Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:2846

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
01-04-2016
Datum publicatie
06-04-2016
Zaaknummer
C/03/216726 / KG ZA 16-52
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Compensatie van kosten na vergelijk tussen partijen na eerste zitting in kort geding. Geen nadere zitting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/216726 / KG ZA 16-52

Vonnis in kort geding van 1 april 2016

in de zaak van

1 [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

2. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2],

wonende te [woonplaats 2] ,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. M.M. van den Boomen,

tegen

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. P.W.A.M. van Roy.

Partijen zullen hierna [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 10 februari 2016, met producties,

  • -

    de brief van 23 februari 2016 van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] met aanvullende producties,

  • -

    de eis in reconventie en producties,

  • -

    de mondelinge behandeling van 25 februari 2016, waarbij de behandeling ter zitting is geschorst omdat partijen hebben afgesproken de notaris de gelegenheid te geven akten op te maken en te passeren, waarna wordt bezien of een nadere behandeling ter zitting op
    31 maart 2016 noodzakelijk is,

  • -

    de brief van 23 maart 2016 van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ,

  • -

    de brief van 25 maart van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,

  • -

    de brief van 29 maart 2016 van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , waarin – onder meer – de materiële vordering wordt ingetrokken en verzocht wordt te oordelen over de proceskosten,

  • -

    de brief van 30 maart 2016 van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , waarin – onder meer – bevestigd wordt dat de reconventionele vordering is ingetrokken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Bij brief van 23 maart 2016 heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de voorzieningenrechter geïnformeerd over de voortgang van de zaak.

Op 22 maart 2016, zo schrijft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , is [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] het voorstel gedaan de procedure in te trekken onder compensatie van kosten en tegen finale kwijting op voorwaarde dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de executie zal staken en gestaakt zal houden en dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] geen aanspraak maakt op dwangsommen of anderszins. Dit omdat de juridische levering van het perceel door de gerechtigden aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] inmiddels heeft plaatsgevonden.

Op 23 maart 2016 is in de ochtend door de advocaat van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] contact opgenomen met het kantoor van de advocaat van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , zo schrijft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] . Medegedeeld is door een medewerker dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] nog geen reactie had gegeven op het voorstel van 22 maart 2016. Daarop heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] een termijn gesteld tot 14.00 uur van 23 maart 2016 om te reageren.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] schrijft dat hij geen reactie heeft ontvangen tegen de gestelde termijn en geeft aan dat de zitting dan maar moet plaatsvinden en dat hij ook geen genoegen meer kan nemen met een compensatie van kosten, omdat hij inmiddels weer meer kosten heeft moeten maken.

2.2.

Bij brief van 25 maart 2016 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de voorzieningenrechter geïnformeerd over de voortgang van de zaak.

Op 24 maart 2016, zo schrijft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , heeft hij [eiser in conventie, verweerder in reconventie] laten weten dat de geplande zitting en de procedure kunnen worden ingetrokken onder compensatie van kosten en tegen finale kwijting over en weer, omdat medewerking is verleend aan de notariële akte. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ziet dus af, zo schrijft hij, van de dwangsommen. Er bestaat daardoor volgens hem geen belang meer bij partijen bij (voortzetting van) de procedure. De reconventionele vordering wordt ingetrokken.

2.3.

Bij brief van 29 maart 2016 heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de voorzieningenrechter geïnformeerd over de voortgang van de zaak.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] deelt mee dat petitum I – een verbod aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om tot executie over te gaan – wordt ingetrokken, maar dat petitum II – een veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten – wordt gehandhaafd.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] stelt dat de reden dat de notaris niet eerder heeft kunnen handelen is gelegen in feiten en omstandigheden buiten de invloeds- en risicosfeer van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] alles heeft gedaan wat in zijn macht lag en in redelijkheid van hem mocht worden verwacht om te bewerkstelligen dat het transport en de levering zouden kunnen geschieden. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wist dit en executie van de dwangsommen zou dan ook onrechtmatig zijn geweest en bovendien niet tot het gewenste resultaat hebben kunnen leiden. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] werd aldus, zo stelt hij, gedwongen tot deze kortgeding procedure. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] nodeloos op kosten gejaagd. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft te lichtvaardig gehandeld. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] vordert daarom veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de kosten in conventie.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] stelt dat de artikelen 249 en 250 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering analoog moeten worden toegepast en dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] moet worden veroordeeld in de kosten in reconventie aan de zijde van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , omdat het kort geding geen rol kent en intrekking van de reconventionele vordering niet bij wet is geregeld.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] verzoekt recht te doen op de stukken en acht een nadere zitting niet noodzakelijk.

2.4.

Bij brief van 30 maart 2016 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gereageerd op de eiswijziging van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , zoals verwoord in de brief van 29 maart 2016 van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] .

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] betwist dat er nodeloos is geprocedeerd. Hij stelt dat na een lange periode van stilzitten het ter hand nemen van de executie door de deurwaarder en de tussenkomst van de voorzieningenrechter ervoor hebben gezorgd dat ineens wel vaart kon worden gemaakt met het opmaken van de akte en de levering. Hij stelt dat omdat de akte is gepasseerd en hij afzien van het opeisen van de dwangsommen [eiser in conventie, verweerder in reconventie] geen belang meer heeft. Omdat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de reconventionele vordering heeft ingetrokken kan de procedure onder compensatie van kosten worden ingetrokken.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt tot slot dat hem door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] een onredelijk korte termijn is geboden op 23 maart 2016 om te reageren op het voorstel om een en ander in der minne te regelen. Dat de akkoordverklaring op 24 maart 2016 kwam, was kennelijk aanleiding voor een ander standpunt.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verzoekt zonder nadere zitting recht te doen op de stukken.

2.5.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de materiële vordering van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en de vordering in reconventie van tafel zijn, omdat daar gelet op de juridische levering die inmiddels heeft plaatsgevonden geen belang meer bij is c.q. van de executie van dwangsommen wordt afgezien.

2.6.

De vraag die nog beantwoord moet worden, is of [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] veroordeeld dient te worden in de proceskosten in conventie en in reconventie. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de proceskosten in beide gevallen moeten worden gecompenseerd in die zin dat elk der partijen de eigen kosten draagt. Hij overweegt daartoe het volgende.

2.7.

Uit de brief van 23 maart 2016 van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] blijkt dat hij wetende dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] nog niet had gereageerd op het voorstel van 22 maart 2016 en wetende dat de advocaat van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet bereikbaar was, een termijn heeft gesteld tot 14.00 uur van diezelfde dag, 23 maart 2016. Omdat niet is gesteld noch is gebleken dat de advocaat van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en/of [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zonder meer voor 14.00 uur van 23 maart 2016 hadden kunnen reageren op het voorstel c.q. om uitstel hadden kunnen vragen, moet [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] worden gevolgd dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] een onredelijke heeft termijn gesteld. Vast staat dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op 24 maart 2016 volledig heeft ingestemd met het voorstel. Het is aldus onnavolgbaar dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] stelt dat hij na 24 maart 2016 nog gronden zag om de procedure in kort geding voort te zetten.

2.8.

Omdat de vordering onder I in conventie én de reconventionele vordering zijn ingetrokken, heeft de voorzieningenrechter zich niet meer uitlaten over de noodzaak de procedure in gang te zetten. Omdat voorts niet is gesteld noch is gebleken van bijzondere omstandigheden die de voorzieningenrechter tot het oordeel zouden moeten leiden af te wijken van de vaste gedragslijn, dat, indien partijen ter zitting of tijdens de aanhouding tot een regeling komen de procedure, een compensatie van kosten wordt overeengekomen c.q. wordt uitgesproken, zal hij ook in deze zaak daartoe dus over gaan.

3 De beslissing

De voorzieningenrechter

In conventie

3.1.

bepaalt dat de kosten van het geding worden gecompenseerd in die zin dat elk der partijen de eigen kosten draagt,

In reconventie

3.2.

bepaalt dat de kosten van het geding worden gecompenseerd in die zin dat elk der partijen de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F.W. Huinen en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: EvB coll: