Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:3385

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
20-04-2016
Datum publicatie
22-04-2016
Zaaknummer
4884062 CV EXPL 16-2462
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Agentuurovereenkomst, bemiddelingsovereenkomst, overeenkomst sui generis.

Bijzondere marktomstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/1199
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 4884062 \ CV EXPL 16-2462

Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 20 april 2016

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VIEWGRES-NL B.V.,

gevestigd te Uden,

eisende partij,

gemachtigde mr. A.C.D. Evers,

tegen:

de besloten vennootschap
[naam] NATUURSTEEN B.V.,

gevestigd te Echt, gemeente Echt-Susteren,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. L.A. van Driel.

Partijen zullen hierna Viewgres en [gedaagde] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 15 maart 2016, met producties,

  • -

    de brief van 4 april 2016 van [gedaagde] , met producties,

  • -

    de brief van 6 april 2016 van Viewgres inhoudende aanvulling van de (subsidiaire) grondslag van de eis en producties,

  • -

    de mondelinge behandeling van 7 april 2016, met de pleitnota van Viewgres

en de pleitnota van [gedaagde] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

Viewgres vordert:

1. [gedaagde] te gebieden de overeenkomst van 11 augustus 2014 (hierna: de Overeenkomst) onverkort na te komen op straffe van een dwangsom,

2. [gedaagde] te verbieden om zaken te doen met andere leveranciers dan Foshan Viewgres Co. Ltd. (hierna: Foshan) die een tegenstrijdig belang opleveren c.q. niet stroken met de aard en de bedoelding van de Overeenkomst op straffe van een dwangsom,

3. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van
a. de boete ingevolge artikel 6 van de Overeenkomst ad € 250.000,00, vermeerderd met
€ 5.000,00 voor iedere dag sinds 1 oktober 2015, althans 1 januari 2016, dat de overtreding voortduurt,
b. de openstaande facturen 2015 ad $ 57.712,43 en $ 26.806,82, vermeerderd met rente vanaf 5 januari 2016,
c. de commissie verschuldigd over de reeds in 2016 afgenomen containers, vermeerderd met rente vanaf de dag der dagvaarding,
d. de verschuldigde commissie over de nog niet afgenomen en aldus nog niet gefactureerde resterende 344 containers in 2015 ad $ 273.980,86 vermeerderd met rente vanaf 1 oktober 2015,

4. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van het geding, vermeerderd met rente en nakosten.

2.2.

Viewgres legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] de Overeenkomst - waarbij is overeengekomen dat [gedaagde] aan Viewgres een commissie betaalt voor in exclusiviteit van Foshan in te kopen 2 cm keramische tegels - niet nakomt in de zin dat [gedaagde] het minimaal overeengekomen aantal containers niet heeft afgenomen. De afnameverplichting is volgens Viewgres een resultaatsverbintenis die is neergelegd in artikel 3 lid 3 van de Overeenkomst.

De afnameverplichting behelst volgens Viewgres een minimale hoeveelheid in 2014 van 400 containers, in 2015 van 500 containers en vanaf 2016 van 550 containers per jaar.

Viewgres stelt dat [gedaagde] in 2015 in totaal 156 containers heeft afgenomen waarvan er nog 63 onbetaald zijn. Viewgres stelt dat [gedaagde] uiterlijk 1 oktober van elk jaar de bestelling moet hebben geplaatst. Dat is in 2015 niet geschied, zodat volgens Viwgres een boete verschuldigd is, als bedoeld in artikel 6 van de overeenkomst. Viewgres stelt dat [gedaagde] buiten haar om direct inkoopt bij Foshan en andere partijen binnen en buiten Europa, hetgeen in strijd is met (de strekking van) artikel 5 van de Overeenkomst.

2.3.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] stelt dat de Overeenkomst geenszins tot een minimale afname verplicht. Dat was nooit haar bedoeling en dat is voor Viewgres volgens [gedaagde] altijd duidelijk geweest.

In de loop van 2014, zo stelt [gedaagde] , stortte de Chinese markt in, door een combinatie van de hoge anti-dumpbelastingen en de stijging van de dollarkoers. [gedaagde] stelt dat zij Viewgres heeft gewaarschuwd voor de grote veranderingen in de markt. Het opvangen daarvan ging met veel overleg gepaard, maar bleek een ondoenlijke opgave. [gedaagde] stelt dat zij door deze handelwijze heeft voldaan aan artikel 2 lid 2 van de Overeenkomst.

[gedaagde] stelt voorts dat de tegelproducent Foshan vooral getroffen werd door de veranderingen op de Europese markt. Foshan voerde een assortimentswijziging door en het werd, volgens [gedaagde] , duidelijk dat Viewgres geen rol meer kon spelen. [gedaagde] stelt dat Viewgres geen exclusiviteit meer kon garanderen ter zake de keramische tegels. Doordat Viewgres geen duidelijkheid gaf over het voortzetten van de leveringen van de keramische tegels onder de Overeenkomst, was Viewgres zelf in ieder geval per 1 januari 2016 in verzuim. [gedaagde] heeft daarop de Overeenkomst partieel ontbonden, althans haar verplichtingen opgeschort.

[gedaagde] stelt dat zij als gevolg van het ophouden van de leveringen van de keramische tegels onder de Overeenkomst schade heeft geleden, onder andere omdat zij allerlei showtuinen opnieuw moest aanleggen en ontwikkelingskosten heeft moeten maken. Zij stelt dat deze schade € 150.000,00 beloopt.

2.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

De spoedeisendheid vloeit voort uit de aard van de zaak.

3.2.

Viewgres heeft aan haar vorderingen onder meer ten grondslag gelegd dat de Overeenkomst tussen partijen een agentuurovereenkomst is, als omschreven in artikel 7:428 BW. [gedaagde] heeft deze kwalificatie van de Overeenkomst op inhoudelijke gronden betwist en heeft haar als juist aanvaard voor zover nodig ter bepaling van de bevoegdheid van de kantonrechter als voorzieningenrechter, op de voet van artikel 93 onder c Rv. Uitsluitend in dit verband is de kantonrechter voorshands van oordeel dat de overeenkomst als agentuurovereenkomst kan gelden, zodat hij bevoegd is te oordelen en te beslissen over de vorderingen.

3.3.

Voor die beoordeling en beslissing kan de kantonrechter in het midden laten of de Overeenkomst inderdaad een agentuurovereenkomst is, een bemiddelingsovereenkomst als omschreven in artikel 7:425 BW - wat Viewgres bij akte houdende wijziging van eis subsidiair aan de vorderingen ten grondslag heeft gelegd - dan wel een overeenkomst sui generis. Geen van beide partijen heeft immers, ook niet desgevraagd ter terechtzitting, gemotiveerd betoogd dat en in hoeverre de vorderingen (die alle strekken tot nakoming van de Overeenkomst) bij de ene kwalificatie daarvan anders zouden moeten worden beoordeeld dan bij de andere. Zoals uit de hierna volgende overwegingen zal blijken, ziet de kantonrechter dat verschil ook niet. Het gaat erom welke verplichtingen [gedaagde] jegens Viewgres op zich heeft genomen, en in hoeverre daarvan in dit kort geding nakoming kan worden gevorderd.

3.4.

De essentie van de Overeenkomst is als volgt. Viewgres heeft haar exclusieve recht op aankoop, distributie en wederverkoop van tegels van de producent Foshan in een aantal Europese landen voor een periode van ten minste vijf jaar (ingaande 1 januari 2014) ten gunste van [gedaagde] prijsgegeven. Daardoor kon [gedaagde] die tegels rechtstreeks bij Foshan gaan inkopen, hetgeen ook is geschied. Hier tegenover heeft [gedaagde] zich verplicht voor elke aankoop bij Foshan aan Viewgres een commissie te betalen.

3.5.

Nogmaals: of Viewgres in deze constructie - formeel gesproken, want praktisch gesproken had Viewgres geen verplichting om overeenkomsten tot stand te brengen - optrad als opdrachtnemer (tussenpersoon) van [gedaagde] jegens Foshan in de zin van artikel 7:425 BW dan wel als agent van Foshan of van Viewgres als principaal in de zin van artikel 7:428 BW, doet niet ter zake. Uit de producties 40 t/m 44 van [gedaagde] , waarvan Viewgres de inhoudelijke juistheid (anders dan de rechtsgevolgen ervan, waarover hierna onder 3.6.) niet heeft betwist, volgt dat als het aan Foshan ligt haar relatie met Viewgres definitief is geëindigd per 1 januari 2016. Foshan is, eenvoudig gezegd, niet bereid op wat voor manier dan ook nog zaken te doen met Viewgres, in het bijzonder niet om aan of via haar nog tegels te leveren. Het gevolg hiervan is dat Viewgres, zoals zij ter zitting impliciet heeft erkend, aan haar essentiële verplichting jegens [gedaagde] krachtens de Overeenkomst - namelijk ervoor te zorgen dat [gedaagde] tegels van Foshan kan bemachtigen zonder het exclusiviteitsrecht van Viewgres te schenden - in elk geval vanaf 1 januari 2016 niet meer kan voldoen. Viewgres heeft ter terechtzitting immers te kennen gegeven dat zij door haar bemiddeling - zij heeft een uitgebreid netwerk in China - [gedaagde] wel kan helpen aan tegels van een andere producent, (nagenoeg) identiek aan die van Foshan. Daarmee voldoet zij echter niet aan haar zojuist genoemde verplichting uit de Overeenkomst. Omdat Viewgres niet aan haar verplichting kan voldoen, kan zij nu ook niet van [gedaagde] vergen dat zij aan de hare voldoet. Reeds hierom moeten de vorderingen (zie 2.1) onder 1, 2 en 3 sub c. worden afgewezen.

3.6.

De vraag of de op beëindiging van hun overeenkomst gerichte verklaringen van Foshan jegens (en over) Viewgres tot dat einde hebben geleid, leent zich niet voor beantwoording in dit kort geding, alleen al omdat Foshan hierin geen partij is. Ook indien te eniger tijd in rechte mocht worden geoordeeld dat die overeenkomst in stand is gebleven, heeft dit niet tot gevolg dat Viewgres thans aan haar hiervoor onder 3.5. beschreven, essentiële verplichting jegens [gedaagde] kan voldoen.

3.7.

De kantonrechter is geneigd de verplichting van Viewgres omschreven in artikel 3 lid 3 van de Overeenkomst, anders dan [gedaagde] en mét Viewgres, te zien als een resultaatsverbintenis die [gedaagde] verplichtte in 2015 een hoeveelheid van 500 containers bij Foshan te bestellen en de daarover verschuldigde commissie aan Viewgres te betalen. De mate van zekerheid over deze uitleg van genoemd artikellid die nodig is om [gedaagde] bij wege van voorlopige voorziening te veroordelen tot betaling aan Viewgres (van commissie over containers die zij had moeten bestellen, maar feitelijk niet heeft besteld) heeft de kantonrechter echter niet. Hierbij is gelet op de onder aanbieding van bewijs - waarvoor het kort geding zich niet leent - gedane betwisting door [gedaagde] van deze strekking van dat beding (zie 2.3, eerste alinea) van belang. Hierbij is mede gelet op het - gegeven de financiële situatie die Viewgres aan haar spoedeisend belang ten grondslag heeft gelegd - zonder meer aanwezige restitutierisico. Reeds hierom moet de vordering onder 3 sub d (zie 2.1) worden afgewezen.

3.8.

Een grond voor afwijzing van die laatste vordering is ook gelegen in het beroep van [gedaagde] op artikel 2 lid 2 van de Overeenkomst. Dit bepaalt dat in geval van drastische wijzigingen in de marktomstandigheden (…) partijen in overleg zullen treden en een oplossing zullen vinden die recht doet aan beider belangen, waarbij geen sprake zal zijn van een vergoeding in verband met inkomstenderving. De vordering onder 3 sub d is zo’n vordering, en het bedoelde overleg heeft Viewgres, blijkens haar productie 31 en haar niet gemotiveerd betwiste stellingen op dit punt (zie 2.3, tweede alinea), willen voeren. Zonder nu reeds te kunnen oordelen dat dit in alle opzichten gerechtvaardigd is, oordeelt de kantonrechter het beroep van [gedaagde] op gewijzigde omstandigheden niet zo kansloos dat de vordering tot vergoeding van inkomstenderving, die verwerping van dit beroep impliceert, bij wege van voorlopige voorziening kan worden toegewezen. Bij dit oordeel is opnieuw gelet op het restitutierisico.

3.9.

Viewgres vordert betaling van de krachtens artikel 6 van de Overeenkomst verbeurde boetes en begroot deze op € 250.000,00 vermeerderd met € 5.000,00 per dag sinds 1 oktober 2015, althans 1 januari 2016, voor elke dag dat [gedaagde] nalatig is in de nakoming van de Overeenkomst. Zoals de kantonrechter hierboven onder 3.7. en 3.8. heeft overwogen, staat thans niet vast dat [gedaagde] haar verplichtingen uit de Overeenkomst niet is nagekomen en dat dit haar verweten kan worden. De vordering onder 3 sub a (zie 2.1) moet dan ook - en eveneens in het licht van het restitutierisico - worden afgewezen.

3.10.

Viewgres vordert betaling van een tweetal facturen van reeds geleverde containers, te weten CI-16001 VNL454-1 en CI-16002 VNL454-2, tot een bedrag van $ 57.712,43 (ongeveer € 51.000) en $ 26.806,82 (ongeveer € 24.000,00). [gedaagde] erkent dat zij deze facturen in beginsel nog dient te betalen, maar beroept zich op verrekening. [gedaagde] maakt niet alleen aanspraak op een schadevergoeding (zie 2.3, laatste alinea), maar ook op haar beurt op de contractuele boete van € 250.000,00 vermeerderd met € 5.000 per dag dat de overtreding voortduurt en rente (productie 34). [gedaagde] stelt zich immers op het standpunt dat Viewgres haar verplichtingen uit de Overeenkomst toerekenbaar niet meer kan nakomen, omdat Foshan de samenwerking heeft stopgezet, op grond waarvan Viewgres een boete verschuldigd is op grond van de Overeenkomst.

De kantonrechter stelt vast dat Viewgres zich niet heeft verzet tegen (het door opschorting vooruitlopen op) verrekening door [gedaagde] . Het is dan ook niet zodanig onaannemelijk dat [gedaagde] in de bodemprocedure met succes een beroep op verrekening zal doen, dat [gedaagde] daarop vooruitlopend tot betaling van de vervallen facturen kan worden veroordeeld. Dat oordeel zou immers verwerping van het beroep op verrekening impliceren. Mede in het licht van het zojuist (3.7, 3.8 en 3.9) aanwezig geoordeelde restitutierisico, zal de vordering onder 3 sub b (zie 2.1) daarom worden afgewezen.

3.11.

Viewgres zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van [gedaagde] . Deze kosten worden tot op heden begroot op € 600,00 (aan salaris advocaat in een zaak van gemiddeld gewicht, conform het interne beleid van de rechtbank). De nakosten zullen worden toegewezen als hierna in het dictum geformuleerd.

4 De beslissing

De kantonrechter in kort geding

4.1.

wijst de vorderingen af,

4.2.

veroordeelt Viewgres in de kosten van het geding aan de zijde van [gedaagde] , begroot op € 600,00, tenzij Viewgres binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe dit bedrag voldoet te vermeerderen met de nakosten ad € 131,00, en indien vervolgens betekening van het vonnis plaatsvindt te vermeerderen met de kosten van dat exploot,

4.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor wat betreft de proceskostenveroordeling.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. van Unen en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: EvB