Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:1553

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
23-02-2016
Datum publicatie
26-02-2016
Zaaknummer
C/03/217063 / KG ZA 16-62
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot schorsing executie van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard verstekvonnis. Versteknuance. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de zogenaamde “versteknuance” moet worden genuanceerd, nu ook rekening moet worden gehouden met het antwoord op de vraag of de oorspronkelijk gedaagde partij kan worden verweten dat verstek tegen haar werd verleend. In het onderhavige geval oordeelt de voorzieningenrechter dat het feit dat de oorspronkelijk gedaagde partij te laat kennis heeft gekregen van de inleidende dagvaarding voor haar risico komt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer: C/03/217063 / KG ZA 16-62

Vonnis in kort geding van 23 februari 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ACACIA DESIGNS B.V.,

gevestigd te Maastricht,

eiseres,

advocaat mr. H.A.J.M. van Kaam;

tegen:

de vennootschap naar het recht van de staat Texas (Verenigde Staten van Amerika)

DAVINCIMED INTERNATIONAL LLC,

gevestigd te Montgomery, Texas (Verenigde Staten van Amerika),

gedaagde,

advocaat mr. M. Muller.

Partijen zullen hierna Acacia Designs en Davincimed genoemd worden.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;

  • -

    de mondelinge behandeling;

  • -

    de pleitnota van Acacia Designs;

  • -

    de pleitnota van Davincimed.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

De rechtbank heeft op 27 januari 2016 een verstekvonnis vonnis gewezen – dat bij vonnis van 3 februari 2016 is hersteld – in een door Davincimed tegen Acacia Designs bij dagvaarding aanhangig gemaakte procedure.

2.2.

De procedure die is geëindigd in voormeld verstekvonnis, is ingeleid door een dagvaarding die op verzoek van Davincimed op 22 december 2015 is betekend aan het adres waar Acacia Designs kantoor houdt, namelijk aan het adres Kesselskade 59c te Maastricht.

2.3.

Bij verstekvonnis is het door Davincimed gevorderde, behoudens de afwijzing van enkele in het onderhavige geschil niet ter zake doende vorderingen, toegewezen. Dat kwam er op neer dat – voor zover te dezen van belang – voor recht werd verklaard dat de DRSA (een tussen partijen gesloten overeenkomst) nietig is en dat Acacia Designs werd veroordeeld aan Davincimed een bedrag van € 383.305,33 in hoofdsom te betalen.

2.4.

De bij de rechtbank door Davincimed aanhangig gemaakte procedure had betrekking op het volgende. Zakelijk weergegeven hebben partijen een overeenkomst gesloten ter ontwikkeling van een medisch apparaat (een zogenaamde TetraGraph). De samenwerking is door partijen vastgelegd in een zogenaamde Development, Sales and Royalties Agreement van 25 augustus 2014 (door partijen aangeduid als DSRA, door de rechtbank hierna aan te duiden als: de ontwikkelingsovereenkomst).

2.5.

Deze overeenkomst houdt – voorzover te dezen van belang – het volgende in:

“(…)Section 5.01. The term of this Agreement shall be for a period beginning on the Effective Date and ending eight (8) years from the Launch Date (the “Term”); provided, the Parties agree to discuss in good faith any extensions of the Term no later than twelve (12) months prior to the experation of the Term. Upon the termination or experation of this Agreement, DVMI shall remain obligated to remit te ADBV any and all outstanding Royalties. Otherwise, the respective rights and obligations of the Parties under this Agreement shall cease except that Sections 1.02, 1.03, 1.04, 6.09, 6.11, 7.05, 7.06 and 8.05 and Article IV shall survive the expiration or termination of this Agreement.

(…)

Section 8.06 Unless this Agreement specifically requires otherwise, all notices, requests, consents, claims, demands, waivers, and other communications hereunder shall be in writing and shall be deemed to have been given on the data sent by facsimile or e-mail of PDF document (with conformation or transmission) if sent during normal business hours of the recipient, and on the next business day if sent after normal business hours of the recipient applicable, to the email adresses or numbers specified below:

If to ADBV, to:

[naam 1]

Email: [naam 1] @acaciadesigns.eu

With copies (which shall not constitute valid delivery) to:

[naam 2]

Email: [naam 2] @me.com

[naam 3]

Fax: +1 -501-975-3001

Email: [naam 3] @kutakrock.com

If to DVMI to:

[naam 4]

Email: [naam 4] @mipm.com (...)”

