Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:4628

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
03-06-2016
Datum publicatie
03-06-2016
Zaaknummer
03/700682-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Aanzienlijke hogere straf dan eis voor hardleerse verkeersrecidivist. Veroordeling tot deels voorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden, rijontzegging van 10 jaren, hechtenis van (in totaal) 100 dagen en schadevergoeding slachtoffers. Dit wegens poging zware mishandeling van twee agenten in het verkeer, verlaten plaats ongeval, vier maal rijden na ongeldigverklaring rijbewijs, over de vluchtstrook tegen het verkeer in rijden, met een quad over het trottoir rijden en driemaal onverzekerd rijden. Zulks mede vanwege verdachtes uitgebreide strafblad en onverantwoorde houding.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 5
Wegenverkeerswet 1994 7
Wegenverkeerswet 1994 9
Wegenverkeerswet 1994 176
Wegenverkeerswet 1994 179
Wegenverkeerswet 1994 179a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Jwr 2016/44
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/700682-15

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 3 juni 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. W.R. Smeets, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 mei 2016. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

op 11 december 2015:

  1. geprobeerd heeft twee verbalisanten zwaar te mishandelen, dan wel hen bedreigd heeft;

  2. gevaarlijk rijgedrag heeft vertoond;

  3. een auto heeft bestuurd, terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard;

  4. een plaats van ongeval heeft verlaten;

op:

5. 24 24 maart 2014 gevaarlijk rijgedrag heeft vertoond;

5. 24 21 februari 2015 een auto heeft bestuurd, terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard;

5. 24 22 februari 2015 een auto heeft bestuurd, terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard;

op 2 juni 2015:

8. gevaarlijk rijgedrag heeft vertoond met een quad;

9. zonder WA-verzekering op een quad heeft gereden;

10. een auto heeft bestuurd, terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard;

11. zonder WA-verzekering in een auto heeft gereden;

op 24 april 2015:

12. een auto heeft bestuurd, terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard;

12. zonder WA-verzekering in een auto heeft gereden;

Tevens zijn ad informandum gevoegd het rijden in een auto (1) tijdens een rijontzegging en (2) na ongeldigverklaring van het rijbewijs, beide op 30 oktober 2013 te Heerlen (parketnummer 03/866472-15).

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft tot vrijspraak van de feiten 5 en 7 gerekwireerd. Zij acht de overige feiten, waaronder bij feit 1 de primaire variant, wettig en overtuigend bewezen. In het bijzonder heeft zij daartoe het volgende aangevoerd.

feit 1: De verbalisanten verklaarden weliswaar niet precies hetzelfde op detailniveau, maar wel op hoofdlijnen en daaruit blijkt dat verdachte met zijn auto in de richting van de politieauto heeft gestuurd en daarmee een groot risico heeft genomen, dat zich overigens ook heeft verwezenlijkt. Zulks is te kwalificeren als een poging tot zware mishandeling.

feit 2: Met uitzondering van het onderdeel dat ziet op het remmen, is wettig en overtuigend te bewijzen dat verdachte onvoorzichtig heeft gereden zoals hem voor het overige ten laste is gelegd.

ongeldigheid rijbewijs (diverse feiten): Verdachte is eerder veroordeeld wegens soortgelijke feiten. Uit zijn strafblad mag dan ook afgeleid worden dat hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de bewezenverklaring van feit 2 voor zover dat ziet op het tegen het verkeer inrijden. Voor het overige heeft de raadsman vrijspraak bepleit. In het bijzonder heeft de raadsman daartoe het volgende aangevoerd.

feit 1: Het dossier bevat onvoldoende overtuigend bewijsmateriaal, waaruit blijkt dat het relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] de waarheid is. Zo verklaart [verbalisant 1] al één dag na het incident wezenlijk anders over de stuurbewegingen van verdachte dan hij eerder in het gezamenlijke proces-verbaal van bevindingen heeft gerelateerd. Daarnaast hebben verbalisanten aan de VOA medegedeeld dat zij verdachte wilden begeleiden naar de vluchtstrook (zie p. 80, vierde gedachtestreepje onder 1.2), terwijl hun verklaringen bij de rechter-commissaris lijken in te houden dat zij verdachte wilden ‘inboxen.’ Ten slotte is hun verklaring dat zij abrupt moesten remmen voor verdachtes stuurbeweging niet mogelijk gelet op het door de VOA geconstateerde schadebeeld aan de Renault, dat naar voren was gericht waaruit de VOA concludeert dat de verbalisanten harder reden dan verdachte.

ongeldigheid rijbewijs (diverse feiten): Niet is vast te stellen dat verdachte op de hoogte was van de ongeldigheid van zijn rijbewijs en zulks kan niet op basis van zijn strafblad. Wellicht was dat anders indien sprake was van correspondentie met het CJIB, maar ook dat is niet het geval.

Voor zover de raadsman bij de overige feiten (bewijs)verweren heeft gevoerd, zal de rechtbank die al dan niet impliciet meenemen in haar navolgende overwegingen.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraken feiten 5 en 7

De rechtbank stelt voorop dat zij, evenals de officier van justitie en de verdediging, de feiten 5 en 7 niet wettig en overtuigend bewezen acht, nu (ter zake feit 5) niet is vastgesteld dat verdachte ook daadwerkelijk bestuurder was van betreffende auto en (ter zake feit 7) verdachte mogelijk zijn oprit niet heeft verlaten en derhalve niet op de openbare weg heeft gereden. Verdachte zal derhalve daarvan worden vrijgesproken Voor het overige overweegt de rechtbank als volgt.

Algemeen: verhoren verdachte

De rechtbank heeft geconstateerd dat verdachte niet over alle feiten gehoord is door de politie. Echter, blijkens het dossier heeft de politie verdachte wel voldoende mogelijkheden geboden om een verklaring af te leggen, maar weigerde verdachte dat of reageerde hij niet op uitnodigingen. Voor zover het niet horen in dit geval al als een verzuim zou zijn op te vatten, behoeft zulks naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen consequenties.

Algemeen: ongeldigverklaring rijbewijs

In het dossier bevindt zich een uitdraai uit de systemen van het CBR met een begeleidende e-mail.1 Deze uitdraai, tezamen gelezen met de begeleidende e-mail, houdt – zakelijk weergegeven – in dat het rijbewijs van verdachte ( [verdachte] , geboren op [geboortedatum] ):

  • -

    op 25 april 2002 is afgegeven;

  • -

    op 13 april 2005 ongeldig is verklaard;

  • -

    op 12 september 2005 ontvangen is door het CBR;

  • -

    op 25 april 2012 is verlopen.

