Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:3274

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
19-04-2016
Datum publicatie
19-04-2016
Zaaknummer
03/721028-15
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2018:1052, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor het veroorzaken van een gasexplosie in een flat aan de Gulikstraat in Venlo, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is. Voorwaardelijk opzet. Verminderd toerekeningsvatbaar. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 15 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en oplegging van bijzondere voorwaarden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/721028-15

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 19 april 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

thans gedetineerd in [detentieadres verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. F.A. Dronkers, advocaat kantoorhoudende te Roermond.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 5 april 2016. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De - ter terechtzitting gewijzigde - tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte: opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht waardoor personen en/of goederen in gevaar werden gebracht.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte in zijn flatwoning met opzet, in voorwaardelijke zin, een ontploffing teweeg heeft gebracht en gevaar voor personen en goederen heeft doen ontstaan door gas de woning in te laten stromen. Het is algemeen bekend dat dit gevaarlijk is en het door verdachte uitschakelen van de apparatuur laat zien dat verdachte zich ook bewust was van het gevaar.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het tenlastegelegde. Hij heeft daartoe, met verwijzing naar relevante jurisprudentie, aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte (voorwaardelijk) opzet had op het teweegbrengen van een ontploffing en dat verdachte hooguit weloverwogen heeft gehandeld daar waar het ging om zijn doodswens.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

Verbalisant [naam verbalisant 1] 2 relateerde op 28 juni 2015 - zakelijk weergegeven - onder meer als volgt:

“Op zondag 14 juni 2015 omstreeks 20.30 uur hoorde ik de melding dat er op [pleegplaats] een explosie in een flatwoning zou zijn geweest. Ter plaatse zag ik dat op de begane grond van het flatgebouw de vlammen uit een appartement kwamen en omhoog sloegen naar woningen boven dit appartement. Ik zag dat er dikke donkere rookwolken omhoog stegen. Ik zag dat de gehele pui van de beschadigde woning op de begane grond op het parkeerterrein lag. Volgens het GBA is op het adres [pleegplaats] ingeschreven: [verdachte] . De bewoners van de panden gelegen boven het pand [pleegplaats] werden elders ondergebracht. Dit betreft de woningen met de nummers 38, 70, 102, 134 en 166”.

Verbalisant [naam verbalisant 2] 3 relateerde op 22 juni 2015 - zakelijk weergegeven - onder meer als volgt:

“Op 14 juni 2015 omstreeks 20.30 uur ontving ik de melding om met spoed te gaan naar [pleegplaats] alwaar een explosie in een flatwoning zou zijn geweest. Ter plaatse zag ik dat vlammen uit een appartement op de begane grond kwamen. Ik zag dat de vlammen het aldaar boven gelegen appartement bereikten. Ik zag dat er een dikke rookwolk omhoog steeg. Ik zag dat voor het brandende appartement verschillende personenauto’s stonden geparkeerd in de desbetreffende parkeerhavens. Ik schatte de afstand tussen het brandende appartement en de geparkeerde personenauto’s op ongeveer 7 à 10 meter. Ik stapte uit het dienstvoertuig. Op dat moment zag en hoorde ik dat er een ontploffing was in het brandende appartement. Ik hoorde een harde knal en zag dat de vlammen komende vanuit het brandende appartement verder oplaaiden. Ik zag dat aan de achterzijde van de flat, nabij het brandende appartement, een man op de grond lag. Ik zag dat de man ernstige brandwonden had. Verder zag ik dat de vlammen nog uit het appartement [pleegplaats] kwamen. Ik zag dat de gehele pui uit het appartement [pleegplaats] was. Ik zag dat deze pui op de parkeerplaats lag. Tevens zag ik dat de deur met kozijn ook geheel uit de woning was. Ik hoorde dat de gewonde man zei dat hij de bewoner van het brandende pand was. Er werd een lint gespannen om het aanwezige publiek op afstand te houden”.

Verbalisanten [namen verbalisanten] 4 relateerden op 27 juli 2015 - zakelijk weergegeven - onder meer als volgt:

“Op 15 juni 2015, hebben wij, verbalisanten, als forensische onderzoekers, een onderzoek ingesteld naar aanleiding van een brand en een explosie op 14 juni 2015, omstreeks 20:29 uur, in een appartementwoning gelegen aan de [pleegplaats] De brandweer bluste het vuur en de bewoners van aangrenzende appartementen werden geëvacueerd. Het appartement was verhuurd aan [verdachte] , geboren op [geboortegegevens verdachte] . Deze persoon was zwaargewond geraakt door de explosie en overgebracht naar het brandwondencentrum in Beverwijk.

(…)

Het appartementencomplex ligt in [pleegplaats] , binnen de bebouwde kom van de gemeente Venlo. Deze straat is uitsluitend bebouwd met woningen. Het appartementencomplex bestond uit 6 woonlagen van ieder 16 appartementen. Het appartement [pleegplaats] bevond zich op de eerste woonlaag.

(…)

Appartement [pleegplaats] en omringende appartementen hadden flinke brand- en rookschade opgelopen. Alle ramen en deuren in de voor- en achtergevel van [pleegplaats] waren uit het appartement weggeslagen. Ook was er schade aan de geparkeerde voertuigen.

(…)

Wij hebben de hal van het appartement betreden en zagen dat de muur tussen de hal en de keuken was weggedrukt richting de keuken. Vanuit de deuropening gezien stond rechtsachter in de hoek een gasfornuis. De ovendeur van dit gasfornuis was geheel geopend. Wij zagen dat de bedieningskranen van het gasfornuis allen in dezelfde stand stonden. Op het aanrechtblad in de keuken zagen wij een verstelbare moersleutel liggen. Wij zagen dat de aansluitslang van het gasfornuis niet op het gasfornuis was aangesloten. Wij zagen dat de aansluitkraan in geopende stand stond. Wij hebben het gasfornuis van de muur weggetrokken en zagen de fornuisslang achter het fornuis op de voer liggen. Aan een zijde van de fornuisslang is het aansluitstuk met wartel nog intact. Aan de andere zijde is de slang versmolten. De door ons aangetroffen verstelbare moersleutel paste qua afgestelde maat op de wartel van het aansluitstuk van deze fornuisslang.