2.6.

Bij schrijven van 26 mei 2015 heeft Davincimed de overeenkomst ontbonden en de geïnvesteerde bedragen, bedragende in totaal € 383.305,38, teruggevorderd.

2.7.

Acacia Designs stelt dat de executie van het verstekvonnis dient te worden aangemerkt als misbruik van (executie)bevoegdheid, aangezien er in redelijkheid niet aan getwijfeld kan worden dat het vonnis berust op een kennelijk juridische misslag. Deze misslag bestaat er volgens Acacia Designs in dat de nietigheid van de ontwikkelingsovereenkomst is uitgesproken op grond van het feit dat deze overeenkomst volgens Davincimed onder invloed van een wilsgebrek, te weten bedrog en/of dwaling, aan haar zijde tot stand zou zijn gekomen. Dergelijke wilsgebreken kunnen volgens Acacia Designs echter nooit leiden tot nietigheid, maar enkel tot vernietigbaarheid. Ter zitting heeft Acacia Designs gesteld dat partijen in de ontwikkelingsovereenkomst zijn overeengekomen dat de bedoelde wilsgebreken worden aangemerkt als tekortkomingen in de overeenkomst, zodat partijen ervan hebben afgezien de overeenkomst te vernietigen. De overeenkomst zou in geval van een wilsgebrek derhalve moeten worden ontbonden en niet vernietigd.

2.8.

Voorts heeft Acacia Designs gesteld dat dat de executie van het verstekvonnis zal leiden tot een noodtoestand aan haar zijde. Van een dergelijke noodstand is volgens Acacia Designs sprake vanwege na het vonnis aan het licht gekomen feiten, die voor haar een noodtoestand doen ontstaan. Die feiten houden volgens Acacia Designs in dat de sommatie, dagvaarding en aanvang van de bodemprocedure, het verlof tot beslaglegging en de executie van het vonnis pas op 28 januari 2016 aan het licht zijn gekomen, nadat het verstekvonnis was gewezen.

2.9.

Davincimed heeft er volgens Acacia Designs alles aan gedaan om haar in die noodstand te brengen, door willens en wetens artikel 8.06 van de ontwikkelingsovereenkomst te schenden, door een sommatiebrief van 21 december 2015 plotseling per gewone post te verzenden. Vervolgens heeft Davincimed op 22 december 2015 de dagvaarding betekend, die evenmin per e-mail aan Acacia Designs is verzonden. Daarmee heeft Davincimed Acacia Designs de kans ontnomen zich te verweren tegen de aanspraken van Davincimed.

2.10.

Voorts doet Acacia Designs beroep op de zogenaamde versteknuance. Indien de rechtbank kennis had kunnen nemen van het verweer van Acacia Designs, dan zou de rechtbank nimmer tot het omstreden vonnis zijn gekomen. Acacia Designs stelt dat Davincimed geen grond had om de ontwikkelingsovereenkomst te ontbinden.

2.11.

Het bedoelde verweer dat zou zijn gevoerd, houdt volgens Acacia Designs het volgende in. Acacia Designs stelt dat zij haar verplichtingen inzake de ontwikkeling en de productie van de TetraGraph correct is nagekomen. Het is juist Davincimed die weigert de vervolgwerkzaamheden, die op grond van de ontwikkelingsovereenkomst voor haar rekening komen, te verrichten en te financieren. Ook handelt Davincimed volgens Acacia Designs in strijd met de ontwikkelingsovereenkomst door de werkzaamheden niet zelf uit te voeren, maar daartoe een beroep te doen op een derde partij (ABS). Eventuele overeenkomsten met derden kunnen volgens Acacia Designs uitsluitend worden gesloten na schriftelijke toestemming van Acacia Designs, welke toestemming ontbreekt.

2.12.

Acacia Designs betwist de stelling van Davincimed, dat Acacia Designs vertrouwelijke informatie met een Japans bedrijf zou hebben gedeeld. Davincimed heeft die stelling volgens Acacia Designs ook niet onderbouwd.

2.13.

Davincimed verwijt Acacia Designs ook ten onrechte dat Acacia Designs Davincimed een foute voorstelling van zaken zou hebben gegeven, resulterend in bedrog en/of dwaling, aldus Acacia Designs. Vóór de ondertekening van de overeenkomst was Davincimed op de hoogte van de aanspraken van T4Analytics ten aanzien van het te octrooieren apparaat.

2.14.

Davincimed vordert volgens Acacia Designs ten onrechte terugbetaling van een bedrag van € 383.305,33. Terugbetaling van enig bedrag is volgens artikel 5.01 van de ontwikkelingsovereenkomst uitgesloten. Er is geen grondslag voor ontbinding van de overeenkomst en Davincimed heeft evenmin de gestelde schade geleden.

2.15.

Ten slotte stelt Acacia Designs dat Davincimed ten onrechte een bedrag van € 69.930,78, als beweerdelijk teveel betaald, terugvordert. De helft van dat bedrag betreft btw. Indien zou blijken dat Acacia Designs teveel of te weinig btw mocht hebben verrekend, dan moet deze vergissing volgens Acacia Designs worden hersteld. Het restantbedrag van € 33.879,07 is volgens Acacia Designs wel degelijk terecht in rekening gebracht. Voor partijen was duidelijk dat Acacia Designs voor de eerste vier facturen geen onderliggende facturen van ABS zou leveren. Dit bedrag valt hier volgens Acacia Designs onder te brengen. Het enkele feit dat er geen concrete factuur aan ten grondslag ligt, wil nog niet zeggen dat het ten onrechte in rekening is gebracht, aldus Acacia Designs.

2.16.

Acacia Designs vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, op alle dagen en uren:

  1. Davincimed verbiedt tot (verdere) executie jegens Acacia Designs van het vonnis (zaak- en rolnummer: C/03/215248 / HA ZA 15-748) gewezen op 27 januari 2016 door de rechtbank Limburg, locatie Maastricht en/of het herstelvonnis (zaak- en rolnummer: C/03/215248 / HA ZA 15-748) gewezen op 3 februari 2016 door de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, over te gaan, totdat in de door Acacia Designs te entameren verzetsprocedure in kracht van gewijsde zal zijn beslist;

  2. bepaalt dat Davincimed een dwangsom verbeurt van € 1.000.000,-- voor naar keuze van Acacia Designs, iedere dag of gedeelte van een dag of per keer dat zij geen gevolg geeft aan of in strijd handelt met het hiervoor onder 1 geformuleerde verbod;

  3. die voorzieningen treft die de voorzieningenrechter in goede justitie aangewezen acht, als dan niet verzwaard met een dwangsom;

  4. Davincimed veroordeelt in de kosten van dit geding, alsook in de nakosten.

2.17.

Davincimed voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

De voorzieningenrechter stelt het volgende voorop. In een executiegeschil kan de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een vonnis slechts schorsen, indien hij van oordeel is dat de executant – mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad – geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten (zogenaamde nova) klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.

3.2.

In recente jurisprudentie is daarnaast, voor gevallen waarin in kortgeding de schorsing van de executie wordt gevorderd van een verstekvonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, een aanvullend criterium geformuleerd, dat in de juridische praktijk wordt aangeduid als de zogenaamde “versteknuance.” Deze nuance houdt in dat naast de in 3.1. genoemde specifieke gevallen (een juridische of feitelijke misslag, dan wel een noodstand) ruimte is om de tenuitvoerlegging te schorsen, in het bijzonder op de grond dat sprake is van misbruik van bevoegdheid. Volgens de bedoelde jurisprudentie kan van misbruik sprake zijn in het geval waarin er naar het oordeel van de rechter in het executiegeschil rekening moet worden gehouden met de serieuze mogelijkheid dat de rechtbank de veroordeling van gedaagde partij in de verstekzaak niet zou hebben uitgesproken, indien die partij was verschenen en de in het executiegeschil opgeworpen argumenten als verweer had aangevoerd.

3.3.

De voorzieningenrechter zal hierna de bedoelde criteria beoordelen.

3.4.

Acacia Designs heeft niet gesteld dat sprake zou zijn van een feitelijke misslag in de vonnissen van 27 januari 2016 en 3 februari 2016. Wel heeft Acacia Designs gesteld dat het vonnis van 3 februari 2016 een juridische misslag zou bevatten. Wat daar ook van zij, de voorzieningenrechter is van oordeel dat niet sprake is van een (relevante) juridische misslag, als in de door Acacia Designs bedoelde zin. Gesteld noch gebleken is welk ander rechtsgevolg de facto een juiste kwalificatie (zij het dat voor recht wordt verklaard dat de ontwikkelingsovereenkomst nietig is, vernietigd is, dan wel ontbonden is) voor recht zou hebben gehad. Meer in het bijzonder heeft Acacia Designs niet gesteld wat het gevolg zou zijn geweest van een juridisch juiste kwalificatie ten aanzien van de sub 2 gevorderde en ook toegewezen vordering met betrekking tot de betaalde ontwikkelingskosten ten bedrage van € 383.305,33. Acacia Designs heeft weliswaar betoogd dat de vordering sub 2 samenhangt met en voortvloeit uit het oordeel over de sub 1 gevorderde verklaring voor recht, maar het feit dat een verkeerd juridisch label zou zijn geplakt ten aanzien van de vordering tot de verklaring voor recht, betekent niet dat de vordering tot terugbetaling van de ontwikkelingskosten daarmee ongegrond is. Voldoende is dat er een grondslag bestaat voor de gevorderde en toegewezen veroordeling tot betaling van het bedrag van € 383.305,33, welk juridisch label op die grondslag wordt geplakt, is niet relevant. Ten slotte is van belang dat, zoals Davincimed terecht stelt, de omstreden misslag niet relevant is, nu deze betrekking heeft op een verklaring voor recht, welke naar haar aard niet executeerbaar is.

3.5.

Met Davincimed is de voorzieningenrechter van oordeel dat evenmin sprake is van een noodtoestand. Met na het vonnis aan het licht gekomen feiten die van zodanige aard zijn dat de executant geen rechtens te respecteren belang heeft bij de tenuitvoerlegging van een vonnis wordt, zoals Davincimed terecht stelt, slechts gedoeld op feiten die aan partijen (cursivering door de voorzieningenrechter) niet bekend waren ten tijde van het wijzen van het vonnis dat de executant wil tenuitvoerleggen, en niet op feiten die aan de rechter (wederom cursivering door de voorzieningenrechter) niet bekend waren ten tijde van het wijzen van het vonnis. De volgens Acacia Designs na het verstekvonnis aan het licht gekomen “feiten”, waarvan de rechtbank geen kennis heeft kunnen nemen, waren immers bij Acacia Designs bekend, maar zijn door haar niet eerder gepresenteerd omdat zij verstek heeft laten gaan. Van nova, die de gestelde noodzaak zouden hebben doen ontstaan, is derhalve geen sprake.

3.6.

Ten aanzien van de hogergenoemde “versteknuance” overweegt de voorzieningenrechter het volgende. De voorzieningenrechter stelt voorop dat hij van oordeel is dat die nuance in beginsel in gevallen als de onderhavige, waarin schorsing wordt gevorderd van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard verstekvonnis, toepassing dient te vinden en dus als aanvullend criterium moet worden gehanteerd naast de zogenaamde Ritzen/Hoekstra-criteria. Immers, in een verstekzaak is geen sprake geweest van een geschilbeslechting, maar de vordering is toegewezen omdat die niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Wel is de voorzieningenrechter van oordeel dat die nuance verder moet worden genuanceerd, namelijk dat daarbij rekening moet worden gehouden met de reden waarom de oorspronkelijke gedaagde verstek heeft laten gaan en voorts waarom hij vervolgens het verleende verstek niet heeft gezuiverd.

3.7.

In dat verband is het volgende van belang. Zoals hierboven al vermeld, is de oorspronkelijke dagvaarding betekend aan het adres waar Acacia Designs kantoor houdt. Die wijze van betekening is in overeenstemming met het bepaalde in artikel 49 Rv. Acacia Designs heeft betoogd dat op grond van het bepaalde in artikel 8.06 van de ontwikkelingsovereenkomst alle communicatie tussen partijen schriftelijk dient te geschieden en wel per e-mail aan expliciet vermelde personen, hetgeen, naar Davincimed niet betwist, niet is gebeurd.

3.8.

Dat partijen zijn overeengekomen hoe bepaalde berichten moeten worden gecommuniceerd, betekent niet dat daarmee de wettelijke bepaling van artikel 49 Rv ten aanzien van de wijze van betekening opzij is gezet. Zulks zou ook niet kunnen. Dat uit artikel 8.06 van de ontwikkelingsovereenkomst volgt dat een afschrift van de dagvaarding aan Acacia Designs had moeten worden gemaild, betekent derhalve niet dat de dagvaarding niet rechtsgeldig zou zijn betekend. Het verleende verstek is derhalve terecht verleend.