Voorts vermeldt het strafblad van verdachte d.d. 28 april 2016 dat hij bij inmiddels onherroepelijk geworden arresten van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch:

  • -

    op 1 juli 2015 is veroordeeld tot een taakstraf wegens (onder meer) overtreding van artikel 9 lid 2 Wegenverkeerswet 1994, gepleegd in april 2013;

  • -

    op 29 maart 2010 is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden wegens (onder meer) negen maal overtreding van artikel 9 lid 2 Wegenverkeerswet 1994, gepleegd in de jaren van 2005 tot en met 2009, welke gevangenisstraf bovendien geëxecuteerd is in de periode van 11 augustus 2012 tot en met 7 december 2012.

De rechtbank overweegt als volgt. Gelet op de informatie van het CBR en verdachtes strafblad kan het niet anders dan dat hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard op het moment dat hij daarmee in 2013 en later diverse motorrijtuigen bestuurde. Zijn rijbewijs is immers op 13 april 2005 ongeldig verklaard en het CBR heeft het rijbewijs op 12 september 2005 ontvangen. Na zijn veroordeling in 2010 heeft verdachte bovendien een gevangenisstraf uitgezeten wegens (onder meer) het rijden na een ongeldigverklaring. Daarnaast zou zijn rijbewijs in 2012 van rechtswege zijn geldigheid verliezen en heeft verdachte kennelijk nooit een nieuw rijbewijs aangevraagd. Hoewel zich weliswaar geen betekeningsstukken of dergelijke in het dossier bevinden, is de rechtbank ervan overtuigd dat verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, terwijl hem nadien geen nieuw rijbewijs is verstrekt. Daar waar de rechtbank in het navolgende tot de conclusie komt dat verdachte een motorijtuig heeft bestuurd waarvoor een rijbewijs nodig was, zal zij dan ook tot bewezenverklaring concluderen van overtreding van artikel 9 lid 2 van de Wegenverkeerswet 1994.

Feiten 1 t/m 4 (op 11 december 2015) 2

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] 3 relaterden – zakelijk weergegeven - als volgt:

Op 11 december 2015 om 15.38 uur hoorden wij dat collega [verbalisant 3] de ambtshalve bekende [verdachte] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , zag rijden in een blauwe Renault Clio, met kenteken: [kenteken 1] . Omstreeks 15:55 uur reden wij over de Akerstraat-Noord ter hoogte van de kruising Seringenstraat. Wij hoorden dat de collega [verbalisant 3] doorgaf dat [verdachte] zich had onttrokken aan de aanhouding en met hoge snelheid was weggereden. Wij zagen dat de blauwe Renault Clio met kenteken [kenteken 1] vanaf de Palmstraat rechts afsloeg de Akerstraat-Noord op en dat achter deze Renault de onopvallende patrouille, [verbalisant 4] , reed. Wij zagen dat de Renault ons tegemoet kwam rijden over de Akerstraat-Noord, met als bestuurder [verdachte] . Wij zetten vervolgens een achtervolging in met optische en geluidssignalen. (…) Wij zagen dat [verdachte] (vanuit de Beersdalweg, gemeente Heerlen, Rb) de oprit van de N281 op reed in de richting van Kerkrade. Aangekomen op de N281 reden wij vrijwel direct op rijstrook 1. [verdachte] reed op rijstrook 2 en de onopvallende patrouille reed op de invoegstrook. [verdachte] reed op ongeveer 10 meter afstand voor onze voertuigen uit. Wij zagen dat de onopvallende patrouille via de invoegstrook [verdachte] kon passeren aan de rechterzijde. Wij reden allen met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur. Wij zagen dat de onopvallende patrouille voor het voertuig kon komen rijden. Wij reden op dat moment links van het voertuig. Wij zagen dat de remmen van het voertuig van de onopvallende patrouille gingen branden. Wij zagen dat de onopvallende patrouille langzaam snelheid minderde om zodoende [verdachte] af te remmen en te doen stoppen. Wij zijn links naast [verdachte] blijven rijden. Ter hoogte van hectometerpaal 30.2 waren wij allen afgeremd tot een snelheid van ongeveer 80 kilometer per uur. De neus van ons voertuig zat op dat moment ter hoogte van de portierdeur van [verdachte] . [verdachte] stuurde een keer zacht naar links echter stuurde weer terug. Wij zagen dat opeens vanuit het niets [verdachte] hevig naar links stuurde. Ik, [verbalisant 1] , reageerde hierop door de rem van mijn voertuig hard in te trappen en zodoende een aanrijding toch nog te kunnen voorkomen. Wij zagen dat [verdachte] met zijn linker achterzijde onze rechtervoorzijde raakte. Wij zagen dat het voertuig van [verdachte] hierdoor om de neus van ons voertuig draaide. Het voertuig van [verdachte] kwam hierbij links naast ons met de voorzijde van het voertuig in tegengestelde richting. Het voertuig van [verdachte] en ons dienstvoertuig schoven samen richting de berm aan de rechterzijde van de weg. Hierbij schampte wij een aantal bomen met de rechterzijde van ons dienstvoertuig. Wij zagen en hoorden dat het voertuig van [verdachte] accelereerde en met slippende banden wegreed tegen het verkeer in, in de richting van Nuth.

Verbalisanten [verbalisant 1]4 en [verbalisant 2]5 deden nadien aangifte van poging tot zware mishandeling. Verbalisant [verbalisant 1] verklaarde bij die gelegenheid dat het ten tijde van de achtervolging en aanrijding regenachtig was en dat het wegdek nat was.

