Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:11651

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
28-12-2016
Datum publicatie
04-07-2018
Zaaknummer
5395366 \ AZ VERZ 16-350
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussenbeschikking. Seksuele intimidatie op de werkvloer. Ontslag op staande voet. Art 7:646 lid 6 en 7.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0793
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5395366 \ AZ VERZ 16-350

Beschikking van de kantonrechter van 28 december 2016

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid INALFA ROOF SYSTEMS B.V.,

gevestigd te Oostrum,

werkgever

gemachtigde mr. E.M. van Winden-Spaans,

verzoekende partij in het verzoek,

tegen:

[verwerende partij] ,

wonend [adres verwerende partij] ,

[woonplaats verwerende partij] ,

werknemer

gemachtigde mr. J.W.M.T. Schaminée,
verwerende partij in het verzoek.

Partijen zullen hierna Inalfa en [verwerende partij] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 27 september 2016 ter griffie ontvangen verzoekschrift, met bijlagen;

- het verweerschrift, met bijlagen;

- de mondelinge behandeling d.d. 22 november 2016;

- de voorafgaand aan de mondelinge behandeling door Inalfa ingediende productie 21;

- de door beide partijen ter zitting overgelegde pleitaantekeningen;

- de aktes van beide partijen met verhinderdata;

- de brieven van de gemachtigde van Inalfa d.d. 21 en 23 december 2016;

- de brief van de gemachtigde van [verwerende partij] d.d. 22 december 2016.

1.2.

Daarna is beschikking bepaald.

2 De feiten

2.1.

[verwerende partij] , geboren op [geboortedag] 1981, is op 1 mei 2003 bij Inalfa in dienst getreden en vervult thans de functie van Line Coördinator tegen een laatst uitbetaald loon van € 3.437,77 bruto per maand, exclusief vakantiebijslag en overige emolumenten.

2.2.

In juli 2016 heeft Inalfa signalen ontvangen van medewerksters die in de afgelopen jaren seksueel zouden zijn geïntimideerd door [verwerende partij] . In verband daarmee heeft op 16 september 2016 een gesprek plaatsgevonden tussen Inalfa en [verwerende partij] . Na afloop van het gesprek is [verwerende partij] , met het oog op door Inalfa te verrichten nader onderzoek, door Inalfa op non-actief gesteld zonder behoud van loon.

2.3.

[verwerende partij] heeft zich op 19 september 2016 ziek gemeld.

2.4.

Na afronding van het onderzoek heeft Inalfa [verwerende partij] op 22 september 2016 laten weten over te gaan tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

3 Het geschil

3.1.

Inalfa verzoekt de tussen haar en [verwerende partij] bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden primair op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel e Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), subsidiair op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel g BW.

3.2.

[verwerende partij] concludeert - kort gezegd -primair tot afwijzing van het verzoek en subsidiair, ingeval van toewijzing, tot toekenning van een transitievergoeding ad € 23.594,00 bruto en een billijke vergoeding van €200.000,00 bruto, onder de bepaling dat de arbeidsovereenkomst eindigt zonder verrekening van de tijd die is verstreken sinds de indiening van het verzoek.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Anders dan [verwerende partij] is de kantonrechter van oordeel dat niet is gebleken dat het onderhavige verzoek verband houdt met zijn ziekte. Inalfa heeft aan haar verzoek immers ten grondslag gelegd de door haar gestelde - en door [verwerende partij] betwiste - seksuele intimidatie door [verwerende partij] en dit blijkt ook uit de overgelegde stukken. Derhalve komt de kantonrechter toe aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek.

4.2.

De kantonrechter stelt bij de beoordeling voorop dat uit artikel 7:669 lid 1 BW in verbinding met artikel 7:671b lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van [verwerende partij] binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. In artikel 7:669 lid 3 BW is nader omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan. Bij regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 april 2015 (Stcrt. 2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling).

4.3.

Inalfa verzoekt primair ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:669 lid 3 onderdeel e BW en stelt ter onderbouwing van het verzoek dat [verwerende partij] grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond nu hij zich schuldig heeft gemaakt aan seksuele intimidatie, misbruik heeft gemaakt van zijn leidinggevende positie, pestgedrag heeft vertoond en fysieke bedreigingen heeft geuit. Inalfa acht een en ander dusdanig verwijtbaar dat van haar in redelijkheid niet kan worden verwacht de arbeidsovereenkomst met [verwerende partij] te laten voortduren.

4.4.

[verwerende partij] betwist de door Inalfa gestelde aantijgingen gemotiveerd. Gelet op deze uitdrukkelijke betwisting en het door Inalfa gedane specifieke bewijsaanbod zal de kantonrechter Inalfa toelaten tot het leveren van bewijs – met alle middelen die de wet daarvoor biedt - van feiten en omstandigheden waaruit valt af te leiden dat [verwerende partij] zich schuldig heeft gemaakt aan seksuele intimidatie, misbruik heeft gemaakt van zijn leidinggevende positie, pestgedrag heeft vertoond en fysieke bedreigingen heeft geuit.

4.5.

In afwachting van de bewijslevering zal de kantonrechter iedere verdere beslissing aanhouden.

4.6.

De kantonrechter wenst nog het volgende op te merken.

De gemachtigde van Inalfa heeft de kantonrechter bij brieven van 21 en 23 december 2016 verzocht het horen van de getuigen praktisch zo vorm te geven dat de getuigen niet in direct contact komen met [verwerende partij] door bijvoorbeeld ofwel [verwerende partij] en zijn gemachtigde ofwel de getuigen in een aparte ruimte te laten plaatsnemen en contact te laten plaatsvinden via een videoverbinding.

De gemachtigde van [verwerende partij] heeft in zijn brief van 22 december 2016 aangegeven bezwaar te hebben tegen het voorstel van de gemachtigde van Inalfa.

Hoewel de kantonrechter begrip heeft voor de situatie van de getuigen, is er naar zijn oordeel geen juridische grond aanwezig om af te wijken van de wettelijke regeling (artikel 167 Rv), op grond waarvan het blijkens de parlementaire geschiedenis in beginsel aan partijen zelf is om te beoordelen of zij de verhoren zullen bijwonen (Van Nispen, Tekst & Commentaar Burgerlijke Rechtsvordering, art. 167 Rv, aant. 1, welke auteur verwijst naar p. 249 van de Parlementaire Geschiedenis Bewijsrecht). Artikel 167 Rv geeft de rechter slechts de mogelijkheid te bepalen dat een partij juist in persoon aanwezig moet zijn bij de getuigenverhoren, maar geeft geen mogelijkheid een partij diens aanwezigheid daarbij te ontzeggen.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

laat Inalfa toe bewijs te leveren van feiten en omstandigheden waaruit valt af te leiden dat:

[verwerende partij] zich schuldig heeft gemaakt aan seksuele intimidatie, misbruik heeft gemaakt van zijn leidinggevende positie, pestgedrag heeft vertoond en fysieke bedreigingen heeft geuit,

5.2.

bepaalt - voor het geval dat Inalfa getuigen wil doen horen - dat de getuigenverhoren zullen worden gehouden door mr. G.M.P. Brouns in het gerechtsgebouw te Roermond aan de Willem II singel 67 op 18 januari 2017 vanaf 9.30 uur (half uur per getuige),

5.3.

bepaalt dat partijen bij de getuigenverhoren in persoon aanwezig moeten zijn,

5.4.

bepaalt dat de namen, voornamen, leeftijd, beroep en woon- of verblijfplaats van de te horen getuigen ten minste een week voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier worden opgegeven. Wellicht ten overvloede wijst de kantonrechter er op dat de partij die de getuige(n) wenst te doen horen, zelf voor de aanwezigheid van deze getuige(n) dient zorg te dragen,

5.5.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gewezen door mr. G.M.P. Brouns en in het openbaar uitgesproken.

type: VJ(L

coll: