Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:10587

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
06-12-2016
Datum publicatie
08-12-2016
Zaaknummer
C/03/227526 / KG ZA 16-548
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Non-concurrentiebeding in arbeidsovereenkomst. Geen matiging in kort geding. Werknemer is helpdeskmedewerker. Niet aannemelijk dat de klanten voor een andere leverancier zullen kiezen omdat werknemer daar is gaan werken. Niet aannemelijk dat een helpdeskmedewerker specifieke kennis heeft van de bedrijfsvoering van zijn werkgever waaraan een concurrent een concurrentievoordeel zou kunnen ontlenen. Ook in dit geval is onvoldoende concreet gemaakt welke specifieke kennis werknemer heeft die nieuwe werkgever een specifiek voordeel kan geven bij het verwerven van klanten. Geen substantiële investeringen in de opleiding en deskundigheid van werknemer. Ook geen andere concrete omstandigheden die voor werkgever een zwaarwegend belang opleveren om werknemer te houden aan het non-concurrentiebeding. Grondrecht op vrijheid van arbeidskeuze. Daarnaast belang werknemer om na twaalf jaar dienstverband in zijn eigen functie van helpdeskmedewerker te gaan werken bij bedrijf van zijn keuze tegen een hoger loon en meer vakantie. Conclusie dat werknemer door het non-concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld, in aanmerking genomen dat werkgever geen zwaarwegend belang heeft bij de nakoming van dat beding. Schorsing beding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/3721
AR-Updates.nl 2016-1394
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/227526 / KG ZA 16-548

Vonnis in kort geding van 6 december 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TCC THE COMPUTER COMPANY BV,

gevestigd te Maastricht,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. F.H.I. Hundscheid te Sittard,

tegen

1 [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] ,

wonend te [woonplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KEMBIT SERVICES BV,

gevestigd te Wijnandsrade,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

gemachtigde mr. N. Liebregts te Geldrop.

Partijen zullen hierna TCC, [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en Kembit genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de mondelinge behandeling op 24 november 2016

  • -

    de pleitnota van TCC

  • -

    de pleitnota van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en Kembit

  • -

    de eis in reconventie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] is geboren op [geboortedatum] . Op 18 februari 2004 is hij voor de bepaalde tijd van zes maanden in dienst getreden van TCC Electronic Publishing & Laserprinting B.V. in de functie van helpdeskmedewerker. Met ingang van 18 augustus 2004 is een nieuwe arbeidsovereenkomst voor de duur van zes maanden aangegaan, die op schrift is gesteld en door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] is ondertekend. Artikel 11 van de arbeidsovereenkomst luidt:

‘(b) Het is werknemer verboden om zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van werkgever binnen een tijdvak van twee jaren na het beëindigen van de dienstbetrekking in dienst te treden bij een onderneming gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan de onderneming van de werkgever.

(..)

(d) Bij overtreding van het in dit artikel onder a, b en c omschreven verbod verbeurt werknemer ten behoeve van werkgever een onmiddellijk opeisbare boete groot: Euro 2.500,- (..), vermeerderd met Euro 100,- (..) voor iedere dag waarop de overtreding van dit verbod voortduurt, onverminderd het recht van werkgever om volledige schadevergoeding te vorderen’.

De arbeidsovereenkomst is na ommekomst van de bepaalde tijd voortgezet.

De functie van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] werd laatstelijk aangeduid als Technical Support Engineer.

Het laatstverdiende loon bedroeg € 1.942,- bruto per maand.

2.2.

Bij brief van 29 februari 2016 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 31 maart 2016. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] heeft daarin meegedeeld dat hij het voornemen had om bij Kembit te gaan werken. De directeur van TCC, [naam directeur TCC] , heeft de brief na ontvangst ondertekend.

2.3.

Op 7 maart 2016 hebben [naam directeur TCC] en [naam directeur Kembit] , directeur van Kembit, met elkaar gesproken over de indiensttreding van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] bij Kembit.

2.3.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] is op 1 april 2016 bij Kembit in dienst getreden in de functie van Medewerker Managed Service Center, tegen een loon van € 2.150,- bruto per maand.

2.4.

Bij brief van 26 juli 2016 heeft TCC [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] gesommeerd zijn werkzaamheden voor Kembit te staken en een boete te betalen. Bij brief van 26 juli 2016 heeft TCC Kembit meegedeeld dat zij Kembit aansprakelijk houdt voor de schade die zij lijdt doordat Kembit gebruik maakt van de wanprestatie van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] .

3 Het geschil in conventie

3.1.