(…)

Samenvatting/conclusie

In de flatwoning [pleegplaats] te Venlo ontstond brand en vond een explosie plaats. Uit onderzoek kwam vast te staan dat dit een gasexplosie betrof. Vast kwam te staan dat in de keuken uitstroom van aardgas was geweest. Op enig moment ontstond een explosief mengsel dat werd ontstoken. Vast kwam te staan dat de muur tussen de gang en de keuken naar binnen was gedrukt, dat wil zeggen in de richting van de keuken. Hieruit leidden wij af dat het gasmengsel vanuit de keuken naar de gang en de rest van de woning was gestroomd. Het gasmengsel is naar onze mening buiten de keuken ontstoken.

Een defect in de gasinstallatie is niet vastgesteld. Uit onderzoek in de keuken kwam vast te staan dat het uitstromen van het gas opzettelijk is veroorzaakt. Dit wordt bevestigd door de afgekoppelde aansluitslang van het gasfornuis, de geopende gaskraan en de aangetroffen verstelbare schroefsleutel. De gasslang was gedeeltelijk weggebrand. Het gedeelte dat oorspronkelijk op het fornuis hoorde lag op de grond en was nog intact. Zeer waarschijnlijk is met de aangetroffen verstelbare moersleutel de gasslang van het fornuis afgekoppeld. In de gegeven situatie stroomde ongeveer 10 m3 gas per uur uit de gasslang. Deze hoeveelheid gas zal op enig moment een explosief mengsel veroorzaken. Om het explosieve mengsel te ontsteken is een minimale ontstekingsbron voldoende.

Gelet op de bouwwijze van het pand is bij de explosie en de daaropvolgende brand ernstig gevaar geweest voor uitbreiding. Hier is sprake geweest van gemeen gevaar voor goederen.

Gelet op de aanwezigheid van personen in het appartementencomplex is hier sprake geweest van levensgevaar voor personen”.

Verbalisanten [namen verbalisanten] 5 relateerden aanvullend op 3 september 2015 - zakelijk weergegeven - onder meer als volgt:

“Bij het sporenonderzoek kwam vast te staan dat in de keuken de gastoevoer aan de achterzijde van het gasfornuis opzettelijk was losgekoppeld. De gaskraan stond open. In

deze situatie kon 10 m3 gas per uur uitstromen. Er ontstond een explosief mengsel dat op enig moment ontstak.

(…)

Een minimale ontsteking is voldoende om het explosief mengsel te doen ontploffen. De gasexplosie gaat gepaard met een luide knal. Er vindt in korte tijd, soms een fractie van een seconde, een enorme volume toename plaats met een verwoestende kracht.

(…)

Bij de woning [pleegplaats] te Venlo werd geen defect in de installatie aangetoond. Indien er gas uitstroomt in een woning, kan een explosief mengsel ontstaan. In de keuken werd een vierpits gasfornuis aangetroffen. Resumerend kan worden gesteld dat het zeer moeilijk is in een woning een explosief mengsel te creëren door het opendraaien van de gaspitten van een fornuis, zonder alle ventilatie uit te schakelen en alle openingen en kieren te dichten. Indien een gasleiding of een gastoevoer naar een toestel wordt afgekoppeld en de daaraan verbonden gaskraan open staat, stroomt er tot 10 m3 gas uit per uur. In dat geval zal zich bij het plafond snel een dikke laag gas verzamelen die met name aan de onderzijde explosief is. Binnen enkele minuten tot een uur kan deze laag ontsteken”.

[getuige 1] 6, woonachtig op het adres [adres getuige 1] , verklaarde op 18 juni 2015 - zakelijk weergegeven - als volgt:

“Op het tijdstip van de ontploffing was ik op het balkon van onze woning. Ik stond op het balkon en hoorde een harde, doffe knal. Ongeveer gelijktijdig zag ik glas en plastic door de lucht vliegen. Het gebeurde in een fractie van een seconde. Ik schreeuwde tegen mijn vrouw en dochter dat we snel weg moesten. Ik wilde zo snel mogelijk vluchten. Ik voelde mijn balkon trillen. Ik was in shock. Ik wist alleen dat wij snel uit onze woning moesten. Ik was bang voor mij, mijn vrouw en dochter. Ik nam mijn vrouw en dochter mee naar buiten. Toen ik buiten kwam zag ik dat de auto’s die voor de flat geparkeerd stonden bezaaid waren met glas, plastic en deuren. Ook zag ik een man op de stoep liggen. Ik zag aan zijn gezicht dat het de man was die onder ons woonde. Wij wonen op de tweede verdieping, direct boven de woning waar de ontploffing was. Eigenlijk is alles vernield. De gehele woon- en slaapkamer zijn verbrand”.

[getuige 2] 7, woonachtig op het adres [adres getuige 2] , verklaarde op 17 juni 2015 - zakelijk weergegeven - als volgt:

“Toen het gebeurde was ik thuis. Ik hoorde een harde knal. Ik ben naar het balkon gelopen. Ik zag allemaal glas op de grond liggen. Ik zag dat de ramen van beneden buiten lagen. Ik ben naar buiten gelopen en heb naar beneden gekeken. Ik zag beneden iemand op de grond liggen. Hij is de bewoner die onder mij woont. Ik ben vervolgens naar beneden gelopen. Ik woon op de derde verdieping in dezelfde kolom. De ramen en kozijnen van de woonkamer zijn kapot. Verder zijn het plafond en de muren zwart. Op het moment van de ontploffing zat ik op de bank. Ik zat denk ik 1,5 meter van het raam af. Op dat moment schrok ik. Ik moest terugdenken aan vroeger, aan de oorlog in Irak die ik heb meegemaakt. Ik zag alles van toen weer voor mij en alles ging weer door mijn hoofd. Ik voelde de woning ook trillen”.

