Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:10687

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
08-12-2016
Datum publicatie
15-12-2016
Zaaknummer
AWB - 16 _ 159u
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vaststelling waardering functie van griffier.

De functieomschrijving van de functie van griffier is vastgesteld en ter waardering voorgelegd aan Capgemini. Als methode voor de functiebeschrijving en waardering is gekozen voor het ODRP-functiewaarderingssysteem 2008. Eisers beroepsgronden hebben betrekking op hoofdgroepindeling en de toegekende scores op de onderdelen Functionele vorming en keuzemogelijkheden. De rechterlijke toetsing bij functiewaardering is terughoudend. Verweerders ingenomen standpunten ten aanzien van de door eiser aangevoerde beroepsgronden zijn niet onhoudbaar. Het beroep is ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK limburg

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB/ROE 16/159

Uitspraak van de meervoudige kamer van 7 december 2016 in de zaak tussen

[eiser], te [woonplaats], eiser

(gemachtigde: mr. M.W. Fransen),

en

De werkgeverscommissie van de Raad van de gemeente Horst aan de Maas, verweerder

(gemachtigde: mr. M.L.M. van de Laar).

Procesverloop

Bij besluit van 15 juli 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder de waardering van de functie van griffier vastgesteld.

Bij besluit van 17 december 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 september 2016.

Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser is per 1 januari 2010 benoemd in de functie van griffier bij de gemeente Horst aan de Maas. Eiser heeft bij brief van 2 december 2013 een formeel verzoek ingediend over zijn rechtspositie en heeft verweerder verzocht om zijn salaris met ingang van 1 januari 2014 te bepalen op schaal 14, periodiek 11. Op 14 juli 2015 is de functieomschrijving van de functie van griffier vastgesteld en ter waardering voorgelegd aan Capgemini Nederland B.V. (hierna: Capgemini). Als methode voor de functiebeschrijving en –waardering is gekozen voor het ODRP-functiewaarderingssysteem 2008.

2. Bij het primaire besluit heeft verweerder besloten tot vaststelling van de functiewaardering van griffier. De functie is gewaardeerd op functieschaal 13 en dit is gebaseerd op het Motiveringsrapport Functiewaardering van Capgemini. Eiser heeft tegen de vaststelling van de functieomschrijving en de functiewaardering bezwaar gemaakt. Het bezwaar tegen de functieomschrijving heeft eiser later ingetrokken.

3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Verweerder verwijst voor zijn motivering naar het advies van de commissie voor de behandeling van bezwaarschriften en klachten (hierna: commissie) van 1 december 2015, waarin onder andere is opgemerkt dat verweerder voor wat betreft de motivering van de waardering van de functie kon verwijzen naar het rapport van Capgemini.

4. Eiser voert in beroep aan dat de motivering van het besluit met een verwijzing naar het advies van Capgemini niet afdoende is. Eiser heeft gespecificeerd en gemotiveerd aangegeven waarom hij van mening is dat hij ingedeeld moet worden in hoofdgroep VI, waarom de puntenscore per subcategorie niet juist is en waarom de puntenscore anders moet zijn, gelet op de vastgestelde functieomschrijving. Eiser is van mening dat de hoofdgroep VI op de functie van griffier van toepassing is mede gelet op de omschrijving “het functioneren als intermediair tussen de politieke en ambtelijke organisatie”. Dat is wat eiser in zijn functie als griffier doet. Verweerder had dit punt moeten weerleggen en heeft niet louter kunnen volstaan met een verwijzing naar het advies van Capgemini. Indien indeling in hoofdgroep VI plaatsvindt dient eiser met een score van tussen de 13 en 15 gewaardeerd te worden waardoor hij met ingang van 1 januari 2014 in schaal 14 geplaatst dient te worden. Indien eiser in de hoofdgroep V ingedeeld dient te worden is volgens eiser de puntenscore per subcategorie niet juist en heeft verweerder de gehanteerde score ook niet juist gemotiveerd. Eiser is voor wat betreft de subcategorie leidinggeven terecht gewaardeerd met een puntenscore van 2. Eiser is echter van mening dat hij op alle andere subcategorieën, waaronder Functionele vorming en Keuzemogelijkheden, maximaal dient te scoren. Verweerder is in het besluit niet ingegaan op de door eiser aangevoerde argumenten, bijvoorbeeld aangaande het aantal jaren ervaring en aantal raadsperiodes. Eiser is van mening dat de functie van griffier ingedeeld dient te worden in schaal 14 en dat hij met ingang van 1 januari 2014 in schaal 14 geplaatst dient te worden. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft eiser nog gewezen op een brief van 27 juli 2011 van de Nederlands Vereniging voor Raadsleden en de Vereniging van Griffiers.

5. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het bestreden besluit voldoende is gemotiveerd. Ten aanzien van het motiveringsrapport van Capgemini merkt verweerder het navolgende op. Eisers standpunt dat hoofdgroep VI op de functie van griffier van toepassing is vanwege de zinsnede “het functioneren als intermediair tussen de politieke en ambtelijke organisatie” is, gelet op de toelichting bij de omschrijving van hoofdgroep VI, onjuist. Eiser staat aan het hoofd van de griffie die naast eiser uit drie (deeltijd-) medewerkers bestaat.
Dat eiser als griffier tussen de politieke en ambtelijke organisatie staat doet daaraan volgens verweerder niet af. Eisers verwijzing naar de brief van 27 juli 2011 ontgaat verweerder. Deze brief heeft betrekking op het functiewaarderingssysteem HR21, dat verweerder niet gebruikt.

Verweerder betwist verder dat eiser in de subcategorieën Functionele vorming en Keuzemogelijkheden de maximale score toegekend dient te worden. De functieomschrijving is voorgelegd aan Capgemini, dat eigenaar en licentiehouder is van het ODRP-functiewaarderingssysteem. De functiewaardering heeft betrekking op de zwaarte van de werkzaamheden en niet op de waardering van de wijze waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd. De basis voor de functiewaardering is de functieomschrijving. Deze is op 14 juli 2015 vastgesteld en hierin kon eiser zich vinden.

6. Op 27 juni 2016 heeft verweerder aanvullend verweer ingediend. Verweerder heeft Capgemini het eerder ingediende verweerschrift voorgelegd. Capgemini heeft hierop op 2 juni 2016 aanvullend gereageerd. Volgens de benchmark van Capgemini is de indeling van de griffiers-functie in Horst aan de Maas in schaal 13 passend.

7. De rechtbank overweegt als volgt.

8. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 21 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:247) is de rechterlijke toetsing bij functiewaardering terughoudend. De rechter moet beoordelen of de waardering op voldoende gronden berust. Dit betekent dat de bestreden waardering niet in stand kan blijven als deze onhoudbaar is. Daarvoor is ontoereikend dat een andere waardering op zichzelf verdedigbaar is.

9. Tussen partijen is niet in geschil dat als uitgangspunt voor de waardering van de functie van griffier de functiebeschrijving van 14 juli 2015 dient te worden genomen.

10. Verweerder heeft de functie van eiser – onder toepassing van het ODRP-functiewaarderingssysteem 2008– ingedeeld in schaal 13. Uit de in verweerders gemeente gehanteerde conversietabel blijkt dat indeling in schaal 13 plaats vindt bij een score van 16 en 17 punten, bij indeling in hoofdgroep V. De waardering van de functie van griffier is als volgt vastgesteld:

  • -

    Hoofdgroep V

  • -

    Functionele vorming: score 3 (van 4),

  • -

    Handelingsvrijheid: score 4 (van 4),

  • -

    Keuzemogelijkheden: score 3 (van 4),

  • -

    Leidinggeven: score 2 (van 4) en

  • -

    Contact: score 4 (van 4).

De beroepsgronden van eiser hebben betrekking op hoofdgroepindeling (op de functie van griffier is Hoofdgroep VI van toepassing en niet hoofdgroep V) en de toegekende scores op de onderdelen Functionele vorming en Keuzemogelijkheden (eiser is van mening dat die scores 4 moeten zijn in plaats van 3).

10.1

Ten aanzien van hoofdgroepindeling

In de toelichting van het ODRP-functiewaarderingssysteem is onder hoofdgroep V het volgende vermeld:

Werkzaamheden waarbij de vereiste bekwaamheid vooral de kwaliteit van analytisch, synthetisch-methodisch denken betreft, alsmede creativiteit en onafhankelijke oordeelsvorming. De werkzaamheden omvatten onder andere het uitwerken van beleidsideeën (prognose, planning, onderzoek), het ontwikkelen van beleidslijnen op een breed terrein en op lange termijn. Daarnaast betreft het standpuntbepaling en belangenbehartiging in contacten met maatschappelijke groeperingen, in commissies enz., ook internationaal, in het (mede) geven van richting aan de ontwikkeling van grote technische of maatschappelijke projecten. Werkzaamheden in de sfeer van bestuur en beleid op onderscheiden terreinen van overheidszorg/bedrijfsvoering/(toegepaste) wetenschapsbeoefening. De benodigde bekwaamheid kan worden verkregen middels afronding van een wetenschappelijke studie (WO-Masterniveau).

