Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:11611

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
08-08-2016
Datum publicatie
21-03-2017
Zaaknummer
5128468 \ CV EXPL 16-5731
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2017:2364
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schorsing concurrentiebeding voorlopige voorziening afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-0344
AR 2017/1451

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5128468 \ CV EXPL 16-5731 hoofdzaak

Zaaknummer: 5225242 \ CV EXPL 16-7125 incident

Vonnis van de kantonrechter van 8 augustus 2016

in de zaak van:

[eisende partij] ,

wonend [adres eisende partij] ,

[woonplaats eisende partij] ,

eisende partij in conventie, verweerder in reconventie,

gemachtigde mr. R.M.J. Schoonbrood,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats X] ,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

gemachtigde mr. L.J.H. Stein.

Partijen zullen hierna [eisende partij] en [X] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie

  • -

    de provisionele vordering van [eisende partij] tot het treffen van een voorlopige voorziening

  • -

    de op 25 juli 2016 gehouden mondelinge behandeling in het incident tot het treffen van een voorlopige voorziening.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De feiten

2.1.

[eisende partij] is sedert 1 februari 2001 in dienst van [X] en werkzaam als verkoper particuliere binnendienst. Partijen zijn het volgende geheimhouding-, concurrentie- en relatiebeding overeengekomen.

Artikel 4. Werknemer erkent dat hem door werkgever geheimhouding is opgelegd van alle bijzonderheden [X] -ondernemingen binnen de [X] -groep, waartoe [X] B.V. behoort, betreffende of daarmee verband houdende.

Artikel 5. Het is werknemer verboden, hetzij gedurende de dienstbetrekking, hetzij na beëindiging hiervan, behoudens in het kader van zijn functie-uitoefening, op enigerlei

wijze aan derden direct of indirect, in welke voege ook, enige mededeling te doen van of aangaande enige gegevens het bedrijf van werkgever of van vennootschappen binnen

de [X] -groep of vennootschappen die anderszins met de werkgever zijn gelieerd, betreffende of daarmee verband houdende (voor zover het in redelijkheid gaat om

mededelingen waarvan werknemer begrijpt respectievelijk dient te begrijpen dat deze als vertrouwelijk moeten worden beschouwd), op straffe van verbeurte aan werkgever van een dadelijk opeisbare niet voor enigerlei matiging vatbare boete van f. 15.000,== onverminderd de gehoudenheid van werknemer tot betaling aan werkgever van een volledige schadevergoeding te dezer zake, indien een volledige schadevergoeding te dezer zake, indien deze meer dan liet hiervoor benoemde boetebedrag mocht belopen.

Artikel 6. Het is werknemer verboden om binnen een tijdvak van twee jaren na het einde van de dienstbetrekking, binnen een straal van 50 kilometer, zelf in enigerlei vorm van een onde neming, gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan die van werkgever of van ondernemingen binnen de [X] -groep respectievelijk die op enigerlei wijze aan de [X] -groep zijn gelieerd, te vestigen, te drijven, mede te drijven, of te doen drijven, hetzij direct, hetzij indirect, alsook financieel in welke vorm dan ook bij een dergelijke onderneming belang te hebben, direct of indirect, of in of voor een dergelijk bedrijf op enigerlei wijze werkzaam te zijn, hetzij tegen vergoeding, hetzij om niet, of daarin aandeel van welke aard ook te hebben. Indien het gaat om een zeer beperkte participatie respectievelijk om het op andere wijze gelieerd zijn van een onderneming aan de [X] -groep is werkgever gehouden om het belang van handhaving van het hiervoor geformuleerde verbod aan te tonen. Bij overtreding van het in artikel 6 omschreven verbod, verbeurt werknemer aan werkgever een onmiddellijk opeisbare en niet voor enigerlei matiging vatbare boete van

f. 10.000,== per overtreding, vermeerderd met f. 500,== per dag, dat zulk een overtreding voortduurt, onverminderd zijn gehoudenheid tot betaling aan werkgever van een volledige schadevergoeding te dezer zake, indien deze meer dan de combinatie van de hiervoor genoemde boetebedragen mocht belopen.