TCC vordert samengevat - voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, dat:

  • -

    [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] wordt geboden zijn dienstverband met Kembit te staken, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

  • -

    [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] wordt veroordeeld tot betaling van een voorschot op boete van € 19.000,-, met wettelijke rente,

  • -

    Kembit wordt veroordeeld om het dienstverband met [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] te beëindigen, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

  • -

    Kembit wordt verboden [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] tot en met 31 maart 2018 werkzaamheden voor haar te laten verrichten, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

  • -

    Kembit wordt veroordeeld tot betaling van een voorschot op schadevergoeding van

€ 24.000,-, met wettelijke rente,

- [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en Kembit hoofdelijk worden veroordeeld in de proceskosten, met nakosten en wettelijke rente.

3.2.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en Kembit voeren verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in voorwaardelijke reconventie

4.1.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en Kembit vorderen samengevat - voorwaardelijk, dat wil zeggen voor het geval TCC rechten aan het non-concurrentiebeding kan ontlenen, en uitvoerbaar bij voorraad, dat:

  • -

    primair het non-concurrentiebeding wordt gematigd,

  • -

    subsidiair het non-concurrentiebeding wordt geschorst, met bepaling dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] geen boetes zal verbeuren gedurende de periode dat het beding is geschorst,

  • -

    meer subsidiair TCC wordt veroordeeld tot betaling van een voorschot op de vergoeding ex artikel 7:653 lid 5 (oud) BW van € 2.500,- netto per maand,

  • -

    TCC wordt veroordeeld in de proceskosten, met nakosten en wettelijke rente.

4.2.

TCC voert verweer.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie en in voorwaardelijke reconventie

5.1.

Het spoedeisende belang bij de gevraagde voorzieningen volgt uit de aard van de zaak.

Ten aanzien van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1]

5.2.

De voorzieningenrechter ziet aanleiding eerst de voorwaardelijke vorderingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] te bespreken. De vorderingen van TCC moeten immers worden afgewezen, indien TCC rechten kan ontlenen aan het non-concurrentiebeding waarop zij haar vorderingen heeft gegrond, maar het beding moet worden gematigd of geschorst, zoals [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] voorwaardelijk heeft gevorderd.

5.3.

Ingevolge artikel XXIIc van de Wet werk en zekerheid is op het non-concurrentiebeding het recht van toepassing zoals dit gold tot 1 januari 2015. De vorderingen in voorwaardelijke reconventie moeten daarom worden beoordeeld aan de hand van het bepaalde in artikel 7:653 (oud) BW.

5.4.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] heeft in voorwaardelijke reconventie primair de matiging van het non-concurrentiebeding gevorderd. Matiging houdt in dat het beding geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd. De vernietiging van het beding kan echter niet bij voorlopige voorziening worden uitgesproken.

5.5.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] heeft subsidiair gevorderd dat (de werking van) het beding wordt geschorst. Schorsing van het beding is aangewezen indien er reden is om aan te nemen dat in een bodemprocedure het beding geheel of gedeeltelijk zal worden vernietigd. Bij de vraag of het beding geheel of gedeeltelijk moet worden vernietigd, zal de bodemrechter moeten beoordelen of [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] door het non-concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld, in verhouding tot het belang dat TCC bij het beding heeft. In het onderhavige geval zijn voor die beoordeling de volgende omstandigheden van doorslaggevende betekenis.

5.6.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] was en is helpdeskmedewerker, zoals ter zitting is gebleken. De benamingen die zijn functie bij TCC heeft gekregen en die zijn huidige functie bij Kembit heeft, zijn verder niet relevant. Het werk van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] als helpdeskmedewerker bestaat voornamelijk uit het beantwoorden van vragen van (eind)gebruikers en ICT-medewerkers van klanten van zijn werkgever en het oplossen van problemen waarmee zij te maken hebben bij het gebruik van door de werkgever geleverde en/of onderhouden ICT-systemen. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] is niet betrokken bij werkzaamheden van commerciële aard. Welke kwaliteiten [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] ook heeft als helpdeskmedewerker, het is niet aannemelijk dat de klanten van TCC voor een andere leverancier zullen kiezen omdat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] daar is gaan werken. In de praktijk is sinds de indiensttreding van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] bij Kembit ook nog geen enkele klant van TCC naar Kembit overgestapt. Wat betreft de aanbestedingen die grote klanten volgens TCC in 2017 zullen uitschrijven, is eveneens onaannemelijk dat de positie van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] bij de gunning een rol zal spelen, alleen al omdat een dienstverband met [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] niet tot de gunningscriteria zal behoren. Het is dus niet aannemelijk dat de overstap van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] naar Kembit een reëel risico voor TCC meebrengt dat haar klanten ook naar Kembit zullen overstappen. In zoverre heeft TCC geen zwaarwegend belang bij handhaving van het non-concurrentiebeding.

5.7.

