Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2016:10510

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
05-12-2016
Datum publicatie
06-12-2016
Zaaknummer
5422499/AZ/16-362 05122016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot ontbinding door werknemer afgewezen. De omstandigheden waarop werknemer zich beroept zijn gelegen in het verleden. Er is na ziekteperiode van 2 jaar sprake van een slapend dienstverband.

Werknemer voert geen feiten of omstandigheden aan die de onmiddellijke ontbinding rechtvaardigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/3665
AR-Updates.nl 2016-1389
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5422499 \ AZ VERZ 16-362

Beschikking van de kantonrechter van 5 december 2016

in de zaak van:

[werknemer] ,

wonend [adres werknemer] ,

[plaats werknemer] ,

werknemer

gemachtigde mr. R.W.J.L. Loonen,

verzoekende partij in het verzoek,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MENS & WATER B.V.,

gevestigd te Stein,

werkgever

gemachtigde mr. C.S.B.E. Reinders,
verwerende partij in het verzoek.

Partijen zullen hierna [werknemer] en Mens & Water worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 29 september 2016 ter griffie ontvangen verzoekschrift

- het verweerschrift van 9 november 2016

- de mondelinge behandeling d.d. 21 november 2016

1.2.

Daarna is beschikking bepaald.

2 De feiten

2.1.

[werknemer] , geboren op [geboortedag werknemer] 1961, is op 22 april 2013 bij Mens & Water in dienst getreden in de functie van legionella-adviseur tegen een loon van € 3.623,55 bruto per maand, exclusief vakantiebijslag en overige emolumenten.

2.2.

[werknemer] raakt op 4 augustus 2014 gedeeltelijk arbeidsongeschikt. [werknemer] raakt vervolgens volledig arbeidsongeschikt. In het werkhervattingsadvies van Arbo-arts R.M.A.G. Brouns wordt daarvan melding gemaakt en ziet de arts geen arbeidsmogelijkheden.

2.3.

De arbeidsverhouding tussen partijen is inmiddels verslechterd en er is sprake van een conflictsituatie. [werknemer] ziet zich genoodzaakt een advocaat in te schakelen, nu Mens & Water in gebreke blijft met betaling van loonbestanddelen, met name pensioenafdrachten, en verzoeker verzuimt aan te melden bij het pensioenfonds.

2.4.

Er volgt overleg tussen partijen, hetgeen resulteert in een door beide partijen op 14 april 2015 ondertekende vaststellingsovereenkomst.

2.5.

[werknemer] blijft arbeidsongeschikt, herstel is niet in zicht en er wordt een WIA-aanvraag ingediend. [werknemer] ontvangt deze WIA-uitkering per 1 augustus 2016 en per die datum vervalt de loonbetalingsverplichting van Mens & Water.

2.6.

[werknemer] verzoekt Mens & Water om tot uitbetaling over te gaan van verlofdagen en vakantiedagen. Mens & Water deelt [werknemer] op 31 augustus 2016 mee dat verlof- en vakantiedagen in mei 2017 zullen worden uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

[werknemer] verzoekt de tussen haar en Mens & Water bestaande arbeidsovereenkomst per 1 november 2016 te ontbinden op grond van artikel 7:671c lid 1 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Daarnaast verzoekt [werknemer] aan hem toe te kennen de transitievergoeding ter hoogte van € 4.458,00 als ook een billijke vergoeding groot € 39.600,00, telkens met veroordeling van Mens & Water om deze vergoeding aan [werknemer] te voldoen. Daarnaast verzoekt [werknemer] veroordeling van Mens & Water tot uitbetaling van nog te betalen looncomponenten.

3.2.

Mens & Water heeft verweer gevoerd.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt bij de beoordeling van het onderhavige verzoek voorop dat uit artikel 7:671c lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werknemer kan worden ontbonden wegens omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen.

4.2.

Vast staat dat per 4 augustus 2016 de ziekteperiode van 2 jaar is verstreken en dat [werknemer] recht heeft op een WIA-uitkering. De loonbetalingsverplichting van Mens & Water is daarmee komen te vervallen. Er is thans nog enkel sprake van een papieren dienstverband. De kantonrechter is van oordeel dat het tot de beleidsvrijheid van de werkgever hoort om al dan niet ontbinding van de arbeidsovereenkomst te verzoeken met een werknemer die meer dan twee jaar arbeidsongeschikt is. Een wettelijke noch cao-verplichting is er daarvoor niet.

Het slapend laten voortbestaan van een arbeidsovereenkomst om op die manier te ontkomen aan het betalen aan [werknemer] van een transitievergoeding acht de kantonrechter – gezien de thans heersende jurisprudentie – rechtens niet ongeoorloofd.

4.3.

Rijst de vraag of er sprake is van omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen, een en ander zoals bedoeld in artikel 7:671c BW. Daartoe wordt het navolgende overwogen.

4.4.

[werknemer] refereert bij zijn verzoek tot ontbinding aan een volledig verstoorde arbeidsverhouding met Mens & Water, zoals die gedurende de ziekteperiode van twee jaar is ontstaan. Een en ander heeft geleid tot interventie van een advocaat, aangezien een normale communicatie met Mens & Water – meer in het bijzonder in de persoon van directeur [X] – niet mogelijk is gebleken. [werknemer] stelt zich – samengevat – op het standpunt dat Mens & Water zich in meerdere opzichten een slecht werkgever heeft getoond.

4.5.

Mens & Water heeft de stellingen van [werknemer] grotendeels betwist dan wel daar de nodige nuanceringen in aangebracht.

4.6.

De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst zoals dit door [werknemer] is gedaan moet worden afgewezen.

De omstandigheden waarop [werknemer] zich beroept zijn gelegen in het verleden, althans vóór augustus 2016. Partijen zijn momenteel niet meer aan elkaar gebonden en behoeven

– ondanks of dankzij het slapend dienstverband – op geen enkele manier meer met elkaar in contact te treden. Van omstandigheden die tot verdere – zakelijke – animositeit tussen partijen zouden kunnen leiden, is geen sprake meer. [werknemer] heeft naar het oordeel van de kantonrechter geen nadere omstandigheden aangevoerd die op dit moment de onmiddellijke ontbinding dan wel een ontbinding op korte termijn rechtvaardigen. Aan een inhoudelijke bespreking van de verwijten die [werknemer] aan het adres van Mens & Water maakt, komt de kantonrechter dan ook niet toe.

4.7.

Nu het ontbindingsverzoek wordt afgewezen, is er voor toewijzing van de transitievergoeding en billijke vergoeding geen plaats. Evenmin kan er rechtens een eindafrekening in de zin van verlofdagen en vakantiegeld worden afgedwongen, nu de arbeidsovereenkomst – zij het slapend – in stand blijft. Indien Mens & Water genegen is om vóór mei 2017 verlofdagen en/of vakantiegeld aan [werknemer] uit te keren dan staat haar dat uiteraard geheel vrij.

4.7.

Geheel terzijde wordt het navolgende overwogen.

Mocht aan het verzoek tot ontbinding van [werknemer] enig financieel belang ten grondslag liggen, dan oordeelt de kantonrechter dat ook die omstandigheid niet tot spoedige ontbinding kan leiden. Een dergelijk belang kan immers ook door [werknemer] worden verkregen langs de weg van opzegging van de arbeidsovereenkomst.

4.10.

[werknemer] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van Mens & Water worden tot op heden begroot op:

- griffierecht € 79,00

- salaris gemachtigde € 400,00 (2 x € 200,00 tarief)

Totaal € 479,00

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de verzoeken af,

5.2.

veroordeelt [werknemer] in de proceskosten, aan de zijde van Mens & Water tot op heden begroot op € 479,00,

Deze beschikking is gewezen door mr. G.M.P. Brouns en in het openbaar uitgesproken.

type: ph

coll: