Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:11076

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
20-12-2016
Datum publicatie
20-12-2016
Zaaknummer
03/659111-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Amfetaminelaboratorium in Kessel-Eik. Verdachte wordt veroordeeld voor het - samen met een ander - produceren van amfetamine en het opzettelijk aanwezig hebben van 33,3 liter amfetamine. Ook had hij - samen met anderen - voorwerpen en stoffen voorhanden waarmee amfetamine geproduceerd kan worden. Verdachte is eerder veroordeeld voor betrokkenheid bij een amfetaminelaboratorium. Hij wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/659111-16

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 december 2016,

in de strafzaak tegen:

[Verdachte] ,

geboren te [geb66rtegegevens verdachte] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 6 december 2016. De verdachte en zijn raadsman, mr. M.F.M. Geeratz, advocaat te Venlo, zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1 : samen met (een) ander(en) dan wel alleen opzettelijk amfetamine heeft

vervaardigd/bereid/bewerkt/verwerkt dan wel aanwezig heeft gehad.

Feit 2 : samen met (een) ander(en) dan wel alleen voorbereidingshandelingen voor de

productie, de handel in of de export van harddrugs heeft verricht.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, zoals onder feit 1 ten laste is gelegd, samen met medeverdachten [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] , opzettelijk amfetamine heeft geproduceerd en 38,3 liter amfetamine aanwezig heeft gehad in de ten laste gelegde periode. Ook acht de officier van justitie bewezen dat verdachte, zoals onder feit 2 ten laste is gelegd, samen met [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] - kort gezegd - voorbereidingshandelingen in het kader van de Opiumwet heeft verricht. Uit de bewijsmiddelen blijkt namelijk dat in de loods waarin [naam medeverdachte 1] , [naam medeverdachte 2] en [naam verdachte] zich bevonden, voorwerpen en grondstoffen werden aangetroffen die geschikt zijn voor de productie van amfetamine.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft algehele vrijspraak bepleit. Uit de bewijsmiddelen blijkt niet dat verdachte - zoals onder feit 1 ten laste is gelegd - betrokken was bij de productie van amfetamine. Evenmin kan worden bewezen dat verdachte opzettelijk amfetamine aanwezig heeft gehad, omdat niet kan worden bewezen dat verdachte daarover kon beschikken. Van het onder feit 2 ten laste gelegde medeplegen van voorbereidingshandelingen in het kader van de Opiumwet moet verdachte ook worden vrijgesproken, omdat niet kan worden bewezen dat verdachte het opzet op het plegen van die handelingen had.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Op 24 maart 2016, omstreeks 18.45 uur, trad de politie binnen in de loods aan de [adres 1] in [adres 2] , omdat daar - volgens TCI-informatie - een drugslaboratorium zou zijn. In de loods werden onderdelen van een amfetaminelaboratorium aangetroffen waarin kort geleden amfetamine was geproduceerd.2

[naam medeverdachte 1] , [naam medeverdachte 2] en [naam verdachte] werden in de loods aangehouden.3

Uit onderzoek van de afdeling Landelijke Faciliteit Ontmantelen (LFO) van de politie bleek dat een aparte ruimte van de loods in gebruik was voor de productie van amfetamine volgens de zogenaamde Leuckartmethode. In dat deel van de loods werden de volgende voorwerpen aangetroffen:

  • -

    een gedemonteerde opstelling ten behoeve van de eerste kookstap van amfetamine (Leukartmethode), bestaande uit een gebruikte en vervuilde grote RVS kookketel (inhoudsmaat 475 liter), voorzien van een RVS koeler;

  • -

    een gedemonteerde opstelling ten behoeve van de stoomdestillatie (zuivering), bestaande uit een RVS kookketel (inhoudsmaat ongeveer 80 liter) met bijbehorende RVS koeler gekoppeld aan een steun;

  • -

    een maatbeker met een inhoud van 5 liter, gevuld met 800 milliliter van een materiaal bevattende amfetamine;