Te denken valt aan:

  • -

    hoofden van zeer grote afdelingen;

  • -

    hoofden van kleine tot middelgrote sectoren;

  • -

    directeuren van kleinere organisaties;

  • -

    concerncontrollers.

In diezelfde toelichting is onder hoofdgroep VI het volgende vermeld:

Werkzaamheden waarbij de bekwaamheid deskundigheid betreft op een theoretisch, fundamenteel gebied alsmede het hebben van diepgaand inzicht in politiek-bestuurlijke, sociaal-maatschappelijke, wetenschappelijke of bedrijfsstructuren. De werkzaamheden betreffen (integraal, operationeel, sectoraal of specialistisch) management ten aanzien van een afgerond terrein van (overheids)bestuur, aansturing van een omvangrijke dienst / instelling / sector dan wel het fungeren als intermediair tussen de politieke organisatie en de ambtelijke organisatie. De werkzaamheden hebben als doel het realiseren van een geheel van (beleids)doelstellingen die op politiek-bestuurlijk, maatschappelijk en/of wetenschappelijk strategisch niveau zijn vastgesteld. De wijze van uitvoering en de te bereiken resultaten hebben een duidelijke, veelal duurzame invloed op het functioneren van de maatschappij, het overheidsapparaat en/of de omvangrijke delen van de samenleving. De benodigde bekwaamheid kan worden verkregen middels afronding van een wetenschappelijke opleiding (WO-Masterniveau), aangevuld met 7 jaar aanvullende school- en/of praktijkopleiding (ruime managementervaring en/of wetenschappelijke ervaring; voltooide tweede-fase-opleiding).

Te denken valt aan:

  • -

    hoofden van zeer grote, zware beleids- en technische afdelingen;

  • -

    hoofden van grote tot zeer grote sectoren;

  • -

    directeuren van middelgrote tot grote organisaties;

  • -

    het leiden van zware beleids- en staforganen, wetenschappelijke instituten of diensten.

Eiser heeft in dat verband met name betoogd dat zijn functie voldoet aan het in de toelichting bij hoofdgroep VI genoemde aspect van het zijn van intermediair tussen de politieke en de ambtelijke organisatie. Dat is echter slechts één aspect dat in die toelichting wordt genoemd, waarbij aangetekend wordt dat eisers functie er een in een relatief kleine gemeente is. Dat die gemeente is samengesteld uit 16 voormalige zelfstandige kernen doet daaraan niet af. Van de aanwezigheid van de overige in die toelichting genoemde aspecten is in eisers functie niet gebleken. Het standpunt van verweerder is dan ook niet onhoudbaar.

10.2

Ten aanzien van Functionele vorming en Keuzemogelijkheden

Eiser heeft aangevoerd dat op deze onderdelen de maximale score toegekend moet worden. Hij heeft daarbij met name gewezen op de voor de functie noodzakelijke (ruime) ervaring, die tevens tot uitdrukking komt bij de deelaspecten kennis en ervaring en inzicht, en het feit dat eiser –bij het aspect Keuzemogelijkheden– eindverantwoordelijk is. Verweerder heeft ter weerlegging van het door eiser gestelde gewezen op een nadere reactie van Capgemini, gedateerd 2 juni 2016. De rechtbank komt ook hier tot de conclusie dat, mede gelet op die toelichting, niet gezegd kan worden dat verweerders standpunt in dezen onhoudbaar is.

10.3

Aan de door eiser overgelegde stukken (vacatures van griffierfuncties bij andere gemeentes en de daarbij gegeven salarisindicatie) komt geen betekenis toe. De functie van raadsgriffier kan per gemeente verschillen, terwijl voor de waardering van die functies ook andere functiewaarderingssystemen (kunnen) zijn gebruikt.

11. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Bruijnzeels (voorzitter), en mr. M.A.H. Span-Henkens en mr. T.G. Klein, leden, in aanwezigheid van B. van Dael, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 december 2016.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op: 8 december 2016

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.