2.2.

[eisende partij] is benaderd door [Y] Projecten B.V. gevestigd te [vestigingsplaats Y] om te overwegen aldaar in dienst te treden. [Y] Projecten B.V. is een gelijksoortige onderneming als [X] en is hemelsbreed gevestigd binnen een straal van minder van 50 kilometer van [X] .

3 Het geschil in conventie en in reconventie

3.1.

[eisende partij] vordert het tussen partijen geldende concurrentiebeding geheel dan wel gedeeltelijk te vernietigen met veroordeling van [X] in de proceskosten. [eisende partij] voert verweer tegen de vordering in reconventie.

3.2.

[X] vordert – samengevat – [eisende partij] te verbieden het overeengekomen non-concurrentiebeding te overtreden c.q. [eisende partij] te gelasten zich te onthouden van overtreding van dat beding en [eisende partij] te verbieden gedurende twee jaar na einddatum van de arbeidsovereenkomst werkzaamheden te verrichten voor [Y] Kozijn & Geveltechniek B.V. of aan haar gelieerde ondernemingen van wat voor aard dan ook telkens op verbeurte van een dwangsom als in de eis in reconventie vermeld, met veroordeling van [eisende partij] in de proceskosten. [X] voert verweer tegen de vordering in conventie.

3.3.

[eisende partij] heeft bij wege van incident een provisionele eis ingesteld en vordert bij wege van voorlopige voorziening primair te bepalen dat het concurrentiebeding geheel wordt geschorst met ingang van 1 augustus 2016 en subsidiair het concurrentiebeding zodanig te schorsen dat het [eisende partij] toegestaan zal zijn bij [Y] Kozijn- en Geveltechniek per 1 november 2016 in dienst te treden met veroordeling van [X] in de kosten van het incident. [X] heeft verweer gevoerd tegen de gevorderde voorlopige voorzieningen.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling in het incident

4.1.

[eisende partij] vordert bij wege van voorlopige voorziening voor de duur van de bodemzaak het concurrentiebeding geheel te schorsen. [eisende partij] voert aan dat hij zicht heeft op een baan bij [Y] Kozijn- en Geveltechniek, verder [Y] te noemen, en het concurrentiebeding deze baan onmogelijk maakt. Omdat [X] [Y] reeds aansprakelijk heeft gesteld voor schade die [X] eventueel zal lijden als gevolg van het overtreden van het concurrentiebeding door [eisende partij] stelt [Y] als voorwaarde dat [eisende partij] zo snel mogelijk doch uiterlijk 1 november vrij dient te zijn om bij [Y] in dienst te kunnen treden. Hierin is volgens [eisende partij] het spoedeisende belang gelegen. [eisende partij] stelt dat hij meer mogelijkheden heeft bij [Y] om zich verder te ontwikkelen. Volgens [eisende partij] heeft hij geen enkele kennis van prijsafspraken met leveranciers van [X] en is hij niet op de hoogte van het calculatieprogramma van [X] en heeft hij zelf geen toegang tot dit programma nu alle offertes door de afdeling calculatie worden gemaakt. Evenmin stelt hij op de hoogte te zijn van bedrijfsgeheimen en strategisch beleid. De heer [directeur/eigenaar] , directeur/eigenaar van [X] houdt deze zaken voor zich volgens [eisende partij] voor zich alleen. Voor alle medewerkers geldt eenzelfde concurrentiebeding volgens [eisende partij] en [X] handelt volgens [eisende partij] willekeurig en rancuneus in het beleid aangaande het houden van (ex) werknemers aan het concurrentiebeding. [eisende partij] stelt dat hij een goede verkoper is en zijn vertrek mogelijk een groot verlies voor [X] is, maar dit geen reden mag zijn om hem de mogelijkheid te onthouden om zich verder te ontwikkelen bij een andere werkgever.

4.2.

