtbank zal, alles afwegende dus geen hogere straf opleggen dan de officier van justitie heeft gevorderd.

Uit de psychologische rapportage die over verdachte is opgemaakt blijkt dat verdachte licht zwakzinnig is en lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis niet anders omschreven. Hoewel verdachte de feiten heeft ontkend, is het volgens de psycholoog niet zo dat verdachte op korte termijn zal stoppen met het zoeken van contact met jongere meisjes. Om de kans te verkleinen dat verdachte dit in de toekomst weer gaat doen, is het volgens de psycholoog van belang dat verdachte zich ambulant laat behandelen bij een forensische behandelinstelling voor verstandelijk beperkte plegers. Daarnaast moet verdachte gaan wonen in een instelling voor beschermd wonen. Het is van belang dat verdachte leert om niet impulsief te handelen en grenzen (van anderen) leert te respecteren. Ook moet verdachte structuur krijgen in zijn leven en leren dat niet altijd meteen in zijn behoeften kan worden voorzien. Een behandeling zou als bijzondere voorwaarde bij een deels voorwaardelijke straf verplicht gesteld kunnen worden.

De reclassering heeft meerdere adviezen over verdachte opgemaakt. Uit deze adviezen blijkt dat verdachte geen stabiele basis in zijn leven heeft. Verdachte heeft behoefte aan structuur en begeleiding en heeft de neiging om het overzicht te verliezen en zichzelf te overschatten als dit niet het geval is. Als zaken anders lopen dan verdachte dit zich had voorgesteld, dan vertoont verdachte manipulatief gedrag. Verdachte heeft op dit moment geen werk en heeft ook geen opleiding afgerond dan wel werkervaring opgedaan. Hij ontvangt een uitkering en doet eigenlijk niet veel meer dan “thuis zitten”. Met zijn vrienden heeft verdachte, sinds dit feit speelt, ook geen contact meer. Verdachte is volgens de reclassering niet sociaalvaardig en zoekt daarom eerder contact met meisjes die jonger zijn dan hij. Net als de psycholoog adviseert de reclassering aan verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen met dezelfde voorwaarden als de reclassering voorstelt.
Tegen de hiervoor geschetste achtergrond is de rechtbank dan ook van oordeel dat aan verdachte een gevangenisstraf van aanzienlijke duur moet worden opgelegd. De rechtbank wil met de op te leggen straf ook bereiken dat het risico op herhaling ingeperkt wordt. Zij zal daarom een deel van deze straf voorwaardelijk opleggen met een proeftijd van 3 jaren. Ook is de rechtbank van oordeel dat het voor het inperken van het recidiverisico van belang is dat verdachte wordt behandeld voor zijn persoonlijkheidsproblematiek. De rechtbank zal aan de deels voorwaardelijke gevangenisstraf dan ook de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht verbinden, met de verplichting zich ambulant te laten behandelen Ook moet verdachte meewerken aan plaatsing in een instelling voor beschermd wonen en daar gaan wonen zolang de reclassering dat nodig acht.

Tot slot legt de rechtbank als voorwaarde op dat verdachte geen contact mag hebben of zoeken met de slachtoffers in deze zaak en dat hij niet in de gemeenten waarin de slachtoffers wonen, mag komen.

Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte, gelet op zijn persoonlijkheidsstoornis, opnieuw een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. De rechtbank zal daarom, gelet op artikel 14e van het Wetboek van Strafrecht, de gestelde voorwaarden dadelijk uitvoerbaar verklaren.

Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 540 dagen, waarvan 374 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

7 De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vorderingen van de benadeelde partijen

De benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 13.000,04 ter zake van het onder feit 1 bewezenverklaarde. Dit betreft € 8.150,04 materiële schade en € 4.850,- immateriële schade.

De benadeelde partij [slachtoffer 3]

De benadeelde partij [slachtoffer 3] vordert een schadevergoeding van € 1.172,20 ter zake van het onder feit 3 bewezenverklaarde. Dit betreft € 172,20 materiële schade en € 1.000,- immateriële schade.

7.2

Het oordeel van de rechtbank

De benadeelde partij [slachtoffer 1]

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] is als volgt opgebouwd:

1) Telefoon € 174,50

2) Medische kosten € 14,95

3) Reiskosten € 1.260,95

4) Studievertraging € 6.700,-

5) Smartengeld € 4.850,-

Totaal € 13.000,04

De rechtbank acht de gevorderde materiële schade - met uitzondering van de post “studievertraging” - het rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde en acht verdachte ook aansprakelijk voor die schade. De vordering is naar het oordeel van de rechtbank ten aanzien van die posten voldoende onderbouwd. Zij zal die gevorderde schade dan ook toewijzen.

De behandeling van de post “studievertraging” levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belast van het strafgeding op. Om te beoordelen of, en zo ja, de benadeelde partij deze schade heeft geleden als gevolg van het bewezenverklaarde, is nader onderzoek nodig. Een dergelijk onderzoek zou te veel tijd vergen en zou ook het strafgeding onevenredig belasten. De rechtbank zal de benadeelde partij dan ook niet-ontvankelijk verklaren in dat deel van de vordering. Voor die schade kan de benadeelde partij een vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de gevorderde immateriële schadevergoeding overweegt de rechtbank dat het recht daarop slechts bestaat voor zover artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek hierop een aanspraak geeft. Aanvankelijk vorderde de benadeelde partij € 2.000,- ter zake geleden immateriële schade. Kort voor de zitting ontving de rechtbank een vordering namens de benadeelde partij waarin het bedrag dat aan immateriële schade werd verhoogd tot een bedrag van € 4.850,-. Gelet op het bovenstaande en de feiten en omstandigheden die uit het dossier naar voren komen, is de rechtbank van oordeel dat het slachtoffer immateriële schade heeft geleden als gevolg van het bewezenverklaarde. De rechtbank stelt het bedrag van die schade naar redelijkheid en billijkheid vast op € 2.000,-. Ten aanzien van de overige gevorderde vergoeding van immateriële schade verklaart de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering.

De rechtbank wijst in totaal dus een bedrag van € 3.450,40 (€ 1.450,40 materiële schade en

€ 2.000,- immateriële schade) aan schadevergoeding toe. Dit bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

Nu verdachte ter zake van het onder feit 1 bewezen verklaarde zal worden veroordeeld en hij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door dit strafbare feit is toegebracht, heeft de rechtbank besloten tot het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal verdachte eveneens in de proceskosten van de benadeelde partij veroordelen, tot op heden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] is als volgt opgebouwd:

1) Reiskosten € 67,20

2) Medische kosten € 105,00

3) Immateriële schade € 1.000,00

Totaal € 1.172,20

De rechtbank acht de gevorderde materiële schade het rechtstreeks gevolg van het onder feit 3 bewezen verklaarde en acht verdachte ook aansprakelijk voor die schade. De vordering is naar het oordeel van de rechtbank ten aanzien van die posten voldoende onderbouwd. Zij zal die gevorderde schade dan ook toewijzen.

Met betrekking tot de gevorderde immateriële schadevergoeding overweegt de rechtbank dat het recht daarop slechts bestaat voor zover artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek hierop een aanspraak geeft. Gelet op het bovenstaande en de feiten en omstandigheden die uit het dossier naar voren komen, is de rechtbank van oordeel dat het slachtoffer immateriële schade heeft geleden als gevolg van het bewezenverklaarde. De rechtbank stelt het bedrag van die schade naar redelijkheid en billijkheid vast op € 1.000,-.

De rechtbank wijst in totaal dus een bedrag van € 1.172,20 (€ 172,20 materiële schade en

€ 1.000,- immateriële schade) aan schadevergoeding toe. Dit bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

Nu verdachte ter zake van het onder feit 3 bewezen verklaarde zal worden veroordeeld en hij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door dit strafbare feit is toegebracht, heeft de rechtbank besloten tot het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal verdachte eveneens in de proceskosten van de benadeelde partij veroordelen, tot op heden begroot op nihil.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14e, 24c, 36f, 57, 245, 247 en 248e van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het onder feit 4 ten laste gelegde.

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd.

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar.

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 540 dagen, waarvan 374 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:

  • -

    zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of

  • -

    geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel

  • -

    de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de reclassering, ook indien dat inhoudt:

1. dat veroordeelde verplicht wordt om zich te laten behandelen voor zijn gedrag door middel van het “Therapieprogramma Seksuele Delictplegers voor mindervaardigen” (TSDmv) van polikliniek "Het Dok" dan wel "De Waag" in Rotterdam of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij hij zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling dan wel behandelaar zullen worden gegeven;

2. dat veroordeelde verplicht wordt om zijn medewerking te verlenen aan de toeleiding naar (en daarna het verblijf in) een geschikt geachte RIBW (Begeleid/beschermd wonen) of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering en zich houdt aan het (dag-)programma (zinvolle dagbesteding) dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

3. contactverbod: het is veroordeelde verboden middellijk dan wel onmiddellijk contact te hebben of te zoeken met [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] ;

4. locatieverbod: het is veroordeelde verboden om zich te begeven in de gemeenten Baarlo, Horst en Venray;

- geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

- verklaart de op grond van artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht gestelde voorwaarden (voorwaarden 1 tot en met 4) en het op grond van artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht uit te voeren toezicht dadelijk uitvoerbaar.

Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]:

  • -

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 3.450,40 en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen behoorlijk bewijs van betaling te betalen aan de benadeelde partij;

  • -

    bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 14 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

  • -

    verklaart voornoemde benadeelde partij niet-ontvankelijk ten aanzien van de gevorderde post “studievertraging” en immateriële schade voor zover deze meer beloopt dan

€ 2.000,00, aangezien de behandeling van de vordering op die onderdelen naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, met bepaling dat de benadeelde partij het deel van de vordering waarin zij niet-ontvankelijk is verklaard slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op om ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] voornoemd, aan de staat te betalen een bedrag van € 3.450,40 als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 44 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

  • -

    bepaalt dat voormelde betalingsverplichting vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 14 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de staat, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]:

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] toe tot het bedrag van

€ 1.172,20 en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen bewijs van betaling te betalen aan de benadeelde partij;

  • -

    bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 17 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op om ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] voornoemd, aan de staat te betalen een bedrag van € 1.172,20, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 21 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

  • -

    bepaalt dat voormelde betalingsverplichting vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 17 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de staat, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.A. Wouters, voorzitter, mr. B.G.L. van der Aa en

mr. J.S. Holthuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.K. Spronk, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 juni 2016.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 14 februari 2015 te Lottum en/of te Horst, in de gemeente Horst aan de Maas, althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 1] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] ;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 14 februari 2015 te Horst en/of te Lottum, in de gemeente Horst aan de Maas, althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 1] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het meermalen, althans eenmaal, (telkens)

  • -

    zoenen van die [slachtoffer 1] en/of

  • -

    uitkleden van die [slachtoffer 1] en/of

  • -

    betasten van de borsten van die [slachtoffer 1] en/of

  • -

    likken van de vagina en/of de schaamlippen van die [slachtoffer 1] en/of

  • -

    brengen van een hand van die [slachtoffer 1] naar en/of op zijn, verdachtes,

  • -

    penis en/of

  • -

    zich laten aftrekken door die [slachtoffer 1] ;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 14 februari 2015 in de gemeente Horst aan de Maas en/of in de gemeente Rotterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst (te weten WhatsApp) met een persoon van wie hij, verdachte, wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 1] , een of meer ontmoeting(en) heeft

voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen (o.a. gemeenschap) met die [slachtoffer 1] te plegen, terwijl hij, verdachte, (daarbij) enige handeling heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer 1] concrete voorstellen gedaan wat betreft tijd en/of plaats (B & B [naam bed & breakfast] , gelegen aan de [adres] te Lottum) van die ontmoeting en/of die [slachtoffer 1] op laten halen door de eigenaar van voornoemde B & B en/of samen met die [slachtoffer 1] in een kamer van voornoemde B & B verbleven;

3.

hij in of omstreeks de periode van 16 februari 2015 tot en met 19 februari 2015 te Horst en/of te Lottum, in de gemeente Horst aan de Maas, althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige

handelingen heeft gepleegd te weten het het (tong)zoenen van die [slachtoffer 2] ;

4.

Hij in of omstreeks de periode van 16 februari 2015 tot en met 19 februari 2015 in de gemeente Horst aan de Maas en/of in de gemeente Rotterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst (te weten WhatsApp en/of Skype) met een persoon van wie hij, verdachte, wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] , een of meer ontmoeting(en) heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met

die [slachtoffer 2] te plegen, terwijl hij, verdachte, (daarbij) enige handeling heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer 2] concrete voorstellen gedaan wat betreft tijd en/of plaats (B & B [naam bed & breakfast] , gelegen aan de [adres] te Lottum) van die ontmoeting en/of zich naar voornoemde B & B begeven en/of samen met die [slachtoffer 2] in een kamer van voornoemde B & B verbleven;

5.

hij op of omstreeks 17 februari 2015 in de gemeente Venlo, met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 3] , die de leeftijd van twaalf jaren

maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of

mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] ;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 17 februari 2015 in de gemeente Venlo, met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 3] , die toen de leeftijd van zestien jaren

nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het meermalen, althans eenmaal, (telkens)

  • -

    (tong)zoenen van die [slachtoffer 3] en/of

  • -

    vastpakken en/of betasten van de billen van die [slachtoffer 3] en/of

  • -

    met zijn, verdachtes, onderlichaam maken van (een) rijdende en/of schurende

  • -

    beweging(en) op/tegen het onderlichaam van die [slachtoffer 3] .

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie regionale recherche, afdeling zeden, proces-verbaalnummer 2015039389, gesloten d.d. 9 juli 2015, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 351.

2 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 1] d.d. 25 maart 2015, pagina 66.

3 Proces-verbaal d.d. 6 maart 2015 met bijlagen, pagina’s 128 en 133 tot en met 197.

4 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 1] d.d. 25 maart 2015, pagina 66.

5 De verklaring van verdachte, als afgelegd ter terechtzitting van 30 mei 2016.

6 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 1] d.d. 25 maart 2015, pagina 66.

7 De verklaring van verdachte, als afgelegd ter terechtzitting van 30 mei 2016.

8 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 1] d.d. 25 maart 2015, pagina’s 66 tot en met 69.

9 Proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte [verdachte] d.d. 17 juni 2015, pagina 42 en verklaring verdachte, als afgelegd ter terechtzitting van 30 mei 2016.

10 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 23 juni 2015, pagina 292.

11 Proces-verbaal aangifte d.d. 26 maart 2015, pagina 226.

12 Proces-verbaal informatief gesprek zeden d.d. 9 maart 2015, pagina’s 221 tot en met 223.

13 Kennisgeving van inbeslagneming (artikel 94 Sv), pagina 219.

14 Proces-verbaal, met bijlagen d.d. 11 maart 2015, pagina’s 245 tot en met 247, 251 en 252.

15 Proces-verbaal van verhoor meerderjarig verdachte [verdachte] d.d. 17 juni 2015, pagina 42 en verklaring verdachte, als afgelegd ter terechtzitting van 30 mei 2016.

16 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 3] d.d. 30 juni 2015, pagina 295 tot en met 300.

17 Proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte d.d. 2 juli 2015, pagina 320 tot en met 322 en verklaring verdachte, als afgelegd ter terechtzitting van 30 mei 2016.