  • -

    een 200 liter klemdekselvat, geheel gevuld met een licht zure vloeistof;

  • -

    2 gebruikte en vervuilde gemodificeerde gasflessen ten behoeve van stoomdestillatie;

  • -

    een groot aantal maatbekers en een RVS pollepel;

  • -

    een gebruikte en vervuilde rondbodemkolf (20 liter);

  • -

    een koolstoffilter;

  • -

    een afzuigunit;

  • -

    diverse stukken gasslang met reduceerventiel;

  • -

    diverse stukken waterslang/afvoerslang;

  • -

    een gebruikte en vervuilde dompelpomp;

  • -

    5 gasbranders;

  • -

    5 gasflessen (propaan);

  • -

    11 zakken caustic soda (in totaal 264 kg);

  • -

    een jerrycan en een schroefdekselvat, beide gevuld met een rokende zure vloeistof (zoutzuur, totaal 50 liter), opgeslagen naast de RVS kookketel;

  • -

    4 jerrycans, alle met een inhoudsmaat van 25 liter en alle gevuld met een zure heldere vloeistof (in totaal 90 liter mierenzuur), opgeslagen naast de kookketel;

  • -

    11 jerrycans, alle met een inhoudsmaat van 25 liter en alle gevuld met een heldere vloeistof (in totaal 275 liter formamide), opgeslagen naast de kookketel.

Het andere deel van de loods werd gebruikt als opslag van jerrycans en vaten die gevuld waren met afval van de productie van amfetamine. In dat deel van de loods werden de volgende voorwerpen aangetroffen:

  • -

    3 jerrycans die gevuld waren met een lichtgele olieachtige vloeistof. In twee van deze jerrycans werd - naar later bleek - in totaal 32,5 liter van een materiaal bevattende amfetamine aangetroffen;

  • -

    17 jerrycans met een inhoudsmaat van 25 liter, alle gevuld met aan de productie van amfetamine gerelateerd afval;

  • -

    10 klemdekselvaten, alle gevuld met aan de productie van amfetamine gerelateerd afval;

  • -

    gebruikt laboratorium glaswerk; rondbodemkolf en spiraalkoelers.

De productie van amfetamine volgens de Leukartmethode bestaat uit twee kookstappen:

1. het omzetten van de grondstoffen BMK en formamide in het tussenproduct

N-formylamfetamine én

2. het omzetten van dit tussenproduct in amfetamine.

Bij de tweede kookstap wordt het tussenproduct enkele uren gekookt met geconcentreerd zoutzuur waardoor amfetamine wordt gevormd. Daarna wordt een oplossing van caustic soda aan het reactiemengsel toegevoegd, waarna de ruwe amfetamineolie komt bovendrijven. De olielaag en de waterlaag worden van elkaar gescheiden; de olie wordt verder verwerkt en de waterlaag is afval. De ruwe amfetamine olie wordt meestal gezuiverd door middel van stoomdestillatie, waaruit een kleurloze of lichtgele olie wordt verkregen.

Het LFO constateerde op 24 maart 2016, omstreeks 21.00 uur, met een warmtebeeldcamera dat de RVS ketel die gebruikt was voor de stoomdestillatie (zuivering) van de ruwe amfetaminebase olie - dus de laatste fase van de tweede kookstap - nog warm was, namelijk 33⁰C, terwijl de omgevingstemperatuur 11⁰C was. De twee gemodificeerde gasflessen die gebruikt worden bij de stoomdestillatie waren ook nog 33⁰C, terwijl de omgevingstemperatuur 11⁰C was. De twee jerrycans, waar - naar later bleek - in totaal 32,5 liter van een materiaal bevattende amfetamine zat, waren ook warmer dan de omgevingstemperatuur, namelijk 21⁰C.