De volgende vraag is of er wel een reëel risico is dat Kembit een concurrentievoordeel heeft bij het verwerven van klanten doordat zij zal kunnen profiteren van specifieke kennis die [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] heeft van de bedrijfsvoering van TCC. Het is niet zonder meer aannemelijk dat een helpdeskmedewerker specifieke kennis heeft van de bedrijfsvoering van zijn werkgever waaraan een concurrent een concurrentievoordeel zou kunnen ontlenen. Ook in dit geval is onvoldoende concreet gemaakt welke specifieke kennis [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] heeft die Kembit een specifiek voordeel kan geven bij het verwerven van klanten. Ook in zoverre heeft TCC geen zwaarwegend belang bij handhaving van het non-concurrentiebeding.

5.8.

TCC heeft ten slotte nog aangevoerd dat zij belang heeft bij het non-concurrentiebeding omdat zij heeft geïnvesteerd in de opleiding en deskundigheid van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] . Desgevraagd heeft TCC daarover ter zitting verklaard dat het gaat om kennis van applicaties waarmee TCC werkte en interne kennisbijeenkomsten. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] heeft geen externe opleidingen gevolgd. Hieruit valt op te maken dat het in hoofdzaak gaat om het bijhouden van kennis ten behoeve van het dagelijkse werk als helpdeskmedewerker, waarvoor geen substantiële investeringen waren vereist. Er kan daarom niet worden aangenomen dat TCC vanwege dergelijke investeringen een zwaarwegend belang heeft bij handhaving van het non-concurrentiebeding.

5.9.

Andere concrete omstandigheden die voor TCC een zwaarwegend belang opleveren om [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] te houden aan het non-concurrentiebeding, zijn niet naar voren gebracht of aannemelijk geworden.

5.10.

Aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] staat daar tegenover het grondrecht op vrijheid van arbeidskeuze. Daarnaast mag het belang van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] om na twaalf jaar dienstverband bij TCC in zijn eigen functie van helpdeskmedewerker te gaan werken bij het bedrijf van zijn keuze tegen een hoger loon en meer vakantie, zwaarwegend worden genoemd.

5.11.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] door het non-concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld, in aanmerking genomen dat TCC geen zwaarwegend belang heeft bij de nakoming van dat beding. Het valt daarom te verwachten dat in een bodemprocedure het beding geheel of gedeeltelijk zal worden vernietigd. De voorzieningenrechter ziet hierin aanleiding het beding te schorsen en te bepalen dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] geen boete zal verbeuren gedurende de periode dat het beding is geschorst, alles voorwaardelijk, namelijk voor het geval TCC rechten aan het beding kan ontlenen.

5.12.

Bij deze stand van zaken behoeven de vorderingen die TCC in conventie jegens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] heeft ingesteld, geen verdere bespreking.

Ten aanzien van Kembit

5.13.

Ervan uitgaande dat het non-concurrentiebeding in een bodemprocedure geheel of gedeeltelijk zal worden vernietigd, is er vooralsnog onvoldoende grondslag om aan te nemen dat Kembit profiteert van een tekortkoming van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] in de nakoming van dat beding. Reeds om deze reden moeten de vorderingen van TCC jegens Kembit worden afgewezen. De voorzieningenrechter laat dan nog in het midden dat er naar zijn voorlopig oordeel geen bijzondere omstandigheden zijn die tot de conclusie kunnen leiden dat Kembit onrechtmatig handelt door het aangaan en voortzetten van de arbeidsovereenkomst met [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] , indien [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] wel is gebonden aan het non-concurrentiebeding.

Slotsom en proceskosten

5.14.

TCC zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

De kosten aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en Kembit worden in conventie begroot op:

- griffierecht € 288,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.104,00

De kosten aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en Kembit worden in voorwaardelijke reconventie begroot op:

- salaris advocaat € 408,00 (factor 0,5 × tarief € 816,00)

Totaal € 408,00

6 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

6.1.

wijst de vorderingen af,

6.2.

veroordeelt, uitvoerbaar bij voorraad, TCC in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en Kembit tot op heden begroot op € 1.104,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van twee weken na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

in voorwaardelijke reconventie

6.3.

schorst het non-concurrentiebeding als bedoeld in artikel 11 onder (b) van de arbeidsovereenkomst tussen TCC en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] , voor het geval het non-concurrentiebeding tussen partijen (nog) geldt, totdat in een bodemprocedure onherroepelijk over de werking van het beding zal zijn beslist,

6.4.

bepaalt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] niet de boete als bedoeld in artikel 11 onder (d) van de arbeidsovereenkomst tussen TCC en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] verbeurt zo lang het non-concurrentiebeding is geschorst,

6.5.

veroordeelt TCC in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en Kembit tot op heden begroot op € 408,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van twee weken na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

6.6.

veroordeelt TCC in de kosten die na dit vonnis ontstaan, voor de conventie en reconventie samen begroot op € 205,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat TCC niet binnen twee weken na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van twee weken na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

6.7.

verklaart dit vonnis in reconventie uitvoerbaar bij voorraad,

6.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. W.J.J. Los en in het openbaar uitgesproken op 6 december 2016.1

1 type: WL coll: