Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2015:9809

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
24-11-2015
Datum publicatie
24-11-2015
Zaaknummer
03/700201-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

5 jaar gevangenisstraf voor diefstal gasbuis en het teweegbrengen van een ontploffing in een flatgebouw in Heerlen. Voorwaardelijk opzet. Toewijzing van alle gevorderde schade van € 3.461.938,57

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/700201-15, 03/873343-12 (VTVV), 03/186484-14 (VTVV)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 24 november 2015

in de strafzaak tegen

[naam verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] ,

thans gedetineerd in de [naam P.I.] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. Th.U. Hiddema, advocaat, kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 10 november 2015. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. De benadeelde partijen hebben hun vordering toegelicht.

2 De tenlastelegging

De - gewijzigde - tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: al dan niet met een ander of anderen een koperen buis uit een gebouw heeft gestolen door midden van verbreking;

Feit 2: al dan niet met een ander of anderen opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht met levensgevaar voor een ander of anderen en gemeen gevaar voor goederen.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht zowel feit 1 als feit 2 bewezen, gelet op de bevindingen van de politie en de erkenning van verdachte. Ten aanzien van feit 2 is de officier van justitie van oordeel dat opzet bewezen kan worden in voorwaardelijke zin.

3.2

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging vrijspraak bepleit.

3.3

Het oordeel van de rechtbank1

3.3.1

Inleiding

Op maandag 20 april 2015 omstreeks 8:10 uur vond in een flatgebouw aan de [adres 1] te Heerlen een ontploffing plaats, waarbij dit gebouw zwaar beschadigd is geraakt. Door de politie en de brandweer is een onderzoek ingesteld. Daaruit is gebleken dat het zeer waarschijnlijk een gasexplosie betrof.2

Door de officier van justitie is voorafgaande aan de terechtzitting een foto aan het dossier toegevoegd. Op deze foto is de schade aan zowel het flatgebouw aan de [adres 1] te Heerlen, als aan de omliggende panden, te zien. De rechtbank neemt deze foto voor de beeldvorming en ter verduidelijking van de situatie ter plaatse in het vonnis op.

3.3.2

Omschrijving van de panden

De [adres 1] ligt binnen de bebouwde kom van de gemeente Heerlen en is bebouwd met woningen en flats. De explosie heeft plaatsgevonden in een flatgebouw, genummerd van 1 tot en met 47 (oneven nummers), bestaande uit vier lagen en een kelderverdieping. Op de begane grond zijn winkels en horeca (hierna: bedrijfspanden) gevestigd en op de bovenverdiepingen woningen.

Op gelijke hoogte aan de [adres 1] ligt een soortgelijk flatgebouw met bedrijven en woningen, genummerd van 2 tot en met 48 (even nummers). Dit gebouw

is wat betreft afmetingen, bouwwijze en indeling gelijk, met dien verstande dat

de indeling gespiegeld is. Links van het getroffen flatgebouw ligt aan [adres 2] een flatgebouw (nummers 1 tot en met 47, oneven nummers), eveneens bestaande uit vier lagen met daarin woningen.3

Het getroffen flatgebouw bestaat uit drie blokken, met ieder een eigen ingang. Vanuit de gemeenschappelijke ingang van het flatgebouw is het trappenhuis bereikbaar. Via het trappenhuis zijn de kelderverdiepingen en de woningen van de eerste tot en met de derde verdieping bereikbaar. De bedrijfspanden hebben een eigen toegangsdeur. Aan de achterzijde van het flatgebouw bevindt zich in ieder blok een toegangsdeur die toegang verschaft tot de kelderverdieping. Deze deur bevindt zich op kelderniveau en is aan de buitenzijde via een trap en een daarnaast gelegen betonnen helling bereikbaar. De eerste, tweede en derde verdieping van het flatgebouw bestaan uit woningen. De voordeuren van die woningen bevinden zich in het trappenhuis. Aan weerszijden van het trappenhuis bevinden zich drie woningen in elk blok. Deze woningen bestaan uit één laag en bestrijken de totale breedte van het flatgebouw. Aan de voor- en achterzijde zijn deze woningen voorzien van balkons. De woningen in het getroffen flatgebouw stonden in verband met renovatiewerkzaamheden leeg, met uitzondering van de woning op nummer 35. De bewoner van deze woning was op 20 april 2015 niet thuis.4

3.3.3

Gasinstallatie

Uit de eerste informatie en bevindingen is het sterke vermoeden gerezen dat sprake was van een gasexplosie. Het flatgebouw was voorzien van gas, water en elektriciteit. Het gasnetwerk is eigendom van en wordt beheerd door [bedrijfsnaam 1/benadeelde partij] . Uit informatie van de netwerkbeheerder en uit bevindingen van de verbalisanten is gebleken dat aan de voorzijde van de getroffen flat een gashoofdleiding in de grond ligt. Vanuit deze hoofdleiding lopen dienstleidingen naar het flatgebouw. Deze dienstleidingen komen op kelderniveau binnen, ter hoogte van de toegangsdeur in de portieken. Een dienstleiding bestaat uit een koperen buis met een diameter van 28 mm. Deze buizen worden verbonden met koppelstukken, ook wel moffen genaamd. De koppelstukken zijn recht of haaks, zogenaamde kniestukken.5 De koppelstukken zijn aan de binnenzijde voorzien van een rubberen afdichting en schuiven over de buis. Bij montage wordt het koppelstuk met daarvoor bestemd gereedschap vastgeperst. De verbinding is dan gasdicht. De gasleiding wordt met buisklemmen aan de muur of het plafond gemonteerd. De buizen zijn minimaal elke meter voorzien van een gele sticker met het opschrift: “GAS’. De koppelstukken zijn afzonderlijk voorzien van deze stickers. In de dienstleiding bedraagt de gasdruk 100 millibar. Deze gasdruk is constant. In de kelder vertakt de dienstleiding naar enerzijds de meterkasten in het trappenhuis en anderzijds naar de gasmeters van de bedrijfspanden. In het trappenhuis bevinden zich twee meterkasten met elk drie gasmeters voor de onderscheiden woningen. Aan de gasmeters zijn aan beide zijden gaskranen aangebracht. De dienstleidingen in het pand zijn niet voorzien van gaskranen. Daar waar de dienstleiding voor het gas de kelder binnenkomt, is in de directe nabijheid met buisklemmen een koperen waterleiding aan de muur bevestigd, min of meer parallel aan de dienstleiding voor het gas.6