[X] is van mening dat [eisende partij] geen enkel spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorziening. Immers een schorsing is slechts een maatregel van tijdelijke aard en geeft geen definitieve beslissing omtrent het concurrentiebeding. [X] stelt dat [Y] een directe concurrent is en hemelsbreed op een afstand van slechts 29,5 kilometer verwijderd van [X] is gevestigd. Volgens [X] is [eisende partij] exact op de hoogte van de prijsstelling van [X] en heeft hij inzage in de volledige dossiers van de klanten waarin ook de volledige interne calculatie is opgenomen. [X] bevestigt dat [eisende partij] een goede verkoper is en stelt dat [eisende partij] kan gaan en staan waar hij wil, maar dat [X] hem wel zal houden aan het tussen partijen geldende concurrentiebeding.

4.3.

De kantonrechter is van oordeel dat [eisende partij] voldoende aannemelijk heeft gemaakt spoedeisend belang te hebben bij een voorlopige voorziening nu [Y] kennelijk uiterlijk tot 1 november 2016 de vacature wenst open te houden voor [eisende partij] en het aannemelijk is dat er voor die tijd nog geen uitsluitsel is in de bodemzaak. Het verweer van [X] tegen de spoedeisendheid wordt gepasseerd.

4.4.

De kantonrechter stelt vast dat partijen het er over eens zijn dat [Y] een gelijksoortige onderneming is als [X] en binnen de verboden straal van 50 kilometer is gevestigd. Kort en goed gezegd [Y] en [X] vissen in dezelfde vijver. Partijen verschillen van mening in hoeverre [eisende partij] op de hoogte is van de prijsstelling, calculatie en prijsopbouw die [X] hanteert. [X] stelt dat [eisende partij] beschikking heeft over de volledige dossiers van cliënten en daaruit tot op het schroefje de in- en verkoop tarieven en de prijsstelling van [X] blijkt. Dit is volgens [X] strikt vertrouwelijke informatie waarbij concurrenten aanmerkelijk belang kunnen hebben. [eisende partij] stelt daartegenover dat [X] willekeurig en rancuneus medewerkers houdt aan het concurrentiebeding. De kantonrechter is van oordeel dat deze laatste stelling van [eisende partij] mogelijk bij hem post heeft gevat maar dat hij daarvoor onvoldoende concrete aanknopingspunten stelt zodat de kantonrechter daaraan in elk geval voorbij moet gaan in het kader van deze voorlopige voorziening. Daartegenover staat dat de stelling van [X] dat concurrenten en dus ook [Y] een aanmerkelijk belang kunnen hebben bij een medewerker die kennis heeft van de cliëntendossiers van [X] de kantonrechter geloofwaardig voorkomt. De kantonrechter is van oordeel dat nu reeds vooruitlopend op een beslissing in de bodemzaak niet kan worden vastgesteld dat de kantonrechter met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat concurrentiebeding in de bodemzaak zal vernietigen. De gevorderde schorsing voor de duur van de bodemprocedure wordt daarom afgewezen. [eisende partij] wordt veroordeeld in de kosten van het incident welke aan de zijde van [X] worden begroot op € 100,00.

5 De beoordeling in de hoofdzaak in conventie en in reconventie

in conventie en in reconventie

5.1.

De kantonrechter verwijst de zaak naar de rol van 7 september 2016 voor repliek in conventie en antwoord in reconventie en houdt de beslissing voor het overige aan.

6. De beslissing in het incident en in de hoofdzaak in conventie en in reconventie

De kantonrechter

in het incident

6.1.

wijst de primair en subsidiair gevorderde voorlopige voorziening af,

6.2.

veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten aan de zijde van [X] gevallen en tot op heden begroot op € 100,00,

in de hoofdzaak

in conventie en in reconventie

6.3.

verwijst de zaak naar de rol van 7 september 2016 voor repliek in conventie en antwoord in reconventie,

6.4.

houdt de beslissing voor het overige aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.

type: hmui

coll: no