[getuige 3] 8, woonachtig op het adres [adres getuige 3] , verklaarde op 17 juni 2015 - zakelijk weergegeven - als volgt:

“Ik woon op de vierde etage. Op het moment van de ontploffing zat ik in de woonkamer samen met mijn twee kinderen. Ik hoorde een enorme doffe knal. Ik schrok van de knal. Ik ben via de voordeur de galerij opgelopen en keek over de reling richting de parkeerplaats. Ik zag op de straat een pui van een woning liggen. Ook lag er glas. Ik zag ook mensen op straat staan en hoorde dat deze riepen dat we naar beneden moesten komen. Ik ben snel met mijn kinderen naar beneden gegaan. Beneden zag ik een flinke ravage. Ik zag dat de ruiten van meerdere woningen stuk waren en zag overal glas liggen. Ook zag ik een man op de grond liggen. Ik zag dat het vuur uit de woning van het slachtoffer kwam en zich naar de boven die woning gelegen woningen verspreidde. Mijn woning heeft roet- en rookschade opgelopen. De ruit van de woonkamer is kapot gesprongen. De pui aan de achterzijde is verwrongen. Mijn woning is precies daarboven, drie etages boven die woning”.

[benadeelde partij / getuige 1] 9, woonachtig op het adres [adres benadeelde partij / getuige 1] , verklaarde op 18 juni 2015 - zakelijk weergegeven - als volgt:

“Ten tijde van de explosie legde ik mijn dochtertje op bed. Ik heb een hele harde knal gehoord. Ik zag een heleboel grijze rook. Ik keek naar buiten en zag dat de pui van een appartement eruit lag. De pui lag op het gras. Hierop heb ik mijn dochter gepakt en ben ik met mijn hond de galerij opgerend. Ik zag dat de pui aan de achterzijde ook weggeslagen was. Ik zag ook een persoon liggen. Ik heb heel veel rook- en roetschade door het hele appartement. De pui aan de straatzijde is ontzet, alsmede mijn voordeur aan de galerijzijde. Er zijn ook verschillende ramen gebarsten”.

[getuige 4] 10, woonachtig op het adres [adres getuige 4] , verklaarde op 16 juni 2015 - zakelijk weergegeven - als volgt:

“Op 14 juni 2015 omstreeks 20.30 uur vond er een explosie plaats in een appartement aan [pleegplaats] . Voor dit appartement had ik mijn personenauto geparkeerd. Ten gevolge van deze ontploffing heb ik schade aan mijn personenauto opgelopen”.

[getuige 4] 11 verklaarde vervolgens op 18 juni 2015 - zakelijk weergegeven - als volgt:

“Ik was in de woonkamer. Ik heb een harde klap gehoord. Ik heb hierop naar beneden gekeken via het balkon. Ik zag dat de pui, aan de straatzijde, op het grasveldje lag. Ik heb toen meteen mijn vriendin geroepen en ben samen met haar gevlucht. Op het moment van de ontploffing voelde ik angst. Mijn woning is helemaal bovenaan de flat, op de zesde verdieping, recht boven het appartement welke ontploft is. Het raam aan de straatzijde is kapot. Verder heeft de hele woning rook- en roetschade”.

[getuige 5] 12, woonachtig op het adres [adres getuige 5] , verklaarde op 16 juni 2015 - zakelijk weergegeven - als volgt:

“Mijn woning is gelegen op de begane grond. Ik zat op de bank in de woonkamer. Ik hoorde een harde knal en glasgerinkel. Ik dacht in eerste instantie dat een vliegtuig was neergestort. Ik voelde een trilling door de woning gaan. Ik sprong van schrik in de lucht en ging kijken waar het glasgerinkel vandaan kwam. Ik keek naar buiten en zag op straat een voordeur liggen. Ook zag ik overal glasscherven liggen. Verder zag ik mijn buurman [verdachte] voor mijn woning op de grond liggen. Ik hoorde een tweede knal vanuit zijn woning. Direct daarna zag ik vlammen uit de woning van [verdachte] komen. De deur en het raam van mijn keuken zijn beschadigd. De keuken had roetschade. Mijn woning en de woning van [verdachte] liggen naast elkaar”.

[getuige 6] 13, woonachtig op het adres [adres getuige 6] , verklaarde op 15 juni 2015 - zakelijk weergegeven - als volgt:

“Ik zat in de woonkamer. Ik hoorde een keiharde knal. Daarna heb ik de voordeur open gedaan. Ik zag de buurman half over de trapleuning hing. Alles lag eruit. De sponningen, de deuren, alles is eruit gesprongen. Toen zei iemand dat ik eruit moest komen omdat er brand was.”

[getuige 7] 14, woonachtig op het adres [adres getuige 7] , verklaarde op 15 juni 2015 - zakelijk weergegeven - als volgt:

“Onze woning ligt op de eerste verdieping van het flatgebouw. De explosie heeft zich voorgedaan in de woning van [pleegplaats] . Deze woning ligt links onder mijn woning. Wij waren thuis. We hoorden plotseling een flinke klap. Instinctief zijn we beiden op de grond gaan liggen. Ik voelde een flinke schok door het pand gaan. Na de knal roken we brand en zijn we snel naar buiten gegaan. Ik zag dat voor de woning [pleegplaats] een man op de stoep lag. In de tussentijd heeft zich nog een tweede ontploffing voorgedaan. Ten gevolge van de ontploffing heeft onze woning roet- en rookschade opgelopen. Ook zijn er veel scheuren zichtbaar die ontstaan zijn ten gevolge van de ontploffing”.

[getuige 8] 15, woonachtig op het adres [adres getuige 8] , verklaarde op 15 juni 2015 - zakelijk weergegeven - als volgt:

“Ik woon op de zesde verdieping. Op 14 juni 2015 omstreeks 20.30 uur hoorde ik een flinke knal. Ik keek door het raam naar beneden. Ik zag op dat moment nog TL lampen door de lucht vliegen. Ik keek vervolgens over de balustrade aan de achterzijde naar beneden en ik zag een raampui op de straat liggen. Je kon de druk van de knal goed voelen. Ik ben vervolgens naar beneden gerend. Ik ben naar de man gelopen die daar op de grond lag. Vervolgens zag ik dat het in de ontplofte woning begon te branden. Ik heb de hond uit mijn woning gehaald en ben weer naar beneden gegaan. Mijn personenauto stond geparkeerd voor de ontplofte woning. Door de ontploffing is mijn auto beschadigd. Daarnaast heeft mijn woning roet- en rookschade opgelopen ten gevolge van de ontploffing”.