3.9.

Bovendien stelt Davincimed terecht dat artikel 8.06 van de ontwikkelingsovereenkomst niet van toepassing is, nu deze overeenkomst, naar onbetwist vaststaat, op 26 mei 2015 is ontbonden. Volgens artikel 5.01 van die overeenkomst leidt beëindiging van die overeenkomst tot het einde van de daaruit voortvloeiende verplichtingen, met uitzondering van de in dat artikel expliciet genoemde verplichtingen. Tot de expliciet genoemde verplichtingen behoort niet die uit artikel 8.06. Dat, zoals Acacia Designs stelt, uit jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat verplichtingen uit een beëindigde overeenkomst ook nawerking kunnen hebben, in die zin dat partijen nog gehouden zijn aan bepaalde verplichtingen uit de overeenkomst ook nadat deze is beëindigd, is niet relevant, nu partijen expliciet hebben voorzien in de gevolgen voor de verplichtingen uit de overeenkomst na beëindiging daarvan.

3.10.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de nuance op de versteknuance er toe leidt dat in het onderhavige geval geen rekening moet worden gehouden met de serieuze mogelijkheid dat de rechtbank de veroordeling van Acacia Designs in de verstekzaak niet zou hebben uitgesproken, indien Acacia Designs was verschenen en de in het executiegeschil opgeworpen argumenten als verweer had aangevoerd. In dat verband is het volgende van belang. Zoals reeds geconstateerd, is de dagvaarding in de bodemzaak op 22 december 2015 betekend aan het adres waar Acacia Designs kantoor houdt, zodat sprake is van een rechtsgeldige betekening van de dagvaarding. Tussen het moment van dagvaarding en het moment waarop het verstekvonnis is uitgesproken (27 januari 2016) zijn vijf weken verstreken. Dat betekent dat Acacia Designs ruim voldoende tijd heeft gehad het ter rolzitting van 30 december 2015 tegen haar verleende verstek te zuiveren.

3.11.

Dat in het kantoor aan de Kesselskade 59c te Maastricht vaak niemand aanwezig is – hetgeen volgens Acacia Designs blijkt uit het feit dat de in een gesloten envelop aan het adres achtergelaten dagvaarding pas op 28 januari 2016 is aangetroffen – reden waarom een bepaling als artikel 8.06 over de wijze van communicatie is opgenomen in de ontwikkelingsovereenkomst, maakt dat niet anders. Het komt voor risico van Acacia Designs dat op het adres waar zij kantoor houdt vaak en gedurende lange periodes, met name ook gedurende de periode rond kerst, niemand aanwezig is. Acacia Designs had ter voorkoming van het risico van een betekening van een dagvaarding aan een adres waar lange tijd niemand aanwezig is, adequate maatregelen moeten nemen. De bepaling van artikel 8.06 van de ontwikkelingsovereenkomst kan niet als een dergelijke maatregel worden beschouwd, nu deze bepaling niet in de weg staat aan de mogelijkheid van betekening op de voet van artikel 49 Rv. Bovendien had de bepaling van artikel 8.06 van de ontwikkelingsovereenkomst door de ontbinding van die overeenkomst haar werking verloren. Acacia Designs had er voor kunnen kiezen om (in de ontwikkelingsovereenkomst) een woonplaatskeuze te doen en er aldus voor kunnen zorgen dat de dagvaarding zou moeten worden betekend aan een adres waar niet het risico bestaat dat een betekende dagvaarding lange tijd onopgemerkt blijft. Dat zij dat niet heeft gedaan, moet voor haar risico blijven.

3.12.

Nu de bedoelde versteknuance geen toepassing kan vinden, behoeven de verweren ten gronde, die Acacia Designs had willen voeren in de procedure die heeft geleid tot het verstekvonnis, geen bespreking.

3.13.

Op grond van het vorenstaande moet de vordering van Acacia Designs worden afgewezen.

3.14.

Acacia Designs zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Davincimed worden begroot op:

- griffierecht € 619,00;

- salaris advocaat € 816,00;

Totaal € 1.435,00.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter:

4.1.

wijst de vorderingen af;

4.2.

veroordeelt Acacia Designs in de proceskosten, aan de zijde van Davincimed tot op heden begroot op € 1.435,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F.W. Huinen, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: MT