Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:1190

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
11-02-2016
Datum publicatie
22-02-2016
Zaaknummer
C/03/215090 / KG ZA 15-668
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering: onrechtmatig handelen/verrichten concurrerende werkzaamheden.

Medewerkers (gedaagden) nemen ontslag en beginnen eigen, op bedrijf van vorige werkgever lijkende onderneming. Eiseres, voormalig werkgever, verwijt gedaagden door gebruik te maken van informatie en documenten van eiseres concurrerend te handelen, althans onrechtmatig te handelen alsook het actief benaderen van klanten van eiseres. Eiseres vordert onder verbeurte van een dwangsom afgifte van deze documenten én een bevel om verdere activiteiten dienaangaande en het actief benaderen van klanten stop te zetten.

Niet weersproken wordt noch door bescheiden gestaafd weerlegt het verweer van gedaagden dat informatie en documenten vrijelijk op internet zijn te verkrijgen en dat klanten van eiseres uit eigener beweging zich tot gedaagden hebben gewend.

Vordering wordt afgewezen met veroordeling van eiseres in de kosten van de procedure

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/490
AR-Updates.nl 2016-0180
IR 2016/39, UDH:IR/13084 met annotatie van Onder redactie van Tina van der Linden – Smit en Kea Kroeks – de Raaij
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/215090 / KG ZA 15-668

Vonnis in kort geding van 11 februari 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEDPACE MEDICAL DEVICE B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudend te Vaals,

eiseres,

advocaat mr. D. Spek,

tegen

1 [gedaagde sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEDQ CONSULTANTS B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudend te Landgraaf,

gedaagden,

advocaat mr. J.R.P.M. Scheepers.

Partijen zullen hierna Medpace, [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en MedQ worden genoemd waarbij gedaagden gezamenlijk ook [gedaagden] c.s. worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1 t/m 19

  • -

    de namens Medpace op 2 februari 2016 ingebrachte producties 20 t/m 22

  • -

    de namens [gedaagden] c.s. op 3 februari 2016 ingebrachte producties 1 t/m 5

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van Medpace

  • -

    de pleitnota van [gedaagden] c.s.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

Medpace vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

1. [gedaagden] c.s. te veroordelen om met onmiddellijke ingang doch uiterlijk binnen 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis alle aan Medpace toebehorende gegevens, bestanden en bescheiden aan Medpace te retourneren zonder daarvan afschriften (al dan niet elektronisch, in hard copy of op welke wijze dan ook) te behouden, zulks op straffe van een aan Medpace te betalen dwangsom van € 50.000,-- (zegge: vijftigduizend euro) per dag of gedeelte daarvan dat ieder der gedaagden niet, althans niet volledig aan dit vonnis uitvoering zullen geven, althans op straffe van een zodanige dwangsom als de voorzieningenrechter in goede justitie meent dat behoort;

2. [gedaagden] c.s. te bevelen om hun activiteiten op het gebied van Regulatory en Quality Services voor klanten en voormalige klanten van Medpace met onmiddellijke ingang na betekening van het in deze te wijzen vonnis te staken en gestaakte te houden, zulks op straffe van een aan Medpace te betalen dwangsom van € 50.000,-- (zegge: vijftigduizend euro) per dag of gedeelte daarvan dat ieder van gedaagden niet, althans niet volledig aan dit vonnis uitvoering zullen geven, althans op straffe van een zodanige dwangsom als de voorzieningenrechter in goede justitie meent dat behoort,

3. een en ander met veroordeling van [gedaagden] c.s. in de kosten van dit geding.

3 De stellingen van partijen

3.1.

Ter onderbouwing van haar vordering stelt Medpace:

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn beiden laatstelijk in dienst geweest van Medpace. Op 29 januari 2015 heeft [gedaagde sub 1] het dienstverband met Medpace opgezegd tegen 1 maart 2015 en op

31 maart 2015 heeft [gedaagde sub 2] zijn dienstverband met Medpace opgezegd tegen 1 mei 2015. Door [gedaagde sub 1] zijn op 3 maart 2015 de vennootschappen MedQ Holding B.V. en MedQ Consultants B.V. opgericht. MedQ houdt zich met dezelfde activiteiten bezig als Medpace, (de medische hulpmiddelenmarkt). [gedaagde sub 2] is bij MedQ in dienst getreden.

3.2.

Na uitdiensttreding van [gedaagde sub 2] is diens zakelijke e-mailaccount doorgelinkt naar [naam Director Regulatory Affaires] , Director Regulatory Affaires van Medpace. Uit de door [naam Director Regulatory Affaires] vervolgens ontvangen mail-berichten is gebleken dat klanten van Medpace contact hadden (gehad) met [gedaagde sub 2] waarbij laatstgenoemde formulieren heeft gebruikt die deel uitmaken van het (ISO 9001 gecertificeerde) Quality Management System en de in dat kader ontwikkelde Standard Operating Procedures en modellen van Medpace.

3.3.

[gedaagde sub 1] (enig aandeelhouder en bestuurder van MedQ) en [gedaagde sub 2] , met wie Medpace destijds een geheimhoudingsbeding is overeengekomen, hebben stelselmatig en structureel gebruik gemaakt van kennis en gegevens die zij tijdens hun dienstverband met Medpace hebben verkregen en welke aan Medpace toebehoort. Het betreft informatie en modellen die door Medpace in de loop der jaren is/zijn ontwikkeld en verfijnd en die de basis vorm(en) voor de kwaliteit en het succes van haar werkzaamheden.

3.4.

Door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] is niet alleen gehandeld in strijd met het tussen hen en Medpace overeengekomen geheimhoudingsbeding, maar zij hebben ook onrechtmatig gehandeld jegens Medpace. MedQ weet althans behoort te weten dat haar (indirect) enige aandeelhouder en statutair bestuurder [gedaagde sub 1] alsook haar medewerker [gedaagde sub 2] zich niet hebben gehouden aan het tussen hen met Medpace gesloten geheimhoudingsbeding door documenten van Medpace te gebruiken die door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] schaamteloos zijn gekopieerd.

3.5.

Medpace restte niets anders, mede ter voorkoming van verdere schade, dan onderhavige kort gedingprocedure te starten.

3.6.

Door [gedaagden] c.s. is gemotiveerd verweer gevoerd.

Primair beroepen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zich op de niet-ontvankelijkheid van Medpace in haar vorderingen. Beiden zijn aanvankelijk immers in dienst getreden bij de rechtsvoorgangster van Medpace zijnde MediTech Holding B.V.. Hoewel Medpace de rechtsopvolger is, blijkt uit niets dat er sprake is van een overgang van onderneming of van contractoverneming waardoor Medpace aldus rechten zou kunnen ontlenen aan de bedingen die in de schriftelijke arbeidsovereenkomsten met MediTech Holding zijn opgenomen.

3.7.

Mocht Medpace wel ontvankelijk zijn in haar vorderingen dan nog dienen deze te worden afgewezen. De door [gedaagden] c.s. gebruikte non disclosure agreement (NDA) betreft een standaard overeenkomst die in veelvoud op internet als modelovereenkomst is te vinden, evenals andere modellen en documenten op dit gebied.

3.8.

Door [gedaagden] c.s. wordt niet ontkend dat zij zaken hebben gedaan met (een van de) klanten van Medpace. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn daarin vrij; zij zijn immers niet gehinderd door enig relatie- of (non-)concurrentiebeding met Medpace. Het is bovendien de klant zelf (AAA Dental B.V. en Dexcom) geweest die hen heeft benaderd met zeer specifieke vragen. Ook Replication Medical Inc heeft aan [gedaagden] c.s. (met name aan [gedaagde sub 2] ) verzocht het Quality Management Systeem (opgezet door Medpace) aan te passen voor haar nieuwe organisatie RMI Global GmbH. Replication Medical Inc heeft daarvoor zelf het systeem aan [gedaagde sub 2] toegezonden.

3.9.

Opgemerkt zij bovendien dat het beweerdelijke Quality System Manual een standaarddocument betreft dat door [gedaagde sub 2] reeds in 2003 bij zijn voormalige werkgever Technomed is ontwikkeld en vervolgens (mét toestemming van Technomed) bij Medpace is geïntroduceerd. Medpace heeft overgenomen en niet [gedaagden] c.s.

3.10.

Door Medpace worden enkel stellingen geponeerd, bewijzen worden niet overgelegd, ook niet van een vermeende eigendom van formulieren/documenten.

De door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] opgedane kennis is het gevolg van jarenlange ervaring die beiden zichzelf eigen hebben gemaakt in de loop van de jaren en zijn pertinent niet het gevolg van investeringen door Medpace in gedaagden in de vorm van scholing en/of training. Opgedane kennis en ervaring kan niet onder het geheimhoudingsbeding worden gebracht.

Bovendien zijn de gerelateerde wetgeving en standaarden die te maken hebben met de medische hulpmiddelenmarkt en het verkrijgen van goedkeuring publiekelijk en via websites te verkrijgen.

3.11.

[gedaagden] c.s. ontkennen dan ook onrechtmatig te hebben gehandeld jegens Medpace. Het is daarenboven in de medische hulpmiddelenbranche niet ongebruikelijk dat klanten zich laten adviseren/bijstaan door meerdere partijen.

4 De beoordeling

4.1.

Om een voorziening te kunnen treffen als gevorderd, moet worden vastgesteld dat er een aanmerkelijke kans bestaat dat Medpace het gelijk aan haar zijde zal krijgen als één van de partijen een bodemprocedure begint, en moet Medpace er spoedeisend belang bij hebben dat op het oordeel in de bodemprocedure vooruit wordt gelopen. Daarbij dient de voorzieningenrechter uit te gaan van de feiten met de beperkte onderzoeksmogelijkheden die het kort geding hem biedt, aangezien formele bewijslevering in deze procedure in beginsel niet plaatsvindt.

4.2.

Uit de aard van de vordering acht de voorzieningenrechter het door Medpace gestelde spoedeisende belang aannemelijk.

4.3.

Of Medpace het gelijk aan haar zijde zal krijgen in een eventueel aanhangig te maken bodemprocedure wordt - gelet op het over een weer gestelde - naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter betwijfeld.

Daarbij laat de voorzieningenrechter thans in het midden of Medpace wel of niet ontvankelijk is. Immers, niet is komen vast te staan dat de documenten en informatie zoals gesteld door Medpace en gebruikt door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] uniek én eigendom zijn/waren van Medpace. Medpace kan, gelet op de gemotiveerde betwisting van [gedaagden] c.s., niet volstaan met alleen het blote stellen dat de onderwerpelijke documenten haar eigendom waren/zijn en dat deze uniek zijn. Zeker, nu naar onweersproken is komen vast te staan, de documenten en informatie vrijelijk via internet kunnen worden verkregen.

Daarnaast ontbreekt iedere verdere onderbouwing van de gestelde concurrerende activiteiten van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] met klanten van Medpace noch dat daarbij het initiatief zou zijn uitgegaan van [gedaagde sub 1] en/of [gedaagde sub 2] . Zo zijn er geen verklaringen van die klanten of andere gegevens waaruit kan worden afgeleid dat de beweringen van Medpace juist zijn, althans het verweer van [gedaagden] c.s. niet klopt.

4.4.

Dit leidt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat niet, althans onvoldoende aannemelijk is geworden dat [gedaagden] c.s. de haar verweten onrechtmatige gedragingen hebben gepleegd en dat deze een voldoende grondslag vormen om het gevorderde toe te wijzen. De gevorderde voorzieningen worden daarom afgewezen.

4.5.

Medpace zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagden] c.s. worden begroot op:

- griffierecht € 613,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.429,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Medpace in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden] c.s. tot op heden begroot op € 1.429,--,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F.W. Huinen en in het openbaar uitgesproken op

11 februari 2016..1

1 type: JvdH