[benadeelde partij / getuige 2] 16, woonachtig op het adres [adres benadeelde partij / getuige 2] , verklaarde op 16 juni 2015 - zakelijk weergegeven - als volgt:

“Op zondag 14 juni 2015 omstreeks 20.15 uur was ik samen met mijn man en mijn zoon thuis. Ik parkeerde de auto in de parkeerhaven achter het appartementencomplex ter hoogte van appartement [pleegplaats] . Vervolgens gingen we naar onze woning. Omstreeks 20.30 uur hoorden wij een luide knal. Wij zagen dat de gehele gevel van de woning van [pleegplaats] aan de voor- en achterzijde over de straat lag. Vervolgens hebben wij snel onze woning verlaten. Als gevolg van de ontploffing is mijn auto beschadigd. Vermoedelijk is er een gedeelte van de pui afkomstig van de woning [pleegplaats] op mijn op mijn auto beland. Een gedeelte van de pui lag achter mijn auto”.

[benadeelde partij / getuige 3] 17, woonachtig op het adres [adres benadeelde partij / getuige 3] , verklaarde op 25 juni 2015 - zakelijk weergegeven - als volgt:

“Op zondag 14 juni 2015 omstreeks 20.30 uur vond er een explosie plaats in een appartement aan [pleegplaats] . Voor dit appartement had ik mijn personenauto geparkeerd. Ten gevolge van deze ontploffing heb ik schade aan mijn personenauto opgelopen”.

[getuige 9] 18verklaarde op 19 juni 2015 - zakelijk weergegeven - als volgt:

“Afgelopen zondagavond omstreeks 20.30 uur liep ik met mijn dochter en hond te wandelen. Ik liep tussen de flat van [pleegplaats] en de flat van [straatnaam] . Opeens hoorde ik een gigantisch harde knal voor mij. Van die knal ben ik zeker 5 minuten doof geweest. Ik keek naar voren en tegelijkertijd met de knal zag ik van alles door de lucht vliegen. Ik zag ook dat een persoon door de lucht vloog. De knal kwam uit een van de onderste woningen van de flat aan [pleegplaats] . Ik hoorde mensen gillen en schreeuwen. Er was echt paniek. Ik zag na de klap brand uit de woning waar de knal was”.

Verdachte 19 verklaarde op 13 juli 2015 - zakelijk weergegeven - onder meer als volgt:

“Ik wilde op 14 juni 2015 een einde maken aan mijn leven. Ik had 30 slaaptabletten en ongeveer 27 kalmeringstabletten gepakt. (…) Ik heb toen de slaaptabletten geslikt. Het plan was om in de keuken te gaan liggen en dan daar het gas open te draaien. (…) Ik wilde geen explosie veroorzaken, daarom heb ik de koelkast uit de keuken weggehaald en ergens anders neergezet. (….) Toen ik haar daarna probeerde te bellen ging het poef”.

Verdachte 20 verklaarde vervolgens op 14 juli 2015 - zakelijk weergegeven - onder meer als volgt:

“Ik wilde zelfmoord plegen. Ik zat in het nauw en was moe. Ik kon geen kant op”.

Overwegingen

Uit het forensisch onderzoek is gebleken dat de gastoevoer aan de achterzijde van het gasfornuis opzettelijk was losgekoppeld en dat de gaskraan openstond. Verder stonden de bedieningskranen van het gasfornuis allen in dezelfde (uit)stand en werd een defect in de gasinstallatie niet vastgesteld. Verdachte heeft in afwijking van deze bevindingen verklaard dat hij slechts één gaspit heeft opengezet. De rechtbank heeft geen inzicht gekregen waarom verdachte in strijd met de technische bevindingen heeft verklaard. Wellicht dat dit te verklaren is door de desolate toestand waarin hij verkeerde ten tijde van het tenlastegelegde en de vele tabletten die hij had ingenomen. De rechtbank gaat bij de beoordeling van de zaak uit van de bevindingen van het forensisch onderzoek.

Op basis van het voorgaande kan worden vastgesteld dat verdachte een grote hoeveelheid gas heeft laten stromen in zijn woning aan de [pleegplaats] te Venlo. Uit het onderzoek in de woning blijkt dat hij de gasslang heeft losgekoppeld en de gaskraan heeft opengedraaid. Hierdoor stroomde het gas in de woning met een hoeveelheid van ongeveer 10 m3 per uur. Door gasophoping is een explosief mengsel ontstaan dat uiteindelijk tot ontploffing is gekomen.

De vraag is of verdachte het gas zelf ontstoken heeft. Hijzelf ontkent dat en zegt dat het zijn bedoeling was om zelfmoord te plegen door vergassing. Hij veronderstelt dat het gas tot ontploffing is gekomen toen hij de telefoon pakte en heeft aangezet om zijn vriendin te bellen. Het technisch onderzoek lijkt evenwel uit te wijzen dat de brand in de kamer is ontstaan vóórdat het gas tot ontploffing kwam. Dit zou erop duiden dat verdachte, die immers als enige in de woning was, die brand heeft aangestoken. De gang van zaken daaromtrent is echter niet zodanig duidelijk geworden dat dit rechtens kan worden aangenomen. De rechtbank zal daarom in haar beoordeling ervan uitgaan dat verdachte de brand niet (willens en wetens) zelf heeft aangestoken.

Naar het oordeel van de rechtbank is het een feit van algemene bekendheid dat een gasmengsel in een hoge concentratie door een willekeurige vlam of vonk zeer gemakkelijk tot een ontploffing kan leiden. Noch uit het dossier, noch uit de onderzoeken naar de geestvermogens van de verdachte is gebleken dat het verstandelijk vermogen van de verdachte op het moment van het tenlastegelegde feit dusdanig beperkt was dat hij geen enkel inzicht in zijn eigen handelen had. Dit klemt temeer nu verdachte heeft verklaard dat hij geen explosie wilde veroorzaken en daarom de koelkast uit de keuken heeft weggehaald en ergens anders heeft neergezet. Verdachte had derhalve wetenschap van de aanmerkelijke kans dat door het laten uitstromen van gas een ontploffing zou kunnen ontstaan. Verdachte wist ook dat er aangrenzende woningen waren waarin zich (mogelijk) bewoners bevonden. De rechtbank is van oordeel dat verdachte door de gaskraan open te draaien en open te laten staan bewust de aanmerkelijke kan heeft aanvaard dat in zijn appartement een ontploffing zou kunnen ontstaan. Daardoor is gevaar voor goederen en levensgevaar voor personen ontstaan. Dat het de bedoeling van verdachte was om op deze wijze zichzelf van het leven te beroven en hij wellicht de gevolgen van zijn handelen (mogelijk) niet volledig heeft overzien, doet daar niet aan af.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank, anders dan de verdediging, van oordeel dat verdachte opzettelijk (in de zin van voorwaardelijk opzet) een ontploffing heeft teweeg gebracht door de gasslang van het fornuis los te koppelen en de gaskraan open te zetten. De rechtbank acht het tenlastegelegde dan ook bewezen.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

op 14 juni 2015 in de gemeente Venlo opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door in zijn flatwoning [pleegplaats] opzettelijk de gasslang van het fornuis los te koppelen en het gas open te zetten en door aldus te bevorderen dat explosief en ontvlambaar gas zich vrijelijk in die woning kon verspreiden en dat daardoor in die flatwoning een explosief mengsel ontstond terwijl daarna vuur en/of een vonk of vonken met dat gas in aanraking is gekomen, waardoor dat explosief gasmengsel is ontploft, terwijl daarvan gemeen gevaar voor zijn woning en voor de erboven liggende en belendende woningen en voor buiten die woning staande auto's te duchten was en terwijl daarvan levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in de erboven liggende en belendende woningen aanwezige personen en voor eventuele voorbijgangers te duchten was.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is

en

opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

Een psychiater en een psycholoog hebben over de geestvermogens van de verdachte een rapport uitgebracht.

De psychiater, [naam psychiater] , heeft over de geestvermogens van de verdachte op

29 maart 2016 een rapport uitgebracht. De psychiater heeft onder meer het volgende gerapporteerd:

“Betrokkene leed ten tijde van het tenlastegelegde aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in vorm van een persoonlijkheidsstoornis niet anders omschreven met narcistische en borderline trekken en van gokverslaving.

Uit de verklaring van betrokkene blijkt dat hij een aantal dagen voor de ontploffing van zijn woning zijn laatste geld, waarmee hij zijn schulden wilde aflossen, heeft verloren bij het gokken. Betrokkene had gehoopt zijn laatste grote slag te slaan en het geld te winnen dat hij nodig had. Het tegenovergestelde gebeurde. Vanwege zijn beperkte coping, passend bij zijn persoonlijkheidsstoornis, was hij niet in staat om met deze tegenslag om te gaan. Door zijn trots en schaamte wilde hij geen hulp vragen. Zijn toch al lage zelfbeeld werd bevestigd en hij had geen gevoel van eigenwaarde meer. Doordat hij altijd gefocust is geweest op geld en roem, was hij onvoldoende in staat om zijn gedrag te veranderen en een andere oplossing te vinden/zoeken/accepteren voor zijn problemen. Hij vond zijn situatie zodanig uitzichtloos dat hij besloot zich te suïcideren door het innemen van tabletten en door het opendraaien van de gaskraan. Betrokkene heeft er niet bij stil gestaan dat hij door zijn daad anderen in gevaar kon brengen.

Uitgaande van de verklaring van betrokkene acht de psychiater betrokkene ten tijde van de ontploffing verminderd toerekeningsvatbaar voor het opendraaien van het gas. Betrokkene heeft vanuit zijn persoonlijkheidsstructuur slechts de beschikking over inadequate copingvaardigheden, kan hij slecht omgaan met tegenslagen en is hij niet voldoende in staat geweest om zijn gedrag aan te passen, hoewel hij, naar mening van de rapporteur had kunnen weten dat zijn gedrag gevaarlijk was”.

De psycholoog, [naam psycholoog] , heeft op 23 maart 2016 eveneens een rapport over de geestvermogens van de verdachte uitgebracht. De psycholoog heeft onder meer het volgende gerapporteerd:

“Betrokkene was ten tijde van het tenlastegelegde lijdende aan een ziekelijke stoornis in de vorm van pathologisch gokken en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis niet anders omschreven met narcistische, borderline, afhankelijke en ontwijkende trekken en een significant lagere performale intelligentie ten opzichte van de verbale vermogens.

Vanaf het moment dat betrokkene gokverslaafd is geworden en zijn leven vooral hierom heeft gedraaid, is zijn niveau van sociaal maatschappelijk functioneren met de jaren steeds verder gedaald. Het gokken leidde steeds vaker tot schulden, maar hij heeft dit tot voor kort altijd bijtijds weer op kunnen lossen. Betrokkene vertrok met zijn laatste geld naar een casino in Duitsland om een ultieme poging te wagen zijn schulden te laten verdwijnen. Na al zijn geld te hebben verloren, mag de toestand waarin betrokkene terugkeerde van het casino als “verslagen” worden getypeerd. Hij verloor met deze enorme tegenslag ieder gevoel van eigenwaarde, maakte de balans op van zijn leven, zag hier geen heil meer in en koos er vervolgens weloverwogen voor uit het leven te stappen. Een combinatie van pillen en gas zou pijnloos en doeltreffend moeten zijn. De gedragskeuzes die op deze keuze volgden werden niet impulsief uitgevoerd, maar weloverwogen en met beleid. De operatie met de tuinslang die het gas naar zijn bed had moeten leiden, werd onverrichter zake afgebroken, maar na een nacht slapen ‘s ochtends voortgezet, waarna de uiteindelijke poging alsnog werd ondernomen. Van een impulsief besluit kan derhalve geen sprake zijn geweest. De keuze voor het gas zou volgens betrokkene achteraf een ongelukkige zijn geweest, waarbij het risico voor een grote ontploffing - aldus betrokkene - niet was ingecalculeerd. Hij beweert het anders nooit te hebben gedaan. Betrokkene lijkt de gevolgen van de ontploffing voor de omwonenden en getroffenen echter te bagatelliseren en benadrukt vooral dat er slechts materiële schade was geleden. Achter deze acties schuilen een reeks gedragskeuzes en de bijbehorende consequenties, waar betrokkene zich toch in ieder geval enigszins bewust van moet zijn geweest. Even goed lijkt hij ofwel niet te hebben beseft dat gas tot een dergelijke explosie kon leiden of kon het hem in zijn ‘verslagen” toestand onvoldoende interesseren. In zijn toestand van diepe verslagenheid konden de keuzes door betrokkene minder adequaat worden afgewogen. Tevens moet worden meegewogen dat betrokkene, gelet op zijn disharmonische intelligentie en verwaarloosbare schoolloopbaan, zijn kwetsbare persoonlijkheidsstructuur, de gevolgen van een jarenlange gokverslaving en zijn matige copingvaardigheden, over een te beperkt repertoire aan vaardigheden beschikt om op een dergelijk moment tot toereikend probleemoplossend gedrag te kunnen komen. Zijn (eenzijdig) beperkte verstandelijke vermogens ondermijnen zijn vermogen om probleemsituaties goed te overzien. Betrokkene ontkent de intentie te hebben gehad anderen in gevaar te brengen middels zijn suïcidepoging, maar er wordt - gelet op bovenstaande - geadviseerd betrokkene verminderd toerekeningsvatbaar te achten voor het opendraaien van het gas”.

De rechtbank kan zich in de rapporten van de beide gedragsdeskundigen vinden en neemt de conclusie van de deskundigen met betrekking tot de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte over. De rechtbank zal hier bij de strafoplegging (onder 6.3) rekening mee houden.

Bovenstaande brengt mee dat verdachte strafbaar is, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid volledig uitsluit.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 4 jaren, met aftrek van het voorarrest, en de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden. De officier van justitie is van oordeel dat uit de rapportages van de gedragsdeskundigen naar voren komt dat er een verhoogd risico op recidive aanwezig is en dat, met het oog op de veiligheid, een strenger kader dan een reclasseringstoezicht noodzakelijk is.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangegeven zich niet te kunnen vinden in de eis van de officier van justitie, nu de deskundigen duidelijk aangeven dat zij een terbeschikkingstelling met voorwaarden niet nodig vinden om tot de noodzakelijke gedragsverandering te komen. De raadsman sluit zich - indien verdachte wordt veroordeeld - aan bij het advies van de Reclassering d.d. 4 april 2016 tot een voorwaardelijke straf met daaraan verbonden bijzondere voorwaarden. Hij verzoekt in elk geval rekening te houden met de oprechte gevoelens van spijt en de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte, alsmede met de ernstige brandwonden en blijvende littekens die verdachte zelf aan de brand heeft overgehouden.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft, in een poging zichzelf van het leven te beroven, zijn woning laten volstromen met gas. Het handelen van verdachte heeft geleid tot brand en een ontploffing en heeft flinke schade aan de omringende woningen, als ook de inboedel van die woningen, en aan de in de nabijheid geparkeerd auto’s veroorzaakt. Ook dreigde er levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen in of buiten die woningen. De gevaren heeft verdachte op de koop toe genomen en hij mag van geluk spreken dat er niemand gewond is geraakt. Verdachte heeft door zo te handelen veel onrust en gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving en (financiële) schade veroorzaakt.

Uit de rapporten van de deskundigen blijkt dat de persoonlijke problemen verdachte boven het hoofd waren gestegen. Hij raakte steeds meer geïsoleerd. Zelfmoord plegen leek de enige uitweg. Het handelen van verdachte lijkt te zijn ingegeven door onmacht. Dat ook anderen hierdoor gevaar liepen, heeft verdachte niet kunnen weerhouden van zijn daad. De wanhoop stemming waarin de verdachte verkeerd heeft, disculpeert hem echter niet. Anderen mogen daar nimmer de dupe van worden. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij in zijn wanhoop zichzelf van het leven te beroven, bereid was om anderen daarin mee te nemen.

Daarnaast heeft het incident van 14 juni 2015 ook grote gevolgen voor verdachte gehad. Hij is bij de ontploffing zwaargewond geraakt en heeft meerdere ernstige brandwonden opgelopen en daaraan blijvende littekens overgehouden. Daarbij neemt de rechtbank tevens in ogenschouw dat verdachte spijt heeft betuigd voor zijn handelen en dat hij zich realiseert dat dit nooit had mogen gebeuren. Ook heeft verdachte door middel van een brief zijn excuses aan de slachtoffers aangeboden. Verdachte heeft op de rechtbank een oprechte indruk gemaakt.

De rechtbank houdt eveneens rekening met de rapportages van de deskundigen, hiervoor onder 5 besproken, om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten en met het gegeven dat verdachte een vrijwel blanco strafblad heeft.

Met betrekking tot de strafmodaliteit en -maat overweegt de rechtbank verder als volgt.

Zoals hierboven al is weergegeven, zijn omtrent de geestvermogens van de verdachte door [naam psychiater] , psychiater, en [naam psycholoog] , psycholoog, rapportages uitgebracht. De psychiater en de psycholoog achten de kans op gevaarlijk gedrag (naar zichzelf en daarbij naar de omgeving) verhoogd aanwezig.

Over mogelijke interventies heeft de psychiater onder meer het volgende gerapporteerd:

“Om het gevaar op herhaling van gevaarlijk gedrag te voorkomen dient betrokkene behandeld te worden voor zijn gokverslaving, terwijl er tegelijkertijd ook aandacht is voor zijn persoonlijkheid. Duidelijke kaders, zoals onder bewindstelling, zijn hierbij noodzakelijk om conflicten te voorkomen. Dagbesteding is eveneens van belang. Het is belangrijk dat betrokkene zich gewenst en nuttig voelt en leert dat zijn eigenwaarde niet slechts afhangt van geld en roem. Om het recidiverisico te beperken geeft rapporteur de rechtbank in voerweging, bij een geheel of voorwaardelijke straf, betrokkene onder bijzondere voorwaarden in behandeling te stellen bij een forensische polikliniek. Reclasseringstoezicht is noodzakelijk om de behandeling en de voortgang te monitoren”.

Ook de psycholoog heeft gerapporteerd en overweegt omtrent mogelijke interventies het volgende:

“Om het risico op recidive te verminderen adviseert de rapporteur de rechtbank betrokkene in het kader van een deels voorwaardelijke straf, onder bijzondere voorwaarden, in behandeling te stellen bij een forensische polikliniek. Toezicht vanuit de Reclassering is nodig om het behandelproces te blijven monitoren. Vanwege de hardnekkige aard van zijn problematiek kan een reclasseringstoezicht van langer dan twee jaar overwogen worden. daarbij is het belangrijk een heldere structuur neer te zetten, waarbij een onder bewindstelling financiële duidelijkheid en rust kan creëren, en een passende dagbesteding voor meer invulling en potentieel meer zelfwaardering kan zorgen”.

De officier van justitie heeft onder meer gevorderd aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen.

Bij de beantwoording van de vraag of in het onderhavige geval de maatregel van terbeschikkingstelling moet worden opgelegd heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

De maatregel terbeschikkingstelling is een zware maatregel die kan worden opgelegd indien aan bepaalde wettelijke eisen is voldaan. Artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht somt deze voorwaarden op. Een van de voorwaarden is dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eist. In deze voorwaarde komt tot uitdrukking dat de terbeschikkingstelling een ultimum remedium moet zijn: Indien een minder ingrijpende afdoening van de zaak mogelijk is en voldoende bescherming biedt voor de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, moet voor die minder ingrijpende afdoening gekozen worden en is een terbeschikkingstelling nog niet aan de orde.

De psychiater heeft met betrekking tot de maatregel van terbeschikkingstelling het volgende gerapporteerd:

“Gezien de ernst van het tenlastegelegde en de daarbij behorende strafmaat heeft de rapporteur een TBS met voorwaarden overwogen. Gezien de betrokkene een beperkt strafblad heeft, spijt betuigt, nooit eerder is begeleid door de GGZ en nooit eerder begeleid is door de Reclassering, acht rapporteur het een overweging waard om betrokkene minder strenge kaders op te leggen. Gezien bekend is dat gokverslaving en persoonlijkheidspathologie hardnekkige problemen zijn, kan gekozen worden voor een reclasseringstoezicht dat langer duurt dan twee jaar”.

Ter afwending van het gevaar voor anderen en om het recidiverisico in te dammen, is de rechtbank met de deskundigen van oordeel dat het noodzakelijk is dat de verdachte wordt behandeld. Op basis van het vorenstaande is de rechtbank eveneens van oordeel dat andere behandelalternatieven als haalbaar ingeschat kunnen worden en dat een terbeschikkingstelling met voorwaarden thans voorbarig is.

De rechtbank is van oordeel dat de strafeis van de officier van justitie te hoog is. Daarin komt onvoldoende tot uitdrukking dat verdachte op ruim zestigjarige leeftijd slechts eenmaal vijfentwintig jaar geleden met justitie in aanraking is geweest én voor het onderhavige feit verminderd toerekeningsvatbaar wordt bevonden. De rechtbank acht met aard en ernst van het feit én de persoon van verdachte een gevangenisstraf van 30 maanden passend en geboden.

De rechtbank zal bepalen dat een deel van die gevangenisstraf voorwaardelijk zal zijn. Hieraan zullen stevige bijzondere voorwaarden worden verbonden, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank voldoende bescherming biedt voor de veiligheid van anderen. Verdachte heeft ter zitting aangegeven bereid te zijn zich aan die voorwaarden te houden.

De rechtbank zal de bijzondere voorwaarden overnemen uit het rapport van Reclassering Nederland d.d. 4 april 2016, met uitzondering van de verplichting tot meewerken aan ambulante woonbegeleiding. Teneinde verdachte langere tijd aan deze voorwaarden te binden, acht de rechtbank het belangrijk om een proeftijd voor de duur van drie jaar op te leggen.

Gelet op de op te leggen straf zal de rechtbank het bevel tot voorlopige hechtenis opheffen met ingang van het tijdstip waarop de duur van het voorarrest gelijk wordt aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij:

  • -

    [benadeelde partij / getuige 2] vordert een schadevergoeding van € 824,42;

  • -

    [benadeelde partij / getuige 1] vordert een schadevergoeding van € 2.336,39;

  • -

    [benadeelde partij / getuige 3] vordert een schadevergoeding;

  • -

    [benadeelde partij] vordert een schadevergoeding van circa

€ 250.000,00.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij / getuige 2] en [benadeelde partij / getuige 1] geheel kunnen worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij / getuige 3] kan worden toegewezen tot een bedrag van € 180,00, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij dient ten aanzien van het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard, nu dit onvoldoende is onderbouwd. De benadeelde partij [benadeelde partij] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering. Zij kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen, nu het gaat om een omvangrijke vordering en de onderbouwing thans onvoldoende is.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij / getuige 2] en [benadeelde partij / getuige 1] geheel kunnen worden toegewezen. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij / getuige 3] kan worden toegewezen tot een bedrag van € 180,00. De [benadeelde partij] heeft een omvangrijke, complexe en in het geheel niet onderbouwde vordering ingediend. Het is thans te ingewikkeld om het bedrag vast te stellen.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

Vordering benadeelde partij [benadeelde partij / getuige 2]

heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de, als gevolg van het hiervoor ten laste gelegde feit, geleden materiële schade.

De benadeelde partij voornoemd heeft de schade op een bedrag van € 824,42 gesteld en wil die schade vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte is het hiervoor tenlastegelegde feit bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

Nu uit het verhandelde ter zitting voldoende is gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden en de verdediging de gevorderde schade niet heeft betwist, zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij volledig toewijzen.

De rechtbank zal het totale schadebedrag vaststellen op een bedrag van € 824,42.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van € 824,42, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van

16 dagen, te betalen ten behoeve van [benadeelde partij / getuige 2] voornoemd, zoals hierna in het dictum genoemd.

Vordering benadeelde partij [benadeelde partij / getuige 1]

heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de, als gevolg van het hiervoor ten laste gelegde feit, geleden materiële schade en immateriële schade.

De benadeelde partij voornoemd heeft de materiële schade op een bedrag van € 836,39 gesteld en de immateriële schade op een bedrag van € 1.500,00 gesteld, en wil die schades vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte is het hiervoor tenlastegelegde feit bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

Nu uit het verhandelde ter zitting voldoende is gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden en de verdediging de gevorderde schade niet heeft betwist, zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij volledig toewijzen.

De rechtbank zal het totale schadebedrag vaststellen op een bedrag van € 2.336,39.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van € 2.336,39, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van

33 dagen, te betalen ten behoeve van [benadeelde partij / getuige 1] voornoemd, zoals hierna in het dictum genoemd.

Vordering benadeelde partij [benadeelde partij / getuige 3]

heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de, als gevolg van het hiervoor ten laste gelegde feit, geleden materiële schade en immateriële schade.

Ten laste van verdachte is het hiervoor tenlastegelegde feit bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

De rechtbank overweegt dat uit het verhandelde ter zitting voldoende is gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen schade heeft geleden. De vordering is echter - uitgezonderd een bedrag ad € 180,00 aan materiële schade - geheel niet onderbouwd. De rechtbank stelt de omvang van de schade dan ook vast op een bedrag van

€ 180,00 en zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren.

De rechtbank zal het totale schadebedrag vaststellen op een bedrag van € 180,00.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van € 180,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van

3 dagen, te betalen ten behoeve van [benadeelde partij / getuige 3] voornoemd, zoals hierna in het dictum genoemd.

Vordering benadeelde partij [benadeelde partij]

heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de, als gevolg van het hiervoor ten laste gelegde feit, geleden materiële schade.

De benadeelde partij voornoemd heeft de schade op een bedrag van circa € 250.000,00 gesteld en wil die schade vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte is het hiervoor tenlastegelegde feit bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering door de benadeelde partij niet met stukken is onderbouwd. De rechtbank is van oordeel dat een schorsing van het strafgeding, teneinde de benadeelde partij in de gelegenheid te stellen deze posten alsnog met stukken te onderbouwen, een onevenredige belasting van het strafgeding vormt. De rechtbank verklaart de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de benadeelde partij deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 57, 157 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 15 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:

  • -

    zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of

  • -

    geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt voorts de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:

  1. veroordeelde moet zich na invrijheidstelling melden bij [naam reclasseringsinstelling 1] , [adres reclassering] Hierna moet veroordeelde zich blijven melden zo frequent en zolang de Reclassering noodzakelijk acht;

  2. veroordeelde wordt verplicht om zich te laten behandelen voor de gedragsproblematiek bij de forensische polikliniek [naam forensische polikliniek] of soortgelijke ambulante zorg, zulks ter beoordeling van de Reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

  3. indien door de [naam reclasseringsinstelling 1] geïndiceerd, wordt veroordeelde verplicht om zich te laten behandelen voor de verslavingsproblematiek bij [naam reclasseringsinstelling] of soortgelijke ambulante zorg, zulks ter beoordeling van de Reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

- geeft de Reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

Voorlopige hechtenis

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

- wijst toe de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij / getuige 2] en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 824,42;

- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

- wijst toe de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij / getuige 1] en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 2.336,39;

- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

- wijst gedeeltelijk toe de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij / getuige 3] en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 180,00;

- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij / getuige 3] niet-ontvankelijk in de vordering voor het overige en bepaalt dat zij dit gedeelte van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] niet ontvankelijk is en dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil;

- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen, bij niet betaling en verhaal te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- - [benadeelde partij / getuige 2] € 824,42 16 dagen hechtenis;

- - [benadeelde partij / getuige 1] € 2.336,39 33 dagen hechtenis;

- - [benadeelde partij / getuige 3] € 180,00 3 dagen hechtenis;

met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.A.M. Schaap-Meulemeester, voorzitter,

mr. H.H. Dethmers en mr. D.C.I. van Delft, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Geene, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 april 2016.

Buiten staat

Mrs. H.H. Dethmers en D.C.I. van Delft zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging - ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 14 juni 2015 in de gemeente Venlo, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door in zijn (flat)woning ( [pleegplaats] ) opzettelijk de gasslang van het fornuis los te koppelen en/of het gas open te zetten en/of door in elk geval (aldus) te bevorderen dat (explosief en/of ontvlambaar) gas zich vrijelijk in die woning kon verspreiden en/of dat daardoor in die (flat)woning een explosief mengsel ontstond en/of ontstaan was (terwijl daarna een ontlading (vuur en/of een vonk of vonken) met dat gas in

aanraking is gekomen), waarna en/of waardoor dat explosief gas(mengsel) is ontploft, terwijl daarvan gemeen gevaar voor zijn woning en/of voor de erboven liggende en/of belendende woning(en) en/of voor buiten die woning staande auto's, in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was en/of terwijl daarvan levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in de erboven liggende en/of belendende woning(en) aanwezige perso(o)n(en) en/of voor eventuele voorbijgangers, in elk geval levensgevaar en/of gevaar

voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was.

.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg. Recherche Noord- Midden Limburg, met registratienummer 2015110626, gesloten d.d. 23 september 2015, doorgenummerd van pagina 1-315.

2 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 juni 2015, pagina 19-21.

3 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 juni 2015, pagina 22-24.

4 Proces-verbaal brandonderzoek forensische opsporing d.d. 27 juli 2015, pagina 42-48.

5 Proces-verbaal aanvullende informatie met betrekking tot het sporenonderzoek d.d. 3 september 2015, pagina 100-102.

6 Proces-verbaal van verhoor d.d. 18 juni 2015, pagina 143-146.

7 Proces-verbaal van verhoor d.d. 17 juni 2015, pagina 160-163.

8 Proces-verbaal van verhoor d.d. 17 juni 2015, pagina 165-167.

9 Proces-verbaal van verhoor d.d. 18 juni 2015, pagina 169-171.

10 Proces-verbaal van aangifte d.d. 16 juni 2015, pagina 175-177.

11 Proces-verbaal van verhoor d.d. 18 juni 2015, pagina 175-177.

12 Proces-verbaal van verhoor d.d. 18 juni 2015, pagina 187-190.

13 Proces-verbaal van verhoor d.d. 16 juni 2015, pagina 184-186.

14 Proces-verbaal van verhoor d.d. 17 juni 2015, pagina 202-204.

15 Proces-verbaal van verhoor d.d. 16 juni 2015, pagina 238-239.

16 Proces-verbaal van verhoor d.d. 16 juni 2015, pagina 257-258.

17 Proces-verbaal van verhoor d.d. 25 juni 2015, pagina 278-279.

18 Proces-verbaal van verhoor d.d. 20 juni 2015, pagina 251-252.

19 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 juli 2015, pagina 298-301.

20 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 14 juli 2015, pagina 306.