Het LFO constateerde dat de zuivering van de aangetroffen amfetaminebase (olie), zijnde de laatste fase van de 2e kookstap, vermoedelijk kort geleden had plaatsgevonden.4

In het deel van de loods dat als opslagruimte werd gebruikt, lagen twee gelaatsmaskers. Op een van deze gelaatsmaskers werd het DNA van [naam verdachte] aangetroffen.5

[naam verdachte] heeft bij de politie verklaard dat, toen hij op 24 maart 2016 vaten in de loods aan de [adres 1] in [adres 2] opende, daar damp vanaf kwam.6 Eigenlijk dampte en stoomde vrijwel alles in het laboratorium nog, aldus [naam verdachte] .7

Tussenconclusie :

De rechtbank stelt vast dat op 24 maart 2016 in de loods aan de [adres 1] in [adres 2] waarin [naam medeverdachte 1] , [naam medeverdachte 2] en [naam verdachte] werden aangehouden:

  • -

    onderdelen van een amfetaminelaboratorium werden aangetroffen, waarin kort geleden nog amfetamine was geproduceerd. De voorwerpen die nodig zijn bij de laatste stap van de tweede kookfase van amfetamine - het zuiveren van de ruwe amfetamine olie door middel van stoomdestillatie - waren namelijk warmer dan de omgevingstemperatuur. Ook de jerrycans waarin de amfetamineolie zat, waren warmer dan de omgevingstemperatuur;

  • -

    in totaal 33,3 liter van een materiaal bevattende amfetamine werd aangetroffen, te weten: 32,5 liter in twee witte jerrycans en 800 milliliter in een maatbeker;

  • -

    voorwerpen (onder meer een gedemonteerde opstelling ten behoeve van de eerste kookstap van amfetamine volgens de Leuckartmethode, maatbekers en gasbranders) en grondstoffen (onder meer caustic soda en mierenzuur) werden aangetroffen die gebruikt worden bij de productie van amfetamine.

Hoewel de politie heeft gerelateerd dat in een jerrycan, die gevuld was met 5 liter lichtgele olieachtige vloeistof, ook amfetamine zat, kan de rechtbank op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet vaststellen dat in deze jerrycan daadwerkelijk amfetamine zat. Niet is vast komen te staan dat de inhoud van déze jerrycan is bemonsterd en later is onderzocht door het NFI op de aanwezigheid van amfetamine. Slechts kan worden bewezen dat in de loods 33,3 liter amfetamine stond en niet - zoals onder feit 1 ten laste is gelegd - 38,3 liter.

De verklaring van medeverdachte [naam medeverdachte 1]

Tijdens de inval van de politie was [naam medeverdachte 1] aanwezig in de loods. Hij heeft bij de politie verklaard dat hij de loods van zijn vader aan de [adres 1] in [adres 2] aan een man heeft verhuurd. Op enig moment is [naam medeverdachte 1] met zijn vader bij de loods geweest en rook toen een chemische lucht. Toen [naam medeverdachte 1] binnen keek, zag hij ketels en gasflessen staan.

Volgens [naam medeverdachte 1] heeft hij, nadat hij de geur had geroken en de spullen had gezien, de huurder gebeld en gezegd dat alles opgeruimd moest worden. De man zou mensen regelen om op te ruimen. Deze personen kwamen al een paar dagen voor de inval. Het waren twee mannen. Dit waren dezelfde jongens die op 24 maart 2016 werden aangehouden. Die twee hadden een masker op. [naam medeverdachte 1] heeft ze ook gezien met een plastic overall. [naam medeverdachte 1] heeft een paar dagen meegeholpen met opruimen. Op 24 maart 2016 bevond [naam medeverdachte 1] zich in de loods. [naam medeverdachte 2] en [naam verdachte] waren daar ook.8