Verbalisant [verbalisant 4] 6 relateerde – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 11 december 2015 om 15:38 uur hoorde ik dat "Veel Voorkomende Criminaliteit Opsporing" de ambtshalve bekende [verdachte] zag rijden in een blauwe Renault Clio met kenteken [kenteken 1] (…) en dat [verdachte] zich had onttrokken aan zijn aanhouding. Omstreeks 16:02 hoorde ik dat hij wegreed in de richting van de Oranjeboomstraat te Heerlen. Ik zag dat [verdachte] niet voldeed aan zowel mijn stopteken alsmede het stopteken van de opvallende patrouille. Deze opvallende patrouille van [verbalisant 2] en [verbalisant 1] reed vervolgens constant achter mij aan met optische en geluidssignalen. Tevens had de opvallende patrouille constant het stoptransparant aan. Aangekomen bij de rotonde op de Beersdalweg sloeg hij linksaf de oprit van de N281 op, richting centrum Heerlen. Nadat ik [verdachte] had gepasseerd ben ik voor [verdachte] gaan rijden, op rijstrook 2. Hierbij ben ik langzaam gaan remmen om [verdachte] zodoende tot stilstand te dwingen. De opvallende patrouille reed links naast [verdachte] zodat hij mijn voertuig niet kon inhalen. Ter hoogte van hectometerpaal 30.2 had ik mijn voertuig langzaam afgeremd tot een snelheid van circa 80 km/h. Ik zag dat [verdachte] achter het stuur zat. Ik zag dat hij naar links keek en het opvallende voertuig zag. Ik zag dat [verdachte] met zijn voertuig naar links stuurde en hierbij met zijn linkerzijde tegen de rechterzijde van het dienstvoertuig reed. Ik zag dat het voertuig van [verdachte] 180 graden draaide om zijn vooras. Ik zag dat zowel het voertuig van [verdachte] als het dienstvoertuig naar de berm aan de rechterzijde schoven net voorbij het aldaar gelegen tankstation Lukoil. Ik hoorde piepende banden. Ik hoorde een voertuig wegrijden. Ik ben vervolgens uitgestapt en ik zag dat het voertuig van [verdachte] wegreed tegen de richting in over de vluchtstrook. Ik zag collegae [verbalisant 1] en [verbalisant 2] uit het voertuig stapten. Ik hoorde hen zeggen dat zij geen letsel hadden en een boom hadden geraakt met hun rechter voorzijde. Hierop heb ik doorgegeven dat [verdachte] tegen de richting was weggereden en dat hij reed in de richting van Nuth.

De Renault Clio met kenteken [kenteken 1] werd nadien, omstreeks 16.30 uur, aangetroffen op de Mauritsstraat te Nuth, ter hoogte van nummer 5, achter een loods.7

De VerkeersOngevalAnalyse8 vermeldt – zakelijk weergegeven – het volgende:

De Renault Clio en Volkswagen Touran (politie) reden over de N281 in de richting van Kerkrade. De voertuigen kwamen met elkaar in botsing, waarbij de Volkswagen met de rechterzijde voor tegen de linkerzijde achter van de Renault is gebotst.

Door de kracht van de botsing draaide de Renault om zijn hoogte-as linksom en reed achteruit schuin richting de rechter rijbaankant. Door de kracht van de botsing draaide de Volkswagen om zijn hoogte-as rechtsom en reed in de richting van de rechterberm. De Volkswagen reed de rechterberm in, schampte daar een boom en kwam in de rechterberm tot stilstand. De bestuurder van de Renault reed tegen de rijrichting in (spookrijdend) in de richting van Nuth weg. De bestuurder heeft meermalen de mogelijkheid gehad om alsnog in de juiste richting met het verkeer mee te rijden. De afstand tussen de plaats van het incident en het begin van de toerit Nuth A76 bedraagt ongeveer 4.500 meter. Bij snelheden tussen 100 en 120 km/u duurt dat 2:15 tot 2:42 minuten.

De rechtbank overweegt als volgt. Tijdens de achtervolging van verdachte door de politie zijn beiden met elkaar in botsing gekomen op de autoweg N281. Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] relateerden dat verdachte tegen het politievoertuig reed, terwijl verdachte juist het tegenovergestelde verklaarde. De VOA concludeert dat de snelheid van het politievoertuig op het moment van botsen hoger dan de snelheid van verdachte moet zijn geweest en zij kan slechts bevestigen dat beide voertuigen tegen elkaar zijn gebotst, maar niet wie welke stuurbewegingen heeft gemaakt. De analyse van de VOA is derhalve niet doorslaggevend voor de vraag of het relaas van verbalisanten dan wel de verklaring van verdachte juist is. Het snelheidsverschil rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank ook niet de conclusie dat het relaas van de verbalisanten onjuist zou zijn. Het snelheidsverschil zou immers ook veroorzaakt kunnen worden door het accelereren van de verbalisanten na afremmen ten gevolge van de eerste stuurbeweging van verdachte terwijl omgekeerd verdachte zijn snelheid kan hebben verminderd tijdens het maken van de stuurbeweging Het relaas van de verbalisanten wordt daarentegen wel bevestigd door verbalisant [verbalisant 4] . De rechtbank acht het relaas van die verbalisanten dan ook betrouwbaar en geloofwaardig en de rechtbank is er dan ook van overtuigd dat het verdachte is geweest die in de richting van het politievoertuig heeft gestuurd.

Bij dergelijke snelheden, op een autoweg rond spitsuur en met slechte weersomstandigheden in de richting van een ander voertuig sturen, is zeer gevaarlijk. Zulks blijkt ook wel uit de gevolgen: een botsing, waarbij het ene voertuig 180 graden om het andere voertuig heen draait en het andere voertuig de berm inschuift. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte met zijn gedrag bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat die verbalisanten zwaar lichamelijk letsel zouden oplopen.

De rechtbank concludeert derhalve tot bewezenverklaring van feit 1 primair. Nu verdachte daarmee tevens gevaarlijk rijgedrag heeft vertoond, acht zij ook feit 2, met uitzondering van het onderdeel remmen, bewezen. Tevens acht zij daarmee feiten 3 en 4 wettig en overtuigend bewezen, nu verdachtes rijbewijs ongeldig was verklaard en hij na het ongeval dat hij veroorzaakt heeft is gevlucht.

Voor zover verdachte met zijn verklaring dat hij in paniek was bedoelde een beroep te doen op een schulduitsluitingsgrond, wijst de rechtbank zulks af. Voor zover verdachte heeft gesteld dat hij in paniek vluchtte voor een vermeende overval (de eerdere mislukte poging tot aanhouding van verdachte), disculpeert hem dat niet ten aanzien van het ten laste gelegde feit. Immers, zo heeft hij ter zitting bevestigd, wist hij dat er een herkenbare politieauto achter en naast hem reed. Voorts heeft de onopvallende politieauto tijdens de achtervolging de “stop transparant” aangehad, terwijl de opvallende politieauto tevens optische- en geluidssignalen voerde. Hieruit was het voor verdachte voldoende duidelijk dat hij werd achtervolgd door politieambtenaren.

Feit 6 (op 21 februari 2015)

Verbalisant [verbalisant 5] 9 relateerde als volgt: “Op 21 februari 2015 bevond ik mij, privé, op de Bautscherweg te Heerlen. Aldaar zag ik de mij ambtshalve bekende [verdachte] , geboren op [geboortedatum] , als bestuurder rijden in een personenauto Fiat Stilo met kenteken [kenteken 2] .

De rechtbank overweegt als volgt. Nu verdachte een auto heeft bestuurd, terwijl hij (zoals hiervoor reeds is gebleken) wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, acht de rechtbank feit 6 wettig en overtuigend bewezen.

Feiten 8 t/m 11 (op 2 juni 2015) 10

Verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] 11 relateerden – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 2 juni 2015, omstreeks 08.32 uur, zagen wij op de Kasperenstraat te Kerkrade dat een quad (feiten 8 en 9, Rb) ons tegemoet kwam rijden, bestuurd door de ons ambtshalve bekende [verdachte] . Hij is ons ambtshalve bekend wegens veelvuldige overtredingen zoals rijden zonder rijbewijs, tijdens ongeldigverklaring en tijdens rijontzetting. Hierop heb ik, [verbalisant 7] , het dienstvoertuig naar de linkerzijde van de rijbaan gestuurd om de bestuurder van de quad tot stoppen te dwingen. Wij zagen dat [verdachte] in onze richting keek, maar geen aanstalten maakte om te stoppen. Wij zagen dat hij zijn snelheid verhoogde en vervolgens via het trottoir langs ons dienstvoertuig verder reed over de Kasperenstraat, aangeduid als woonerf met een maximumsnelheid van 30 km/u. Ik, [verbalisant 6] , zag bij het voorbij rijden dat de quad voorzien was van kenteken [kenteken 3] . Na bevraging bleek dat het kenteken op naam was gesteld van [verdachte] en dat voor dit voertuig geen verzekering was afgesloten. […] Omstreeks 11.30 uur reden wij naar het adres van [verdachte] teneinde hem een ontbieding voor verhoor uit te reiken. Toen wij in Kerkrade op de Ons Limburgstraat in de richting van de Romeinenstraat reden zagen wij van rechts een personenauto Fiat Cinquecento (feiten 10 en 11, Rb) met kenteken [kenteken 4] naderen. Wij zagen dat deze ons passeerde en links af sloeg de Ons Limburgstraat in. In het voorbij rijden zagen wij dat de bestuurder de ons ambtshalve bekende [verdachte] betrof. Na korte tijd voldeed [verdachte] aan een stopteken. Wij hebben hem aangesproken, dit proces-verbaal aangezegd en medegedeeld dat de personenauto in beslag werd genomen. Blijkens gegevens van de RDW bleek ons dat deze personenauto geen geldige APK had en dat voor deze personenauto geen geldige verzekering was afgesloten.

De rechtbank overweegt als volgt. Verdachte heeft met een quad over het trottoir gereden in een woonerf. Hoewel niet is gebleken van concreet gevaar zoals buiten spelende kinderen, is juist in een woonerf, gelet op de mogelijkheid van buiten spelende kinderen of andere personen die zich in het erf buiten bevinden, extra voorzichtigheid geboden. Door desondanks over het trottoir te rijden met een quad, is de rechtbank van oordeel dat verdachte door zijn rijgedrag wel degelijk gevaar en hinder kon veroorzaken. Met dien verstande concludeert de rechtbank dan ook tot bewezenverklaring van feit 8. Voorts acht zij feiten 9 en 11 bewezen, nu verbalisanten ten aanzien van feit 9 relateerden dat zij, nadat zij [verdachte] hadden zien rijden op de quad, het kentekenregister hebben bevraagd en tevens zagen dat er voor de quad blijkens de Rijksdienst voor het wegverkeer geen verzekering voor de quad was afgegeven. Ten aanzien van feit 11 wordt [verdachte] , blijkens het proces-verbaal aangesproken en proces-verbaal aangezegd. Tevens wordt de auto in beslaggenomen, omdat blijkens gegevens van de Rijksdienst voor het wegverkeer bleek dat deze auto geen geldige APK had en dat voor deze personenauto geen geldige verzekering was afgesloten. De rechtbank stelt aan de hand van het proces-verbaal12 vast dat een en ander op de dag van constatering van het feit zelf gecontroleerd is, waarmee de onduidelijke peil- en/of exportdata uit de uitdraaien van het politiesysteem niet relevant zijn. Ten slotte acht de rechtbank ook feit 10 bewezen, nu verdachte een auto heeft bestuurd, terwijl hij (zoals hiervoor reeds is gebleken) wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard.

Feiten 12 en 13 (op 24 april 2015) 13

Verbalisant [verbalisant 8] 14 relateerde – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 24 april 2015 bevond ik mij op de Euregioweg in de gemeente Landgraaf. Ik had zojuist via de mobilofoon gehoord dat de collega’s van de politie Heerlen hadden gezien dat de ambtshalve bekende [verdachte] reed in een Seat personenauto met kenteken [kenteken 5] . Ik heb post gevat om hem eventueel staande te kunnen houden. Ik zag een personenauto met kenteken [kenteken 5] aan komen rijden uit de richting Heerlen. Door de niet hoge snelheid kon in duidelijk zien dat de [verdachte] als bestuurder reed in deze auto. Ik heb de dienstauto gedeeltelijk op de rijbaan gezet met de bedoeling [verdachte] tot stoppen te dwingen, maar ik zag dat hij voorbij reed, over de verhoogde midden geleiding reed en over de rijbaan bestemd voor het hem tegemoetkomende verkeer met hoge snelheid wegreed. Omstreeks 19.15 uur trof ik de betrokken Seat met kenteken [kenteken 5] aan op een parkeerplaats aan de Ons Limburgstraat te Kerkrade. Deze personenauto staat op naam van [verdachte] en het voertuig is niet verzekerd als bedoeld in artikel 30 Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorvoertuigen.

