Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:4218

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
13-05-2016
Datum publicatie
21-06-2016
Zaaknummer
5024204 CV EXPL 16-4073
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ontruiming in kort geding. Huurachterstand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Burgerlijk recht

Zaaknummer: 5024204 CV EXPL 16-4073

Vonnis van 13 mei 2016 in het kort geding van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BRAND BIERBROUWERIJ B.V.,

gevestigd te Wijlre, gemeente Gulpen-Wittem,

eisende partij,

gemachtigde mr. J.A.M.G. Vogels

tegen

[gedaagde] ,

wonend te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

in persoon procederend.

Partijen zullen hierna Brand en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het exploot van dagvaarding d.d. 25 april 2016

  • -

    de mondelinge behandeling ter zitting van 12 mei 2016.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] huurt sinds 1 april 2010 van Brand de bedrijfsruimte (café) met daarboven gelegen bedrijfswoning staande en gelegen te [adres] . De huur bedroeg tot 1 mei 2016 € 1.593,24 inclusief btw per maand en per

1 mei 2016 bedraagt de huur € 1.603,56 inclusief btw per maand.

3 De vordering en het geschil

3.1.

Op grond van een betalingsachterstand vordert Brand - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - :

  • -

    de veroordeling van [gedaagde] om het gehuurde binnen twee dagen na betekening van dit vonnis te verlaten en te ontruimen en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van Brand te stellen;

  • -

    de veroordeling van [gedaagde] om aan Brand € 4.821,90 te betalen ter zake van tot en met april 2016 onbetaald gelaten huur inclusief vervallen overeengekomen rente, te vermeerderen met de overeengekomen rente vanaf 1 mei 2016 tot aan de dag van voldoening;

  • -

    de veroordeling van [gedaagde] om aan Brand € 1.603,56 per maand inclusief btw te betalen voor iedere maand vanaf 1 mei 2016 tot het tijdstip van de ontruiming;

  • -

    de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de proceskosten.

3.2.

[gedaagde] heeft de bij exploot gestelde huurachterstand niet betwist. Ter zitting heeft Brand een overzicht van de huurachterstand tot en met mei 2016 overgelegd, waarvan [gedaagde] de juistheid heeft erkend behoudens zijn beroep op een daarin niet verwerkte betaling van € 1.200 op 10 mei 2016. Brand heeft de ontvangst van die laatste betaling niet bevestigd.

4 De beoordeling

4.1.

De spoedeisendheid van de gevorderde voorzieningen is op zichzelf niet betwist en vloeit voort uit het belang van Brand om het oplopen van de huurachterstand te voorkomen.

4.2.

Om een voorziening te kunnen treffen als gevorderd, dient met een redelijke mate van zekerheid aangenomen te kunnen worden dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat deze - of een vergelijkbare - vordering zal slagen. Bij deze beoordeling kan dus slechts een voorlopig oordeel worden gegeven en die beoordeling moet geschieden op basis van hetgeen in deze korte procedure naar voren is gebracht en aannemelijk is gemaakt.

4.3.

De vaststaande omvang van de huurachterstand op de datum van dagvaarding rechtvaardigt de veroordeling tot ontruiming. Te verwachten is immers dat de bodemrechter op grond van deze tekortkoming de huurovereenkomst zal ontbinden. De voorzieningen-rechter vat het actuele overzicht van de huurachterstand (zie 3.2) op als een wijziging van de geldvordering tot het daarin genoemde bedrag van € 3.948,68. Toewijsbaar is de veroor-deling tot betaling van deze vaststaande huurachterstand vermeerderd met de (onbetwist) overeengekomen rente, alsmede van de huurprijs voor elke ingegane maand vanaf 1 mei 2016 tot aan de ontruiming. Daarbij gaat de kantonrechter ervan uit dat bij de executie van dit vonnis rekening zal worden gehouden met in de tussentijd ontvangen betalingen. Afgewezen wordt de “contractuele boete” omdat grondslag van en spoedeisendheid bij dit onderdeel van de vordering gesteld noch gebleken zijn.

4.4.

Ter zitting heeft Brand, naar aanleiding van hetgeen [gedaagde] aldaar verklaarde, ondubbelzinnig toegezegd een veroordelend vonnis niet vóór 1 juni 2016 te zullen executeren, zodat aldus zal worden beslist.

4.5.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Brand tot de datum van dit vonnis begroot op

€ 950,38, bestaande uit € 400,00 aan salaris gemachtigde, € 471,00 aan griffierecht en

€ 79,38 aan explootkosten.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om de bedrijfsruimte met daarboven gelegen bedrijfswoning staande en gelegen te [adres] binnen twee weken na betekening van dit vonnis, mits deze termijn niet vóór 1 juni 2016 verstrijkt, met al de zijnen en al het zijne te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van Brand te stellen,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan Brand € 3.948,68 te betalen, te vermeerderen met de overeengekomen rente vanaf 1 mei 2016 tot aan de dag van voldoening,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] om aan Brand € 1.603,56 inclusief btw te betalen voor elke maand vanaf 1 mei 2016 dat hij aan de veroordeling onder 5.1 niet heeft voldaan,

5.4.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Brand tot de datum van dit vonnis begroot op € 950,38,

5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. van Unen en is in het openbaar uitgesproken.

RK