De rechtbank acht de verklaring van [naam medeverdachte 1] geloofwaardig. [naam medeverdachte 1] heeft namelijk van meet af aan bij de politie gedetailleerd en consistent over de loods. Zo heeft hij verklaard dat de jongens, zijnde [naam medeverdachte 2] en [naam verdachte] , in de loods een masker droegen. Dit specifieke detail komt overeen met het aangetroffen gelaatsmasker met daarop DNA van [naam verdachte] . Bovendien hebben [naam medeverdachte 2] en [naam verdachte] pas in een veel later stadium, nadat zij de beschikking kregen over het hele dossier, een verklaring afgelegd. Hoewel [naam medeverdachte 1] , die op zitting als getuige is gehoord, daar heeft verklaard dat hij [naam medeverdachte 2] en [naam verdachte] niet al enkele dagen, maar pas op 24 maart 2016 voor het eerst heeft gezien, heeft hij niet aangegeven waarom hij dat aanvankelijk - in twee verschillende verhoren bij de politie - wel heeft verklaard. Dat kennelijk alleen dat deel van zijn politieverklaringen, waarin hij [naam medeverdachte 2] en [naam verdachte] belast, onjuist op papier zou zijn gekomen, acht de rechtbank ongeloofwaardig. De rechtbank gebruikt de verklaringen die [naam medeverdachte 1] bij de politie heeft afgelegd dan ook voor het bewijs.

De aanwezigheid van [naam verdachte] in de loods en zijn verklaring daarover.

Op de zitting heeft [naam verdachte] verklaard dat hij door een derde werd benaderd om een klus te doen; hij moest wat dingen opruimen. Op 24 maart 2016 is [naam verdachte] , rond 05.00 uur, samen met iemand anders naar de loods in Kessel gegaan.9 Toen hij daar aankwam, zag hij dat hij een drugslaboratorium moest opruimen. Hij moest alles schoonmaken wat daar stond en de inhoud van volle kannen overgieten in vaten. Alles wat hij in zijn handen had, dampte. [naam verdachte] is - naar eigen zeggen - meer dan 8 uren bezig geweest met het opruimen. Hij heeft een gelaatsmasker gedragen tijdens het opruimen. Tussen het moment dat [naam verdachte] bij de loods arriveerde en het moment dat de politie binnenviel, is een busje bij de loods geweest. Daarin werden de spullen geladen. Deze bus werd helemaal volgeladen met spullen.

De verklaring van [naam verdachte] , inhoudende dat [naam verdachte] in de loods van heel vroeg in de ochtend (het was nog donker, aldus [naam verdachte] ) tot het moment van de politie-inval in de loods om 18:45 uur die avond in de loods heeft opgeruimd, met uitzondering van 2 tot 3 uur rust, is kennelijk leugenachtig. In de loods werd om 18.45 uur ’s avonds een kort geleden nog gebruikt amfetaminelaboratorium aangetroffen. Alle voorwerpen en grondstoffen die nodig zijn voor de productie van amfetamine volgens de Leuckart methode bevonden zich nog in de loods. Sterker nog: de voorwerpen die gebruikt worden bij de laatste fase van de tweede kookstap, zoals de RVS ketel en de gasflessen die gebruikt worden voor de verhitting van deze ketel, waren om 21.00 uur - ruim 2 uur nadat de politie de loods was binnengevallen - nog warm. Bovendien stond in de loods nog 33,3 liter warme amfetaminebase olie op het moment dat de politie binnenviel. Dit is evident in strijd met de verklaring van [naam verdachte] dat hij alleen maar heeft opgeruimd en schoongemaakt. Immers, welke spullen heeft [naam verdachte] dan opgeruimd van ongeveer 6 uur in de ochtend tot 18:45 uur ‘s avonds? Het kort geleden gebruikte laboratorium, alle benodigde grondstoffen én het eindproduct stonden nog in de loods. De verklaring van [naam verdachte] wordt bovendien weersproken door de foto’s van de loods die zich in het dossier bevinden. Daarop is te zien dat de gehele installatie voor de productie van amfetamine, zowel die voor de eerste, als die voor de tweede kookstap, nog aanwezig is en zonder veel moeite weer gebruikt kan worden. Dat er al allerlei spullen zouden zijn klaargezet om weggevoerd te worden en dat er zelfs al een busje met spullen zou zijn vertrokken, zoals [naam verdachte] op de zitting heeft verklaard, is dus niet juist.

Bovendien is in de lezing van [naam verdachte] niet te verklaren waarom vloeistoffen en gasflessen/branders nog warm waren. Immers, een gasfles blijft - na gebruik daarvan - niet nog 14 uur (tijd gelegen tussen 21.00 uur en tijdstip waarop [naam verdachte] zegt te zijn gearriveerd) warm. Die was dus niet al te lang voordat het LFO aan haar onderzoek begon

(’s avonds om 21.00 uur) nog gebruikt.

Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat bij de productie van synthetische verdovende middelen, zoals amfetamine, gebruik wordt gemaakt van het type gelaatsmaskers dat werd aangetroffen in de loods. Bij de productie van deze middelen komen namelijk giftige gassen vrij. De rechtbank leidt uit het aantreffen van deze gelaatsmaskers, mede bezien in de setting waarin deze zijn aangetroffen, namelijk in een loods waarin een in werking zijnd amfetaminelaboratorium werd aangetroffen, af dat de maskers zijn gebruikt bij de productie van amfetamine op 24 maart 2016.

Gelet op het voor gebruik gereed zijnde amfetaminelaboratorium dat in de loods stond, de aanwezigheid van alle grondstoffen die nodig zijn voor het maken van amfetamine, het feit dat een deel van de spullen die voor de laatste fase van bereiding van amfetamine gebruikt worden nog warm waren, de aanwezigheid van nog warme amfetaminebaseolie, de aanwezigheid van [naam medeverdachte 1] , [naam medeverdachte 2] en [naam verdachte] gedurende enkele dagen voorafgaand aan 24 maart 2016 en het feit dat [naam medeverdachte 2] en [naam verdachte] in die dagen een gasmasker en een overall droegen, is de rechtbank van oordeel dat [naam verdachte] een leugenachtige verklaring heeft afgelegd om de waarheid te bemantelen. Het bemantelen van de waarheid door [naam verdachte] kan slechts één doel hebben, namelijk om te verbloemen dat hij samen met [naam medeverdachte 2] amfetamine heeft geproduceerd.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat [naam verdachte] en [naam medeverdachte 2] samen amfetamine hebben vervaardigd op (in ieder geval) 24 maart 2016 en die dag samen met [naam medeverdachte 1] - die zich toen ook in de loods bevond - 33,3 liter amfetamine aanwezig hebben gehad. Ook heeft [naam verdachte] zich die dag, samen met [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] , schuldig gemaakt aan het plegen van voorbereidingshandelingen door voorwerpen en stoffen voorhanden te hebben voor de productie van amfetamine.

3.4

De bewezenverklaring

Met betrekking tot feit 1:

op 24 maart 2016, te [adres 2] , gemeente Peel en Maas, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft vervaardigd en/of bereid een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en opzettelijk aanwezig heeft gehad in totaal 33,3 liter van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Met betrekking tot feit 2:

op 24 maart 2016 te [adres 2] , gemeente Peel en Maas, tezamen en in vereniging met

anderen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde

amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te

bereiden en/of te bevorderen, voorhanden heeft gehad:

  • -

    jerrycans, inhoudende een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en

  • -

    jerrycans, inhoudende amfetamine gerelateerd afval en

  • -

    klemdekselvaten, inhoudende amfetamine gerelateerd afval en

  • -

    gebruikt laboratorium glaswerk, rondbodemkolf en spiraalkoelers en

  • -

    een gedemonteerde opstelling ten behoeve van de stoomdestillatie, zuivering, bestaande uit een RVS kookketel, inhoudsmaat ongeveer 80 liter, met bijbehorende RVS koeler gekoppeld aan een steun en

  • -

    een maatbeker, inhoud 5 liter, gevuld met vloeistof, zijnde een hoeveelheid materiaal bevattende amfetamine en

  • -

    een gedemonteerde opstelling ten behoeve van de eerste kookstap van amfetamine, Leuckart methode, bestaande uit een gebruikte en vervuilde grote RVS kookketel, inhoudsmaat 475 liter, voorzien van een RVS koeler en

  • -

    een klemdekselvat, 200 liter, gevuld met een licht zure vloeistof en

  • -

    gebruikte en vervuilde gemodificeerde gasflessen ten behoeve van stoomdestillatie en

  • -

    maatbekers en een RVS pollepels;

  • -

    een gebruikte en vervuilde glazen rondbodemkolf, 20 liter en

  • -

    een koolstoffilter en

  • -

    een afzuigunit en

  • -

    diverse stukken gasslang met reduceerventiel en

  • -

    diverse stukken waterslang/afvoerslang en

  • -

    een gebruikte en vervuilde dompelpomp en

  • -

    gasbranders en

  • -

    gasflessen, propaan en

  • -

    zakken caustic soda, totaal 264 kg en

  • -

    een jerrycan en een schroefdekselvat, inhoudende een rokende zure vloeistof, zoutzuur, totaal 50 liter, opgeslagen naast de RVS kookketel en

  • -

    jerrycans, 25 liter, inhoudende een zure heldere vloeistof, mierenzuur, 90 liter, opgeslagen naast de kookketel;

  • -

    jerrycans, inhoudende een heldere vloeistof, formamide, totaal 275 liter, opgeslagen naast de kookketel,

waarvan verdachte en verdachtes mededaders wisten, dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Met betrekking tot feit 1:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod,

in eendaadse samenloop gepleegd met:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod,

in eendaadse samenloop gepleegd met:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder D van de Opiumwet gegeven verbod.

Met betrekking tot feit 2:

medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden heeft, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met alle persoonlijke omstandigheden van verdachte.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft, samen met anderen, op 24 maart 2016 amfetamine geproduceerd in een loods in [adres 2] . In die loods lag ook - in totaal - 33,3 liter amfetamine. Daarnaast heeft verdachte zich op 24 maart 2016 samen met anderen schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen in het kader van de Opiumwet. In de loods waren namelijk alle voorwerpen en grondstoffen aanwezig die gebruikt worden bij de productie van amfetamine.

Het produceren van amfetamine en het plegen van voorbereidingshandelingen van de productie daarvan zijn zeer ernstige strafbare feiten. De opslag van chemicaliën en de uiteindelijke productie van synthetische drugs brengen namelijk gevaren met zich mee. Zo bestaat er gevaar voor brand, ontploffing of het vrijkomen van giftige stoffen. Ook gaat de productie van en de handel in harddrugs gepaard met diverse vormen van criminaliteit. Bovendien leveren deze harddrugs voor gebruikers ernstige gezondheidsrisico’s op.

Het is de rechtbank bekend dat in vergelijkbare zaken veelal als uitgangspunt voor het bestraffen van de productie van amfetamine een gevangenisstraf van 2 tot 3 jaar wordt opgelegd.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank mede gelet op de inhoud van zijn strafblad, waaruit blijkt dat hij in 2015 is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 jaar voor onder meer het medeplegen van voorbereidingshandelingen in het kader van de Opiumwet. De rechtbank houdt hier in strafverzwarende zin rekening mee.

Ook heeft de rechtbank gelet op het reclasseringsadvies van 9 mei 2016. Ten tijde van het plegen van het bewezenverklaarde, bevond verdachte zich in de voorlopige invrijheidstelling van zijn eerdere veroordeling en stond hij onder toezicht van de reclassering. Gelet daarop is de reclassering van mening dat zij weinig invloed heeft kunnen hebben op het inperken van de recidive. Hoewel verdachte net werk had gevonden en zijn zoontje was geboren, heeft verdachte er toch voor gekozen om zich weer met een amfetaminelaboratorium in te laten. De kans dat verdachte opnieuw strafbare feiten pleegt, wordt door de reclassering als hoog ingeschat. Op de zitting heeft verdachte aangegeven dat het op dit moment goed met hem gaat; hij heeft diverse diploma’s gehaald waarmee hij als chauffeur aan de slag kan gaan. De instelling Second Chance Force helpt hem bij het vinden en behouden van een baan. Hij is het bedrag dat hij moet terugbetalen aan wederrechtelijk verkregen voordeel (uit de zaak van 2015) aan het terugbetalen.

Al met al is de rechtbank van oordeel dat de ernst van de bewezenverklaarde feiten zo groot is dat zonder meer een onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd. Dit zal een hogere straf zijn dan door de officier van justitie is geëist. De officier van justitie heeft ter onderbouwing van zijn strafeis verwezen naar een, volgens hem vergelijkbare, zaak (parketnummer 03/703795-08, vonnis van de rechtbank Maastricht van 29 mei 2009). Dit betrof een zaak waarin - na een brand - in een woning voorwerpen en stoffen werden aangetroffen die geschikt zijn voor de productie van amfetamine. In die zaak werd bewezen dat verdachte op één dag voorbereidingshandelingen in het kader van de Opiumwet heeft verricht. In deze zaak acht de rechtbank bewezen dat verdachte, samen met anderen, op één dag amfetamine heeft geproduceerd en aanwezig heeft gehad én dat hij die dag voorwerpen en grondstoffen voorhanden heeft gehad voor de productie van amfetamine, dus voorbereidingshandelingen heeft verricht. Dit betekent dat in deze zaak een hoger strafmaximum geldt, namelijk 8 jaar in plaats van 6 jaar, omdat de rechtbank de productie van amfetamine bewezen acht. De rechtbank zal dus aansluiting zoeken bij de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd, zoals gezegd: een gevangenisstraf van 2 of 3 jaar.


Strafverhogend werkt de omstandigheid dat verdachte eerder al is veroordeeld tot een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor het plegen van drugsfeiten. Ten tijde van de bewezenverklaarde feiten was verdachte nota bene voorlopig in vrijheid gesteld van een gevangenisstraf van 2 jaar die hij had gekregen voor het overtreden van de Opiumwet. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Alles afwegende acht de rechtbank het passend en geboden dat aan verdachte een gevangenisstraf van 3 jaar wordt opgelegd met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 47, 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd.

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar.

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 3 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Holthuis, voorzitter, mr. B.G.L. van der Aa en

mr. C.G.A. Wouters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.W.J. Reuvers, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 december 2016.

Buiten staat:

mr. Holthuis is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 24 maart 2016, te [adres 2] , gemeente Peel en Maas, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervaardigd en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of aanwezig heeft gehad (in totaal) 38,3 liter amfetamine, althans een

hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 24 maart 2016 te [adres 2] , gemeente Peel en Maas, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde

amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen, (ondermeer) voorhanden heeft gehad:

  • -

    één of meer, jerrycan(s), inhoudende een hoeveelheid amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of

  • -

    één of meer, jerrycan(s), inhoudende amfetamine gerelateerd afval en/of

  • -

    één of meer, klemdekselvat(en), inhoudende amfetamine gerelateerd afval en/of

  • -

    (gebruikt) laboratorium glaswerk (rondbodemkolf en/of spiraalkoelers) en/of

  • -

    een gedemonteerde opstelling ten behoeve van de stoomdestillatie (zuivering) bestaande uit een RVS kookketel (inhoudsmaat ongeveer 80 liter) met bijbehorende RVS koeler gekoppeld aan een steun en/of

  • -

    één of meer, maatbeker(s) (inhoud 5 liter), gevuld met vloeistof, zijnde amfetamine en/of een hoeveelheid materiaal bevattende amfetamine en/of

  • -

    een gedemonteerde opstelling ten behoeve van de eerste kookstap van amfetamine (Leuckart methode) bestaande uit een gebruikte en vervuilde grote RVS kookketel (inhoudsmaat 475 liter) voorzien van een RVS koeler en/of

  • -

    één of meer, klemdekselvat(en) (200 liter) (gevuld met een licht zure vloeistof) en/of

  • -

    één of meer, gebruikte en vervuilde gemodificeerde gasflessen ten behoeve van stoomdestillatie en/of