De rechtbank overweegt als volgt. Zij acht feit 12 bewezen, nu verdachte een auto heeft bestuurd, terwijl hij (zoals hiervoor reeds is gebleken) wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Voorts heeft de verbalisant gerelateerd dat het voortuig niet verzekerd was. De rechtbank leidt daaruit af dat het voertuig dus ook niet verzekerd was ten name van een ander dan verdachte. Gelet daarop concludeert zij ook tot bewezenverklaring van feit 13.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht ten laste van verdachte bewezen dat:

1.primair: hij op 11 december 2015 in de gemeente Heerlen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan ambtenaren gedurende de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met voornoemd oogmerk met de door hem, verdachte, bestuurde personenauto, (met hoge snelheid) rijdende op de N281 in de richting van Kerkrade plots naar links heeft gestuurd, zulks terwijl een (opvallend) dienstvoertuig van politie waarin die [verbalisant 1] en [verbalisant 2] zaten, (op korte afstand) links naast de door hem, verdachte bestuurde personenauto reed, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.hij op 11 december 2015, in de gemeente Heerlen en de gemeente Nuth, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto Renault Clio),

daarmee rijdende op de weg, de N281, zo onvoorzichtig heeft gereden, dat de door hem, verdachte, bestuurde personenauto, in aanrijding/botsing is gekomen met een (op korte afstand) links naast de door hem, verdachte, bestuurde personenauto rijdend dienstvoertuig van politie

en (vervolgens)

op een rijbaan van die N281 die bestemd was voor het hem tegemoetkomend verkeer is gaan rijden en blijven rijden en aldus tegen het verkeer/de rijrichting in is gaan rijden en blijven rijden (over een afstand van circa 4.500 meter)

door welke gedragingen van verdachte (telkens) gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg (telkens) werd gehinderd;

3.hij op 11 december 2015 in de gemeente Heerlen terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten alle categorieën, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorieën was afgegeven, op de weg, de N281, als bestuurder een motorrijtuig (personenauto) van die categorieën heeft bestuurd;

4.hij, op 11 december 2015 in de gemeente Heerlen als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt, welke gedraging hij al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig had verricht en welk verkeersongeval had plaatsgevonden in de gemeente Heerlen op de N281, omstreeks 16:03 uur de plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist, aan de politie-eenheid Limburg schade was toegebracht;

6.hij op 21 februari 2015, in de gemeente Heerlen, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten alle categorieën, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorieën was afgegeven, op de weg, de Bautscherweg, als bestuurder een motorrijtuig (personenauto) van die categorieën heeft bestuurd;

8.hij op 2 juni 2015, in de gemeente Kerkrade, als bestuurder van een motorrijtuig (bromfiets, quad), daarmee rijdende op de weg, de Kasperenstraat, welke weg is gelegen binnen een als zodanig aangeduid woonerf, met dat motorrijtuig heeft gereden over het trottoir van die weg, door welke gedraging van verdachte gevaar op die weg kon worden veroorzaakt en het verkeer op die weg kon worden gehinderd;

9.hij op 2 juni 2015, in de gemeente Kerkrade, als bestuurder van een motorrijtuig (bromfiets, quad), daarmede heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Kasperenstraat, zonder dat er voor dit motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen was gesloten en in stand gehouden;

10.hij op 2 juni 2015, in de gemeente Kerkrade, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten alle categorieën, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorieën was afgegeven, op de weg, de Ons Limburgstraat, als bestuurder een motorrijtuig (personenauto) van die categorieën heeft bestuurd;

11.hij op 2 juni 2015, in de gemeente Kerkrade, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), gekentekend [kenteken 4] , daarmede heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Ons Limburgstraat, zonder dat er voor dit motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen was gesloten en in stand gehouden;

12.hij op 24 april 2015, in de gemeente Landgraaf, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten alle categorieën, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorieën was afgegeven, op de weg, de Euregioweg, als bestuurder een motorrijtuig (personenauto) van die categorie of categorieën heeft bestuurd;

13.hij op 24 april 2015, in de gemeente Landgraaf, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), gekentekend [kenteken 5] , daarmede heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Euregioweg, zonder dat er voor dit motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen was gesloten en in stand gehouden;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

1. poging tot zware mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar

gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

2. overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994;

3. overtreding van artikel 9, tweede lid, van de van de Wegenverkeerswet 1994;

4. overtreding van artikel 7, eerste lid, van de van de Wegenverkeerswet 1994;

6. overtreding van artikel 9, tweede lid, van de van de Wegenverkeerswet 1994;

8. overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994;

9. als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg rijden zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is gesloten en in stand gehouden;

10. overtreding van artikel 9, tweede lid, van de van de Wegenverkeerswet 1994;

11. als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg rijden zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is gesloten en in stand gehouden;

12. overtreding van artikel 9, tweede lid, van de van de Wegenverkeerswet 1994;

13. als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg rijden zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is gesloten en in stand gehouden.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De psycholoog drs. J.A.M. Gresnigt heeft over de geestvermogens van de verdachte op 2 februari 2016 een rapport uitgebracht. De rechtbank komt op basis van de in dat rapport vervatte bevindingen en het daarin vervatte advies niet tot de conclusie dat bij de verdachte sprake is van een omstandigheid die zijn strafbaarheid geheel uitsluit.

De verdachte is dan ook strafbaar, omdat (ook voor het overige) geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen, daarbij ook rekening houdend met de ad informandum gevoegde strafbare feiten:

  • -

    ter zake feiten 1 primair, 3, 4, 6, 10 en 12: een gevangenisstraf van 365 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 256 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en met als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht en ambulante behandeling;

  • -

    ter zake feit 2: een taakstraf van 120 uren subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis;

  • -

    ter zake feiten 8, 9, 11 en 13: telkens, voor elk feit afzonderlijk, een taakstraf van 20 uren subsidiair 10 dagen vervangende hechtenis.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair verzocht om ter zake feit 2 te volstaan met een taakstraf van 60 uren, subsidiair om de feitelijke vrijheidsbeneming te beperkten tot de duur van het voorarrest. De verdediging heeft geen bezwaar tegen een voorwaardelijk strafdeel met een proeftijd van 2 jaren gelet op het reeds gestarte traject bij de reclassering. Voorts heeft de verdediging verzocht het (geschorste) bevel voorlopige hechtenis op te heffen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De rechtbank overweegt in het bijzonder als volgt.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot zware mishandeling van twee verbalisanten, het verlaten van de plaats van het ongeval en viermaal rijden na ongeldigverklaring van zijn rijbewijs. Dit zijn allen misdrijven.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan gevaarlijk rijgedrag door over de vluchtstrook van de auto(snel)weg tegen het verkeer in te rijden en door met een quad over het trottoir te rijden alsmede aan het driemaal onverzekerd besturen van een auto. Dit zijn allemaal overtredingen.

Verdachte heeft hiermee aangegeven lak te hebben aan regels en aanwijzingen van de autoriteiten, die net als ieder ander, ook op hem van toepassing zijn en waaraan hij zich dient te houden. Verdachtes rijbewijs is al in 2005 ongeldig verklaard en desalniettemin blijft verdachte stug auto’s (en andere motorvoertuigen) besturen. Telkens wanneer de politie verdachte staande of aan wil houden, slaat verdachte op de vlucht waarbij hij de veiligheid van andere weggebruikers kennelijk ondergeschikt acht aan zijn wens om uit handen van de politie te blijven. Zelfs als een achtervolging leidt tot een ongeval op de autoweg, neemt verdachte geen verantwoordelijkheid. Integendeel, alsof de aanrijding met een politievoertuig niet ernstig genoeg is, rijdt verdachte rond het spitsuur onder slechte weersomstandigheden vervolgens kilometers lang tegen het verkeer in met alle risico’s van dien.

Uit verdachtes strafblad, dat voor dit soort zaken als gigantisch te bestempelen is, blijkt bovendien dat verdachte zeer hardleers is. Hij is inmiddels veelvuldig veroordeeld wegens soortgelijke en ook ander verkeersfeiten. Zo heeft hij al gevangenisstraffen opgelegd gekregen wegens dergelijke feiten en is hem zijn rijbevoegdheid al tot medio 2022 ontzegd. Die veroordelingen hebben echter niet geleid tot gedragsverandering.

De rechtbank kan dan ook niet anders dan concluderen dat verdachte een gevaar op de weg is en dat gelet op zijn hardleersheid sprake is van een hoog recidiverisico. De rechtbank is van oordeel dat dit gevaar geneutraliseerd moet worden. Zulks zowel vanuit punitief oogpunt, maar zeker ook ter bescherming van de inwoners van de regio Parkstad. De rechtbank is in tegenstelling tot de officier van justitie en de verdediging dan ook van oordeel dat verdachte wel degelijk een langdurige gevangenisstraf opgelegd moet krijgen, waarbij zij een uitgangspunt van 24 maanden geïndiceerd acht.

Zowel de reclassering als een psycholoog hebben gerapporteerd en geadviseerd over verdachte. Daaruit blijkt onder meer dat verdachte gediagnosticeerd is met ADHD en dat sprake is van antisociale persoonlijkheidstrekken, misbruik en mogelijk afhankelijkheid van alcohol en zwakbegaafde verbale- en probleemoplossende vermogens. Een ambulante behandeling wordt op zijn minst nodig geacht om het hoge recidiverisico te beperken. Hoewel verdachte ook vrijwillig hieraan meewerkte, acht de rechtbank het noodzakelijk om zulks ook als bijzondere voorwaarde op te leggen, teneinde eventuele demotivatie in de toekomst onder controle te kunnen houden.

De rechtbank is (gelet op het voorgaande) dan ook van oordeel dat een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk gerechtvaardigd is. Nu uit het dossier blijkt van (m)eerdere achtervolgingen, waarbij de laatste zelfs tot een ongeval leidde, en van terughoudend optreden van de politie in verband met het gevaar van die achtervolgingen, zal de rechtbank de proeftijd op 5 jaren bepalen.

Voorts zal de rechtbank verdachte een rijontzegging van 10 jaren opleggen. Eerdere opleggingen hebben nog geen effect gehad, waardoor de rechtbank geen andere mogelijkheid ziet dat thans de maximale ontzegging op te leggen, hetgeen mogelijk is nu verdachte binnen vijf jaren is gerecidiveerd.

De rechtbank zal verdachte verder veroordelen tot 60 dagen hechtenis wegens feit 2 en telkens, dus in totaal vier maal, 10 dagen hechtenis voor elk van de feiten 8, 9, 11 en 13.

De rechtbank realiseert zich dat zij hiermee aanzienlijk hogere straffen oplegt dan door de officier van justitie geëist, maar zij acht dat gerechtvaardigd gelet op de ernst van de feiten en het verwerpelijke, onverantwoorde, hardleerse gedrag van verdachte.

Bij de strafoplegging heeft de rechtbank tevens rekening mee gehouden met de ad informandum gevoegde strafbare feiten, inhoudende het rijden tijdens een rijontzegging en na ongeldigverklaring van het rijbewijs. De rechtbank overweegt daartoe dat verdachte deze feiten weliswaar niet ter zitting heeft erkend, maar ook niet heeft ontkend. Hij wist het simpelweg niet meer. Daarentegen heeft hij deze feiten bij de politie erkend en heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat genoemde feiten meegenomen kunnen worden bij de strafoplegging. De rechtbank acht dan ook voldoende aannemelijk dat verdachte die feiten heeft begaan.

7 De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vorderingen van de benadeelde partijen

De benadeelde partijen [verbalisant 1] en [verbalisant 2] vorderen ter zake feit 1 elk een schadevergoeding van 548 euro wegens immateriële schade, met vermeerdering van de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van beide vorderingen.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft, conform het verzoek om vrijspraak, niet-ontvankelijkheid bepleit.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

Ten laste van verdachte is feit 1 primair (artikelen 45 i.c.m. 302 en 304 Sr) bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn beide vorderingen, die door de verdediging niet inhoudelijk zijn weersproken en de rechtbank niet kennelijk onredelijk voorkomen, voor toewijzing vatbaar, zodat de rechtbank het schadebedrag bij beiden zal vaststellen op 548 euro, bij beiden te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 11 december 2015 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partijen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak gemaakt en de invordering van voormeld bedrag nog te maken, thans begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van (telkens) 548 euro te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 11 december 2015 tot de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 10 dagen, te betalen ten behoeve van zowel benadeelde partij [verbalisant 1] (548 euro) als benadeelde partij [verbalisant 2] (548 euro).

8 Het beslag

De officier van justitie heeft weliswaar geen lijst van inbeslag genomen voorwerpen aan de rechtbank overgelegd, maar uit het dossier blijkt dat op de navolgende voorwerpen nog beslag rust waarover de rechtbank nog een beslissing dient te nemen.

  1. Renault Clio [kenteken 1] (p.3 van dossier feiten 1-4);

  2. Fiat Stilo [kenteken 2] (p. 3 van dossier feit 7);

  3. Fiat Cinquecento [kenteken 4] (p. 5 van dossier feiten 8-11);

  4. Seat Ibiza [kenteken 5] (p. 12 van dossier feiten 12-13);

  5. Opel Astra Cabrio [kenteken 6] (p. 13 van dossier feiten 12-13);

  6. VW Golf Gti [kenteken 7] (p. 14 van dossier feiten 12-13).

De rechtbank zal de teruggave aan de rechthebbende ( [rechthebbende] ) gelasten van de onder a. genoemde personenauto, nu met betrekking tot deze auto niet (meer) wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank zal de teruggave aan de beslagene (verdachte) gelasten van de onder b., e. en f. genoemde personenauto’s, nu ook met betrekking tot deze auto’s niet (meer) wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank zal de verbeurdverklaring gelasten van de onder c. en d. genoemde personenauto’s, nu die auto’s aan verdachte toehoren en het auto’s zijn met betrekking tot welke de feiten 10 tot en met 13 zijn begaan.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen:

14a, 14b, 14c, 24c, 33, 33a, 36f, 45, 57, 62, 63, 302 en 304 van het Wetboek van Strafrecht;

5, 7, 9, 176, 177, 179 en 179a van de Wegenverkeerswet 1994;

30 van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen,

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van de onder 5 en 7 ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart de feiten 1 t/m 4, 6 en 8 t/m 13 zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Gevangenisstraf (wegens misdrijven)

  • -

    veroordeelt de verdachte voor feiten 1 primair, 3, 4, 6, 10 en 12 tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de verdachte voor het einde van de proeftijd:

  • -

    zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of;

  • -

    geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt voorts als bijzondere voorwaarden dat de verdachte gedurende de proeftijd:

  1. zich binnen drie werkdagen na onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij GGZ Reclassering Limburg Mondriaan (telefoonnummer 088-5068888). Hierna moet de verdachte zich blijven melden, zo frequent en zolang de reclassering dit nodig acht;

  2. zich laat behandelen voor zijn ADHD en/of alcoholproblematiek bij Mondriaan (Radix) of soortgelijke (forensische) ambulante zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door en/of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

- geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Ad informandum gevoegde strafbare feiten

- de volgende feiten zijn ad informandum gevoegd en bij de bepaling van de strafmaat in aanmerking genomen:

1. 866472-15: 30 oktober 2013, de Hambeukerboord, Heerlen, Gem. Heerlen,

Motorrijtuig besturen tijdens ontzegging (V:8)

2. 866472-15: 30 oktober 2013, de Hambeukerboord, Heerlen, Gem. Heerlen,

Besturen motorrijtuig na ongeldig verkl. rijbewijs (V:8)

Rijontzegging (wegens misdrijven)

- ontzegt de verdachte voor feiten 1 primair, 3, 4, 6, 10 en 12 de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor 10 jaren;

Hechtenis (wegens overtredingen)

  • -

    veroordeelt de verdachte voor feit 2 tot 60 dagen hechtenis;

  • -

    veroordeelt de verdachte voor feit 8 tot 10 dagen hechtenis;

  • -

    veroordeelt de verdachte voor feit 9 tot 10 dagen hechtenis;

  • -

    veroordeelt de verdachte voor feit 11 tot 10 dagen hechtenis;

  • -

    veroordeelt de verdachte voor feit 13 tot 10 dagen hechtenis;

Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

- wijst de vordering van de benadeelde partij [verbalisant 1] (p/a GTPA-loket, Postbus 1230 6201 BE Maastricht) ten aanzien van feit 1 primair toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen 548 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 11 december 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;

- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, thans begroot tot heden op nihil;

- wijst de vordering van de benadeelde partij [verbalisant 2] (p/a GTPA-loket, Postbus 1230 6201 BE Maastricht) ten aanzien van feit 1 primair toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen 548 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 11 december 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;

- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van de hierna te noemen benadeelden de daarbij vermelde bedragen, bij niet betaling en verhaal te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

  • -

    [verbalisant 1] 548 euro 10 dagen hechtenis 11 december 2015;

  • -

    [verbalisant 2] 548 euro 10 dagen hechtenis 11 december 2015,

met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf de datum, genoemd bij bovenvermelde bedragen, tot aan de dag van de volledige voldoening;

- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

Beslag

- gelast de teruggave van het volgende in beslag genomen voorwerp aan [rechthebbende] :

- Renault Clio [kenteken 1] (goednummer PL2300-2015229691-709529);

- gelast de teruggave van de volgende in beslag genomen voorwerpen aan verdachte:

  • -

    Fiat Stilo [kenteken 2] (goednummer PL2300-2015034360-539442);

  • -

    Opel Astra Cabrio [kenteken 6] (goednummer PL2300-2015076397-569770);

  • -

    VW Golf Gti [kenteken 7] (goednummer PL2300-2015076397-585225);

- verklaart verbeurd de volgende in beslag genomen voorwerpen:

  • -

    Fiat Cinquecento [kenteken 4] (goednummer PL2300-2015101956-488358);

  • -

    Seat Ibiza [kenteken 5] (goednummer PL2300-2015076397-596148);

Voorlopige hechtenis

- wijst af het verzoek tot opheffing van het (geschorste) bevel voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.P. van Deventer, voorzitter,

mr. C.A.M. Schaap-Meulemeester en mr. C.C.W.M. Aretz, rechters, in tegenwoordigheid van mr. O.A.G. Corten, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 3 juni 2016.

Buiten staat

mr. C.C.W.M. Aretz is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging – ten laste gelegd dat:

1.hij op of omstreeks 11 december 2015 in de gemeente Heerlen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een of meer ambtena(a)r(en) gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, te weten de verbalisanten [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met voornoemd oogmerk met de door hem, verdachte, bestuurde personenauto, (met hoge snelheid) rijdende op de N281 in de richting van Kerkrade plots/hevig naar links heeft gestuurd, zulks terwijl een (opvallend) dienstvoertuig van politie waarin die [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] zaten, (kort) links naast de door hem, verdachte bestuurde personenauto reed, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(art. 302 lid 1 jo. 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 11 december 2015 in de gemeente Heerlen, de verbalisanten [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met de door hem, verdachte, bestuurde personenauto, (met hoge snelheid) rijdende op de N281 in de richting van Kerkrade plots/hevig naar links gestuurd, zulks terwijl een (opvallend) dienstvoertuig van politie waarin die [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] zaten, (kort) links naast de door hem, verdachte bestuurde personenauto reed;

(art. 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

(700682-15)

2.hij op of omstreeks 11 december 2015, in de gemeente Heerlen en/of de gemeente Nuth, althans in het arrondissement Limburg, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk/type Renault Clio), daarmee rijdende op de weg, de N281, met zodanige snelheid en/of zo onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onoordeelkundig en/althans op zodanige wijze heeft gereden en/althans zo onvoorzichtig en/of onoplettend en/of zo onoordeelkundig heeft geremd, dat de door hem, verdachte, bestuurde personenauto, in aanrijding/botsing is gekomen met een (kort) links naast de door hem, verdachte, bestuurde personenauto rijdend dienstvoertuig van politie (merk Volkswagen, gekentekend [kenteken 8] )

en/of (vervolgens)

op een rijbaan van die N281 die bestemd was voor het hem tegemoetkomend verkeer is gaan rijden en/of blijven rijden en/of aldus tegen het verkeer/de rijrichting in is gaan rijden en/of blijven rijden (over een afstand van circa 4500 meter, in elk geval over een grote afstand)

door welke gedraging(en) van verdachte (telkens) gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans (telkens) kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg (telkens) werd gehinderd, althans (telkens) kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

(art. 5 Wegenverkeerswet 1994)

(700682-15)

3.hij op of omstreeks 11 december 2015 in de gemeente Heerlen terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten alle categorieën, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de N281, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

(art. 9 lid 2 Wegenverkeerswet 1994)

4.hij, op of omstreeks 11 december 2015 in de gemeente Heerlen als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt, welke gedraging hij al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig had verricht en welk verkeersongeval had plaatsgevonden in de gemeente Heerlen op/aan de N281, op of omstreeks 16:03 uur de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een of meer ander(en) (te weten aan de inzittenden van het dienstvoertuig van politie met kenteken [kenteken 8] en/of aan de politie-eenheid Limburg) letsel en/of schade was toegebracht;

(art. 7 lid 1 ahf/ond a Wegenverkeerswet 1994)

5.hij op of omstreeks 24 maart 2014, in de gemeente Vaals, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), gekentekend 51-FJ-RN, daarmee rijdende op de weg, de Randweg, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur in elk geval met een hogere snelheid dan de op die Randweg toegestane snelheid van maximaal 50 kilometer per uur in elk geval met een te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse, door welke gedraging(en) van verdachte (telkens) gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans (telkens) kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg (telkens) werd gehinderd, althans (telkens) kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

(art. 5 Wegenverkeerswet 1994)

(842001-15)

6.hij op of omstreeks 21 februari 2015, in de gemeente Heerlen, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten alle categorieën, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Bautscherweg, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

(art. 9 lid 2 Wegenverkeerswet 1994)

(842001-15)

7.hij op of omstreeks 22 februari 2015, in de gemeente Kerkrade, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten alle categorieën, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Romeinenstraat, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

(art. 9 lid 2 Wegenverkeerswet 1994)

(842001-15)

8.hij op of omstreeks 2 juni 2015, in de gemeente Kerkrade, als bestuurder van een motorrijtuig (bromfiets,Quad), daarmee rijdende op de weg, de Kasperenstraat, welke weg is gelegen binnen een als zodanig aangeduid woonerf, met dat motorrijtuig heeft gereden over het trottoir van die weg, door welke gedraging(en) van verdachte (telkens) gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans (telkens) kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg (telkens) werd gehinderd, althans (telkens) kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

(art. 5 Wegenverkeerswet 1994)

(842001-15)

9.hij op of omstreeks 2 juni 2015, in de gemeente Kerkrade, als bestuurder van een motorrijtuig (bromfiets,Quad), daarmede heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Kasperenstraat, zonder dat er voor dit motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen was gesloten en in stand gehouden;

(art. 30 lid 4 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen)

(842001-15)

10.hij op of omstreeks 2 juni 2015, in de gemeente Kerkrade, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten alle categorieën, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Ons Limburgstraat, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

(art. 9 lid 2 Wegenverkeerswet 1994)

(842001-15)

11.hij op of omstreeks 2 juni 2015, in de gemeente Kerkrade, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), gekentekend [kenteken 4] , daarmede heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Ons Limburgstraat, zonder dat er voor dit motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen was gesloten en in stand gehouden;

(art. 30 lid 4 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen)

(842001-15)

12.hij op of omstreeks 24 april 2015, in de gemeente Landgraaf, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten alle categorieën, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Euregioweg, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

(art. 9 lid 2 Wegenverkeerswet 1994)

(842001-15)

13.hij op of omstreeks 24 april 2015, in de gemeente Landgraaf, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), gekentekend [kenteken 5] , daarmede heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Euregioweg, zonder dat er voor dit motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen was gesloten en in stand gehouden;

(art. 30 lid 4 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen)

(842001-15)

Ad informandum gevoegde strafbare feiten:

1. 866472-15: 30 oktober 2013, de Hambeukerboord, Heerlen, Gem. Heerlen,

Motorrijtuig besturen tijdens ontzegging (V: 8)

2. 866472-15: 30 oktober 2013, de Hambeukerboord, Heerlen, Gem. Heerlen,

Besturen motorrijtuig na ongeldig verkl. rijbewijs (V:8)

1 Een geschrift, inhoudende een tweetal afbeeldingen van een computervenster getiteld “Rijbewijzen/maatregelen bij CBR (Vorderingen)” ongedateerd, doch gevoegd bij een e-mail d.d. 1 december 2015, afkomstig van het CBR. Deze stukken zijn als bijlagen (p. 13-19) gevoegd bij het proces-verbaal registratienummer PL2424-2014033303 d.d. 9 april 2014 (betrekking hebbende op feit 5).

2 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, district Noord- en Midden-Limburg, districtsrecherche Noord- en Midden-Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2015229691, gesloten d.d. 22 december 2015, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 140.

3 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 december 2015, p. 45-47.

4 Proces-verbaal verhoor aangever [verbalisant 1] d.d. 12 december 2015, p. 35-37.

5 Proces-verbaal verhoor aangever [verbalisant 2] d.d. 12 december 2015, p. 38-39.

6 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 december 2015, p. 50-52.

7 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 december 2015, p. 54-55.

8 Proces-verbaal VerkeersOngevalAnalyse d.d. 15 december 2015, p.78-140.

9 Afzonderlijk gevoegd Aanvullend proces-verbaal art. 9 WVW’94 behorende bij combibon met proces-verbaal nr: 2102201514152984, op ambtsbelofte opgemaakt door verbalisant [verbalisant 5] , ongedateerd.

10 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, district Parkstad-Limburg, basisteam Kerkrade, proces-verbaalnummer PL2300-2015101956, gesloten d.d. 9 juli 2015, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 8.

11 Proces-verbaal d.d. 26 juni 2015, p. 2-4.

12 Proces-verbaal d.d. 26 juni 2015, p. 2-4.

13 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, district Parkstad-Limburg, basisteam Brunssum/Landgraaf, proces-verbaalnummer PL2300-2015076397, gesloten d.d. 20 mei 2015, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 30.

14 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 april 2015, p. 1-3.