3.3.4

Schade

De verbalisanten hebben ten aanzien van de schade het volgende gerelateerd:

De explosie heeft plaatsgevonden in blok 1 van de flat aan de [adres 1] . Dit gedeelte was volledig verwoest. Het dak was gedeeltelijk ingestort. Aan de achterzijde was de buitengevel van dit blok nagenoeg geheel ingestort. Grote hoeveelheden puin lagen naast het pand. De vloer van de begane grond van de boekenwinkel en de kapsalon waren volledig weggeslagen dan wel ingestort. De balkons van de tweede en de derde verdieping waren ingestort. Voertuigen die naast het pand stonden waren zwaar beschadigd. Blok 2 van de flat, met name de tweede en de derde verdieping, was ook zwaar beschadigd.

Het flatgebouw aan de [adres 1] met de nummers 2 tot en met 48 had op alle verdiepingen, zowel aan voor- als achterzijde, ernstige schade opgelopen aan ruiten, deuren en kozijnen. Hetzelfde gold voor de flat gelegen aan [adres 2] nummers 1 tot en met 47. Verder was er ruitschade en schade aan kozijnen van de supermarkt, gelegen aan de [adres supermarkt] . Aan de woningen gelegen aan [adres 3] , nabij de [adres 1] , was zware schade aan ramen, deuren, gevels en daken ontstaan. De daarachter gelegen woningen liepen schade aan daken op.

3.3.5

Sporenonderzoek

Door verbalisanten is sporenonderzoek verricht in de kelder van blok 1 van het deels ontplofte flatgebouw. Uit dit onderzoek bleek dat vanaf de voorzijde, links van de trap, de koperen waterleiding was verbogen. Verder ontbrak een stuk gasleiding dat zich oorspronkelijk parallel aan de waterleiding bevond. Een stuk dienstleiding van ongeveer twee meter met een kniestuk ontbrak vanaf de voorzijde van het pand. Dit stuk sloot aanvankelijk aan op een T-stuk dat de gasleiding vertakt naar de gasmeters van de woningen in het trappenhuis en de gasmeters van de bedrijfspanden in dit blok. Het T-stuk was enigszins verbogen. Daar waar de dienstleiding het pand binnenkomt, is een kniestuk aangebracht. Dit kniestuk was verdraaid en gedeeltelijk omgebogen. Aan de muur bevonden zich nog de buisklemmen waarmee de ontbrekende gas- en de verbogen waterleiding gemonteerd waren geweest. Deze buisklemmen waren geopend en de kruiskopschroeven waarmee deze oorspronkelijk waren gedicht, waren losgedraaid of ontbraken. De opengeschroefde buisklemmen hebben de verbalisanten voor nader DNA-onderzoek veilig gesteld.7 Het ontbrekende stuk gasleiding werd niet meer aangetroffen.8

De buisklemmen zijn overgebracht naar [bedrijfsnaam 2] (verder te noemen [bedrijfsnaam 2] ). Op 27 mei 2015 heeft het [bedrijfsnaam 2] gerapporteerd dat de twaalf buisklemmen elk op twee plaatsen zijn bemonsterd. In vijftien bemonsteringen werd het onvolledige profiel aangetroffen dat overeenkwam met het DNA-profiel van verdachte. In de overige bemonsteringen werd celmateriaal aangetroffen waarvan verdachte niet kon worden uitgesloten als donor.9

Getuige [getuige naam 1] heeft verklaard dat zij op 20 april 2015 een reçu voor het inleveren van metaal heeft uitgeschreven namens het bedrijf [bedrijfsnaam 3] te Landgraaf. Zij heeft aangegeven dat de persoon, die toen metaal kwam inleveren, vaker metaal kwam inleveren. Op het reçu staat vermeld dat een persoon genaamd [naam verdachte] , [adresgegevens verdachte] , op 20 april 2015 rood koper heeft ingeleverd tegen ontvangst van

€ 59,00.10

3.3.6

Gasexplosie

Uit het schadebeeld van de getroffen flat bleek dat sprake was van een gasexplosie. De dienstleiding, waar een stuk koperen leiding uit was getrokken, was nog op het gas aangesloten. Uit deze dienstleiding stroomde gas, dat op een gegeven moment een explosief mengsel vormde. Dit mengsel werd ontstoken en ontbrandde explosief. Waarschijnlijk bevond het grootste gedeelte van het explosieve mengsel zich in de kelder. Daar vond de gasuitstroom plaats en was de kracht zodanig dat de vloer van de begane grond volledig instortte. De ontstekingsbron is niet vastgesteld. Volgens verbalisanten kan in het algemeen gesteld worden dat een minimale vonk als gevolg van een elektrostatische (ont)lading of elektrische schakeling voldoende is om het gas te ontsteken. De kapsalon en de boekenwinkel waren nog in gebruik en het pand was voorzien van elektriciteit. Er is geen blikseminslag geweest.11 Het licht in de galerij van de flat schakelde in bij duisternis en uit bij daglicht. Het licht in de kelder van de flat brandde permanent.12

3.3.7

Informatie over gasmengsel en explosiegevaar

Door [bedrijfsnaam 4] is informatie verschaft met betrekking tot de gasexplosie. Uit die informatie volgt dat aardgas bij een concentratie van 5 tot 15% een explosief mengsel vormt met lucht. Uit berekeningen kwam vast te staan dat de gasuitstroom uit de geopende dienstleiding 150 m3 per uur bedroeg. Het totale blok had een inhoud van 2743 m3. Indien er geen enkele vorm van ventilatie zou zijn geweest, zou er bij 14 minuten gasuitstroom een explosief mengsel (5%) zijn ontstaan in een kwart van het blok. Er was ventilatie, maar de hoeveelheid was niet bekend.13 Het aantal keren dat de lucht in de ruimte wordt ververst, wordt ventilatie-voud genoemd. Een ventilatie-voud van 1 maal per uur is vrij normaal voor ruimten. In dat geval zou de explosiegrens bij 16 minuten worden bereikt. Bij een ventilatie-voud van 2 duurt dit ongeveer 19 minuten. Bij een ventilatie-voud van 4 duurt dit ongeveer 40 minuten. Bij een ventilatie-voud van 10 (geopende deuren en ramen) wordt de 5%-grens nooit bereikt.

3.3.8

Gevaar

Bij de gasexplosie is sprake geweest van gemeen gevaar voor goederen, gelet op de omvangrijke schade aan het pand en de omgeving. Tevens is sprake geweest van levensgevaar voor personen. Het pand was weliswaar niet bewoond en er bevond zich niemand in de winkel en de kapsalon, maar voorbijgangers hadden gemakkelijk bedolven kunnen worden onder het vallende puin. Delen die rondgeslingerd werden, konden fatale letsels veroorzaken.14

3.3.9

De verklaring van verdachte

Ter terechtzitting van 3 november 2015 heeft verdachte verklaard dat hij op 20 april 2015 in de kelder van het flatgebouw aan de [adres 1] te Heerlen, waar de ontploffing heeft plaatsgevonden, een stuk koperen leiding heeft weggenomen. Hij was

’s nachts de kelder van het gebouw in gelopen en had de klemmen van een koperen buis los gedraaid. Dat was rond 6:30 uur geweest. Toen hij de buis had losgetrokken, heeft hij een sissend geluid gehoord en geroken dat gas vrijkwam. Hij heeft vervolgens geprobeerd om de buis dicht te buigen. Op een bepaald moment is hij naar boven gerend en heeft daar een gaskraan dichtgedraaid. Daarna is hij weer teruggegaan naar de kelder. Daar hoorde hij nog steeds een sissend geluid. Vervolgens is hij uit paniek weggegaan uit het gebouw, omdat hij bang was voor zijn eigen gezondheid. Hij heeft verzuimd om hulpdiensten in te schakelen dan wel bij derden kenbaar te maken dat er gas ontsnapte in de kelder van het desbetreffende pand. De koperen buis die hij had losgetrokken, heeft hij meegenomen en die zelfde ochtend ingeleverd bij [bedrijfsnaam 3] . Hij wist niet dat het de buis van een gasleiding was en dacht dat het gas was afgesloten omdat het flatgebouw er onbewoond uitzag.15

Ook bij de politie heeft verdachte een verklaring afgelegd die overeenkomt met bovenstaande verklaring. Verdachte verklaarde toen ook dat hij in paniek raakte en weg ging. Verdachte merkte in dit verhoor op dat water wegstroomt, maar dat gas blijft hangen.16

3.3.10

De aangiften en getuigen

Verschillende partijen hebben aangifte gedaan dat er door een veroorzaakte explosie aanzienlijke schade is ontstaan aan woningen en bedrijven, gelegen aan de [adres 1] te Heerlen. [benadeelde partij 1] heeft aangifte gedaan mede namens de [benadeelde partij 2]17, door [benadeelde partij 3] is aangifte gedaan18, en ook namens [benadeelde partij 4]19 en [benadeelde partij 5] is aangifte gedaan20.

De heer [naam aangever/getuige] heeft eveneens aangifte gedaan. Hij heeft verklaard dat hij op 20 april 2015 omstreeks 7:45 uur op de [adres 1] te Heerlen werkzaam was als stratenmaker. Hij bevond zich op ongeveer vijftien meter van het ontplofte flatgebouw. Hij hoorde een keiharde knal en zag dat het dak van het flatgebouw opgetild werd en weer neerkwam. Vervolgens stortte het dak in. Hij zag dat stukken beton en glas in zijn richting vlogen. Om zich te beschermen heeft hij zich omgedraaid.21 Hij voelde dat stukken puin tegen zijn rug kwamen. Hij werd door een ontzettende drukgolf opgetild en vloog over de straat. Met zijn schouder raakte hij de grond. Hij lag met zijn gezicht in het gras. Toen hij probeerde op te staan lukte dat niet. [naam aangever/getuige] merkte dat hij geen gevoel meer had in zijn linkerbeen. Wat er daarna gebeurde, kan hij zich niet meer herinneren. Zijn herinneringen komen pas uren later in het ziekenhuis weer terug.22 [naam aangever/getuige] heeft op 4 november 2015 verklaard dat hij nog steeds niet aan het werk is kunnen gaan omdat hij nog steeds zowel lichamelijke als psychische problemen ondervindt door de explosie.Gebleken is dat hij ongeveer zeventien meter door de lucht is gevlogen.23

Verder hebben twee medewerkers van de firma [bedrijfsnaam 5] , [getuige naam 2] en [getuige naam 3] , een verklaring afgelegd over de gebeurtenissen op 20 april 2015. Zij waren die ochtend rond 08.00 uur met nog een andere collega bezig met grondboringen in de directe nabijheid van de getroffen flat aan de [adres 1] . [getuige naam 2] verklaarde dat hij achter de werkbus stond toen de explosie plaatsvond. Daardoor is hij niet gewond geraakt. Een deel van de ruiten van de werkbus sneuvelde door de klap.24

3.3.11

De overwegingen van de rechtbank ten aanzien van feit 1

Gelet op de bevindingen van de verbalisanten dat een stuk koperen buis van de gasleiding ontbrak in het flatgebouw aan de [adres 1] , de aangifte van diefstal van een koperen gasleiding door [benadeelde partij 1] en de bekennende verklaring van verdachte dat hij op 20 april 2015 deze leiding daar heeft weggenomen, acht de rechtbank feit 1, de diefstal van een koperen buis, bewezen.

3.3.12

De overwegingen van de rechtbank ten aanzien van feit 2

Gelet op de bevindingen van de verbalisanten dat aan de [adres 1] te Heerlen op 20 april 2015 een ontploffing heeft plaatsgevonden, die werd veroorzaakt door ophoping van gas tot een explosief mengsel doordat een stuk koperen leiding van een gasleiding was weggenomen en de verklaringen van de aangever [naam aangever/getuige] , de getuigen [getuige naam 2] en [getuige naam 3] en de aangiften van verschillende rechtspersonen, acht de rechtbank bewezen dat in het flatgebouw aan de [adres 1] een ontploffing heeft plaatsgevonden, waarbij gemeen gevaar voor goederen is ontstaan, alsmede levensgevaar voor [naam aangever/getuige] , [getuige naam 2] , [getuige naam 3] en hun collega.

Deze ontploffing heeft niet alleen grote schade aangericht aan het flatgebouw aan de [adres 1] maar ook aan de omringende flatgebouwen en woningen. De ontploffing vond plaats in een gebouw dat deels nog in gebruik was. Het flatgebouw ligt midden in een woonwijk. Op het tijdstip van de explosie kwam het maatschappelijke verkeer net weer op gang. Een aantal mensen was in de directe nabijheid van het flatgebouw op straat aan het werk. Voor hen was er levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel op het moment van de ontploffing door rondvliegend metaal, glas en beton/puin. Omdat evenwel niemand in het getroffen pand aan de [adres 1] aanwezig was, is er geen levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen in dat pand ontstaan.

De vraag die de rechtbank in het licht van de tenlastelegging dient te beantwoorden is of verdachte deze ontploffing, door het wegnemen van een koperen buis, opzettelijk - in de zin van voorwaardelijk opzet - teweeg heeft gebracht. Van opzet op het teweegbrengen van een ontploffing in de zin van willens en wetens handelen is de rechtbank overigens niet gebleken.

Verdachte heeft verklaard dat hij in de kelder van het flatgebouw een koperen buis heeft weggenomen. Toen hij die buis lostrok, hoorde hij een sissend geluid en rook hij gas. Hij heeft geprobeerd om de losgetrokken buis dicht te buigen. Op een bepaald moment is hij naar boven gerend, naar het trappenhuis, en heeft daar in de meterkast een gaskraan dichtgedraaid. Hij is vervolgens weer terug gegaan naar de kelder, en merkte dat er nog steeds een sissend geluid was. Hij wist niet dat het een gasleiding betrof en dacht dat het gas was afgesloten omdat het flatgebouw er onbewoond uitzag.

De rechtbank overweegt dat uit het dossier blijkt dat op de koperen leiding in de kelder op korte afstand van elkaar stickers zijn geplakt met het opschrift ‘GAS’. Dat verdachte niet wist dat het een gasleiding was die hij lostrok, acht de rechtbank daarom ongeloofwaardig.

Ook het verweer dat verdachte dacht dat het flatgebouw onbewoond was en dat hij er dus niet van uit hoefde te gaan dat de leidingen van dat gebouw nog op het gasnet waren aangesloten, passeert de rechtbank. Uit het dossier blijkt immers dat het licht in de kelder nog brandde, dat een appartement nog bewoond was en dat de bedrijven op de benedenverdieping nog in bedrijf waren. Verdachte had dus kunnen weten dat het niet om een slooppand ging.

De rechtbank overweegt dat verdachte kennelijk gemerkt heeft dat gas vrij kwam toen hij een stuk leiding lostrok en dat hij vervolgens in paniek is geraakt. Op vragen van de rechtbank ter terechtzitting waarom hij in paniek is geraakt, kon verdachte geen duidelijk antwoord geven, anders dan dat hij bang was voor zijn gezondheid wegens het inademen van gas. Hij heeft aangegeven dat hij niet wist dat door gasophoping een ontploffing zou kunnen optreden. Deze verklaring acht de rechtbank ongeloofwaardig. Waarom zou verdachte immers in paniek zijn geraakt, handelingen hebben verricht om de uitstroom van gas te stoppen en vervolgens het pand hebben verlaten? Indien verdachte bang was voor zijn eigen gezondheid, zou hij wel meteen het pand hebben verlaten en niet eerst de gaskraan hebben dichtgedraaid en vervolgens weer zijn teruggegaan naar de kelder. De uitspraak van verdachte bij de politie ‘Water stroomt weg, gas blijft hangen’ begrijpt de rechtbank in dit licht: verdachte wist dat door gasophoping een explosie kon plaatsvinden. Dat deze uitspraak anders begrepen zou moeten worden, heeft verdachte niet verklaard en is ook niet logisch: die uitspraak is anders zinledig. In zijn algemeenheid is de rechtbank daarbij van oordeel dat mag worden aangenomen dat een gemiddeld en redelijk denkend mens zich bewust is van het risico van het ontstaan van een ontploffing bij het vrijelijk laten stromen van gas in een afgesloten ruimte.

De rechtbank stelt voorop dat voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier een ontploffing – aanwezig is, indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden. De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt betekenis toe aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten.

Gelet op hetgeen eerder is overwogen over de handelingen en de uitlatingen van de verdachte, is de rechtbank van oordeel dat verdachte met zijn gedragingen willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat een explosie door gasophoping zou plaatsvinden.

Voor de vaststelling dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan zo'n kans is niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard (op de koop toe heeft genomen).

De rechtbank is van oordeel dat de gedraging van verdachte, te weten het pand verlaten zonder maatregelen te nemen zodat de gasophoping zou stoppen, naar zijn uiterlijke verschijningsvorm niet anders kan zijn geweest dan dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans op het gevolg - dat een explosie zou plaatsvinden - heeft aanvaard.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank, anders dan de verdediging, van oordeel dat verdachte opzettelijk (in de zin van voorwaardelijk opzet) een ontploffing heeft teweeg gebracht door de diefstal van een stuk koperen buis van de gasleiding. De rechtbank acht feit 2 dan ook bewezen.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

1.

op 20 april 2015 in de gemeente Heerlen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een appartementencomplex/wooncomplex/bedrijvencomplex, gelegen aan de [adres 1] (nrs. 1 t/m 15, 17 t/m 31, 33 t/m 47) heeft weggenomen een koperen buis, zijnde voornoemde koperen buis een onderdeel van een gasleiding van voornoemd appartementencomplex/wooncomplex/bedrijvencomplex, toebehorende aan [bedrijfsnaam 1/benadeelde partij] , waarbij hij, verdachte, het weg te nemen goed onder zijn, verdachtes, bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

2.

op 20 april 2015 in de gemeente Heerlen opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een stuk koperen buis weg te nemen van een in werking zijnde gasleiding in een appartementencomplex/wooncomplex/bedrijvencomplex, gelegen aan de [adres 1] (nrs. 1 t/m 15, 17 t/m 31, 33 t/m 47) en in welk appartementencomplex/ wooncomplex/bedrijvencomplex de elektriciteitsvoorziening nog in werking was, ten gevolge waarvan gas uit voornoemde gasleiding stroomde, waarna hij, verdachte, aldaar is weggegaan zonder maatregelen te nemen waardoor de uitstroom van gas uit voornoemde gasleiding zou worden gestopt en/of zonder te verhinderen dat aldaar door gasophoping, al dan niet in combinatie met in werking zijnde elektriciteit/elektrische verlichting/elektrische apparatuur een explosieve situatie zou ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemd appartementencomplex/wooncomplex/bedrijvencomplex en zich daarin bevindende goederen en voor omliggende woningen/bedrijven en zich in die omliggende woningen/bedrijven bevindende goederen, en levensgevaar voor zich in de directe nabijheid van voornoemd appartementencomplex/wooncomplex/bedrijvencomplex bevindende personen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor voornoemde personen te duchten was.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

T.a.v. feit 1:

diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

T.a.v. feit 2 primair:

opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is, en

opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is, en

opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

Gezondheidspsycholoog drs. C. Moerland heeft over de geestvermogens van de verdachte op 7 augustus 2015 een rapport uitgebracht. De rechtbank komt op basis van de in dat rapport vervatte bevindingen en de daarin vervatte adviezen niet tot de conclusie dat bij de verdachte sprake is van een omstandigheid die zijn strafbaarheid geheel uitsluit.

De psycholoog heeft beschreven dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van lage begaafdheid/zwakbegaafdheid (op het grensgebied van een lichte verstandelijke handicap), en van antisociale persoonlijkheidskenmerken. Verder merkt de psycholoog op dat het moeilijk precies te bepalen is in hoeverre en op welke wijze verdachtes beperkingen zijn gedragingen in de delictsituatie hebben bepaald. Maar dat deze er überhaupt door werden beïnvloed, staat wel vast. Het geheel aan factoren overziend geeft de psycholoog aan verdachte te beschouwen voor feit 1 als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar en voor feit 2 als verminderd toerekeningsvatbaar.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat de verdachte strafbaar is, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen

6.1

De vorderingen van de benadeelde partijen

De respectieve benadeelde partijen vorderen de volgende schadevergoedingen ter zake feit 2:

  • -

    [benadeelde partij 3] B.V. € 60.436,45;

  • -

    [benadeelde partij 1] € 782.721,38;

  • -

    [bedrijfsnaam 1/benadeelde partij] . € 18.198,36;

  • -

    [benadeelde partij 2] € 1.929.480,46;

  • -

    [benadeelde partij 6] € 659.556,71;

  • -

    [benadeelde partij 5] € 2.053,53;

  • -

    [naam aangever/getuige] € 9.491,68,

waarbij de benadeelde partijen [bedrijfsnaam 1/benadeelde partij] en [benadeelde partij 5] hebben verzocht om tevens vergoeding van de wettelijke rente op te leggen.

Alle vorderingen bestaan uit materiële schade, behoudens de vordering van de benadeelde partij [naam aangever/getuige] . Zijn vordering valt uiteen in een post materiële schade à € 6.991,68 en een post immateriële schade à € 2.500,00.

Verder verzoeken de benadeelde partijen de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

6.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vorderingen van de benadeelde partijen geheel toe te wijzen, daar waar verzocht de wettelijke rente toe te passen en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

6.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om af te zien van het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel. Volgens de raadsman is de schadevergoedingsmaatregel in het leven geroepen voor met name slachtoffers van misdrijven die én de weg niet goed kennen bij het invorderen en executeren van een geldvordering én voor wie een nieuwe confrontatie met een veroordeelde dader een extra belasting of hindernis vormt. De maatregel dient voorts om betalingsonwillige daders te dwingen om te betalen. Het opleggen van de maatregel leidt in dit geval tot onnodige pressie op de verdachte die weliswaar wil betalen, maar niet kan betalen. Gelet hierop, heeft de verdediging verzocht de professionele benadeelde partijen niet ontvankelijk in hun vordering te verklaren.

Verder heeft de verdediging aangevoerd dat de vorderingen van [benadeelde partij 3] , [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 6] dusdanig omvangrijk zijn dat het beoordelen daarvan een onevenredige belasting van het strafproces zou opleveren.

Ten aanzien van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, evenals voor de vordering van de benadeelde partij [naam aangever/getuige] voor zover levensgevaar bewezen zou worden verklaard.

Ten aanzien van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] heeft de verdediging nog het verweer gevoerd dat niet vast te stellen is dat deze benadeelde partij daadwerkelijk huurinkomsten is misgelopen door de explosie. Een huurder had bijvoorbeeld na 20 april 2015 failliet kunnen gaan waardoor er geen inkomsten zouden worden genoten.

6.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat het verweer ten aanzien van het achterwege laten van het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel bij professionele partijen en dat de argumenten daarvoor eveneens tot niet ontvankelijk verklaren van de vorderingen van die benadeelde partijen moet leiden, geen steun vindt in het recht. Die verweren zullen dan ook worden gepasseerd.

De rechtbank is van oordeel dat door de hiervoor genoemde benadeelde partijen materiële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreekse gevolg is van het bewezen verklaarde.

Nu de schadebedragen niet door de verdediging zijn betwist en zij de rechtbank onrechtmatig noch ongegrond voorkomen, stelt de rechtbank de totale schade vast op de hierna genoemde bedragen en wijst zij de gevorderde bedragen toe als volgt:

- [benadeelde partij 3] , gevestigd te Utrecht, een bedrag van € 60.436,45;

- [benadeelde partij 1] , gevestigd te Heerlen, een bedrag van € 782.721,38;

- [bedrijfsnaam 1/benadeelde partij] ., gevestigd te 's-Hertogenbosch, een bedrag van € 18.198,36, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 31 juli 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;

- [benadeelde partij 2] , gevestigd te Roermond, een bedrag van € 1.929.480,46;

- [benadeelde partij 6] , gevestigd te Roermond, een bedrag van € 659.556,71;

- [benadeelde partij 5] , gevestigd te Heerlen, een bedrag van € 2.053,53, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 27 april 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;

- [naam aangever/getuige] , wonende te Puth, een bedrag van € 9.491,68.

De rechtbank overweegt ten aanzien van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] dat door de verdediging onvoldoende is betwist dat deze benadeelde partij niet de genoemde huurinkomsten is misgelopen.

Verder wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met de vordering hebben gemaakt, welke kosten de rechtbank vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partijen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.

Ten slotte zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen, waarbij de rechtbank rekening houdt met het bepaalde in artikel 24c, lid 3 en met artikel 60a van het Wetboek van Strafrecht. Bij een samenloop van vervangende vrijheidsstraffen gezamenlijk mag het maximum van een jaar niet worden overschreden.

7 De straf

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van zes jaren onder aftrek van het voorarrest.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om verdachte een voorwaardelijke straf op te leggen zodat hij in een kliniek kan worden behandeld voor zijn psychische problematiek.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft in de vroege ochtend van 20 april 2015 in de kelder van een flatgebouw aan de [adres 1] te Heerlen een stuk koperen gasleiding gestolen. Deze leiding was aangesloten op het gasnet. Als gevolg van de diefstal is de kelderruimte volgelopen met gas. Het gas vormde op een gegeven moment een explosief mengsel. Dat mengsel werd ontstoken en ontbrandde explosief. Als gevolg daarvan is het flatgebouw ontploft en deels ingestort.

In de nabijheid van het flatgebouw bevonden zich [naam aangever/getuige] , [getuige naam 3] en [getuige naam 2] met hun collega, die daar aan het werk waren. Als gevolg van de ontploffing en de daardoor ontstane drukgolf is [naam aangever/getuige] zo’n zeventien meter door de lucht gevlogen. [naam aangever/getuige] ondervindt nog dagelijks lichamelijke en psychische beperkingen door hetgeen hem is overkomen. Verdachte heeft door zijn handelen het leven van [naam aangever/getuige] , [getuige naam 3] , [getuige naam 2] en hun collega ernstig in gevaar gebracht. Andere mensen die zich in de buurt van het flatgebouw bevonden, hadden zwaar lichamelijk letsel kunnen oplopen. Als door een wonder zijn al deze personen niet gewond geraakt of overleden.

Voor de schade die verdachte heeft veroorzaakt aan het ontplofte flatgebouw en de nabij gelegen flatgebouwen en woningen, alsmede de zich daarin bevindende goederen, en aan de in de buurt geparkeerd staande auto’s, hoeft de rechtbank enkel maar te verwijzen naar de foto die hiervoor in dit vonnis is opgenomen. Hieruit blijkt dat de schade enorm groot is geweest. Los van deze schade aan goederen is er nog andere schade door verdachte veroorzaakt. De ontploffing heeft op de in de omgeving wonende en werkende personen grote impact gehad. Privé-eigendommen zijn verloren gegaan, bedrijven hebben (tijdelijk) moeten sluiten en mensen moesten (tijdelijk) verhuizen. Door deze ogenschijnlijke kruimeldiefstal van een stukje koperen leiding worden de in samenleving levende angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid versterkt. De rechtbank rekent dit verdachte zeer zwaar aan.

Gezondheidspsycholoog drs. C. Moerland acht verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar voor de diefstal en verminderd toerekeningsvatbaar voor het teweegbrengen van de ontploffing. Volgens Moerland brengt de combinatie van intellectuele beperkingen en de chronische verslavingsproblematiek verdachte telkens in financiële moeilijkheden, hetgeen vermoedelijk leidde tot het tenlastegelegde. Verdachte wordt al lange tijd intensief begeleid door diverse hulpverleningsinstanties. Desondanks blijft hij verslaafd aan roesmiddelen en blijft hij delicten plegen. Het recidivegevaar blijft dan ook hoog. De psycholoog acht daarom een klinische behandeling van de verslavingsproblematiek aangewezen. Datzelfde is ook door de reclassering geadviseerd, gecombineerd met reclasseringstoezicht en een meldplicht.

De rechtbank overweegt dat zij in deze strafzaak het opleggen van een (deels) voorwaardelijke straf niet geïndiceerd acht, gelet op de ernst van de feiten. Aan het opleggen van bijzondere voorwaarden als een klinische behandeling en reclasseringstoezicht komt de rechtbank dan ook niet toe. Een klinische behandeling acht de rechtbank evenwel voor verdachte ten zeerste geïndiceerd. Samen met de onderhavige zaak werden op 10 november 2015 nog een aantal (kleinere) strafbare feiten die door verdachte zouden zijn gepleegd behandeld. Hierin zal vandaag afzonderlijk vonnis worden gewezen. In die strafzaken acht de rechtbank het opleggen van een klinische behandeling meer passend.

De rechtbank zal de conclusie van de psycholoog, dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is, overnemen en hem verminderd toerekeningsvatbaar achten. Ook zal de rechtbank in positieve zin meewegen dat verdachte spijt heeft betuigd. Deze spijtbetuiging is oprecht op de rechtbank overgekomen. De rechtbank betrekt hierbij ook het feit dat verdachte nog wel enigszins heeft geprobeerd om het uitstromen van gas uit de leiding tegen te gaan. Maar wat voor de rechtbank bij het opleggen van de straf voorop staat is dat verdachte enkel gehandeld heeft uit eigen financieel gewin en zijn zucht naar verdovende middelen. Tekenend hiervoor is dat verdachte, terwijl hij naar eigen zeggen vreesde voor zijn gezondheid omdat hij gas rook, toch nog de helderheid van geest had om in zijn vlucht de koperen buis mee te nemen en uiteindelijk in te leveren in ruil voor het schamele bedrag van

€ 59,00. Daartegenover staat een door de ontploffing ontstane schade van miljoenen euro’s.

De rechtbank acht dan ook geen andere of lichtere straf dan een gevangenisstraf van vijf jaren passend en geboden. Op deze gevangenisstraf zal het voorarrest in mindering worden gebracht.

8 Het beslag

De rechtbank gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslaggenomen fiets (nr. 1), diverse stukken koperen leiding (nr. 2), de inbeslaggenomen fiets (nr. 5) en de fietstas (nr. 6).

De rechtbank gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen bankpas (nr. 3), briefpost (nr. 4), shirt (nr. 8) en handschoenen (nr. 9).

De rechtbank verklaart verbeurd de inbeslaggenomen betonschaar (nr. 7), engelse sleutel (nr. 10) en de vijl (nr. 11), omdat daarmee de strafbare feiten gepleegd zijn.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 57, 157, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De vorderingen na voorwaardelijke veroordeling

De rechtbank is gebleken dat de verdachte gedurende de proeftijd van de voorwaardelijk opgelegde straffen in de zaken met parketnummers 03/186484-14 en 03/873343-12 de onderhavige strafbare feiten heeft gepleegd en aldus de algemene voorwaarden heeft overtreden.

De rechtbank gelast derhalve, op de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 03/186484-14, dat de voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een gevangenisstraf van één maand, alsnog zal worden tenuitvoergelegd.

De vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 03/873343-12 ziet op een taakstraf van 40 uren. Gelet op de duur van de op te leggen gevangenisstraf voor de bewezenverklaarde feiten 1 en 2, acht de rechtbank het minder passend dat deze taakstraf na ommekomst van die periode nog moet worden uitgevoerd. Om verdachte te weerhouden van het plegen van strafbare feiten zal de rechtbank daarom de proeftijd van deze voorwaardelijk opgelegde straf met één jaar verlengen.

11 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van vijf jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

- wijst de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan:

- [benadeelde partij 3] , gevestigd te Utrecht, een bedrag van € 60.436,45;

- [benadeelde partij 1] , gevestigd te Heerlen, een bedrag van € 782.721,38;

- [bedrijfsnaam 1/benadeelde partij] ., gevestigd te 's-Hertogenbosch, een bedrag van € 18.198,36, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 31 juli 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;

- [benadeelde partij 2] , gevestigd te Roermond, een bedrag van € 1.929.480,46;

- [benadeelde partij 6] , gevestigd te Roermond, een bedrag van € 659.556,71;

- [benadeelde partij 5] , gevestigd te Heerlen, een bedrag van € 2.053,53, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 27 april 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;

- [naam aangever/getuige] , wonende te Puth, een bedrag van € 9.491,68;

- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partijen in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

- legt aan verdachte op de verplichtingen tot betaling aan de Staat van de volgende bedragen ten behoeve van de benadeelde partijen:

- [benadeelde partij 3] , een bedrag van € 60.436,45, subsidiair 6 dagen hechtenis;

- [benadeelde partij 1] , een bedrag van € 782.721,38, subsidiair 82 dagen hechtenis;

- [bedrijfsnaam 1/benadeelde partij] ., een bedrag van € 18.198,36, subsidiair 2 dagen hechtenis;

- [benadeelde partij 2] , een bedrag van € 1.929.480,46, subsidiair 203 dagen hechtenis;

- [benadeelde partij 6] , een bedrag van € 659.556,71, subsidiair 70 dagen hechtenis;

- [benadeelde partij 5] , een bedrag van € 2.053,53, subsidiair 1 dag hechtenis;

- [naam aangever/getuige] , een bedrag van € 9.491,68, subsidiair 1 dag hechtenis;

  • -

    bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichtingen - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur zoals reeds per voormelde verplichting is aangeven;

  • -

    bepaalt dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichtingen aan de benadeelde partijen de betalingsverplichtingen aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichtingen aan de Staat de betalingsverplichtingen aan de benadeelde partijen in zoverre doet vervallen;

Beslag

  • -

    verklaart verbeurd de inbeslaggenomen betonschaar (nr. 7), engelse sleutel (nr. 10) en de vijl (nr. 11);

  • -

    gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen bankpas (nr. 3), briefpost (nr. 4), shirt (nr. 8) en handschoenen (nr. 9);

  • -

    gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslaggenomen fiets (nr. 1), diverse stukken koperen leiding (nr. 2), de inbeslaggenomen fiets (nr. 5) en de fietstas (nr. 6);

Vordering na voorwaardelijke veroordelingen

  • -

    gelast, op de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 03/186484-14, dat de voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een gevangenisstraf van een maand, alsnog zal worden tenuitvoergelegd;

  • -

    gelast, op de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 03/873343-12, dat de proeftijd met een jaar wordt verlengd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.A.E. van Binnebeke, voorzitter, mr. M.B. Bax en mr. W.F.J. Aalderink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P.E. Mullers, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 24 november 2015.

Mr. Bax is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is, na wijziging, ten laste gelegd dat

1.

hij, verdachte, op of omstreeks 20 april 2015 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een appartementencomplex/wooncomplex/bedrijvencomplex, gelegen aan de [adres 1] (nrs. percelen 1 t/m 15, 17 t/m 31, 33 t/m 47) heeft weggenomen een koperen pijp/buis, zijnde voornoemde koperen pijp/buis een onderdeel van een gasleiding in/van voornoemd appartementencomplex/wooncomplex/bedrijvencomplex, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijfsnaam 1/benadeelde partij] en/of aan [benadeelde partij 1] , in elk geval toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte en/of aan zijn, verdachtes, mededader(s) waarbij hij, verdachte en/of zijn, verdachtes mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn, verdachtes, bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.

hij, verdachte, op of omstreeks 20 april 2015 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een stuk/deel/onderdeel (koperen pijp/buis) weg te nemen/te verwijderen van een in werking zijnde gasleiding in/van een appartementencomplex/wooncomplex/bedrijvencomplex, gelegen aan de [adres 1] (nrs. percelen 1 t/m 15, 17 t/m 31, 33 t/m 47) en in welk appartementencomplex/wooncomplex/bedrijvencomplex de electriciteit/stroomvoorziening nog werkte/in werking was, ten gevolge waarvan gas uit voornoemde gasleiding kon stromen/stroomde, waarna hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) aldaar is/zijn weggegaan zonder (afdoende) maatregelen te nemen waardoor de uitstroom van gas uit voornoemde gasleiding zou worden gestopt, althans zonder te verhinderen dat gas uit voornoemde gasleiding kon stromen/bleef stromen en/of zonder te verhinderen dat aldaar door gasophoping, al dan niet in combinatie met in werking zijnde electriciteit/electrische verlichting/electrische apparatuur een explosieve situatie zou ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemd appartementencomplex/wooncomplex/bedrijvencomplex en/of zich daarin bevindende goederen en/of voor omliggende woningen/bedrijven en/of zich in die omliggende woningen/bedrijven bevindende goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor zich in voornoemd appartementencomplex/wooncomplex/bedrijvencomplex en/of zich in de directe nabijheid van voornoemd appartementencomplex/wooncomplex/bedrijvencomplex bevindende personen, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor voornoemde personen, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij, verdachte, op of omstreeks 20 april 2015 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam, een stuk/deel/onderdeel (metalen pijp/buis) heeft weggenomen/verwijderd van een in werking zijnde gasleiding in/van een

appartementencomplex/wooncomplex/bedrijvencomplex, gelegen aan de [adres 1] (nrs. percelen 1 t/m 15, 17 t/m 31, 33 t/m 47) en in welk appartementencomplex/wooncomplex/bedrijvencomplex de electriciteit/stroomvoorziening nog werkte/in werking was, ten gevolge waarvan gas uit voornoemde gasleiding kon stromen/stroomde, waarna hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) aldaar is/zijn weggegaan zonder (afdoende) maatregelen te nemen waardoor de uitstroom van gas uit voornoemde gasleiding zou worden gestopt, althans zonder te verhinderen dat gas uit voornoemde gasleiding kon stromen/bleef stromen en/of zonder te verhinderen dat aldaar door gasophoping, al dan niet in combinatie met in werking zijnde electriciteit/electrische verlichting/electrische apparatuur een explosieve situatie zou ontstaan, ten gevolge waarvan het aan zijn, verdachtes en/of zijn, verdachtes, mededader(s) schuld te wijten is dat er een ontploffing heeft plaatsgevonden in voornoemd appartementencomplex/wooncomplex/bedrijvencomplex, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemd appartementencomplex/wooncomplex/bedrijvencomplex en/of zich daarin bevindende goederen en/of voor omliggende woningen/bedrijven en/of zich in die omliggende woningen/bedrijven bevindende goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor zich in voornoemd appartementencomplex/wooncomplex/bedrijvencomplex en/of zich in de directe nabijheid van voornoemd appartementencomplex/wooncomplex bevindende personen, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor voornoemde personen, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Limburg Zuid, stamproces-verbaalnummer 2015073023, gesloten d.d. 2 juli 2015, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 434.

2 Het proces-verbaal van sporenonderzoek, d.d. 22 juni 2015, dossierpagina 306.

3 Idem.

4 Het proces-verbaal van sporenonderzoek, d.d. 22 juni 2015, dossierpagina 307.

5 Het proces-verbaal van sporenonderzoek, d.d. 22 juni 2015, dossierpagina 307.

6 Idem, dossierpagina 308.

7 Het proces-verbaal van sporenonderzoek, d.d. 22 juni 2015, dossierpagina 309.

8 Idem, dossierpagina 310.

9 Idem, dossierpagina 310. Het proces-verbaal aanvraag DNA-onderzoek sporen en benoeming DNA-deskundige, d.d. 23 april 2015, dossierpagina 362 en 363. De deskundigenbenoeming, d.d. 28 april 2015, dossierpagina 364 en 365. De aanvraag extern forensisch onderzoek, d.d. 23 april 2015, dossierpagina’s 366 t/m 372. Het deskundig rapport betreffende DNA-onderzoek, d.d. 27 mei 2015, dossierpagina’s 373 t/m 384. (De rechtbank heeft in de beslagnummering geen onregelmatigheden aangetroffen)

10 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige naam 1] , d.d. 30 april 2015, dossierpagina’s 287 t/m 289.

11 Het proces-verbaal van sporenonderzoek, d.d. 22 juni 2015, dossierpagina 312.

12 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 7 mei 2015, dossierpagina 425.

13 Het proces-verbaal van sporenonderzoek, d.d. 22 juni 2015, dossierpagina 311.

14 Idem, dossierpagina’s 312 en 313.

15 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 10 november 2015.

16 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, d.d. 27 april 2015, dossierpagina’s 13 t/m 18.

17 Het proces-verbaal van aangifte namens [benadeelde partij 1] , d.d. 1 mei 2015, dossierpagina’s 225 t/m 228.

18 Het proces-verbaal van aangifte namens [benadeelde partij 3] , d.d. 19 mei 2015, dossierpagina’s 229 t/m 230.

19 Het proces-verbaal van aangifte namens [benadeelde partij 4] , d.d. 24 april 2015, dossierpagina’s 255 t/m 257.

20 Het proces-verbaal van aangifte namens [benadeelde partij 5] , d.d. 5 mei 2015, dossierpagina’s 258 t/m 262

21 Het proces-verbaal van aangifte van [naam aangever/getuige] , d.d. 4 mei 2015, dossierpagina 236.

22 Idem, dossierpagina 237.

23 Het proces-verbaal van verhoor van aangever [naam aangever/getuige] , d.d. 4 november 2015, dossierpagina’s 433 en 434.

24 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige naam 3] , d.d. 24 april 2014, dossierpagina’s 268 t/m 269. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige naam 2] , d.d. 24 april 2015, dossierpagina’s 270 t/m 271.