  • -

    één of meer, maatbeker(s) en/of RVS pollepel(s) en/of

  • -

    een gebruikte en vervuilde glazen rondbodemkolf (20 liter) en/of

  • -

    een koolstoffilter en/of

  • -

    een afzuigunit en/of

  • -

    diverse stukken gasslang met reduceerventiel en/of

  • -

    diverse stukken waterslang/afvoerslang en/of

  • -

    een gebruikte en vervuilde dompelpomp en/of

  • -

    één of meer, gasbrander(s) en/of

  • -

    één of meer, gasfles(sen) (propaan) en/of

  • -

    één of meer, zakken caustic soda (totaal 264 kg) en/of

  • -

    een jerrycan en een schroefdekselvat, inhoudende een rokende zure vloeistof (zoutzuur, totaal 50 liter) (opgeslagen naast de RVS kookketel) en/of

  • -

    één of meer, jerrycan(s) (25 liter), inhoudende een zure heldere vloeistof (mierenzuur, 90 liter) (opgeslagen naast de kookketel);

  • -

    één of meer, jerrycan(s), inhoudende een heldere vloeistof (formamide, totaal 275 liter) (opgeslagen naast de kookketel),

waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en).

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/659111-16

Proces-verbaal van de openbare zitting van 20 december 2016 in de zaak tegen:

[Verdachte] ,

geboren te [geb66rtegegevens verdachte] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

Raadsman is mr. M.F.M. Geeratz, advocaat te Venlo.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

, griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is wel/niet in de zittingzaal aanwezig.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen veertien dagen hoger beroep kan instellen.

Dit proces-verbaal is vastgesteld en ondertekend door de rechter en de griffier.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie, Districtsrecherche Noord- en Midden Limburg, proces-verbaalnummer 2016052976, gesloten d.d. 5 augustus 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 294.

2 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 maart 2016, pagina 124 en het proces-verbaal bevindingen ondersteuning LFO d.d. 28 maart 2016, pagina 183..

3 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 maart 2016, pagina 20.

4 Proces-verbaal d.d. 28 maart 2016, pagina’s 176 tot en met 184 (SIN AAEI5944NL en AAEI5945NL, zijnde monsters uit witte jerrycans gevuld met respectievelijk 20 en 12,5 liter lichtgele olieachtige vloeistof en AAEI5946NL, zijnde een monster uit een maatbeker met daarin 800 ml van een lichtgele olieachtige vloeistof), een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut. Drugsonderzoek aan materiaal aangetroffen op de [adres 1] in [adres 2] , 24 maart 2016 d.d. 27 mei 2016 (betreffende SIN AAEI5944NL en AAEI5945NL), pagina’s 223, 227 en 228 en een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut. Drugsonderzoek aan materialen aangetroffen op de [adres 1] in [adres 2] , 24 maart 2016 d.d. 30 mei 2016, pagina’s 213, 217 en 218 (betreffende SIN AAEI5946NL).

5 Proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 10 juni 2016, pagina’s 241 en 242 (SIN AAIN0062NL, gelaatsmasker en AAII9097NL, bierblikje), proces-verbaal identificatie naar aanleiding van DNA-sporen d.d. 4 augustus 2016, pagina’s 253 en 254 (SIN AAII9097NL) en proces-verbaal identificatie naar aanleiding van DNA-sporen d.d. 4 augustus 2016, pagina’s 261 en 262 (SIN AAIN0062NL).

6 Proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte [naam verdachte] d.d. 13 juli 2016, pagina’s 50 en 51.

7 Verklaring van verdachte, als afgelegd ter terechtzitting van 6 december 2016.

8 Proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte [naam medeverdachte 1] d.d. 25 maart 2016, pagina’s 105 en 106 en proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte [naam medeverdachte 1] d.d. 1 april 2016, pagina’s 113 en 114.

9 Verklaring van verdachte, als afgelegd ter terechtzitting van 6 december 2016.